 |
|
 |
|
|
 |
20-01-2019 |
'Life is a fool star' |
Ik zit in mijn boeken, ik zit in
mijn geschriften, ik leef in een
onwezenlijke wereld. Ik heb weinig te doen met wat er gebeurt rondom mij. De
luchten blijven gesloten, het licht is van een toonloosheid, ik adem wel maar
daar blijft het bij. Zelden ben ik zo neerslachtig geweest als vandaag. Hoe het
komt weet ik niet - of weet ik wel - het is een gevoel dat zich al een tijd aan
het vormen is en dat me nu overvalt en de bovenhand krijgt.
Er zijn nog van die dagen geweest, ik
vind die terug als ik ga wandelen in wat ik vroeger schreef. Vandaag ligt het
allemaal dieper, schijnt er iet geblokkeerd..
Wat ik achterlaat is een beeld van een
gevecht met mezelf, een soort aderlating van wat er omgaat in mij en terug te
brengen is tot niets, tot een leegte, een grote armoede: où sont les neiges dantan? Waar mijn vreugdes, waar mijn
openbloeien, waar mijn dagen in de bergen, waar mijn dagen aan zee, waar is dit
alles gebleven?
En dan waarover schrijf ik nog, welke
collage is er nog die me wakker houden kan nu ik aan het inslapen ben, nu ik
aarzel om verder te gaan, te spreken, te schrijven, te bewegen?
Ik ben zoals elke morgen vroeg
opgestaan, vandaag te vroeg. Ik voel dat ik beter had gewacht tot het oosten -
het zuidoosten - kleurde. Ik voelde dat er enkel die dofheid was waaruit niets
te halen was, maar alles te verliezen. Ook mezelf te verliezen, het ergste wat
er zijn kan.
Er is een licht gefluit in mijn oor,
moeder zegde me dat het iemand was die aan jou dacht. Het kan dat er zijn die
wakker worden/liggen en denken aan wat ik zou kunnen geschreven hebben op een
plaats in de ether, een toch wel wondere plaats die je zo maar kunt gaan halen,
of laten waar ze is. Er zijn zovele plaatsen waar je de dag van vandaag heen
kunt gaan als je maar zoekt. Rijkere, weelderige dan die van mij, een plaats
die je zo maar, zonder meer, kunt laten, zo veelzeggend is ze niet en of ze nog
veelzeggend worden zal weet ik niet als ik voel hoe het thans met mij is
gesteld.
Lees me en vergeet me: life is a fool star, een variatie op wat
een Amerikaans dichter schreef. Hij zal het ook geweten hebben, hij zal zich
gevoeld hebben zoals ik me voel. Ik heb er niets meer aan toe te voegen.
Het is Carl Sandberg die dit schreef
maar wellicht in een andere context:
You
and a ring of stars
May
mention my name
And
then forget me,
Love
is a fool star.
20-01-2019, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
19-01-2019 |
Collage 2019 |
Ik
schuif binnen in de tijd, in de maand, in het jaar, en de tijd schuift binnen
in mij. In alle delen van mijn lichaam is hij op een of andere wijze aanwezig.
Hij is zelfs begonnen binnen te dringen in mijn geest, wat erger is en
moeilijker te bestrijden als ik tevergeefs ga zoeken naar een naam, zoals deze
van gisteren, Michel Onfray.
Om
verrassingen te voorkomen, stop ik niet als mijn blog geschreven staat, weet ik
dat dit maar een tijdelijke verlossing is en dat ik beter doorschrijf als de
flow er is van de woorden die aanrollen zoals de golven op het strand.
Hemmingway,
wachtte ermee tot de volgende dag, zo wist hij hoe te beginnen. Ik riskeer het
niet, ik ga onmiddellijk verder, zelfs al wordt het bloggen-schrijven op deze
wijze, een werk ohne Ende.
Ik
moet ook, en dit weet ik al heel lang, elk voorval gebruiken om te komen tot mijn,
bij benadering, 500 words a day. Zo
vond ik in mijn bus een kaart, zoals er zovele worden geschreven en verstuurd
rond de jaarwisseling, een eenvoudige collage, à la Anne Bonnet, niet meer dan
enkele vlakken kleur, en dan nog kleuren, heel sober gehouden, en dan nog
vlakken eerder onhandig gesneden dan met overleg rechtlijnig geknipt. Een werk
dat, zo gewild, even goed van een volwassene kon geweest zijn, maar bleek te
zijn van een kind nog, George Geers, maar dan, zeer kunstzinnig, en daar gaat
het om, ingekleed door de moeder en ingeleid met de woorden:
Always believe in
your soul
Youve got the power
to know
Youre indestructible
Always believe in,
that you are
Gold (gold)
Of
wat een moeder zegt tot haar zoon die Gouden is - die meer is dan goud is. Wat
heeft een mens, kunstenaar in de ziel, die
weet als dusdanig onverwoestbaar te zijn, meer nodig, om op te stijgen uit de massa
en met het uitbrengen van een o zo simpele collage, haar liefde voor haar zoon - inbegrepen voor haar
twee andere kinderen - uit te tekenen, uit te beelden, uit te roepen, te
verwoorden met letters die gouden zijn.
Het
is maar een witte kaart met een simpele
kindercollage, maar het is een immens iets dat me overvalt.
De
kaart, nu naast mij spreekt. Zegt me que
les petites choses nont lair de rien mais elles donnent la paix[1]. Ze zal er nog een
tijdje blijven liggen als kunstwerk dat normaliter zou moeten ingekaderd worden
en opgehangen in de beste plaats om ons te herinneren dat kunst een werk is van
de ziel en dat de ziel van een kind ons meer kan vertellen dan wat is van de
kunst van een volwassene.
De
moeder, Leen Persoons beklemtoonde dit op een sprekende wijze, een
vingerwijzing, zeker voor mij.
[1] Le curé
de Crécy in Le Journal dun Curé de Campagne van George Bernanos
19-01-2019, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
18-01-2019 |
Medicijn voor de geest. |
Schrijft John Vervoort: Lezen is
voedsel voor de ziel, het medicijn voor de geest, en boeken zijn de
eeuwige vrienden van de mens. En, of ik dit beaam?
Als ik mijn Don-epos in het rek
schuif tussen de andere boeken, weet ik dat het een vriend is die ik er plaats,
dat het iemand is, meer dan dat het iets is. Dit geldt voor alle boeken die
er staan, ik weet het maar als ik er een ga zoeken die ik niet terugvind,
hoewel ik hem zeker niet heb uitgeleend en dat hij er dus ergens zijn moet. Maar
ik kan hem niet roepen, kan er niet op fluiten, en ik mis hem, zoals ik een
vriend mis die nu al een jaar is heengegaan.
Ik denk de rug van het boek te kennen
en het is die rug die ik zoek bij het overlopen van de rijen boeken, mijn ogen
gaan van boek tot boek. Maar tevergeefs,
ik moet er over kijken en ook, hoe meer ik er naar zoek hoe meer ik weet dat ik
het mis al is het maar een boek dat ik lezen wil, dat ik nu in de hand wil
houden.
Voor mij is het heel duidelijk, boeken
zijn, eens gelezen, vrienden geworden. Zelfs deze die referentiepunten geworden
zijn waarmede ik niet akkoord ga, met Monod bijvoorbeeld dat de mens een louter
toeval zou zijn, met Onfray, dat we het best onze dromen, onder meer over God, zouden
achterlaten, en er zijn er andere, maar ook deze blijven me, in een zekere zin,
duurbaar, ook deze haal ik regelmatig in mijn gedachten, in mijn woorden terug.
Ik schreef gisteren aan een vriend dat
er in mijn leven twee schrijvers waren geweest die me diep geraakt hadden:
Velikovsky en Salibi. Ze hadden me geraakt, niet zo zeer zoals Sholokhov, op de
wijze waarop ze schreven, maar om hun visie op het verleden, die baanbrekend
was. Hun werken staan bij elkaar, ze hebben me in hun ban gehouden omwille van
de vernieuwing die ze binnenschoven in mijn kennis van wat de geschiedenis is.
Er is ook een De Telder, maar die kwam op een ogenblik dat ik me te oud voelde
om me te gaan verdiepen in zijn visie op de Bijbel als boek van de geschiedenis
van de oudheid, meer dan een boek over de geschiedenis van God, voor dit
laatste had ik weliswaar Karen Armstrong.
Het wordt me allemaal te veel.
Wat me niet te veel is, is te blijven beweren
- de bewijzen zijn er maar men wil ze niet zien - dat de Oedipus van Sophocles
gebaseerd is op feiten en niet op fictie en dus moet gelezen worden als een
deel van de Egyptische geschiedenis, deze van Akhnaton, de God vernieuwer. Maar
dit ook wordt me te veel, zoals me te veel wordt, het te hebben over God, of
over de dood of over wat er is, zou kunnen zijn, na de dood.
Zeg ik liever dat ik moe geschreven
ben en dat ik het er moeilijk mee heb, er verder mee te gaan. Toch volhard ik
nog, blijf ik de tijd van jou als lezer, gebruiken opdat ik gelezen zou worden,
een soort tiran die niet nalaten kan je aandacht op te eisen. Ik stel me dan soms
voor wat het betekenen zou als ik morgen wegval en je terecht zou komen op een
leeg blad.
Better
no Brexit than a bad Brexit, claimt men in
Groot-Brittannië. Ik denk er aan. en het is het probleem waar ik dagelijks mee
begaan ben als ik begin: dat het beter is een leeg blad te vinden dat een slechte
tekst.
Ik blijf het betrachten hieraan te
voldoen. Ik zie dat het aantal lezers stabiel blijft, het neemt niet toe, maar
ook het mindert niet. Ik wil het nog altijd zo houden, misschien is het dan
toch wat John Vervoort schreef in de Standaard - welke heeft geen belang - een
medicijn voor de geest.
Vergeef me als ik het altijd heb over
mezelf, als ik denk dat dit ook van jullie kan zijn.
18-01-2019, 07:15 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
17-01-2019 |
Gregor's einde. |
Werkend aan De Ladder van Jaap
Scholten, lag Sholokhov naast mij, waren er de vier, vijf paginas die ik nog
te lezen had, de laatste woorden die het grote epos dat zich afspeelde in de
steppen langs de Don, in het begin van de jaren 1920 - de tijd van mijn grootvader,
de tijd van de oorlogsjeugd van mijn
vader waar hij me nooit iets over vertelde - zou afsluiten.
Het secreet van een boek naast jou dat
je op het punt staat te ontdekken. En het boek wacht om het bloot te geven.
Maar je wacht nog, je wilt je eerst verlossen
van een totaal andere tekst die je heel wat moeite vergt om te weten wat je wel
en wat je niet erover gaat vertellen. Het gebeuren met Aksinia en Gregor hangt
ondertussen in de lucht, je weet dat ze, te paard, in de nacht bij maanlicht, hun
dorp verlaten hebben? Het staat te gebeuren. En na enkele uren rijden:
Not
far from a little bridge, Gregor halted. A midnoight silence wrapped the
village
He did not like riding across the bridge. He did not trust this
silence, and was afraid of it. They had just turned into a narrow lane when a
man rose from a ditch, three men behind him.
Halt,
who goes there?
De vier mannen kwamen traag naar hen
toe, een ervan stak zelfs een sigaret
op. Gregor started at the shout as though
before a blow and pulled on the rains. At once mastering himself, he cried: Friends, and sharplly turning his horse, managed to
whisper to Aksinia: Back ! Follow me.
Ze vluchten in galop, kogels vliegen
hen om de oren. Na tweehonderd meters komt Gregor ter hoogte van Aksinia en
roept haar toe zich voorover te buigen, maar ze doet het niet, ze is getroffen
door een kogel.
Some
two miles outside the village he turned sharply off the road, made towards a
ravine, dismounted and lifted Aksinia off the horse gently, laying her on the
ground
She died in his arms a little before dawn. She did not recover
consciousness.
Hij graaft met zijn sabel en zijn
handen een graf in de vochtige, zachte aarde, en dan: Gregor buried his Aksinia by the brilliant morning light. As she lay in
the grave, he folded her deathly pale, yet swartly arms across her chest, and
covered her face with a kerchief, so that the earth should not fill her
glazing, half-open eyes as they gazed immovably
at the sky. Daarna duwt hij met zijn handen de
vochtige gele aarde over het lichaam en op zijn knieën blijft hij lang zitten
bij het graf, his body swaying lightly
Now he had nothing to hurry for. Everything ,was finished.
Mickhail Sholokhov zal me niet ten kwade nemen dat ik
zijn vertaalde woorden hier heb herhaald;
Ik zie en beleef de smart van Gregor, wat Sholokhov gewenst heeft; Hij sluit
hier op een passende, glorieuze wijze zijn epos af, op de enige wijze waarop
het epos eindigen kon, door de dood.
Er volgt nog a chapter 9
In de vroege lente smelt de sneeuw, de
grassen drogen, de steppe staat in brand. De wind wakkert de vlammen aan en
de geur van brandend gras hangt over de steppe. Maar het leven herneemt op andere plaatsen: all around, the young gras is showing merrily green, innumerable
skylarks are fluttering in the azur heaven. Maar waar
de brand heeft gewoed is de aarde zwart, geen vogelnesten, alleen de verkoolde
aarde en de brandgeur erover: Like the
steppe scorched with fire, Gregors life also turned black. De onbarmhartige
dood had hem alles ontnomen.
Na de dood van Aksinia is hij
dagenlang blijven ronddolen. Daarna steekt hij de Don over en komt in het bos
terecht waar de rest van de bende opstandelingen, waar hij vroeger deel van uitmaakte,
zich ophoudt in een boshut. Hij blijft bij hen voor een tijd en beslist dan
plots, in de lente, terug te keren naar zijn dorp. Hij gooit geweer en kogels
in het water van de Don en gaat terug naar zijn woning, waar zijn zoontje Michenska aan
het spelen is, die vermoedt dat hij zijn vader moet zijn. Hij hoort dat zijn
dochtertje overleden is, maar dat zijn zuster Dunia het goed stelt;
And
now that little thing of which Gregor had dreamed of ,so many sleepless nights
had come to pass. He stood at the gate of his own house, holding his son by the
hands. Dit was alles dat het leven hem had
overgehouden, al dit gaf hem kinship
met de aarde en de ruime wereld, die er glinsterend bij lag onder de kilte van
de zon.
Sholokhov eindigt zoals hij eindigen
moest, op heel wat resterende vragen, die eigenlijk voor het epos dat nu
geleefd is, voltrokken is, vragen blijven zullen. over het epos dat van Gregor en
het Kozakkenvolk was. Voor de lezer, en dan toch voor mij, zal voor altijd de
vraag blijven hoe het leven verder lopen zal voor Gregor, een vraag die
verbonden blijft aan het boek. Het boek dat nu, gesloten op zijn vergeelde
bladen, naast mij nog ligt en dat ik straks terug ga plaatsen in zijn rek.
17-01-2019, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
16-01-2019 |
De Ladder |
Ik voel me gelukkig en in een zekere
zin, een tikje jaloers, als iemand me vertelt dat hij op een bepaalde dag uit
een antiquariaat in Triëst dat geledigd werd van zijn boeken, een ladder heeft
meegenomen waar voorzeker James Joyce[1], een eeuw geleden, nog heeft op gestaan om een
boek te nemen.
Het verhaal van de ladder is van Jaap
Scholten, het verscheen in NRC Handelsblad op 24 december 2018 en werd overgenomen
door De Standaard op 4 januari 2019.
Het was bij het eerste bezoek van
Scholten en zijn echtgenote, Ilonka, aan de havenstad. Ze hadden geen reisplan,
Triëst was toeval. En in de morgen waren ze gewandeld naar het antiquariaat van
Umberto Saba, een Italiaans dichter en schrijver, waar Scholten over gelezen
had. Toen ze er aankwamen zagen ze dat verhuizers de boekenkasten aan het
ledigen waren, de winkel van Umberto
Saba werd gestript schrijft
Scholten, die was binnengegaan. Toen zag
ik de ladder, de ranke licht gebogen ladder om de hoogste planken te bereiken.
Hoe hij die genomen heeft, hoe hij er mee vertrokken is: ik vroeg een van de slopers of ik de ladder
kopen kon, Ik pakte een biljet van vijftig euro, hield het biljet in de lucht
en wees naar de ladder. En wat later wandelde hij met de ladder over zijn
schouder door straten van Triëst.
Ik verlaat hier even zijn toch wel
boeiend verhaal over de ladder want er loopt nog een ander verhaal, dat gaat over
de boeken die hij erfde uit de bibliotheek van Coen Stork, oud Nederlands diplomaat[2], een
overleden achteroom van hem; een verhaal gekleurd door een hoogst interessante
opsomming en korte beschrijving van de door hem meegenomen boeken, maar dat is
een andere geschiedenis. Mij is het om de ladder te doen. Scholten had die vier jaar eerder met ijzerdraad tussen de twee voorstoelen van onze
open Peugeot vastgezet en er het halve Habsburgse rijk mee doorkruist naar
Hongarije.
De boeken van Coen Stork en de ladder
- doordrenkt van Joyce (en van de andere Italiaanse schrijvers/dichters, Italo
Svevo en Umberto Saba), zijn nu in de woonst van Jaap Scholten, hij
met een gerust hart teruggetrokken, op het Hongaarse platteland waar hij werkt
aan een roman met twee honden als gezelschap.
s Nachts is er het gejank van jakhalzen, s morgens reeën in de tuin.
Ik vraag mij af waar hij de ladder
heeft geplaatst. Als ik er aan denkt dan zou ik deze, zoals een schilderij,
opgehangen hebben naast de rekken boeken. De ladder een soort relikwie zijnde, zou
aldus een waardevolle inspiratiebron zijn voor het boek dat wordende is.
De enige bronnen die ik heb zijn een
paar schilderijen en een paar tekeningen van vrienden, ze hebben niet de impact
van de grote schrijvers van deze aarde, maar ze voldoen amplement voor de dingen die ik schrijf, dan toch tot nu toe.
[1] James
Joyce woonde vanaf 1905, tien maanden op de verdieping boven het antiquariaat, toen
hij leraar was aan de Berlitz School in het huis ernaast, aldus Jaap Scholten.
[2] Coen Stork (1928-2017) was
in zijn ruim dertig jaar lange diplomatieke carrière onder andere diplomaat in
Zuid-Afrika en ambassadeur op Cuba en in Roemenië. Tijdens de opstand tegen de
Roemeense dictator Ceausescu nam hij het openlijk op voor dissidenten. (De Volkskrant-Google.)
16-01-2019, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
15-01-2019 |
Rondom mij |
Rondom mij sterven ze, de vrienden, de
kennissen en zij die ik nooit heb gekend. Ik kijk naar hun geboortedatum. Ik
zit werkelijk in de meer dan gevaarlijke zone. Met mijn 1927 zit ik er zelfs bijna
buiten of lijkt het toch zo. Wat er ook van is, ik ga aan mijn cijfers voorbij
alsof er helemaal niets verkeerd aan was, alsof ik weg zou geraken lijk een vis
tussen de mazen van het net, al weet ik dat de mazen heel dicht bij elkaar zijn
gaan liggen.
Vandaag, vanmorgen, leef ik in de
luwte van een paar boeken die me bezighielden; heb ik nog altijd een paar
paginas die ik te lezen heb vooraleer verder te gaan, en die ik nog niet zal
lezen, alsof ik me straffen wilde, alsof ik niet weten wilde wat er te gebeuren
staat, zoals ik ook niet weten wil hoe het met mij aflopen zal, dit, zeker niet
wil weten. Alleen is er de hoop dat ik de kracht, de luciditeit en de noodzaak
om te schrijven zal behouden tot het laatste ogenblik.
Ook vandaag, vanmorgen, heb ik Max
Wildiers[1] meegenomen
naar een plaats waar ook koningen heen moeten: een dun ingebonden ietsje van
een boek met een prachtige titel: Het
verborgen leven van de cultuur, verloren tussen de andere boeken en zo
maar meegenomen. Ken je dit gevoel, dit gebaar van het nemen van een boek waar
je blik opvalt?
Wildiers schrijft dat wat ons treft
bij het studeren van de oudheid, het hun streven is naar schoonheid en harmonie
en er andere hoedanigheden kunnen aan toegevoegd: de rechtsopvatting en de
levenslust, de moed en de dapperheid van hun helden. Deze ethisch-esthetische traditie waarvan de zin tot schoonheid, het
duidelijkst tot uiting komt, heeft geleid tot het tot stand komen van de polyfonische
muziek - de muziek van planeten en sterren - en later, tot de bouw van de
eerste gotische kathedralen waarin, zo lees ik bij Wildiers: de geest der middeleeuwen het best tot
uiting komt als synthese van alle kunsten en symbolische uitdrukking van het
christelijk levensgevoel.
Ik ben een, volgens mij, belangrijke
stap verder gegaan. Er was meer aan de hand dan het christelijk levensgevoel. De
verknochtheid ermee kreeg een nieuwe impuls: het kosmisch gebeuren: de
meesterbouwer die zich ingeschakeld wist in het fenomenale van de kosmos en
zijn kathedraal er wilde op afstemmen. De
eerste gotische kathedralen waren dan ook kosmisch-religieuze
bouwwerken, als Notre Dame van Chartres,
afgesteld op de geheime krachten van de natuur en de immense orde in de kosmos.
Dit kosmische gevoel is later weg geëbd, en de kathedralen gebouwd in de XIVde,
XVde eeuw kenden niet meer die kosmische geladenheid, behoudens misschien, veel
later, de Sagrada Familia van Gaudi.
Deze kosmiciteit was eigen aan de
middeleeuwen. De eeuwen erna gebeurde de aftakeling en kwamen we - dit is waar
we ons thans bevinden - de wereld binnen van de volstrekte eenzijdigheid en ik
citeer hierover Wildiers p. 46:
Waar
het hier om gaat, en uitsluitend om gaat, is efficiëntie, organisatie en macht.
Het technologische project is gewild eenzijdig en laat de mens, het humane, de
hele rijke gevoelswereld buiten beschouwing. Alles wat wij cultuur noemen, in
de bevoorrechte betekenis van het woord, schijnt hier onbestaande. Voor de
dichter en de musicus is hier geen plaats en evenmin voor de metafysicus. Het
kenmerk van de technologische wereld is haar geestelijke armoede, haar
ontologische leegte, haar louter materiële instelling.
En Wildiers vraagt zich af, en terecht,
of we bij machte zijn meester te blijven
over de geesten die we hebben opgeroepen?
We zijn nu een generatie verder. Het
is duidelijk, de krachten die inbeuken op deze blinde vervreemding zijn er
niet. De metafysische gedachte die zo broodnodig is, werd niet her-opgewekt,
zeker niet door het laatste boek van Houellebecq, hij die er iets had kunnen
aan verhelpen. We dalen verder af naar het diepste dal, naar voor Dante, het
centrale punt van de aarde.
,
[1] Max
Wildiers: Het verborgen leven van de
cultuur, Davidsfonds en Kredietbank, 1988.
15-01-2019, 06:54 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
14-01-2019 |
Na Salibi, Sholokhov |
Mikhail
Sholokhov, Nobelprijswinnaar 1965, is een groot en gevoelig schrijver, is een
groot schilder met woorden als het de natuur en de mens betreft. Zijn boek, waar ik het een paar dagen geleden over had,
The Don Flows Home to the Sea is
een donker, maar machtig epos over een bewogen
fase in het leven van het Russische volk, in het bijzonder het leven van een
Kozakkenfamilie in een klein dorpje aan de Don, met als hoofdpersoon, Gregor
Antelevitch, die opstond tegen het Sovjetregime van de eerste jaren, daarna
overliep en om de gevangenis te ontlopen, zich genoodzaakt zag eens te meer de
zijde te kiezen van de opstandelingen.
Ik
had het boek jaren geleden gelezen, had het nu teruggenomen, hoe of waarom weet
ik niet, maar er was een ogenblik dat ik het in mijn handen hield en ik ben
beginnen lezen, ongeveer van bladzijde 500 af naar het einde toe. Ik heb nu, na
300 paginas er nog vier te lezen en ik
wacht met een zekere spanning op het einde, dat ik houden wil voor de volgende
dag.
Morgen
ken ik het einde dat ik me niet meer zo goed herinner, al vermoed ik al hoe dit
einde zal zijn. Wellicht zoals in For
whom the Bell tolls, met de dood van Roberto, de hoofdpersoon. Hier, wellicht
met de dood van Gregor en/of Aksinia, zijn geliefde, met wie hij nu, opgejaagd
als hij is door de Sovjet autoriteiten, op de vlucht is hopende aldus
definitief zijn geboortestreek te kunnen verlaten.
Ik
weet nu terug wat het is een goede roman te lezen/te schrijven, een roman die
alles inhoudt, zelfs een gesprek over de God, die overal en in alle gesprekken regelmatig
aanwezig is - zoals het ook bij ons was in de jaren, nu ook een eeuw geleden.
Ik
had de wil te stoppen met lezen, hoewel het einde nabij was, de moed een dag te
wachten om verder te gaan, nieuwsgierig maar ook met een zekere gelatenheid om
wat ik vernemen ga dat voorzeker eerder dramatisch zijn zal dan geruststellend,
want ik voel dat het boek niet anders eindigen kan dan op een drama en zeker
niet met: en ze leefden nog lang en gelukkig.
Het
verhaal over de dagen van Gregor van de laatste 300 paginas hangt in mij, het
vergezelt me. Ik weet wat hij besliste, ik ken zijn voorbereidingen om te
vluchten met Aksinia. Hij is zo-even ongezien via het venster binnengekomen bij
haar, heeft haar verrast omdat ze hem niet meer verwachtte, hij was al zo lang
weg van haar. Er is nog het afscheid nemen van zijn slapende zoon - zijn
dochtertje is ondertussen overleden - die hij achterlaat bij zijn zuster Dunia.
Ik
weet dit allemaal en nu, zoals bij de films of programmas van VTM, houd ik een
lange pagina publiciteit. Ik wacht gewild tot morgen als de stemming van het schrijven
en het herschrijven over Salibi zal weg zijn omdat ik ook weet dat wat ik over
hem schreef enerzijds te veel en anderzijds te weinig was.
Zo
is het evenwicht tussen wat en wat niet, ook nu bij Sholokhov en bij mij
aanwezig. Houd ik de spanning nog voor een tijdje om te weten hoe Sholokhov
zijn epos eindigen zal. Ik weet wat het is een manuscript te eindigen, het zal
wel voor hem ook een vraag en een afmeten geweest zijn.,
14-01-2019, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
 |
|
 |
E-mail mij |
Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.
|
E-mail mij |
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
|
Gastenboek |
Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
|
E-mail mij |
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
|
|
|
 |