 |
|
 |
| |
|
 |
| 07-09-2022 |
De tekst voor een derde geschreven. |
|
Het beeld dat ik opriep in de laatste woorden van mijn blog van gisteren is een beeld gelicht uit de Kosmos, een beeld dat we hoogstens nu en dan eens gebruiken om ons te situeren als deel ervan met al wat dit impliceert voor lichaam en geest.
Het is een gedachte die ons overvalt in tijden die naar het einde van een leven toegaan omdat we alsdan begonnen zijn ons meer en meer los te wrikken van het dagelijks ons omringende en ons hebben opgesteld met zicht op wat van het eeuwige is.
Als we in deze instelling verzeilen handelen we over dingen waar we normaal gezien geen aandacht voor hebben, niemand loopt rond met de idee waar hij voortdurend mee begaan is een deeltje te zijn van wat in den beginne was, het is een gedachte die kan doorgedrongen zijn tot onze genen, maar verder gaat deze niet, het heeft hem ooit volwaardig bezig gehouden maar het zit nu vastgegroeid in hem, hoewel hij geen nood heeft er voortdurend voor uit te komen.
*
Dit hierboven schreef ik vroeg in de morgen van 6 september in het Ziekenhuis.
Pas in het begin van de namiddag ontdekte men, en vernam ik, dat mijn lieve echtgenote Gonda De Norre, geboren 06.04.1943, in de nacht van 5 op 6 september, in de grootste eenzaamheid, overleden is in onze woning te Geraardsbergen.
Ze is me dus voorafgegaan tegen elke verwachting in. Het onmogelijke heeft zich voltrokken. Mijn verdriet is zoals het nimmer was, hoog en totaal.
Ze rust nu in een oceaan van geest waar ik haar terugvinden zal. Beiden één terug.
Neem er nota van dat mijn blogs zullen zwijgend zijn tenminste tot 16 oktober aanstaande, zo niet tot 1 november.
Karel Mortier
07-09-2022, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 06-09-2022 |
Vijf september: later op de dag. |
|
De zin waarmede ik mijn blog van 5 september eindigde houdt me bezig.
Ik schreef dat het Universum ‘gewild’ moet geweest zijn, dat er over ‘nagedacht’ is geweest. Dit is geen idee van mij, Fabre d’Olivet las het al in 1815 in ‘baereshit bara elohim’ de drie eerste woorden van de Bijbel.
Zoals het Universum geconcipieerd werd en er is als een levend, bewegend, evoluerend geheel kan er absoluut geen sprake zijn, dat het, zoals Jacques Monod destijds beweerde, een toeval zou geweest zijn want het toeval produceert geen Higgsdeeltjes, evenmin cellen die weten wat hen te doen valt.
Men kan zich aldus de vraag stellen wat de betekenis zou zijn van de schittering van een Universum met alles erop en eraan - zoals het bestaat en evolueert - de sterrenstelsels wegschietend van elkaar met een enorme snelheid. wat niet te vatten is, en wat het nut ervan zou zijn als niemand er getuige van zou zijn.
Denk hier eens over na – ik vroeg je dit reeds ettelijke malen - en denk er lang over na. Beeld je een ogenblik in, een Universum dat er zo maar is, in feite, zonder er te zijn, want niemand weet erover, niets of niemand.
Opdat het er wezenlijk zou zijn was de mens nodig die zag en wist dat het er was en die er een oordeel over had of er zich tot elke prijs een oordeel over vellen wou.
De mens is aldus een onontbeerlijk deel opdat het Universum er zou bestaan in al zijn geledingen. Hij is niet alleen nodig, hij staat centraal in het Universum. En wat meer is het Universum is een noodzaak opdat de mens er zou kunnen zijn, het is er omwille van de noodzakelijkheid van het bestaan van de mens. Beiden vullen elkaar op een perfecte wijze aan, onafscheidelijk.
Is dit een te boude uitspraak of is er een andere mogelijk opdat de rol van de mens zou kunnen afgezwakt worden en het Universum zelf opgewaardeerd?
Ik zoek er naar maar vind er geen.
Ikzelf herlees dit geschrift amper, omdat ik niet weet waar ik uitkomen zal als ik de verdere loop van mijn gedachten zou volgen.
Vandaag ben ik al ver genoeg, Ik weet alleen dat het niet de stoffelijke mens is die centraal staat maar de geest in deze stoffelijkheid; de geest die aldus deel is van de geest in het Universum, minder is hij niet, meer ook niet, maar zijnde wat hij is, is hij onsterfelijk.
06-09-2022, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 05-09-2022 |
Hoe ver ik gaan kan. |
|
Ik ben gisteren in mijn besluit eens te meer een stap te ver gegaan. Een ogenblik onoplettendheid en er stond onomwonden wat ik eigenlijk niet op een dergelijk directe wijze zinnens was te schrijven.
Ik heb het gelaten zoals het er stond omdat wellicht de zin diep uit mij kwam en ook omdat ik wist – hoopte – dat jullie me al voldoende kennen om te weten welke dekking ik geef aan het woord ‘God’, dat het de totaliteit dekt van al wat er is en al wat er in meer zou kunnen zijn: een lading van stof, de Kosmos, en een lading van geest, het ego van al het stoffelijke.
De totaliteit ervan één levend en dus streng geordend geheel.
Wij als mens, zijn er een geïntegreerd minideeltje van.
Ons geestelijk en in een zekere zin ons religieus leven is afhankelijk van de mening die we geven aan deze verbondenheid, want als we doordenken dan zijn we een deeltje van deze totaliteit die ik God noem.
Besef je wel hoe ver deze woorden ons voeren als we enig begrip hebben over het feit een deel kosmos te zijn en geladen te zijn met een begin van kennis over het vele dat er te weten valt.
Dit alles is van de mens die weet dat in den beginne de geest was en dat hieruit alles is ontstaan, en ik denk, gewild, met een zeker doel is ontstaan.
Verder ga ik niet deze morgen van 5 september.
05-09-2022, 05:21 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 04-09-2022 |
Durvend. |
|
Het stoort me mijn blog te moeten schrijven de dag dat hij verschijnt en niet zoals het altijd is geweest de dag ervoor. Ik heb dus, als ik op mijn vroeger peil komen wil, twee blogs te schrijven en dit zie ik nog niet gebeuren, vandaag toch nog niet, al wou ik wel. Al wou ik wel iets sensationeels te kunnen schrijven, ineens een ingeving te hebben die me voeren zou over berg en dal naar een plaats die ik ken.
En er zijn plaatsen genoeg die ik ken. Op de rotsen aan zee of ergens in de bergen rustend aan een bergmeer. Plaatsen waar ik was, lichaam en vooral geest; plaatsen waar ik me met vereenzelvigde alsof ik er geboren en getogen was.
Waar ik dag na dag heen ging en eens ik er was, niets anders kon dan erover schrijven, notaboekjes vol, gedichten of geschriften die ik daarna uitschreef in een vastere vorm waarvan ik steeds het gevoel had dat het niet af was, dat er iets in ontbrak dat ik later – maar wat is later – aanvullen zou opdat het eindigen zou zoals een gedicht of geschrift eindigen moet.
Dit was het stramien hoe ik werkte, tot ik het uiteindelijk stelde met wat er stond en de teksten bundelde op een of andere wijze om er een definitieve vorm aan te geven
Wat gebeurt er later met al deze teksten; Honderden gedichten in meer verspreid over de vaste schijf van laptop en desktop, niet eenmaal maar keer op keer verbeterd, zo dacht ik toch dat het een verbetering was. Eén hoofdgedachte erin, namelijk dat de dood niet het einde was, maar het begin van een nieuwe periode in een totaal nieuwe lichtende omgeving waar we ons hier op aarde geen beeld konden vormen.
De dood aldus een belofte inhoudend die alles oversteeg.
En van dan af ik op zoek ben gegaan om te weten hoe alles is kunnen ontstaan, en om dit te kennen uitzoeken waarom er een Universum zijn moest met een denkende, een toekijkende, een zich immer vragen stellende mens erin.
Zelfs als niet-wetenschapper trachten te bewijzen op wetenschappelijke wijze, zich behelpend met het beeld ons gelaten van het Higgsdeeltje, dat dit deeltje er altijd moet geweest zijn, dat zo iets niet te scheppen was, maar er al aanwezig was voor het ‘Big Bang’-moment.
Hoe durfde ik het ooit wagen hier met grote zekerheid in de geest, over te schrijven zoals ik het deed.
En dan vooral, waarom ik, waarom las ik het niet bij iemand anders. Iemand anders die onomwonden verklaren durfde dat het Higgsdeeltje een deeltje zijn moest van de geest van niemand anders dan van God
Ik, het woord God durvend uit te spreken als van een levend Iets of levend Iemand.
04-09-2022, 13:41 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 03-09-2022 |
Uitdaging |
|
Ik realiseer me pas nu dat we september zijn, de zevende maand van het jaar. Ik heb augustus overgeslagen, een maand die maar een beperkt aantal geschreven sporen nalaten zal in mijn geschriften.
Ik onderga nog steeds de druk die uitgaat van mijn lichaam, waar ik me niet kan van bevrijden, nog niet, al poog ik los te komen ik slaag er nog niet in. Wie ben ik nog. Vandaag als ik mijn geest niet vrijmaken kan. Van op afstand gezien schreef ik een boek voor een, zelfs twee generaties jonger dan ik, waar kom ik uit of waar denk ik dat ik uitkomen kan, als het niet is op een doodlopende kronkel van de weg.
Ik lees en hoor de reacties. Er zijn er van vrienden die me kennen maar geen van hen die me niet kennen en ook niet van hen van wie het voor mij belangrijk zou zijn om hun mening te kennen.
Zo zijn de weinige momenten uit de schaduw, in het ziekenhuis voorbij gegaan, in het algemeen zonder al te veel enthousiasme, eerder gelaten, eigenlijk oordelend dat het boek stilaan eindigen zal beneden zijn verwachtingen en dat de schuld moet liggen bij het boek zelf, niet bij de halve pogingen die ik gedaan heb opdat het enige bekendheid verwerven zou.
Maar er staat geschreven wat ik schrijven wou, dat waar ik jaren heb met rondgelopen. Ik heb erover uitgeweid, heb het herwerkt herschreven, hernomen, heraangepast om uit te komen op bepaalde wegen die ik ben ingeslagen. Ik had er een kronkel in meer kunnen in beschrijven, maar uiteindelijk is het boek maar een werk vol mogelijkheden, vol gegevens om over na te denken en nadenkend, meer homo sapiens te zijn met zicht op het sacrale dat we aan het verliezen zijn.
Ik gng ik er dus vanuit dat het mijn opdracht was de mens wakker te schudden uit zijn lethargische geest en hiervoor heb ik getracht al wat in mijn vermogen lag aan te wenden. Zo zie ik het nu, maar ziet elke lezer ervan het niet dan is het van mij een verkeerde aanpak geweest. Het is evenwel aldus dat ik het wil zien, als het gaat over het succes ervan.
Uiteindelijk werd het het levenswerk van een bejaard man. Op jongere leeftijd had ik wellicht een ander boek geschreven, of, had ik er geen geschreven.
Aanvaard dat het een uitdaging is geweest en weinig meer dan dat. Een uitdaging om als mens een hoogte te bereiken die niet zo gemakkelijk te bereiken valt
Eerlijkheidshalve beken ik ootmoedig mijn lezer te hebben willen verbazen. De tijd zal .erover oordelen
03-09-2022, 15:15 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 02-09-2022 |
Beroering |
|
Ik ben nog altijd met Nooteboom in het klooster Kozan-ji. Ik voel me er goed, ik leef eigenlijk niet maar volg Nooteboom op de voet. Ikzelf ben er niet, ik ben er maar dankzij hem, vastgelopen in zijn woorden.
Ik wens ook niets meer, wens ook niets te zeggen, niets te schrijven alsof in mij alles stilgevallen is en het is zo dat ik het wil nu, zoekend naar een soort van evenwicht te zijn in de kamer hier wat ik niet opmerken wil en te zijn in het oer oude bos tussen rotsen en bomen en de stilte van de bladeren over het water lopend naar het klooster toe dat geen klooster schijnt te zijn maar een plaats om in rond te lopen en te beleven wat er te beleven is alsof het een Boeddhistisch klooster is waar je in rondloopt, jezelf vergetend.
Eigenlijk, als ik me samenvat, als ik tracht op te roepen wie ik ben in normale omstandigheden vind ik me niet terug, nog altijd niet. Eni k wil me niet terugvinden ook, ik wil nog niet zijn wie ik was een paar dagen voor ik hier, ontredderd werd opgenomen en mezelf verloor, verloor wie ik was.
Enerzijds zoek ik me, anderzijds wil me niet terugvinden, gespleten als ik ben verkies ik het eeuwenoude klooster en de geronnen stite die er hangt, om me heen te houden alsof het een veilige haven was waar ik nog een lange tijd vertoeven kan, ongeschonden, Cees zijnde en me neer te vleien in zijn woorden die mijn toevlucht zijn, mijn begin en mijn einde.
Verder kom ik niet deze namiddag.
Zoek ik ook niet te komen, zoek ik ook niet te herlezen wat ik schreef. De woorden zijn zo opgedoken en genomen zoals ze er waren, betoverd door wat van de geest is, van het onbekende dat over ons hangt, dat ons overvalt en ons beroert.
Vanwaar de beroering komt kan enkel zijn van uit de Kosmos, zo wil je het ook, zo wil je het schrijven.
02-09-2022, 13:11 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 01-09-2022 |
Het klooster Kozan-ji en Cees |
|
Niemand weet in welke toestand ik me bevond – zelfs ik niet – toen ik op 9 augustus in de vlucht mijn blog geschreven heb. Vandaag, drie weken verder, probeer ik te leren gaan terug, ik ben aan de eerste pogingen toe. Om jullie maar te zeggen hoe ver het met mij gevorderd was en is, en nog steeds is mijn gang niet vloeiend en zeker niet zoals ik het wensen zou.
Veel beter met mijn schrijven gaat het niet, de woorden blijven hangen. Ik beken het maar opdat je het weten zou hoe ik me hierbij voel, wel niet lamlendig maar dan toch niet alsof er geen zwaarte zou zijn die mijn gedachten en zeker mijn schrijven vertraagt. Er is een dofheid over wat ik aanvoel.
Ik heb KLARA als gezellin en ik lees nu en dan voor de zoveelste maal het verhaal van Cees Nooteboom over zijn bezoek aan het Japanse klooster Kozan-ji. Niet omdat zijn verhaal zo geweldig is maar wel omdat wat ik erover lees juist past met mijn gemoed. Zijn woorden worden met het lezen en herleze mijn woorden. Ik neem ze op in mij, en herneem ze keer op keer en telkens vind ik iets in meer, iets dat er schijnbaar voorheen niet stond, iets dat ik las terwijl ik met mijn gedachten ergens anders was. Zijn woorden komen, ik neem ze, maar niet altijd dringen ze door. Het is maar dat ik mezelf volledig ledig en me instel op zijn gevoelens, dat ik meeloop met hem, door het bos over het met wortels bedekte pad naar het klooster toe, dat er niet uitziet als een klooster maar van waarvan ik het oude, het stille, het daar-zijn onderga.
Ik ben eigenlijk niets meer dan het gebinte ervan, even van de eeuwen doordrongen en gegrepen door het tijdloze ervan, gegrepen door de gedachteloosheid die er uitgaat van de stilte die er hangt en heerst. Ik volg Nooteboom op de voet, in daad en woord. Hij vult me zodat ik het gevoel heb zelf aanwezig te zijn op die plaats waar hij is, en er te zijn zoals hij er is.
Proberen vooral om niet te denken, zoals hij, onzichtbaar te worden opgenomen in boom en rots en water en wat er is van het gebouw zelf, gestold, en niets meer te zijn of te verwachten zelfs iets meer te zijn of te willen zijn.
De perfectie van het niet zijn in het zijn.
Als ik terugkom in mijn wereld is er Carl Orff. Dit is, gebrekkig, wat ik jullie te melden had. Het houdt echter geen belofte in.
01-09-2022, 13:19 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 10-08-2022 |
Mahler van uit Thailand. |
|
Ik voel me ziek, had gisteren 38.2 koorts, vanmorgen was de koorts gezakt tot een normaal peil, maar het ziekgevoel is gebleven.
Ik neem dankbaar gebruik van een mail die ik precies vanmorgen ontving van een vriend, Rudy Timmerman vanuit Thailand.
Beste Karel,
‘Mahler heeft dit werk geschreven toen hij besefte dat zijn leven eindig was.
Ik zou u graag, in tegenstelling tot de studio opname van 15 en 16 mei 1952 waarbij Kathleen Ferrier op het einde van haar krachten door kanker, zodat ze bij de opname regelmatig moest stoppen om geïnjecteerd te worden met morfine, de opname van de dag nadien namelijk de live opname laten horen. Helaas is deze nergens op Youtube te vinden. Ze is destijds ook nooit op plaat uitgegeven. Ik heb ze hier naast me liggen uitgegeven op CD door Tahra in 2003 maw onmiddellijk nadat de kopierechten zijn vervallen ( = na 50 jaar in Europa).
https://www.youtube.com/watch?v=Nl6zRA9bYO8
Er zijn veel opnames van das Lied, maar voor mij is dit de absolute top samen met de opname van Klemperer met de nog jonge Chrsita Ludwig en Fritz Wunderlich en het Philharmonia Orchestra.
As a contralto soloist, there is Kathleen Ferrier, the British singer whose career only really began in 1943 at the age of thirty-one and lasted only ten glorious years until her death in 1953 from cancer. Walter passionately admired her singing (as did another Mahler protégé, Klemperer, with whom she sang in the Second Symphony). She first sang "The Song of the Earth" with Walter at the first Edinburgh Festival in 1947 (with Peter Pears as tenor soloist). She was in tears near the end and omitted the last "ewig". When she apologized to Walter for her unprofessional conduct, he responded beautifully, "My dear Miss Ferrier, if we were all artists like you, we would all have been in tears." Ferrier's singing about Mahler was entirely intuitive. She had a natural sympathy for his idiom, an idiom she had to discover for herself, for there were few performances of Mahler during her formative days. It is hardly possible to listen to this recorded performance without considering the personal circumstances of the artists involved: Walter, the composer's friend, and Ferrier, who knew while she was recording that this was her own "Abschied", that she would see the beautiful land turn green only once more. Like Mahler, she took up the challenge of a death sentence by reaching the peak of her art.’
Ik breng het over zoals ik de mail ontving. Heb niet de kracht of de wil er een jota van te wijzigen; Het verschil,qua toestand, met Mahler die aan zijn Lied begon is wellicht luttel. Maar toch, morgen gaat het misschien beter met mij en mijn blog.
10-08-2022, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 09-08-2022 |
Een kwestie van geloof. |
|
Het was exceptioneel dat mijn blog van vandaag 8 augustus er gekomen is – bij gebrek aan inspiratie - na middernacht. En ik zocht vanmorgen op waarom ik er Mahler bij haalde, namelijk zijn deel 1. Das Trinklied vom Jammer der Erde’, en wel wat ik me nog vaag herinnerde en ik zocht ernaar:
Herr dieses Hauses! Dein Keller birgt die Fülle des goldenen Weins! Hier, diese Laute nenn' ich mein! Die Laute schlagen und die Gläser leeren, Das sind die Dinge, die zusammen passen. Ein voller Becher Weins zur rechten Zeit Ist mehr wert als alle Reiche dieser Erde!
Met dan, de nadruk op de zin die volgt en regelmatig terugkeert in het Lied: ‘Dunkel is das Leben, ist der Tod.’
En het zal aan deze zin geweest zijn dat ik dacht. Trouwens altijd als ik aan Mahler denk is het aan het laatste deel, ‘Der Abschied’ dat ik denk. Er is geen muziek dat me, nu de jaren er zijn, dieper raakt dan deze. Ik luister er nu naar terwijl ik schrijf and I am overwhelmed’ zoals altijd. ik ken geen andere muziek die even passend is bij wat is van het naderkomen van de dood. Vooral dan de passage naar het einde toe, waarbij het woord ‘ewig’ ettelijke malen herhaald wordt.
Deze laatste woorden zijn van deze morgen. Gisteren was het van ‘Dunkel ist das Leben, ist der Tod’, ik als oude man, verzeild in een groep dertig jaren verder afstaande van de dood dan ik, gegrepen door het uitbundige van het leven. Ik paste daar hoegenaamd niet meer bij, en ik wist het en ook ze zagen het want ik wist niets te zeggen. Ik zat daar krampachtig gesloten als een beeld, zoals het heel dikwijls is, luisterend naar wat ik horen wilde, reagerend nu en dan, ongepast wellicht.
Ik weet waar mijn plaats is in deze maatschappij, ik word er dagelijks op televisie mee geconfronteerd. Het zijn mijn dagelijkse 500 woorden die me er van weg houden, eens deze er niet meer zijn is het onverbiddelijk het einde.
Deze morgen na Mahlers ‘Abschied’ vroeg ik me af, Waarom is het dat ik weet dat ik sterven zal?
Ik weet het omdat ik erover nadenken zou, want wist ik het niet ik zou er niet mee bezig zijn. En waarom ben ik er mee bezig? Omdat het nodig is, omdat het meer dan waard is er mee bezig te zijn want ware de dood met zekerheid het absolute einde het zou in ons geschreven hebben gestaan als het absolute einde. Maar het staat er niet zo geschreven omdat het niet het absolute einde is.
En zo verder: als het niet het absolute einde is, wat is het dan? Het is een nieuw beginnen, meer hoeven we voorlopig niet te weten, we zullen het vlug genoeg vernemen als ons uur gekomen is.
Het is en blijft dus een kwestie van geloof. Meer is het (nog) niet. Geloof een eigenschap van de mens zijnde.
09-08-2022, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
| 07-08-2022 |
Waarover iets kan gezegd. |
|
In volle zomer schuiven we naar de herfst toe, al merken we het amper het is een feit, ik weet dankzij de blog die ik te schrijven heb, hoe vlug – hoewel ogenschijnlijk traag - de dagen gaan van een tot dertig, zo, heel ontspannen en amper merkbaar komt september eraan.
Er is heel wat van de zomer in deze dagen, heel wat van de velden, de weiden, de landerijen die vergaan onder de hitte; de hitte die binnensluipt in onze gedachten en wij die er als ‘geslagenen’ bijzitten, liefst in de schaduw, uitkijkend naar de regen die niet komen zal ondanks de zwaarte van de wolken en we duidelijk de impact ervan ondergaan.
Wat vertellen we, als het niet zo zou zijn, over hoe de vijver er bij ligt, hoe het eendenkroos zich verspreid heeft over het water, een stolling van verbrokkelde spiegelbeelden als je het waagt er omheen te wandelen, het hoofd leeg, geen woord dat komt, geen letter. Je ruikt wel de grassen, je ruikt wel het water, het riet denk je, en je zoekt toch hoe je erover schrijven kunt om toch iets te vertellen te hebben, maar verder dan de geuren en de hitte kom je niet.
De zomer van een oud man is niet de zomer van een jong iemand, hij is als een blok, niet als een grote openheid waarin je binnendringen kunt en vergeten wat je vergeten wilt. Je staat er negatief tegenover en wil er negatief over schrijven tot je denkt – een ingeving – dat de kansen heel hoog liggen dat het je laatste zomer kan zijn.
En dan, alles basculeert, het licht het grote licht is als een balsem, als een zegen, het overwelmt je, het omkranst je. het zinderende licht dat je verblindt is je deel en je aanvaardt het als een mogelijkheid om verder met vreugde de zomer in te gaan en er te blijven als een gelukkig man.
Je waart er ook toen twee eenden neerstreken op de vijver, alsof het een begroeting was, ze gleden over het water, lijnen trekkend in het eendenkroos in de tijdloosheid van het erzijn. je hoopt dat ze er blijven zullen voor een tijd, dat ze er wonen zullen, je hoopt heel wat nu het zomer is, nu je weet dat het je laatste kan zijn.
Je bent er met vrienden en kennissen. Ze drinken wijn en spreken door elkaar, en een lied soms, je denkt aan ‘Das Lied von der Erde’:
Hier hoort het zo: als de avond valt doven woorden en gezangen. Je zit er diep gedoken, het licht, zegt de vriend die onlangs ging nu naast jou gezeten is dit van ‘entre chien et loup’. Maar je wist niet dat hij er was.
Is het de kracht van het glas wijn?
Is het zijn schim, is het zijn geest, het heeft geen belang, het is zijn stem. Het is, zegt hij me, zijn laatste avond hier, en ik ben tot jou gekomen om je te zeggen dat ik vertrekken ga. Maar je zomer is niet verloren zegt hij me, je hebt nog vele dagen, niets ervan mag ongeacht voorbij nog gaan.
Het is het belangrijkste gebeuren van je avond waarover kan gesproken, het overige, na zijn heengaan, is stilte.
07-08-2022, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde 
|
|
|
|
 |
|
 |
| E-mail mij |
Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.
|
| E-mail mij |
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
|
| Gastenboek |
Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
|
| E-mail mij |
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
|
|
|
 |