Het gebeurt dat ik terugval op wat een vriend van mij - en ook van Goethe - me ooit schreef. Ik was toen, in wat hij meende, mijn glorie periode
Lieber Karl!
Was du mir geschrieben hast, finde ich ausserordentlich und fabelhaft! Du bist wirklich nicht "ein Geist der stets verneint" sondern jemand von dessen Geist ich sagen möchte: "Verweile doch, du bist so schön!". Diese "geflügelte Worte" und "tiefe Gedanken" kommen nicht aus meinem beschränkten Gehirn sonder aus Goethes "Faust"!
Es grüsst dich dein Geistesbruder.
Maar toch, wetende van wie deze woorden komen en hoe deze vriendschap zich heeft uitgesponnen, herschrijf ik ze nog altijd met vreugde, omdat ze een reactie waren, wellicht op wat ik als blog geschreven had. Want het gebeurde niet zo dikwijls in mijn leven als Blogschrijver dat dergelijke woorden, ze mogen dan nog gevleugeld, me toegestuurd werden. Ik was die totaal vergeten.
Ik weet nu wel niet of hij deze nog herhalen zou op basis van de inhoud van mijn geschriften van nu, maar voor mij behouden ze hun oorspronkelijke waarde, zijn ze het ereteken me destijds toegekend door een voor mij groot kenner van de Literatuur, een kenner die hij gebleven is, maar ondertussen, zoals ik, getroffen werd door de weerbarstigheden van de tijd die over ons, niet alleen heen schoof, maar ons ook raakte tot in het merg van ons zijn.
Hier sta ik dan, getooid met mijn ereteken van vroeger, als jonge man nog, jong in die zin dat ik toen achtentachtig was, een wereld van verschil met nu, als ik naga, het effect dat vijf herfsten en zomers gehad hebben op mijn lichaam en misschien ook op mijn geest.
Dit is in elk geval het spanningsveld waarin ik optreed op dagen zoals deze van nu, de nieuwe herfst zijn effect hebbende op wie ik ben en de richting aangeeft van wie ik wordende ben.
Helemaal gerustgesteld ben ik niet. Ook mijn vriend niet want het is nu al een lange tijd dat ik nog iets hoorde van hem. Ik ken wel zijn gewoontes wat zijn optreden betreft maar dit belet niet dat ik me zorgen maak over zijn toestand, meer dan over mezelf, mezelf die ik volgen kan tot in zijn schilfers, zijn sprokkelingen.
Laat dit dan mijn blog zijn van vandaag, van een morgen van wind en regen, van grijze luchten en van de tijd die vlugger schuift dan op andere dagen. De tijd, de tijd in, zichzelf opslorpend, gulzig als hij is, zoals hij altijd is.
Ik voel het, o, zo goed hoe hij me meesleurt de dagen in, de maanden in, de jaren in. Denk ik: voor hoeveel tijd nog?
Ik besef wel dat de schrijver die ik - ongelovige in schrijvers - niet ken, Bob Mendes, overleden is op de ouderdom van 93 als een verwittiging overkomt, een vingerwijzing dat ik dicht aanleun bij hem en er niet licht aan voorbij mag gaan.
Het is wel mijn zaak en niet zo zeer die van jullie, maar ze is er des te belangrijker om.
|