Hij grijpt dikwijls terug naar vroeger om de Ugo te zijn die zich neerzet om te schrijven. Maar dit vroegere verschijnt dan in een andere dimensie, met een andere geladenheid, een andere ondergrond, die niet altijd duidelijk is, maar die toch aanwezig is in wat er uit zijn pen te voorschijn komt. Hij is er zich trouwens van bewust dat zijn laatste blogs met opzet het werk hebben overgelaten aan de lezer, dat hij, Ugo, slechts enkele elementen heeft geschetst, een kader heeft opgesteld en dat hij aan de lezer heeft overgelaten om dit kader op te vullen met hun eigen verbeelding. Zo hoopte hij dat de lezer zelf, zich zou hebben ingebeeld wat er nu precies was gebeurd in die ruïnes van een oude abdij, ergens, bv.in Italië, bv. In Toscane, midden de wijngaarden, of ergens verloren in de bergen.
Of hij erin geslaagd is dit verbeelden op te wekken of niet, zal afhangen én van de keuze en de kracht van zijn woorden én van de intensiteit waarmede ze gelezen worden en een tijdje zijn blijven leven in de geest van de lezer. Hij hoeft niet alles te vertellen, hij moet ook wat overlaten aan de verbeelding. Dit is trouwens waar het om draait en keert in de poëzie, want het poëtische zit hem meestal in het verborgene dat wordt opgeroepen door wat afwezig is, door wat niet wordt gezegd. Verbeelding is altijd noodzakelijk. Lezen zonder verbeelding, zonder inbeelding van hoe het is of was, is een tekst die dode letter blijft.
De Heer van de schrijvers behoede hem van het schrijven zonder inwerking op de verbeelding van de lezer.
|