|
De antichrist: het 'non posse peccare'
De kritiek van Friedrich Nietzsche op het christendom die inhoudt dat de ethiek in deze religie de moraal is van de zich aan zijn meester onderwerpende slaaf die van de nood - de onmogelijkheid om zich van de overheerser te bevrijden - ook heel letterlijk een deugd maakt - namelijk de deugd van de dienstbaarheid of van de slavernij - werd uiteraard alsnog door de christenen zelf verworpen maar blijkt wel wortel te hebben geschoten bij de antichrist(enen) die immers, gewapend met deze gewetenssusser, gretig toehappen door het natuurlijke recht van de sterkste in te lijven binnen hun cultuur die daardoor volstrekt pervers wordt - zoals in het historisch voorbeeld van het nazisme.
Edoch, waar de diefstal een recht werd, is het privaatbezit dat niet langer. Het privaatbezit dat de ultieme grondslag vormt van de individualiteit. Althans binnen de overtuiging die gehoorzaamt aan de regel van het gouden kalf die luidt dat je bent wat je hebt. Van zodra de moraal van de antichrist opgang maakt en de wereld aan zich onderwerpt, sneuvelt in dezelfde beweging meteen de daar tegenover staande regel dat alle mensen kinderen zijn van één en dezelfde god en derhalve elkaars broeders of gelijken.
Waar in de christelijke ethiek de dief zichzelf uiteindelijk excommuniceert of buiten de gemeenschap plaatst omdat hij handelingen verricht die het licht van de openbaarheid niet mogen zien, zal de hoger genoemde perversie, welke erin bestaat dat de openbaarheid zich voortaan afspeelt in een volstrekte duisternis - een contradictie die zich alsnog wil manifesteren en die uiteraard het gesjoemel tot hoogste wet verheft - ervoor zorgen dat de diefstal het middel bij uitstek wordt waarmee men gelooft mét zijn ego zichzelf of zijn ziel te kunnen vrijwaren.
De wegbereider voor die perversie welke maakt dat de openbaarheid van geen tel meer kan zijn, is vanzelfsprekend degene die verantwoordelijk is voor de teleurgang van de schaamte en de schande en uiteraard handelt die verantwoordelijke onverantwoordelijk omdat hij niet langer een persoon is: hij vertegenwoordigt een massa, onderhevig aan ongeordende driften.
Schaamte ontstaat bij het openbaar worden van een misdaad maar dan wel op voorwaarde dat degenen die de misdadiger te kijk stellen, zich moreel van hem onderscheiden. Waar het publiek van de openbaarheid uit criminelen bestaat, kan niet langer van schaamte en schande sprake zijn; de misdaad wordt niet als zodanig onderkend omdat de massa zichzelf niet zal veroordelen en zo weergalmt het historische “Barabbas vrij!”
De huidige Amerikaanse politiek is een immer voorspelbaar geweeste consequentie van het kapitalisme dat een maatschappij heeft gegrondvest van burgers wiens individualiteit steunt op de heiliging van het privaatbezit. De verafgoding van het geld of de dienstbaarheid aan de mammon is onverenigbaar met het onder meer in het christendom gegronde broederschap dat een samenleving moet schragen die om die reden van bij het prilste begin veroordeeld was tot hypocrisie of tot ongeloofwaardigheid. Zoals elders al aangestipt, bestaat de politiek van extreemrechts erin, deze hypocrisie aan het licht te brengen, niet om ze te bestrijden maar om de daardoor verborgen misdaden voortaan ongestraft te kunnen bedrijven. Zij kunnen immers niet veroordeeld worden door een publiek dat zelf bloed aan de handen heeft, wat betekent dat het licht van de openbaarheid niet meer bestaat. En de gevolgen van de zich aldus manifesterende nieuwe realiteit zijn niet te overzien.
(J.B., 5 januari 2025)
|