Wil je ons iets zeggen dat niet op deze blog moet verschijnen? Mail ons hier.
Mag iedereen het lezen, klik dan op op het gele 'Uw positieve/negatieve reactie hier' onderaan de tekst.
Evangelie: Matteüs 4, 1-11 - 'Jezus, bekoord in de woestijn'
Goede vrienden,
Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd nodigen de lezingen ons uit om dieper na te denken over wie God voor ons is en over hoe wij ons als gelovigen tot Hem mogen verhouden.
De heilige schrift zegt het bij herhaling… “Niemand heeft God ooit gezien” klinkt het in het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie en in de eerste brief aan Timoteüs zegt Paulus: “Geen mens heeft God gezien of is in staat om Hem te zien”.
Hoe kunnen wij ons dan - als nuchtere mensen - toch een beeld vormen van God?
Sinds de vroegste tijden hebben mensen van alle gezindheden getracht om op deze vraag antwoorden te geven. Zij deden dit, uitgaande van de eigen ervarings- en belevingswereld, aan de hand van mythische oerverhalen, geen verzinsels, maar diep-symbolische vertellingen.
Zo mogen wij de eerste lezing van vandaag begrijpen. En wat leert deze lezing ons…
Wij mensen zijn schepselen. Wij hebben het leven niet aan onszelf te danken; wij hebben het - in al zijn rijkdom - ontvangen van onze Schepper.
Maar… wij mensen zijn ook vrije wezens. En wat betekent die vrijheid ten diepste? Wij hebben kennis gekregen van goed en kwaad en - als de verleiding zich aandient - zijn wij vrij in onze keuze voor het ene of het andere. Dit is onze menselijke conditie. Zo staan we naakt tegenover onze God.
En dan is er het evangelie. Ook daar horen we een sterk symbolisch geladen verhaal en is er sprake van verleiding, waarbij de drie bekoringen waarmee Jezus te kampen krijgt, raken aan de kern van ons menszijn.
Er is de bekoring om het leven enkel te richten op het “brood”, om de materiële welstand te vergoddelijken.
Er is de bekoring om God te herleiden tot een instrument ten dienste van onze eigen verlangens, om de eigen verlangens, ons eigenbelang, te vergoddelijken.
En er is de bekoring om macht uit te oefenen over anderen, om macht te vergoddelijken.
Materiële welstand, eigenbelang, macht… dit zijn geen verleidingen die ons vreemd in de oren klinken; het zijn bekoringen die wij bijna dagelijks ervaren.
De vastentijd plaatst ons zo in dezelfde woestijn waarin Jezus zich bevond. Niet om ons te ontmoedigen, maar om ons te zuiveren.
En Jezus geeft ons drie duidelijke aanwijzingen… Hij zegt… - niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God; - en nog… gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen; - tenslotte… de Heer uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
Laten wij in de komende dagen en weken, telkens als wij gevraagd worden om keuzes te maken, deze drie leefregels van Jezus ter harte nemen en ons zo daadwerkelijk oefenen in de dienstbaarheid aan God en aan de mensen waartoe deze vastentijd ons oproept.
Evangelie: Matteüs 5, 17-37 - 'Uw ja moet ja zijn, uw neen, nee'
De lezingen in onze vieringen zijn niet altijd licht verteerbare kost. Ook vandaag zullen er mensen zijn die zich afvragen: “Wat kan ik hier mee aanvangen?”
We weten waarom die teksten soms zo lastig zijn. We hoorden vandaag een mengeling van uitspraken, herinneringen, flarden van wat die eerste christenen over Jezus vertelden. Jarenlang gingen die verhalen van mond tot mond, op vele plaatsen, en die herinneringen gingen terug op verschillende momenten in het leven van Jezus, kregen andere accenten, veranderden, werden aangevuld of verbeterd. En vandaag horen we het resultaat van die jarenlange mondelinge overlevering: uitspraken van en over Jezus die leerlingen van Jezus zo goed mogelijk in een min of meer samenhangend geheel hebben uitgeschreven.
Als we de schrift lezen, zijn we parelvissers. Die duiken in een diepte waarin vanalles te vinden is, waarin ze kunnen verdwalen, waarin hindernissen opduiken die vlot zwemmen lastig maken. Maar het is genoeg om één parel te vinden, één uitspraak van Jezus die ons op weg zet om het evangelie beter te begrijpen, en dat lastige teksten in een ander licht kan plaatsen.
Wat Jezus zegt over de verzoening met mijn broeder is zo’n parel. Die parels in het evangelie zijn dikwijls familie van elkaar. Elders lees ik: ik heb liever barmhartigheid dan offers. Deze zinnetjes wijzen in dezelfde richting als het antwoord van Jezus op de vraag wat het grootste gebod is. Hij geeft een verrassend antwoord, want hij noemt er twee. God beminnen, en uw naaste beminnen als uzelf. En die twee zijn aan elkaar gelijk. Dat, zegt Jezus ook vandaag, is de kern van de wet, waaraan geen komma mag veranderd worden.
Waar komt het in het evangelie op aan? Op veel bidden, op vasten, op offers van welke slag dan ook? Op leven geven aan elkaar, zoals ik zelf wil leven. En dat vraagt barmhartigheid voor de mens naast mij, ook in zijn diepste nood, ook als hij alle krediet verspeeld zou hebben en zwaar in de fout zou zijn gegaan. Ja, zoals die man uit Nazareth zich ontfermde over uitschot in de samenleving en de voeten waste van zijn leerlingen, die hem zouden verraden. Over leven geven gaan die zinnetjes over het uitschelden van je zuster en broeder.
De wet zegt: gij zult niet doden. Daar verandert Jezus geen letter aan. Maar hij gaat verder dan de letter van de wet. Wij kunnen iemand geestelijk doden, wij kunnen door ons gedrag, door onze woorden, door onze onverzoenlijkheid, door ons veroordelen, door onze boosheid het leven van anderen onleefbaar maken, zodat zij ‘geen leven hebben’.
Welke richting willen wij uitgaan, vraagt het evangelie. De weg van het conflict, de strijd, de weg die desnoods over lijken gaat? Als wij hier rond dit altaar samenkomen, betekent dat dat we kiezen voor de weg van de verzoening, ondanks alles. Het betekent dat wij in de richting van Jezus willen gaan, die liever barmhartigheid wil dan offers.
Zout heeft misschien een minder aantrekkelijke bijklank gekregen in vergelijking met vroeger. Er wordt vaak gewaarschuwd dat we niet te kwistig met zout mogen zijn. Bepaalde mensen krijgen zelfs door de dokters een zoutloos dieet voorgeschreven. Sommige mensen vinden dat Jeroen Meeus iets teveel zout gebruikt.
En dan krijgen we vandaag in het evangelie te horen dat wij het zout der aarde zijn. Om deze woorden te begrijpen moeten we toch een beetje teruggaan in de tijd. Toen Jezus leefde was zout inderdaad een kostbaar goed. Nu hebben wij een heel kruidenrek vol waaruit we kunnen kiezen. Toen was zout het enige smaakmiddel dat men had. Het werd gebruikt om voedingswaren langere tijd te bewaren. Diepvriezers kenden ze toen niet.
Zout stond daarom ook voor duurzaamheid, bezit en rijkdom. Wij kennen nog de uitdrukking: iets is peperduur. Peper was indertijd kostbaar en zout eigenlijk ook. In het oude Rome kregen soldaten een deel van hun beloning in zout, in het Latijn is dat “sal”, ons woord salaris is daarvan afgeleid.
Jezus zegt niet alleen dat wij het zout der aarde zijn. We zijn ook het licht van de wereld. En dat begrijpen we al beter. Licht is onontbeerlijk voor ons mensen. We ondervinden het als de elektriciteit uitvalt en we in het donker onze weg moeten zoeken. Zelfs in onze eigen woning.
En hoe onzeker voelen we ons als we op een winterdag dag ons moeten verplaatsen in dichte mist?
We snakken dan naar een sprietje licht. Als het dan nog begint te ijzelen is het nog veel erger. Er wat hebben we dan nodig om de wegen berijdbaar te maken? Inderdaad: zout.
In het evangelie staat nog een merkwaardig zinnetje: “Als het zout zijn kracht verliest, waar moet je dan mee zouten?”. Als het zijn kracht verliest, is het inderdaad waardeloos. Het kan niet meer gebruikt worden dient nergens meer voor. Leerlingen van Jezus worden opgeroepen om krachtig zout te zijn, want dit kan het verschil maken. Die boodschap is dus ook aan ons gericht.
Wij bevinden ons eigenlijk ook in een situatie die we min of meer kunnen vergelijken met die eerste leerlingen. Ze waren niet met zovelen, ze vormden een kleine groep, een minderheid. We kunnen ons vandaag, daar wel in herkennen. Het gaat niet over de hoeveelheid, het aantal, het gaat om de kracht te blijven behouden.
Voor licht geldt eigenlijk hetzelfde. Als je in het duister zit, is vaak één klein lampje voldoende. Eén kleine kaars kan het verschil maken. Het verschil waaraan men leerlingen van Jezus kan herkennen. Ze hoeven geen spectaculaire prestaties te leveren, of wereldschokkende dingen te doen. Ze moeten niet in de krant komen met een wereldrecord. Ze moeten alleen aan het leven een snuifje zout toevoegen of in een donkere wereld een sprankje licht brengen.
En hoe moeten ze dat doen? Daarvoor moeten we terug naar de eerste lezing, bij Jesaja. Je brood delen met wie honger heeft of dakloze zwervers opnemen in je huis, en je ook niet onttrekken aan de zorg van je broeder. We weten het eindelijk allemaal, het is zo simpel als een snuifje zout, zo klaar en helder als een streepje licht.
Het gebeurt niet dikwijls dat een eerste lezing hier in de kerk zo eenvoudig, zo duidelijk is. En tja… wij zijn als gelovigen een minderheid geworden. Daarom juist moeten we zorgen dat het zout in ons zijn kracht niet verliest. We moeten blijven durven opkomen voor onze idealen. Moeten blijven geloven en bouwen aan een betere wereld, aan de toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.
We moeten voor onze overtuiging durven uitkomen. We moeten er geen genoegen mee nemen dat we knus, in onze eigen kring veilig blijven. Want het is gemakkelijk en verleidelijk om mee te praten met criticasters en tafelspringers die het allemaal beter weten of zuchten dat er toch niets aan te doen is.
We leven vandaag in een onzekere tijd en er wordt bezorgd uitgekeken naar de toekomst, in een wereld beheerst door machtige leiders met dictatoriale neigingen. Ondertussen blijven we in de sociale media overspoeld met ongenuanceerde of haatdragende commentaren.
Te midden van dat alles blijft de boodschap van Jezus ons aanspreken, ons aanzetten om tegenwicht te bieden. Elke dag opnieuw.. Licht da schijnt. Zout dat smaakt.
Evangelie: Matteüs 4, 12-23 - 'Vervulling van de profetie van Jesaja'
Het is vandaag de slotdag van de Week voor de eenheid der christenen, de oecumenische week. In het evangelie horen we Jezus vragen: “Kom volg mij!” En tenslotte wordt onze aandacht ook gevraagd voor de Damiaanactie.
Wat die Week van de eenheid betreft, las ik dat Vladimir Poetin lid is van de Russisch-orthodoxe kerk en daar op de belangrijkste feestdagen de diensten bijwoont. Donald Trump werd als presbyteriaan opgevoed, maar beschouwt zichzelf nu als een niet-confessionele christen. Luister niet naar hun woorden en kijk niet naar hun daden. Gelukkig zijn er in de wereld héél véél christenen die zich aan hun voorbeeld niet spiegelen.
Wat het evangelie betreft, was mij nog nooit eerder opgevallen dat Jezus niet begon de buurt van Jeruzalem, maar in Galilea, in het noorden van het land, in het gebied van Zebulon en Naftali, bij het meer in Kafarnaüm. Eigenlijk is dat gewoon het gebied waar Hij heel zijn leven al gewoond had. Want ook Nazareth ligt daar, in het zuiden van Zebulon. De kortste weg van Nazareth naar het meer van Galilea, naar Tiberias bijvoorbeeld, is ongeveer 20 km. Halfweg passeer je dan de berg Tabor.
Vandaag trekt Jezus naar Kafarnaüm. Dat ligt ongeveer 15 km verder, aan hetzelfde meer, wat meer naar het noorden, in Naftali. Allemaal afstanden die voor een Jongeman te voet wel doenbaar zijn.
Daar aan het meer van Galilea spreekt Jezus een paar vissers aan, die juist hun netten uitwierpen, en daarna twee andere die hun netten aan het schoonmaken zijn. Hij vraagt om Hem te volgen. En die vissers laten alles in de steek en volgden Hem. Misschien omdat Simon-Petrus en Andreas, en daarna Johannes en Jacobus, wel van wat meer uitdaging hielden dan de sleur van het vissen of netten schoonmaken.
Was het wel zo eenvoudig, of hebben ze er naderhand spijt over gehad? Hebben wij wel eens spijt gehad over eerdere keuzes? Feit is dat mensen kunnen openbloeien als ze worden aangesproken om te doen waarin ze goed zijn, waarin hun capaciteiten gewaardeerd worden. Kijk naar de vele vrijwilligers in onze parochie en elders. Ook zij zijn gewoon ingegaan op een vraag om te komen helpen. Ieder naar zijn of haar mogelijkheden.
Wat de Damiaanactie betreft, die onze aandacht vraagt voor mensen met tuberculose, lepra en andere ziektes die vooral de kwetsbaarste bevolkingsgroepen treffen. Als er één man is die destijds volmondig "ja" antwoordde op de vraag van Jezus "Kom en volg mij", dan was het Pater Damiaan zelf.
Zo is de viering van vandaag ook voor ons een vraag, een uitnodiging om in beweging te komen. Dat hoeft niet aan de andere kant van de wereld te zijn. Het kan ook dichtbij huis, hier in ons eigen Zebulon en Naftali, ons eigen Nazareth hier op Linkeroever, bij de Schelde en het Galgenweel. Misschien om hetzelfde te doen wat we al bezig waren, maar dan op een andere manier. Met wat meer aandacht voor zij die het nodig hebben: de kleinen en de kwetsbaren onder ons.
een ander mens vertellen hoe dat visioen van Christus je gegrepen heeft
Je uitgedaagd heeft om een waarachtig mens te worden.?
Welke taal kan verklanken wat er na jaren nog in je leeft?
Met Kerstmis componeerden Lucas en Mattheus een Midrasj, een historiserend verhaal van een Godsverschijning waarvoor nergens anders plaats was dan in een voederbak.
Of zoals zovelen in Gaza en de Westbank, op de vlucht terwijl stampende laarzen kinderen het meest noodzakelijke ontzeggen..
Zojuist lazen we enkele verzen uit het eerste hoofdstuk dat een zekere auteur Johannes neerschreef rond 98 na Christus, waarschijnlijk in de diaspora van Efeze.
Hij begon zijn werkstuk, zinspelend op de eerste woorden van de gans bijbel.
“In den beginne was er Chaos en de Here sprak: er weze licht.“
Chaos, in het hebreeuw “Tohu wabohu’. De ellende tussen mensen, het chaotische binnen relaties, de rotzooi die mensen elkaar aandoen.
Steeds opnieuw hebben mensen die diepe schreeuw naar licht, mededogen en gerechtigheid herkent, ervaren als een goddelijke hunker.
En die diepe schreeuw hebben wij mogen ontdekken in die man van Nazareth.
Johannes start zijn werkstuk met een grote ouverture die tot op heden ons nog sterk aanspreekt.
“In den beginne was het Woord, weerklank van God.
Dat Woord, (er staat daber, levenskracht,)
dat woord is vlees geworden, geïncarneerd,
werd echte humaniteit, leven voor mensen’ ( v. 1-2)
Grandioos hoe Johannes dat verdicht in die proloog.
‘Het was in Bethanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte’ hebben we zojuist gelezen. Bethanië betekent ‘Huis der armen’. Precies daar wil Jezus present zijn, en niet in het centrum van de macht of de tempel.
Ver weg van de potentie van Jeruzalem laat Johannes Jezus naar de Jordaankloof gaan, daar waar het zoete water van het Hermon gebergte aan een wadi,
het zoute water van de Dode zee ontmoet.
De Heer duikt onder tussen bitter en zoet.
En Jezus schuifelt mee met de troosteloze hoop mensen die hunkeren naar verzoening, naar levenskansen. Hij schuift aan midden soldaten, tollenaars, kooplieden, daklozen die hunkeren om terug op te staan.
Ondergedompeld door Johannes de Doper stijgt Jezus op onder de Geestkracht van Gods Levensadem. Een visioen voor een andere wereld van gerechtigheid.
Twee jonge mensen gaan Jezus achterna…
Twee jonge volgelingen van Johannes gingen Jezus achterna.
Jezus draaide zich om, en toen Hij zag dat ze Hem volgden, zei Hij:
‘Wat verlangen jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden zij tegen Hem (dat is in onze taal ‘meester’),
‘waar verblijft U?’ 39
Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’
Ze gingen met Hem.. en ze bleven die dag bij Hem.
Opmerkelijk hoe Jezus peilt naar hun diepste verlangen. Waar het echt om gaat.
Een man zegt tegen zijn vrouw: ’maar wat heb je toch? Je beschikt over je eigen wagen, we hebben een tweede verblijf, je kunt kopen wat je wil. Wat wil je meer?’
En de vrouw antwoordt: ‘ja, ik heb inderdaad een eigen wagen, ons tweede verblijf en kan kopen wat ik wil, maar wat jij noch nooit gevraagd heb dat is “wat verlang jij?”
Verlangen is iets anders dan goesting hebben.
In beuling met appelspijs kan ik geweldig goesting hebben, maar het heeft niets te maken met een diepste verlangen.
En zo tekent Johannes al in het eerste hoofdstuk hoe die Man van Nazareth die schreeuw tegen chaos, die hunker naar licht en leven, transparant maakt.
Hij verkondigt geen leer. Stelt geen dogma’s, beschuldigt of verwijt niet;
Er klinkt alleen een vraag: ‘wat wilt gij dat ik voor u doe? Wat verlangt gij?
En zo starten wij dit jaar met deze evangelische uitnodiging om ook eens stil te staan bij die vraag naar onszelf: “wat verlang ik eigenlijk in mijn leven, in mijn relatie, ook voor mijzelf”.
En tevens die open houding naar geliefden en mensen om je heen:
die omkerende beweging van Jezus en de vraag: “wat wil jij dat ik voor je doe”.
Om onze viering niet te laten uitlopen, zal ik de homilie beperken tot enkele korte overwegingen…
Vandaag vieren wij de Doop van de Heer. Jezus laat zich dopen in de Jordaan en treedt uit de verborgenheid van Nazaret. Hij gaat daarbij nederig in de rij staan tussen de mensen die verlangen naar bekering, genezing en nieuw leven. Zo wordt duidelijk… Jezus komt niet om te heersen, maar om te dienen.
Hij openbaart zich als de Dienaar van de Heer waarvan Jesaja spreekt: een zachte en tegelijk krachtige figuur die “het geknakte riet niet zal breken, de kwijnende vlaspit niet doven.”
Matteüs beschrijft het doopgebeuren met sterke symbolische taal.
Hij heeft het over “De hemel die openging.” daarbij duidend op Gods’ nabijheid. De afstand tussen God en wij mensen wordt gedicht.
Over “De Geest die neerdaalde als een duif”, waarbij de duif verwijst naar Gods’ scheppende kracht,… naar een nieuw begin,… naar vrede.
Tenslotte spreekt Matteüs over “Een stem die sprak uit de hemel: Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”
Hiermee wordt krachtig beklemtoond: zo wil God zelf aanwezig zijn onder de mensen! Niet overheersend, niet verpletterend, maar dragend, genezend, hoopgevend, niet om te oordelen, maar om recht te doen, vooral aan wie kwetsbaar zijn.
En wat betekenen deze lezingen voor ons concreet leven als Christen vandaag?
Wel, wat bij Jezus begon, krijgt in ons doopsel een vervolg.
Ook wij allen zijn geroepen om, in kwetsbaarheid, liefdevol dienaar te zijn voor anderen, zonder hen te breken, zonder hun dromen en hoop in de kiem te smoren.
En als wij zo leven - vanuit ons doopsel - mogen wij hopen en geloven dat God ook ons nabij is en wij mensen zijn naar zijn hart.
Om een wegwijzer te volgen, moet je hem zien staan. En om hem te zien, moet je wel goed wakker zijn. In een oude Franse kathedraal kan je een beeld zien van de drie koningen, die rustig liggen te slapen. Een engel maakt voorzichtig een koning wakker, en wijst naar de ster.
Dan zijn ze op weg gegaan.
In de eerste lezing hebben we gehoord dat Arthur liever kinderen in nood wilde helpen, in plaats van een reserve voetbal te kopen. Arthur was wakker genoeg om de ster van Jezus te zien. En hij volgde ze. De ster van Jezus volgen wil zeggen: de weg van het evangelie volgen. Wie volgt de weg van het evangelie? Mensen met open ogen om te zien wat andere mensen nodig hebben. Die helpen waar ze kunnen. Die vrede proberen te brengen, die vergiffenis willen geven, die delen als ze overvloed hebben.
Zoals de drie wijze koningen hebben ook wij sterren die de weg van Jezus wijzen. Ouders die jullie helpen om volwassenen te worden met een groot hart. Vrienden die niet aan hun eigen plezier denken maar andere mensen willen helpen. Leerkrachten die een voorbeeld zijn van fijne mensen. De bijeenkomsten van de Wegwijzers, die helpen om leerlingen van Jezus te worden.
Dat evangelie is er niet alleen voor de kinderen hier, maar ook voor ons, grote mensen in de kerk. Het roept ons op om wakker te worden, en om te zien wat het evangelie van ons vraagt. En als wij dan stap voor stap de ster in ons leven volgen, kunnen we voor deze jonge mensen zelf een ster zijn.
Wij zullen hen dan kunnen vertellen dat die weg van Jezus niet altijd een gemakkelijke weg is. De weg van Jezus volgen kan betekenen, dat we andere wegen moeten verlaten. Dat we tegen de stroom van onze samenleving, van onze buurt, misschien zelfs van onze familie moeten ingaan.
Ook de drie wijzen gingen niet terug naar Jeruzalem, de stad van de macht die alleen aan zichzelf denkt en die desnoods over lijken gaat.
Maar ik hoop dat we ook aan die jeugd hier kunnen vertellen dat de weg van het evangelie ons blij kan maken. Zo was het ook met de drie wijzen: “Dat ze de ster opnieuw zagen, maakte hen ongelooflijk blij.” Ik hoop en wens dat we mogen ondervinden, dat het evangelie een boodschap is die mensen blij maakt.
Hebben jullie ook dat goede nieuws gehoord gisteren? Wel, de centrale treinstations in steden zoals Antwerpen, Brussel en Luik, blijven gans de nacht open in deze koude periode rond het vriespunt
En in de nieuwsbrief die we gisteren kregen laat Marc ons weten, hoeveel eerlijke mensen, zorgzame mensen, geduldige mensen, helpende mensen en vriendelijke mensen we nog tegenkomen.
Dit goeie nieuws past helemaal bij de lezingen vandaag. Want op deze eerste zondag na Kerstmis horen we hoe dat jonge gezin, Maria, Jozef en hun kindje Jezus; al bangelijk op de vlucht is. Het was Jozef die ’n Engel in zijn droom beantwoordde; met zijn verantwoordelijkheid om zijn gezin te beschermen, en met hen te vluchten. Jozef, zonder te twijfelen, zonder te weten waar uit te komen.
Vandaag kennen veel gezinnen onveiligheid: door oorlog, armoede, ziekte, familiale spanningen en nog zoveel meer. Velen zijn letterlijk of figuurlijk op de vlucht voor geweld, voor prestatiedruk, voor verwachtingen die te zwaar wegen.
En misschien vragen we ons af: Waar blijft God in al die moeilijke omstandigheden? Hij is er! Hij zendt zijn Engel om Jozef de weg te wijzen naar de redding. En Maria? Zij had al eens ‘n Engel op bezoek gehad. Zij leerde aanvaarden, en ze gaat mee. Zij bewaart in haar hart wat ze niet begrijpt en ze blijft trouw.
Voor vele ouders heel herkenbaar! We kunnen niet alles voorzien, controleren en begrijpen. Er blijft soms maar één weg over; proberen samenblijven, liefhebben en aanvaarden wat we nog niet begrijpen.
Jezus’ prille leven begint als een vluchteling. En dat stelt ons de vraag of wij Hem herkennen in al die gezinnen die aankloppen aan onze grenzen. Mensen die hun thuis verloren hebben, die geen weg meer weten, die geen toekomst meer zien. Voelen wij mededogen en gastvrijheid of houden we onze handen af door onze vooroordelen?
Mededogen en gastvrijheid vinden we alvast bij: - Kind en Gezin! Waar gezorgd wordt voor zovele nieuwkomers van alle ras en stand. - Bij de Leerkrachten op school die zich dagdagelijks inzetten om nieuwkomers gerust te stellen, extra aandacht te geven… - Bij de vrijwilligers die daklozen hier op L.O. wekelijks samenbrengen en ’n hart onder de riem steekt… -Bij de maatschappelijk werker die nu langs de daklozen gaan in de stations… -Bij het Asielcentrum waar zovele vrijwillige medewerkers ondersteunen wat moet gedaan… -En bij velen van ons hier…
Jezus’ leven begint ook als een zwak en volledig afhankelijk kind. Zo vierden we Gods menswording als een kind dat bescherming nodig heeft.
Midden de wereld, van macht en succes en alles graag onder controle hebben, leert dat kwetsbare pasgeboren kind Jezus ons dat de echte kracht te vinden is in relaties, alle soorten! En ‘n kind zoekt en vindt toch op de 1ste plaats bescherming bij Mama of Papa, bij zus of broer,… kortom thuis! Dààr waar hij zich thuis voelt. Dat gebeurt elke dag in alle soorten van gezinsrelaties! Of het nu gaat om een éénouderrelatie, ’n vrouwenrelatie, ’n mannenrelatie, het kind zoekt zijn Mama of Papa, zoekt z’n broer of zus om zich veilig te voelen…
Deze dag van de H. Familie spoort ons aan om: elk gezin te kunnen zien als een roeping, een weg van inzet, van groei, van aanvaarding,,… waar ruimte is voor kwetsbaarheid, waarin God, ook mens kan worden, over culturele verschillen heen in die ene grote mensenfamilie.
Jezus geboren in een stal, en zoals zovelen op de vlucht; op zoek naar een plek waar mensen goddelijk zijn voor elkaar.
Wie het evangelie van daarjuist goed beluisterd heeft met die verplichte deportatie omwille van belastingcontrole en ook de onherbergzaamheid, beseft dat Kerstmis weinig te maken heeft met romantiek.
Ik herinner mij een kerstnacht op de Paardenmarkt in de st. Antoniuskerk.
Ik zal het nooit vergeten. De beelden van de kerststal, die nu hier staan in ons midden, stonden toen romantisch opgesteld, sfeervol.
Het koor deed meer dan zijn best om een volle kerk aan het zingen te krijgen en ik wilde beginnen met mijn kerstpreek.
Ineens een krijsende stem, een roepend wat beschonken jonge vrouw, komt tierend door het middenpad. “Allemaal schijnheiligen, allemaal zever, ge weet er just niks van. Wat wette gij van ’t leven?”.
Een paar heren stonden bijna klaar om haar manu militari naar buiten te sleuren. Ik kon ze nog juist weerhouden.
Toen ze wat uitgeraasd was hoorde ik mijzelf zeggen ”Misschien hebt gij wel gelijk. Daarom zijn we precies hier”.
Een catechiste kwam bij haar staan en begon zachtjes op haar in te praten en in een oorverdovende stilte gingen ze samen, door het middenpad naar buiten. Na de viering en de glühwein zaten ze nog samen op de kerkdrempel op de paardenmarkt.
Ik vervolgde mijn preek maar wat was hij banaal.
Maanden later vroeg een stamgast van café Den Beer op het St. Jansplein of ik gene doop wilde doen van ’n kind in ’t café.
De bazin van Den Beer had een jonge vrouw, door haar vriend buitengegooid toen ze zwanger werd en in de straatprostitutie gesukkeld, in huis binnengehaald. Kon niet langer aanzien dat een hoogzwangere vrouw, onbeschermd, samen met haar hondje, op de banken van St. Jansplein verbleef. Dat kleine murmel van een straathond was de enige geweest die nabij was gebleven.
Daar, in De Beer was de kleine Elvis geboren.
Ik had nog nooit in een café nen doop voorbereid met een vijftal stamgasten die hangend aan de toog onze gesprekken volgden.
“Pastoor ge gaat dat jong toch wel dopen zeker zonder zwans”.
Ik vroeg aan Eveline, de mama, precies de vrouw die ooit gillend de kerstnacht in St. Antonius een diepere betekenis had gegeven,
waarom ze haar kind wilde laten dopen.
Ze keek me voor de eerste keer echt maar ook verbaasd aan:
“Waarom, omdat God mijn kind toch niet in de steek laat, deju”.
Samen met de vijf stamgasten en de bazin als meter,
en in aanwezigheid van de hond die enige die nabij was gebleven,
hebben we de kleine Elvis ondergedompeld in naam van degene die uitroept; “Ik zal er zijn, wat er ook gebeurt, ik zal er zijn voor jou’.
Daarstraks lazen we in het evangelie: ”Dit zal voor jullie een teken, een uitdaging zijn. Een kind in doeken gewikkeld in een voederbak”
Dat is dat geweldige van Kerstmis. Mensen zijn zo waardevol dat God midden hun leven aanwezig wil zijn, hoe onwaardig dat leven soms ook is. Wie dat snapt begint te stralen. "De herders werden omstraald met de glorie des heren" zo klonk het daar¬juist.
Met de geboorte van een kind komt iets wat boven je macht uitgaat, je leven binnen. Het geeft je een totaal nieuw perspectief.
Precies daar, in die kreet, wil God aanwezig zijn.
'Kijk, dat is het teken' roepen de engelen.
De hunker om het naakte bestaan, de kwetsbaarheid van mensen,
te beschutten met spontane en creatieve warmte.
Dat geeft engelengezang: liederen van ons eigen, ongekend geheim.
Op deze kerstdag strekken Godsvingers zich voorzichtig uit om jou en mij, niet grijpend, aan te raken met zijn weerloze aanwezigheid.
Hij raakt mij aan en kijkt met grote kinderogen.
Ga terug naar de essentie van het leven.
Wordt mens ten volle. Er is nog zoveel te doen.
Er is nog zoveel aan te raken, zoveel lief te hebben, zoveel te vergeven,
nog zoveel vrede te brengen.
Dat is de ziel van ons bestaan.
Dat is ‘de vrede voor alle mensen die Hij zo liefheeft.’
Hou dus die kerstglimlach vast, geef die maar door.
We hebben bijna een innige adventsperiode achter de rug! Een sterke liturgische tijd in het jaar van de Hoop.
De donkere weken waarin we op zoek zijn gegaan naar het ware licht, een licht dat in ons hart leeft en oproept tot solidariteit met de mensen uit onze samenleving die het vandaag heel moeilijk hebben. We zijn de weken voorbij met Halloween, Allerheiligen, Sinterklaas en nu de glemmer en glitter die ons de ogen uitsteekt. Mensen vol pakjes in de winkelstraten met winkeletalages die ons doen kopen om mee te zijn met de mode: alles voor Christmas!?
Wat een contrast met de uitnodiging om eerder naar binnen te gaan, rustig te zoeken naar wat levengevend is en oproept om solidair te zijn. Ondertussen hoorden wij de schriftlezingen, soms moeilijk te verstaan, woorden die moeten onthuld worden als ‘God spreekt’, ‘de Heer geeft een teken’, ‘God beveelt’, ‘in een droom gewaarschuwd’, ‘de engel brengt een boodschap’… Hoe moeten wij deze woorden vandaag verstaan?
Het zijn uitingen van geloof, van iets wat niet verstaan wordt, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden, maar van iets dat wel voor ‘waar’ wordt aangenomen. Mensen geloven iets en leggen dit op een bijzondere manier uit, met soms vreemde woorden of vreemde gedragingen. Het ‘vreemde’ wil het bijzondere van de situatie onderlijnen.
Dat Jezus God-met-ons is, dat Jezus de mens geworden God is, daar kunnen we met ons verstand niet bij, maar we geloven het, gelovigen vinden het ‘waar’, meer dan iets anders. Zozeer zelfs dat het ons leven verandert, dat we anders naar de geschiedenis, anders naar de mens kijken. Ook Jozef verstond het niet, natuurlijk. Hij was een fatsoenlijk man, rechtschapen. Hij had een respectabel beroep en had een serieuze relatie met Maria. En dan overkomt hen beiden iets ongelooflijks. Ze begrijpen het niet. Maar door ‘een droom’ en een ‘engel’ dringt de boodschap door.
De God waar ze naar opkijken, de God van hun ouders, de God van hun jeugd wil ‘mens’ worden. Wil solidair worden met de mens. Wil het leven van de mens delen, helemaal, ook het lijden, ook de dood. En, het is nog niet afgelopen, zij beiden zijn in dat plan meewerkend voorwerp. Vrees niet Jozef, het komt allemaal goed. Het maakt deel Van Gods plan. En Jozef wordt wakker en handelt.
Een bruggetje maken naar Welzijnszorg is nu niet meer zo moeilijk.
Het Rijk Gods, een leven waar iedereen meetelt, waar vrede en harmonie heerst, waar gastvrijheid en solidariteit de bovenhand halen is mogelijk. God wil niet anders dan het geluk van allen. Omdat het niet zo best lukt wordt God mens, Hij komt zelf naar ons toe, Hij wordt God-met-ons en komt het ons voordoen en voor leven. En zoals Jozef en Maria heeft Hij ons daarvoor nodig. Ik zou zeggen: “Word wakker en handel! Wees niet bang en doe, God is met u.”
Zou jij voor mensen in armoede dat teken kunnen zijn? Een teken dat beterschap mogelijk is. De projecten die we steunen met Welzijnszorg, de inzet van vele vrijwilligers, zijn stuk voor stuk teken dat solidariteit niet dood is. Dat hoop niet weg gedrukt wordt. Doe wel en zie niet om, en zo kan het waarachtig Kerstmis worden.
Hoop op een teken want wij kunnen wél kiezen aan welke kant we staan we zullen niets verliezen als we er echt voor gaan!
Binnenkort vieren wij weer Kerstmis en het begin van het nieuwe jaar. Zoals vele anderen komen wij dan samen met de hele familie. We zijn met een kleine twintig mensen en om het een beetje gezellig te maken spreken wij af dat iedereen een geschenkje van iemand anders krijgt. Ik hoor trouwens dat zoiets in andere families ook gebeurt.
Dus, er moet geloot worden, er worden namen getrokken en dan is het de bedoeling dat iedereen een lijstje met wensen maakt, zodat er geen nutteloze of overbodige cadeaus worden gekocht. Dat samenstellen van een verlanglijst is een eerste keuze die we moeten maken. En dan moet degene die het geschenk moet geven ook een keuze maken uit die lijst.
De bedoeling is dat er wat meer sfeer komt, dat de band tussen de familieleden nog wat hechter wordt en dat iedereen dus met iets fijn en nuttig naar huis gaat. De kleinkinderen die recent in een appartement of een huis zijn gaan wonen hebben nog heel wat spullen die ze misschien nodig hebben. En de studenten kunnen voor hun studies natuurlijk ook nog heel wat gebruiken. Er worden dus vooral nuttige en bruikbare geschenken gegeven.
Maar hoe dan ook, er moeten keuzes gemaakt worden. Geen allesbepalende of levensbelangrijke keuzes natuurlijk. Maar dan begon ik aan de voorbereiding van deze homilie en keek ik naar de teksten uit de campagne van Welzijnszorg. De slogan dit jaar is bekend: wie arm is moet keuzes maken. Maar die keuzes zijn van een heel andere orde.
Daar gaat het over de keuze tussen een nieuwe bril voor je dochter of voor jezelf. Tussen verse groenten of noodzakelijke medicijnen. Tussen het betalen van de achterstallige huur of een dringend bezoek aan de tandarts, met mogelijk de aanschaf van een beugel. Tussen een paar nieuwe schoenen of een overjas. Tussen schoolmateriaal of een boekentas om dat materiaal in op te bergen. Als we dat vergelijken met “onze keuzes” geeft het toch te denken.
En dan hebben we het nog niet over het kiezen van een land of streek voor onze jaarlijkse vakantie. Of over de vraag of we mee gaan sparen voor de buitenlandse reis die de school van onze kinderen traditiegetrouw aanbiedt. Of gewoon over de niet te missen aanbiedingen van nieuwe producten die we elke dag in onze brievenbus of mailbox vinden.
Dan komt dus Welzijnszorg en die slogan. Wie arm is moet keuzes maken. Maar al te vaak zijn het onmogelijke keuzes.
Moeten wij ons nu schuldig voelen omdat wij zo een feestje vieren met de familie en daarbij geschenken uitwisselen? Terwijl een aantal mensen, dicht bij ons in de buurt, zich voor veel fundamentelere keuzes geplaatst ziet en misschien niet meer weet van welk hout pijlen te maken. Kunnen wij er iets aan doen dat bezit en welvaart zo ongelijk verdeeld zijn?
Schuldig hoeven we ons niet te voelen, maar we mogen zeker niet onverschillig zijn. We moeten niet doen alsof die ongelijkheid en die fundamentele problemen rond armoede niet bestaan. En we moeten zeker niet meedoen met de populistische redenering dat het eigenlijk allemaal hun eigen schuld is en dat ze maar harder hadden moeten werken of beter moeten opletten.
Want armoede bestaat en echt niet ver uit onze buurt. Kansarmoede is reëel en gaat vaak over van de ene generatie naar de andere.
Kinderen komen met lege brooddozen naar school en het is echt niet hun eigen verdomde schuld. En dat we onlangs op het nieuws konden horen en zien dat de voedselbanken het weer met heel wat minder moeten stellen verwondert ons niet. Want het past natuurlijk in het algemeen beleid dat iedereen moet besparen.
De lezingen van vandaag hadden het vooral over hoop. Jakobus zegt dat de boer moet hopen op een mooie lente en een deugddoende oogst.
En Matteus kondigt een mooie toekomst aan: blinden kunnen weer zien en doven kunnen weer horen. Ook voor arme mensen is er goed nieuws. Het geluk lacht iedereen toe die vertrouwen heeft. Maar is er reden voor zoveel optimisme? Komt die mooie toekomst zomaar vanzelf? Wat moeten armen met zulke lezingen? En wat moeten wij ermee, vandaag?
De viering van vandaag kreeg als titel “Hoop op solidariteit”. Het is die solidariteit die het goede nieuws dat wordt beloofd misschien mogelijk kan maken.
Al vele jaren doet Welzijnszorg onverdroten inspanningen om die hoop concreet en waar te maken. Met allerlei kleine en grote projecten. Maar die kunnen niet zonder de steun van vele mensen en verenigingen.
We hoeven ons niet schuldig te voelen omdat wij straks Kerstmis in onze kring gaan vieren en daar wat geld aan uitgeven. Maar als zo dadelijk de omhaling komt voor Welzijnszorg kunnen we ons misschien afvragen of een percentage van die uitgave ook zou kunnen gaan naar mensen die voor keuzes geplaatst zijn waar wij ons moeilijk iets bij kunnen voorstellen.
Dan kunnen we er ons niet meer van afmaken met een symbolische of beleefde bijdrage. Dan wordt solidariteit misschien iets waar we niet alleen maar op moeten hopen …
Wegwijzerviering - Viering waar de eerste communicanten, de vormelingen, families met kinderen en iedereen van harte welkom is
Op het schilderij “De heilige familie”, van de Engelse schilder Millais, komt rechts een klein ventje aangelopen met een kommetje water. Hij heeft dat kommetje water vast omdat hij de kleine Johannes is, die later ‘de Doper’ zal genoemd worden: mensen die zich op zijn woord bekeerden doopte hij, als teken dat hun zondig leven ‘afgewassen’ werd.
Hij was een kozijn van Jezus. Hij kende hem dus.
En als hij volwassen was, verkondigde hij dat Jezus weldra zou komen om ons de weg te wijzen naar het Rijk Gods. Daarom moesten de mensen ervoor zorgen dat de weg rechtgetrokken werd, zodat hij geen hindernissen zou tegenkomen. En de weg recht trekken, dat betekent: ga anders leven! We moeten leven zoals burgers van dat Godsrijk. Maar wat is dat, anders gaan leven? Ons bekeren? Leven als burgers van het Rijk Gods?
Nu was Johannes wel ‘ne speciale’. Hij leefde heel sober, at super vegetarisch, en hij had een rare opvatting over modieuze kledij. Je zou dus denken dat hij strenge eisen zou stellen aan de mensen. Maar niets daarvan. Wat hij vraagt is heel simpel.
Probeer gewoon een goede mens te zijn. Help arme mensen. Wees eerlijk. Steel niet. Gebruik geen geweld. Het Rijk Gods komt elke dag wat dichterbij als we eerlijk zijn, barmhartig, vredelievend. Het rijk Gods, dat is als een goede kom soep die we willen delen met anderen. Met eenvoudige en eerlijke ingrediënten kunnen we iets maken dat voedzaam is en gezond, waar andere mensen deugd aan hebben.
Dat is heel simpel. Maar niet altijd gemakkelijk. Jezus was een heel goede, eenvoudige mens. Maar men heeft hem doen bloeden. Het kan moeilijk zijn om goed te zijn voor anderen, zeker als die niet sympathiek zijn of ons gekwetst hebben. Er zijn mensen die goedheid een vorm van zwakheid vinden.
Om trouw te blijven aan de weg van Jezus is soms een groot geloof nodig. En daar hebben we mekaar nodig: een gemeenschap die met elkaar en met iedereen het brood van de naastenliefde wil breken en delen. Samen kunnen we de weg naar het Rijk Gods recht trekken. Samen kunnen we de hoop op gerechtigheid levend houden.
Aan het begin van de Advent klinkt er vandaag meteen een krachtige dubbele oproep: kijk vooruit zegt Jesaja en wees wakker luidt het bij Jezus. Samen vormen ze een kompas dat ons door deze heilige tijd wil leiden.
Jesaja opent met een visioen. Hij ziet de berg van de Heer opgericht boven alle andere bergen, als een lichtpunt dat volkeren aantrekt. Mensen stromen in grote getale toe, niet om oorlog te voeren. Neen, ze zoeken vrede, en ontdekken dat vrede begint bij het luisteren naar God. De wapens die nu verdeeldheid zaaien, worden omgesmeed tot gereedschap voor het leven. Wat een mooi beeld: speren worden snoeimessen, zwaarden veranderen in ploegscharen. Geen dreiging meer, maar vruchtbaarheid. Geen angst, maar toekomst.
Dat visioen is niet zomaar poëzie; het is een richtingaanwijzer. Jesaja zegt eigenlijk: Kijk, dit is hoe God naar onze wereld kijkt. Dit is de toekomst die Hij voor ogen heeft. Laat dat visioen je hart vormen. En daarom eindigt hij met die uitnodiging: “Kom, laten wij wandelen in het licht van de Heer.” Niet wachten tot de wereld ooit beter wordt, maar vandaag al stappen zetten die passen bij Gods droom.
En nadien klinkt het evangelie en de toon verschuift. Jezus spreekt niet over de verre horizon, maar over de onverwachte nabijheid van Gods komst. Hij verwijst daarbij naar de dagen van Noach: mensen aten en dronken, trouwden en leefden hun gewone leven - niets mis mee, op zich. Maar ze waren onoplettend geworden. Ze waren zo bezig met het dagelijkse, dat ze blind waren voor het goddelijke.
Ze waren niet kwaadwillig, maar slaperig. En precies daarom zegt Jezus: Wees waakzaam. Niet omdat we bang moeten zijn, maar omdat we anders zomaar aan de essentie voorbij kunnen leven.
Samen gelezen brengen Jesaja en Jezus ons in een vruchtbare spanning: Jesaja laat ons dromen - Jezus maakt ons wakker. Het visioen van vrede en gerechtigheid kan ons optillen, maar Jezus vraagt dat we niet in die droom blijven hangen. Ook Hij nodigt uit om aan de slag te gaan, aandachtig, met open ogen voor wat God al aan het doen is, hier en nu.
Advent is daarom geen tijd van passief verwachten. Het is geen periode waarin we aftellen tot Kerstmis alsof we wachten tot een trein aankomt. Advent is een oefening in aandacht. In wakker worden. In ons hart laten vormen door Gods toekomst.
En dat begint meestal klein. Want de wapens die omgesmeed moeten worden zijn niet alleen die van naties, maar ook die van ons eigen hart: de scherpe woorden die we soms te snel gebruiken, de harde oordelen die we vellen, onze koppigheid die verzoening in de weg staat.
Jezus zegt: “De Mensenzoon komt op een uur dat je niet verwacht.” Dat klinkt streng, maar het kan ook bemoedigend worden verstaan, in de zin dat God ons komt verrassen. Dat Hij ons tegemoet komt op momenten dat we het niet zien aankomen… in een gesprek, in stilte, in een vraag van iemand die ons nodig heeft. Wie wakker leeft, herkent Hem in die kleine ontmoetingen.
Vrienden, laten we deze Advent ingaan met de kracht van beide lezingen. Laten we dromen met Jesaja, zodat we weten naar welke toekomst we op weg zijn. En laten we waakzaam zijn met Jezus, zodat we vandaag al leven in het licht dat komt. Dan groeit in ons een houding van verwachting die niet passief is, maar vruchtbaar; niet angstig, maar aandachtig; niet dromerig, maar daadkrachtig.
Moge de Heer ons in deze heilige tijd de moed geven om ons leven echt te richten naar Zijn licht, zodat de vrede waar Jesaja van spreekt al iets tastbaars mag worden in ons eigen doen en laten.
Evangelie: Lucas 23, 35-43 - 'Heer, denk aan mij in uw koninkrijk'
Christus Koning doet mij denken aan mijn jeugdjaren: het feest van de Chiro, in W.Vl. was het eerst Kroonwacht vooraleer het Chiro werd. Een feest met processie, stoet en fanfare doorheen het hele dorp.
Het geef ons van vandaag een vreemd aanvoelen dat wij met vlag en wimpel door de straten trokken al zingend over onze Christus Koning. Maar Jezus is geen koning met pracht en praal, maar wel een koning aan wie we ons van ganser harte kunnen geven. Hij kiest niet om in een gouden koets te worden rondgereden zoals in bepaalde koningshuizen en de president van VS, maar is iemand die koninklijk kiest voor de zwaksten, voor mensen die niet meetellen. God dwingt de mensen niet tot slaafse onderdanigheid.
Het is jammer genoeg lange tijd anders geïnterpreteerd: in de eeuwenlange geschiedenis van de kerk die macht uitstraalde en macht had, maar daarmee ook dikwijls minder geloofwaardig werd. Peter Schmidt priester theoloog zegt: het is goed daaraan te denken wanneer we treuren omdat de kerk nu veel minder macht heeft. Misschien is ze nu waarachtiger in eenvoud en bescheidenheid?
Wie volgen we: Jezus van Nazareth een unieke mens die een sprekend teken werd van Gods verlangen om heel dicht bij de mensen te zijn?
Hij heeft voor ons een nieuwe weg geopend, een weg die redt en bevrijdt, en die voor ons uitzicht geeft op een nieuwe toekomst! Jezus wist zich geroepen door het visioen van een samenleving die anders in elkaar zit, een samenleving waar de liefde van God zichtbaar wordt in vrede en gerechtigheid. Hij vraagt ons uitdrukkelijk Hem te zien zoals Hij is: als een koning van goedheid, dienstbaarheid en rechtvaardigheid. Als de dienaar van allen, als een mens bij wie iedereen terecht kan, als iemand die opkomt voor wie in nood is. In zijn Rijk is geen plaats voor muren tussen arm en rijk, zwart en blank, ziek en gezond, man en vrouw. En in zijn Rijk is er nog minder plaats voor geweld en onderdrukking, uitbuiting en ellende. Wel is er plaats voor God en voor de mens. Voor God die onze Vader en Moeder is, en voor alle mensen, zonder onderscheid in ras of stand of geslacht.
Dat is de boodschap van Christus Koning: als we in Jezus’ spoor willen leven, willen we ook worden zoals Hij: goed, liefdevol, rechtvaardig, barmhartig. Zoals het echte koningen betaamt.
Evangelie: Lucas 21, 5-19 - 'Het zal uitlopen op getuigenis geven'
Je kent het grapje waarschijnlijk al. Een optimist, een pessimist en een opportunist zitten samen aan een tafel en op die tafel staat een glas dat voor de helft gevuld is met lekkere wijn. De pessimist zegt: dat glas is half leeg. Nee, zegt de optimist, het glas is half vol. De opportunist zegt; discussiëren jullie maar rustig verder.
Hij neemt het glas en drinkt het uit.
Het is natuurlijk niet zo simpel de dag van vandaag. Het gaat al lang niet meer over een glas dat half leeg of half vol is. Nogal wat mensen zien meer redenen om pessimistisch te zijn dan aanzetten tot optimisme. Ook in de lezingen die we zonet hebben gehoord gaat het over veel fundamentelere gevaren.
Er wordt gewaarschuwd voor oorlogen een aardbevingen, voor vreselijke ziektes en hongersnood. Mensen zullen gehaat worden, zelfs door familie en vrienden. We naderen het einde van het kerkelijk jaar. En in deze tijd biedt het evangelie meestal weinig vrolijke teksten.
Als we het vertalen naar onze tijd zien we eigenlijk vaak overwegend hetzelfde beeld. Die oorlog in Oekraine blijft maar aanslepen en wordt steeds wreder. Ook in Gaza en verscheidene andere streken is de vrede nog heel ver weg. Bijna elke dag worden drones gesignaleerd in ons luchtruim en wordt ons daarmee angst aangejaagd.
De klimaatverandering doet zich voelen met geregeld natuurrampen als gevolg. Elke dag krijgen we op onze televisie beelden van overstromingen, aardverschuivingen en tornado’s.
Intussen bevestigen alle politieke leiders van ons land dat we dringend werk moeten maken van een degelijke en eerlijke begroting, maar ze raken het niet eens over de manier waarop dat moet gebeuren. We maken allemaal problemen en onenigheden mee in onze familie en vriendenkring.
We zien mensen wegvallen uit ons midden, vrijwilligers om mee te werken worden schaars en op vele plaatsen vieren egoïsme en eigen belang hoogtij. Het glas lijkt wel helemaal leeg in plaats van half leeg.
En toch!
Ook in deze donkere en soms deprimerende tijd worden allerlei initiatieven genomen die hoopvol kunnen stemmen. De warmste week komt er weer aan en focust dit jaar vooral op mensen die onzichtbaar ziek zijn. Ze kampen met fysieke of mentale klachten die niet opvallen aan de buitenwereld, maar daarom niet minder pijn kunnen doen. Er zijn al meer dan tweehonderd projecten aangekondigd en binnenkort zijn ze alle dagen te zien en te volgen.
Welzijnszorg start binnenkort weer met zijn jaarlijkse strijd tegen armoede. Ook hier in onze kerk zal het thema prominent aan bod komen. De actie wordt door een groep mensen al maandenlang intens voorbereid. Er wordt intussen ook massaal geïnvesteerd in de strijd tegen ziektes als kanker, ook via allerlei acties op diverse plaatsen. En de wetenschap kan steeds meer mensen helpen en tegemoet komen, al zijn we er nog lang niet.
Er zijn vrijwilligers die wegvallen, maar er zijn er ook nog heel veel actief. Er wordt bijvoorbeeld toch duidelijk gevolg gegeven aan de oproep om zieken te blijven bezoeken en het maakt dan niet uit onder welke naam het gebeurt.
We kunnen wel eens jammeren over het gebrek aan inzet bij de jeugd, tot we eens gaan kijken wat er elke week in een jeugdbeweging gebeurt. En hoe ze nu reeds – in volle winter – zich zorgen maken over een geschikte kampplaats, zoals we onlangs ook in het nieuws konden zien.
En ja, er zijn wel eens problemen en onenigheden bij familieleden, collega’s en vrienden. Maar even vaak of veel vaker zijn ze onze steun en toeverlaat. In deze donkere en kille tijd zijn het altijd andere mensen die ons kunnen verlichten en verwarmen, figuurlijk en dikwijls ook letterlijk. Als wij gedwongen worden om afscheid te nemen van een geliefde, doet het deugd dat we niet alleen staan. En dat we, zoals vandaag, ook de gedachtenis kunnen vieren.
Ik wil eindigen met een citaat van iemand die niet door het leven werd gespaard en zijn inzet zelfs met de dood moest bekopen: Martin Luther King. Zijn credo was het volgende.
“Ik geloof dat het laatste woord is aan ontwapenende eerlijkheid en onvoorwaardelijke liefde. Een voorlopige nederlaag van de waarheid is nog geen teken dat het kwade het laatste woord heeft.”
We kennen Martin Luther King vooral door zijn woorden “I have a dream”. En een simpel spreekwoord kan dan wel zeggen dat de meeste dromen bedrog zijn, maar een droom is ook altijd een uiting van hoop. De droom van Martin Luther King was een wakkere droom, geen droom die zich neerlegt bij de dood.
Wie buigt voor de dood, erkent in de dood zijn meester.
Wie van leven droomt, buigt zich niet voor de dood.
Hij zal bij al het negatieve dat ons afkomt hoop zaaien. Hoop dat na de duisternis en winter opnieuw de lente komt. En dat de dood niet het laatste woord heeft, dat de dood het definitieve einde niet is. Het is soms moeilijk om te geloven, maar nog een simpel spreekwoord zegt: hoop doet leven…
Evangelie: Lucas 20, 27-38 - 'De Heer is geen God van doden maar van levenden'
De lezingen van vandaag zijn weer zware boterhammen.
Neem nu die eerste lezing, die komt uit het tweede boek van de Makkabeeën. Nooit van gehoord zeg je? Dat kan ik goed aannemen, want vandaag is de enige zondag in het jaar waarop we iets uit die boeken lezen. Deze boeken werden geschreven in de eerste eeuw voor Christus.
En daaruit lezen we dan dat gruwelijke verhaal over een vroom joods gezin, een moeder met haar zeven zonen, die gefolterd en gedood worden omdat ze weigeren varkensvlees te eten dat, volgens de wet van Mozes, onrein is. Het verhaal is duidelijk geschreven vanuit het oogpunt van de Makkabeeën zelf.
Neen het gaat hier niet om Israëlische gijzelaars die door Hamas gevangen genomen werden in de Gazastrook. Het gaat over acht slachtoffers: zeven broers en hun moeder. Gelukkig blijft de lezing beperkt tot vier van hen en gaat de verslaggever ook niet in op gruwelijke details van hun foltering. Neen, zijn relaas vertelt vooral over de manier waarop zij die folteringen doorstaan. Hoe zij hoopvol de toekomst tegemoet kijken.
In die zin is het verhaal vergelijkbaar met wat we vernemen in het evangelie. Ook Jezus gaat niet in op de details van de vraag van de Sadduceeën, die niet geloven in een leven na de dood.
Neen, Jezus vertelt vooral over zij die wél geloven in de verrijzenis uit de dood. Hij noemt hen de kinderen van de verrijzenis of de kinderen van God. Zij zullen deel krijgen aan de andere wereld, hoe moeilijk het ook valt om ons die wereld voor te stellen.
Als om dat verrijzen van de doden te “bewijzen”, verwijst Jezus naar dezelfde Mozes naar wie de zonen van de Makkabeeën verwezen. De Mozes die, bij de brandende braamstruik, de Heer aansprak als “de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob”. Géén God van doden, maar van levenden.
Wij zongen daarstraks al van “Stil maar, wacht maar alles wordt nieuw, de hemel en de aarde”, en we gaan dat straks nog eens doen.
Omdat en opdat we blijven geloven en vertrouwen dat daar onze toekomst ligt, op voorwaarde dat we écht blijven liefhebben, zoals Hij.
Jezus was de berg opgegaan, hij onderrichtte zijn leerlingen en begon allerhande mensen geluk te wensen. Gelukkig wie nederig van hart zijn: dat zijn zij die zonder pretentie hun verantwoordelijkheid opnemen; de treurenden: zij die getroffen worden door onbegrijpelijk lijden; de zachtmoedigen: die eronder lijden, soms op straat moeten komen omdat er zoveel geweld in de wereld is. De barmhartigen; die eronder gebukt gaan dat alles onderworpen wordt aan economische wetten van winst en profijt.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn: die botsen met zoveel bedrog en schone schijn; de vredestichters: die het opnemen tegen de wet van de sterkste en onrechtvaardige structuren. Gelukwensen, maar tegelijkertijd ook richtingaanwijzers om voor elkaar toekomst mogelijk te maken
Jezus ziet duidelijk de kant van het verraad, de ontrouw, de haat, het kwaad dat mensen elkaar aandoen. Hij ziet de kant van de dood, de slepende ziekte, het verlies, de rouw. Hij weigert zin te geven aan armoede, honger, aan droefheid of het lijden. Maar feliciteert en bemoedigt mensen omdat ze niettegenstaande al hun ongeluk toch blijven geloven, hopen en beminnen.
De zaligsprekingen tonen ons dat niet de hoop op een ander leven, maar de moed om het eigen leven anders te leven, onze toevlucht is. Durf in te stemmen met het leven, met het verwelkomen van het onvervulde, het onvoltooide, opdat, te midden van al deze gebreken, Gods Geest in jou zou kunnen weerklinken en zijn werk voltooien.
In onze prestatiemaatschappij, die de uitslovers waardeert en succes voorstelt als het ultieme geluk; worden de zaligsprekingen vaak gezien als het tegendeel van hedendaagse waarden. Maar op subtiele wijze zeggen ze ons dat er altijd de mogelijkheid is om te groeien, wat ook onze leeftijd of levensverhaal is. Het woordje ‘zalig’ in het evangelie laat zich immers ook vertalen als ‘op weg’ ‘op stap’, ‘vooruit’, ‘en marche’!”. Nee we brengen dood niet in het Leven zoals men dat met Halloween doet, maar we verwelkomen het Leven te midden van ons beperkt bestaan.
Daarom zijn we vandaag hier samen want we zijn content dat de kerk de kleine, vergeten mensen in de hoogte steekt. Vandaag maakt ze eens heel duidelijk wat ze gelooft en steeds luid verkondigt, dat God houdt van mensen die in hun gewoon bestaan op een buitengewone manier het gewone goed hebben gedaan. Soms hebben zij, meer dan anderen, in uitzichtloze situaties nooit de hoop opgegeven. Ze stonden daar, helend, trouw. Vandaag zeggen we dat er diepe poëzie steekt in dat leven van hen die nooit een gedicht maakten, alleen maar zich uitdrukten met kleine, ja soms grote draagkracht. Weet je nog hoe zacht hun gemoed was en hoe triestig om kleine en grote ruzies. Ze waren bereid om op te komen voor verzoening, te vergeven en kregen tranen in hun ogen als anderen gelukkig waren.
Alleen consequente liefde bracht zo licht in ons bestaan. Sterk als de dood is de liefde.
Evangelie: Lucas 18, 9-14 - 'De tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis'
Wegwijzerviering - viering waarop de eerste communicanten, vormelingen, families met kinderen en iedereen van harte welkom is
Ik ben mijn preek vergeten. Ik weet niet meer wat ik wou zeggen. En ik sta hier voor een volle kerk, die allemaal naar mij kijken en verwachten dat ik iets zinnigs ga vertellen.
Mijn knieën knikken, en ik heb het gevoel dat de grond onder mijn voeten wegzakt. Help!!!
Zoiets maakt ook Petrus mee. Petrus was ‘ne stoere”. Hij wou Jezus volgen, hij wou zelfs vechten om Jezus te verdedigen. En toch heeft hij Jezus verraden. Op het moment van de waarheid is hij door het ijs gezakt.
Is het verhaal dat we gehoord hebben écht gebeurd? Sommige mensen denken van wel, anderen twijfelen. Wat is zeker waar in dit verhaal? Dat het kan gebeuren in het leven, dat we schijnen te verdrinken. En dat we dan heel blij mogen zijn dat er iemand ons een hand geeft, en ons terug naar omhoog trekt.
Zoals Petrus willen we het voetspoor van Jezus volgen. En zoals Petrus ondervinden we dat dat niet altijd gemakkelijk is.
Want Jezus vraagt: vergeef de fouten van een ander zeven maal zeventig keer. Jezus was arm. Hij had geen steen om zijn hoofd op te leggen. Kan ik dat, de mensen vergeven die mij kwaad hebben gedaan? Kan ik dat, afstand doen van bezit, geld, rijkdom, om op zoek te gaan naar het Rijk Gods? Kan ik trouw blijven aan het evangelie dat Jezus gepredikt heeft?
Het kan gebeuren dat we dat evangelie niet meer zien zitten. Ofwel omdat we te zwak zijn om te leven zoals Jezus. Ofwel omdat we zoveel miserie over ons hoofd krijgen, dat we niet meer kunnen geloven dat God de goede vader is waaraan Jezus zich toevertrouwde.
De tekst van vandaag zegt: “Ge moet niet bang zijn, ook als alles schijnt te mislukken. Alles zal goed aflopen.” Nooit zijn we helemaal verloren, altijd krijgen we een nieuwe kans. Maar waar is Jezus nu om ons uit het water te trekken? Jezus werkt in elke mens die de hand uitsteekt. Wij zijn Jezus’ handen. Zo treden wij in zijn voetspoor: als wij de hand uitsteken naar de mens die dreigt te verdrinken.
De armen ondersteunen - Negenentwintigste zondag door het jaar C 2025 - Fred Van de Velde
Negenentwintigste zondag door het jaar C 2025 - Zondag 19 oktober 2025
Eerste lezing: Exodus 17, 8-13- 'Mozes hield zijn armen omhoog geheven'
Evangelie: Lucas 18, 1-8 - 'Zou God geen recht verschaffen?'
De mensen die hier op tijd in de kerk zitten – en dat zijn de meesten natuurlijk – konden zoals altijd de titel van de viering al lezen.
De armen ondersteunen.
Sommigen dachten misschien dat het al een voorbode was op de advent en welzijnszorg en dat we dus een speciale omhaling gingen aankondigen om financiële steun te vragen voor mensen in nood.
Maar dan hoorden we de eerste lezing en dan bleek dat we het op een andere manier moesten begrijpen. We mogen het zelfs letterlijk nemen. We zitten in het oude testament en Mozes is betrokken bij een oorlog en hij moet tot God bidden om steun. En bij dat bidden moet hij een staf omhoog houden en zolang hij dat doet, is zijn leger aan de winnende hand. Maar Mozes wordt moe en hij dreigt zijn armen te laten zakken.
En wat doen Aäron en Chur?
Zij ondersteunen de armen van Mozes en zijn leger wint de oorlog.
Wat doen wij met zo een verhaal? Het gaat eigenlijk niet over een oorlog winnen of verliezen, het gaat over de kracht en de zin van bidden. Ook het evangelie gaat daarover. Die arme weduwe blijft zolang bidden en smeken tot de onrechtvaardige rechter het beu wordt en haar haar zin geeft. Jezus vertelt die gelijkenis omdat Hij zijn leerlingen wil aansporen om te bidden en te blijven bidden en nooit de moed op te geven.
Het is natuurlijk niet zo dat een gebed pas verhoord kan worden als men het vaak genoeg herhaalt, tot vervelens toe. Zoals ouders ook niet toegeven aan het aanhoudende en ononderbroken gezeur van hun kinderen, om er eindelijk vanaf te zijn. De kinderen moeten hen dan maar overtuigen dat ze een goede reden hebben om op hun vraag in te gaan. Is het met bidden dan anders?
Zowel in het oude als het nieuwe testament gaat het heel vaak over de kracht en de betekenis van bidden. Er zijn kloosterlingen die hun leven wijden aan het gebed. En met onze hedendaagse ogen en oren vragen wij ons wel eens af: wat is de zin van al dat bidden? Wat levert het op? Wat is de zin van een gebed in een viering of van een lied dat wij zingen? Wat levert het op dat wij een kaarsje aansteken om een overleden geliefde te gedenken?
Toon Hermans – we kennen hem toch nog – schreef er ooit over toen hij op het einde van zijn leven zwaar ziek was. Hij schreef toen: “Duizenden mensen hebben mij geschreven dat ze voor mij een kaarsje gingen branden. Dan is er warmte van de ene mens naar de andere mens. Duizenden mensen die een lucifer nemen en een kaars voor iemand anders aansteken. Dat is iets heel anders dan wanneer duizenden mensen geen kaars aansteken.”
Misschien is het zo ook met bidden.
Toon Hermans is door die kaarsjes niet genezen of beter geworden. Materieel of medisch hebben ze niets bijgebracht. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen zin of betekenis hadden. Wij hebben gemakkelijk de neiging om alleen maar de vraag te stellen: wat brengt het op of welk voordeel hebben we erbij? We stellen soms dezelfde vraag bij een actie, een oproep of een betoging. Wat brengt het op en wat brengt het meer op als we er met velen, met heel velen aan mee doen?
Het is dezelfde vraag als; wat is de zin en de kracht van een gebed? Niemand minder dan Albert Einstein zei er ooit over: “Bidden verandert de wereld niet, maar bidden verandert mensen en mensen kunnen de wereld veranderen.”
Maar in de teksten van vandaag gaat het eigenlijk niet zozeer om bidden. Het gaat vooral om de armen ondersteunen.
In het verhaal uit het boek Exodus in de eerste lezing was Mozes niet de hoofdfiguur. Dat waren Aäron en Chur, namen die voor ons minder bekend zijn. Zij zijn het die de armen van Mozes ondersteunen en zo eigenlijk de overwinning mogelijk maken.
Het is vandaag ook missiezondag. En we hebben het misschien niet zo gemakkelijk meer om over missionering te praten en er warm voor te lopen. Maar eigenlijk waren missionarissen ook in de eerste plaats niet mensen die andere volkeren kwamen bekeren en dopen. Ze waren in de eerste plaats bezig met de armen te ondersteunen.
Vorige week maakten wij hier de mooie, deugddoende en dankbare viering mee van Samana. Er ging veel warmte en hoop van uit. Want in wezen is het toch dat wat Samana dag in dag uit doet: de armen ondersteunen. Mensen helpen bewegen en hen een arm of een schouder aanbieden. Mensen bezoeken en steunen als zij het moeilijk hebben en dreigen de armen te laten zakken. Vooral bij die mensen zorgend aanwezig zijn.
In deze viering zitten mensen die misschien ook nood hebben aan iemand die hun armen komt ondersteunen omdat zij nu een geliefde, die ze eigenlijk niet kunnen missen, hebben zien wegvallen uit hun midden. Ook zij hebben het soms moeilijk om te kunnen bidden, zonder ondersteuning.
Misschien is dat de manier waarop wij kunnen tonen dat we christenen zijn. Niet door zo vaak en zo lang mogelijk te bidden. Zelfs niet als we daar heel mooie en poëtische woorden voor kunnen vinden. Niet door te tonen dat we machtig of talrijk zijn. Niet door gelijk te halen in debatten of discussies. Maar door bij wie er nood aan heeft, de armen te ondersteunen …
Evangelie: Lucas 17, 11-19 - 'Is niemand teruggekeerd dan enkel deze?'
Viering Samana - Dag van de chronische zieken.
Tweede zondag van oktober, “Dag van mensen met een chronische ziekte” Alle jaren zijn we pressent maar ditmaal voelt het wat anders… Gisteren slotfeest! We willen deze viering toch positief benaderen. De titel is bewust gekozen
De lezingen zijn ook zo opgezet. De eerste lezing uit het boek Prediker. Spreken over de tijd, over de verschillende seizoenen in ons leven. Tijden veranderen. Roept vaak weemoed op. Kinderen zijn groot geworden en zorg voor kleinkinderen. Ook al lijken onze dagen rustiger, er is tijd om na te denken. Tijd om te herinneren. Zelfs ons lichaam wordt ouder. Elke ochtend geeft opnieuw zijn adem, zijn licht, zijn liefde. De woorden van Paulus vullen dat mooi aan. Hij zegt: “Ons innerlijk wordt van dag tot dag vernieuwd”. Wat we geloven geeft ons kracht, draagt ons. Wij mogen elke dag opnieuw beginnen
Soms komt er een tijd om af te sluiten … En dat is een moeilijke…. Een gevecht met jezelf. Ik stel vast hoe ik gehecht ben aan wat wij moeten loslaten. Een groot deel van mijn emotie is de verbondenheid met u allen. Dan even een kijkje naar wat het evangelie ons weet te zeggen. Jezus zei tegen de Samaritaan: “Sta op en ga weer, uw vertrouwen is uw redding“ Vertrouwen hebben en dat is onze redding!
Toekomstbeeld Misschien kunnen wij, op onze beurt, iets betekenen voor anderen. Een glimlach, een goed woord, een luisterend oor. Meer geduld, meer vergeving, meer hoop. We zijn nooit te oud voor een nieuwe wending. Vertrouwen en dankbaarheid. Streven naar een wereld waar iedereen erbij hoort.
Om af te ronden Overweging! Voorstel... “Zullen we samen“ = uitnodiging om tijd te maken voor elkaar Om te luisteren, te steunen, te verbinden, Leven in ontmoetingen, gebaren en warme verbondenheid
Slotwoord 1000 keren dank voor alle mooie jaren - Aan de kernleden die beloofden hun leden te blijven bezoeken - Hulp bij de feestjes en uitstappen - Aan de leden, voor jullie vriendschap en aanwezigheid, de mooie momenten van samenzijn - Vrijwilligers - De Parochie
In een eucharistie-viering volgt na het evangelie meestal een preek of homilie. In onze parochie bestaat hiervoor (al jaren) een preekploeg. Ze bestaat uit een zestal mensen die, na onderlinge afspraak, geregeld een "preekbeurt" verzorgen. Momenteel zijn dat Ria, Hilda, Marc, Jan, Gie en Fred. Pastoor Herman maakt uiteraard ook deel uit van de preekploeg en komt zelf ook meermaals aan de beurt. De bedoeling van een homilie is niet een universele waarheid te verkondigen die iedereen verplicht moet geloven en zeker niet de mensen terecht te wijzen. In een homilie willen wij de lezingen uit de bijbel een beetje verduidelijken en trachten wij ze in verband te brengen met de actualiteit van vandaag. Dat is niet altijd even simpel en daarom proberen wij elkaar te helpen. Elke maand komen wij samen om de lezingen uit de bijbel te bespreken en elkaar te inspireren bij het opstellen van de preek. In deze blog publiceren wij niet alleen onze homilies, maar staan wij ook open voor uw reacties.