Hoe moet je dat doen,
een ander mens vertellen hoe dat visioen van Christus je gegrepen heeft
Je uitgedaagd heeft om een waarachtig mens te worden.?
Welke taal kan verklanken wat er na jaren nog in je leeft?
Met Kerstmis componeerden Lucas en Mattheus een Midrasj, een historiserend verhaal van een Godsverschijning waarvoor nergens anders plaats was dan in een voederbak.
Of zoals zovelen in Gaza en de Westbank, op de vlucht terwijl stampende laarzen kinderen het meest noodzakelijke ontzeggen..
Zojuist lazen we enkele verzen uit het eerste hoofdstuk dat een zekere auteur Johannes neerschreef rond 98 na Christus, waarschijnlijk in de diaspora van Efeze.
Hij begon zijn werkstuk, zinspelend op de eerste woorden van de gans bijbel.
“In den beginne was er Chaos en de Here sprak: er weze licht.“
Chaos, in het hebreeuw “Tohu wabohu’. De ellende tussen mensen, het chaotische binnen relaties, de rotzooi die mensen elkaar aandoen.
Steeds opnieuw hebben mensen die diepe schreeuw naar licht, mededogen en gerechtigheid herkent, ervaren als een goddelijke hunker.
En die diepe schreeuw hebben wij mogen ontdekken in die man van Nazareth.
Johannes start zijn werkstuk met een grote ouverture die tot op heden ons nog sterk aanspreekt.
“In den beginne was het Woord, weerklank van God.
Dat Woord, (er staat daber, levenskracht,)
dat woord is vlees geworden, geïncarneerd,
werd echte humaniteit, leven voor mensen’ ( v. 1-2)
Grandioos hoe Johannes dat verdicht in die proloog.
‘Het was in Bethanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte’ hebben we zojuist gelezen. Bethanië betekent ‘Huis der armen’. Precies daar wil Jezus present zijn, en niet in het centrum van de macht of de tempel.
Ver weg van de potentie van Jeruzalem laat Johannes Jezus naar de Jordaankloof gaan, daar waar het zoete water van het Hermon gebergte aan een wadi,
het zoute water van de Dode zee ontmoet.
De Heer duikt onder tussen bitter en zoet.
En Jezus schuifelt mee met de troosteloze hoop mensen die hunkeren naar verzoening, naar levenskansen. Hij schuift aan midden soldaten, tollenaars, kooplieden, daklozen die hunkeren om terug op te staan.
Ondergedompeld door Johannes de Doper stijgt Jezus op onder de Geestkracht van Gods Levensadem. Een visioen voor een andere wereld van gerechtigheid.
Twee jonge mensen gaan Jezus achterna…
Twee jonge volgelingen van Johannes gingen Jezus achterna.
Jezus draaide zich om, en toen Hij zag dat ze Hem volgden, zei Hij:
‘Wat verlangen jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden zij tegen Hem (dat is in onze taal ‘meester’),
‘waar verblijft U?’ 39
Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’
Ze gingen met Hem.. en ze bleven die dag bij Hem.
Opmerkelijk hoe Jezus peilt naar hun diepste verlangen. Waar het echt om gaat.
Een man zegt tegen zijn vrouw: ’maar wat heb je toch? Je beschikt over je eigen wagen, we hebben een tweede verblijf, je kunt kopen wat je wil. Wat wil je meer?’
En de vrouw antwoordt: ‘ja, ik heb inderdaad een eigen wagen, ons tweede verblijf en kan kopen wat ik wil, maar wat jij noch nooit gevraagd heb dat is “wat verlang jij?”
Verlangen is iets anders dan goesting hebben.
In beuling met appelspijs kan ik geweldig goesting hebben, maar het heeft niets te maken met een diepste verlangen.
En zo tekent Johannes al in het eerste hoofdstuk hoe die Man van Nazareth die schreeuw tegen chaos, die hunker naar licht en leven, transparant maakt.
Hij verkondigt geen leer. Stelt geen dogma’s, beschuldigt of verwijt niet;
Er klinkt alleen een vraag: ‘wat wilt gij dat ik voor u doe? Wat verlangt gij?
En zo starten wij dit jaar met deze evangelische uitnodiging om ook eens stil te staan bij die vraag naar onszelf: “wat verlang ik eigenlijk in mijn leven, in mijn relatie, ook voor mijzelf”.
En tevens die open houding naar geliefden en mensen om je heen:
die omkerende beweging van Jezus en de vraag: “wat wil jij dat ik voor je doe”.
En het heeft niets te maken met goesting.