Goede vrienden,
Om onze viering niet te laten uitlopen, zal ik de homilie beperken tot enkele korte overwegingen…
Vandaag vieren wij de Doop van de Heer. Jezus laat zich dopen in de Jordaan en treedt uit de verborgenheid van Nazaret. Hij gaat daarbij nederig in de rij staan tussen de mensen die verlangen naar bekering, genezing en nieuw leven. Zo wordt duidelijk… Jezus komt niet om te heersen, maar om te dienen.
Hij openbaart zich als de Dienaar van de Heer waarvan Jesaja spreekt: een zachte en tegelijk krachtige figuur die “het geknakte riet niet zal breken, de kwijnende vlaspit niet doven.”
Matteüs beschrijft het doopgebeuren met sterke symbolische taal.
Hij heeft het over “De hemel die openging.” daarbij duidend op Gods’ nabijheid. De afstand tussen God en wij mensen wordt gedicht.
Over “De Geest die neerdaalde als een duif”, waarbij de duif verwijst naar Gods’ scheppende kracht,… naar een nieuw begin,… naar vrede.
Tenslotte spreekt Matteüs over “Een stem die sprak uit de hemel: Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”
Hiermee wordt krachtig beklemtoond: zo wil God zelf aanwezig zijn onder de mensen!
Niet overheersend, niet verpletterend, maar dragend, genezend, hoopgevend, niet om te oordelen, maar om recht te doen, vooral aan wie kwetsbaar zijn.
En wat betekenen deze lezingen voor ons concreet leven als Christen vandaag?
Wel, wat bij Jezus begon, krijgt in ons doopsel een vervolg.
Ook wij allen zijn geroepen om, in kwetsbaarheid, liefdevol dienaar te zijn voor anderen, zonder hen te breken, zonder hun dromen en hoop in de kiem te smoren.
En als wij zo leven - vanuit ons doopsel - mogen wij hopen en geloven dat God ook ons nabij is en wij mensen zijn naar zijn hart.
Amen.