Sint-Anna-ten-Drieën
De preekploeg houdt van een reactie
E-mail ons!

Wil je ons iets zeggen dat niet op deze blog moet verschijnen? Mail ons hier. Mag iedereen het lezen, klik dan op op het gele 'Uw positieve/negatieve reactie hier' onderaan de tekst.

Zoeken in blog

  • Website parochie
  • Preekstoel
  • Portaal preken.be
  • ANNA3
  • Sint-Anneke Centrum
  • 26-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pinksteren C 2007 - Ria

    Pinksteren C 2007, 26 en 27 mei 2007

    (Eerste lezing - Handelingen 2, 1-11)

    (Evangelie - Johannes 20, 9-13)
     

    Pinksteren, het sluitstuk van de feesten rond de persoon van Jezus.
    Pasen, de opstanding,
    Hemelvaart, het woord zegt het zelf
    en nu Pinksteren waar de belofte die Jezus aan zijn volgelingen deed, bewaarheid wordt.
    De belofte dat Hij een helper zal zenden die er voor zal zorgen dat ze zullen begrijpen wat er gezegd en gebeurd is.

    De viering van de dag van Pinksteren, nl. de 50ste dag na Pasen, vinden we in het Oude Testament terug en dit op verschillende plaatsen. Joden vierden die dag het Oogstfeest: ze offerden vrijwillig de eerste vruchten van het veld.
    Later werd op diezelfde dag herdacht dat Jahweh neerdaalde op de berg Sinaï en een verbond sloot met Zijn volk.

    Ook toen was er sprake van wind en vuur. Pelgrims die naar Jeruzalem kwamen om dit feest te vieren, kenden er de betekenis van. Wanneer ze, uitgerekend op die dag de leerlingen horen spreken, verstaan zij ieder in hun eigen taal wat gezegd wordt. Ze waren immers bereid te luisteren. Zo werden zij één groep, bezield met dezelfde Geest en hetzelfde verlangen wereldwijd één te zijn.

    De apostelen, tot dan toe slechts leerlingen of volgelingen van Jezus, worden ook gegrepen door hetzelfde verlangen om die Boodschap uit te dragen.

    Waar ze aanvankelijk dachten dat de Blijde Boodschap alleen bestemd was voor de Joden, werden ze door een innerlijke kracht zo begeesterd, dat ze uit hun vertwijfeling los komen en tot verbazing van iedereen een boodschap brengen, zo enthousiast dat iedereen het wel begrijpen moest.

    Lucas vertelt ons de uiterlijke verandering die plaats vindt. Zij zijn geen twijfelaars meer, ze zijn apostelen geworden: gezondenen!

    Door Gods Geest bezield, verdwijnt hun twijfel en angst en trekken vol geestdrift de wereld in. Aan ieder die luisteren wil, spreken ze over de heerlijkheden van God die het welzijn en het geluk van de mensen wil en hoe zijzelf daaraan kunnen en moeten werken.

    Het feest van Pinksteren herinnert er ons aan dat het een stil feest is, maar dat telkens opnieuw gebeurt zowel in de kerk als in ons eigen hart. De Geest, die de Twaalf begeesterde, werkt nog steeds. Hij is als de wind die alles in beweging zet. Het is Gods adem die alles in leven houdt, die lucht en veerkracht geeft.

    Het is de Geest die maakt dat wij als Christenen toch een beetje een andere kijk hebben op de wereld, de mensen om ons heen, kortom op het hele leven. Wij weten ons van de aarde waarop we leven maar tegelijk weten we ons burgers van hemel!

    Dat weten en geloven we door de Geest ons door Jezus nagelaten en door de Vader ons ingeblazen.

    Tot besluit een prachtig citaat en doordenkertje van een mij onbekende auteur:

     

    Doorheen Jezus zie je de Vader

    Maar door de Geest zie je wie Jezus was.

    26-05-2007 om 00:00 geschreven door de preekploeg  

    Uw positieve/negatieve reactie of commentaar hier (0)


    20-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tussen Hemelvaart en Pinksteren - Zevende paaszondag C 2007 - Herman

    Zevende paaszondag C 2007 - 19 en 20 mei 2007

    (Eerste lezing - Apokalyps 22, 12-14, 16-17, 20)

    (Evangelie - Johannes 17, 20-26)

    Vandaag is het de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Jezus is opgenomen ten hemel, de beloofde Geest moet nog komen. Dat roept als vanzelf een tijd op van stilte, van inkeer en gebed. Vorige donderdag hoorden we nog hoe Jezus zijn leerlingen vroeg om bij elkaar te blijven en te wachten op wat zou komen: zijn heilige Geest.

    Bij dit gebed van de eerste leerlingen sluit de kerk zich vandaag aan.

     

    Meer en meer worden we ons ervan bewust dat bidden belangrijk is in het leven van een christen. We kunnen werken, organiseren, plannen, enz. Maar als dit niet gevoed wordt door een houding van gebed, is al ons werken en lopen een lege doos.

     

    In het evangelie krijgen we een mooi voorbeeld van gebed. Jezus bidt voor zijn leerlingen en voor alle gelovigen die na hen komen. Voor ons dus. Vlak voor hij naar de Olijfberg gaat, zijn laatste uren tegemoet, richt Hij zich in innige verbondenheid tot zijn Vader.

    Hij bidt dat zijn leerlingen en zijn volgelingen in eenheid met elkaar zouden leven.

    Deze eenheid vindt zijn oorsprong in een andere diepere eenheid: Jezus en de Vader.

    Bidden begint bij het weet hebben van de relatie tussen jezelf en God.

    En soms is dat gebed al genoeg. Even stil worden en je bewust worden dat God er is. Dat Hij er is voor jou. En dat jij er ook bent voor God.

     

    ‘Er moest maar eens een oorlog komen, dat zouden de kerken wel terug vol zitten’, horen we soms schamper roepen. Nood leert bidden, zeggen ze soms. Alsof bidden alleen maar vragen is.

    Bidden is duizend keer meer dan dat. Bidden begint met het weten dat je als mens niet alleen staat, dat je je leven en bestaan niet aan jezelf te danken hebt. Bidden begint met je te realiseren dat God zoveel groter is dan wij kunnen bevatten. Dat Hij ons draagt en kent.

     

    Zo bidt Jezus vanuit het besef van de verbondenheid tussen Hem en zijn Vader. Die eenheid wenst Jezus ook toe aan zijn volgelingen, aan ons. Als ik er diep van doordrongen ben, dat ik mijn leven niet aan mijzelf te danken heb, dan weet ik dat dat ook voor anderen geldt. Alle mensen danken hun bestaan aan dezelfde God, drinken aan dezelfde bron. Als ik me daar van bewust ben, dan beschouw ik de ander als medemens, dan weet ik dat we broeders en zusters zijn van elkaar.

     

    Daarom zegt Jezus ook dat er maar één gebod: God beminnen en je naaste als jezelf. Jezus weet dat, als we God beminnen, we niet anders kunnen dan ook onze naaste graag te zien. Wie weet heeft van de diepste bron van zijn bestaan, zal als vanzelf ook opkomen voor mensen die hulp en ondersteuning nodig hebben.

     

    Dit gebed vraagt om oefening en toeleg. Kardinaal Danneels vergeleek de biddende mens ooit met een concertpianist: “Als de pianist een dag niet oefent, dan merkt hij dat zelf op. Als hij twee dagen dagen niet oefent, dan horen zijn vrienden het. Als hij drie dagen niet oefent, dan merkt het grote publiek het. Zo is het ook met bidden. Als ik een dag niet bid, dan merkt God het. Als ik twee dagen niet bid, dan bespeur ik dat in mezelf. En wanneer ik drie dagen niet bid, merkt mijn omgeving het.”

    20-05-2007 om 13:24 geschreven door de preekploeg  

    Uw positieve/negatieve reactie of commentaar hier (0)


    16-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hemelvaart C 2007 - Herman

    Hemelvaart C 2007 - 17 mei 2007 
    (Eerste lezing - Handelingen 1, 1-11)
    (Evangelie - Lucas 24, 46-53)

     

    Toen Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte, door de communistische propagandakranten gevraagd werd, of hij na zijn omwenteling rond de aarde de hemel had gezien, zei hij: ‘Nee, er is niets bovennatuurlijks daarboven.’

    Toen de Amerikaan Allen een jaar later hetzelfde gevraagd werd, zei deze: ‘Ik heb God gezien daarboven.’

    En allebei hadden ze gelijk, zowel Gagarin als Allen. Natuurlijk is daarboven, boven de wolken en de atmosfeer de hemel niet te vinden. Toch niet zoals men hem vroeger voorstelde, of zoals hij in de Bijbelse beeldtaal wordt voorgesteld.

    Volgens het oude bijbels wereldbeeld was de aarde een vaste schijf die op het water dreef. Boven ons was het firmament, met de zon, de maan en de sterren en daarachter de hemel: de woonplaats van God.

     

    Nu weten we dat de aarde een piepkleine planeet is die rond de zon draait.

    De zon is een van de miljarden sterren van ons zonnestelsel.

     

    Maar de andere astronaut had ook gelijk, alleen keek hij met andere ogen. Met de ogen van de gelovige. Geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit. Hij wist ook dat de aarde een klompje materie is die rond de zon draait in het eindeloze heelal. Maar als gelovige was hij ten diepste geraakt door de aanblik van de blauwe planeet. Zozeer zelfs dat hij er een stukje God in zag.

     

    Op deze Hemelvaartsdag worden wij aan het denken gezet over wat de hemel is. En waar die hemel wel zou kunnen zijn. In ons kerkvernieuwingsproject hebben we geprobeerd er een antwoord op te formuleren: een plaats waar iedereen welkom is, waar iedereen tot zijn recht mag komen: groot en klein, arm en rijk, wit of gekleurd, hetero of homo, vrouw of man, ... Als dat kan, dan ontdekken we de hemel.

     

    Het is een zoektocht. Die hemel vind je niet vanzelf. Die moet je ontdekken... gaandeweg.

     

    Zo was het ook bij de apostelen. Ze moeten het ook stilletjes ontdekken wat het betekent: Jezus loslaten, Hij is weg, “Hij is niet meer hier”, “maar zijn graf was toch leeg”, “begin hiervan te getuigen, te beginnen in Jeruzalem, tot aan de uiteinden van de wereld”...

     

    Ook voor hen was het allemaal veel. Misschien daarom dat ze er in de Handelingen van de Apostelen veertig dagen over doen.

    Veertig is een symbolisch getal. We horen er onmiddellijk de ‘veertig jaar woestijn’ in van het Godsvolk. Veertig jaar van uitzuivering, loutering, zoeken en toch nog niet vinden, elke keer weer een stapje dichter.

    Veertig dagen was ook Jezus in de woestijn, opnieuw de tijd van zoeken, vasten, loutering, zuivering van zijn verlangens, van zijn roeping, van zijn opdracht.

     

    Zo krijgen de apostelen ook veertig dagen om uit te zoeken wat dat mysterie van goede-vrijdag, pasen, hemelvaart en pinksteren inhoudt. Want het is één mysterie. Het hoort bij elkaar.

    Het zijn vier facetten van dezelfde diamant- één gebeuren maar op vier panelen geschilderd.

     

    Ik neem u even mee naar goede vrijdag. Jezus is gestorven op een kruis.

    De leerlingen zijn bedroefd en ontgoocheld. En hoe gaat het met mensen die rouwen...  Dat weet je zelf wellicht uit eigen ervaring. Je hebt nergens anders nog oog voor dan voor het onbegrijpelijke verlies dat je op dat ogenblik treft.

    De weg tot opstanding, tot geloven in de verrijzenis kan soms lang zijn,

    een lange weg van Jeruzalem naar Emmaus.

     

    Op het kruis zei Jezus tot de goede moordenaar:

    Heden nog – niet over drie dagen of over veertig dagen –

    heden nog zult je met Mij zijn in het paradijs.

    Toen boog Jezus het hoofd en gaf de geest. Je kan dat letterlijk nemen:

    Hij gaf op het moment van sterven zijn geest aan zijn leerlingen.

     

    Vandaag vieren we één facet van het ene gebeuren.

    Dat God Jezus heeft opgenomen in de hemel. Waar is de hemel?

     

    “Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.” Zo schildert het de evangelist Lucas

    De hemel is niet boven het firmament. De Hemel is waar God is!

    In de catechismus stond vroeger: God is in de hemel, op de aarde en op alle plaatsen.

    en in de bijbel lezen we: god is liefde, waar liefde is daar is God.

     

    Jezus is opgenomen ten hemel – leeft bij God. Ook dat is onze toekomst.

    We ontvangen het leven van Gods liefde en naar die liefde keren we weer.

    Wij  mogen naar de hemel kijken, naar het mysterie van Gods liefde

    maar niet blijven staren.

     

    Het is hier te doen! Er is maar één wereld. Geen aarde hier beneden en een hemel hierboven. Hier is de hemel. Hier is de wereld, doordrongen van Gods Geest. En die vraagt dat wij hiervan getuigen in woord en daad.

     

     

    Met dank aan Louis Van Hoof

    16-05-2007 om 00:00 geschreven door de preekploeg  

    Uw positieve/negatieve reactie of commentaar hier (0)


    13-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geschenk en opdracht - Zesde paaszondag C 2007 - Jan

    Zesde paaszondag C 2007 - 12 en 13 mei 2007
    (Eerste lezing - Handelingen 15, 1-2.22-29)
    (Evangelie - Johannes 14, 23-29)

    De eerste lezing vertelt een beslissende episode in de jonge Kerk. Hoe beslissend, kunnen we ons nauwelijks voorstellen, maar het is zeer goed denkbaar dat het christendom nooit zou verspreid geraakt zijn als er op dat moment andere beslissingen zouden genomen geweest zijn.

     

    In het begin verkondigden de apostelen Gods Blijde Boodschap alleen aan joden. De eerste christenen waren dus allemaal joden, die trouw bleven aan de joodse wet, en die tegelijk geloofden dat Jezus de Messias was. Maar er leefden ook heel wat joden buiten Israël, dus trok vooral Paulus naar Syrië, Griekenland, Rome of, zoals we vandaag lezen, naar Antiochië, in het huidige Turkije. Nu bleek op al die plaatsen dat niet-joden dikwijls meer openstonden voor Jezus’ leer dan joden. Er groeide dus een groep christenen die niet leefde volgens de joodse wet. En daar hadden sommigen joden het moeilijk mee. Ze zegden tegen die niet-joodse christenen dat ze niet konden gered worden als ze niet besneden werden en de joodse wet niet onderhielden.


    De ruziestokers in de jonge kerk waren Paulus en zijn assistent Barnabas.

    Ze namen niet-joden die christen wilden worden in de gemeenschap op, zonder ze te verplichten alle voorschriften van de joodse wet na te leven.

    Overtuigde joodse christenen spraken er schande van. .

    Maar Paulus wou van geen toegeven weten. Er dreigde een open conflict.

    Allesbehalve vrede! De vrede die Jezus' volgelingen van hem hadden gekregen, viel hun niet als een geschenk in de schoot.

    Het was een opdracht die ze konden vervullen als ze luisterden naar de Geest.

    Een conflict kun je op verschillende manieren aanpakken. De gemakkelijkste is het conflict uit de weg gaan door van elkaar te scheiden. Zo zien we het dikwijls gebeuren. De jonge christelijke gemeenschappen hadden kunnen zeggen: we zitten op een breekpunt, laten we uit elkaar gaan. We gaan elk onze eigen weg en komen bij elkaar niet over de vloer.
    Een tweede mogelijkheid is een oorlogsverklaring. De eerste christenen hadden kunnen zeggen: we gaan het uitvechten. We zoeken elk de machtigste bondgenoten voor ons standpunt en zien wie het haalt. Wie verslagen is gehoorzaamt de overwinnaar. Zo worden veel conflicten uitgevochten.  De geschiedenisboeken staan er vol van…

    De jonge kerk heeft de moeilijkste weg gekozen. Die van het gesprek. Ze zijn in Jeruzalem rond de tafel gaan zitten. Het zal er wel hard aan toe gegaan zijn. Maar ze hebben geluisterd naar elkaar, overtuigd van mekaars eerlijke bedoelingen, en ze zijn eruit geraakt.

    Eensgezind, een haalbaar compromis, zouden we kunnen zeggen.

    De drempel om anderen in onze kerk uit te nodigen dienden we al zo lang zo laag mogelijk te leggen.  Vorige weken zijn er enorm veel mensen nog eens in onze kerk geweest.  De familieleden van onze communicanten.  Ze zijn het nog eens komen bekijken.  Het percentage mensen dat we nog zullen terug zien zal waarschijnlijk niet zo hoog liggen.  Maar toch hebben we hen een kans gegeven, een hand uitgereikt, een vredevol gebaar getoond.  Dat is onze plicht.

    In het evangelie zegt Jezus: “Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld ze geeft, geef Ik ze u.” Nee, geen wereldse vrede want dat is gewoon “geen oorlog voeren”, maar een innerlijke, en tegelijk zeer actieve vrede. Een vrede die steunt op dat ene gebod: ‘Bemin God bovenal en uw naaste gelijk uzelf.’

     

    Ook vandaag heersen in de kerk meningsverschillen en conflicten, op punten waaraan door sommigen zwaar wordt getild en waar anderen licht overheen stappen.

    Aan de ene kant: trouw aan de traditie – aan de andere kant:  klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst.

    Moeten we ons niet laten beleren door de kerk van de eerste generatie van christenen? De uitkomst van het conflict dat haar verdeelde was het besluit "geen enkele last op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is". Welke lasten worden vandaag aan mensen opgelegd die tot de kerk willen blijven behoren? Aan mensen die bereid en bekwaam zijn om een verantwoordelijke taak in de christelijke gemeenschap op zich te nemen? Het zijn vragen die de vrede in de kerk op de proef stellen.

    We moeten straks met de priester maar mee bidden als hij vóór de communie vraagt dat de verrezen Heer in ons midden niet zou letten op onze zonden maar op ons geloof, let niet op onze zonden maar op het geloof van uw kerk… dat hij zijn belofte zou vervullen en vrede zou geven in zijn naam.

    Dat is dan geen kant en klaar cadeau, maar een opdracht.

     

    Laten we dat dus doen: leven en handelen naar dat ene gebod. Als persoon maar ook als Kerk. Gods Kerk. Geen wirwar van geboden en verboden, geen zwaardere last dan juist dat ene gebod, waarvan alle andere zijn afgeleid: Bemin God bovenal en uw naaste zie je zo graag als je uzelf.

     

    Jan

     

    Ideeën en inspiratie komen van B.J.De Clercq Dominicaan en van Romain Debbaut

    13-05-2007 om 11:10 geschreven door de preekploeg  

    Uw positieve/negatieve reactie of commentaar hier (1)


    06-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heb elkaar lief - Vijfde paaszondag C 2007 - Martine

    Vijfde paaszondag C 2007 - 5 en 6 mei 2007
    (Eerste lezing - Openbaring (21, 1-5a)

    (Evangelie - Johannes 13, 31-33a, 34-35)

    Het thema van deze viering is:’Heb elkaar lief’

    Het is als een opdracht, een wens, een diepe welgemeende vraag.

    Mensen op hun sterfbed spreken deze wens uit naar hun kinderen toe. ‘Blijf bij elkaar, zorg voor elkaar, blijf verbonden.’

    Het evangelie dat we net gehoord hebben, is het begin van de afscheidsrede van Jezus, uitgesproken op het laatste avondmaal.

    En hier horen we net hetzelfde: ‘Gij moet elkaar liefhebben.’ En Hij voegt er aan toe: ‘Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.’

    Ook Jezus heeft de diepe wens dat mensen elkaar liefhebben. Het is zijn laatste wil, zijn testament. Het is ook niet vrijblijvend. Hij noemt deze opdracht een gebod. Het is noodzakelijk dat ze elkaar liefhebben, pas dan blijven ze zijn leerlingen.

     

    En Jezus spreekt hier over een ‘nieuw’ gebod. Wat is hier nu ‘nieuw’ aan?

    Wel als we teruggaan in de geschiedenis mochten Joden zich wreken op hen die hen iets hadden aangedaan. Er stond geen enkele grens op. Later kwam de regel: ‘oog om oog, tand om tand’, hierdoor kwam een beperking: de wraak mocht niet meer eindeloos zijn.

    En dan kwam het Oude Testament. Daar konden we lezen:’Bemin je naaste als jezelf’ en dat was al een hele evolutie na de ’oog om oog, tand om tand’ regel. De norm in het Oude Testament was vooral de eigen liefde: doe nooit aan een ander wat je zelf niet graag zou hebben dat ze aan jou zouden doen.

     

    Maar met dit nieuw gebod gaat Jezus nog een stapje verder. Hij vraagt aan de Joden, en tevens aan alle mensen die zijn volgeling willen zijn: ‘Heb elkaar lief zoals ik jullie heb liefgehad.’

    ‘Zoals Ik jullie heb liefgehad.’ Hoe was die liefde van Jezus dan?

    Zij was gratuit en onvoorwaardelijk, onbaatzuchtig en belangeloos.

    Zijn liefde was niet afhankelijk van schuldbesef, berouw of verdienste. Zijn Liefde stond daar allemaal los van.

    Jezus stelt bijvoorbeeld aan Zacheüs geen voorwaarden om hem te ontmoeten.

    Aan de overspelige vrouw vraagt Hij niet eerst boete en bekering.

    Jezus begon altijd met zijn liefde aan te bieden, ondanks alles. Of deze persoon nu gelovig was of ongelovig, of hij, naar onze normen, goed leefde of niet, Jezus’ liefde was voor iedereen.

    En Hij heeft dit volgehouden, tot het einde toe. Hij is niet weggekropen uit angst, heeft zichzelf niet verloochend, maar heeft zijn leven gegeven voor zijn vrienden.

     

    Dit is wat Jezus ons heeft komen voorleven. En dit gebod van liefde gaat dus veel verder dan dat uit het Oude Testament. Daarbij komt dat het Nieuwe Testament zich richt naar alle volkeren op de aarde, in tegenstelling tot het Oude Testament dat zich vooral richt naar de Joden.

    We moeten niet denken dat we als Christenen bevoorrecht zouden zijn. De Geest van Gods Liefde waait waar Hij of Zij wil. Andersgelovigen en ongelovigen brengen er soms meer van terecht dan goede katholieken, denk maar aan Ghandi of de Dalai Lama of zovele stille werkers overal ter wereld.  

     

    In de eerste lezing heeft Joannes het over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij spreekt over een stad waar God tussen de mensen woont. Mensen nemen het voor elkaar op, zorgen voor elkaar, staan voor elkaar klaar. Het is de hoop die Joannes hier uitspreekt, de hoop op een betere wereld. Een wereld die Jezus gewild heeft.

     

    En nu wij, hier, mei 2007. Hoe ziet onze wereld er uit? Kunnen we zeggen dat we de wens van Jezus hebben waargemaakt?

    Misschien moeten we toch even stilstaan bij onszelf. Willen wij een leven waar mensen voor elkaar zorgen?

    De spreuk van vorige maand van ‘Bond Zonder Naam’, ging over de liefde, ze ging als volgt:

    “Alleen de liefde wordt rijker, als je ze weggeeft.”

    Beseffen we voldoende dat we pas door te geven, kunnen krijgen?

    Wat voor zin heeft het als je als ouder aan je kinderen zou zeggen: ‘Heb elkaar lief’, als je zelf dit nooit hebt voorgeleefd?

    Misschien moeten we ons even bezinnen. Weet dat je op elke moment kan veranderen, op elk moment kan je zaken bijsturen.

    Laten we proberen om Jezus te volgen en de zorg voor elkaar op te nemen.

    ‘Heb elkaar lief’

    06-05-2007 om 20:23 geschreven door de preekploeg  

    Uw positieve/negatieve reactie of commentaar hier (0)


    01-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lam en Herder - Vierde paaszondag C 2007 - Gie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vierde paaszondag C 2007 - 28 en 29 april 2007

    (Eerste lezing - Openbaring 7, 9.14b-17)
    (Evangelie - Johannes 10, 27-30)

    In het Museum voor schone kunsten loopt momenteel een belangrijke tentoonstelling over diptieken, tweeluiken, geschilderd van de 14de tot de 16de eeuw, door de zogenoemde Vlaamse primitieven.

    Het gaat om tweeluiken, twee meestal niet zo grote schilderijtjes die als de bladeren van een boek samenhangen.

    Nogal wat tweeluiken geven aan de ene kant een Ecce Homo, Jezus de Man van Smarten, geplaatst tegenover zijn wenende moeder, de Mater Dolerosa. Andere geven aan de ene kant een Madonna met kind en, daar tegenover, het portret van de opdrachtgever, dikwijls vergezeld van zijn patroonheilige. Soms gaat het om twee verschillende religieuze onderwerpen.

    Ofwel is er een soort dialoog tussen beide delen. Ofwel gaan ze over hetzelfde thema. Ofwel probeert de schilder, door de uitwerking ervan, voor ons het verband tussen beide schilderijen uit te leggen. Maar altijd is er ook een samenhang tussen beide afbeeldingen.

     

    De lezingen van vandaag vormen ook zo’n tweeluik.

    Aan de ene kant zien wij het Lam Gods. Een voorstelling die wij goed kennen van het grote retabel van de gebroeders Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal in Gent.

    De schilder heeft getracht het verhaal uit de Apocalyps uit te beelden, dat wij vandaag hoorden in de eerste lezing. “een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand”.

    Zij staan daar in groten getale, met hun palmtakken. En toch heeft de schilder een toegeving moeten doen. Rond de troon met het Lam knielen namelijk de zeven engelen in hun schitterend witte gewaden. Daarmee vergeleken zien de grauw-witte gewaden van de martelaren er maar uit als “gewassen met een ander product”. De schilder heeft er dan toch maar voor gekozen, de meeste van hen af te beelden in rode mantels “gewassen in het bloed van het Lam”.

    Wat Van Eyck wél zeer treffend heeft uitgebeeld, is het portret in het middenpaneel boven het Lam Gods. Zittend op zijn troon, met een tiara op het hoofd en een staf in de ene hand, is dit duidelijk het portret van De Vader. Met zijn bloedrode mantel, zijn donkere baard en zijn zegenende hand, heeft het echter ook alle kenmerken van De Zoon. Zoon en Vader tegelijk!

     

    Zo komen we bij de evangelielezing van vandaag, het tweede paneeltje van ons tweeluik, waarin Jezus wordt geschilderd als de Goede Herder.

    Ook deze voorstelling werd door verschillende schilders en tekenaars uitgebeeld. Ook hier zaten deze echter met een probleem dat moeilijk in beeld te brengen is: een Herder tonen, die tegelijk ook Lam is.

    Dat valt natuurlijk wel uit te leggen en het was ook goed te begrijpen voor mensen die zelf tussen de schapen leven en goed weten wat een herder is. Mensen die vooral goed weten wat een ‘goede’ herder is, die geen schapen laat wegroven en er geen enkel laat verloren gaan.

    Toch worstelen christenen al eeuwenlang met dit probleem. Om precies te zijn: sinds de bijbel uit het Joods-Aramees in het Grieks vertaald werd.Er is in het Aramees namelijk een woord "talja" dat twee betekenissen heeft. “Talja” kan "lam" betekenen, maar ook "knecht” of “dienaar".

    Wij komen die aanduiding voor de eerste keer tegen in het evangelie van Johannes, waar deze vertelt over de Johannes die aan het dopen was bij de Jordaan. Jezus kwam daar langs gelopen, en Johannes getuigt aan twee van zijn leerlingen die bij hem waren: “die daar is het Lam van God”. Het is waarschijnlijk dat Johannes de doper in Jezus de “Dienaar van Jahweh” heeft herkend, waarover de profeet Jesaja vroeger gesproken had. En wellicht was het zijn eerste bedoeling Jezus voor te stellen als die “Dienaar van God”, maar werd het Aramese woordje “talja” later (verkeerd) vertaald als “lam”.

     

    Moeten we dan maar meteen onze bijbel herschrijven en overal het woordje “lam” gaan vervangen door “dienaar”?

    Integendeel, want het beeld is juist. Christus ís inderdaad tegelijkertijd het Lam dat geofferd wordt, als de Herder die niet bang is voor een wolf en aandacht heeft, die bezorgd is voor al zijn schapen. Een echte Herder naar wie zij mogen opkijken als een leider. Vorst en dienaar tegelijk.

     

    Ik wil nog even terugkeren naar de eerste lezing van vandaag, over het Lam Gods uit de Openbaring van Johannes en de voorstelling daarvan op het schilderij van de gebroeders Van Eyck. Het portret in het middenpaneel stelt, zittend op zijn troon, De Vader voor, maar is tegelijkertijd ook De Zoon, met zijn rode mantel en zijn zegenende hand. Zoon en Vader tegelijk of, zoals geschreven in het evangelie vandaag: “Ik en de Vader, Wij zijn één!”

    Gie Stappaerts

    Bekijk de jongste telg van onze parochie: onze parochiesite.

    01-05-2007 om 09:39 geschreven door de preekploeg  

    Uw positieve/negatieve reactie of commentaar hier (0)


    De preekploeg van Sint-Anna-ten-Drieën, Antwerpen Linkeroever

    In een eucharistie-viering volgt na het evangelie meestal een preek of homilie. In onze parochie bestaat hiervoor (al jaren) een preekploeg. Ze bestaat uit een zestal mensen die, na onderlinge afspraak, geregeld een "preekbeurt" verzorgen.
    Momenteel zijn dat Ria, Hilda, Marc, Jan, Gie en Fred. Pastoor Herman maakt uiteraard ook deel uit van de preekploeg en komt zelf ook meermaals aan de beurt.
    De bedoeling van een homilie is niet een universele waarheid te verkondigen die iedereen verplicht moet geloven en zeker niet de mensen terecht te wijzen. In een homilie willen wij de lezingen uit de bijbel een beetje verduidelijken en trachten wij ze in verband te brengen met de actualiteit van vandaag.
    Dat is niet altijd even simpel en daarom proberen wij elkaar te helpen. Elke maand komen wij samen om de lezingen uit de bijbel te bespreken en elkaar te inspireren bij het opstellen van de preek.
    In deze blog publiceren wij niet alleen onze homilies, maar staan wij ook open voor uw reacties.

    Blog als favoriet !
    Archief per maand
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 06-2021
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!