Goede vrienden,
Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd nodigen de lezingen ons uit om dieper na te denken over wie God voor ons is en over hoe wij ons als gelovigen tot Hem mogen verhouden.
De heilige schrift zegt het bij herhaling… “Niemand heeft God ooit gezien” klinkt het in het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie en in de eerste brief aan Timoteüs zegt Paulus: “Geen mens heeft God gezien of is in staat om Hem te zien”.
Hoe kunnen wij ons dan - als nuchtere mensen - toch een beeld vormen van God?
Sinds de vroegste tijden hebben mensen van alle gezindheden getracht om op deze vraag antwoorden te geven. Zij deden dit, uitgaande van de eigen ervarings- en belevingswereld, aan de hand van mythische oerverhalen, geen verzinsels, maar diep-symbolische vertellingen.
Zo mogen wij de eerste lezing van vandaag begrijpen. En wat leert deze lezing ons…
Wij mensen zijn schepselen. Wij hebben het leven niet aan onszelf te danken; wij hebben het - in al zijn rijkdom - ontvangen van onze Schepper.
Maar… wij mensen zijn ook vrije wezens. En wat betekent die vrijheid ten diepste?
Wij hebben kennis gekregen van goed en kwaad en - als de verleiding zich aandient - zijn wij vrij in onze keuze voor het ene of het andere. Dit is onze menselijke conditie. Zo staan we naakt tegenover onze God.
En dan is er het evangelie. Ook daar horen we een sterk symbolisch geladen verhaal en is er sprake van verleiding, waarbij de drie bekoringen waarmee Jezus te kampen krijgt, raken aan de kern van ons menszijn.
Er is de bekoring om het leven enkel te richten op het “brood”, om de materiële welstand te vergoddelijken.
Er is de bekoring om God te herleiden tot een instrument ten dienste van onze eigen verlangens, om de eigen verlangens, ons eigenbelang, te vergoddelijken.
En er is de bekoring om macht uit te oefenen over anderen, om macht te vergoddelijken.
Materiële welstand, eigenbelang, macht… dit zijn geen verleidingen die ons vreemd in de oren klinken; het zijn bekoringen die wij bijna dagelijks ervaren.
De vastentijd plaatst ons zo in dezelfde woestijn waarin Jezus zich bevond. Niet om ons te ontmoedigen, maar om ons te zuiveren.
En Jezus geeft ons drie duidelijke aanwijzingen… Hij zegt…
- niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God;
- en nog… gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen;
- tenslotte… de Heer uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
Laten wij in de komende dagen en weken, telkens als wij gevraagd worden om keuzes te maken, deze drie leefregels van Jezus ter harte nemen en ons zo daadwerkelijk oefenen in de dienstbaarheid aan God en aan de mensen waartoe deze vastentijd ons oproept.
Amen.