Wie het evangelie van daarjuist goed beluisterd heeft met die verplichte deportatie omwille van belastingcontrole en ook de onherbergzaamheid, beseft dat Kerstmis weinig te maken heeft met romantiek.
Ik herinner mij een kerstnacht op de Paardenmarkt in de st. Antoniuskerk.
Ik zal het nooit vergeten. De beelden van de kerststal, die nu hier staan in ons midden, stonden toen romantisch opgesteld, sfeervol.
Het koor deed meer dan zijn best om een volle kerk aan het zingen te krijgen en ik wilde beginnen met mijn kerstpreek.
Ineens een krijsende stem, een roepend wat beschonken jonge vrouw, komt tierend door het middenpad. “Allemaal schijnheiligen, allemaal zever, ge weet er just niks van. Wat wette gij van ’t leven?”.
Een paar heren stonden bijna klaar om haar manu militari naar buiten te sleuren. Ik kon ze nog juist weerhouden.
Toen ze wat uitgeraasd was hoorde ik mijzelf zeggen ”Misschien hebt gij wel gelijk. Daarom zijn we precies hier”.
Een catechiste kwam bij haar staan en begon zachtjes op haar in te praten en in een oorverdovende stilte gingen ze samen, door het middenpad naar buiten. Na de viering en de glühwein zaten ze nog samen op de kerkdrempel op de paardenmarkt.
Ik vervolgde mijn preek maar wat was hij banaal.
Maanden later vroeg een stamgast van café Den Beer op het St. Jansplein of ik gene doop wilde doen van ’n kind in ’t café.
De bazin van Den Beer had een jonge vrouw, door haar vriend buitengegooid toen ze zwanger werd en in de straatprostitutie gesukkeld, in huis binnengehaald. Kon niet langer aanzien dat een hoogzwangere vrouw, onbeschermd, samen met haar hondje, op de banken van St. Jansplein verbleef. Dat kleine murmel van een straathond was de enige geweest die nabij was gebleven.
Daar, in De Beer was de kleine Elvis geboren.
Ik had nog nooit in een café nen doop voorbereid met een vijftal stamgasten die hangend aan de toog onze gesprekken volgden.
“Pastoor ge gaat dat jong toch wel dopen zeker zonder zwans”.
Ik vroeg aan Eveline, de mama, precies de vrouw die ooit gillend de kerstnacht in St. Antonius een diepere betekenis had gegeven,
waarom ze haar kind wilde laten dopen.
Ze keek me voor de eerste keer echt maar ook verbaasd aan:
“Waarom, omdat God mijn kind toch niet in de steek laat, deju”.
Samen met de vijf stamgasten en de bazin als meter,
en in aanwezigheid van de hond die enige die nabij was gebleven,
hebben we de kleine Elvis ondergedompeld in naam van degene die uitroept; “Ik zal er zijn, wat er ook gebeurt, ik zal er zijn voor jou’.
Daarstraks lazen we in het evangelie: ”Dit zal voor jullie een teken, een uitdaging zijn. Een kind in doeken gewikkeld in een voederbak”
Dat is dat geweldige van Kerstmis. Mensen zijn zo waardevol dat God midden hun leven aanwezig wil zijn, hoe onwaardig dat leven soms ook is. Wie dat snapt begint te stralen. "De herders werden omstraald met de glorie des heren" zo klonk het daar¬juist.
Met de geboorte van een kind komt iets wat boven je macht uitgaat, je leven binnen. Het geeft je een totaal nieuw perspectief.
Precies daar, in die kreet, wil God aanwezig zijn.
'Kijk, dat is het teken' roepen de engelen.
De hunker om het naakte bestaan, de kwetsbaarheid van mensen,
te beschutten met spontane en creatieve warmte.
Dat geeft engelengezang: liederen van ons eigen, ongekend geheim.
Op deze kerstdag strekken Godsvingers zich voorzichtig uit om jou en mij, niet grijpend, aan te raken met zijn weerloze aanwezigheid.
Hij raakt mij aan en kijkt met grote kinderogen.
Ga terug naar de essentie van het leven.
Wordt mens ten volle. Er is nog zoveel te doen.
Er is nog zoveel aan te raken, zoveel lief te hebben, zoveel te vergeven,
nog zoveel vrede te brengen.
Dat is de ziel van ons bestaan.
Dat is ‘de vrede voor alle mensen die Hij zo liefheeft.’
Hou dus die kerstglimlach vast, geef die maar door.
Doe het a.u.b.
Er zijn er genoeg die erom verlegen zitten.
Paul Scheelen