Zout heeft misschien een minder aantrekkelijke bijklank gekregen in vergelijking met vroeger.
Er wordt vaak gewaarschuwd dat we niet te kwistig met zout mogen zijn. Bepaalde mensen krijgen zelfs door de dokters een zoutloos dieet voorgeschreven.
Sommige mensen vinden dat Jeroen Meeus iets teveel zout gebruikt.
En dan krijgen we vandaag in het evangelie te horen dat wij het zout der aarde zijn.
Om deze woorden te begrijpen moeten we toch een beetje teruggaan in de tijd.
Toen Jezus leefde was zout inderdaad een kostbaar goed. Nu hebben wij een heel kruidenrek vol waaruit we kunnen kiezen.
Toen was zout het enige smaakmiddel dat men had. Het werd gebruikt om voedingswaren langere tijd te bewaren. Diepvriezers kenden ze toen niet.
Zout stond daarom ook voor duurzaamheid, bezit en rijkdom. Wij kennen nog de uitdrukking: iets is peperduur.
Peper was indertijd kostbaar en zout eigenlijk ook. In het oude Rome kregen soldaten een deel van hun beloning in zout, in het Latijn is dat “sal”, ons woord salaris is daarvan afgeleid.
Jezus zegt niet alleen dat wij het zout der aarde zijn. We zijn ook het licht van de wereld. En dat begrijpen we al beter.
Licht is onontbeerlijk voor ons mensen. We ondervinden het als de elektriciteit uitvalt en we in het donker onze weg moeten zoeken. Zelfs in onze eigen woning.
En hoe onzeker voelen we ons als we op een winterdag dag ons moeten verplaatsen in dichte mist?
We snakken dan naar een sprietje licht.
Als het dan nog begint te ijzelen is het nog veel erger.
Er wat hebben we dan nodig om de wegen berijdbaar te maken? Inderdaad: zout.
In het evangelie staat nog een merkwaardig zinnetje: “Als het zout zijn kracht verliest, waar moet je dan mee zouten?”.
Als het zijn kracht verliest, is het inderdaad waardeloos. Het kan niet meer gebruikt worden dient nergens meer voor.
Leerlingen van Jezus worden opgeroepen om krachtig zout te zijn, want dit kan het verschil maken.
Die boodschap is dus ook aan ons gericht.
Wij bevinden ons eigenlijk ook in een situatie die we min of meer kunnen vergelijken met die eerste leerlingen. Ze waren niet met zovelen, ze vormden een kleine groep, een minderheid.
We kunnen ons vandaag, daar wel in herkennen.
Het gaat niet over de hoeveelheid, het aantal, het gaat om de kracht te blijven behouden.
Voor licht geldt eigenlijk hetzelfde.
Als je in het duister zit, is vaak één klein lampje voldoende. Eén kleine kaars kan het verschil maken.
Het verschil waaraan men leerlingen van Jezus kan herkennen. Ze hoeven geen spectaculaire prestaties te leveren, of wereldschokkende dingen te doen.
Ze moeten niet in de krant komen met een wereldrecord. Ze moeten alleen aan het leven een snuifje zout toevoegen of in een donkere wereld een sprankje licht brengen.
En hoe moeten ze dat doen?
Daarvoor moeten we terug naar de eerste lezing, bij Jesaja.
Je brood delen met wie honger heeft of dakloze zwervers opnemen in je huis, en je ook niet onttrekken aan de zorg van je broeder. We weten het eindelijk allemaal, het is zo simpel als een snuifje zout, zo klaar en helder als een streepje licht.
Het gebeurt niet dikwijls dat een eerste lezing hier in de kerk zo eenvoudig, zo duidelijk is.
En tja… wij zijn als gelovigen een minderheid geworden. Daarom juist moeten we zorgen dat het zout in ons zijn kracht niet verliest. We moeten blijven durven opkomen voor onze idealen.
Moeten blijven geloven en bouwen aan een betere wereld, aan de toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.
We moeten voor onze overtuiging durven uitkomen. We moeten er geen genoegen mee nemen dat we knus, in onze eigen kring veilig blijven.
Want het is gemakkelijk en verleidelijk om mee te praten met criticasters en tafelspringers die het allemaal beter weten of zuchten dat er toch niets aan te doen is.
We leven vandaag in een onzekere tijd en er wordt bezorgd uitgekeken naar de toekomst, in een wereld beheerst door machtige leiders met dictatoriale neigingen.
Ondertussen blijven we in de sociale media overspoeld met ongenuanceerde of haatdragende commentaren.
Te midden van dat alles blijft de boodschap van Jezus ons aanspreken, ons aanzetten om tegenwicht te bieden.
Elke dag opnieuw..
Licht da schijnt.
Zout dat smaakt.