Wil je ons iets zeggen dat niet op deze blog moet verschijnen? Mail ons hier.
Mag iedereen het lezen, klik dan op op het gele 'Uw positieve/negatieve reactie hier' onderaan de tekst.
Evangelie: Matteüs 4, 1-11 - 'Jezus, bekoord in de woestijn'
Goede vrienden,
Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd nodigen de lezingen ons uit om dieper na te denken over wie God voor ons is en over hoe wij ons als gelovigen tot Hem mogen verhouden.
De heilige schrift zegt het bij herhaling… “Niemand heeft God ooit gezien” klinkt het in het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie en in de eerste brief aan Timoteüs zegt Paulus: “Geen mens heeft God gezien of is in staat om Hem te zien”.
Hoe kunnen wij ons dan - als nuchtere mensen - toch een beeld vormen van God?
Sinds de vroegste tijden hebben mensen van alle gezindheden getracht om op deze vraag antwoorden te geven. Zij deden dit, uitgaande van de eigen ervarings- en belevingswereld, aan de hand van mythische oerverhalen, geen verzinsels, maar diep-symbolische vertellingen.
Zo mogen wij de eerste lezing van vandaag begrijpen. En wat leert deze lezing ons…
Wij mensen zijn schepselen. Wij hebben het leven niet aan onszelf te danken; wij hebben het - in al zijn rijkdom - ontvangen van onze Schepper.
Maar… wij mensen zijn ook vrije wezens. En wat betekent die vrijheid ten diepste? Wij hebben kennis gekregen van goed en kwaad en - als de verleiding zich aandient - zijn wij vrij in onze keuze voor het ene of het andere. Dit is onze menselijke conditie. Zo staan we naakt tegenover onze God.
En dan is er het evangelie. Ook daar horen we een sterk symbolisch geladen verhaal en is er sprake van verleiding, waarbij de drie bekoringen waarmee Jezus te kampen krijgt, raken aan de kern van ons menszijn.
Er is de bekoring om het leven enkel te richten op het “brood”, om de materiële welstand te vergoddelijken.
Er is de bekoring om God te herleiden tot een instrument ten dienste van onze eigen verlangens, om de eigen verlangens, ons eigenbelang, te vergoddelijken.
En er is de bekoring om macht uit te oefenen over anderen, om macht te vergoddelijken.
Materiële welstand, eigenbelang, macht… dit zijn geen verleidingen die ons vreemd in de oren klinken; het zijn bekoringen die wij bijna dagelijks ervaren.
De vastentijd plaatst ons zo in dezelfde woestijn waarin Jezus zich bevond. Niet om ons te ontmoedigen, maar om ons te zuiveren.
En Jezus geeft ons drie duidelijke aanwijzingen… Hij zegt… - niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God; - en nog… gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen; - tenslotte… de Heer uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
Laten wij in de komende dagen en weken, telkens als wij gevraagd worden om keuzes te maken, deze drie leefregels van Jezus ter harte nemen en ons zo daadwerkelijk oefenen in de dienstbaarheid aan God en aan de mensen waartoe deze vastentijd ons oproept.
Evangelie: Matteüs 5, 17-37 - 'Uw ja moet ja zijn, uw neen, nee'
De lezingen in onze vieringen zijn niet altijd licht verteerbare kost. Ook vandaag zullen er mensen zijn die zich afvragen: “Wat kan ik hier mee aanvangen?”
We weten waarom die teksten soms zo lastig zijn. We hoorden vandaag een mengeling van uitspraken, herinneringen, flarden van wat die eerste christenen over Jezus vertelden. Jarenlang gingen die verhalen van mond tot mond, op vele plaatsen, en die herinneringen gingen terug op verschillende momenten in het leven van Jezus, kregen andere accenten, veranderden, werden aangevuld of verbeterd. En vandaag horen we het resultaat van die jarenlange mondelinge overlevering: uitspraken van en over Jezus die leerlingen van Jezus zo goed mogelijk in een min of meer samenhangend geheel hebben uitgeschreven.
Als we de schrift lezen, zijn we parelvissers. Die duiken in een diepte waarin vanalles te vinden is, waarin ze kunnen verdwalen, waarin hindernissen opduiken die vlot zwemmen lastig maken. Maar het is genoeg om één parel te vinden, één uitspraak van Jezus die ons op weg zet om het evangelie beter te begrijpen, en dat lastige teksten in een ander licht kan plaatsen.
Wat Jezus zegt over de verzoening met mijn broeder is zo’n parel. Die parels in het evangelie zijn dikwijls familie van elkaar. Elders lees ik: ik heb liever barmhartigheid dan offers. Deze zinnetjes wijzen in dezelfde richting als het antwoord van Jezus op de vraag wat het grootste gebod is. Hij geeft een verrassend antwoord, want hij noemt er twee. God beminnen, en uw naaste beminnen als uzelf. En die twee zijn aan elkaar gelijk. Dat, zegt Jezus ook vandaag, is de kern van de wet, waaraan geen komma mag veranderd worden.
Waar komt het in het evangelie op aan? Op veel bidden, op vasten, op offers van welke slag dan ook? Op leven geven aan elkaar, zoals ik zelf wil leven. En dat vraagt barmhartigheid voor de mens naast mij, ook in zijn diepste nood, ook als hij alle krediet verspeeld zou hebben en zwaar in de fout zou zijn gegaan. Ja, zoals die man uit Nazareth zich ontfermde over uitschot in de samenleving en de voeten waste van zijn leerlingen, die hem zouden verraden. Over leven geven gaan die zinnetjes over het uitschelden van je zuster en broeder.
De wet zegt: gij zult niet doden. Daar verandert Jezus geen letter aan. Maar hij gaat verder dan de letter van de wet. Wij kunnen iemand geestelijk doden, wij kunnen door ons gedrag, door onze woorden, door onze onverzoenlijkheid, door ons veroordelen, door onze boosheid het leven van anderen onleefbaar maken, zodat zij ‘geen leven hebben’.
Welke richting willen wij uitgaan, vraagt het evangelie. De weg van het conflict, de strijd, de weg die desnoods over lijken gaat? Als wij hier rond dit altaar samenkomen, betekent dat dat we kiezen voor de weg van de verzoening, ondanks alles. Het betekent dat wij in de richting van Jezus willen gaan, die liever barmhartigheid wil dan offers.
Zout heeft misschien een minder aantrekkelijke bijklank gekregen in vergelijking met vroeger. Er wordt vaak gewaarschuwd dat we niet te kwistig met zout mogen zijn. Bepaalde mensen krijgen zelfs door de dokters een zoutloos dieet voorgeschreven. Sommige mensen vinden dat Jeroen Meeus iets teveel zout gebruikt.
En dan krijgen we vandaag in het evangelie te horen dat wij het zout der aarde zijn. Om deze woorden te begrijpen moeten we toch een beetje teruggaan in de tijd. Toen Jezus leefde was zout inderdaad een kostbaar goed. Nu hebben wij een heel kruidenrek vol waaruit we kunnen kiezen. Toen was zout het enige smaakmiddel dat men had. Het werd gebruikt om voedingswaren langere tijd te bewaren. Diepvriezers kenden ze toen niet.
Zout stond daarom ook voor duurzaamheid, bezit en rijkdom. Wij kennen nog de uitdrukking: iets is peperduur. Peper was indertijd kostbaar en zout eigenlijk ook. In het oude Rome kregen soldaten een deel van hun beloning in zout, in het Latijn is dat “sal”, ons woord salaris is daarvan afgeleid.
Jezus zegt niet alleen dat wij het zout der aarde zijn. We zijn ook het licht van de wereld. En dat begrijpen we al beter. Licht is onontbeerlijk voor ons mensen. We ondervinden het als de elektriciteit uitvalt en we in het donker onze weg moeten zoeken. Zelfs in onze eigen woning.
En hoe onzeker voelen we ons als we op een winterdag dag ons moeten verplaatsen in dichte mist?
We snakken dan naar een sprietje licht. Als het dan nog begint te ijzelen is het nog veel erger. Er wat hebben we dan nodig om de wegen berijdbaar te maken? Inderdaad: zout.
In het evangelie staat nog een merkwaardig zinnetje: “Als het zout zijn kracht verliest, waar moet je dan mee zouten?”. Als het zijn kracht verliest, is het inderdaad waardeloos. Het kan niet meer gebruikt worden dient nergens meer voor. Leerlingen van Jezus worden opgeroepen om krachtig zout te zijn, want dit kan het verschil maken. Die boodschap is dus ook aan ons gericht.
Wij bevinden ons eigenlijk ook in een situatie die we min of meer kunnen vergelijken met die eerste leerlingen. Ze waren niet met zovelen, ze vormden een kleine groep, een minderheid. We kunnen ons vandaag, daar wel in herkennen. Het gaat niet over de hoeveelheid, het aantal, het gaat om de kracht te blijven behouden.
Voor licht geldt eigenlijk hetzelfde. Als je in het duister zit, is vaak één klein lampje voldoende. Eén kleine kaars kan het verschil maken. Het verschil waaraan men leerlingen van Jezus kan herkennen. Ze hoeven geen spectaculaire prestaties te leveren, of wereldschokkende dingen te doen. Ze moeten niet in de krant komen met een wereldrecord. Ze moeten alleen aan het leven een snuifje zout toevoegen of in een donkere wereld een sprankje licht brengen.
En hoe moeten ze dat doen? Daarvoor moeten we terug naar de eerste lezing, bij Jesaja. Je brood delen met wie honger heeft of dakloze zwervers opnemen in je huis, en je ook niet onttrekken aan de zorg van je broeder. We weten het eindelijk allemaal, het is zo simpel als een snuifje zout, zo klaar en helder als een streepje licht.
Het gebeurt niet dikwijls dat een eerste lezing hier in de kerk zo eenvoudig, zo duidelijk is. En tja… wij zijn als gelovigen een minderheid geworden. Daarom juist moeten we zorgen dat het zout in ons zijn kracht niet verliest. We moeten blijven durven opkomen voor onze idealen. Moeten blijven geloven en bouwen aan een betere wereld, aan de toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.
We moeten voor onze overtuiging durven uitkomen. We moeten er geen genoegen mee nemen dat we knus, in onze eigen kring veilig blijven. Want het is gemakkelijk en verleidelijk om mee te praten met criticasters en tafelspringers die het allemaal beter weten of zuchten dat er toch niets aan te doen is.
We leven vandaag in een onzekere tijd en er wordt bezorgd uitgekeken naar de toekomst, in een wereld beheerst door machtige leiders met dictatoriale neigingen. Ondertussen blijven we in de sociale media overspoeld met ongenuanceerde of haatdragende commentaren.
Te midden van dat alles blijft de boodschap van Jezus ons aanspreken, ons aanzetten om tegenwicht te bieden. Elke dag opnieuw.. Licht da schijnt. Zout dat smaakt.
In een eucharistie-viering volgt na het evangelie meestal een preek of homilie. In onze parochie bestaat hiervoor (al jaren) een preekploeg. Ze bestaat uit een zestal mensen die, na onderlinge afspraak, geregeld een "preekbeurt" verzorgen. Momenteel zijn dat Ria, Hilda, Marc, Jan, Gie en Fred. Pastoor Herman maakt uiteraard ook deel uit van de preekploeg en komt zelf ook meermaals aan de beurt. De bedoeling van een homilie is niet een universele waarheid te verkondigen die iedereen verplicht moet geloven en zeker niet de mensen terecht te wijzen. In een homilie willen wij de lezingen uit de bijbel een beetje verduidelijken en trachten wij ze in verband te brengen met de actualiteit van vandaag. Dat is niet altijd even simpel en daarom proberen wij elkaar te helpen. Elke maand komen wij samen om de lezingen uit de bijbel te bespreken en elkaar te inspireren bij het opstellen van de preek. In deze blog publiceren wij niet alleen onze homilies, maar staan wij ook open voor uw reacties.