Wil je ons iets zeggen dat niet op deze blog moet verschijnen? Mail ons hier.
Mag iedereen het lezen, klik dan op op het gele 'Uw positieve/negatieve reactie hier' onderaan de tekst.
Evangelie: Matteüs 18, 21-35 - 'Vergeven tot zeventig maal zevenmaal'
Lieve mensen,
Adembenemend! Wat Jezus brengt om duidelijk te maken wat ‘vergeven’ is. Het verhaal van de dienaar die kwijtschelding vraagt en krijgt, en 5 minuten later zelf niet kan vergeven maar zijn collega bij de keel grijpt en schuld eist tot het uiterste…
Dit verhaal zegt mij; hoe het van alle tijden is, en hoe moeilijk het altijd wel geweest is om te vergeven, om iemand iets kwijt te schelden…
En Petrus vraagt aan Jezus: "Hoe vaak moet ik vergeven?” Het is een vraag die we goed begrijpen. Want er zijn momenten waarop we denken: Nu is het genoeg. Nu kan ik niet meer. Dit heb ik al zo vaak geprobeerd. En toch zegt Jezus: "tot 70 maal 7 keer".
Dit gegeven komt ook al uit het oude testament! In het boek Genesis Hoofstuk 4 vers 24 zegt een nakomeling van Kaïn: "Als Kaïn 7 keer gewroken wordt, dan Lamech 70 maal 7 keer." Kaïn zegt dit “als een wet” van mateloze wraak die toen bestond. En Jezus, zet de wet van toen om in: ‘EINDELOOS VERGEVEN’
Zeven! en 70 maal 7.
Dat symbolisch getal in de bijbel. We kennen het! Het staat hier voor ‘altijd’, zonder eindeloze grens, het staat voor ‘oneindig’.
Er zijn boeken geschreven om te leren vergeven en om te leren omgaan met wat mensen je aandoen door je te beschuldigen, door je diep te kwetsen,…
Gelukkig vind ik ook woorden bij Ward Bruyninckx. Hij beschrijft al heel goed, wat het woord ‘Vergeven’ kan betekenen.
Vergeven is iemand bevrijden, is iemand weer kans geven om nieuw te worden Vergeven is iemand de hand reiken om over de zwakheid heen te geraken Vergeven is zon brengen is de muur afbreken is een brug bouwen is terug contact opnemen is de panne herstellen Vergeven is de ander weer zo gaarne zien als jezelf. Vergeving vragen (misschien nog moeilijker) is de eigen pretentie op zak steken en bekennen dat je liefde nodig hebt. Vergeven is nog eens de liefde gelijk geven.
Ja, vergeven is liefde tonen aan wie ons heeft pijn gedaan.
Maar…. Waar halen we de kracht om moeilijke dingen te vergeven?
Wij hier samen, wij weten wel waaruit we die kracht putten! Wij komen hier om te bidden! Wij komen misschien wel om God te ontmoeten… Wij smeken om hulp als we ’t niet kunnen of niet zien zitten… Wij durven stilstaan bij de feiten hoe wij onophoudelijk gaarne gezien worden, en hoe onze dagelijkse foutjes voortdurend vergeven worden door onze God, Jezus’ en onze Vader.
Hoe wij ten diepste leven van Gods genade! Hij is onze innerlijke Kracht om te breken met de cirkel van jaloezie, haat of wraak. Hij is onze onophoudelijke Vergevende Vader.
Hij legt Zijn Liefde in ons, waardoor we barmhartigheid en mildheid kunnen ervaren én kunnen tonen. Waardoor we het kwaad niet goedpraten, zeker niet!
Maar de dagelijkse keuze kunnen maken om de rekening niet te blijven presenteren. En de panne willen herstellen ja, tot 7 maal 70 keer!
Liefde voor de naaste - Drieëntwintigste zondag door het jaar A 2026 - Anne-Mie Castelein
Drieëntwintigste zondag door het jaar A 2026 - Zondag 6 september 2026
Eerste lezing: Ezechiël 33, 7-9- 'Als gij de boosdoener niet waarschuwt…'
Evangelie: Matteüs 18, 15-20 - 'Wanneer uw broer gezondigd heeft, wijs hem dan terecht'
Scheppingszondag
Beste mensen,
Jullie hebben het al gehoord en zeker gezien: het is scheppingszondag! We zijn volop in de scheppingsperiode die loopt van 1 september tot en met 4 oktober. Sinds enkele jaren worden stappen gezet om naast Welzijnszorg in de Advent en Broederlijk Delen in de Vasten een derde sterke tijd in te lassen nl. de Scheppingsperiode met aandacht voor klimaat, de natuur, de wereld waarin wij leven en de laatste tijd zeker alles wat te maken heeft met de klimaatverandering.
Dit alles onder impuls van Ecokerk.
Vandaar die mooie affiche: ‘Wie goed kijkt, komt thuis in het wonder’
De bezinning vandaag gaat over: ‘Liefde vervult de gehele Wet’ 'De liefde vervult de gehele Wet', schrijft Paulus.
Liefde is de samenvatting van alle geboden. Het is ook geen privégebeuren, maar een zaak van samenleven, en de zorg voor het goede leven op deze wereld.
Hoe verbinden we dit met het gegeven ‘Wie goed kijkt, komt thuis in het wonder’?
In de encycliek Laudato Si' van Paus Franciscus vinden we alvast deze wegwijzer: het is onze dure plicht elkaar te waarschuwen als het met deze, onze wereld fout loopt. We zijn als ‘wachters aangesteld’ om te waken over elkaars welzijn en het behoud van onze planeet en het leven.
De liefde die vol is van kleine gebaren van wederzijdse liefde, betreft ook het burgerlijke en politieke leven en wordt zichtbaar in alle handelingen die een betere wereld trachten op te bouwen. Alles is met elkaar verbonden: we mogen ‘de aarde naast de arme’ zetten, we moeten beider schreeuw horen Een integrale ecologie bestaat ook uit eenvoudige dagelijkse gebaren, waarbij wij de logica van geweld, uitbuiting, egoïsme doorbreken.
Intussen is de wereld van een tot het uiterste gedreven consumptie tegelijkertijd de wereld van mishandeling van het leven in al zijn vormen. In dit kader is het ook aangewezen om ‘de boosdoeners te waarschuwen’ en de broeder die gezondigd heeft, terecht te wijzen. Kritiek en terechtwijzing zijn er niet om anderen vast te zetten op hun fouten. ‘Wijs uw broeder onder vier ogen terecht’ zegt Jezus in het evangelie. Het is geen confrontatie ten koste van de andere.
Het gaat er om, gehoor te vinden voor wat wezenlijk, van levensbelang is, en elkaar mee te nemen in een positieve en opbouwende actie. En wat ons daarbij drijft is liefde voor alles wat ons na aan het hart ligt : het welzijn van ons en die na ons komen, het voortbestaan van alle levende wezens, die Gods levensadem meedragen.
Die ‘liefde voor onze naaste’ is ook een ‘sociale liefde’, die zich vertaalt in politieke actie, en in regels en wetten, want werken aan een herstelde relatie tussen God, de mens en de aarde is uiterst concreet dat bedreigd is door vernieling, uitbuiting en uitsterving.
Laten we eindigen met een bede: Dat we U steeds beter leren kennen als de scheppende God, wiens goedheid te groot is om door één schepsel bevat te worden. Dat we steeds beter beseffen dat alle leven elkaar nodig heeft, Dat we weer leren te leven in afhankelijkheid, van U, van de aarde en van elkaar. We hebben dus werk in deze Scheppingsperiode! Mogen we elkaar daarin bemoedigen!
het woord vakantie valt hier al enkele keren! Is vakantie niet een periode waarin we al eens lui mogen zijn en even mogen stilstaan! En dan denk ik: Is dat ook niet iets wat wij hier doen bij elke zondagse viering: (even lui zijn), even stilstaan, even uit de tijd stappen – om dan vast te stellen dat iets in ons, ons in beweging zet. Zo zetten vandaag die moeilijke woorden ons in beweging.
Als eerste durf ik zeggen: Wanneer we horen “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is mij niet waardig. Dan moeten we terugkijken in de tijd wanneer dit geschreven werd: Jezus was ’n Jood! In Jezus’ tijd en die van de eerste christenen, werden de mensen die zich bekeerden tot de christenen uit hun Joodse familie gezet. En vandaag gebeurt dit ook nog met wie zich bekeert van Islam naar Christen…. Zij zijn ’n schande en worden buitengezet… Als je daarmee te maken had of hebt, wordt het een pijnlijke keuze om Jezus te willen volgen.
En ik vond bij Dominicus Gent hoe de moeilijke zinnen even onder ogen werden genomen: “Wie een profeet opneemt omdat het een profeet is”, zal dat loon ontvangen, staat er. “Wie een deugdzaam mens opneemt omdat het een deugdzaam mens is”, zal dat loon ontvangen, staat er eveneens.
Eerste Bedenking: als er staat “wie een profeet opneemt omdat het een profeet is”. Dat vraagt van ons dat we moeten kunnen zien en willen horen dat iemand Profetische woorden spreekt en daden stelt!
Het vraagt aandacht hebben voor wat rondom ons gebeurt, en ons dan ook durven laten inspireren. Dus niet vrijblijvend.
Tweede bedenking: Dat loon. Leidt dat niet tot selectieve solidariteit? Alleen met degenen bij wie we kunnen delen in een loon zouden we samengaan? Dat is zeker niet de bedoeling.
Mattheus zegt ook zoiets in de zaligsprekingen: “Zalig zijt gij … want groot is uw loon in de hemel”. Doen we het daarvoor, om onze hemel te verdienen? Ik denk dat we het mogen bekijken vanuit oorzaak en gevolg. Dat wij het Rijk Gods mee opbouwen en binnengaan: dat is het gevolg van onze manier van leven.
We kunnen deze moeilijke woorden ook bekijken vanuit investeren en beleggen! Jezus leert ons al heel vroeg om liefde en aandacht te delen met anderen. Hij leert ons al heel vroeg ‘investeren in gedeeld beminnen’!
Het is een algemene regel om je investeringen te spreiden in functie van een goede opbrengst, dat je dan kiest voor aandelen!
Tegelijk ‘n risicovol beleggingsproduct, maar wel één, waarbij je zelf een klein deel ‘mede-eigenaar’ bent. ‘Sterk betrokken dus!’
Vandaag zitten hier in onze portefeuille heel wat aandelen! 1) De profetenaandelen! de milieuprofeten, de noord-zuidprofeten, de vluchtelingprofeten, 1 profeet opneemt…. Is dus keuzes maken!
2) rechtvaardigheidsaandelen Het is een investering in ‘coöperatieve aandelen, in goeddoeners Pax Christi, Broederlijk Delen, Welzijnszorg, Amnesty International… weer kiezen!
3) de aandelen van de kleine mensen Investeren van aandelen in tijd, kennis en kunde waarbij jij jezelf ook heel goed en nuttig voelt.
Allemaal aandelen waarin we mede-eigenaar kunnen zijn, waarin we dan ook goed moeten kiezen om het zelf te kunnen volhouden… En er deugd aan te hebben!
Maar let op… Ontgoocheling en verdriet horen er ook bij. Het zijn de bezoekbeleggingen, de arm-in-arm spaarboekjes…
Investeren! Jezus volgen! Niet vrijblijvend! ‘n Zeer dynamisch iets! Dan is het zeer betrokken zijn! Levenslang keuzes maken! Met wisselend succes! Het gaat over opbrengst! Maar; als oorzaak en gevolg. Omdat we zo leven zijn we ’n geschenk voor anderen en maken we ’n hemeltje op aarde… Heeft iemand nood aan ‘n beker water, en geven we deze van harte, wel, we bouwen al mee aan de hemel op aarde.
Mattheus de patroonheilige van boekhouders en financiers… Hij deed het gratis! Investeren we mee?
In het evangelie van vandaag horen wij tot 3 maal toe: ‘wees niet bang’!
Die woorden legt de evangelist in de mond van Jezus op het moment dat de leerlingen voor het eerst worden uitgezonden en alle redenen hebben om bang te zijn voor wat hun te wachten staat. Het doet dan ook deugd te horen dat ‘geloven’ in elk geval ook wil zeggen: je mag gerust zijn, je bent in Gods handen. Maar wij hebben leren inzien dat God niet ingrijpt.
De bijbel spreekt over een God die deze wereld aan de mensen en de mensen aan elkaar heeft toevertrouwd: een God die hier op aarde niet helpt, niet troost of bezielt buiten mensen om. Maar in mensen is er een stem die zegt: ‘Bevrijd elkaar, doe elkaar leven’. Wie die stem hoort in zichzelf, hoort de stem van de God van Jezus van Nazareth. Het is Zijn stem die in ons spreekt. Het is ons geweten.
Maar er gebeurt in ons leven zoveel dat ons bang maakt. En nog meer redenen om bang te zijn hebben die mensen die lijden onder terreur of die leven in een (politiek) regime dat zijn burgers geen welzijn verzekert. Ze vragen zich angstig af of er voor hen nog wel een toekomst is. Hoeveel vaders en moeders hebben hun kinderen die bang waren, door moeilijke momenten heen geholpen? En hoeveel mensen -werkzaam in gezondheidszorg of dienstverlening- hebben anderen verlost van heel wat onrust en ongemakken die hen bang maakten?
Vandaag roept Jezus ons ertoe op elkaar van allerlei angsten te verlossen en elkaar te helpen de toekomst weer hoopvol tegemoet te zien. Hij grijpt niet in, maar hij werkt wel op ons in. En wij worden ertoe opgeroepen af te dalen in het diepste van onszelf, tot waar wij de stem van ons geweten horen. Als wij geloven dat God zo op ons rekent, dan kunnen wij veel aan.
Dan durven wij het gesprek met onze angsten aan te gaan en er op een andere manier mee om te gaan. Wij durven het omdat God ons heel nabij is. Van hem mogen wij ook fouten maken. Wij mogen tegenvallen. Hij ziet immers onze binnenkant, die voor anderen dikwijls verborgen blijft.
En daar maakt God ons sterk, wat er ook gebeurt. Bij alles wat ons overkomt, stelt Hij ons in staat niet verbitterd, niet opstanding of haatdragend te worden, maar moedig een beproeving, te doorstaan, een afscheid en gemis te doorleven.
Zo werkt die zorg van God, namelijk als een innerlijke kracht die ons van binnenuit bezielt, in het geloof dat het kwaad waarvoor wij bang zijn niet het laatste woord heeft. Natuurlijk vervliegt de angst en de pijn niet zomaar meteen. Het moet ons niet verwonderen dat – als wij voor een belangrijke keuze staan of een verwerkingsproces door moeten- wij af en toe ontredderd en angstig zijn.
Daarom komt het er vandaag op aan dat wij Jezus tot ieder van ons horen zeggen: ‘Wees niet bang’!
Evangelie: Matteüs 9, 36—10, 8 - 'De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig'
Goede vrienden,
De lezingen van vandaag, op deze 11de zondag door het jaar, tonen ons een God die niet op afstand blijft, maar die mensen roept, verzamelt en zendt. Zowel in het boek Exodus als in het evangelie volgens Matteüs staat een bijzondere waarheid centraal: God kiest mensen uit om zijn liefde zichtbaar te maken in de wereld.
In de eerste lezing zijn de Israëlieten aangekomen bij de Sinaï woestijn. Zij hebben na de onderdrukking in Egypte de bevrijding meegemaakt. En God herinnert hen aan wat Hij voor hen heeft gedaan: “Ik heb u gedragen op arendsvleugels en u hier bij Mij gebracht.” Maar Gods keuze voor zijn volk is niet vrijblijvend. Het volk krijgt ook een opdracht, een zending mee: door te leven naar Zijn woord, moet het God aanwezig stellen in de wereld.
In het evangelie zien we eenzelfde beweging. Jezus kijkt om zich heen en het is geen fraai beeld. Hij ziet een wereld die afgemat is en hulpeloos, waar mensen overmand zijn door zorgen, angsten, vragen. En Jezus laat zich raken door het lot van deze mensen. “Hij is diep bewogen”, zegt de tekst. Ook vandaag zou Jezus dezelfde blik hebben. Onze samenleving beschikt over ongekende mogelijkheden, maar tegelijk ervaren veel mensen nu eenzaamheid, onzekerheid, zinloosheid. Het beeld van de “schapen zonder herder” klinkt daarom verrassend actueel.
En wat doet Jezus wanneer Hij deze nood ziet? Hij begint niet met kritiek te geven op de wereld en haar leiders. Hij klaagt niet over het gebrek aan diepgang en geloof. Hij richt zich tot zijn leerlingen en zegt: “Vraagt aan de Heer van de oogst arbeiders uit te sturen.” Het eerste antwoord op de nood van de wereld is dus een vraag aan de Heer, een gebed tot God. Jezus vraagt zijn leerlingen niet onmiddellijk om plannen te maken of structuren op te zetten. Eerst moeten zij bidden. Want de Kerk groeit niet door menselijke inspanningen alleen, maar is Gods werk.
En dan gebeurt er iets merkwaardigs. Nauwelijks heeft Jezus gevraagd te bidden om arbeiders, of Hij maakt van de bidders zelf arbeiders. Hij roept de twaalf bij zich en zendt hen uit. Degenen die bidden om roepingen, blijken zelf geroepen te worden.
Dat is ook voor ons een belangrijke les. Nog te vaak leeft het idee - ook en niet in het minst binnen de kerkelijke structuren - dat de opbouw van de Kerk vooral een taak is voor gewijden: priesters, diakens, religieuzen. Maar door ons doopsel zijn wij allemaal geroepen om onze bijdrage te leveren. Ieder van ons heeft een zending ontvangen.
En Jezus geeft zijn leerlingen een duidelijke opdracht: verkondig dat het Rijk der hemelen nabij is. Maar ook… genees zieken, wek vertrouwen, breng mensen weer tot leven. Verkondiging gaat niet alleen om woorden. Het evangelie moet zichtbaar worden in concrete daden van liefde en barmhartigheid. Ook al kunnen wij geen bovennatuurlijke wonderen verrichten, wij kunnen wel een luisterend oor bieden aan iemand die zich alleen voelt, wij kunnen vergeving schenken waar verbittering dreigt, wij kunnen hoop brengen waar moedeloosheid heerst. Zo kunnen wij getuigen van ons geloof, door de manier waarop wij leven, en God aanwezig stellen in de wereld.
En het evangelie eindigt met een merkwaardige zin die misschien wel het meest wezenlijke van onze roeping kernachtig verwoordt: “Voor niets hebben jullie gekregen, voor niets moet je geven.” Ons leven is een geschenk. Niemand van ons heeft zichzelf het leven gegeven. De liefde die wij ontvangen hebben, de kansen die wij kregen, de talenten die wij bezitten: uiteindelijk is alles gave en genade. Eerst is er altijd Gods initiatief. Eerst geeft God. Daarna antwoordt de mens.
Daarom is de vraag van vandaag niet alleen: wat geef ik aan God of aan anderen? Maar ook: ben ik mij nog bewust van wat ik allemaal ontvangen heb? Wie beseft hoeveel hij gekregen heeft, wordt vrijgeviger. Dankbaarheid opent het hart. En een dankbaar hart ontdekt dat geven geen verlies is, maar een weg naar vreugde.
Moge de viering van vandaag ons helpen om deze diepe waarheid nog beter te doorgronden en ernaar te leven. Amen.
Wegwijzerviering - Viering waar in het bijzonder de eerste communicanten en vormelingen welkom zijn, maar ook families met kinderen en iedereen met een warm hart
Uit zonnebloempitjes komen zonnebloemen. En zonnebloemen zijn als kleine zonnetjes.
Ieder van jullie, vormelingen en communicantjes, kan zo’n zonnebloem worden. Een zonnebloem, die andere mensen blij maakt. En als jullie andere mensen blij maken, doen jullie wat Jezus verlangt van ieder van ons: dat wij mensen worden, die andere mensen blij maken. Dat hebben jullie het voorbije jaar geleerd in de voorbereiding op vormsel en eerste communie.
Maar om zonnebloem te worden, hebben die pitjes een en ander nodig. Gezonde lucht, fris water, en het warme licht van de grote zon. Als dat er niet is, komen er geen zonnebloemen, dan wordt de aarde dor en uitgedroogd, een woestijn waarin mensen ongelukkig worden.
En nu wil ik niet zozeer tot de kinderen hier spreken, maar tot de zogezegde grote mensen.
Wij, ouders, familie, buren, de mensen van deze parochie, wij zijn er mee verantwoordelijk voor dat uit deze veelbelovende meisjes en jongens volwassenen opgroeien, die in staat zijn om een zon te zijn voor anderen. Wij moeten ervoor zorgen dat die zonnebloemetjes in een goed klimaat opgroeien, een vriendelijk klimaat van goede zorgen en koesterende liefde.
Wat maken wij van de wereld, van het land, van de gemeenschap, van de buurt en de familie, waarin deze kleine pitjes geplant zijn? Ja, aan de grote wereldproblemen kunnen we niet zoveel doen, en helaas, de grote wereld geeft helemaal geen zonnig voorbeeld aan deze kinderen. Maar we moeten doen we we zelf kunnen. Laten we er samen voor zorgen dat de omgeving waarin die kinderen opgroeien, een warme, barmhartige, verdraagzaame voedingbodem is.
Misschien is de belangrijkste meststof om deze pitjes te laten ontkiemen het voorbeeld dat wij geven. Niet alleen de goede daden die wij doen, maar ook ons voorbeeld als mensen die altijd nieuwe kansen geven aan groot en klein, die kunnen vergeven tot zeven maal zeventig maal, zoals in het evangelie staat, die nederig en barmhartig zijn.
Als zij het voorbeeld van Jezus willen volgen, moeten zij aan ons kunnen zien hoe een leerling van Jezus probeert te leven.
Evangelie: Johannes 3, 16-18 - ' Zozeer heeft God de wereld liefgehad'
Wij vieren vandaag de feestdag van de Heilige Drie-Eenheid. Vele jaren geleden, toen ik mijn eerste communie deed, gebeurde dat (o wonderlijk toeval) in de kerk van de Heilige Drievuldigheid. Een aantal jaren geleden besloot de kerk om die benaming een beetje aan te passen: van Drievuldigheid naar Drie-Eenheid. In de titel van de viering vandaag hebben we dat her-taald in “Één maal drie is één”. Maar het blijft moeilijk om uit te leggen. Daardoor zit ik al de hele week, en eigenlijk al heel wat langer, te spelen met twee cijfers in mijn hoofd: een 3 en een 1.
Wat is het probleem?
Niet iedere zondag, maar toch vrij dikwijls, spreken we, behalve over Jezus en de Heilige Geest, ook over God de Vader ... maar ook over God als Moeder. Moeten we dan niet spreken over de heilige Vier-Eenheid?
Enkele weken geleden kwam in het nieuws dat in de kerk van Maastricht de botten teruggevonden waren van d'Artagnan, de vierde van de drie musketiers. Los van het prachtige verhaal dat Alexandre Dumas over hen schreef, zijn er wel een paar gelijkenissen met het goddelijke Trio.
Volgens het verhaal van Dumas waren Athos, Porthos en Aramis de drie musketiers die Frankrijk redden van kardinaal Richelieu die een staatsgreep wou plegen. Die musketiers, die blijkbaar alle drie neven waren van D’Artagnan, vormden een elite-legertje van de Franse koning, Lodewijk XIV, waarvan D’Artagnan dan de luitenant-kapitein was. Van die onafscheidelijke vrienden die altijd voor elkaar klaarstonden, onthouden we vooral hun strijdkreet: “één voor allen en allen voor één”. Ook de drie musketiers waren dus eigenlijk met z’n vieren. Dat loopt min of meer parallel met mijn suggestie voor een heilige Vier-Eenheid.
Vormt die 3 dan een probleem? En waar komt die eigenlijk vandaan?
De 3 werd afgesproken op de concilies in de 4de en 5de eeuw, die niet toevallig allemaal werden gehouden in het toenmalige Griekenland. De keuze voor 3 komt dus meer dan waarschijnlijk uit de Griekse voorkeur voor zogenaamde “heilige” getallen. Getallen waaraan bijzondere eigenschappen worden toegedicht, zonder dat daar noodzakelijk een wetenschappelijke of wiskundige basis voor is. We kennen nog altijd spreekwoorden als: “alle goede dingen bestaan in drie” en “driemaal is scheepsrecht”. Van Sint- Patrick wordt gezegd dat hij tijdens zijn preken het klavertje drie gebruikte om de Heilige Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) uit te leggen.
Maar ook het getal 4 is een "heilig" getal, omdat het geassocieerd wordt met het aardse. Er zijn namelijk vier jaargetijden, vier windstreken, vier evangelisten, vier elementen, enzovoort. Het getal 4 staat trouwens ook wel symbool voor de maagd Maria. En in de theologie wordt het getal vier ook beschouwd als zijnde 3+1, het getal dat de eenheid van de drie-eenheid symboliseert. Bij het overwegend mannelijke in onze Drie-Eenheid hoort beslist ook een moederlijk aspect. Anders gezegd, bij iedere Drie-Eenheid hoort een stukje Moeder Gods.
Zo is de cirkel rond en komen we opnieuw uit bij de Drie-Eenheid die we vandaag vieren. Zoals Paulus het vandaag schrijft in zijn brief aan de christenen in Korinthe: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen” of , zoals we het telkens opnieuw uitspreken bij elk kruisteken: “In de Vader+, de Zoon+ en de Geest+. Amen”.
Zo blijven wij, op Christus vraag, verbonden met de Vader, die ook Onze Vader is, en met de Geest die ons met Pinksteren werd toegezonden. Verbonden zijn is ook het sleutelwoord van de heilige Drie-eenheid. Zij zijn een sprekend beeld om te zeggen: kijk naar Ons, kijk naar onze verbondenheid, kijk naar de liefde tussen die drie Personen die samen één God zijn. Zoals de drie musketiers zich verbonden wisten door hun strijdkreet “één voor allen en allen voor één”, zo mogen ook wij ons laten be-Geest-eren door Christus, om samen God, de Vader, te zien. Amen.
“Blijven asemen” zeggen mensen vaak, “vooral blijven asemen”.
Ik heb het nog vaak gedaan, in de oude ritus van het kinderdoopsel.
Ademen over zo’n kindje. Gods Geest hunkerend schenken opdat dit wezentje leven zou mogen hebben, leven in overvloed.
Maar het is afgeschaft. Misschien was dat blazen niet hygiënisch zoals het zout op het tongetje ook niet hygiënisch was. En toch hield dan het huilen plots op en begonnen die baby’s heerlijk te smekkelen. Maar het is afgeschaft.
Er is in onze maatschappij een bezorgdheid die meer en meer, verdoken opduikt : kan er een toekomst weggelegd zijn voor een samenleving die zich loswringt uit de bodem waarin zij geworteld is en waarop het licht scheen dat haar de weg naar boven wees?
Kan een maatschappij zonder diepe spiritualiteit? Zonder een cultuur van ontmoeting, dialoog en een voorkeursoptie voor de kreet van de armen
en voor die kreet van de aarde?
Kan ooit het jarenlange drama van Oost Congo, van Soudan, van het eindeloze Joods-Palestijns conflict met zoveel dodelijke drama’s opgelost worden zonder een moedige geestkracht, voorbij het eigen gelijk, de eigen machtspositie?
Aan alles twijfelen maar ook in alles berusten.
Hebben we te kort aan adem? En heeft het zout zijn kracht verloren?
Soms spreekt men van globalisering van de onverschilligheid in onze tijd.
Niet meer in staat zijn om geraakt te worden door het anders zijn van de andere.
De diepere dynamiek verdwijnt.
Wat een uitdaging was het voor bange apostelen, opgesloten in eigen denkkaders, om deuren en ramen open te gooien.
De beeldspraak is veelzeggend: Er is sprake van een hevige wind die opsteekt en waar het hele huis vol van is. Alle rommel wordt door de wind weggevaagd.
Natuurlijk was er ook toen geen draagvlak maar ze wagen zich begeesterd tussen Meden en Parten, Elamieten en mensen uit het vijandige Mesopotamië. Ze gaan ontmoeting aan met Azië, Balkanlanden, Noord Afrika en het overheersende Rome. Meestal waren ze niet welkom, maar ze deden het.
Dat diepe appél doorbrak al het banale denken zoals Paus Leo XIV op onze dagen het manipulerend ageren van Trump terugfloot door rustige tegenspraak ook al wist hij dat de president de Amerikaanse katholieke kerk veel pijn zal doen.
Het tweede beeld naast die storm, die Roeach is even veelzeggend.
Er verschijnt hun iets dat op vuur gelijkt en zich in tongen verdeeld op ieder van hen neerzet. Het gaat om het vuur van het enthousiasme.
De leerlingen van Jezus werden dragers van een vurige bezieling en ontwikkelden een taal die de ‘andere’ verstaat. De taal van solidariteit en menselijke betrokkenheid: de vranke, vrije taal die Jezus bezielde en zo de bron werd van waarachtige humaniteit.
Pinksteren is openstaan voor een kracht die je, boven jezelf, uittilt.
Het heeft niets met leeftijd te maken.
Het is warm lopen voor iets wat hoop geeft en uitzicht biedt.
Het is geloven dat heel gewone mensen iets buitengewoons tot stand kunnen brengen als ze zich laten inspireren door woorden van liefde en kracht.
Kom Geest in de inzet van mensen voor mensen.
Gij die natrilt in de blijdschap als iemand een ander respecteert,
soms liefheeft ondanks het zo anders zijn.
Kom Geest in de dromen die jonge mensen koesteren,
Soms heb ik, zoals verschillende onder u, het voorrecht sterk betrokken te zijn bij een persoonlijke weg naar het levenseinde, het stervend heengaan.
Ik noem het een voorrecht hoe zwaar en aangrijpend het ook in jezelf kan woelen.
Alle franjes, alles wat omfloerst werd, het valt weg.
Keihard is die onomstotelijke waarheid.
Elke ontmoeting, elk gesprek brengt je dichter bij iemand:
hoe ontwikkelde hun liefde voor elkaar, hun kinderen, de mislukkingen, de angst, de hunker naar nabijheid en vertrouwen.
Soms fluisteren stervenden dat de laatste dagen de mooiste waren van hun leven omdat ze totaal gegrepen werden door de warmte die hen omringde.
Dan begrijp je beter dat laatste samenzijn van Jezus met zijn leerlingen.
Oog in oog met de dood, spreekt Hij het diepste uit van wat hem persoonlijk beroerde.
Wat Hij toen zei liet onuitwisbare sporen na,
omdat het hele leven dat eraan voorafging, er zo duidelijk in weerkaatst werd.
“Heb elkaar lief”
Zijn woorden en daden kwamen uit een diepe bron.
Nee, niet voor een wereld van de sterkste, de gelijkhebber, de geraffineerde verlokker, de bejubelde, hautaine mens bad Hij..
Zijn gebed, vlak voor zijn sterven, werd een fluisterend hunkeren naar diep respectvol samenleven voor elke mens:
"opdat zij één mogen zijn zoals Gij Vader in mij en ik in U....
Opdat zij één zijn zoals wij God één zijn, harmonisch versmolten:
ik in hen en Gij in mij.
God geef hen die heilige, die begeesterende Geest van uw liefde.
Jullie kennen ze wel:
de mensen met ontzettend veel moed,
die te midden van dementie elkaar niet loslaten,
die moedig wegen vinden voor hun gehandicapt kind
ook al vinden zij zo weinige maatschappelijke betrokkenheid.
Toch geven zij niet op, hoopvol, soms zelfs vreugdevol
en verzanden niet in klagen.
Je kent ze wel in je omgeving: mensen met een warme geest.
Misschien ben je zelf wel zo’n mens.
Je kent ze wel: de groepen van mensen die meeleven en begaan zijn met elkaar en met de samenleving, ,
die in de eerste plaats geduldig het goede zoeken in elke mens,
maar het goede ook uitspreken, danken en waarderen.
En Jezus bidt die laatste avond
Vader, mogen mijn volgelingen in dat vragende gelaat van die andere mens
een weerspiegeling van uw aangezicht ontdekken.
Ik bid voor hen dat ze doorheen de brokstukken van hun eigen leven
toch mogen ondervinden dat uw gelaat soms heel duidelijk verschijnt
op belangrijke momenten van hun leven.
En dat ze blijven kiezen voor het leven In mooie dagen
maar ook als het leven pijn doet.
Jouw warme blik, Vader, jouw nabijheid zoals Gij dat altijd hebt gezegd:
Ik zal er zijn, mensenkind, ik zal er zijn voor jou.
Een echtgenoot, wiens vrouw vertoeft in een palliatieve eenheid, belde mij vorige week op. Zijn vrouw verlangde naar een geloofsgesprek rond haar laatste dagen samen met haar man en met mij..
Gisteren waren we vierend verbonden samen met kinderen en schoonkinderen.
Grappige anekdoten werden bovengehaald maar ook biddend en heel voelbaar werden de handen opgelegd in een ritus van warme verbondenheid.
Met de heilige olie die onze bisschop op witte donderdag ingezegend had, heeft ieder die aanwezig was, mama zalvend aangeraakt met woorden van sterke betrokkenheid, bemoediging en vertrouwen.
Soms heb je symbolen nodig om voorbij alle sentimentaliteit de échte dingen van het leven een taal te geven. Die diepte werd iets sacraals, soms afgewisseld met viool en cellospel door de kinderen ingeoefend voor dit broze moment..
We baden om zachtheid voor de dagen die nog komen,
voor mensen die nabij blijven, voor licht dat niet dooft.
We voelden ons zo verbonden en dankbaar. Er kwam zoveel rust in mama, in elkeen..
Samen durven staan in een diepe waarheid en elkaar op die momenten niet loslaten. “Opdat allen een zijn in mij en ik in hen”.
Dan zitten we dicht bij de Geest van Pinksteren...
Het feest van de hemelvaart is ook het feest van Rerum Novarum.
Het feest van de Katholieke Actie. Actie, dat zijn de daden, de vruchten van het geloof in het evangelie. Die actie is ook politiek. Rerum Novarum ging over stakingsrecht, en vakbonden, en minimumlonen. En daaruit zijn christelijke sociale organisaties en partijen voortgekomen. Wie de actualiteit een beetje volgt, weet dat christelijke partijen en organisaties onder druk staan. Er zijn er die ze liever zien verdwijnen.
Moet ons geloof zich wel met politiek bezighouden? Ik denk dat het antwoord ‘ja’ is. De politiek gaar erover welke samenleving wij willen. Het antwoord op die vraag staat in de brief van Jakobus. Als wij ons geloof in daden omzetten, willen we werken aan een samenleving waar de arme niet veracht wordt. En opinies die zich baseren op het evangelie zijn even belangrijk als andere strekkingen.
We leven trouwens in een tijd waar dringend nood is aan die evangelische principes. Een christelijke politiek vecht voor mensenrechten, voor respect voor de zwakkeren, en ze klaagt in de lijn van de profeten de verdrukking van de armen aan.
Ze durft in deze wereld waar valse profeten het recht van de sterkste onbarmhartig verkondigen, opkomen voor vergiffenis, begrip, verzoening met de vijand, en vrijgevigheid in een samenleving die elk jaar meer rijkdom verwerft en minder solidair wordt. Veel of alles kan veranderen, bewegingen komen op en kalven af. Maar de nood aan mensen die ‘Gutmenschen’ durven zijn, en die een menswaardige samenleving willen opbouwen, blijft. En die Gutmenschen zijn niet alleen christenen: christenen moeten zich met alle mensen van goede wil organiseren en front vormen.
Velen onder ons hier hebben zich een heel leven in die organisaties en in de politiek ingezet. Is het dan nu geen tijd om de fakkel door te geven? Ja, de volgende generaties nemen die verantwoordelijkheid over.
Maar ieder van ons blijft een boom die goede of slechte vruchten kan voortbrengen. En die menswaardige samenleving kan maar een rijk bos worden, als er velen zijn die in hun eigen omgeving, in hun gezin, in hun wijk, hun naaste proberen te beminnen als zichzelf. Ieder van ons moet de daad bij het woord voegen, het woord van het evangelie dat Jezus bij zijn Hemelvaart aan ons heeft toevertrouwd.
Johannes lijkt in het evangelie wel te goochelen met woorden, wanneer hij over de Geest schrijft: “de wereld ziet Hem niet en kent Hem niet”, en daarna over Jezus: “de wereld ziet Mij niet meer; maar jullie zullen Mij zien”.
Bij die woorden moet ik altijd denken aan dat raadseltje over een zebrapad. Het is een oud raadsel, van toen die zebrapaden nog geel waren:
Wat denkt een Chinees als die het zebrapad oversteekt?
Het antwoord is simpel: “ze zien me, ze zien me niet, ze zien me, ze zien me niet!”
Anders gezegd hoopt hij: als ze me maar zien, dan ben ik veilig!
Dat is niet helemaal wat Johannes in dit evangelie bedoelt.
Toch verwachten zowel het Chineesje als Jezus dat de mensen de moeite zouden doen om naar hem te kijken.
Alle gekheid op een stokje. Het is wel wat met de lezingen van vandaag.
Om correct te zijn hadden we misschien moeten beginnen met de afscheidswoorden van Jezus in het evangelie van Johannes, waarin Jezus zijn vrienden bemoedigt en met veel woorden probeert uit te leggen dat Hij hun een Helper zal sturen.
Pas daarna zouden we dan dat stukje moeten horen uit de eerste herderlijke brief van Petrus, net zo nieuw-paus als paus Leo vandaag, waarin Petrus, duidelijk verlicht, be-Geest-erd door de Geest, aan zijn toehoorders vraagt om het pad van Jezus te bewandelen. Laat u niet doen, laat u niet uit het lood slaan. Leef een leven naar het voorbeeld van Jezus!, klinkt het.
In deze tijd van conflicten overal ter wereld, blijft die oproep van Petrus een oproep aan ons allemaal, als christen, zelfs na 2000 jaar: Lieve christen, laat u niet doen, laat u niet uit het lood slaan. Laat aan de wereld zien dat jij een volgeling bent van Christus!
Evangelie: Johannes 14, 1-12 - 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven'
Wegwijzerviering - Viering waarop de eerste communicanten, vormelingen, families met kinderen en iedereen van harte welkom is
Lieve kinderen,
Wie van jullie gelijkt op de Mama? Wie van jullie gelijkt op de Papa? Wie van jullie gelijkt op de Oma, of Bomma? Wie van jullie gelijkt op de Opa of Bompa??? Als de mensen zeggen dat je op je Mama lijkt, dan zal je soms op dezelfde manier spreken als de mama, of op dezelfde manier stappen, of op dezelfde manier reageren als je blij bent of boos bent…
Zo is dat ook als men zegt dat je op Papa of Opa of Oma lijkt! Je hebt veel geleerd van je Mama en je Papa, van je Bomma en je Bompa… En al wat je geleerd hebt doe je ’n beetje zoals zij dat doen…
Wel, zo loopt het verhaal van Jezus die naar Zijn Vader gaat ook! Jezus die de weg daartoe aan zijn leerlingen, aan zijn apostelen geleerd heeft. Maar Thomas en zijn vrienden hebben het zo niet begrepen! Zij hebben niet begrepen dat Jezus het gezicht is van Zijn en hun goddelijke Vader. Dat Jezus helemaal lijkt op z’n hemelse goddelijke Vader! Dat Jezus alles doet wat Zijn Vader Hem geleerd heeft en gevraagd heeft… Jezus z’n Vader zit in al zijn vezels, zit in z’n luisteren en z’n spreken… Zo is dat ook bij jullie! Deeltjes van jullie Mama en deeltjes van jullie Papa zitten ook in jullie vezels… wat je van hen leerde doen jullie ook. En dat maakt hen gelukkig!
Jezus leert Zijn vrienden hoe ook zij bij die goddelijke Vader kunnen komen, wanneer zij doen voor mensen wat Hij hen allemaal geleerd heeft! Lief zijn, aandacht hebben voor hun verdriet, eten geven aan wie veel te weinig heeft… Dàt is de Weg die Ik nu ga! Zegt Jezus. En m’n goddelijke Vader zal Mij omhelzen en opnemen in z’n Hemels huis. Jezus zegt tegen Thomas en zijn vrienden, het is niet moeilijker dan dat! Ik heb het jullie voorgedaan! Jullie hebben het van Mij geleerd! Het zit in jullie vezels! En kunnen het nu verder leren aan alle mensen die jullie tegenkomen!
Lieve kinderen, zo is het ook de voorbije jaren gegaan. Jullie leerde Jezus kennen thuis, en nog wat beter wanneer je je 1ste communie deed… en dan verder thuis tot je nu hier komt voor je Vormsel.
En… jullie leerden van Jezus om ruzie te helpen stoppen, om wie droevig is te proberen troosten, om wie honger heeft iets van jezelf te delen en ‘n lach te brengen bij je vriendjes, vooral als ’t wat moeilijk gaat onder elkaar …
23 mei zeggen jullie allemaal ‘JA!’ JA ik geloof dat de goedheid het haalt van het kwaad. JA ik geloof dat vergeving het beste is … en we altijd vriendschap kunnen sluiten, vrede kunnen brengen… en goed zijn voor mekaar.
Zo hoop ik en wens ik jullie, dat jullie niet alleen op je Mama of Papa gaan lijken nu en later als je volwassen bent, maar daarbij ook altijd een beetje op Jezus! Dat jullie Zijn weg willen gaan! Het zal Hem veel plezier doen! Zullen we mekaar nu allemaal nen High Five geven??? Als “Ja! Dàt gaan we doen!”
Ja lieve Mensen, ik heb nu vooral tegen de kinderen gesproken omdat ze hier vandaag voor de laatste keer samenkomen, en seffens nog samen op stap gaan over heel L.O., als laatste voorbereiding voor hun Vormsel! Ik mag er toch vanuit gaan dat wij mekaar ook nen High Five kunnen geven als belofte dat we Jezus’ weg blijven volgen en zo goed als Jezus willen zijn voor iedereen die we ontmoeten…
Het is vandaag Roepingenzondag, een dag waarop wij in de lezingen uitgenodigd worden om bewust stil te staan bij een belangrijke vraag: Door wie, door wat, laat ik mij leiden in mijn leven? Naar welke stem luister ik om richting te geven aan mijn bestaan?
Over deze vraag nadenken, is zeker geen overbodige luxe in onze huidige samenleving waarin wij worden overspoeld door massa’s woorden en beelden die - vaak ongewild - onze aandacht opeisen, een wereld waarin leiders schaamteloos godsdienst, d.i. de gelovige dienst van mensen aan God, kapen voor eigen machtshonger en geldzucht, een wereld waarin leugens zonder de minste schroom worden verpakt als absolute waarheden.
En spijtig genoeg is deze realiteit van alle tijden…
In de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen, waarin het verhaal wordt verteld van de vroege kerk, zien we hoe Joodse mensen tot het besef komen dat zij - door foute leiders te volgen - mee verantwoordelijk zijn geworden voor de dood van Jezus, de Messias, de Zoon van God.
Dit besef zorgde voor ontreddering… “Wat moeten wij doen, broeders?”, vragen zij. Het antwoord van Petrus is verrassend eenvoudig: bekeer u, laat u dopen, stel u open voor de gave van de Heilige Geest. Geen lange boetetocht dus, maar een ommekeer. Doe vanaf vandaag het goede, dan zijn uw zonden vergeven.
Zo eenvoudig kan het zijn, dat die dag alleen al “drieduizend mensen zich aansloten” zegt de tekst…
En ook het evangelie volgens Johannes gaat vandaag dieper in op het thema van het waarachtige leiderschap.
Jezus spreekt over zichzelf als de Goede Herder, maar ook als de deur van de schaapstal. Enkel zij die door die deur de mensen tegemoet treden, die met andere woorden leiding geven naar Jezus’ voorbeeld, verdienen onze navolging.
Maar waaraan kunnen we die leiders dan herkennen, hoor ik u vragen. Ook hier is het antwoord eenvoudig. We hebben het gehoord in de evangelielezing van Witte Donderdag: het zijn zij die, in navolging van Jezus, nederig de voeten wassen van hun naasten.
En dát is iets waar ieder van ons toe in staat is. Zó worden wij allen geroepen om verantwoordelijkheid op te nemen voor elkaar en voor een betere wereld.
De roepstem van Jezus, de Goede Herder, klinkt daarbij niet dwingend maar uitnodigend. Roeping begint daar: in het leren herkennen van die zachte stem die tot ons spreekt, soms in een warme ontmoeting, soms tijdens een gebed, soms doorheen een innerlijk verlangen dat blijft terugkomen.
Dán wordt het ernst... Het wordt zaak om op die roepstem te antwoorden. En dát is niet zo eenvoudig. Het vraagt moed, want vanaf nu moeten concrete daden van liefde en dienstbaarheid worden gesteld. Het vraagt vertrouwen omdat we ons, tegen de stroom in, wagen op nieuwe wegen. En het vraagt volharding, want roeping is geen eenmalig gebeuren, maar een levensproject.
Moge Jezus, de Goede Herder, ons helpen om zijn stem te herkennen, en ons moed, vertrouwen en volharding schenken om Hem blijvend te volgen. Amen.
Evangelie: Lucas 24, 13-35 - 'Hij werd herkend aan het breken van het brood'
Lieve mensen,
Deze derde paaszondag zegt ons meteen dat we naar paasverhalen luisteren. Vorige week hoorden we hoe gelovig die ongelovige Thomas wel was… Vandaag luisteren we naar het verhaal van de Emmaüsgangers.
Twee goede vrienden van Jezus die wenend door verdriet, en ontgoocheld door die dodelijke afloop van Jezus’ leven, zich terugtrekken en naar huis terugkeren… Twee goede mensen die, net zoals jij en ik, zoals wij in zulke omstandigheden; kapot zijn vanbinnen en niet direct weten, hoe nu verder… Ze hebben gelukkig mekaar om die terugweg te gaan… en onverwacht nog ’n wandelaar op hun weg die contact zoekt.
Een wandelaar die luistert en ook weet wat ze doormaken, en nog zoveel meer weet… Een goede mens die beeld van hun Jezus is en vertelt over wie Hij is en wat Hij wenst… Een goede mens zoals wij dat ook zijn en kunnen zijn… Dat klinkt misschien pretentieus… maar dat is ’t helemaal niet. Want, om ’n goede mens te zijn is elke dag opnieuw inspanning nodig. Is met scherpe aandacht leven, aandacht voor het ‘gelaat van de ander’… en nadenken wat je in bepaalde situaties best doet en laat…
De grote filosoof Levinas leert ons: ‘In het gelaat van de ander ligt altijd ’n opdracht voor mij, zie ik wat me te doen staat… In het gelaat van de ander kan ik altijd iets van die Jezus, iets van God ontmoeten Het kan m’n broer of zus, m’n zoon of dochter, m’n man of vrouw zijn, maar ook m’n buurvrouw, zomaar iemand op straat of aan de kassa in de supermarkt… . In elke ontmoeting, waar ook, ligt dan ook altijd ’n opdracht… Die Andere die ik ontmoet, is ’n kwetsbare mens, net zoals we zelf kwetsbare mensen zijn. Daarom juist is ‘iemand ontmoeten’ altijd ‘n appel op m’n aandacht en m’n goedheid.
En dan is er de kunst om tegelijk te zien dat die medemens ook vriendschap en liefde en ook veerkracht in zich draagt die hij of zij, aan mij wil tonen… die ik dan mag ontvangen… Dat moet mij bewust houden dat; wie ik ontmoet helemaal zichzelf mag zijn… met z’n ontgoocheling en verdriet… met z’n vriendschap en goedheid, zonder mezelf naar voor te schuiven of op te dringen… Alle dagen ’n goede mens zijn, niet gemakkelijk…
In het gelaat van de ander kan ik die Jezus, kan ik God ontmoeten, zegt Levinas. Velen kunnen rechtstreeks met God in contact staan via gebed, sacramenten, enz. Voor Levinas heeft God zich uit de schepping teruggetrokken. Dat deed hij volgens hem al in het ‘Aards Paradijs’, toen hij de 1ste mensen de opdracht gaf om eerlijk en oprecht met al hun goedheid zorg te dragen en in te staan voor de wereld die ze daar in het Aards Paradijs, van God in handen kregen… Zo werd; “De goedheid in de mens, ook het goddelijke in de wereld”.
Daarom zegt Levinas: “De enige manier om God te ontmoeten is de ontmoeting met de Ander”. Wil je God plezieren, dan beantwoord je de roep van mensen, het appel van mensen die je tegenkomt. Hierdoor rees bij vele anderen de vraag: “Als je God zo voorstelt, is Hij dan niet te afhankelijk van de goodwill van de mens? Wordt God dan niet te klein en te menselijk voorgesteld? Of, zegt Levinas; wordt de mens hiermee juist “Goddelijk” voorgesteld? Als dat waar is, dan weten we wat ons te doen staat!
“Zorg dragen voor elkaar, en vandaag, vooral nu, voor onze medemensen die hier zijn met groot verdriet om het heengaan en het gemis van hun geliefde, …” en beseffen dat ook zij; “zorg dragen voor elkaar…” Ja, Jezus leeft! In ons, door ons en met ons…
In ’n nu volgend lied staat het mooier beschreven dan ik kan zeggen, laten we het samen zingen:
Mens voor de mensen zijn, herder als God, trooster voor groot en klein, zo lief als God.
Mensen omarmen, hun tranen verstaan, troosten en strelen, de weg samengaan.
Licht in het duister zijn, wakende vlam, mens van vertrouwen zijn, zijn wie men kan.
Mens voor de mensen zijn herder als God, trooster voor groot en klein, zo lief als God.
We zijn vandaag al de vijfde zondag van de vasten. En op ieder van die zondagen lieten we ons, in minder of meerdere mate, inspireren door Broederlijk Delen. Zij vragen aandacht voor hun partners in Palestina, in Haïti, in Peru, in Oost-Congo en vandaag in Bolivia.
De titel van de viering van vandaag “Ga voor opstand-ing”, is geïnspireerd op de lezingen.
De mensen van Broederlijk Delen hebben aandachtig gekeken naar die lezingen. Zo lazen ze bij Ezechiël niet alleen “Ik ga uw graven openen”, maar ook “Ik … laat u op uw eigen grond wonen”. Met CENDA, de partner van Broederlijk Delen in Bolivia, willen zij de Ayllu gemeenschap in Oruro (Bolivia), dat lijdt onder droogte en mijnbouwvervuiling, helpen om te protesteren tegen de lokale overheid, om iets te doen tegen de loodvervuiling. Zodat zij weer kunnen ademen, leven en mogen terugkeren naar hun land.
Broederlijk Delen goochelt in haar campagne een beetje met cijfers: We zijn de vijfde zondag van de vasten. Het is al de vierde dag sinds Lazarus overleed. Het is te laat; hij riekt al! In de beleving van Martha en Maria lijkt herstel onmogelijk. En pas dan komt Jezus met zijn leerlingen naar Bethanië. De derde dag kennen we ook. Dat is de dag van Jezus’ opstanding. Is het dan te laat voor de mensen uit Bolivia? Is het dan te laat voor Lazarus?
Lazarus en zijn zussen waren voor Jezus geen onbekenden. We kwamen hen al eerder tegen in het evangelie van Lucas (10 38-42). Martha is daar de zus die Jezus gastvrij ontvangt in hun huis. Maria is de zus die aan de voeten van Jezus kwam zitten om naar hem te luisteren. Nu is het Martha die Jezus tegemoet rent als haar broer Lazarus gestorven is. Martha als ondernemende, Maria als luisterende, zij waren beide, ieder op hun manier, resolute volgelingen van Jezus. Van Lazarus hadden we nog niets vernomen in dat verband. Tot nu dus.
Zoals de mensen van Broederlijk Delen in het bijzonder naar Ezechiël keken, zo heb ik even aandachtig gekeken naar het evangelie van Johannes. En daarin roept Jezus op: “Lazarus, kom naar buiten!”
Enkele jaren geleden, tijdens de corona-periode, was er die gevleugelde uitspraak van minister Maggie De Block: “blijf-in-uw-kot”. De oproep van Jezus lijkt wel het omgekeerde! “Kom uit uw graf!” als een soort van verplichte “coming out”, een letterlijk uit-de-kast-komen van Lazarus. Alsof Jezus zou zeggen: kom nu eens eindelijk uit jezelf, Lazarus. Toon aan de wereld wie je bent! Kom uit je graf en LEEF!
Zo is de oproep aan Lazarus ook een oproep aan ons allemaal, als christen. Kom naar buiten. Blijf niet in uw graf zitten! Zo is ook de oproep van Jezus aan ons vandaag. Niet na vijf, vier of drie dagen, maar zelfs na 2000 jaar: Lieve mens kom naar buiten en laat aan de wereld zien dat je een volgeling bent van Christus! Amen.
In het voorbijgaan zag Jezus iemand die vanaf zijn geboorte blind was. Hij had nooit kunnen zien.
En wat het nog erger maakte, was dat er gefluisterd werd dat hij blind was omdat hij gezondigd had of zijn ouders. Dat was toen de meest voorkomende verklaring en soms hoor je nu vandaag nog wel eens beweren dat een handicap, het lijden een straf van God is. Het eerste wat Jezus dan doet is die heidense gedachte radicaal tegenspreken.
Maar je kunt op vele manieren ‘blind’ zijn. Hoe dikwijls gebeurt het niet dat we geen oog hebben voor het goede dat in ons schuilt of rondom ons gebeurt. En evenzeer zijn we stekeblind voor de minder mooie kanten van onszelf.
Of we staren ons blind op het succes van anderen. Of we kennen momenten dat het ons allemaal donker voor de ogen is en dat we geen uitkomst meer zien.
Of we zijn verblind door het felle tegenlicht van een mentaliteit die enkel oog heeft voor winst en rendement. Of we worden ertoe verleid de werkelijkheid te versmallen tot alleen maar wat we met ons verstand kunnen weten of berekenen. Zo zijn we dikwijls ‘ziende blind’.
Dan gebeurt het dat een mens in nood onze ogen opent. Zo overkwam het ook Jezus. Hij zag iemand die ‘vanaf zijn geboorte blind’ was. Jezus zag, zoals God de ellende van Zijn volk in Egypte zag. Jezus ziet zoals God ziet. ‘Zien’ is dan omzien naar mensen. Dan zien we wat er dicht bij ons of veraf gebeurt, en we nemen het ter harte. We wenden de blik niet af, maar doen de ogen wijd open en trekken het ons aan.
In deze 40 dagentijd werden en worden wij nog steeds uitgenodigd om onze ogen en onze oren te openen voor mensen dichtbij en veraf. Broederlijk Delen geeft ons daartoe een serieuze aanzet! Trouwens het thema van deze viering zegt het ons heel duidelijk: ‘ga voor een andere kijk’. Jezus doet de blindgeborene anders zien!
Ook wij worden uitgedaagd om de werkelijkheid te zien met nieuwe ogen, ons te laten raken door mensen die beroep doen op onze solidariteit! Dat we ons betrokken voelen bij wat wereldwijd gebeurt. We kunnen natuurlijk niet alle ellende van de wereld oplossen, maar onze eigen bijdrage doet er toe ! Mensen van Linkeroever, van onze parochie zijn mensen die met andere ogen kunnen kijken… zo kan het Pasen worden voor iedereen!
Verschillende thema’s vragen onze aandacht. Het is vrijwilligersfeest. Centraal in de viering staat Broederlijk Delen.
Die hebben alle twee te maken met inspanningen om van deze wereld een leefbare plek te maken. Maar er is ook de actualiteit die drukt ons met de neus op een harde werkelijkheid. Wat zijn mensen van goede wil waard, in een wereld waar elke dag meer bommen ontploffen, waar macht het haalt op recht? En bij het begin van de viering hebben we de namen van vier lieve overledenen herdacht. Wat hebben we te vieren, als we telkens opnieuw gedoemd zijn om van geliefden afscheid te moeten nemen?
Misschien helpt het evangelie ons om een antwoord te vinden. Maar dat lijkt niet evident. In het verhaal van daarnet volgen de misverstanden elkaar op. Niet alleen de Samaritaanse vrouw begrijpt Jezus niet. Ikzelf vraag me af of ik dit evangelie goed begrijp.
Wat ik wel begrijp is, dat het ‘het zesde uur’ is. In Palestina de volle middag. De hitte, waarin de dorst ondraaglijk wordt. Zoals in onze wereld de temperatuur altijd maar hoger wordt, en vluchtende mensen in de schroeiende zon niet weten waar naartoe. Geef mij te drinken, vraagt Jezus, aan de vijand. Samaritanen en Joden waren vijanden. Misschien is dat de kloof die de vrouw tegenhoudt. Als mensen in vijandschap leven, kunnen ze elkaars dorst niet lessen.
Wat Jezus dan zegt en doet, is voor tijdgenoten toen en nu onbegrijpelijk. Hij overbrugt de kloof. Hij maakt heel wat vijandschap kapot maakt. Voor hem is die vrouw geen vijand, maar een gelijke, een mens die dorst naar leven, een mens om lief te hebben.
Jezus kan de dorst naar leven lessen omdat hij leeft in Gods geest. Omdat hij de wil van zijn Vader doet, die ons allen bemint. Wie in die liefde leeft, wordt levend water, water dat leven geeft aan anderen.
Die liefde is sterker dan de dood. Dat levend water geeft eeuwig leven, zegt de tekst. Ook dat lijkt onbegrijpelijk. Het vraagt een groot geloof. Maar wat ik wel begrijp is wat de Samaritanen zeggen: “Dit is werkelijk de redder van de wereld”. Zij begrepen dat de weg van Jezus onze verscheurde, oververhitte wereld kan helen.
Zij geloofden dat het dodelijk kwaad door vreedzame, belangloze, zelfvergeten liefde overwonnen kunnen worden. Zonder dat zij het misschien wisten, geloofden zij dat het na Goede Vrijdag Pasen zou worden.
Wegwijzerviering - viering waarop de eerste communicanten en vormelingen aanwezig zijn, waar de families met kinderen en alle andere mensen meer dan welkom zijn
Lieve mensen en vooral dappere kinderen hier …
Jullie hebben het evangelie vanmorgen vroeg al gehoord en begrepen!
Want sinds 9u zijn jullie weg van thuis, van je speelkameraadjes en je smartphonevriendjes…
Sinds 9 uur zijn jullie hier om dichter bij Jezus te komen, zoals de vrienden van Jezus met Hem de berg opgingen!
En jullie hebben ons al verteld wat jullie in al die tijd deden en dichter bij Jezus bracht…
Wat kan ik daaraan, nog toevoegen???
We hebben deze week de zon gezien!
Wat was er zo speciaal aan?
Veel warmer dan normaal in februari!
Ze staat laag!
Ze schijnt dan veel feller in onze ogen!
In de klas werd het moeilijk als de zon op het bord of in onze ogen scheen.
Alles kreeg ’n gouden schijn en was niet meer zo duidelijk te zien.
Zo was het ook op die berg Tabor!
Jezus stond daar in de stralende zon waardoor zijn kleren witter schenen dan ooit tevoren!
En Jezus was daar in gesprek met 2 Profeten die zijn voorbeelden waren
Zij die Hem en heel het volk het voorbeeld hadden gegeven!
Elia was zelf heel dikwijls in gesprek met zijn goddelijke Vader Jahwe om goede raad te vragen!
Mozes had, op de berg Sinaï, 10 geboden geschreven op 2 stenen, als richtlijn, om ’n goede gelovige te zijn!
Met Elia en Mozes van lang geleden, was Jezus in gesprek.
Hij vroeg hen hoe zij hun Boodschap hadden doorgegeven, ieder in eigen tijd!
Hij sprak met hen om inspiratie en kracht te vinden, om de goddelijke boodschap alle dagen opnieuw door te geven en waar te maken!
De verhalen van deze tweede Vastenzondag geven ons hoop!
Zij zeggen ons zoals Kris Gelaude dat zo mooi schrijft:
“Aangesproken zijn door geestdrift
en door geloof in mensen,
ruimte scheppen voor dialoog,
vertrouwen koesteren,
geduld bewaren,
de kunst beoefenen
om met ontzag voor traditie
te zoeken naar de kracht
van het nieuwe.
Daarin ligt het geheim van de verbindingsmens!” (Kris Gelaude)
Daarin lag ook de kracht van Jezus die het ons voordeed!
Daarin ligt ook onze kracht!
We horen het deze week over de radio, zien het op TV hoe het “De week is van de Vrijwillige Medewerker”!
Zovele mensen die vrijwillig meebouwen aan ’n goede samenleving.
Ook in onze parochie op allerlei vlak!
Hier nu in deze catechese-viering, over al het bewegingsleven heen, doorheen het SAC en het onderhouden van onze gebouwen…!
Ook in ons maakt de zon haar belofte waar!
Wij hier samen, naar Jezus luisterend, voelen haar warmte nog. En… wij worden omringd door het stralend licht (niet alleen van de zon), van jullie fonkelende oogjes en de fiere glimlach van jullie ouders… het bemoedigt om mét Jezus in ons hart, te blijven mee-bouwen aan ’n betere wereld veraf en dichtbij…steen voor steen, stap na stap…
Evangelie: Matteüs 4, 1-11 - 'Jezus, bekoord in de woestijn'
Goede vrienden,
Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd nodigen de lezingen ons uit om dieper na te denken over wie God voor ons is en over hoe wij ons als gelovigen tot Hem mogen verhouden.
De heilige schrift zegt het bij herhaling… “Niemand heeft God ooit gezien” klinkt het in het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie en in de eerste brief aan Timoteüs zegt Paulus: “Geen mens heeft God gezien of is in staat om Hem te zien”.
Hoe kunnen wij ons dan - als nuchtere mensen - toch een beeld vormen van God?
Sinds de vroegste tijden hebben mensen van alle gezindheden getracht om op deze vraag antwoorden te geven. Zij deden dit, uitgaande van de eigen ervarings- en belevingswereld, aan de hand van mythische oerverhalen, geen verzinsels, maar diep-symbolische vertellingen.
Zo mogen wij de eerste lezing van vandaag begrijpen. En wat leert deze lezing ons…
Wij mensen zijn schepselen. Wij hebben het leven niet aan onszelf te danken; wij hebben het - in al zijn rijkdom - ontvangen van onze Schepper.
Maar… wij mensen zijn ook vrije wezens. En wat betekent die vrijheid ten diepste? Wij hebben kennis gekregen van goed en kwaad en - als de verleiding zich aandient - zijn wij vrij in onze keuze voor het ene of het andere. Dit is onze menselijke conditie. Zo staan we naakt tegenover onze God.
En dan is er het evangelie. Ook daar horen we een sterk symbolisch geladen verhaal en is er sprake van verleiding, waarbij de drie bekoringen waarmee Jezus te kampen krijgt, raken aan de kern van ons menszijn.
Er is de bekoring om het leven enkel te richten op het “brood”, om de materiële welstand te vergoddelijken.
Er is de bekoring om God te herleiden tot een instrument ten dienste van onze eigen verlangens, om de eigen verlangens, ons eigenbelang, te vergoddelijken.
En er is de bekoring om macht uit te oefenen over anderen, om macht te vergoddelijken.
Materiële welstand, eigenbelang, macht… dit zijn geen verleidingen die ons vreemd in de oren klinken; het zijn bekoringen die wij bijna dagelijks ervaren.
De vastentijd plaatst ons zo in dezelfde woestijn waarin Jezus zich bevond. Niet om ons te ontmoedigen, maar om ons te zuiveren.
En Jezus geeft ons drie duidelijke aanwijzingen… Hij zegt… - niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God; - en nog… gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen; - tenslotte… de Heer uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
Laten wij in de komende dagen en weken, telkens als wij gevraagd worden om keuzes te maken, deze drie leefregels van Jezus ter harte nemen en ons zo daadwerkelijk oefenen in de dienstbaarheid aan God en aan de mensen waartoe deze vastentijd ons oproept.
Evangelie: Matteüs 5, 17-37 - 'Uw ja moet ja zijn, uw neen, nee'
De lezingen in onze vieringen zijn niet altijd licht verteerbare kost. Ook vandaag zullen er mensen zijn die zich afvragen: “Wat kan ik hier mee aanvangen?”
We weten waarom die teksten soms zo lastig zijn. We hoorden vandaag een mengeling van uitspraken, herinneringen, flarden van wat die eerste christenen over Jezus vertelden. Jarenlang gingen die verhalen van mond tot mond, op vele plaatsen, en die herinneringen gingen terug op verschillende momenten in het leven van Jezus, kregen andere accenten, veranderden, werden aangevuld of verbeterd. En vandaag horen we het resultaat van die jarenlange mondelinge overlevering: uitspraken van en over Jezus die leerlingen van Jezus zo goed mogelijk in een min of meer samenhangend geheel hebben uitgeschreven.
Als we de schrift lezen, zijn we parelvissers. Die duiken in een diepte waarin vanalles te vinden is, waarin ze kunnen verdwalen, waarin hindernissen opduiken die vlot zwemmen lastig maken. Maar het is genoeg om één parel te vinden, één uitspraak van Jezus die ons op weg zet om het evangelie beter te begrijpen, en dat lastige teksten in een ander licht kan plaatsen.
Wat Jezus zegt over de verzoening met mijn broeder is zo’n parel. Die parels in het evangelie zijn dikwijls familie van elkaar. Elders lees ik: ik heb liever barmhartigheid dan offers. Deze zinnetjes wijzen in dezelfde richting als het antwoord van Jezus op de vraag wat het grootste gebod is. Hij geeft een verrassend antwoord, want hij noemt er twee. God beminnen, en uw naaste beminnen als uzelf. En die twee zijn aan elkaar gelijk. Dat, zegt Jezus ook vandaag, is de kern van de wet, waaraan geen komma mag veranderd worden.
Waar komt het in het evangelie op aan? Op veel bidden, op vasten, op offers van welke slag dan ook? Op leven geven aan elkaar, zoals ik zelf wil leven. En dat vraagt barmhartigheid voor de mens naast mij, ook in zijn diepste nood, ook als hij alle krediet verspeeld zou hebben en zwaar in de fout zou zijn gegaan. Ja, zoals die man uit Nazareth zich ontfermde over uitschot in de samenleving en de voeten waste van zijn leerlingen, die hem zouden verraden. Over leven geven gaan die zinnetjes over het uitschelden van je zuster en broeder.
De wet zegt: gij zult niet doden. Daar verandert Jezus geen letter aan. Maar hij gaat verder dan de letter van de wet. Wij kunnen iemand geestelijk doden, wij kunnen door ons gedrag, door onze woorden, door onze onverzoenlijkheid, door ons veroordelen, door onze boosheid het leven van anderen onleefbaar maken, zodat zij ‘geen leven hebben’.
Welke richting willen wij uitgaan, vraagt het evangelie. De weg van het conflict, de strijd, de weg die desnoods over lijken gaat? Als wij hier rond dit altaar samenkomen, betekent dat dat we kiezen voor de weg van de verzoening, ondanks alles. Het betekent dat wij in de richting van Jezus willen gaan, die liever barmhartigheid wil dan offers.
In een eucharistie-viering volgt na het evangelie meestal een preek of homilie. In onze parochie bestaat hiervoor (al jaren) een preekploeg. Ze bestaat uit een zestal mensen die, na onderlinge afspraak, geregeld een "preekbeurt" verzorgen. Momenteel zijn dat Ria, Hilda, Marc, Jan, Gie en Fred. Pastoor Herman maakt uiteraard ook deel uit van de preekploeg en komt zelf ook meermaals aan de beurt. De bedoeling van een homilie is niet een universele waarheid te verkondigen die iedereen verplicht moet geloven en zeker niet de mensen terecht te wijzen. In een homilie willen wij de lezingen uit de bijbel een beetje verduidelijken en trachten wij ze in verband te brengen met de actualiteit van vandaag. Dat is niet altijd even simpel en daarom proberen wij elkaar te helpen. Elke maand komen wij samen om de lezingen uit de bijbel te bespreken en elkaar te inspireren bij het opstellen van de preek. In deze blog publiceren wij niet alleen onze homilies, maar staan wij ook open voor uw reacties.