Johannes lijkt in het evangelie wel te goochelen met woorden, wanneer hij over de Geest schrijft: “de wereld ziet Hem niet en kent Hem niet”, en daarna over Jezus: “de wereld ziet Mij niet meer; maar jullie zullen Mij zien”.
Bij die woorden moet ik altijd denken aan dat raadseltje over een zebrapad. Het is een oud raadsel, van toen die zebrapaden nog geel waren:
Wat denkt een Chinees als die het zebrapad oversteekt?
Het antwoord is simpel: “ze zien me, ze zien me niet, ze zien me, ze zien me niet!”
Anders gezegd hoopt hij: als ze me maar zien, dan ben ik veilig!
Dat is niet helemaal wat Johannes in dit evangelie bedoelt.
Toch verwachten zowel het Chineesje als Jezus dat de mensen de moeite zouden doen om naar hem te kijken.
Alle gekheid op een stokje. Het is wel wat met de lezingen van vandaag.
Om correct te zijn hadden we misschien moeten beginnen met de afscheidswoorden van Jezus in het evangelie van Johannes, waarin Jezus zijn vrienden bemoedigt en met veel woorden probeert uit te leggen dat Hij hun een Helper zal sturen.
Pas daarna zouden we dan dat stukje moeten horen uit de eerste herderlijke brief van Petrus, net zo nieuw-paus als paus Leo vandaag, waarin Petrus, duidelijk verlicht, be-Geest-erd door de Geest, aan zijn toehoorders vraagt om het pad van Jezus te bewandelen. Laat u niet doen, laat u niet uit het lood slaan. Leef een leven naar het voorbeeld van Jezus!, klinkt het.
In deze tijd van conflicten overal ter wereld, blijft die oproep van Petrus een oproep aan ons allemaal, als christen, zelfs na 2000 jaar: Lieve christen, laat u niet doen, laat u niet uit het lood slaan. Laat aan de wereld zien dat jij een volgeling bent van Christus!
Amen.