Lieve mensen,
Deze derde paaszondag zegt ons meteen dat we naar paasverhalen luisteren.
Vorige week hoorden we hoe gelovig die ongelovige Thomas wel was…
Vandaag luisteren we naar het verhaal van de Emmaüsgangers.
Twee goede vrienden van Jezus die wenend door verdriet, en ontgoocheld door die dodelijke afloop van Jezus’ leven, zich terugtrekken en naar huis terugkeren…
Twee goede mensen die, net zoals jij en ik, zoals wij in zulke omstandigheden; kapot zijn vanbinnen en niet direct weten, hoe nu verder…
Ze hebben gelukkig mekaar om die terugweg te gaan… en onverwacht nog ’n wandelaar op hun weg die contact zoekt.
Een wandelaar die luistert en ook weet wat ze doormaken, en nog zoveel meer weet…
Een goede mens die beeld van hun Jezus is en vertelt over wie Hij is en wat Hij wenst…
Een goede mens zoals wij dat ook zijn en kunnen zijn…
Dat klinkt misschien pretentieus… maar dat is ’t helemaal niet.
Want, om ’n goede mens te zijn is elke dag opnieuw inspanning nodig.
Is met scherpe aandacht leven, aandacht voor het ‘gelaat van de ander’…
en nadenken wat je in bepaalde situaties best doet en laat…
De grote filosoof Levinas leert ons: ‘In het gelaat van de ander ligt altijd ’n opdracht voor mij, zie ik wat me te doen staat…
In het gelaat van de ander kan ik altijd iets van die Jezus, iets van God ontmoeten
Het kan m’n broer of zus, m’n zoon of dochter, m’n man of vrouw zijn, maar ook m’n buurvrouw, zomaar iemand op straat of aan de kassa in de supermarkt… .
In elke ontmoeting, waar ook, ligt dan ook altijd ’n opdracht…
Die Andere die ik ontmoet, is ’n kwetsbare mens, net zoals we zelf kwetsbare mensen zijn.
Daarom juist is ‘iemand ontmoeten’ altijd ‘n appel op m’n aandacht en m’n goedheid.
En dan is er de kunst om tegelijk te zien dat die medemens ook vriendschap en liefde en ook veerkracht in zich draagt die hij of zij, aan mij wil tonen… die ik dan mag ontvangen…
Dat moet mij bewust houden dat; wie ik ontmoet helemaal zichzelf mag zijn… met z’n ontgoocheling en verdriet… met z’n vriendschap en goedheid, zonder mezelf naar voor te schuiven of op te dringen…
Alle dagen ’n goede mens zijn, niet gemakkelijk…
In het gelaat van de ander kan ik die Jezus, kan ik God ontmoeten, zegt Levinas.
Velen kunnen rechtstreeks met God in contact staan via gebed, sacramenten, enz.
Voor Levinas heeft God zich uit de schepping teruggetrokken. Dat deed hij volgens hem al in het ‘Aards Paradijs’, toen hij de 1ste mensen de opdracht gaf om eerlijk en oprecht met al hun goedheid zorg te dragen en in te staan voor de wereld die ze daar in het Aards Paradijs, van God in handen kregen…
Zo werd; “De goedheid in de mens, ook het goddelijke in de wereld”.
Daarom zegt Levinas:
“De enige manier om God te ontmoeten is de ontmoeting met de Ander”.
Wil je God plezieren, dan beantwoord je de roep van mensen, het appel van mensen die je tegenkomt.
Hierdoor rees bij vele anderen de vraag: “Als je God zo voorstelt, is Hij dan niet te afhankelijk van de goodwill van de mens?
Wordt God dan niet te klein en te menselijk voorgesteld?
Of, zegt Levinas; wordt de mens hiermee juist “Goddelijk” voorgesteld?
Als dat waar is, dan weten we wat ons te doen staat!
“Zorg dragen voor elkaar, en vandaag, vooral nu,
voor onze medemensen die hier zijn met groot verdriet om het heengaan en het gemis van hun geliefde, …” en beseffen dat ook zij; “zorg dragen voor elkaar…”
Ja, Jezus leeft! In ons, door ons en met ons…
In ’n nu volgend lied staat het mooier beschreven dan ik kan zeggen, laten we het samen zingen:
Mens voor de mensen zijn, herder als God,
trooster voor groot en klein, zo lief als God.
Mensen omarmen, hun tranen verstaan,
troosten en strelen, de weg samengaan.
Licht in het duister zijn, wakende vlam,
mens van vertrouwen zijn, zijn wie men kan.
Mens voor de mensen zijn herder als God,
trooster voor groot en klein, zo lief als God.