Het stond er zo naïef in het evangelie:
“Toen, blies Jezus over hen, ontvang de Geest’.
De adem van God doorgeven.
“Blijven asemen” zeggen mensen vaak, “vooral blijven asemen”.
Ik heb het nog vaak gedaan, in de oude ritus van het kinderdoopsel.
Ademen over zo’n kindje. Gods Geest hunkerend schenken opdat dit wezentje leven zou mogen hebben, leven in overvloed.
Maar het is afgeschaft. Misschien was dat blazen niet hygiënisch zoals het zout op het tongetje ook niet hygiënisch was. En toch hield dan het huilen plots op en begonnen die baby’s heerlijk te smekkelen. Maar het is afgeschaft.
Er is in onze maatschappij een bezorgdheid die meer en meer, verdoken opduikt : kan er een toekomst weggelegd zijn voor een samenleving die zich loswringt uit de bodem waarin zij geworteld is en waarop het licht scheen dat haar de weg naar boven wees?
Kan een maatschappij zonder diepe spiritualiteit? Zonder een cultuur van ontmoeting, dialoog en een voorkeursoptie voor de kreet van de armen
en voor die kreet van de aarde?
Kan ooit het jarenlange drama van Oost Congo, van Soudan, van het eindeloze Joods-Palestijns conflict met zoveel dodelijke drama’s opgelost worden zonder een moedige geestkracht, voorbij het eigen gelijk, de eigen machtspositie?
Aan alles twijfelen maar ook in alles berusten.
Hebben we te kort aan adem? En heeft het zout zijn kracht verloren?
Soms spreekt men van globalisering van de onverschilligheid in onze tijd.
Niet meer in staat zijn om geraakt te worden door het anders zijn van de andere.
De diepere dynamiek verdwijnt.
Wat een uitdaging was het voor bange apostelen, opgesloten in eigen denkkaders, om deuren en ramen open te gooien.
De beeldspraak is veelzeggend: Er is sprake van een hevige wind die opsteekt en waar het hele huis vol van is. Alle rommel wordt door de wind weggevaagd.
Natuurlijk was er ook toen geen draagvlak maar ze wagen zich begeesterd tussen Meden en Parten, Elamieten en mensen uit het vijandige Mesopotamië. Ze gaan ontmoeting aan met Azië, Balkanlanden, Noord Afrika en het overheersende Rome. Meestal waren ze niet welkom, maar ze deden het.
Dat diepe appél doorbrak al het banale denken zoals Paus Leo XIV op onze dagen het manipulerend ageren van Trump terugfloot door rustige tegenspraak ook al wist hij dat de president de Amerikaanse katholieke kerk veel pijn zal doen.
Het tweede beeld naast die storm, die Roeach is even veelzeggend.
Er verschijnt hun iets dat op vuur gelijkt en zich in tongen verdeeld op ieder van hen neerzet. Het gaat om het vuur van het enthousiasme.
De leerlingen van Jezus werden dragers van een vurige bezieling en ontwikkelden een taal die de ‘andere’ verstaat. De taal van solidariteit en menselijke betrokkenheid: de vranke, vrije taal die Jezus bezielde en zo de bron werd van waarachtige humaniteit.
Pinksteren is openstaan voor een kracht die je, boven jezelf, uittilt.
Het heeft niets met leeftijd te maken.
Het is warm lopen voor iets wat hoop geeft en uitzicht biedt.
Het is geloven dat heel gewone mensen iets buitengewoons tot stand kunnen brengen als ze zich laten inspireren door woorden van liefde en kracht.
Kom Geest in de inzet van mensen voor mensen.
Gij die natrilt in de blijdschap als iemand een ander respecteert,
soms liefheeft ondanks het zo anders zijn.
Kom Geest in de dromen die jonge mensen koesteren,
zo subliem en broos.
Wees aanwezig in de woelige nachten
van pijnlijk zoeken naar levenszin,
van ziekte en levenseinde,
wees bron van hoop.
Kom, Machteloos-Machtige, mostaardzaadje, graankorrel,
zout der aarde, zuurdeeg van onze ommekeer ten goede
in de samenleving, in deze stad.
Gij die ons omarmt bij elke ontgoocheling, elke teleurstelling.
Doe ons weer glimlachen na elke vernedering.
Geef ons de kracht van de humor.
Geest van God, wij zullen jouw lied nooit ten volle verstaan en zo ten volle leven. Maar laat ons heel even op jouw adem verder gaan.
“Blijven asemen, vooral blijven asemen”
Paul Scheelen 2026