Homofobie
Aflevering 4. Opkuisen
Men jaagt niet op konijnen om de honger te stillen: het stillen van de honger is slechts het voorwendsel om de moordlust te kunnen botvieren. Zo ook jaagt men niet op homo's om de maatschappij van zonden te bevrijden: de bestraffing van de zonden (in de naam van god) is het voorwendsel om de jacht (en de moord) op mensen mogelijk te maken.
Er bestaat namelijk geen grotere machtsuitoefening dan die over het leven van andere mensen. De effectieve uitoefening van die macht gaat derhalve gepaard met een ongekende lust, het toppunt van de machtswellust ofwel de moordlust. Middels de strenge bestraffing van moord, tracht men die misdaad uit de wereld te houden en zo kent quasi niemand nog de lust die ermee gepaard kan gaan maar dat betekent niet dat die onbestaande is.
Het is de grootste zorg van de maatschappelijk verantwoordelijken ter zake om te voorkomen dat het hek hier van de dam geraakt want zoals men dat her en der in de wereld kan zien gebeuren, is er geen houden meer aan eenmaal een massamoord ontketend werd.
Het wordt een oorlog genoemd en een oorlog is zoals een groot om zich heen grijpend vuur, de haat is de wind en met het verloop van de tijd is het steeds moeilijker te blussen. Als een oorlog stopt, komt dat meestal doordat de voorraden aan munitie uitgeput zijn, omdat alle soldaten sneuvelden of omdat een atoombom iedereen op de vlucht heeft gejaagd. De oorlogsmodus wordt niet zomaar uitgedraaid zoals een gasknop.
Edoch, er wordt meer gemoord in den duik dan op het slagveld en vele zelfmoorden zijn verkapte moorden. Bij heel wat verkeersdoden werd het verkeer gebruikt als (zelf)moordwapen. Men mag er niet aan denken wat er vandaag allemaal mogelijk is om zichzelf of anderen om te brengen.
Moord is wreedheid. Nergens wordt de wreedheid zo tastbaar als in het levensverhaal van Oluale Kossola. Sinds de 'ontdekking' van Amerika door Columbus in 1492 namen rijke Europese avonturiers op zoek naar goud het continent met veel bloedvergieten in beslag (waarbij de oorspronkelijke bevolking, wiens culturen en talen vernield werden, bijna volledig omkwam, hetzij door de wapens, hetzij door uit Europa geïmporteerde ziekten) en zij vestigden er plantages van vooral katoen en suiker die zij bemanden met slaven: gedurende drie eeuwen werden Afrikanen gevangen genomen en opgekocht en dan zoals vee per slavenschip getransporteerd naar die plantages waar zij de facto tot levenslange dwangarbeid veroordeeld waren en onder hard labeur en zweepslagen crepeerden.
De 'negerslaven', zijn ons bekend van Harriet Beecher Stowe's De negerhut van oom Tom (1851-1852) maar over de transatlantische handel met twaalf miljoen Afrikaanse negerslaven werd helemaal niets opgetekend, behalve één unieke getuigenis van een der laatste opvarenden van de slavenschepen, Oluale Kossola (ca. 1847-1935), genoteerd door Zora Neale Hurston in 1927 maar pas integraal gepubliceerd in 2018 onder de titel Barracoon: The Story of the Last "Black Cargo", een boek dat omtrent de onverschilligheid van de betrokken criminelen helemaal niets aan de verbeelding over laat.
Oluale Kossola vertelt hoe hij na zijn bevrijding trouwde en vele kinderen kreeg, die echter allemaal, de ene na de andere, koelbloedig werden vermoord omdat zij zwart waren. Onder de moordenaars van een van zijn kinderen bevond zich een dominee, die gaf als uitleg dat hij wel eens had kunnen aangevallen worden door het kind. “De man heeft zich niet eens geëxcuseerd”, zo vertelde Oluale. Sanda Dia is van alle tijden. 's Nachts als het koud werd ging de moeder van de dode kinderen toen zij nog leefde naar hun graven met dekentjes om hen een beetje in te dekken.
Er zijn nog mensen die niet weten waar de zwarten in de V.S. vandaan komen. Een zwarte betekende niets voor een blanke, met een zwarte kon men alles doen, zoals ook met vrouwen, homo's, kinderen, illegalen, vluchtelingen, bedelaars: men heeft niets van hen te vrezen en derhalve bestaan ze ook niet. Trump jaagt de 'inwijkelingen' gewoon weg en vertelt dan aan zijn kiezers hoeveel dollar hij daarmee buit gemaakt heeft. En Francken en compagnie 'kuisen' de pleinen in onze steden 'op'. Zij zijn volwassen en bij hun zinnen en kunnen dus ook heel goed weten dat zij hun ministerpostjes enkel danken aan de stemmen van hun idool: het volstrekt gewetenloos legioen.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 24 juli 2025)
|