|
De
'nieuwe wereldorde'
Aflevering
2: Van democratie naar autocratie
Vooraleer
het te hebben over de ernst van het gevaar wanneer schurken aan de
macht komen, dient iets gezegd te worden over referentiekaders.
Mensen vellen oordelen over anderen en zij doen dat uiteraard aan de
hand van referentiekaders. Die kaders kunnen meer of minder
uitgebreid zijn, meer of minder relevant, accuraat, complex, gedegen
en ga zo maar door. Geschoolde mensen zullen uiteraard meer
genuanceerde referentiekaders hanteren dan mensen die analfabeet zijn
of cultuurbarbaar. Specialisten in zekere vakgebieden kunnen ook meer
eenzijdige kaders hanteren dan mensen met een algemene vorming.
Kortom, de door ons gehanteerde referentiekaders hebben alles te
maken met wie wij zijn, met wat wij weten, kennen en kunnen, met wie
wij kennen ook en met degenen die macht hebben over ons, zoals onze
familieleden, onze werkgevers, zekere politici en zo meer. In het
kader van het onderhavige onderwerp is het nu van belang ons te
concentreren op een toepassing van het gegeven dat door Spinoza
opgeworpen werd, met name dat het feit dat 'het betere' even moeilijk
als zeldzaam is. Want zoals dat ook het geval is in de sport, waar de
massa slechts toeschouwers zijn, waar vervolgens een grote groep
liefhebbers aan sport doen en waar tenslotte de topsport voor slechts
enkelingen blijft weggelegd, met één allerbeste op het schavot,
eventueel geflankeerd met de ondankbare tweede en derde plaats, zo
ook is het gesteld met de relatie tussen het niveau van ontwikkeling
van de menselijke geest en de grootte van de respectievelijke groepen
die aan een zeker niveau beantwoorden: velen zijn onderontwikkeld,
een grote groep is matig ontwikkeld en slechts een kleine groep van
mensen zijn bedeeld met een abnormaal hoge intelligentie, kunde,
inzicht of hoe men het ook noemen wil. Insgelijks hebben het
merendeel van de mensen een simpel doch weinig accuraat en nog minder
relevant referentiekader, terwijl slechts een minderheid de dingen in
een betekenisvolle context weet te plaatsen. En in een democratie,
waar de meerderheid het voor het zeggen wil hebben, kan dat gegeven
uiteraard niemand onberoerd laten.
Het
is een goede en rechtvaardige zaak dat ook de zwakste leerlingen
school kunnen lopen en een plaats krijgen in de maatschappij omdat
onrecht sowieso een niet te dulden euvel is maar het is even
belangrijk dat oordeelsvorming over zaken die er echt toe doen, niet
wordt overgelaten aan de massa of dus aan de referentiekaders van een
ondermaats ontwikkelde meerderheid: zij moet in handen blijven van de
bekwaamste vaklui met betrekking tot het gebied in kwestie. Want waar
een onderontwikkelde meerderheid het voor het zeggen krijgt over het
lot van de meer ontwikkelde minderheid, zal de maatschappij waarin
zich dit proces voltrekt, ontegensprekelijk vervallen in barbarij.
Hoger ontwikkelde mensen zullen moeten vrezen in handen te vallen van
wreedaards wanneer die bijvoorbeeld oordelen dat wiskundige formules
die zij immers niet kunnen lezen en waarvan zij de betekenis niet
eens kunnen bevroeden, afgedaan worden als onzin. Bij de barbaren
dienen boeken enkel nog om een tafel met een wat te korte poot mee
recht te zetten, zoals een groot romanschrijver het ooit verwoordde.
Maar niet alleen de boeken maar ook hun auteurs die zich wagen aan
genuanceerde uitlatingen en stellingnames dreigen dan door de massa
van onwetenden belaagd te worden, opgejaagd, vervolgd en
uiteindelijk, zoals Heinrich Heine het lang geleden als dichtte,
gedood. De recente geschiedenis en meer bepaald de periode
voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog in nazi-Duitsland spreekt in
dit verband boekdelen. Grote geleerden trokken als zij daartoe de
kans hadden massaal het land uit, vaak richting Verenigde Staten,
terwijl anderen, bij het zien naderen van de dreiging, zichzelf van
het leven benamen.
De
genoemde dreiging wordt fataal versterkt wanneer bovendien de massa
erin slaagt om nitwits en wreedaards aan de macht te brengen en deze
laatsten azen daar ook vaker op, wat zich verraadt met een
handelwijze welke wordt omschreven als populisme. Op onverwachte of
onvoorziene ogenblikken ontpoppen zich dan de betrokken potentaten
als volstrekt onbekwaam en zij blijken erin te slagen om hun
onwetendheid en onkunde zo lang te verbergen middels allerlei trucs
die ook bekend zijn in de dierenwereld en die zich laten benoemen met
de term mimicry. Onverstandige lieden kunnen ervoor zorgen dat
zij eruit zien als geleerden door een bril te dragen, een frons op
het voorhoofd te toveren of een stethoscoop om de nek te hangen.
Criminelen doen zich voor als helden met een vlaggetje en enkele
medailles op de borst gespeld. Ongeletterden hoeven alleen maar te
zwijgen, handjes te geven, duur schoeisel te dragen en een zijden
kostuum. Zich door enkele eventueel gewapende bodyguards laten
vergezellen garandeert een indruk van belangrijkheid, alsook
voortdurend op de polshorloge kijken en schijnbare telefoonoproepen
beantwoorden, fluisteren met zijn gezelschap, zekere gebaren maken en
zo meer. Rijden in dure wagens en gebruik maken van andere
statussymbolen zijn methodes die niet eens hoeven vernoemd te worden
omdat elkeen ze kent.
Aldus
ontstaat de 'nieuwe wereldorde' en jammer genoeg is zij een
bijwerking van de zozeer en heel terecht op handen gedragen
democratie die echter haar eigen ondergang structureel in zich
verankerd weet om aldus het oeroude mysterie van de
tegendoelmatigheid van alle menselijke handelen andermaal te
illustreren. Inderdaad, de autocraat is het gevreesde kind van de
verweesde democraat.
(Wordt
vervolgd)
(J.B.,
10 oktober 2022)
|