Wegwzijzerviering - Viering waarop de eerstc eommunicanten, vormelingen, vandaag speciaal de dopelingen, families met kinderen en iedereen van harte welkom is.
We hoorden zojuist het verhaal van Jozef en Maria die met hun baby’tje naar de tempel kwamen om het te laten zegenen.
Jozef en Maria kennen we niet zo goed, maar dat baby’tje kennen we wél. Het is de kleine Jezus die hier, een maand en een paar dagen geleden, geboren werd in een stal.
En nu komen Jozef en Maria naar hier om Hem te laten zegenen.
Er zijn daar twee oude mensen in de tempel: Simeon en Hanna, die allebei hun zegen uitspreken.
Maar wat ze daarbij zeggen klinkt niet allemaal even vrolijk: “Niet iedereen zal later akkoord gaan met Jezus. Hij zal mensen doen vallen, maar ook veel mensen doen opstaan. En je zult verdriet kennen dat als een zwaard door je hart zal gaan.”
Simeon en Hanna doen mij een beetje denken aan die feeën bij het geboortefeest van Doornroosje. Ze hebben allemaal goeie wensen bij voor de kleine baby. Behalve dan die ene oude toverfee die lelijke dingen voorspelt.
Misschien gaat dat wel een beetje zoals bij de weerman of weervrouw.
Zij willen wel mooi weer voorspellen, maar als zij storm en slecht weer zien aankomen, dan willen zij ons daarvoor waarschuwen.
Ook wij gaan nu een zegen uitspreken over de kinderen.
Zegen, wat is dat voor iets?
Wie doet dat en wat doet dat met ons?
Als ik dat vandaag mag doen, dan doe ik dat een beetje in de plaats van God.
Als God een mens zegent, spreekt Hij goede dingen van hem of haar en schenkt Hij goede dingen. Zo worden zij gezegend.
Als het lang droog is geweest, zeggen de boeren wel eens: “het regent het zegent”. Omdat de natuur water nodig heeft om te groeien.
Dan denk ik bij mijn zegen: “Moge de regen je nat maken en zachtjes doordenken, zoals het water goed is voor de planten en de natuur, als een lekkere douche, maar geen stortvloed die je doet verdrinken”.
Ik zal dus mijn handen naar jullie uitstrekken en zeggen:
“Moge God je zegenen en bewaren.
Dat al het goede in jou moge groeien en groot worden.
Moge de zon op je schijnen en je warm maken, zonder te verbranden.
Moge de wind zachtjes waaien, zonder je omver te blazen.
Moge God naar je glimlachen en je hart verwarmen”.
Amen.