Bij dit evangelie moet ik toch even gaan zitten. Ik begrijp het niet. Nu, dat is niet abnormaal. De apostelen begrepen het ook soms niet. Over het evangelie moet nagedacht worden, daarom komen we ook naar de kerk. Het is goed ons er af en toe over te bezinnen. Of erover te bidden, als we dat kunnen. Zo wordt het voedsel voor onderweg. Maar ook dan kunnen er raadsels blijven.
Eén ding lijkt me duidelijk. Haten mogen we niet letterlijk begrijpen. Jezus was geen mens van haat. Aan het gebod Eer uw vader en uw moeder heeft hij nooit gemorreld. Als hij zegt: Bemin uw naaste, wie is er naaster dan de mensen in ons gezin?
En aan de kinderen in de kerk kan ik maar één ding zeggen: zie uw ouders graag!!!!!
Als ik er wat verder over nadenk, dan moet ik wel toegeven dat ook in de beste families soms heel pijnlijke keuzes moeten gemaakt worden. Denk bijvoorbeeld aan Jo Johnson, de broer van Boris. En ik kan me serieuze conflicten voorstellen bij die eerste christenen en ook nu in gezinnen als er moet gekozen worden voor of tegen Jezus. Dat is niet letterlijk haten, maar wel verscheurend.
Maar misschien is de laatste zin van deze tekst de belangrijkste: Zo kan niemand van u mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit. Wie Jezus wil volgen, staat voor de keuze: geef ik me over aan zijn evangelie, vertrouw ik hem genoeg om hem te volgen op zijn weg, of wil ik de zekerheden die ik heb niet loslaten?
Daarom die vergelijking met die torenbouwer en die veldheer: Bezin eer ge begint, zegt Jezus. Want een leerling moet goed beseffen dat zijn weg de weg is van mensen die hun leven willen geven. Niet opgeven, maar geven aan anderen, aan de minsten onder ons, aan onze naasten, aan hen die lijden onder onrecht. En als we bekommerd zijn om de mensen rondom ons, zullen we ook over de natuur bekommerd zijn: want die hebben alle mensen nodig.
Ons bezit durven loslaten, om goed te kunnen doen. En bezit bestaat niet alleen uit dingen. Misschien vraagt het evangelie: de mens naast mij, beschouw ik die ook als een bezit? Bind ik hem, omdat ik meer denk aan mijn belang dan aan zijn belang? Durf en kan ik kinderen loslaten als de tijd gekomen is? Dan respecteer ik hen, want respecteren is: vrijheid geven. Mijn ouders, mijn broers en zussen, respecteer ik hen?
Blijf ik verwachten dat ze voor mij klaar staan, of geef ik hen de mogelijkheid om vrij en goed te leven? Staan wij in een gezin, in een parochie, eisend, of vrijgevig tegenover elkaar? Kunnen we vergeven, of klampen we ons vast aan ons gekwetst ego?
Als we ons angstig eigenbelang loslaten, zijn we in staat om veel te geven. Daar worden we zelf rijker van. Minder is meer. Misschien is dat één antwoord op de vele vragen, die dit evangelie stelt.