Moeten wij in de eerste plaats maatregelen nemen om de economie te stimuleren of zouden wij niet beter proberen de armoede te bestrijden? Moet er meer geld geïnvesteerd worden in ziekenzorg of in onderwijs? Is onze privacy even belangrijk als onze veiligheid en gaat het daarin eigenlijk niet in de eerste plaats om verkeersveiligheid?
Als het inderdaad waar is dat wij volop in aanloop zijn naar de eerstkomende verkiezingen, gaan onze politici nog meer van dat soort vragen of dilemmas voorgeschoteld krijgen. Vragen dus waarop moeilijk met een simpel ja of nee kan worden geantwoord. Vragen die bedoeld zijn om hen erin te laten lopen.
Het was tweeduizend jaar geleden niet anders. Mag men belasting betalen aan de keizer of niet? Jezus krijgt de vraag eigenlijk van twee groepen, twee groepen die lijnrecht tegenover elkaar stonden. De Herodianen waren Romeinsgezind, de farizeeën anti-Romeins. Als Jezus ja antwoordt, komt hij in conflict met zijn eigen joodse identiteit en zijn trouw aan de God van Israël. Als Hij nee zegt, is Hij een revolutionair en kan Hij beschuldigd worden van rebellie.
Voor Hij antwoord geeft, vraagt Hij Hem een denarie, een muntstuk te tonen. En op dat muntstuk staat de afbeelding van de keizer. Die munt is dus zijn eigendom en wie daarmee belasting betaalt, geeft het dus eigenlijk terug aan de keizer. Daarmee doorbreekt Jezus dus het dilemma. Maar Hij voegt er nog aan toe: Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.
Dat is niet zomaar een handigheidje of een tsjeven-antwoord, om nog even in politieke termen te blijven. De mens is immers geschapen naar het beeld van God en niet naar het beeld van de keizer. Een keizer heeft geen goddelijke macht, al zijn er in de loop van de geschiedenis wel keizers of koningen die als bijna goddelijk wilden beschouwd worden. En ook nu nog trouwens zijn er keizers, presidenten of machthebbers die over alles willen beslissen en heersen, zelfs over leven en dood.
Met een vraag over al dan niet belasting betalen kan je trouwens nog altijd scoren in de publieke opinie. De meeste mensen en de meeste bedrijven betalen liefst zo weinig mogelijk belasting. Velen zijn in theorie tegen fiscale fraude, maar zijn zelf op zoek naar creatieve achterpoortjes om eraan te kunnen ontsnappen. Terwijl het eigenlijk niet verantwoord, niet maatschappelijk en zelfs niet ethisch is om geen belasting te betalen, terwijl je zelf wel profiteert van allerlei overheidsvoorzieningen.
Eigenlijk geeft het antwoord van Jezus ook de spanning aan waarin wij als christenen leven. De spanning tussen het goddelijke en het aardse, tussen God en wereld, tussen God en mens. Als gemeenschap van christenen mogen wij onszelf Kerk noemen, maar die Kerk staat ook met beide benen in de wereld. En daarom wordt er ook van ons verwacht dat wij ons inzetten voor die wereld, voor die maatschappij, voor onze medemensen.
In de loop der eeuwen zijn er vele mannen en vrouwen geweest die hun leven hebben gewijd aan hun geloof. Sommigen hebben zich gegroepeerd in kloosterorden. En ook daar was en is er een spanning tussen de zogenaamd actieve en contemplatieve orden. De enen leggen vooral de nadruk op gebed en bezinning, de anderen werken concreet aan projecten die het leven van anderen kunnen verbeteren.
Vandaag is het ook missiezondag.
We worden dan uitgenodigd om stil te staan bij al die mannen en vrouwen die overal ter wereld het evangelie verkondigen. Die als het ware handen en voeten geven aan God om onder alle mensen te komen. Maar ook zij hebben niet alleen het evangelie verkondigd, maar ook huizen en scholen gebouwd. En zieken verzorgd en mensen geholpen en gesteund om te ontsnappen aan armoede en ellende.
Van ons wordt allicht niet verwacht dat wij ook missionarissen worden. Maar we kunnen ons wel inzetten voor een betere wereld, op de plaats waar we ons bevinden. We kunnen mee praten als over de toekomst van mensen wordt beslist. We kunnen ons bijvoorbeeld verzetten als sommigen lichtvaardig verkondigen dat we de armen, de vluchtelingen, de asielzoekers maar beter zouden buiten sluiten uit onze maatschappij.
We kunnen bijvoorbeeld ook mensen nabij zijn en helpen om het verlies van een geliefde te dragen en verder te gaan met hun leven.
Zo geven we niet alleen aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.
Maar ook aan elke mens wat die mens toekomt.