De toespraak van minister Gibb over het belang van leerboeken is geïnspireerd op het boek,' Why Textbooks Count' uit Tim Oates, die
aan het hoofd stond van het nationale curriculumhervorming van de regering.
De onderzoeksdirecteur van Cambridge Assessment, de heer
Oates, voert aan dat internationaal goed scorende landen veel meer gebruik maken van leerboeken dan in Engeland het geval is. Minister Gibb is van mening dat een "degelijk leerboek"
leerkrachten in sterke mate kan helpen om het niveau van
hun onderwijs te verhogen. Leerboeken zijn volgens hem cruciaal voor het
verhogen van de standaarden, maar jammer genoeg werd hun
rol werd in Engeland "ernstig verwaarloosd". Ik zou graag zien dat
alle scholen, zowel basisscholen als middelbare scholen, in de meeste
academische vakken gebruik maken van schoolboeken van hoge kwaliteit, waardoor
we dichter bij de norm komen van landen met hoge prestaties ", aldus de minister.
----------
Passages uit' ' Why Textbooks Count' van Tim Oates
Tim Oates:
Internationale studies over curriculumbeoordeling hebben de rol aangetoond van hoogwaardige
leerboeken bij het realiseren van de doelstellingen van de nationale
leerplannen en bij het ondersteunen van
effectief onderwijs . Oates toont in zijn studie aan dat het gebruik van hoogwaardige schoolboeken
essentieel is om ervoor te zorgen dat scholen in Engeland het nieuwe National
Curriculum op zodanige wijze onderwijzen dat het overeenkomt met de aanpak van de landen die voor PISA en TIMSS hoog
scoren. (In het nieuwe curriculum worden klassieke waarden: o.a. duidelijke en meer eisende leerstofpunten geordend per leerjaar -mede om het opstellen van leerboeken/methodes mogelijk te maken, herwaardering basiskennis, kennisoverdracht & klassikaal onderwijs.
Oates stelt o.i. terecht dat er
een nauwe samenhang moet zijn tussen het nationale leerplan enerzijds en
anderzijds de inhoud van de leerboeken en de didactische aanpak in klas. Het zijn volgens Oates vooral de leerboeken die de leraren de gedetailleerde
kennis verschaffen die impliciet besloten ligt in de nationale leerplanprogramma's,
die per definitie eerder beknopte
beschrijvingen zijn van de inhoud die moet worden onderwezen.
(Commentaar: het is voldoende bewezen dat ook de Vlaamse leerkrachten zich vooral oriënteren
aan de handboeken/methodes en niet aan de eindtermen en leerplannen.)
Dankzij diepgaand onderzoek en analyse kan er volgens de onderzoekers geen twijfel meer bestaan over het belang van een effectief gebruik van
tekstboeken. We moeten afstappen van de
vaak gepropageerde stelling dat het
gebruik van een tekstboek als centrale bron niet goed is en de leerkracht en de
leerlingen te weinig activeert. Een
degelijk leerboek is van cruciaal belang voor het succes van de leerlingen en
de leerkrachten beseffen dit ook.
Oates: In deze publicatie gebruik ik de term leerboek/methode gebruikt om te verwijzen
naar zorgvuldig ontworpen leerboeken voor leerkrachten, schoolboeken voor
leerlingen en supplementaire werkboeken voor leerlingen - in veel gevallen nauw
met elkaar verbonden.
Volgens mijn studie vertonen
degelijke leerboeken volgende kenmerken:
*onderbouwing door een goed gefundeerde vakspecifieke inhoud
en leertheorie
*duidelijke inhoudelijke afbakening met een focus op sleutelbegrippen en basiskennis
*coherente leerprogressie: stapsgewijze aanpak
*
ondersteuning van de reflectie van de leerling
*gevarieerde toepassing van concepten en principes
*controle van de omvang- en structuurkenmerken van teksten
om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de onderliggende
leertheorie
Het gebruik van leerboeken is omwille van verschillende
redenen belangrijk :
Leerboeken zorgen voor de coherentie inzake
leerplandoelstellingen: betrouwbaarheid en consistentie met leerplandoelen was
volgens de leerkrachten
fundamenteel. Leerboeken maken
ook voldoende tijd vrij voor de leraar om zich te concentreren op de vooruitgang
van de lerende in plaats van telkens zelf
leermateriaal te moeten ontwerpen. Het is interessant dat in de reacties
werd benadrukt dat het gebruik van schoolboeken van hoge kwaliteit
het ook mogelijk maakt beter in te spelen op de behoeften van de individuele
lerende in plaats van zich er aan te onttrekken.
We verwijzen in dit verband ook even naar Schmidts concept
van totale 'curriculum-samenhang : dit slaat op (i) curriculumkaders in de
leerplannen, leerboeken e. d. ; en dit
telkens in een passende in leeftijdsgebonden volgorde ingedeeld; en (ii)
alle elementen in dit systeem' moeten op
elkaar afgestemd zijn, zodat er geen tegenstrijdigheden in de verschillende
elementen worden aangebracht, en professionals niet worden blootgesteld aan
tegenstrijdige prikkels en doelstellingen (Schmidt & Prawat 2006).
In Singapore zijn
schoolboeken door de overheid goedgekeurd. Niettegenstaande een aantal uitgevers
naast elkaar actief zijn, moeten alle boeken voldoen aan de criteria van de overheid.
Zijn dergelijke leerboeken die aansluiten bij
de gemeenschappelijke leerplancriteria te normatief? Laten ze te weinig
vrijheid voor de leerkrachten? Hoewel leerboeken door leerkrachten als zeer
nuttig worden beschouwd om de leerprogressie binnen de vakken gestalte te geven, blijft er
tegelijk voldoende vrijheid. Sommigen richten zich vooral op de
aanwijzingen in de handleiding, waarbij
ze de tekst als leidraad gebruiken om
hun les te structureren in plaats van het instructiemateriaal in de tekst
precies te volgen.
De Hong Kong Tekstboeken b.v. worden door het Hong Kong Education Bureau
goedgekeurd op basis van afstemming op het Hong Kong leerplan en formele
kwaliteitscriteria. De belangrijkste rol van de overheid in het leerboekaanbod
bestaat erin de door uitgevers ingediende leerboeken te beoordelen en eventueel
bij te werken en schoolboeken die voldoen aan de eisen op te nemen in de"
Recommended Textbook List "(RTL) voor de
handboeken keuze vanwege de scholen" (circulaire nota 42/2013 van
het onderwijsbureau). Scholen kunnen kiezen uit een reeks goedgekeurde
middelen, ontwikkeld door particuliere leveranciers.
Hoe doet Singapore het ? Het Ministerie van Onderwijs heeft de
bevoegdheid om de leerboeken goed te keuren. Het ministerie laat uitgevers
onderwijsmateriaal ontwikkelen op basis van de nationale curricula. De
kwaliteit van het lesmateriaal wordt gehandhaafd door middel van een leerboek-review
proces waarbij de materialen worden beoordeeld door een panel van professionals,
waaronder curriculum-specialisten, docenten en academici van de universiteiten (MOE
2012). Scholen zijn niet wettelijk verplicht om schoolboeken te gebruiken, maar
als dat wel het geval is, moeten ze een goedgekeurd leerboek gebruiken. En dat doen ze ook meestal.
De rol van leerboeken
wiskunde in Shanghai
De rol van leerboeken in de hedendaagse praktijk in het
wiskundeonderwijs in Sjanghai versterkt de' lessen' uit Hongkong en Singapore.
Net als in Singapore ligt de nadruk op een diepgaand begrip van wiskundige
concepten en relaties, wat leidt tot een hoge operationele vlotheid met
tegelijk ook aandacht voor probleemoplossing (vraagstukken). De schoolboeken
zijn nauw verbonden met de pedagogiek, waarbij de les doorgaans de volgende
vorm vertoont: klassikale lessen van 35-minuten
gericht op zeer specifieke aspecten van
wiskundige concepten en bewerkingen. Deze aandacht voor een goed begrip van
specifieke relaties wordt gezien als essentieel voor het ontwikkelen van een
uitgebreid begrip van fundamentele wiskundige relaties.
De pedagogische aanpak is ook gebaseerd op uitdagende vragen, die een rijke
uitwisseling van ideeën aanmoedigt en waarbij alle leerlingen betrokken zijn. Het
differentiatie-model is totaal anders dan in Engeland. Alle
kinderen worden verondersteld in staat te zijn om de klassikale instructie te begrijpen en ideeën worden daartoe op verschillende
manieren uitgewerkt om individueel begrip te bevorderen. Alle kinderen bestuderen
hetzelfde onderwerp en kennen een
gezamenlijke progressie. Dit staat in
schril contrast met het dominante model
van individuele en groepsdifferentiatie in het Engelse systeem.
----------------
Bijlage over afwijkende ZILL-visie op leerplan en leerboeken/methodes en op differentiatie
Bijlage
De visie van de Engelse beleidsmakers op een degelijk en duidelijk curriculum en op het belang van leerboeken/methodes staat haaks op de visie van de ZILL-kostukken van de Guimardstraat. In tegenstelling met ZILL zijn de Engelse beleidsmakers ook tegenstander van sterk geïndividualiseerd onderwijs. We illustreren dit eventjes.
Praktijkmensen willen klassieke leerplannen en methodes behouden, en niet elke dag schoolwerkplannen zoals ZILL het voorstelt.
1. ZILL: Geen gesneden brood -klassieke leerplannen - meer, enkel nog puzzelstukken, en ook geen klassieke methodes per leerjaar meer
De praktijkmensen die het werken met vakdisciplinaire leerplannen uiterst belangrijk vinden, begrijpen niet dat de koepelverantwoordelijken zowel de klassieke leerplannen als de klassieke methodes willen opdoeken.
Er komen een soort raamleerplannen met puzzelstukken. ZILL: Wij geloven sterk in het idee dat het leerplan de puzzelstukken levert waarmee scholen en leerkrachten schooleigen puzzels kunnen leggen. De leerkrachten zelf moeten telkens de leerinhouden bepalen die inspelen op de specifieke ontwikkeling van elke leerling. ZILL stelt verder: Wij verwachten van de uitgevers dat zij enkel inspiratiemateriaal bieden.
Gesneden brood kan en zal het nieuwe leerplan echt niet geven. Daarvoor is de schoolpopulatie ook te divers geworden, aldus ZILL.
De kwaliteit van het Vlaams onderwijs van de voorbije eeuw is voor een aanzienlijk deel te wijten aan het gebruik van degelijke leerplannen en methodes/leerboeken - net zoals in de landen die voor PISA en TIMSS hoog scoren. De lagere kwaliteit van het onderwijs in b.v. Franstalig België wordt door velen in verband gebracht met de overschakeling destijds op vage competentie-leerplannen, en met het feit dat er veel minder gewerkt wordt met methodes. Ook de relatief lage kwaliteit van het Engels onderwijs wordt volgens de huidige beleidsverantwoordelijken in verband gebracht met de te vage en te weinig eisende leerplannen en met het feit dat heel weinig gebruik gemaakt wordt van methodes/leerboeken.
Het opstellen van degelijke methodes wordt uiteraard ook heel moeilijk aangezien de ZILL-leerplannen geen doelstellingen geordend per leerjaar bevatten. De bezorgdheid om het opdoeken van de leerplannen en methodes bleek ook uit kritische vragen van vertegenwoordigers van directeurs op de DCBAO-vergadering van 17 juni 2015. Een directeur stelde de vraag: Is er dan vanuit het leerplanconcept geen ruimte meer voor methodes? Daarmee werken de leerkrachten toch wel heel vlot. Een andere: Uitgeverijen spelen toch ook wel een belangrijke rol bij de vormgeving en de praktische toepassing van de leerplannen.
Leerplanverantwoordelijke Ria De Sadeleer repliceerde aldus op de kritiek van de directies: Gesneden brood kan en zal het nieuwe leerplan echt niet geven. Daarvoor is de schoolpopulatie te divers geworden. We moeten ook verder evolueren van (leer)methodes naar databanken met inspiratiebronnen. Wat wij van de uitgeverijen verwachten is anders dan in het verleden.
Wij verwachten van de uitgevers dat zij enkel inspiratiemateriaal aanmaken dat gekoppeld wordt aan de persoonsgebonden en aan de cultuurgebonden ontwikkelvelden. Wij verwachten dus dat de uitgeverijen een toegankelijke tool ontwikkelen die kan aangesloten worden op de centrale rooter die ontwikkeld wordt door de koepel en die gratis ter beschikking wordt gesteld aan al onze scholen. Hun deel kan betalend zijn. Maar onze scholen moeten steeds de vrije keuze hebben en er kan geen sprake zijn van koppelverkoop. Op dit moment is het antwoord van de uitgeverijen nog niet voldoende wat het VVKBaO betreft. Op dit moment is het zeer stil! Het is o.i. duidelijk dat de uitgevers en ook de koepelmensen niet weten wat het uitgeven van inspiratiemateriaal concreet zou betekenen. Dit zou voor die uitgevers ook financieel niet haalbaar zijn.
Leerkrachten en lerarenteams beschikken overigens niet over de tijd en de deskundigheid om uit te zoeken welke leerinhouden voor al die vakken belangrijk zijn, in welke volgorde en voor welk leerjaar. Leerkrachten en scholen moeten zich vooral ook kunnen beroepen op het gezag van de vakdisciplines en de erbij aansluitende leerplannen. Leerkrachten kunnen moeilijk onderwijzen en gezag verwerven zonder de verantwoording vanuit de referentieleerplannen en de erbij horende vakdisciplines als cultuurproducten (zie ook pagina 43 e.v.)
20 jaar geleden beweerden DVO-directeur Roger Standaert en Co dat de leerkrachten en de scholen voldoende houvast hadden aan de eindtermen en dat leerboeken/methodes overbodig en nefast waren.
Jan Saveyn, pedagogisch coördinator katholiek onderwijs, repliceerde toen terecht dat de leerkrachten aan eindtermen al te weinig steun hadden om uit te maken welke leerinhouden in elk leerjaar aangeboden moesten worden. Als medeontwerper van het leerplan wiskunde lager onderwijs deden we twintig jaar geleden nog ons uiterste best om per graad/leerjaar de leerinhoud heel precies en extensief te omschrijven. We bestudeerden hierbij de vakdiscipline wiskunde zoals ze gestalte kreeg in de leerplannen, in de praktijk & methodes van de 20ste eeuw. De huidige opvolgers van Saveyn vinden de klassieke leerplannen echter niet langer waardevol en willen ze zelfs opdoeken.
De optie voor raamleerplannen i.p.v. klassieke leergebieden, heeft vérstrekkende gevolgen. Het betekent ook dat resoluut afgestapt wordt van de klassieke en afgebakende leerplannen en methodes/ leerboeken en vaak ook van klassieke leerinhouden. Het betekent ook eke dag schoolwerkplannen voor de leerkrachten ( zie 2).
.2 Elke dag schoolwerkplannen!?? - mede door afschaffing klassieke leerplannen & methodes. Utopisch en enorme belasting
Het werken met beperkte raamleerplannen en het doorbreken van de koppeling aan de vakdisciplines en methodes, hebben als gevolg dat de school en de leerkrachten dan veel meer zelf de leerinhouden en lesuitwerking moeten zoeken en ook onderling veel moeten afspreken en invullen. De scholen en leerkrachten moeten volgens de koepel met de aangeboden puzzelstukken schooleigen puzzels leggen.
De koepel kiest voor open raamleerplannen, maar die keuze gaat wel gepaard met het promoten van het werken met een uitgebreid schoolwerkplan, van elke dag schoolwerkplannen. De titel van de recente bijdrage Elke dag schoolwerkplannen liegt er niet om. In school+ visie van december j.l. pleiten leerplanverantwoordelijke Ria De Sadeleer en Ludo Guelinx ervoor dat elke school een specifiek en uitgebreid schoolwerkplan zou opstellen: We willen schoolwerkplanning herwaarderen als instrument voor de schoolontwikkeling en onderwijsvernieuwing. Het decreet op het basisonderwijs (1997) stelt dat elk schoolbestuur voor elk van zijn scholen een schoolwerkplan moet opmaken.Dat betekent meteen dat geen twee scholen hetzelfde schoolwerkplan kunnen voorleggen.
Alleen al het wegvallen van de klassieke leerplannen en methodes zou inderdaad voor de leerkrachten betekenen: Elke dag schoolwerkplannen en daar veel tijd en energie aan besteden. Een te sterke toename dus van de werk- en planlast. En daarnaast verwacht de koepel nog veel ander schoolwerkplan-werk.
Vanuit de praktijk van het doordeweekse onderwijs en vanuit slechte ervaringen met zon ambitieuze en onrealistische projecten binnen het Vernieuwd lager onderwijs van weleer en in Nederland, weten we dat dergelijke schoolwerkplan-verwachtingen totaal utopisch zijn en al te veel taak- en planlast opleveren. De auteurs zouden moeten beseffen dat de scholen die decreet-opdracht steeds minimalistisch hebben ingevuld omdat die ambities niet realistisch waren. De auteurs beseffen wel dat de huidige schoolwerkplannen niet uitgebreid zijn en veelal pas bij een nakende doorlichting gereanimeerd worden, maar trekken daar de verkeerde conclusie uit.
3 Haaks op herwaardering klassieke curriculumvisie & leerplannen & leerboeken in Engeland, Frankrijk ...
De visie van de koepel staat haaks op de klassieke en veelal toegepaste curriculumvisie; haaks ook op de recente evolutie in een aantal landen. In het nieuwe Engelse New National Curriculum 2013 staat de herwaardering van - en terugkeer naar de afgebakende vakdisciplines en klassieke leerplannen centraal. Dit is gekoppeld aan de herwaardering van de klassieke basiskennis- en vaardigheden en van het belang van voldoende directe instructie. Ook het belang van klassieke leerboeken/methodes wordt beklemtoond (zie bijdrage hier boven over Engeland).Enkel op die wijze kan men volgens de Engelse beleidsmakers het Engels onderwijs weer op een hoger niveau brengen. Onze katholieke onderwijskoepel wil een totaal andere richting uit. Een richting die in Engeland en elders al uitgetest werd, maar er tot een niveaudaling leidde.
Ook in het recente Franse leerplan staan de vakken centraler dan ooit en wordt ook veel meer van de kleuters gevraagd inzake beginnend rekenen, lezen ... Het Franse leerplan hecht ook meer dan ooit waarde aan de klassieke inhouden van de zaakvakken natuurkennis, geschiedenis en aardrijkskunde; en dat al vanaf de lagere leerjaren. In Nederland werd de voorbije jaren ook weer meer gewerkt vanuit de afzonderlijke zaakvakken en niet louter met vakkenoverschrijdende themas.
4 Pleidooien voor herwaardering van vakdisciplines & klassieke leerplannen
De optie van de onderwijskoepel staat ook haaks op de vele pleidooien van onderwijsdeskundigen voor meer aansluiting bij de klassieke vakdisciplines en -inhouden. De Duitse socioloog Niklas Luhmann drukte hun belang zo uit: "In onderwijscontexten worden schakelingen van opeenvolgend te induceren vormen van weten of kunnen gecondenseerd in curricula, in (vak)disciplines. Vakdisciplines als condensaties en ordeningen van weten en kunnen, vormen een essentieel kenmerk van degelijk onderwijs (Das Erziehungssystem der Gesellschaft, Frankfurt am Mein, Suhrkamp, 2002).
Ook professor Hans Van Crombrugge pleit voor een herwaardering van de vakdisciplines.Op het O-ZONsymposium van 2007 stelde hij o.a. De klassieke vakdisciplines - grepen uit de beproefde cultuur - spelen een belangrijke rol. De canon verschaft de inhouden, vaardigheden en houdingen eigen aan een bepaalde cultuur, wetenschap, e.d. Hier ligt de
betekenis van de inhoud van onderwijs, wat we traditioneel cultuur (objectieve geest) noemen. In wetenschappen, kunsten, wijsbegeerten, levensbeschouwingen liggen houdingen, vaardigheden en inzichten vervat die door generaties mensen als waardevol ervaren zijn en als zodanig bewaard worden... Elk vak heeft zijn eigen geletterdheid die neergelegd moet worden in de eigen canon van het vak en het erbij aansluitend leerplan. Het is niet aan de individuele leerkracht of leerling uit te maken wat belangrijk is. (O-ZON-symposium, 5 mei 2007 in Blandijnberg). (Verderop op pagina 43-46 pleiten heel wat onderwijdeskundigen voor een herwaardering van de vakdisciplines.)