Onderwijskrant
Conserveren en vernieuwen in coninuïteit
Inhoud blog
  • Merkwaardig interview met Paul Yperman, mede-architect en vurige voorstander van structuurhervormingsplannen s.o (2004-2013) in DS van 14 juni j.l. : wast handen in onschuld en enkel kritiek op Weyts.
  • Mijn blijkbaar terechte waarschuwing voor aso-isering van het s.o. ten koste van tso/bso precies 10 jaar geleden
  • Tekort aan plaatsen in b.o.Tine Gheysen: met VCLK-koepel remden we toegang tot b.o. af, en nu krijgen we inhaalbeweging. G. blijft kiezen voor afremmening van toegang tot b.o.. we toegang naar b.o.
  • ZILL-kopstukken katholiek onderwijs willen af van klassieke leerinhouden per leerjaar en van klassieke methodes/handboeken per leerjaar!???
  • Prof. Jan Masschelein op Leuvens Metaforum: eens te meer karikatuur van vigerende (zogezegd kapitalistisch, marktgericht) onderwijs en beleidsverklaring minister Weyts & pleidooi voor hun vage en utopische 3de weg: de school als vrije tijd zoals zogezegd
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    21-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AN belangrijk, maar volgens leerplanvoorzitter Callebaut, prof. Piet Van Avermaet is AN op school hinderpaal en discriminerend
    EX-leerplanvoorzitter e.a. propageerden post-standaardtaal-onderwijs & post-AN-paradijs, Taalunie is geen pleitbezorger van AN …. maar ‘einde van standaardtaal is gelukkig nog veraf volgens Leuvense onderzoekers

     Over belang van Standaardnederlands, de uitholling taalonderwijs door universitaire taaldidactici, taalbegeleiders ... & de rol die relativering van belang AN hierbij speelde 1 Inleiding De voorbije maanden noteerden we een aantal berichten over de gebrekkige taal- en schrijf- vaardigheid van studenten in het universitair en hoger onderwijs. We merkten dat Kris Van den Branden, directeur Leuvens taalcentrum, e.a. repliceerden dat deze uitspraak voorbarig was omdat er geen wetenschappelijk onderzoek over bestaat. Hij zweeg uiteraard over het feit dat zijn Leuvens taalcentrum mede verantwoordelijk wordt geacht voor de niveaudaling. In de bijdrage over recent debat over niveaudaling op pagina 17 e.v. (in Onderwijskrant 187 in druk) stelden een aantal leraren eens te meer dat de eenzijdige communicatieve & vaardigheidsgerichte taalvisie van de onderwijskoepel en taalbegeleiders leidde tot de uitholling van het taalonderwijs. Ook de beperking van het woordenschatonderwijs tot wat zogezegd ‘normaal functioneel’ is, betekende een verarming. Een eindtermenopsteller stelde dat een term als b.v. ventiel niet normaal-functioneel is omdat een leerling bij de fietsenmaker toch veelal de term ‘soupape’ gebruikt. 

    We merkten dat de koepelkopstukken Lieven Boeve en Raymonda Verdyck niet zomaar toegaven dat er sprake was van een niveaudaling en dat ook de leerplannen Nederlands en hun taalbegeleiders mede verantwoordelijk waren. We lazen de voorbije maanden ook bijdragen over toenemende verloedering van de standaardtaal en over het voorstel van Kristen Hemmerechts om de werkwoordsvormen in de spelling af te schaffen (zie punt 5 ). De uitholling van het taalonderwijs heeft veel te maken met de sterke relativering van het belang van het AN en van alles wat te maken heeft met de geschreven taal. We publiceerden de voorbije 20 jaar al tal van bijdragen over die thema’s. We betreurden ook dat zelfs de Nederlandse Taalunie niet langer pleitbezorger is van de standaardtaal. We wezen ook op het tekort aan aandacht voor het AN in de eindtermen en leerplannen van 1998. We tilden in dit verband bijzonder zwaar aan anti-AN-uitspraken van ex-leerplanvoorzitter & taalbegeleider katholiek onderwijs Ides Callebaut -in een bijdrage met als titel: Wat doen we met ons taalonderwijs als er geen standaardtaal meer is? Op basis van de uitspraken van Callebaut die lange tijd taalbegeleider was in het katholiek onderwijs en leerplanvoorzitter kan men moeilijk loochenen dat ook taalbegeleiders boter op het hoofd hebben. We staan er in punt 4 uitvoerig bij stil - mede omdat we merken dat de opstellers van het nieuwe ZILL-leerplan Nederlands geen rekening hielden met de kritiek op de leerplanvisie van Callebaut en Co. 

    In deze bijdrage laten we vooreerst enkele professoren aan het woord over het belang en het prestige van het Standaardnederlands. We confronteren dit met standpunten van ex-leerplanvoorzitter Ides Callebaut e.a. die het belang van AN-woordenschat, spelling en -grammatica ... ten zeerste relativeren. Het zijn precies die zaken die leid(d) en tot minder schrijf- en taalvaardigheid.

     2 Leuvense onderzoekers: Standaardneder lands nog steeds enige prestige variant Beweging in de perceptie van Standaardnederlands en tussentaal

     Samenvatting bijdrage op Nederlands in beweging, 20ste Colloquium Neerlandicum 27-31 augustus KU Leuven Vooraf: de Leuvense taalkundige prof. Van der Horst publiceerde in 2008 het boek Het einde van de standaardtaal. Ex-leerplanvoorzitter Ides Callebaut & andere taaltenoren sympathiseerden meteen met het poststandaardtaal tijdvak (zie punt 5). Uit een recente studie van Laura Rosseel, Dirk Speelman, Dirk Geeraerts Taalkunde KU Leuven blijkt evenwel dat het einde van het AN nog niet nabij is. 

    We citeren even. “In de Nederlandse taalkunde heerst debat over de status van de zogenaamde tussentaal ten opzichte van het Standaardnederlands in Vlaanderen. Deze variëteit verspreidt zich snel en volgens sommige taalkundigen zou zij zelfs kandidaat zijn om een nieuwe vitale standaardvariëteit te vormen (De Caluwe, 20009; Grondelaers et al., 2011). In dat geval kan men spreken van een scenario van destandaardisering en endogene restandaardisering. Wij onderzochten de status van beide variëteiten vanuit het oogpunt van de taalperceptie. In een reeks experimentele studies werden bij Vlamingen uit verschillende regio’s zowel impliciete als expliciete attitudes gemeten met uiteenlopende methodes, van innovatieve sociaal-psychologische attitudemeettechnieken tot traditionele vragenlijsten. In een eventueel destandaardiseringsscenario verwachten we resultaten die aantonen, dat het aanzien van de standaardvariëteit taant, terwijl het prestige van tussentaal stijgt. De resultaten van onze experimenten wijzen echter niet in die richting. Respondenten staan positiever tegenover de standaardvariëteit dan tegenover regionaal getinte tussentaal, zelfs tegenover tussentaal uit de eigen regio. Verder associëren ze Standaardnederlands met een hoge socio-economische status en formele situaties, al kan deze variëteit ook in informele contexten op een positieve evaluatie rekenen. Hoewel tussentaal minder positief beoordeeld wordt dan Standaardnederlands, kan de variëteit wel op appreciatie rekenen in informele contexten. Sprekers die zich bedienen van tussentaal worden gezien als hip en entertainend, maar niet als prestigieus. Op basis van deze resultaten besluiten we, dat op dit moment in het hoofd van de Vlaamse taalgebruiker Standaardnederlands nog steeds de enige prestigevariant is in formele situaties en dat in deze context (nog) geen plaats is voor tussentaal. Noot: in een bevraging van MAX VANDAAG bij een 2.300 burgers in Nederland kwam men tot een analoge conclusie (zie punt 6).

     3 Prof. Vandenbussche: nood aan pleitbezorger standaardtaal, zelfs Taalunie geeft verstek

     Passages over Standaardnederlands in ‘Er ligt een wijd gapend gat open voor een pleitbezorger van de standaardtaal’ van prof. Wim Vandenbussche 4 september 2018 - op blog van Ons Erfdeel “Wetenschappelijk onderzoek toont eenduidig aan dat de standaardtaal in Vlaanderen ‘onder druk staat’. In een aantal domeinen sprak je vroeger standaardtaal zonder enige verdere discussie. Vandaag zien we dat informelere variëteiten van het Nederlands die plaats innemen, in het bijzonder de ‘tussentaal’ die door de organisatoren expliciet vermeld werd in de aankondiging van dit debat. Wat men betreurt, is het feit dat er een informalisering optreedt in een aantal domeinen die vroeger onaantastbaar van de standaardtaal waren. Dit gaat vooral op voor radio en tv, waar het laatste bastion van de standaardtaal de nieuwsuitzendingen lijken te zijn…. Wat nog grotere zorgen baart, is de vaststelling dat de tussentaal de effectieve voertaal geworden is in het lagere, middelbare en hogere onderwijs – behalve in de lessen Nederlands. De boutade dat elke leerkracht ook een leerkracht Nederlands is, wordt van minister op minister doorgegeven op het kabinet onderwijs, maar recent onderzoek toont duidelijk aan dat dat in Vlaanderen in de praktijk niet zo is. … (Commentaar: in het basisonderwijs en in het aso wordt m.i. nog vooral AN gesproken. Aan de schoolpoort van basisscholen merken we ook dat de meeste autochtone kinderen AN spreken met grootouders/ouders. De kinderen spreken o.i. zelfs meer AN dan vroeger het geval was. Dit strookt m.i. met de studie van de Leuvense taalkundigen in punt 2). 

    Men vreest dat jongeren daardoor de standaardtaal niet meer aangeleerd zullen krijgen, vooral omdat schooldirecties volstrekt geen vat lijken te hebben op die evolutie, ook niet als ze ronkende taalbeleidsdocumenten hebben waarin staat dat het Standaardnederlands de voertaal is op school. Daar komt bovenop dat in het hogere onderwijs, maar ook in de zakenwereld, de sirenenzang klinkt van het Engels als lingua franca. Wat doe je nu met die vaststellingen, als taalwetenschapper, taalleerkracht, taalliefhebber? Je kunt akte nemen van die evolutie, zonder meer, en berusten in die beschrijving. Dat is een steriele en veilige invulling van je taak als wetenschapper. In het debat zie je twee duidelijke tendensen, en achter beide visies zit een expliciete ideologische keuze. Je hebt collega’s taalkundigen die pleiten voor het aanvaarden van de realiteit. Ik parafraseer even ongeremd: “Tussentaal is er en gaat niet meer weg, het is de moedertaal van tienduizenden, misschien wel honderdduizenden sprekers, ze is al jaren de voertaal in 90 procent van ons onderwijs, ze is niet de uitzondering maar wel de norm, en veel meer dan de standaard dat ooit geweest is. Hou op met die taalgebruikers te verketteren voor lui en dom, en probeer die tussentaal een plaats en een erkenning te geven, in het bijzonder in het onderwijs en de media.” 

    De groep die dat luidop zegt en schrijft, is klein maar keelt luid, wordt beladen met pek en veren en met de beschuldiging van provincialisme, opgesloten in het eigen grote postmoderne gelijk. Ze worden ook wel eens de valse progressieven genoemd, die het omarmen van de ‘natuurlijke taalevolutie’ als de ultieme sociale emancipatie zien. 

    Hun tegenstanders schermen ook met sociaal-emancipatorische argumenten: “De standaard is en blijft hét ticket naar maatschappelijk prestige, hogere studies en belangrijke functies in de samenleving. Het is ook het bindmiddel met alle andere leden van de taalgemeenschap: zonder die standaard sluit je je af van al wie je regionale tongval niet deelt. Ze is de sleutel tot de rijke culturele erfenis van de Lage Landen.” Dat laatste standpunt domineert het spraakmakende gedeelte van het academische en culturele middenveld. Critici beschimpen dit als naïeve visie op kunstmatig gecultiveerde sociale promotie, uitgedragen door een oude conservatieve elite, die niet wil inzien dat sociaal succes vandaag ook via andere wegen dan de standaardtaal bereikt wordt. Waar is de stem van de neerlandici? Taalunie geen pleitbezorger van standaardtaal Je kunt bovenal niet om de ontnuchterende vaststelling heen dat de stem van de neerlandici extra muros nauwelijks aan bod kwam in het hele debat. Los van wat je mening is over taalnormen en de standaard: als het de zelfverklaarde behoeders van de standaardtaal menens is met de verdediging van het Standaardnederlands, dan zal men daar ook de verantwoordelijkheid voor moeten opnemen. Er is op dit ogenblik nauwelijks een instantie te noemen die die rol op wil nemen. De VRT is taalpaus tegen wil en dank, en wil af van die stempel. De Taalunie nam in een vorige beleidsperiode een aantal onzalige beslissingen, en lijkt vandaag nog steeds onder vuur te liggen, vooral bij de Vlamingen die haar destijds zo graag in het leven wilden verlangen. Zij is volgens velen niet langer de onverdachte pleitbezorger van de standaardtaal. … Er ligt dus een wijd gapend gat open voor een spreekbuis en pleitbezorger van de standaardtaal. Of neerlandici intra en extra muros dat ook nodig vinden, is de kardinale vraag.

     4 Ex-leerplanvoorzitter Ides Callebaut pleit zelfs voor post-standaardtaalonderwijs

     4.1 Inleiding Ides Callebaut publiceerde in 2009 een bijdrage waarin hij opteerde voor het quasi afschaffen van de standaardtaal: ‘Wat doen we met ons taalonderwijs als er geen standaardtaal meer is? Volgens Callebaut is er zonder standaardtaal zelfs beter taalonderwijs mogelijk. (School- en klaspraktijk, nr. 199, 2009; ingekorte versie in VONK, dec. 2009.) Hij gaat er prat op dat zijn visie aansluit bij deze van prof. Van der Horst in zijn boek Het einde van de standaardtaal. Hij poneert ook dat ‘de leerplanmakers en de taaldidactici’ al lang het poststandaardtaal-Nederlands propageren’, maar betreurt tegelijk dat de meeste leerkrachten zijn visie niet genegen zijn. In de bijdrage in dit nummer over het recente debat over niveaudaling stellen leerkrachten en een aantal professoren dat de leerplanmakers, taalbegeleiders en taaldidactici als Kris Van den Branden grotendeels verantwoordelijk zijn voor de uitholling van het taalonderwijs. Ook Dirk Van Damme wees hier op. Ides Callebaut bekent openlijk dat leerplanmakers en taaldidactici al lange tijd een breuk met het klassiek taalonderwijs propageren en opteren voor poststandaardtaal-Nederlands. Nog een geluk dat de meeste leerkrachten die visie niet genegen zijn en wat tegenwerk boden. Maar uit hun getuigenis blijkt dat ze zich moeilijk kunnen onttrekken aan de druk die uitgaat van het leerplan, van de taalbegeleiders en van de inspectie. De bijdrage van Callebaut kenmerkt zich niet enkel door de banalisering van het Standaardnederlands en AN-woordenschat, maar ook van de belangrijke deeldomeinen spelling en grammatica. En zonder voldoende AN krijg je uiteraard ook grote problemen met schrijven en begrijpend lezen. De ex-leerplanvoorzitter schetst een vaag en idyllisch alternatief. Via de bijdrage van Callebaut krijgen we tegelijk meer zicht op de visie achter de eindtermen en leerplannen. 

    4.2 Banalisering AN; post-AN taalparadijs 

    Volgens Callebaut is er pas zonder standaardtaal goed taalonderwijs mogelijk. Hij beschrijft het poststandaardtaaltijdperk als volgt: “Leerlingen hoeven geen taal meer te leren als een voorwerp (AN) dat ze moeten leren beheersen. Er is ook niet zoiets als een superieure taalcompetentie in absolute zin. In het echte leven moeten leerlingen allerlei situaties met alle daarbij meespelende factoren leren aanpakken en beheersen. Binnen de taalgroep zullen veel variaties en accenten mogelijk zijn. Wat nu nog de standaardvariant is, zal men waarschijnlijk nog onderwijzen, maar slechts als een vaak nuttige taalvariant, niet meer als ‘de’ taal. Er is dus niet één geprivilegieerde norm meer voor alle soorten van schrijven. En dat is waar het einde van de standaardtaal op neerkomt (Van der Horst ).” Callebaut: “Er zullen waarschijnlijk nog mensen zijn die het zuivere Standaardnederlands willen blijven gebruiken, maar de meeste mensen zullen doen wat ze nu al doen: een tussentaal gebruiken. Het zal ook niet gaan om één tussentaal, maar om één van de vele tussentalen, naargelang van de spreker, het onderwerp, de luisteraar, de situatie… Je zult er gemakkelijker uit kunnen afleiden vanwaar de spreker komt, wat zijn opleiding is geweest enzovoort.” “Als er geen standaardtaal meer is, kunnen leerlingen ook geen taalfouten tegen die standaardtaal maken. Taalleraren en taalpuristen zullen niet meer van zuiver Nederlands kunnen spreken. 

    Het ideaal van een Standaardtaal leeft nog altijd bij zeer veel mensen. Maar daarnaast hebben steeds meer hedendaagse denkers een hekel aan de uniformiteit die heel de wereld aan het veroveren is en dus ook aan taaluniformiteit. Ze zien daarin juist een vreselijke armoede.” Straks dus schrijven zonder spellingregels en in een tussentaal of dialect. Kennis van AN-woordenschat, AN-uitspraak, schrijven in AN, kunnen lezen en begrijpen van AN-teksten, AN-spelling, AN-grammatica, ... zijn blijkbaar in het post-AN-tijdvak niet meer belangrijk. Gesproken taal centraal!?? Volgens Callebaut en Van der Horst staan in poststandaardtaallessen niet langer de geschreven maar de gesproken taal centraal, de babbelles. We vragen ons hierbij ook af welke taalvarianten in klas gestimuleerd moeten worden Hierover schrijft Callebaut heel vaag en utopisch: “De leerlingen leren die varianten en registers die ze nodig zullen hebben. Ze zullen zich vooral moeten leren aanpassen aan verschillende situaties en daarbij de gepaste strategieën moeten leren gebruiken. En vaardigheden en kennisaspecten die nu nog altijd in hoog aanzien staan, zullen niet nuttig meer gevonden worden.” En wat met klassituaties waarin de tussentaal van de leerlingen sterk gevarieerd is? Als we de logica van Callebaut volgen, dan moeten we de leerlingen wellicht in de taallessen vooral tussentaal laten en leren spreken en ook schrijven. Opvallend is ook dat Callebaut – net als Van der Horst – geen onderscheid maakt tussen de gevolgen voor het gesproken Nederlands en de veel grotere gevolgen voor de geschreven taal: schrijven in AN; lezen van moeilijke AN-teksten.

     4.3 Standaardtaal = discriminatie 

    Een uniforme standaardtaal is volgens de relativisten ook niet langer een belangrijke hefboom voor emancipatie en sociale promotie, maar zelfs een middel tot discriminatie en onderdrukking. Callebaut schrijft: “De standaardtaal was enkel een middel ter verdrukking: Wie die ene standaardtaal niet beheerst, wordt immers om die reden als minderwaardig beschouwd. Of zoals Blommaert en Van Avermaet het zeggen in hun ook heel interessant boek.” 

    En vervolgens citeert Callebaut uitvoerig Blommaert en Van Avermaet: “Wanneer ‘gelijkheid’ vertaald wordt als ‘uniformiteit’, dan zijn degenen die al te verschillend zijn de klos.’ Nu ‘worden leerlingen vaak naar lagere onderwijstypen georiënteerd op grond van hun vermeende taalarmoede’. Als er geen standaardtaal meer bestaat, zullen we toch al niet meer kunnen zeggen: ‘Je bent slecht in taal’ omdat iemand geen perfect AN spreekt” of “Je taal is slecht” omdat het geen zuiver AN is. In de huidige samenleving is het ook niet meer zo dat je het AN perfect moet beheersen. Luister maar naar het taalgebruik van de BV’s. En het is nog minder zo dat je de grammatica van de standaardtaal moet kennen en de canon van de literatuur. Meer en meer zijn andere factoren doorslaggevend voor succes. Hoe kun je nu beweren dat je iets voor de sociale ontvoogding van mensen doet als je hen een kunstmatig obstakel als de standaardtaal oplegt en hen zegt dat hun taal niet goed is en dat ze jouw taal moeten leren? In het poststandaardtaaltijdperk zal de ‘goede taalbeheersing geen paspoort meer zijn voor sociale vooruitgang’.” Als handarbeiderskinderen hebben we de confrontatie met de standaardtaal op school nooit als een vorm van verdrukking ervaren. Integendeel: we waren meer dan wie ook gemotiveerd om AN te leren en beseften dat dit ook belangrijk was voor onze toekomst. 4.4 Geen grammatica & spelling werkwoorden De voorbije maanden noteerden we ook veel getuigenissen van leraren die betreurden dat universitaire taalididactici, opstellers van leerplannen en taalbegeleiders grammatica en spelling niet belangrijk meer vonden. We illustreren nu even het gelijk van de leerkrachten aan de hand van krasse uitspraken van ex-leerplanvoorzitter Callebaut die gedurende vele jaren ook de taaladviseur was binnen de koepel van het katholiek onderwijs. 

    Callebaut vindt grammatica totaal overbodig en schrijft: “We kunnen toch moeilijk stellen dat al die miljarden mensen die nooit iets van spraakkunst geleerd hebben, daarom slechter spraken of schreven. Heb je trouwens iemand al een interessanter, boeiender, leuker spreker of schrijver gevonden omdat hij het verschil kende tussen bijvoorbeeld een voegwoord en een voorzetsel?” Hij schreef in Onderwijskrant 142: “Ik las dat sommigen weer het lijdend & het meewerkend voorwerp in de lagere school zouden willen invoeren. Ik heb er ook nog nooit een zinnige motivering gehoord voor het weer invoeren van het lijdend en meewerkend voorwerp.” Als we de logica van Callebaut volgen dan moet een leerling nooit (kunnen) uitmaken of hij respectieve of respectievelijke moet schrijven, of het al dan niet “ik geef hun/hen een boek is’ of “je lui donne un livre”, enz. In het leerplan Nederlands VVKBaO van Callebaut en co lezen we uitspraken als: “Spellingafspraken raken de essentie van een taal niet. Een slechte spelling maakt een taal niet slechter, en een goede spelling maakt een taal niet beter.” 

    De recente uitspraken van Callebaut tonen nog duidelijker aan vanuit welke ingesteldheid dergelijke uitspraken destijds in het leerplan terecht kwamen. Op 22 oktober 2009 schreef Ides Callebaut op de DSwebsite: “Zoals prof. Van der Horst voorspelt, zal de huidige werkwoordspelling heel waarschijnlijk verdwijnen. De speciale regels voor de werkwoordspelling zijn overbodig: in de gesproken taal hoor je het verschil niet tussen 'antwoord' en 'antwoordt', tussen 'antwoorden' en 'antwoordden' en tussen 'heten' en 'heetten'. Dat brengt nooit verwarring mee als de spreker zich duidelijk uitdrukt. Daarenboven kan de spellingcontrole van je pc dt-fouten niet detecteren. De werkwoordspelling vereenvoudigen is helemaal niet moeilijk: pas ook bij werkwoorden de normale spellingregels toe. Schrijf dus altijd 'antwoord' zoals we altijd 'brood' schrijven.” 

    In zijn bijdrage schrijft Callebaut: “De kans bestaat ook dat de taalgebruikers sommige regels van de overheid niet meer zo strikt zullen volgen. Nu zijn de regels opgesteld door ‘geletterden’, die vaak gekozen hebben op basis van een persoonlijke, elitaire voorkeur. In tegenstelling tot normale mensen die liever schrijven zoals ze het horen, vonden ze grammaticale logica soms belangrijker. Vandaar onze werkwoordspelling. Of vonden ze dat je de oorsprong van woorden in hun schrijfwijze moest kunnen herkennen. Vandaar de etymologie zoals in het woord etymologie.” 

    Gerd Daniels reageerde op de uitspraken van Callebaut als volgt: “Callebaut wil terug naar de middeleeuwen. Toen bestond er ook geen vaste spelling, en kon men binnen dezelfde tekst gerust drie verschillende spellingen aantreffen voor een en hetzelfde woord. En ieder schreef zoals hij sprak, d.w.z. in het eigen dialect. Sommige WestVlamingen zullen dus in de toekomst weer 'visch' schrijven, de Mechelaars 'vies' en de Hasselaren 'ves'. Van der Horsts Einde van de standaardtaal wordt het voorspel voor Het einde van het Nederlands.” 

    Paul Hermans, getuigt op de website van 'Taalschrift' als reactie op een 'spellingrelativerende' visie van Callebaut en co: "Ik ben onderwijzer en sta al 32 jaar in het basisonderwijs. Als ik al die jaren in ogenschouw neem, dan wordt duidelijk dat de huidige generatie veel meer spellingsfouten schrijft dan vroeger. Vroeger werden meer regels ingeoefend. Spraakkunstlessen zijn verder een afgietsel van vroeger geworden; er schiet niet veel meer van over in de 'eindtermen basisonderwijs'. Ook de leerplanmakers hebben te veel met het badwater weggegooid.”

     4.5 Besluiten Relativisten als Van Avermaet, Blommaert, Jaspaert, Van den Branden, Van Gorp, Callebaut, ... hangen al te graag een karikatuur op van het klassieke taalonderwijs dat ze totaal achterhaald vinden en dat hen weinig of niets zou hebben bijgebracht. Ze plei(t)ten voor een totaal ander taalonderwijs. 

    Callebaut beweert in de vermelde bijdrage nog duidelijker dan voorheen dat het klassieke moedertaalonderwijs grotendeels de helling op moe(s)t. Dit komt ook tot uiting in stellingen als: *gesproken taal is belangrijker binnen taallessen dan geschreven taal, *als er geen standaardtaal meer is, kunnen we ook geen taalfouten tegen die standaardtaal maken’, *grammatica is overbodig *geen afzonderlijke werkwoordspelling meer, maar werkwoorden als vaste woordbeelden *geen klassiek & stapsgewijs schrijfonderwijs meer *geen systematisch onderwijs in AN-woordenschat, AN-uitspraak ... komt niet meer ter sprake. De ex-leerplanvoorzitter ijvert al heel lang voor het afleggen van de oude taalgewaden. Callebaut betreurt dat de meeste leerkrachten de taalvisie van de Vlaamse taaltenoren niet genegen waren. Wat een geluk dat de leraren waar mogelijk lippendienst bewezen. Wij ijverden al die tijd voor 'vernieuwing in continuïteit, met behoud van de beproefde waarden. We werkten tegelijk aan een optimalisering van de leesmethodiek, de spellingregels ... De meeste leesmethodes passen onze ’directe systeem-methodiek toe, de meeste spellingmethodes vereenvoudigde spellingregels ... Jammer genoeg bestreden dezelfde taaltenoren de Onderwijskrantcampagnes voor de invoering van intensief NT2-onderwijs vanaf de eerste dag van het kleuteronderwijs. We betreuren ook dat de verantwoordelijken voor het nieuwe ZILL-leerplan Nederlands niet bereid waren om de eenzijdigheden en tekorten uit het verleden weg te werken. We hopen vooralsnog dat de nieuwe eindtermen lager onderwijs b.v. wel weer elementaire grammatica als lijdend en meewerkend voorwerp zullen invoeren.

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:AN, standaardnederlands, Callebaut
    21-10-2018, 00:00 geschreven door Raf Feys  
    Reacties (0)
    20-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Toename ontscholing en niveaudaling lijkt onafwendbaar .Recent debat over toenemende ontscholingsdruk, prestatievijandigheid en niveaudaling
     
    1 Toenemende ontscholingsdruk en niveaudaling

     In de maanden augustus, september en begin oktober laaide de kritiek op de niveaudaling & ontscholing weer op. Ook de gebrekkige schrijfvaardigheid van de studenten universitair onderwijs kwam uitvoerig aan bod. We noteerden veel getuigenissen van praktijkmensen (zie punt 1). De recente opflakkering van de kritiek op de niveaudaling en ontscholing, is mede een gevolg van het feit dat ook de voorbije jaren de ontscholingsdruk en de ermee verbonden niveaudaling nog toenamen. Dit kwam tot uiting in rapporten/standpunten over de toekomst van het Vlaams onderwijs en in recente standpunten van ontscholers als de professoren Kris Van den Branden, Philip Dochy en Martin Valcke (zie punt 3). In Zweden verontschuldigen onderwijskundigen als prof. Linderoth zich voor hun ontscholende beeldenstormerij die tot een sterke niveaudaling heeft geleid (zie punt 5).

     In Vlaanderen voeren de ontscholers het hoge woord en ze vinden veel gehoor. Ze ontkennen ook de niveaudaling en voelen zich geenszins verantwoordelijk (zie punt 4). De Leuvense pedagogen Jan Masschelein en Maarten Simons betreurden vorig jaar terecht de toenemende ontscholingstendensen in hun boek ‘De leerling centraal in het onderwijs? Grenzen van personalisering‘ (2017, Acco-Leuven). Ook wij wezen in Onderwijskrant en elders geregeld op l op het feit dat de voorbije 4 jaar in het discours over de toekomst van het onderwijs, … vooral ontscholende voorstellen geformuleerd werden. Het thema van de ontscholingsdruk en niveaudaling is actueler dan ooit. In een reactie op de recente kritiek op de niveaudaling, repliceerde Minister van Onderwijs Crevits (CD&V) dat ze al geruime tijd inspeelt op de dalende trend; en ze vraagt geduld. “Hervormingen in onderwijs zijn een werk van lange adem.” Crevits wekt de indruk dat ze de voorbije jaren veel pogingen ondernam om de niveaudaling weg te werken. Ze beseft blijkbaar niet eens dat de ontscholingsdruk in recente officiële rapporten over de toekomst van het onderwijs precies nog toegenomen is. Erger nog: ze verwacht ok veel heil van haar hervorming van de eerste graad, maar die zal o.i. eens te meer tot een gevoelige niveaudaling leiden Minister Crevits en Co beseffen niet dat ze met hun bejubelde Consultatiecampagne voor de eindtermen vooral ontscholende voorstellen uitlokten, dat het ‘officiële’ rapport ‘De Nieuwe school in 2030’ van topambtenaren en kopstukken van de VLOR en de Koning Boudewijn Stichting een regelrecht pleidooi inhoudt voor totale ontscholing, dat ook het Mdecreet tot een niveaudaling leidt, dat de invoering van de vele nieuwe eindtermen 1ste graad s.o. tot een vermindering van algemeen vormende & krachtige leerinhouden binnen de basisvorming zal leiden; dat de afschaffing van de B-attesten in het eerste jaar s.o. en het bemoeilijken van het zittenblijven eveneens het niveau zal aantasten. Wijzelf en vele anderen vrezen dus dat de niveaudaling nog gevoelig zal toenemen. Vooreerst omdat de gevolgen van de ontscholing en nivellering op langere termijn duidelijker tot uiting komen. Vooral ook door de recente hervormingen, de ZILL-leerplanvisie van het katholiek onderwijs, ... 

    2 Recente kritieken van profs en leraren op ontscholing, niveaudaling , prestatievijandigheid…

     Dirk Van Damme (OESO) wees in DS van 1 september j.l. op het dalende onderwijsniveau, het tekort aan ambitie, de obsessie van het welbevinden, de prestatievijandigheid. Op het congres van de COC-lerarenvakbond eind september werd eveneens geconcludeerd dat de kwaliteit van ons onderwijs steeds meer onder druk staat. We lezen o.a.: “Het klassiek onderwijs waarbij de leerkracht de leerstof voor de klas uitlegt, staat onder druk. De leerkracht wordt gereduceerd tot een coach zoals bij een voetbalploeg. We evolueren ook naar allerlei werkvormen met doorgedreven maatwerk waarbij groepjes leerlingen zelfstandig aan de slag moeten. Gezag en discipline worden ondermijnd”. COC hield een pleidooi tegen de toenemende ontscholingsdruk en voor het herstel van pedagogische aanpakken die hun effectiviteit allang bewezen hebben. We besteden er in dit nummer een aparte bijdrage aan.

    Eind-augustus-begin september noteerden we veel reacties op de niveaudaling van leerkrachten en professoren in Het Laatste Nieuws, Knack … Op 6 oktober trok ook een groep leerkrachten van het technisch en het beroepsonderwijs aan de alarmbel in ‘Het Nieuwsblad’: “We mogen nog amper theorie geven en examens zijn al helemaal uit den boze”, zegt een groep leerkrachten die zich onder druk voelt gezet door de inspectie en de onderwijskoepel “ 

    De Leuvense pedagogen Jan Masschelein en Maarten Simons stelden in 2017 :“Het institutionele perspectief dat vandaag sterk aanwezig is in traktaten over het onderwijs van de toekomst gaat ervan uit dat de (klassieke) manier waarop we vandaag het onderwijs organiseren, namelijk gezamenlijk leren binnen een vastgelegde tijd en plaats – de school als instelling – niet meer van deze tijd is. Als je kijkt naar de voorstelling van de scholen van de toekomst, dan zijn dat vaak geen echte scholen meer die in een beperkte tijd en op een bepaalde plaats een gezamenlijk & vast curriculum afwerken, maar platformen en open leertrajecten die zichzelf presenteren als een plaats waar de innovatieve en creatieve vermogens van de individuele leerling aangesproken worden. 

    3 Toegenomen propaganda voor ontscholing goed onthaald door onderwijskoepels e.d. 

    De recente opflakkering van de kritiek op de niveaudaling en ontscholing, is mede een gevolg van het feit dat ook de voorbije jaren de ontscholingsdruk en de ermee verbonden niveaudaling nog toenamen. We illustreren dit even. De voorbije drie jaar mocht prof. Kris Van den Branden op de VLOR-startdag 2015 en overal te velde zijn ontscholingsvisie uitdragen - veelal op uitnodiging van onderwijskoepels en begeleiders. Het Vlaams onderwijs met zijn directe instructie, indeling in vakdisciplines ... is volgens hem totaal verouderd en moet een totaal andere richting uit. De directeur van het Leuvens taalcentrum - die volgens velen mede verantwoordelijk is voor de uitholling van het taalonderwijs - is veruit de meest gevraagde spreker. Hij is ook voorzitter van de VLOR-basisonderwijs. Tegenstanders van ontscholing die expliciet instructie e.d. blijven verdedigen, worden zelden als spreker uitgenodigd voor studiedagen van directies e.d. Dit is verontrustend. 

    De Leuvense onderwijskundige Philip Dochy, poneerde op 8 maart j.l.: “Klassikaal lesgeven is gewoon geen goed idee. Nee! De impact is bijzonder laag en dat is frustrerend. Stop ermee! Waarom is het zo ineffectief? Omdat we het te veel doen en voor de verkeerde doeleinden (in Leeuwaerder Courant van 8 maart j.l). In zijn reactie op de kritiek op de eenzijdige competentie- en vaardigheidsgerichte taalaanpak reageerde de Gentse onderwijskundige Martin Valcke dat er niets mis is met die aanpak. Zelfs is hij een vurige voorstander van competentiegericht onderwijs. De pedagogische hoofdadviseur van het GO! - Andries Valcke - onderschreef een paar maanden geleden die ontscholende visie van Dochy; lesgeven e.d. was ook volgens hem totaal voorbijgestreefd. Volgens Raymonda Verdyck, topvrouw GO! , is er volgens de pedagogische begeleiders ook geen sprake van niveaudaling. Niet verwonderlijk dat Dirk Van Damme (OESO) kritiek formuleerde op het GO! dat volgens hem te weinig aandacht besteedt aan de leerprestaties.

     In de PANO-reportage ‘Het basisonderwijs kraakt’ van 21 maart 2018 pleitte Valcke eens te meer voor het radicaal doorbreken van de klassieke schoolgrammatica en het jaarklassenprincipe. Hij beweerde dat de klassieke aanpak in het huidige onderwijs absoluut niet meer werkt: “Het klassieke onderwijsmodel kraakt en is eigenlijk kapot. We zullen de scholen ingrijpend moeten verpoppen naar de school 5.0, 6.0.” Hij pleitte voor sterk geïndividualiseerd onderwijs: voor elk kind a.h.w. een apart potje koken.” Gezien het M-decreet en de feitelijke toestand van grote diversiteit” is dit volgens hem de enige oplossing. In een scherpe reactie op deze uitspraken poneerde prof. Wim Van den Broeck: “Ons basisonderwijs kraakt volgens de PANO-reportage. Inderdaad; zoals uiteengezet en voorspeld in mijn rapport over het M-decreet. Dan krijg je als de gepropageerde oplossing (van Valcke e.d.) onderwijs op maat, maximale differentiatie. Maar dit maakt de problemen veelal nog groter. Onderwijs op maat van elke leerling is een onderwijskundige fictie van enkele onderwijskundigen waarvoor geen wetenschappelijke basis bestaat. Net als de illusoire suggestie van prof. Martin Valcke, dat men dit ergens kan leren. Het zijn volgens veel onderwijsdeskundigen precies de pleidooien voor radicale differentiatie, sterk heterogene klassen in het s.o. en afbraak van het schoolse leren die tot een niveaudaling hebben geleid.” 

    De prestatievijandigheid kwam de voorbije jaren ook tot uiting op het vlak van de evaluatie. De laatste jaren melden meer en meer scholen dat punten plaatsmaken voor kleurcodes e.d. om het welbevinden te verbeteren. Dirk Van Damme (OESO) bestempelt dit in de vorige bijdrage als een modieus verschijnsel en waanzin, een uiting van lager leggen van de lat. Hij nam in dit verband ook expliciet afstand van de visie van prof. Roger Standaert - die de voorbije 50 jaar volop de ontscholing propageerde. Dit kwam ook overduidelijk tot uiting in zijn DVO- visietekst ‘Uitgangspunten bij de eindtermen’. 

    4 Recente ontkenning of sterke relativering niveaudaling/ontscholing 

    Dat veel ontscholers niet bereid zijn te abdiceren, blijkt ook uit het feit dat ze de voorbije maanden hun best deden om de vele getuigenissen i.v.m. de niveaudaling, de kritiek op hun eenzijdige taalvaardigheidsvisie ... te weerleggen. Eind augustus-begin september noteerden we veel standpunten & getuigenissen omtrent de niveaudaling in het Vlaams onderwijs. We gaan er straks uitvoerig op in. Net zoals destijds bij onze O-ZON-campagne 2007 merken we dat eens te meer topmensen van onderwijskoepels, CEGO-Leuven, prof. Kris Van den Branden en zijn Leuvens taalcentrum … de niveaudaling & ontscholing, de nefaste invloed van eenzijdige onderwijs- en taalvisies die ze zelf propageerden … ontkennen. Topvrouw GO! Raymonda Versyck poneerde: “Ook mijn collega's van de pedagogische begeleiding hebben overigens ook niet de ervaring dat de lat lager is gelegd." Een paar maanden geleden poneerde de GO!-hoofdbegeleider nog dat lesgeven voorbijgestreefd is! Topman katholiek onderwijs Lieven Boeve "Er is alleszins geen wetenschappelijk onderzoek dat aan-toont dat er een systematische daling van de lat is." Met de invoering van een centraal examen verlie-zen we meer dan we winnen.” 

    In de krant HLN gaf Boeve wel toe dat onze leerlingen minder goed kunnen schrijven. Hij relativeerde dit echter door te stellen dat ze beter met de computer overweg kunnen. Prof. Ferre Laevers en zijn Leuvens Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs (CEGO) worden vaak mede verantwoordelijk gesteld voor de niveaudaling. CEGO voelde zich blijkbaar in september geroepen om dit te weerleggen. Ludo Heylen, directeur CEGO-Leuven op 17 september op VRTwebsite: “Studenten komen vandaag met een andere bagage binnen. Ze zijn zeer goed in zoekoperaties, ze zijn meer oplossingsgericht en ze zijn creatiever in hun aanpak. Ik ben ervan overtuigd – 200 procent - dat ze niet alleen met een andere maar ook met meer bagage binnenkomen dan vroeger. …”Misschien minder kennis, maar studenten zijn b.v. wel taalvaardiger.” Veel universitaire onderwijskundigen en neerlandici propageerden de voorbije decennia volop de competentiegerichte vaardigheidsaanpak en zullen niet toegeven dat dit tot een niveaudaling leidde. De meesten verkozen nu het stilzwijgen i.p.v. te reageren. Directeur Leuvens taalcentrum Kris Van den Branden reageerde wel op zijn blog ‘Duurzaam onderwijs’. Volgens hem is de niveaudaling niet via onderzoek aangetoond. Dit is ook hét argument waarmee dezelfde mensen in 2007 de O-ZON-campagne bestreden. 

    Ook Peter van Petegem, pedagoog UA, reageerde met de stelling dat het moeilijk te meten is of de slinger te ver is doorgeslagen. Hij stelde in Het Nieuwsblad van 6 oktober j.l. : ‘Vandaag is er een sterke focus op vaardigheden en competenties gekomen. Maar of de slinger te ver is doorgeslagen – en of leerlingen daardoor slechter presteren – is bijzonder moeilijk te meten.’ … Nu is wel volop de polarisatie bezig. Het is natuurlijk ook een stuk gemakkelijker om klassikaal les te geven dan om leerlingen op hun niveau in groepjes aan projecten te laten werken”. Hij voegt er wel aan toe:” Daarvoor heb je eigenlijk ook meer leerkrachten nodig’.

     5. Zweedse Prof. Linderoth: onderwijskundigen moeten zich verontschuldigen voor niveaudaling & nieuwlichterij

     Het Zweeds onderwijs scoort al vele jaren heel zwak op de internationale ranglijst. Het wordt tijd dat een generatie van ‘wrong-headed’ academici zich verontschuldigen voor het uithollen en ondermijnen van de rol van leerkrachten vanaf de jaren negentig, zegt pedagogie-professor Jonas Linderoth: “We harmed Sweden's teachers and should apologize.” Een aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien bij het analyseren van de steile val van Zweden in de jaarlijkse ranglijst van PISA, is de actieve rol die onderzoekers/onderwijsexperten twintig jaar lang speelden bij het demoniseren van traditionele leermethoden, schrijft Linderoth in dagblad Dagens Nyheter. "De eeuwenoude vorm van instructie, waarbij iemand die iets weet het uitlegt aan iemand die dat iets nog niet weet, werd geassocieerd met machtsmisbruik en blinde discipline", zegt professor aan de universiteit van Göteborg. "In plaats daarvan moest een goede leraar het zelfstandige leren van een leerling ondersteunen, het klaswerk moest de natuurlijke/intrinsieke motivatie van de leerling als vertrekpunt nemen, de grenzen tussen verschillende vakken moesten worden opgedoekt; en de fysieke omgeving in een school en klas moest meer worden afgestemd op het individueel werk van een leerling dan op de instructie van een leraar. "

     De eisen die in de leerplannen aan de leerlingen werden gesteld daalden ook aanzienlijk. Als gevolg van tal van ‘progressieve hervormingen’ werd volgens Linderoth de traditionele rol van de leraar geleidelijk uitgehold, en dit alles onder de aansporing van universitaire onderzoekers en lerarenopleiders, topambtenaren en politici. Linderoth poneert dat de beeldenstormers & nieuwlichters vanaf de jaren negentig zulke ingrijpende veranderingen hebben gepropageerd - inclusief hijzelf, zich publiekelijk moeten verontschuldigen voor de schade die ze hebben aangericht. Bij overmaat van ramp brachten die beeldenstormers die ook de lerarenopleidingen in handen hadden die nefaste onderwijsvisie ook over bij toekomstige leraren. Hij schrijft verder: "Een verontschuldiging zou ook de vele leraren kunnen rehabiliteren die er de voorbije decennia toch in slaagden de modieuze onderwijstrends te weerstaan, die de leidende rol van een leraar bleven beklemtonen. Het zou leraren in staat stellen om hun eigen professionele identiteit opnieuw met trots te bekijken en vanuit een historisch perspectief”. Een verontschuldiging is ook belangrijk voor het herstellen van de diepe breuken die ontstonden tussen de oudere leerkrachten en de universitaire onderwijskundigen en lerarenopleiders die hun wereld op zijn kop zetten.

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:ontscholing, niveaudaling
    20-10-2018, 11:47 geschreven door Raf Feys  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 21/06-27/06 2021
  • 14/06-20/06 2021
  • 07/06-13/06 2021
  • 31/05-06/06 2021
  • 24/05-30/05 2021
  • 17/05-23/05 2021
  • 10/05-16/05 2021
  • 03/05-09/05 2021
  • 26/04-02/05 2021
  • 19/04-25/04 2021
  • 12/04-18/04 2021
  • 05/04-11/04 2021
  • 29/03-04/04 2021
  • 22/03-28/03 2021
  • 15/03-21/03 2021
  • 08/03-14/03 2021
  • 01/03-07/03 2021
  • 22/02-28/02 2021
  • 15/02-21/02 2021
  • 08/02-14/02 2021
  • 01/02-07/02 2021
  • 18/01-24/01 2021
  • 11/01-17/01 2021
  • 04/01-10/01 2021
  • 28/12-03/01 2021
  • 21/12-27/12 2020
  • 14/12-20/12 2020
  • 07/12-13/12 2020
  • 30/11-06/12 2020
  • 23/11-29/11 2020
  • 16/11-22/11 2020
  • 02/11-08/11 2020
  • 26/10-01/11 2020
  • 31/08-06/09 2020
  • 17/08-23/08 2020
  • 10/08-16/08 2020
  • 20/07-26/07 2020
  • 13/07-19/07 2020
  • 06/07-12/07 2020
  • 29/06-05/07 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 25/05-31/05 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 30/03-05/04 2020
  • 09/03-15/03 2020
  • 02/03-08/03 2020
  • 24/02-01/03 2020
  • 17/02-23/02 2020
  • 10/02-16/02 2020
  • 03/02-09/02 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 13/01-19/01 2020
  • 06/01-12/01 2020
  • 30/12-05/01 2020
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 31/12-06/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 30/04-06/05 2018
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!