Enkele
uren voor in de ochtend van 7 juni 1917 de mijnen onder de Duitse stellingen
bij Wijtschate de lucht in moesten gaan, ontdekte de Britse mijneninspecteur
kapitein Henry Hudspeth tijdens een laatste controle dat de galerij dicht bij
de kamer met de opeengepakte explosieven onder de Spanbroekmolenstelling
ernstig was beschadigd door een Duitse camouflet-lading. Ontzet moest hij
vaststellen dat ook de bekabeling van de originele vuurlijn beschadigd was. Er restte
geen tijd om alles te herstellen en noodgedwongen plaatste hij een klassieke
dynamietlanding tegen de kisten met amonal. Hij liet het hoofdkwartier van de
36e (Ulster) Divisie weten dat de mijn naar alle waarschijnlijkheid volgens schema zou exploderen, maar
wist dit niet 100 % zeker. Op Zero Hour
ging de mijn 15 seconden te laat af. De mannen van het 9e en 14e
Bataljon Royal Irish Rifles waren echter al zoals afgesproken in de aanval
gegaan. Enkele tientallen van hen werden op slag gedood door de luchtdruk van
de explosie. Toen hun lichamen na de slag werden geborgen vertoonden ze geen
verwondingen, maar stelde men wel vast dat ze uit mond, neus of oren hadden
gebloed
Enkele andere Ulstermen waren dodelijk getroffen door het
neerstortende puin. Ze kregen een laatste rustplaats op Lone Tree Crater Military Cemetery, vlakbij de plaats waar ze hun
dood waren tegemoet gelopen. Onder hen was. Onder hen was Lance-corporal T. Logan, 9e
Bataljon Irish Rifles. Deze Ulsterman uit Ballymoney liet niet alleen een vrouw
maar een gezin met niet minder dan acht kinderen achter toen hij zich als oorlogsvrijwilliger
meldde.
Een
ander aan Zero Hour gerelateerd interessant
graf op Lone Tree Cemetery is dat van
Henry Callaugher D.S.O., kapitein in het 11e Bataljon Royal
Inniskiling Fusiliers. Deze 31-jarige officier uit Manorcunningham in Donegal
was de enige officier van zijn bataljon die op 1 juli 16 ongedeerd de eerste
dag van de aanval aan de Somme had overleefd. Toen hij tijdens die strijd
dekking zocht zag hij hoe Duitse scherpschutters verschillende gewonden
doodgeschoten. Hij wist hen te besluipen en kon een aantal van hen uitschakelen.
Daarna bracht hij, rennend tussen de inslaande granaten, verschillende gewonden
naar achter. Dit moedige optreden leverde hem de Distinguished Service Order
(D.S.O.) op. Op 7 juni 17 bij de aanval op Wijtschate werd hij al in het begin
van de actie zwaar gewond in zijn rechterarm. Hij weigerde zich te laten
evacueren en bleef bij zijn mannen tot de objectieven bereikt waren. Pas toen
begaf hij zich naar achter. Het was terwijl hij op weg was naar een verbandpost
dat hij werd gedood door een kogel in het hoofd. Hij was eerder omwille van
zijn moedig gedrag op het slagveld voorgedragen voor een Victoria Cross.
|