Alweer een verjaardag: honderd jaar geleden werd de Nederlandse Tsjechov geboren.
Misschien geen tekeningske bijmaken dat deze man mijn literair idool is: zowel naar de inhoud als naar de vorm.
Die scherpe waarnemer en die Nederlandse taalvirtuoos.
En bij die honderdste verjaardag is het dan toch gebeurd: als hommage werden nu honderd van zijn beste stukjes gedundrukt en nog wel bij Van Oorschot, een beetje de consacratie van het Nederlandse schrijverschap.
(gedundrukt is een wijze van drukken en uitgeven die je best kunt vergelijken met een ouderwets misaal, op missaalpapier)
Op de achterflap dit gedicht De Minor Poet, dat ik opdraag aan al mijn vrienden en vriendinnen betrokken bij en rond en op het Antwerpse hoogfeest van het leesplezier: de Boekenbeurs.
Carmiggelt Gedundrukt. Uitgeverij Van Oorschot Amsterdam. 2013. IOSBN 9789028260832308 p. 24.95
DEMINOR POET
Zijn leven was een stille bundel van één vel.
Zijn dood een kastlijnnieuwtje, nonparel.
Toen hij, verijld reeds, klopte op de hemelpoort
Had Amsterdam als nooit van hem gehoord.
Maar dengel boog voor hem als een chasseur.
O ja, u is terecht bij deze deur
In het portaal weerklonken vreugdezangen.
De Penclub had hem nooit zo goed ontvangen.
De dichter dacht: Verdomd, ik mag erin
Hij had getwijfeld, maar dit soepel begin
Schonk hem bewijs der hemelse gerechtigheid.
Straks, dacht hij, krijgt mijn werk nog eeuwigheid
Ja, ik heb intussen al zo'n voorraad verzameld dat ik er een aparte rubriek mee begin.
Gewoon een woord. Soms een uitdrukking. Nog somser een zinnetje. Taal dus. Woorden die in hun simpelheid, een stroom van gevoelens en gedachten (zouden moeten)bevatten.
Ik begin met één woord.
BEVATTEN
vatten dat zoveel meer is dan pakken, grijpen, vasthouden, Daar zit ook begrijpen in, aan- en invoelen. Niet zomaar fysiek beet pakken. Ook eens nagaan wat het voorvoegsel BE- met een woord doet. Grijpen/begrijpen, kommer/bekommeren, dreigen/bedreigen. Druipen/bedruipen.
Ik moest perse op een bepaald uur in hartje Antwerpen zijn.
Kasteelpleinstraat, dat is echt hartje Antwerpen.
En ik verdom het om met mijn wagen een half uur rond te toeren om een toch verboden parkeerplaatsje te vinden.
Dus Taxi, de logica zelve.
Afgesproken in Boechout op parking Capenberg, terminus tram 15.
Netjes op afgesproken uur rijdt een Mercedes met het bekende driehoekje van ATM op zijn dak, de parking op .
Achter het stuur: een echte.
Mooie man, middelbare leeftijd, getaande kaalkop. Onmiskenbaar de zoon van een Joegoslaafse partizaan die nog in de bergen met Tito heeft gevochten. Voor mij is dat Tito.
Wij worden met een knik, lichtjes hooghartig, verwelkomd in een prachtig, onversneden, accentloos, authentiek diep Antwerps.
- Woar noartoo?
- Kasteelpleinstraat.
Rijden de parking af en de man zet, ongevraagd een cdtje op.
Muziek duidelijk niet van hier. Wel vrolijk. Dansmuziek, in de regen ergens tussen Boechout en Oude God.
Ik zeg zachtjes tegen mijn partner dat ik dat wel leuke muziek vind.
Onze chauffeur heeft een goed oor en repliceert onmiddellijk.
Das Balkanmuziek, mijnheer, Dansmuziek uit mijn geboortestreek. Daar dansen de mensen altijd.
Buiten wat tingelende balalaikasblijft het stil in de taxi die zich voetje voor voetje door het kluwen van de Oude Godop een spitsuur werkt.
Tito zegt niets meer, neuriet mee en zit duidelijk ver weg, ergens in de buurt van Banja Luka.
Tot we, midden in de Oude God, stilstaan. Niks beweging meer;
En dan horen we Tito mompelen:
Altaaid moar mier otos en altaid moar smaller banen. Een apenland is dat hier
de hoofdfiguur Koen De Bouw verliest in een waanzinnig moment van zinloos geweld zijn jonge vrouw en dochtertje. de dader komt door een heel stomme procedurefout onherroepelijk vrij.
Koen De Bouw kan daar niet over en zal persoonlijk met de dader afrekenen. Moord dus.
Assisen. Film resumeert zich in drie pleidooien:
De stelling van de Procureur Generaal (Jappe Claes) die erbij blijft dat moord altijd moord is. Het zou wat worden als wij allemaal het recht in eigen handen namen. De stelling van de verdediging (Johan Leysen) die pleit dat ons justitieel apparaat deze man, die in enkele minuten alles verloor, nu ook zijn verdere leven niet mag afnemen.
De stelling van de burgerlijke partij (Veerle Baetens) die optreedt namens een verre kozijn van de dader en die het verhaal doet van die dader die vanaf zijn prilste jaren nooit iets anders heeft gezien en gekend dan geweld, harteloosheid, tralies. Heel zijn jeugd in Mol gezeten.
Je raadt het: Vrijspraak. Op de vraag of Koen De Bouw met voorbedachten rade de dader gedood heeft, wat de dader expliciet erkent, antwoordt de jury: NEE ! Einde proces.
De film eindigt met een aangrijpend beeld van Koen De Bouw, weer thuis, alleen in bed, die in een oeverloze huilbui uitbarst.
Niemand heeft gewonnen. Iedereen is verliezer.
En nu gij: je zit in die jury. Zou jij ook NEE gestemd hebben?
Zeg mij jouw antwoord en ik zal zeggen wie jij bent.....
J.L. Heldring, de onlangs op96 jarige leeftijd overleden columnist bij de NRC(hij schreefzijn afscheidscolumn in 2012 !) trekt in een column uit 2010 de aandacht op het feit dat wij in het Nederlands voor het tegengestelde van vriend alleen het woord vijand kennen.
Dat is spijtig, want het Latijn had er twee woorden voor:
Inimicus bedoelt ten volle de vijandschap, de zelfs persoonlijke afkeer van die persoon., wiens ondergang mijn hoofddoel is.
Hostis daarentegen is en blijft mijn tegenstrever, opponent, maar ik kan met hem alleszins eerbiedig , en soms zelfs vriendschappelijk omgaan. Dat is pas beschaving.
Heldring bracht dit onderscheid ter sprake nu in de politiek de politieke andersdenkende meer en vaker een inimicus wordt. Denk bijv. aan de behandeling van Bart De Wever . En anderzijds diens reactie toen men hem vroeg of hij nu genoot van zijn overwinning op Patrick Janssens. Bart ging naar huis, voor hem was het feestje over.
Heldring haalt dan ook dat schitterende voorbeeld aan van generaal Douglas MacArthur , die in 1945 de keizer van het verslagen Japan eerbied betoonde- en daarmee eerbied aan het Japanse volk. Lees het pas verschenen Dezer Dagen, een door Heldring zelf samengestelde verzameling van zijn betere columns.
Chapeau voor de tegenstrever. Dat is puur beschaving.
Wilfried Martens kreeg een, laat ons toegeven, verdiende staatsbegrafenis.
Goed voor 3 volle uren bekijkenswaardige TV.
die onvergelijkelijke Sint Baafs kathedraal,
dat onevenaarbare Roomse ritueel (alleen daarom zal ik nooit helemaal losraken van die kerk)
de verzamelde Europese Groten der aarde stilletjes bij elkaar,
acht pareltjes van tot reflectie stemmende toespraken
de aangrijpende zang en muziek (Laudate omnes gentes... en Angela zong mee)
en daartussenin toch nog wat familie dat moet proberen zijn echt verdriet te verwerken.
In het tableau van die zaterdagvoormiddag ontbrak één figuur, de moeder van die drie kinderen. In geen velden te bekennen.
Om dit Petit Tableau Manqué te beschrijven leen ik mijn pen even aanRob De Nijs.
Male Babbe.
( )
En zondags in de kerk dan zit daar zo'n meneer, stijf als een houten plank met spijkers in zijn kop te kijken in zijn bank. Een zwart laken pak om zijn zondige lijf, bang voor de duivel en bang voor zijn wijf. En zuinig een cent in het zakje doen. Zo koopt hij zijn ziel weer terug en zijn fatsoen. ( )
Onmiddellijk eraan toegevoegd: dit is natuurlijk FICTIE.
Decor : een net postkantoor helemaal op maat en naar de wensen van Mr. B-Post Thijs gesneden.
Open loketten, bedienden die goede morgen zeggen, veel licht, alles netjes, gerieflijke wachtbanken, nummertjes machine aan de ingang en een scherm waarop je je nummertje moet afwachten.(waar is de tijd dat je de goede rij moest kiezen om aan te schuiven, en dat jouw rij altijd de traagste bleek?)
Een betere wereld dus in de ambtelijke sfeer
Dank u Johnny, goe gedaan. Uw grote pree dik verdiend.
Aan loket 3,een man en een vrouw.
Ze zijn bijna klaar. Het bleek een heel ingewikkelde operatie, zo te zien, ze moesten een aangetekend schrijven afhalen. Niet thuis toen de facteur passeerde. Kan gebeuren.
De vrouw, klein, redelijk corpulent, beetje uitdijend silhouet (voor zover daar nog sprake van is), ver achteraan in de zeventig, in de weer met een onmetelijk grote netzak waar zo goed als haar hele hebben en houden insteekt. En waar zij alleen de weg in weet, zij dat het wat tijdvraagt. Maar ze vindt het wel.
De man, een halve meter achter die vrouw. Duidelijk haar zoon. Vijftig schat ik. Zijn broekspijpen mochten gerust 10 centimeter langer. Hij heeft een grote Aldi zak in zijn handen, waar wellicht de rest van het huisraad insteekt.
Met al die inbraken en die vreemden, wij nemen liefst alles altijd overal mee. Een dwalende, bange blik die nergens blijft hangen. Tenzij op de rug van zijn moeder. Duidelijk was het vijfde studiejaar te hoog gegrepen en redt hij zich nu door getrouw in het kielzog van zijn moeder te blijven. Die weet en kent het toch allemaal. Kan mij niks overkomen.
Met het aangetekend schrijven nog stevig in haar hand - wat gaat daar weer instaan dat ze niet begrijpt, zeker weer iets om te betalen, dieven allemaal - schuifelt het koppel het postkantoor uit. Hand in hand, zoon op de protocollaire halve meter achter de moeder. Samen de vijandige wereld in.
Ik kijk ze na, en ik krijg het even heel warm van binnen: daar loopt een klein heldenleven. Niet in de kijker.....
en ook om mij geforceerd een aantal korte stukjes te doen inlassen,
Stel ik vandaag twee nieuwe rubrieken voor:
Naast het u inmiddels bekende (al dan niet gesmaakte) En dan nog eentje . , reeds aan versie 5 toe, nu twee nieuwe rubriekjes
Ambetante Vragen gewoon vragen die ik allereerst aan mezelf stel, zonder dat ik op een antwoord reken, Ik kan mezelfs geen anwtoord verbeelden, gewoon en alleen om ambetant te doen. Want het blijven stuk voor stuk vragen dioe het stellen waard zijn.
Petits Tableaux Vivants hierin zal ik, als het mij voorvalt, kleine, bijzonder alledaagse voorvalletjes na te vertellen. Reken maar dat ze stuk voor stuk echt beleefd zijn, ik zou ze overigens niet kunnen bedenken, en ik hoop dat ze u hetzelfde warme gevoel van binnen kunnen bezorgen.
OPUS 1932, die zich opmaakt voor een lange donkere winter.
Laus Stultitiae van Erasmus, nog zon gemankeerde jubilee van dat andere onverslijtbare boekuit de wereldliteratuur dat dateert uit 1511 (tijdgenoot dus van Il Principe) en dat dus twee jaar geleden al, zijn 500 jaar vierde. Hebben we dus gemankeerd, maken we nu goed.
Eerder in deze Blog was ik weer eens kort door de bocht gegaan toen ik voorhield (wat zegt die man toch allemaal?) dat er maar één soort stommeriken was, dat waren de stommeriken.Dat had ik beter niet geschreven. Uit reacties en bij wat denkwerk vind ik wellicht nog een rijkere variëteit aan stommeriken dan bij hun collegas de slimmen.
Het is vooral via het dagelijks taalgebruik dat je op die grote variatie uitkomt. Mijn tic getrouw kom ikop 10 categorieën :
1. het soort domheid dat gedekt wordt door het woord stoemelings, wat staat voor zomaar, zonder oorzaak, zonder aanleiding.
2. die andere uitdrukking: je zult nog verstomd staan als je de ware toedracht verneemt. Komt in de buurt van je zult nog op uw gat vallen als
3. De Stomme van Portici heeft er toch maar voor gezorgd dat wij vorige vrijdag in Zagreb de Kroaten (dat woord alleen al) met 1-2 vernederden. Zonder haar geen België
4. Ik hield mij van de stomme en dat kan heel slim zijn. Moet je eigenlijk altijd doen.Dat staat dan voor Tiens zeggen.
5. Al eens bedacht dat een goudvis in een bokaal bij een oude tante niet stom kan zijn. Een banale haring wel, als hij in het visnet zwemt.
6. Stom zegt men ook, meestal tegen zichzelf als men iemand onverdiend en nadien beschaamd vertrouwen heeft geschonken. Had ik niet mogen doen.
7. Stom is subjectief ².Als ik vind dat ik het goed voor heb (de keizer heeft zo mooie kleren aan) dan vind jij, die de keizer naakt ziet, mijn stom. Maar ik vind jou nog stommer. Wie is hier nu de echte stomme?Die keizer zelf doet er eigenlijk niet veel toe.
8. Doen dat je slim bent als je stom bent, dat is pas echt stom. Maar doen dat je stom bent als je slim bent, dat is gewoon aanstellerij.
9. Heel vaak wordt stom gerelateerd aan de afloop van een zaak. Stel dat in 1943 de krijgskans rond Stalingrad anders was gekeerd waren die miljoenen Duitsers uit 1938 met de arm omhoog, nog even stom?
10. Het begrip: een een stomme stoot. Lokt openvallende monden uit, afkeuring, onbegrip, maar ja, je deed het. Ik beklaag elke man/vrouw die zijn leven afsloot zonder één stomme stoot.
Mijn TOP DRIE
En zoals bij de de Slimmen maak ik hierna dan plechtig mijn TOP 3 bekend van de dommen waarmee ik mij het best verzoen,zeg maar vereenzelvig.
3.daar zet ik met punt 4: zich van de stomme houden. De Tiens zeggers
2.hier kom mijn punt 6. het beschaamd vertrouwen. Moet je blijven geven.
1. maar mijn absolute voorkeur gaat naar 10. de stomme stoot. De mannen/vrouwen van de stomme stoot. Beklagenswaardig als je daar niet bij hoort.
Iedereen heeft in zijn emotioneel geheugenzowel een apart schuifje waarin enkele onooglijke spulletjes zitten opgeborgen waarvan je, als je er even bij stilstaat, moet toegeven dat ze voor een stuk je leven bepaald of minstens geïnspireerd hebben.
Dat kan van alles zijn, een ontmoeting, voorwerpen, plaatsen, kleine voorvallen, en natuurlijk ook woorden, zinnetjes noem het desnoods tegelwijsheden, maar die redelijk zijn doorgedrongen in jouw leven.
Ik wil er vandaag zo twee met u delen, het zijn twee citaten, en ik maak meteen een eerbiedig saluut naar de twee auteurs die vandaag, wellicht zij aan zij, reeds God aanschouwen (wat er ook te zien zij).
Het eerste is van een oude vriend, generatiegenoot, advocaat, ere-senator, prominente sociale figuur in het Lier uit de tweede helft van onze eeuw: Paul Hermans. Paul schreef:
Kies uw beminde en bemin dan uw keuze.
Het tweede is van een iets oudere vriend die in diezelfde periode enkele decennia fungeerde als mijn privé goeroe. Hoogleraar Engels aan de UIA, onvoorstelbaar erudiet man maar vooral instigator van het Creatief Denken en de geschriften van Eduard di Bono:Pros Van Osmael
La Souplesse avant toute chose
U vindt het misschien allemaal niet zo sensationeel, voor mij vat het heel veel samen van de lijnen waarlangs ik probeerde te leven. Het eerste een ode aan de TROUW, het tweede een waarschuwing tegen de STARHEID.
En de laatste dagen was ik even zoet met mijn pogen die twee te verbinden, zo nodig te verzoenen .
Niet evident. Maar wat voor belangrijks is er evident in het leven?