Heel slecht weer dit weeekend dus tijd zat Ik heb het geprobeerd. Sakia Noort achterna.
Geen uitleg maar een tableauke....
Hier mijn première épreuve....
RAYMOND
Raymond Kusseneers was zijn volle naam, maar iedereen noemde hem de Mon.
De Mon was was vorige maand 62 geworden en zoals dat heet: niet onsuccesvol in het leven. Raymond had een groothandel in voorgesneden en voorgebakken frieten uit de grond gestampt, echt gestampt want op uw gat zittend kunde niet rijk worden had hij van zijn vader geleerd, dus gewoon keihard werken.
En vorig jaar had Mon, ook heel verstandig, zijn oudste zoon in de zaak gebracht. Dirk, onzen Dirk had een hoger diploma handel gehaald maar kende van frietenhandel natuurlijk niets. Maar Mon was ook niet zinnens om zomaar van de ene op de andere dag de frieten te ruilen voor de golf of het voorzitterschap/hoofdsponsor van de S.V. Zottegem. Dus om zeven uur deed Mon nog altijd de poort van het bedrijf open en nooit voor acht uur s avonds deed hij persoonlijk het licht uit.
Hard werken, maar toch had Mon ook enige sociale status opgebouwd. Een paar jaar geleden was hij gevraagd om bij de lokale Rotaryclub te komen. In zon club wordt, zoals op de Ark van Noe, maar één lid per beroepsgroep toegelaten en in de Rotary van Zottegem hadden ze nog geen frietenhandelaar.
Service above self....
Veel vroegen ze niet buiten een fors lidgeld, maar dat was natuurlijk geen probleem, en alle weken op dinsdagmiddag goed gaan eten in De Gouden Engel, het beste restaurant van de stad. Dus had Mon gretig ja gezegd op dat eervolle aanbod. En dat heeft Mon zich tot nu nog geen ogenblik beklaagd. Want op die Rotary kwam Mon in een heel andere wereld. Allemaal doktoors, notarissen, directeurs en bankiers en zo, en die noemden Mon direct met zijn voornaam: daar zie, de Mon.
Ook hield iemand, elke week na de hoofdplat, een heel interessante voordracht, dat noemen ze een mini talk -mini dat is kort en talk dat is speech-, over iets uit hun beroep. En de Mon had al eens stillekens gedacht aan zon spreekbeurt over zijn beroep: Problemen en mogelijkheden in de voorgebakken frietenhandel in Europese context, de titel stond al vast als ze het hem ooit moesten vragen.
Nu vond Mon zelf wel dat hij in dat hoge gezelschap geen reden had om zich de mindere te voelen. Kijk maar eens rond op de parking voor De Gouden Engel, daar stond geen ene Bentley Continental GTC 6.0 Speed 4 tussen. Ja allemaal BMWs en Mercedessen uit de Klasse 1 dan nog, er stond zelfs een Renault Scenic bij, dus met zijn Bentley .
Alleen vroeg hij zich af of alle Rotariërs (want zo noemen die mannen zich) wel bewust waren dat die grote Bentley van de Mon was? En ge kunt dat zo moeilijk ter sprake brengen tijdens het aperitief, want stoeffen nee, dat doen ze in dat midden niet. Die hebben dat niet nodig. Dus, ik zwijgen over mijn Bentley, zo stom ben ik nu ook niet.
in het wit, da's altijd schoon en valt niet zo op.
En nu kwam vorig weekend, als een geschenk uit de hemel, die mogelijkheid om voor een prikje een nummerplaat te bestellen met uw naam erop.
Dat is mijn kans, dacht de Mon. In grote, fel rode letters RAYMOND voor en achter op mijn Bentley. Nu weten ze het ineens allemaal: dien Bentley is van de Mon van de frieten. Dat hadden ze misschien toch niet verwacht?
En nu zal een uitnodiging voor een minitalk ook wel niet lang uitblijven. Maar ik moet nog eens over een betere titel nadenken, liefst in de vraagvorm, dat houdt de spanning vast. Bijv. Zijn de Chinese aardappelen een bedreiging voor de Europese handel in voorgesneden en voorgebakken frieten.Misschien raak ik zo, over een paar jaar wel in het bestuur?
Op 3 augustus kregen we een boeiende Zomergasten met schrijfster Saskia Noort (°1967), de succesvolle Nederlandse schrijfster van een reeks boeken die de marketing aanprijst als literaire thriller.
In Zomergasten vernemen we dat Saskia dat zelf zo niet ziet. Ten eerste was er, aangedreven door de smalle jaloezie binnen het vak, een landelijke controverse of Saskia (met haar reuze oplages en verfilming) wel literatuur bedreef?
Daarenboven vindt Saskia zelf dat haar boeken geen thrillers zijn. Daar komt geen rechercheur of detective, amper een wijkagent in voor. En toch lopen al die boeken niet goed tot dramatisch af. Maar dat is niet het hoofdpunt, zegt Saskia, gewoon al die mensen die in mijn boek rondlopen en bezig zijn, met hun kleine en sterke kanten, met hun goede en minder fijne intenties, daar gaat het me om. Mensen van vlees en bloed.
Of het dan geen roman is? Nee, zegt Saskia, een roman klinkt zo afstandelijk, een verhaal met verzonnen personages. In mijn boeken voer ik mensen op die ik ken en overal bezig zie. Allereerst mezelf in al mijn open en verdoken gedaantes. Laat de bal wat raar rollen en ik zou theoretisch in de huid van ieder van mijn personages kunnen verzeilen.
En meteen krijgen we een blik achter de schermen van haar zo succesvol schrijverschap.
Ik moet weinig verzinnen, ik kijk gewoon om me heen, eerst naar mezelf en ook naar mijn kleine en minder kleine omgeving en ik zie dan allemaal mensen die op hun manier proberen gelukkig of minstens niet ongelukkig te zijn. En ik laat gebeuren wat gebeuren moet. Hoe het soms meezit, hoe het soms helemaal verkeerd draait, terwijl je er amper iemand kunt op aanspreken. La vie, ma vie, het leven van gewone mensen, daar gaat het over. Ik denk dat ik, als ik er de aanleg voor had, graag zo zou kunnen schrijven. Verhaaltjes die meer zijn dan vertelseltjes.
Kijk naar mijn Blog, neem aan dat is 75% autobiografisch, dat gaat over mezelf, en de overige 25% over wat ik rond mij opmerk en op mezelf betrek. Niks verzonnen.
Ik denk ook aan dat boekje Tiens dat ik schreef voor mijn 80ste verjaardag: 99 Tips om, naar mijn normen en aanvoelen, een beetje ordentelijk door het leven te komen. Maar hoeveel liever had ik elk van die tips niet vervangen door een verhaaltje, een tableautje, een miniatuurtje met levende mensen die in hun kleine wedervaren elk van die tips armen en benen geven. En meer dan duidelijk maken wat ik bedoel.
Maar als je dat kunt, dan ben je een echte schrijver, denk ik.
Toch heb ik zin om het eens te proberen op de wijze van Saskia: ik neem een willekeurige tip en bedenk daar, vanuit mijn privé levenssituatie, zon miniatuurtje bij. Zien of me dat lukt.
En bij deze dus een uitnodiging aan iedereen die deze blog bezoekt: probeer het zelf eens met een willekeurige tip uit dat boekje (Tiens is nog altijd verkrijgbaar à 10, geld dat ik straight overmaak aan Bond zonder Naam).
Het kan ook met een willekeurige post uit deze Blog. Leg het niet uit maar laat het gewoon gebeuren met levende mensen. Wellicht win ik 100% aan geloofwaardigheid? Bijv. vertel het verhaaltje van zon man die een gepersonaliseerde autoplaat bestelt met in grote rode letters GILBERT en die daarmee voor het eerst op zijn golfclub aankomt. En hoe het hem bekomt. Wat hij verwacht en hoe het uitdraait (verkeerd natuurlijk).
Jawel, schrijven kun je leren, alleen is het een doe vak. Een veel-doe vak.
In mijn vorige post had ik het over Antoinette qui a la balle
dat was in onze prilste kinderjaren een heel bekend balspel onder de jeugd.
Dat ging zo: de kinderen stelden zich op een rij
terwijl een van hen zich ruggewaarts voor die rij opstelde
(tiens, mijn taalcorrector onderribbelt "ruggewaarts"? - hoe moet ik dat anders zeggen?)
Die "ruggewaartse" heeft een bal en gooit die over zijn hoofd naar zijn medespelers toe.
Een van hen vangt die bal op, iedereen steekt zijn handen achter zijn rug en men roept dan in koor:
"Antoinette qui a la balle
draaiduom dan weet ge't al "
(dat was de tijd van gij, ge, gelle en welle, een je, jij, jouw, jullie vonden wij vreselijk Hollands)
En dan moest de ruggewaartse zich snel omkeren en raden wie de bal had gevangen.
In feite een oefening in het pokeren.
Ik moest gisteravond aan een ander kinderspel uit mijn jeugd denken.
Ik hoorde in het nieuws dat de mogelijkheid om een autonummerplaat met jouw naam te kopen, een overweldigend succes kent. Terwijl zulke nummerplaat 1000 kost. Ik had ze al zien rondrijden maar verstond het niet goed. Dat was het dus. Per-so-na-li-se-ren heet dat.
En toen dacht ik aan iets anders uit mijn prille kinderjaren:
Wij speelden veel met krijt, dat was ondubbelzinnig een voorschot op de graffiticultuur. Maar het liefst wat wij deden was op alle mogelijke plaatsen onze naam schrijven. De progressieven onder ons waagden er soms de naam van een vriendinnetje bij (met hartje als je wat kon tekenen)
Onze ouders vonden dat maar niks en hadden daarvoor alweer een Franse afrader:
"Doe dat niet manneke want: Le nom d'un fou se trouve partout. "
Er zijn altijd zaken die jou beter of minder goed liggen.
We laten in het midden of dat een gebrek aan aanleg of aan interesse is.
Het resultaat blijft gelijk. Het is je ding niet.
Mogelijk.
Alleen hoor je soms, nee redelijk vaak, verstandige mensen en plein public beweren, dat zij een regelrechte anti-aanleg hebben voor wiskunde. Altijd één grote ellende gehad met die vakken.
Het was mijn ding niet en spreek er mij dus niet op aan.
horror voor mij !
Eenzelfde verhaal krijg je ook soms van mannen die er prat op gaan, als het over techniek of mechaniek gaat, twee linker handen te hebben. Het verschil niet zien tussen een trektang, een gastang en een nijptang. Een anti-aanleg voor techniek dus. Geef zon ding niet in mijn handen of ik doe er ongelukken mee. Ik heb het niet, zon technische knobbel. Sorry.
Maar vraag mij gerust de geboortedatum van Nietzsche of het belang van de Vrede van Munster of de inhoud van de Nevrijdingstheologie, kom maar op.
En ik zie dan een bepaald publiek met enige bewondering naar zon genie opkijken. Amai, de geboortedatum van Nietzsche ., en de bevrijdingstheologie.
Tot daar aan toe.
Maar welk figuur slaat een hoopopgeleide astrofysicus of een beroemd moleculair bioloog die in datzelfde gezelschap zou beweren dat hij nooit enig aanvoelen heeft van de dt-regel". En dat het KOFSCHIP voor hem regelrechte nonsense is. Dat het, sorry dus, ook zijn ding niet is. Maar dat hij u op een bierkaartje de bijzondere relativiteitstheorie van Einstein uitlegt.
Hoe zou jij zon kandidaat Nobelprijs beoordelen die een zinnetje als dit presteert:
Je vermoede het eerst niet, maar na een tijd ziet je het natuurlijk in dat het zo bedoelt was
Deze drie aartssimpele dt-fouten herleiden de auteur op slag tot een soort onbenul. Hij wordt, en terecht, met pek en veren de stad uitgejaagd.
(of deert het jou niet als hier zou staan: hij word met pek en veren de stad uitgejaagt? )
Maar wat is het verschil tussen die ene en die andere analfabeet?
Lier en Mechelen, dat heeft eigenlijk nooit goed geboterd. Eeuwenoud al is de folkloristische vete tussen die twee.
Dat begon al met hun twee patroonheiligen: Sint Gummarus en Sint Rumoldus Die deden om ter stafste mirakelen om hun stadsgenoten te bekeren en vooral vond de ene zich veel heiliger dan de andere. - En mijn toren is toch hoger dan den uwe.... - Jamaar, mijn toren is tenminste afgeraakt, zo ging dat als ze halverwege eens afspraken in Duffel.
Dat kwam soms op scherp in het voetbal. Altijd een risicowedstrijd tussen die twee. Risico, dat moet je nu ook niet overdrijven, maar toch: serieus animo laat ons zeggen.
Welnu, ik ben vandaag naar Mechelen gefietst, helemaal doorheen dat heerlijke vierstromengebied van Nete, Dijle, Zenne en het Kanaal Mechelen Leuven, En als je de vijf kilometer tussen knoopunt 57 en knooppunt 95 doorfietst, dan krijg je een heuse diavoorstelling van het "Nieuwe Mechelen".
Nieuw Mechelen veronderstelt natuurlijk dat er een oud Mechelen moet zijn geweest.
En inderdaad, tot zo'n 20 jaar geleden was Mechelen echt een rommelige, zeg maar lelijke stad. Helemaal niet aantrekkelijk. Karakter- en zielloos. Vuil, slecht onderhouden, sloom, ongezellig, en een heel acuut allochtonen probleem. Op een bepaald moment was Mechelen de gevaarlijkste stad van Vlaanderen.
Tot Bart Somers er burgemeester werd. Ik weet helemaal niet of Somers het allemaal zelf bedacht en gedaan heeft, (cum hoc non propter hoc, dat wil zeggen: het is niet omdat het zich samen voordoet dat er een oorzakelijk verband is. Ons bomma moest hard niezen en toen viel de luster van het plafond)
maar vandaag fiets ik door een oude middelgrote Vlaamse stad die 1. haar allochtonenreputatie zo goed als geheel en vooral positief onder controle heeft 2. anders dan in vele steden met een uiterst aantrekkelijk en florerend winkelaanbod in het stadscentrum 3. maar bovenal een ongelooflijk mooie, moderne, perfect onderhouden publieke ruimte bezit.
Je krijgt er al fietsend tussen 57 en 95, inderdaad een soort diavoorstelling van. Dat gaat dan over Sint Rombouts en de Dijle die overal opduikt, verbonden met tal van kleine vlietjes. Maar ook over gerenoveerde pleinen, parken (drie prachtig onderhouden parken telt die stad), herbestemde oude gebouwen en een aantal onbetwiste wereldmonumenten. Maar ook en vooral de vele kleine achterstraatjes, verloren hoekjes, stukjes brakke grond: het ligt er vandaag allemaal zo uitnodigend bij.
Ze komen daar van ver in Mechelen, maar het is waar je uitkomt met eensgezindheid, dynamiek en vooral beslissingskracht (durf), ook als er zwarte vlaggen hangen. Doorgaan. Doen. Niks volksraadpleging. Dat hadden ze in Lier anders gezien. Volle zes jaar heeft een gemeentebestuur moeten vechten om nog maar haar Grote Markt om te bouwen van een rommelige parkeerruimte tot een aantrekkelijke publieke ruimte. En de middenstand (behalve dan de cafébazen van de Grote Markt) is nu nog altijd kwaad.
Wat mij in Mechelen opviel: hoe men daar resoluut afstapte van de foute opvatting om al wat oud is, krottig, vervallen, bric à brac, scheef en schots, als waardevol te aanzien gewoon alleen omdat het oud en "authentiek" zou zijn. Je maakt van een favella toch geen bezienswaardigheid? Durven geloven dat onze hedendaagse jonge architecten en urbanisten, zeker zoveel in hun mars hebben dan hun collega's van twee- driehonderd jaar geleden. Die er gewoon in slagen om wat echt waardevol is en gekoetserd moet worden (en dat is niet zo heel veel) te incorporeren in een moderne stad voor moderne jonge mensen. Een stad om 21ste eeuws in te leven.
Plan voor het najaar maar eens een compleet dagje Mechelen. Met mijn groeten.
A propos, tussen mijn 57 en mijn 95, heb ik zeker vijftig pittige terrasjes gezien. Dus van honger of dorst zul je er zeker niet omkomen.
En als toemaatje, waard om te vermelden, ik heb en passant de bouwplaats bezocht waar in hartje stad Schoenen Torfs nu zaterdag zijn zonder discussie mooiste stadswinkel heropent. Midden op de IJzerenleen. Helemaal in de stijl van Nieuw Mechelen.
daar geen woord kwaad van maar....
Nee Lier, ge kunt u niet blijven oppeppen met alsmaar Timmermans, Zimmer, Opsomer en Van Boeckel herop te voeren of heruit te vinden. Of met uw mooie Grote Markt om de haverklap vol te zetten met bier- en worstententjes ondersteund door een roes van ondraaglijke decibels. Tandje bij, richting 21ste eeuw die als voor een zesde gepasseerd is. Komaan Lier.
Je moet geen wilde fan zijn om niet toe te geven (heel moeilijke dubbele ontkenning) dat Freek de Jonge zowat het hoogste niveau bereikt dat er in dat soort van podiumkunst te halen valt. Een show van Freek is zonder mee een totaal beleving (ooit, het was kort an de middeleeuwen, heb ik live Freek bezig gezien in Carré Amsterdam)
Nu vraagt de intelligente interviewer aan Freek wat het geheim is om, in eender welke discipline, dàt niveau te halen.
Freek antwoordt daarop zeer direct:
Drie sine qua non's (zo zei Freek het niet, maar jij verstaat het zo best)
1. het vertrouwen: we kunnen toch zoveel meer dan wat we er maar uithalen 2. het vermogen tot uiterste concentratie: je echt door niets laten afleiden 3. en een ijzeren discipline vanaf het eerste uur dat je eraan begint
Meer niet.... nou, meer niet, ik vind dit al wel wat.
Gewoon omdat ik aan geen van de drie vereisten voldoe die Freek stelt voor het halen van een topniveau.
Ik doe het met een onsje minder en mijn niveau is er dan ook naar. (twee onsjes daaronder)
Toch heb ik, enkel voor mezelf, ook zo'n paar handvatten (bon mots) bijeen gedacht en geformuleerd.
Bijvoorbeeld: Je zit in de penarie. Bedenk eens een vuistregel die breed toepasselijk is voor de omgang met elk soort probleem dat op uw weg komt. Maakt niet uit welk soort probleem: materieel, emotioneel, sociaal, intellectueel enz...
(als ze het mij vragen in Zomergasten) Ik hou het op twee principes;
1. geef steeds en liefst vooraf de grootste aandacht aan de context van uw probleem of uw situatie
2. gewogen dosage bij de inzet van eender welk middel. Nooit de knop op 10. (een Tip uit mijn Tiens)
Ik zou het ook in een spreuk kunnen gieten van een van mijn leermeesters in het creatief denken Pros Van Osmael formuleerde het zo:
La souplesse avant toute chose....
of negatief uitgedrukt: starheid, verstarring is dodelijk in het leven.
Het klinkt allemaal heel abstract en algemeen, maar met wat goed nadenken zie ik geen gebied waarop het niet toepasselijk is.
Opgestaan zonder zon, een thermometer die geen zin had om boven de 20 graden te gaan
Niks op het agenda, tenzij goesting om te fietsen
En aangezien, met het verbod van mijn dochter om boven de 25 graden nog op een fiets te kruipen
aan alle voorwaarden voldaan was...
fiets achter op de auto en wegwezen.
Wel zat er zo gezien, flink wat regen in de lucht,
maar ik had al een maand geleden bij Decathlon een nieuw regenvestje gekocht
(in solden, ik durf de prijs niet zeggen)
en dat moest nu maar eens zijn beloften waar maken, "ademend en regenwereld".
Dus fietsdag. Bestemming?
Ik dacht, ik laat mijn fiets kiezen, en dan weet ik het,
ik ga daarop zitten en die rijdt dan vanzelf naar de twee abdijen van mijn jeugd: Tongerlo en Averbode.
Ik startte nog droog.
Ik merkte nu het groot gelijk van de boeren die zo vroeg hun maïs aanplantten,
ik reed kilometers lang tussen groene muren van hoog opschietend maïs.
Heerlijk.
Enkele eerste druppels werd alras een malse regen.
Mals, dat wil zeggen, het valt niet op maar ge wordt er zeiknat van.
Maar niet met een Decathlon vestje van 10 Euro.
Heer-lijk.
Een hap gegeten in Gerhagen (Ter Scoete, taverne in het bos, grondgebied Tessenderlo, een must !)
met als tafelgenoot een oud boekje in mijn rugzak:
"Denken dat ons ontsnapt. Essays over de relevantie van metafysica".
Wachten tot het over is, maar malse regen gaat niet over, dat is voor de rest van de dag.
Dus, terug de fiets op, in de malse regen richting abdij Averbode.
Afgestapt in de buitenmaats grote abdijkerk. Beetje gaan rusten, drogen en "bekomen".
Moederziel alleen in een immens (echt immens) kerkgebouw.
Overvalt mij daar al zittend in die kerk, zowaar een lang geleden existentiële ervaring.
Was het die overweldigende barok van al dat hagelblank wit marmer? Of waren het die massa, in mijn onderbewustzijn opgestapelde herinneringen uit mijn jongelingentijd die veel met die sfeer te maken hadden? Of was het een updating van al die dingen die ik de laatste tijd gelezen had? Ik weet niet niet.
Ik dreef weg... tot ik twintig minuten later wakker werd toen enkele toeristen stommelend de kerk binnenkwamen. Het was een deugdelijk dutje.
Buiten geurde het voor de eerste keer dit jaar naar de herfst. Nog zo'n propvolle emotionele ervaring. Die geur van het eerste verval in de natuur. Al die connotaties dat zo'n geurervaring met zich meebrengt. Wat is mijn reukorgaan toch een gevoelig ding, dacht ik bij mezelf.
Wat is een mens toch een ondoorgrondelijk vat van gedachten, emoties, verlangens, weemoed en verwachting.
Gisteren was het dus exact 100 jaar geleden dat WO I uitbrak.
Een collectieve waanzin overviel het hoogste beschaafde werelddeel van deze planeet.
En niemand die nadien in staat bleek de horror te stoppen.
De meesten van mijn generatie hebben het verhaal uit eerste hand van ouders of grootouders.
De Vlucht.... was een klassieker in hun repertoire.
Gisteravond op Canvas was er een indrukwekkende herdenking van dit feit.
"100 jaar Groote Oorlog. Een Britse Commonwealth herdenking" vanuit Mons was televisiekwaliteit waartoe alleen de BBC in staat is. Mons waar de eerste bloedige confrontatie plaats vond. Bruusk einde van een illusie.
Bijzonder aan deze herdenking dat het een Brits Duitse herdenking was waarbij op geen enkel ogenblik enig onderscheid werd gemaakt tussen winnaars en verliezers. Eigenlijk waren er alleen maar verliezers.
Zo verschillend van het ons beter vertrouwde patriottische medaillegerinkel en de vaderlandse onzin.
Bij de plechtigheid waren zowel gekroonde hoofden als toppolitici aanwezig. Voor ons land waren dat Philippe en Mathilde en Di Rupo. Heel waardig allemaal.
Het was wel even slikken om nadien over te schakelen naar De Kampioenen dat binnenkort ook zijn honderdste wederuitzending viert.
En toch voelde ik nadien één manco.
Je mag het nu allemaal zo sereen bekijken als je wilt, maar voor dat disaster waren er , willen of niet, verantwoordelijken. Mensen die ervoor gekozen hadden dat het zo liep en vier jaar lang zo bleef lopen.
Deze wereldoorlog kwam niet uit de lucht vallen.
Och, die piotten uit al die "hoogontwikkelde naties" waren meestal ongeletterde boerenjongens aan wie een vaderlands verhaal werd opgedist en die de oorlog aanzagen als een uitstapje. Voor kerstmis thuis werd hun gegarandeerd. Want langer konden de akker en de twee koeien niet zonder hen.
De schuldigen zaten ondubbelzinnig in de dunne bovenlaag van de toenmalige "leidende klasse". Mensen die meer vertrouwd waren met de etiquette van de mondaine salons dan met de modder van de loopgraven. En toppunt, na de oorlog werden zij vereerd als helden en er was praktisch geen stad of dorp in België, Frankrijk of Engeland die geen straat of plein had met de naam van die boeven. Mannen voor wie de uitdrukking "kanonnenvlees" geen bijgevoelens opriep. Alsof zij de oorlog gewonnen hadden.
Gelukkig is er het voorbeeld Leuven (dank U Louis) waar de centrale Place Foch eindelijk werd omgedoopt tot het Pieter De Somerplein. Als 't goed is zeggen we het ook.
We leven in andere tijden. De kemphanen van 4 augustus 1914 hebben in 70 jaar geen oorlog meer gevoerd en het zit er ook niet aan te komen. Daarvoor is de democratie en, zeg het maar, het Europese project te ver gevorderd.
Maar één woord van verwijzing naar dat element, het schreeuwende sociale onrecht van die oorlog en vooral van dat soort oorlogsvoering, ik zou dat in die herdenking discreet verweven hebben.
Maar voor het overige: een beklijvende televisie ervaring. Ik hoop dat je het niet gemist hebt.
En voor een laatste keer: Rik Torfs, de rector, is geen familie van mij. Hoogstens een verwant, maar dan een heel nauwe geestesverwant.
Dat is vast geen schokkend nieuws voor mijn trouwe bezoekers. Ik kan mij geen uitspraak van de rector herinneren waar ik niet helemaal in opga.
fasten seat belts.....
En nu weer op de voorpagina van de Campuskrant van 30 juni.
Titel: Waarom zou een rector geen mening mogen hebben?
Echt wetenschappelijk doen meningen er niet toe, ware wetenschap kent enkel feiten. Geef ons de feiten en hou uw meningen voor aan de cafétoog (Dé Vrijrepubliek van Meningen) Je weet wel: objectiviteit versus subjectiviteit. Daarom het absolute voorbehoud tegenover kranten: Ideaal zouden feiten en opinies in een verschillend letterteken moeten.
En hoe meer in de picture, hoe voorzichtiger je met je opinies moeten omgaan. Dat ondervond die andere Torfs, Wouter, met zijn uitgesproken politieke statement.
ook niet op zijn mondje gevallen
En dus zeker een rector van een grote universiteit moet "oppassen".
Daartegen reageert rector Rik: waarom mag een rector geen mening hebben? En zo ook ventileren? Wèl op één voorwaarde (en hier komt mijn Rik Torfs boven) Dat men aanneeemt dat ik hierbij en hiermee iedereen uitnodig tot tegenspraak.
Alleen zo kan het gebeuren 1. dat ik de kans krijg mijn eigen mening te bevragen (à la limite van mening te veranderen) 2. alleen op deze manier kan "kennis" vooruitgaan.
Want weet je, neutraliteit... het is toch zo'n onderkoelde instelling.
Mutatis mutandis, honderd procent toepasselijk en toepasbaar op mijn "geblog". Ik smeek bijwijlen om tegenspraak, hoe vaak eindigt een stukje niet met de woordjes "En toch..." waarbij ik mijn eerdere mening meteen ondergraaf.
Men kan ook zeggen dat zo'n "En toch" een laffe houding is, je dekt bij voorbaat je terugtocht.... Ook waar.
Een aanreikertje uit Gooi God niet Weg van Joël De Ceulaer
Gewoon uit uw ervaring:
Slaag jij er soms (regelmatig) in om iets van u "af te denken" Helemaal uit uw hoofd te zetten.
in- en uitverkeer
Uw hoofd: dat is kennis (het weten) maar misschien nog meer gevoelens (emotie).
Gewoon iets gewild uit uw hoofd zetten (niet te verwarren met wat er allemaal ongewild uit wegstroomt) een verloren liefde - een mislukte ambitie - een groot verdriet - een zwaar onrecht en God natuurlijk
Gewoon de vraag of uw vermeende vrije wil hier niet op zijn grens botst?
Dat is waarschijnlijk het verschil tussen Vergeven en Vergeten.
Vakantie in de regen, heerlijk, dan kan je zonder scrupules eens iets anders gaan doen.
Vorige week, nog enkele dagen Nieuwpoort, en ineens maandag, zon ouderwetse natte, donkere, winderige dag. Geen probleem, want na zoveel zonnige weken is het echt tijd voor eens iets anders.
iets anders....
Iets anders dus.
Dan denk ik eerst aan naar de cinema gaan. Vlug op Cinebel gaan kijken: Koksijde, Oostende en Brugge samen goed voor wel 36 zalen van Kinepolis. Maar hoe snel was mijn enthousiasme bekoeld als ik te kiezen kreeg tussen: Dawn of the Planet of the Apes Hoe tem je een draak (2) en ik had de eerste al gemist Planes: Fire & Rescue The Purge Anarch ..
Nee, geen cinema dus. Eens goed door-lezen dan. Naar de plaatselijke Press Shop. Duizelingwekkend aanbod. Dikke gazetten met veel vette letters. De Tour, nieuwe voetbalcompetitie, nog meer Gaza- ellende, Vliegramp, Vlaamse Regering glundert . Maar niks bij dat ik nog niet wist. Ik luister elke dag op KLARA om 9 uur naar de samenvatting van het nieuws en het overzicht van de kranten. Daar valt echt niks aan toe te voegen.
De tijdschriften dan. Duiding, dat kan ik gebruiken. Een muur van 20 meter lang, vol met flikkerende titels. Hoofdzakelijk borsten en billen. Ik vind gewoon geen kaft die ik in staat acht mijn regendag wat op te fleuren. Tenzij... WOEF..., maar ik haat honden.
Ach ja, de boekenwinkel dan maar. Een groot filiaal van De Standaard Boekhandel vlakbij. Ik werk mij manmoedig voorbij 7 standjes met allemaal kookboeken of boeken over eten en drinken. Dan begint het serieuze werk. Een hele afdeling in teken van Vakantietijd Crimi-tijd. Nee, er wordt al genoeg gemoord. Dan Vakantie is genieten, reisliteratuur: Letland in zes dagen. De wonderbare Godenwereld van de Azteken. En dan voor de echte kenners: Vincent Kompany: "Ik wist het al op mijn zes jaar" of liever nog: "De verborgen wereld van Marc Wilmots" en, de inkt is nog nat, "Maar terugkomen doe ik. Jurgen Van den Broeck kruipt recht". Dan is er nog een muur 14-18 literatuur. Het leven in de loopgraven zoals ze het echt was".
Een gevoel van weemoedige droefheid overvalt me. Tot ik helemaal achteraan, nog een klein rekje vind. "Religie en Esoterie" (wellicht helemaal uit de interesse) pik ik daar een boekje op van Joël De Ceulaer uit: "GOOI GOD NIET WEG"
Mijn hele leven met weinig anders echt bezig geweest: God weggooien of niet? Bingo. 19.90. Met montere stap naar het appartempent.
Ze hebben mij tot woensdag (het was toen alweer 24 graden) niet meer gehoord of gezien.
Ik ga er u op deze plaats zeker nog een en ander uit voorlezen of doorvertellen.
Snel een proevertje uit Joël De Ceulaer Gooi God niet weg!
Joël zweert bij het jaartal 1859: The Origin of Species of de bijbel van de Evolutieleer Het boek dat onze kijk op alles veranderde.
(Ch. Darwin 1809 - 1882)
In feite had men in 1859 een nieuwe tijdtelling moeten beginnen, niets was daarna nog als voorheen.
Joël schrijft:
"Mij is het nog altijd een raadsel hoe iemand voor Darwin NIET in God kon geloven. En dat dus filosofen zoals David Hume en Baruch Spinoza, en lang voor hen de oude Griekse filosofen, al ongelovig waren."
Een simpele regel van drie: Variatie - Selectie - Overerving en... 3 miljard jaar proberen.
Het mechanisme ontbloot. Geen deus ex machina meer nodig.
Maar verder in het boek komt het welbekende: en toch..... Gooi God maar niet weg.
$ $ $ $ $ $ $
Nog zo'n proeverke dat smaakt naar meer (het eerste alinea van het boek)
"Het is iets merkwaardigs. Zet mij in een zaal vol atheïsten, en ik word op slag een beetje katholiek. Zet mij in een zaal vol gelovigen, en ik zal mij prompt als atheïst profileren. En nee, dat ligt niet aan mijn tegendraadsheid, dat ligt aan die twee zielen in mijn borst".
En dat ik u nooit meer hoor zeggen dat er vanavond weer niks op TV is...
nu we hebben ontdekt dat je met twee of drie klikken een langlopende serie kunt opnemen. Speelt nu geen rol of dat De kampioenen, Familie, Het Braambos of Zomergasten is, iedereen kan nu naar eigen voorkeur een televisiereserve aanleggen om op elk ogenblik te bekijken.
Ik heb voor mij zo een stuk of vijf series lopen, en ik smul daarvan zoals ik een pintje uit de frigo pak. Als ik zin en tijd heb.
(probeer bijv. eens op Ned2 Hollandse zaken....)
Ik heb intussen al voldoende voorraad bij de hand om een zware winter door te komen.
Natuurlijk heb ik ook de reeks Adieu God? in voorraad. Gisteren eentje geproefd. Naast het Heilig Hartbeeld zat deze keer: Filemon Wesselink, TV-maker en presentator bij het gore BNN maar vooral bekend om zijn nog goorder Spuiten en Slikken.
sympathieke kop, daar niet van...
Waar had Filemon de afslag zonder God gekozen? En aan het eind de bekende vraag: "wat moet er gebeuren om jou terug bij God te brengen?"
Filemon aarzelt geen ogenblik:
"Als God morgen een kwartiertje midden op TimesSquare gaat staan. Of nog beter nog, als hij (Hij, sorry) volgend jaar op 14 juli de Eifeltoren eens heel hoog opheft en terug neerzet.... Dan zul je Filemon heel gauw terug zien in de kerk."
of wel op 14 juli
Ik denk dat de kerk nog even zal meten wachten op het weerzien met Filemon.
En God, die kan er intussen eens over nadenken. Misschien toch niet zo'n slecht gedacht. Den Eifeltoren opheffen....
Lang geleden, Nog eens een "levensliedje" van toen eentje van Wim Sonneveld.
iets van dien aard....
DE EERSTE KLANT Wim Sonneveld(1965)
Er waren twee zoetige lieven Die vonden de wereld te klein Toen trouwden ze gauw met elkander Om baas van hun eigen te zijn Ze deden het maar op een koopje 't Zat er niet meer bij hun aan En als ze er nu nog aan denken Dan hadden ze 't nimmer gedaan
Ze werkten en plasten en stoeiden Ze zoenden elkander zo teer De vloeren die blonken als spiegels Ze boenden hun rug er op zeer 't Vrouwtje zat achter de toonbank Ze prijsde de mandjes met fruit De man nam een kijkje van buiten En lachte haar toe door de ruit
Zo leefden ze enige dagen Maar niemand had trek in hun sla Geen mens kwam de winkel 'es binnen Er was nog geen cent in de la En toen ze geen stuiver verdienden Ondanks hun gewerk en getob Toen aten ze maar van de honger Hun uien en bloemkolen op
En toen ze geen groente meer hadden Geen bieten, geen uien, geen peen En toen ze elkaar niet meer zoenden Zoals ze dat deden voorheen Toen kwam er een meisje naar binnen Een briefje van tien in haar hand Die vroeg of de baas dat kon wis'len En dat was hun enigste klant
Een levensliedje uit 1965.
Levensliedjes, dat hoor je vandaag ook niet meer. Ik heb er in Kopenhagen alleszins geen opgemerkt. Tenzij die zangeres met die baard, die had ik niet zo goed begrepen. Misschien zij/hij? Nu was dat genre in die jaren 60 een blijver. En komaan zeg, daar zaten pareltjes tussen.
Ik pik er nu dit uit: De Eerste klant van Wim Sonneveld. Je kan het hem zo horen zingen als je op Google gewoon intikt Wim Sonneveld De eerste klant zo simpel kan het moderne leven ook zijn. Beluister het dan kan je de lectuur van de tekst overslaan.
Ik heb het over die twee regeltjes (in geel gestript) uit de laatste strofe.
Het verhaal van het winkeltje van die twee is al dramatisch genoeg, maar in die twee regeltjes zit de echte tragiek. Dat verliefd stelletje dat er met zoveel goede moed aan begon en er alles aan deed, dat vergat na een tijd nog te zoenen, zoals ze deden voorheen, en dat is pas het echte drama. Dat koppeltje ging er zelf aan kapot, tot het allemaal helemaal over was. En dan komt die eerste klant .
Ik weet niet of je mee bent, maar ik vind dit om te huilen. Verplaats de context maar even naar een meer vertrouwde setting. Hoe het innigste, het intiemste, het enige echt waardevolle mee kapot gaat als het allemaal niet wat meezit. Ze leerden af te zoenen, teveel zorgen, geen tijd, geen zin, het rugzakje laadt zich vanzelf, nog een paar dagen zo verder en de wederzijdse verwijten komen boven.
Normaal eindigde zon levensliedje met een moraal. Sonneveld laat het achterwege, maar het is duidelijk: ne mens heeft kan in het leven niet zonder dat beetje chance, meeval. En het drama is: je kun het proberen te blijven zoenen . maar het gaat kapot als de omstandigheden niet wat meezitten. We zijn maar mensen.
(met dank aan Sander Donkers in Vrij Nederland 28/6/14)
Ik had tijdens mijn korte vakantie enkele reservestukjes bij elkaar geschreven. Sommige daarvan zijn nogal actualiteitsgevoelig, daarom eerste deze.
Over het afgelopen WK bijvoorbeeld en de nog draaiende Tour. Niet zozeer over het sportief gebeuren zelf maar over die niet stoppende commentaren er omheen.
En zo heb ik ontdekt waarom "de koers" zoveel mooier is dan "het foetbal"
Waarom een praatprogramma over een koers zoveel meer inhoud kan hebben dan het uren nalullen over een voetbalwedstrijd die eigenlijk al afgelopen is. Jan Mulder ten spijt.
ziedem? Daar opzij ziede nog just onzen Benny...
OMDAT... het wielrennen, elke wielerwedstrijd een "mer à boire" is om over te schrijven, praten, reflecteren, in te voelen. Je kan zeggen: het zijn 200 jongens die om het hardst fietsen en er wint er telkens eentje, maar met wat invoelen kijken leg je in zo'n wedstrijd 200 pakkende verhalen.
Je kan en het mag het wat inkleuren (wat doet de romanschrijver anders?) tot op de rand van de kitsch -de bemodderde gezichten, de glimmende kasseien, het grote afzien- en toch worden met wat verbeelding in dat peloton 200 unieke verhalen/drama's geschreven.
Het verhaal van het rugnummer 178 die met een groepje van 7 overlevers, acht minuten na de winnaar over de streep komt. Dat is drama.
Want er is niet alleen dat rugnummer 178, hoe die zich voelt, er is ook nog zijn hele kleine entourage, zijn vader, zijn moeder, de broers en zussen, zijn onderwijzer van het zesde studiejaar, zijn kapper, zijn ex-lief en zijn nieuw lief, de burgemeester van zijn dorp die al droomde van een feestelijk onthaal enz., allemaal beleven ze die verloren acht minuten op hun manier. En hopen ze dat morgen hun rugnummer 178 eindelijk eens in de goede ontsnapping zit.
Morgen misschien, het is een grote, maar het komt er even nog niet uit... morgen zeker!
Zoveel meer te vertellen dat over de goal van Origi tegen Algerije.
Vandaag, 20 juli, start Zomergasten 2014. Freek de Jonge als eerste gast.
Ergens in het midden van de bijna drie uur durende uitzending komt Freek uit op de recente dood van zijn kleinind, zoontje van zijn dochter. Hartafwijking, 15 operaties, en toch afgegeven.
Eerder, in 1997 reeds een kind verloren, drie maand, wiegedood Maar vandaag weet de stoere Freek geen raad met zijn verdriet om dat kleinkind. IJzingwekkend moment: waar moet ik ermee heen?
Freek maakte er een lied van.
OMGAAN MET VERDRIET
Naar wie gaat mijn verdriet naar wie liever zelf getroost wordt of naar wie wegkijkt de pijn niet ziet. Waar moet ik ermee heen Ik kan het niet allleen.
Naar wie gaat mijn verdriet met wie moet ik erover praten wie wil mijn zorgen kennen en wie niet. Waar moet ik ermee heen ik kan het niet alleen
Vroeger had je God en kon je bidden Vroeger dacht je, ach het komt wel goed Vroeger ging je nooit verloren nu weet je niet waar je het zoeken moet.
Naar wie gaat mijn verdriet Ik wil er niemand mee belasten Ieder heeft zelf meer dan genoeg Ik laat het in een lied Daar gaat mijn verdriet.
Herlees nu even mijn vorige artikeltjes rond 10 juli