Soms kan een afwezigheid, ergens wegblijven, iets doodzwijgen, ergens weigeren op in te gaan, een reuzen statement worden. Hedde goe gehoord wat dak nie gezegd heb? Heddet gezien dak er niet bij was? Klinkt soms oneindig luider en overtuigender dan een snerende snier of een laaiend omarmen.
En toch zit er een geurtje van lagfheid aan dit soort statements. Vind ik.
(mijn bron U. Libbrecht) In het Boeddhisme is een ding de som van zijn eigenschappen.
Denk daar eens op na in je alledaagse leven. En het kan kloppen. Een glas bier kun je moeilijk beter definiëren dan door nauwkeurig alle eigenschappen van een glas bier in kaart te brengen.
So far so good. Maar...
Wat is dan een ding? En wat moet allemaal meegenomen worden als exclusieve eigenschappen van een ding? En verder: Is de mens een ding? Is het samenzijn van twee of meer mensen een ding? Is de mensheid een ding? Ben ik een ding? Is mijn energie een ding?
Allemaal goed mogelijk, alleen komt hier zonneklaar de zwakte van de filosofie naar voor: filosofie is altijd en ten diepste taalafhaneklijk, taalgevoelig. Je kan het alleen maar met woorden bedrijven. Je hebt slechts woorden. Ik met mijn woorden, jij met de jouwe en dan maar hopen dat wij hetzelfde bedoelen met hetzelfde woord. En dan maar hopen dat er voor alles een gepast woord bestaat.
Soms lees van je van die dingen waarvan je zegt: dat herken ik !
Zo dit Louis Van Gaal dilemma.
Louis maakt deze bedenking: ben ik nu zo geniaal, of is die andere zo dom?
((hij bedoelde in dit geval Johan Cruyff)
Maar daartegenover staat dan direct de bedenking van Friedrich Nietzsche: "De grootste vijand van de waarheid is niet de leugen of de dwaling maar de ZELFZEKERHEID;
En op het eigenste moment maak ik zelf die fout door het woord zelfzekerheid in hoofdletters te tikken. Dus opletten: hoofdletters, bold, onderlijnen, uitroeptekens zijn geen goede maatjes van de waarheid.
Sam IJsseling (filosoof KU Leuven) zegt het simpeler: De werkelijkheid is altijd meervoudig, nooit eenduidig.
Popperiaans denken daarmee bedoelt men een denkmodus waarbij men er bij elk inzicht, elke gedachte, elke zekerheid in slaagt of minstens poogt, zich in het denken van de ander te verplaatsen.
En meteen de vraag stellen: waarom zou ik net bij het rechte eind hebben waarom zou hij geen gelijk kunnen hebben?
Popper is de wetenschpasfilosoof die het verificatiecriterium vervangen heeft door het falisificatiecriterium. Daarmee bedoelde Poper dat, aangekomen bij een voorlopige conclusie, een tijdelijk inzicht, een overtuiging, je eerste opdracht erin bestaat jouw inzicht enz... op een fout te betrappen. Je moet je inzicht niet proberen te verifiëren (zekerder maken) maar juist andersom te falsifiëren (weerleggen in feite).
Klassiek voorbeeld: alle zwanen zijn wit, dan moet je niet alle zwanen van de wereld in een dierentuin te verzamelen en laten zien dat ze allemaal wit zijn, nee, je moet als de bliksem op zoek gaan naar één zwarte zwaan;
En zolang je daar, spijt al uw goede wil niet in slaagt, zit je goed en houdt uw oorspronkelijk inzicht stand.
Meteen geeft Popper Nietzsche gelijk waar die zegt dat de grootste vijand van de waarheid niet de leugen is of de dwaling, maar de zekerheid.
En als de kosmos, het heelal er nu eens altijd geweest is? Het kan bijna niet anders dan dat het ZIJN er altijd geweest is. Vraag is dan of er een verschil is tussen het Zijn en de Kosmos?
Ik kan me niet voorstellen dat er ooit een begin was aan het er-zijn. Het zijn kan geen begin en geen einde hebben. Het is er, anders is het geen zijn. Het punt alfa (de big bang) is niet het begin van het ZIJN. Dat impliceert dat er nooit een scheppingsmoment is geweest.
En meteen moet je erbij nemen dat de kosmos, het heelal, het Zijn, er ook eeuwig zal zijn. Dat er dus nooit een einde komt aan de kosmos.
Verwar nu de kosmos niet met onze planeet, ons zonnestelsel, ons sterrenstelsel Stel u voor dat 14 dagen nadat onze zon in een zwart gat is verdwenen, de implosie dus van onze zon inclusief haar stelsel (onze planeet zelf heeft het op dat ogenblik al lang laten afweten)
Veertien dagen daarna zal de kosmische wind ongehinderd door het heelal (zonder zon dan) waaien en je zult aan niets merken dat er ooit een zon, een aarde, een mens, een gedachte heeft bestaan. Er is niets gebeurd in die kosmos en er zal alvast niemand zijn om het zich ietds te herinneren. Niets in dat winderige heelal zal één teken geven dat herinnert aan de mens... Maar die kosmos zelf, dat heelal, dat er-zijn zal nooit vergaan.
Iets om u zot op te dubben: het begrip eeuwig (net zoals het begrip oneindig)
Misschien bedoelen we zoiets met ons menselijk woordje GOD ?
Maar levensgroot blijft dan wel de vraag naar de ZIN van dat tijdelijke gebeuren hier op deze blauwe planeet. Bach had dan evengoed zijn Mattheus Passion niet kunnen schrijven.
Fascinerender dan de natuur zijn de natuurliefhebbers. Zelf ken ik niet zoveel natuurliefhebbers, maar gelukkig luister ik wel naar het radioprogramma Vroege Vogels, en dan vooral naar de Fenolijn. Dat is een rubriek waarin de luisteraar zelf mag opbellen om te vertellen wat ze hebben gezien in de natuur. Je hoort bijvoorbeeld: Vanochtend, 3 uur, zag ik in mijn tuin in Raalte wel vier roodborstjes! Ze aten van de pinda's die ik had opgehangen. Ik heb ook een sneeuwklokje gezien, wel érg vroeg lijkt me."
Ik vind het leuk en aandoenlijk dat er nog mensen zijn die 1. opmerken wat er in hun tuin gebeurt, en die 2. ook nog weten te benoemen wat het is, en er 3. ook oprecht verbaasd en gelukkig over zijn.
Als ik naar de Fenolijn luister, denk ik altijd: het komt wel goed met de wereld.