|
.
ZATERDAG 9 APRIL 2022

*
510 EEN LES IN HOREN ZIEN EN ZWIJGEN
*
I N H O U D
Neen, veel woorden zal ik er niet meer aan vuil maken. Straks begrijpt U wel waarom
.


Prof. Cees Hamelink, voormalig adviseur van de VN en naaste medewerker van Kofi Annan, heeft fundamentele bedenkingen bij de coronajaren
foto: ©Wikimedia
Prof. Cees Hamelink: Waarom zijn er nooit factchecks over het narratief van de massamedia?
Fundamentele basisrechten zet je niet zomaar opzij
Interview - 09/04/2022
Prof.
Cees J. Hamelink is emeritus-hoogleraar communicatie wetenschappen aan
de Universiteit van Amsterdam. Sinds zijn emeritaat houdt hij zich daar
bezig met mensenrechten. Hamelink is een gediplomeerde theoloog
en filosoof, terwijl hij ook de studie klinische psychologie afmaakte.
Als autoriteit in de relatie tussen media en Mensenrechten is hij dé
geschikte man voor een gesprek over wat ons is overkomen tijdens de
corona crisis.
Cees
Hamelink is een moeilijk te bevatten menswetenschappelijke duizendpoot,
al vat hij het zelf graag bondig samen: mijn vakgebied is communicatie
wetenschap, de werkelijke interesse en bewogenheid ligt op het terrein
van de Rechten van de Mens. Als verdediger van de Mensenrechten is hij
altijd al politiek actief geweest. Hij adviseerde verschillende
overheden, waaronder de Verenigde Naties als nauw medewerker van Kofi
Annan.
Slaafs volgen
Hamelink:
In Nederland heb ik gedurende zes jaar als journalist gewerkt bij
IKON, VARA en VPRO. Eenmaal journalist, altijd journalist. Die
nieuwsgierigheid, de wil om te weten, de zoektocht naar de achterkant
van Het Gelijk, daar kom je nooit meer los van. Ik kom uit een tijd
waarin de journalistiek op een kritische, professionele manier werd
beoefend. Wanneer je onze programmas herbekijkt merk je dat ook. Wij
werden niet door een hoofdredacteur teruggefloten die vond dat we het
beleid van de overheid slaafs moesten volgen. Dat deden wij bij voorkeur
níet. En daar kregen we ook de ruimte voor.
Het
beleid van de overheid slaafs volgen lijkt nu net wat de laatste twee
jaren vooral is gebeurd. Dat mag misschien ook niet verbazen, als je
ziet dat de grote mediagroepen bij ons door die overheid worden
gesubsidieerd. Ook de Nederlandse media zijn in handen gekomen van
Belgische persreuzen zoals DPG. Heeft dat een rol gespeeld bij het
bepalen van de redactionele lijn?
De zestiger en zeventiger jaren waren goed voor de journalist
Hamelink:
Dat denk ik wel. Follow the money is een belangrijk journalistiek
advies. Zie waar de centen vandaan komen en dan ontdek je waar de
belangen liggen. Maar het is toch gecompliceerder dan dat. De afgelopen
decennia zie ik een duidelijke kentering van een radicaal
sociaal-democratische benadering van maatschappelijke vraagstukken naar
een eerder conservatieve richting. De zestiger en zeventiger jaren waren
goed voor de journalist. Toen werd er kritisch nagedacht. Ook in de
wetenschap. Er werd toen veel aandacht besteed aan de analyse van
structuren en de macht. In de jaren 80 begon dat wereldwijd te
veranderen met de wending richting neo-liberalisme en een nieuwe vorm
van kapitalisme.
Het
wonderlijke duo Thatcher-Reagan heeft daar een belangrijke rol in
gespeeld. Die hebben de maatschappelijke trein op een ander spoor gezet.
Vanaf dat moment zijn de meeste media de Establishment Blues beginnen
zingen (Hamelink is een groot Jazz-kenner, nvdr). Ze volgden allemaal
het advies van Margaret Thatcher, die beweerde dat er enkel individuen
bestonden en dat er geen alternatief was voor onze manier van
samenleven: TINA, There Is No Alternative, was haar favoriete uitspraak.
Dat klimaat is steeds meer gaan heersen: het post-politieke tijdperk. Wij bedrijven geen politiek meer maar scharen ons allen achter het establishment. We
zijn nog wel kritisch op kleine gebieden, zoals boek- of
filmbesprekingen en voetbal. Maar over hét systeem, de kapitalistische
belangen, dat staat niet meer ter discussie. Het heeft geen zin meer om
over de maatschappij te praten, want die is af.
Weinig kritisch
Dat
zie je niet enkel in de Mainstream Media (MSM), maar ook in de
wetenschap. In mijn eigen vakgebied heb ik gemerkt dat de werkelijke
kritische stemmen in de media rondom bijvoorbeeld eigendomsrechten
verstomd zijn. In de jaren 60 en 70 was dat een groot thema, met
figuren als Herbert Schiller en Noam Chomsky. Die spraken over de manier
waarop de media ons manipuleerden op grond van de belangen van de
eigenaren. Hoe internationale banken een grote rol speelden in de
informatie-industrie. Dat soort overwegingen zie je ook in de
communicatiewetenschap niet meer. Wie zijn nou eigenlijk nog de
kritische collegas? Wel, die zijn er niet meer wanneer je kijkt naar
hoe de mediawetenschap wordt bedreven.
In de journalistiek is het ook zoeken naar kritische geluiden
Ik
heb in elk geval bitter weinig kritische commentaren gezien in de
berichtgeving over de coronacrisis. Diegenen die het onderwerp kritisch
benaderden zoals ikzelf werden al snel uitgerangeerd en mochten dan
enkel nog hun zegje doen op Café Weltschmerz of blckbx.tv. Daar werd je
dan vervolgens weer op afgerekend. Je werd van de mainstream media
verbannen. Omdat je dan toch meent een bijdrage te kunnen leveren, neem
je het forum aan dat je geboden wordt via sociale media. Dan krijg je te
horen dat dat allemaal niet deugt. Nou ja
(zucht).
Woke
U
had het over de Macht en het kapitalistische establishment, maar ik zie
eigenlijk weinig verschil met de neo-marxisten van Woke. Die willen
gewoon zelf de macht om hun autoritaire regeltjes op te leggen en te
bepalen wat we nog mogen lezen, schrijven, eten, drinken
Tja,
dat hangt natuurlijk samen met onze menselijke soort. Mijn goede oude
vader, die rechter was, zei altijd weet je, het probleem is dat de
soort niet deugt. We blijven aanmodderen.
Wanneer je kijkt naar de Russische veiligheidsraad, zit die vol met doorwinterde oude Stalinisten. Die zijn nog erger dan Poetin
Maar
ik ben het met je eens. Meestal is het doel om de ene machtsstructuur
in te ruilen voor een andere. Die is niet noodzakelijk beter. We zien
dit nu ook weer in het conflict tussen Rusland en Oekraïne. Joe Biden
zegt dat we van Poetin af moeten, maar hij realiseert zich niet dat wat
voor Poetin in de plaats komt echt niet beter is. Wanneer je kijkt naar
de Russische veiligheidsraad, zit die vol met doorwinterde oude
Stalinisten. Die zijn nog erger dan Poetin.
Ik
zie het gevaar wel in van wat u beschrijft. Dat is steeds het probleem
geweest met revoluties: je zet de piramide op zn kop waardoor wie onder
lag het voor het zeggen krijgt. Van zodra dit gebeurt, begint het hele
spel opnieuw. Dat is het drama van de menselijke geschiedenis.
Maar
wat ik eigenlijk wil benadrukken is dat de wetenschap en de
journalistiek het thema macht niet mogen veronachtzamen. Het gaat
tenslotte over wie de macht uitoefent, ook in het coronaverhaal. Macht,
andere mensen iets laten doen wat ze zonder jou niet zouden doen, het
angst aanjagen door de media, de enorme financiële macht van de
farmaceutische industrie, dat alles heeft zeker een rol gespeeld. Daar
is in de MSM veel te weinig aandacht aan gegeven.
Dossierkennis
Voor mij is het kritisch bevragen van de macht dé kerntaak van de journalist.
Kijk,
je hebt een samenleving, een structuur waarin macht wordt uitgeoefend.
Dan heb je ons als burgers. Daar moet iets tussen zitten zodat je als
burger zicht krijgt op hoe alles functioneert. Dat zouden de media dat
woord is belangrijk moeten zijn. De media als bemiddelaar.
We hebben behoefte aan betrouwbare bemiddelaars. Goede
onderzoeksjournalisten met een degelijke dossierkennis. En daar
ontbreekt het ons aan.
Op
de persconferenties van het wonderlijke gezelschap van Rutte en De
Jonge in Nederland (in de vorige regering Rutte respectievelijk premier
en minister van Volksgezondheid, nvdr) werden er nooit kritische vragen
gesteld. Niemand vroeg op basis van een grondige dossierkennis ja,
maar
. Dat missen we heel erg. We missen die groep van professionele
bemiddelaars die probeert uit te zoeken wat er eigenlijk aan de hand is.
De modale burger kan niet op zoek gaan naar de belangen van de
farmaceutische industrie, naar die van de regering en vooral hoe die met
elkaar verweven zijn. De onderzoeks journalistiek is in het
sukkelstraatje aanbeland. Niemand heeft nog de tijd om zich stevig in
een dossier in te werken.
Journalisten
kiezen nu voor de gemakkelijke weg. Ze bellen de eerste de beste voor
commentaar. Bij jullie is dat Marc Van Ranst, bij ons Marion Koopmans.
Die zaten al naast de telefoon te wachten en werden een soort
mediasterren. Het valt te betwijfelen of dat wel een goede rol is voor
een wetenschapper. Want zo wordt je een onderdeel van het mediacircus,
dat niet geïnteresseerd is in een lange en genuanceerde uitleg maar
duidelijke en liefst nog een beetje spannende antwoorden wil. Je zou ook
op zoek kunnen gaan naar experten met een andere mening, desnoods in
het buitenland. Maar dat kost moeite, tijd en dus ook geld.
De factcheckers
Wij
brachten in juni 21 Robert Malone, een Amerikaanse expert met een
kritische stem. Dat werd ons niet in dank afgenomen en kwam ons op een
factcheck te staan die, niet gestoord door enige kennis van zaken,
spijkers op laag water ging zoeken. Op sociale media werden toen mensen
in de ban geslagen omdat ze ons interview deelden. Dit soort factchecks
noem ik wel eens de dood van de journalistiek
Die
hele heisa rond fake news en factchecks is vooral gericht tegen sociale
media. In de kringen van machthebbers is in toenemende mate onrust
ontstaan omdat er ineens media opdoken waarop iedereen kan zeggen wat-ie
er van vindt. Het revolutionaire karakter van het internet is dat
iedereen nu een toeter heeft om mee te roepen. Dat werd erg snel als
buitengewoon ongewenst aanzien.
Wanneer
je ziet hoe we de afgelopen decennia massaal zijn misleid ik denk aan
de massavernietigingswapens in Irak kan je je afvragen wie nu
eigenlijk de democratie bedreigt
Alle
discussies over het nep-nieuws dat de democratie zou ondermijnen gaan
steeds over de sociale platformen en nooit over de mainstream media.
Wanneer je ziet hoe we de afgelopen decennia massaal zijn misleid ik
denk aan de massavernietigingswapens in Irak kan je je afvragen wie nu
eigenlijk de democratie bedreigt. Waar zitten de werkelijke gevaren?
Onze
ministers en dan vooral onze minister van Binnenlandse zaken
Ollongren (nu minister van Defensie, nvdr) liepen steeds voorop om te
roepen dat we nepnieuws moesten bestrijden. Maar dan spraken ze nooit
over NRC of de Volkskrant. Het ging steeds over het internet. De hele
censuur is gericht op sociale media, waar zij geen vat op lijken te
hebben. Meer specifiek op geluiden die ingaan tegen het officiële
narratief. Dat wordt nooit door factcheckers in vraag gesteld, ook al is
herhaaldelijk gebleken dat daar veel aan rammelde. Er werden
onwaarheden verkondigd op het moment dat de verkondigers donders goed
wisten dat het onwaarheden waren. Ik heb daar vroeger al een boek aan
gewijd, Regeert de leugen?, waarin ik een resem voorbeelden opsom.
Het grote probleem is dat de media meezingen met de politiek en de grote bedrijven in plaats van hen kritisch te bevragen
Wie
liegt en geeft leugens door? Die discussie heeft in Nederland
nauwelijks plaatsgevonden. Het grote probleem is dat de media meezingen
met de politiek en de grote bedrijven in plaats van hen kritisch te
bevragen. Wanneer je beweert dat de sociale platformen de democratie
bedreigen ben je aan het verkeerde adres. De MSM, waar de meeste mensen
hun nieuws vandaan halen, zijn wat dat betreft veel schadelijker. In de
afgelopen twee jaar is er nooit een kritische discussie geweest over dit
onderwerp. Nu, tegen het einde van de coronacrisis komen er wat barsten
in het narratief en zie je ook al eens een kritisch stuk in NRC
Handelsblad. Het grote narratief rond het virus en de noodzaak van
algemene vaccinatie werd enkel in kleine kring ter discussie gesteld.
Die werd dan ook nog weggezet als wappie of extreem rechts. In die
kringen wil je natuurlijk niet gezien worden.
Belangenvermenging
Over
de factcheckers en hun betaalde betrokkenheid bij censuur op sociale
media stelde ik een vraag op het Lentesymposium. Zij werden door de
voorzitter van de Belgische journalistenbond uit de wind gezet. Dat
inspireerde één van hen om met het ultieme argument af te komen op
Twitter in een oneindig lang draadje dat er meer dan 80 internationale
mediaorganisaties meewerken aan die factchecks, waaronder Reuters. Net
Reuters heeft een bestuurslid James Smith dat ook in de board van
Pfizer zit. Als dat geen belangenconflict is
Dat
is natuurlijk het eerste probleem: de mogelijke belangenvermenging. Ik
vind die factcheckerij een vreemde ontwikkeling. In de journalistiek
check je toch wat je opschrijft? Je tracht het zo nauwkeurig mogelijk op
te schrijven. Dat gaat dan niet altijd goed, want als journalist
parafraseer je de werkelijkheid. We hebben maar een beperkt vermogen om
die werkelijkheid waar te nemen.
Er
is geen journalist ter wereld die geen last heeft van vooroordelen. Dat
zit gewoon zo in onze hersens. Je moet daar natuurlijk zorgvuldig mee
omgaan. Wanneer ze nu gaan factchecken, zou dat betekenen dat je slechte
journalistiek bedrijft. Maar dan moeten ze dat ook doen voor de grote
mediabedrijven, en niet enkel voor sociale media. Waar waren de
factcheckers toen Colin Powell zijn rede hield voor de veiligheidsraad?
Waarheid in pacht
En
dan is er nog het grote filosofische vraagstuk. Zijn er eigenlijk wel
eenduidige feiten? Het is geweldig arrogant om te poneren dat jij degene
bent die de waarheid in pacht heeft. De oude Romeinen waren verstandig.
Die noemde feiten facta, de dingen die gemaakt zijn. Die zijn altijd
gemaakt door mensen met bepaalde belangen, ideeën en vooroordelen. Je
moet dus steeds op zoek gaan naar de achtergrond. Waarom zeggen mensen
de dingen die ze zeggen? Welke belangen zitten daar achter. Ik vind het
heel ongewenst om te doen of je alles weet.
Tenslotte
gaan dit soort factchecks steeds om censuur die bedoeld is om het
dominante narratief steeds de boventoon te laten voeren.
Tenslotte
gaan dit soort factchecks steeds om censuur die bedoeld is om het
dominante narratief steeds de boventoon te laten voeren. Het is geen
oprechte poging om mensen zo goed en zo breed, gevarieerd mogelijk te
informeren over de werkelijkheid.
Al
van in de negentiende eeuw wordt journalisten geleerd om het antwoord
te formuleren op de vijf grote Ws: wie, wat, waar, wanneer en waarom.
Die laatste is de grote valkuil. Wat de wezenlijke motieven zijn is voer
voor degelijke onderzoeksjournalisten en historici. Vaak weten we pas
járen later wat de ware toedracht was. Het is dan ook geweldig
aanmatigend wat die figuren menen te moeten doen. Ik denk dat vele jonge
bekwame journalisten dat ook beseffen, maar wanneer ze bij de
hoofdredacteur aankomen met de boodschap dat ze het niet weten, kunnen
ze een andere baan gaan zoeken.
Die
arrogantie zwengelt ook de polarisatie aan. Wij, de weldenkenden, tegen
de anderen, de wappies en extreem-rechtsen. Terwijl helemaal niet elke
kritische stem tot die laatste groepen behoort.
Die
geweldige polarisatie is mede door de media veroorzaakt. Dat is een
buitengewoon gevaarlijk fenomeen dat in de geschiedenis vaak tot grove
geweldsuitbarstingen heeft geleid. Zodra je mensen tegen mekaar opzet,
zie je het conflict uit de hand lopen. De standpunten komen zo radicaal
tegenover elkaar te staan dat je ruzie krijgt binnen gezinnen en
families, dat mensen vriendschappen opzeggen. Het lijkt wel alsof de
media teren op het bijdragen aan crises. Dat leidt tot grote
ongerustheid in de samenleving. We zijn geneigd om te denken in
tegenstellingen, waarbij wij de goeden zij en die anderen de slechten,
de oorzaak van de crisis.
De slordige werkelijkheid
De
media had daar afstand van moeten nemen. De samenleving is namelijk
nooit zwart-wit. De werkelijkheid is ingewikkeld, een beetje slordig, de
dingen lopen door elkaar. We hadden behoefte aan berichtgeving die ons
hielp om dat onder ogen te zien. Maar de krantenkoppen hebben alleen
maar meer angst opgewekt. Er gingen steeds maar meer mensen dood, elke
dag werd het erger en er was maar één oplossing. Talloze mensen hebben
enkel voor vaccinatie gekozen omdat ze angstig waren.
Nu
zie je weer hetzelfde bij het conflict tussen Rusland en Oekraïne. De
kwaliteitskranten schrijven dat het misschien wel uitloopt op een
nucleaire oorlog. Of dat Poetin misschien wel chemische en biologische
wapens zou inzetten. We worden weer bang gemaakt. Ik vind het
verontrustend dat de media dat spel van angst aanjagen steeds weer
meespelen. Het is stilaan tijd dat we eens om de tafel gaan zitten om te
kijken hoe we weer goede kwaliteitsjournalistiek kunnen krijgen.
De politiek hield zich ook niet in en maakte handig van de angst gebruik om bepaalde grondrechten terug te schroeven.
Daar
heb ik me grote zorgen over gemaakt. Wat me het meest getroffen heeft
tijdens de crisis is het gemak waarmee we op een hellend vlak terecht
kwamen bij de omgang met fundamentele basisrechten. Nederland heeft
altijd vooropgelopen in het pleiten voor respect voor de mensenrechten,
vaak met het opgeheven vingertje. Ineens duikt er een probleem op in de
samenleving en zonder er goed over na te denken kwamen we op een punt
waarbij we vonden dat er verschillende rechten ingeperkt mochten worden:
het recht op vrij bewegen, onderwijs, om te schrijven en zeggen wat je
denkt: het ging allemaal zonder veel discussie voor de bijl.
Ik
heb steeds gezegd dat de mogelijkheid om grondrechten in te perken net
de zwakte is van het internationaal recht. Overheden hebben nooit de
fundamentele rechten van hun burgers willen erkennen. Sinds 1948 heeft
men gepoogd om binnen de VN allerlei condities te bedenken waarin je als
overheid kan ingrijpen en die rechten kan terugschroeven. Dat verzwakt
het systeem.
Voor
mij is het simpel: fundamentele rechten zijn fundamenteel. Wanneer je
zegt dat ze soms wat meer en dan weer wat minder fundamenteel zijn, neem
je ze niet ernstig.
Sommige respectabele juristen beweren dat grondrechten nooit absoluut zijn
Dat
is fout. Ik heb steeds geponeerd dat ze dat net wél zijn. En daar
moeten we aan hechten. Het probleem is dat de toenmalige regeringen de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens slechts node hebben
aanvaard onder druk van de Kerken, vakbonden en Joodse organisaties. Zij
hadden nooit het gevoel dat die nodig waren voor een democratische
wereldsamenleving. Van zodra de kans zich voordeed werd daar dan ook
voorbehoud bij gemaakt. Als er grote conflicten zijn in de wereld willen
ze kunnen ingrijpen. Al die juristen die nu beweren dat de grondrechten
niet absoluut zijn zitten dus in datzelfde schuitje.
Schurkenstaten
Als
je zegt dat je grondrechten kan inperken, komen weer terug bij het
thema macht. Wie is daar dan toe bevoegd? Verloopt dat via een
democratisch proces waarbij burgers onderling bepalen dat het verstandig
is om even de mond te houden in plaats van te zeggen wat je vindt? Of
zijn het overheden, staten, die dat gaan bepalen. De meeste staten zijn
per definitie onbetrouwbare partners. De meeste staten in de wereld zijn
failed states of schurkenstaten. Er zijn maar weinig echte
democratieën. Die staten behartigen slechts zelden de belangen van de
bevolking. Als je dus zegt dat de grondrechten mogen ingeperkt worden
door diegenen die het op dat moment voor het zeggen hebben, zit je op
een gevaarlijk spoor.
In
het recht is er een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Uw
standpunt dat de grondrechten absoluut zijn heeft telkens in de
rechtbanken het onderspit gedolven, en dat overal in de Westerse wereld.
Dat
heeft mij ontzettend teleurgesteld. Ik was betrokken bij verschillende
van die rechtszaken. Al die zaken zijn verloren omdat de landsadvocaten
het belang van de staat bepleitten en de rechters daar kritiekloos in
meegingen. Ik heb steeds gehoopt dat het tij zou keren, maar dat bleek
onterecht.
Overheidsinterventie in de rechtspraak
Nou
ja, één bestuursrechter in Den Haag vond dat de avondklok niet deugde.
Die werd dezelfde dag nog via een versneld hoger beroep teruggefloten.
Dat was een duidelijke overheidsinterventie in de onafhankelijke
rechtspraak. Elke keer wanneer een rechter bij zon zaak toch aandachtig
luisterde naar de argumentatie werd die teruggefloten en overwon het
officiële narratief.
Wat
daarbij heel verontrustend is, is dat advocaten pleitten dat er
verschillende wetenschappelijke inzichten waren maar dat de overheid
slechts één inzicht voor waarheid hield. De rechter bleek dan telkens te
stellen dat er maar één wetenschappelijke waarheid was: die van de
enige echte experten en dat zijn dan die van de overheid.
Wetenschap in beweging
Dat
is natuurlijk nonsens. Net dat heb ik altijd zo prettig gevonden aan de
wetenschap: dat ze steeds in beweging is, dat we het voortdurend met
mekaar oneens zijn. Dát is de kracht van de wetenschap! Om dan één
autoriteit -en dan nog een beperkte autoriteit- aan te wijzen is toch
absurd? Van in het begin is er op gewezen dat je om een goed beleid te
voeren je niet alles mag overlaten aan virologen. Je moet daar sociaal
psychologen, filosofen, economen, allerlei deskundigen bij betrekken om
goed te begrijpen wat de mogelijke schade is van de maatregelen. Daar
werd in Nederland nooit over gesproken, want in de beleids organen zaten
geen deskundigen die daar over konden oordelen. Dat hebben we laten
liggen en ik vrees dat we er ook niets van geleerd hebben.
Er
was even een moment dat ik met een zekere romantische naïviteit dacht
dat we hier uit zouden leren. Dat we voortaan een breder kader van
adviseurs, meer openheid in de discussie, een grotere rol voor het
parlement zouden zien. Daar is niets van terecht gekomen. Dat is wel
begrijpelijk, want wij zijn de enige soort die weigert te leren van de
eigen fouten. Wij zijn namelijk dwazen.
Die rechters zingen eigenlijk net zoals de media de establishment Blues. We zijn terug bij uw basis kritiek.
Tja.
Ik zie de laatste jaren bijzonder weinig kritiek op het kapitalisme in
zijn huidige roofzuchtige vorm. Dat wordt op geen enkele manier meer in
vraag gesteld. De weinigen die dat nog doen zijn oude knarren zoals Noam
Chomsky. Maar die zie je nooit in onze kwaliteitskranten opduiken.
Net
Noam Chomsky heeft me tijdens de coronacrisis diep teleurgesteld toen
hij zei dat ongevaccineerden maar uit de maatschappij verwijderd moesten
worden
Daar
had ik het ook heel moeilijk mee. We kennen elkaar namelijk goed. Ik
heb hem toen een briefje geschreven met de vraag of het nog wel goed met
hem ging. Ik vond dat hij er slecht uitzag. Hij mocht zijn haar wel
eens kammen en ook wat aan zijn hersens doen
Die
uitspraak van hem kwam hard bij me binnen. Ik begrijp niet hoe hij dat
heeft kunnen bedenken. Hij heeft nog niet op mijn brief geantwoord, maar
daar neemt hij misschien ook best wat tijd voor.
Wat
ik eigenlijk wou zeggen is dat zijn fundamentele kritiek over hoe we
onze maatschappij, onze democratie en onze economie ingericht hebben wel
blijft staan. Alleen past die niet in het dominante narratief. Daar
moeten we terug meer bij stil staan.
Winny Matheeussen


*
CENSUUR & BROUCKIE-VRIJE MAAR VRANKX ONAFWENDBARE

STRICT PERSOONLO-IJKE COMMENTAAR
*
In
feite kon U dat hele verhaal gewoon overslaan, door te bedenken, vooral
in deze digitale tijdern, dat U alleen Uw eigen ogen moogt geloven.
Want anders wordt U als ruggelings op een zeleltje gezeten, de wereld
rond gereden.
*
Digithalys
|