|
.
ZATERDAG 19 MAART 2022

19 Maart: St Jozef
*
500495 EN TOEN KWAM ER IN KIEV EEN VARKEN MET EEN LANGE SNUIT MAAR DIE WAS BIJLANGE NIET LANG GENOEG
*
I N H O U D
Verre
van mij om de spot te drijven met de onmenselijjke ellende die de
mensen daar in die vzalsttaat van het onmeteliijk grote Rusland is
overkomenn, kan ik alleen nog maar rekenen op de gode wil van diegene
die daar beslist over leven en dood.
En
toch kunnen zowel onze eigen on-overtroffen politieke geniën als onze
Grote Verlcihte Geesten het net nalaten die man om de seconde met Satan
te vergelijken. Op basis waarvan, weten ze zelf wel niet, maar in deze
Regeime Media slaat dit in als n bom. Zie je wel: zelfs de NV-A, om
kiezerzs te lokken????huilt mee met de volven in het bos. Weten die dan
niet dat uitgehongerde wolven altid er ten allen tijde alles verslinden
wat die op hun weg tegenkomen?
Het
treffendste verwijt is de Poet als FASCHIST ten tonele te voeren,
waardoor die juist de Geschieedenis vervalsen. Het symbool der
bijeengebonden pijlenbudel is imrrts de hoeksteen van elke
Volksdemocratie. De VOLKSWIL namelijk staat voor al wie zich de
herinnering wil aanmzwigen, zelfs nog altijd tot op de huidige dag in de
gietijzren riooldeksels van iedere straat in Rome gegoten.
Maar
daaraan dient te worden toegevoegd, dat die verwijtende deksels met de
voeten getreden worden. Volkswil is het meet verdraide woord ter
wereld geworden. Vatbaar zelfs als uitgangspunt van de PTB en zelfs voor
de Chinese Volks Republiek.
-
De
echte oorlogsmisdadigers van het intern Russich drma in het Oosten, zij
zowel de Wessterse Navo-Führers als de Hoogte Potentaten van de
(goed beeodle maar verworden) Europese Unie, beiden om ter gulzigst naar Eeuwge Roem.
Zie hieronder de rol van Napoleon II en de KRIM oorlog uit de jaren 1600
.


Geschiedenis
IS POETIN NU EEN NIEUWE HITLER OF EEN NIEUWE MUSSOLINI?
18 maart 2022 Silvius Brabo
*
Niks
zo moeilijk als een historicus aanzetten tot bescheidenheid!
Onverschrokken loeit hij luidkeels van de daken dat we moeten leren uit
de geschiedenis, waarna hij niet zelden opgeruimd en zelfverzekerd
diezelfde geschiedenis naar zn eigen hand zet om er dan zijn
particuliere lessen uit te trekken en die te verheffen tot rotsvaste
zekerheden. Toch zijn die lessen van uitermate groot belang; niet omdat
ze ons iedere keer weer wat bijleren over de geschiedenis, maar omdat ze
ons vooral wat vertellen over de historicus in kwestie zelf. Met en
onder historici valt het gesprek nooit stil; steeds is er het vergeten
detail dat opstap wordt tot debat, maar dat vervolgens meestal verzeilt
in een loopgraaf van onbegrip. En hoog boven die doffe mêlee van
historische mediocriteit zweeft, onaantastbaar maar daarom niet minder
collegiaal clement, de ware historicus die zich niet te snel laat
betrappen op onweerlegbare waarheden en ons, meanderend tussen de pros
en contras van zijn stelling en met kennis van zaken, uiteindelijk toch
de juiste richting wijst.
De grootste valkuil voor de historicus blijft nochtans de actualiteit
Van
één vraag is de moderne historicus nochtans voor altijd verlost; en wel
de vraag die zo vaak als uitgangspunt diende voor de vulgariserende en
moraliserende geschiedenissen van de eerder middelmatige figuren uit het
spectrum (om Marc Reynebeau maar niet te noemen): Hoe
bestaat het toch, zo vragen ze zich steeds weer af, dat zovele gewone
mensen zich in de jaren 20 en 30 van vorige eeuw hebben laten
meeslepen door de Hitlers en Mussolinis van deze wereld?, waarna de
hand van de historicus werktuiglijk de lucht in gezwierd wordt, een
vermanende vinger zich uit een verder gebalde vuist losrukt en het
ethisch verbod om rechts te stemmen kracht wordt bijgezet. Welnu, deze
vraag werd definitief beantwoord door de uniforme en totalitaire aanpak
van de covid crisis en de strikt eendimensionaal gedoogde standpunten
in de Oekraïnecrisis. Propaganda en massificatie heten de addertjes,
klaarblijkelijk even zo eigen aan dictaturen als democratische regimes,
welke laatsten veeleer regeren op grond van het getal (meerderheid
versus minderheid) dan op grond van een waarheidsclaim.
Stefaan Marteel en Bart De Wever
De
grootste valkuil voor de historicus blijft nochtans de actualiteit.
Recent nieuws zit de historicus net zo gegoten als de kleren van de
keizer, doch een pruts die ziet dat hij zonder bronnen naakt langs de
menigte defileert. Hij hakt geblinddoekt met een bot zwaard in het rond
maar raakt geen tak! Het is juist in die improvisatie dat de historicus
meer van zichzelf etaleert dan van de geschiedenis. Bijvoorbeeld: in de
queeste om Poetin dwingend te kazerneren bij het grootste kwaad op aarde
vergelijkt Stefaan Marteel de Russische leider met Mussolini (DS 11/3), terwijl Bart De Wever overeenkomsten ziet met Hitler (HLN, 13/3). Let
op, De Wever is een kei in zijn vak! Als onvolprezen historicus is hij
specialist in zowat elke historische periode van oudheid tot heden
en verdisconteert hij zonder verpinken feiten van tweeduizend jaar
geleden in de politieke besluitvorming van vandaag. Vreemd toch, dat de
actualiteitswaarde van Augustus tijdgenoot, geboren in een uithoek van
het rijk zo rond het jaar 0, hem niet kan verlokken. Temeer daar
iedereen stellig berust in de dood van de eerste Romeinse princeps, daar
waar even stellig en voor even lang van de tijdgenoot beweerd wordt dat
hij leeft!
We zijn voor Zelensky noch Poetin: teveel is daarvoor nog onbekend of ondergesneeuwd onder een dik pak wederzijdse propaganda.
Toch
willen we weten waarom dan Poetin een nieuwe Hitler is. Volgens De
Wever wordt de equatie in evenwicht gehouden door de vernedering. In
het Duitsland van Hitler die van de Eerste Wereldoorlog, in het Rusland
van Poetin die van de Koude Oorlog. Dit bekt makkelijk, is uitermate
helder, maar is het ook waar? Geeft het Europa
van nu Poetin dan werkelijk ook maar de minste reden om zich vernederd
te voelen? Een Europa dat geleid wordt door passerende migranten en een
krijsende minderheid transseksuelen? Dat zich schaamt voor zijn eigen
huidskleur en zich aldoor verontschuldigt voor zijn roemrijke
geschiedenis? Dat bipolaire geslachtelijkheid bagatelliseert tot er
lucratieve benoemingen in de lucht hangen? Dat zijn talen gewillig
zuivert en reduceert tot op de maat van de kleinste ongemene ergernis?
Dat de laatste halve eeuw enthousiast en probaat zijn eigen onderwijs
heeft gewurgd? Dat zijn eigen volk, omwille van een piepklein virus,
economisch de verdoemenis in heeft geleid, inclusief omgekeerde
quarantaine, maar zelfverwaand de lege beurs blijft opentrekken voor de
rest van de wereld? Dat elke Amerikaanse regenbui bewatert tot het een
Europese orkaan wordt, zelfs al moet het onbestaande problemen mee
importeren? Dat een afgrijselijke oorlog revancheert door de
gedoodverfde vijand uit te sluiten uit het jaarlijkse gala van de
decadentie? Eerlijk? Wie zou zich daar vernederd door voelen? Is de
reeds lange tijd geprofeteerde Oekraïense oorlog, zo kan men zich toch
gewettigd afvragen, dan niet meer een zaak van geopolitieke
serendipiteit?
William Howard Russell, de eerste oorlogscorrespondent
Nee,
we zijn niet voor Poetin. Echt niet! Maar wie het over een Russische
vernedering wil hebben, kijkt toch beter naar de zó monsterlijk
onderschatte, maar zó zwaarwegende Krimoorlog
(1853-1856), waarover Orlando Figes, met zijn De Krimoorlog, een niet
te missen must read schreef; niet toevallig trouwens met de
ondertitel: De Vernedering van Rusland. Het was een moderne oorlog,
met voor het eerst het gebruik van stoomboten en gepantserde
oorlogsbodems, de eerste oorlog met loopgraven en gifgas,
de eerste slagveldfotos, de eerste telegraaf (van Von Siemens) en de
eerste oorlogscorrespondent, William Howard Russell, waaraan de huidige
verlopen specimen trouwens nog een vet punt kunnen zuigen! De
vernedering van Rusland bestond hierin dat de oorlog niet eens nodig
was; niks was nog te bevechten nadat Rusland zich uit de toenmalig
Turkse gebieden Moldavië en Walachije (nu delen van
Roemenië) had teruggetrokken, maar Frankrijk, onder leiding van Napoléon
III, moest en zou met Engelse, Sardijnse en Savoyardische steun
Rusland op de knieën krijgen. Dat lukte! Met dit gevolg dat Rusland zich van Europa afkeerde, Aziatisch en atheïstisch werd en Constantinopel (Istanbul) definitief Turks
Georg
Franz legde in zijn Der Krimkrieg, ein Wendepunkt des Europaïschen
Schicksals (De Krimoorlog, Keerpunt in het Europese lot) de vinger nog
op de pijnlijk gapende wonde: Der Jahrhundertlange Erzfeind des
christlichen Abendlandes is jetzt Mitglied der europaïschen
Staatenfamilie (De eeuwenlange aartsvijand van het christelijke
Avondland is nu lid van de Europese statenfamilie), met de gevolgen die
ons allen bekend zijn. Hoofdschuldige was het door de schikkingen van
het Congres van Wenen (1814-1815) gefrustreerde Frankrijk van Napoléon
III dat het sterkere Rusland wilde raken waar het maar kon. Frankrijk
blunderde hier trouwens niet eens voor de eerste, noch voor de laatste
keer. Eerder reeds, tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), toen na
de Boheems-Paltse fase (1618-1622) en de Noord-Duitse-Deense fase
(1622-1630) het protestantisme goeddeels overwonnen was, had de
katholieke kardinaal Richelieu immers gemeend het
protestantse Zweden voluit te moeten steunen, met dit uiteindelijke
resultaat dat in 1648 vrijwel geheel het Heilig Roomse Rijk verwoest
was.
En later maakte de nog steeds door Sédan (1870) gebelgde en oorlogszuchtige president Raymond Poincaré
er, tijdens zijn bezoek aan Sint-Petersburg van 20 tot 23 juli 1914,
geen geheim van dat de Frans-Russische alliantie van 1912 enkel kon
betekenen dat Rusland militair zou tussenkomen in geval van een
ongeoorloofde maatregel van Oostenrijk tegen Servië. Toen was Rusland
weer wel goed genoeg; Poincaré vergat zelfs nader te omschrijven wat
verstaan moest worden onder ongeoorloofd maatregel. Zijn huik stond
naar oorlog, waarmee de Franse president, meer dan wie ook, het pad
effende voor de enthousiaste (Stefan Zweig), zeker Verlichte zelfmoord
van het Oude Europa, die zich militair voltrok tussen 1914 en 1945 en
nadien politiek tot op de dag van vandaag werd verdergezet.
Nog
eerder had de genoemde Napoléon III zijn veldtocht door de Povlakte,
ondanks militaire successen, al voortijdig gestaakt: het Franse
nationalisme, gewis met het Duitse vergelijkbaar, was er op het
Italiaanse gestoten. Frankrijk won de Italiaanse veldslagen, maar
verloor de Italiaanse gratie; idem in Duitsland, waar zijn weigering
zich met Beieren te verstaan, de Duitse eenmaking onder de Pruis Bismarck
de wind in de zeilen gaf en Napoléon III het 19de eeuwse ontstaan van
de latere as-mogendheden zelf faciliteerde. Terloops nog dit: in deze
omstandigheden mag het trouwens behoorlijk potsierlijk heten dat
uitgerekend Macron het diplomatieke peloton leidt in de huidige
Oekraïnecrisis.
Van
een Russische vernedering door de Koude Oorlog kan geen sprake zijn:
die dateert van veel vroeger! Het argument van Bart De Wever (sic)
strandt derhalve op de geschiedenis; dan ook zijn vergelijking met
Hitler! En wat met neofiet Stefaan Marteel, die Poetin vergelijkt met
Benito Mussolini? Marteel lijkt wel ontsnapt uit het nieuwste blik
historici dat in woke tijden vrolijk wordt opengetrokken. Hij schreef twee boeken; één voor de peers en één voor het volk. The Intellectual Origins of the Belgian Revolution,
het peersboek, is veel te duur en het volksboek: Natiestaat contra
Republiek, verliest al meteen zijn aantrekkingskracht door de
ondertitel: De Verloren Schat van het Republikeinse
Universalisme. Met universalisme hebben we het echt toch wel gehad!
Niet dan? Als je vervolgens leest wie het boek aanprijst, is de
goesting helemaal over. Als eerste passeert Bruno De Wever,
die teveel moeite heeft moeten doen om als prof benoemd te geraken en
daardoor als de beste weet wat hij moet zeggen, en vooral verzwijgen, om
te mogen meespelen in het monotone orkest der Wakkeren en als ook
stamelende en stotterende Annelien De Dijn zich vlot en gezwind in
dithyrambische verzen over het boek uitlaat, worden plots alle klusjes
in huis vermakelijker dan het lezen van het boek.
Dat geldt trouwens ook voor de opiniebijdrage van Marteel in De Standaard. Poetin als Mussolini, wie verzint dit toch? Na eerst de standvastigheid van Stalin te hebben bezongen (communisten
zijn en blijven communisten, zo stelt Marteel, waarmee hij wil aangeven
dat de klassenstrijd en wereldrevolutie zowel in het openbaar als
achter gesloten deuren de kern en het wezen van het communistische
discours uitmaken), stelt hij, als in een onwrikbare a
contrario-redenering, Poetin gelijk aan Mussolini omdat in het fascisme
de ideologie nauwelijks een rol speelt, terwijl die in het communisme
van Stalin en zelfs in het nationaalsocialisme van de minder
intelligente Hitler steeds centraal stond. Alstublieft!
Fascisme
Marteel
maakt hier de onvergeeflijke fout van elke beginner! In de meeste
politieke termen zit namelijk de finaliteit van de strekking reeds
verankerd: democratie (Gr. dèmos kratein: het volk regeert),
liberalisme (Lat. Liber: vrij), socialisme (Lat.: Societas:
gemeenschap, ook doelend op de contractanten in het sociaal contract)
of communisme (Lat. Communis, gemeenschappelijk, doelend op het gemeen
bezit). Fascisme daarentegen gaat terug op het Latijnse fascis
(meervoud fasces), wat roedenbundel beduidt, maar
verder weinig zegt over de inhoud ervan. Daaruit enkel afleiden dat het
fascisme niet maalt om een ideologie, is niet alleen intellectueel
oneerlijk, het is bovendien onnodig te koop lopen met een vorm van
onverbeterlijke dwaasheid; waarbij de zuivere vaststelling van het
bestaan van een fascistische ideologie niet noodzakelijk de erkenning
ervan betekent. Deze terminologische vaagheid heeft meermaals aanleiding
gegeven tot politiek misprijzen en connotaties met geweld, brutaliteit,
repressie of dictatoriale excessen, hoewel alle voorgaanden
strekkingen, in meer of mindere mate en afhankelijk van de historische
periode, dezelfde pejoratieve schoentjes passend en flatteus wisten aan
te trekken.
Over
de inhoud zelf van het fascisme is reeds veel inkt gevloeid, teveel om
er hier dieper op in te gaan, maar dat hij bestaat, is zeker. Wellicht
kan hier toch ook een ander misverstand uit de wereld geholpen worden.
Vaak wordt gezegd dat het fascisme de denkbeelden van de Verlichting en
de ideeën van 1789 (Franse revolutie) bestrijdt. Ook dat is foutief! In
feite tapt het fascisme even gulzig uit de moderne en seculiere vaatjes
als zowat alle verlichte zielen en bleken ook de prometheïsche concepten
van de 19de eeuw aardig wat fascistische humus te bevatten; met dien
verstande echter dat tegenover het reducerend rationalisme, het
filosofisch vitalisme; tegenover het materialisme, het idealisme en
tegenover het egalitarisme, de metafysica van de wil werden geplaatst;
allen intrinsiek en pertinent behorend tot de moderniteit. De politiek
van Mussolini slechts knellen in een onbehouwen machtsuitoefening,
drijvend gehouden door de creatie van een fatale angstcultuur, zoals
Marteel tracht te doen, is niet alleen behoorlijk bezijden de waarheid,
het is daarenboven zichzelf en de anderen op het gevaarlijke af een
eigen gefabriceerde blaas in de nek draaien.
Dan
blijft tot slot de vraag waarom zowel Bart De Wever als Stefaan Marteel
het kwaad, genaamd Poetin, mordicus willen vergelijken met het kwaad,
genaamd Hitler of Mussolini. Bemerk toch reeds dat het grootste kwaad
(zeker in slachtoffers), genaamd Stalin, alweer de dans geriefelijk
lijkt te ontspringen, daar waar de slager voor een Rus als Poetin
wellicht de meest logische keuze zou geweest zijn. Mag in deze laatste
vaststelling toch al half het antwoord verzonken liggen? Bart De Wever
wil zich, het is bekend, rechts van het politieke spectrum positioneren,
net daar waar in extreme vorm ook het fascisme huist; althans in
aanleg. Daarom kiest hij voor Hitler die, weliswaar in de nationale
vorm, het socialisme in zijn strekking heeft gefixeerd. Marteel
echter, die zijn carrière als historicus klaarblijkelijk in de
onmiddellijke nabijheid van zijn politiek correcte broodheren wil
slijten, is beter af met het fascisme van rechts te hekelen. Hij ziet
het fascisme van Poetin graag een even zielige dood sterven als dat van
de rechtse Mussolini, waarmee hij zich al gefêteerd ziet ter linker
zijde
Het Derde rijk van Hitler
Maar
Marteel maakt hier een kapitale denkfout! De dubbele staatsgreep van 25
juli 1943, eerst voorbereid voor de Grote Fascistische Raad met een
motie van graaf Dino Grandi, Giuseppe Bottai en Mussolinis schoonzoon,
graaf Galeazzo Ciano, wilde net dat rechtse fascisme van de ondergang
redden. Het triumviraat, zoals trouwens velen, zag de koppeling van
Italië aan het Derde rijk van Hitler (de as) niet meteen zitten: Italië
vergleed teveel naar het (nationaal) socialisme, zo vonden ze. En ze
kregen gelijk! Nadat Mussolini door Duitse troepen werd bevrijd uit de
gevangenis (een hotel) van Gran Sasso (Abruzzen), werd
hem door Hitler de fascistische rest-republiek van Salò (Gardameer)
gegund. Die droeg de naam Italiaanse Sociale Republiek (RSI), waarvan de
naam aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. De zielige dood van
het fascisme in 1943, uiteindelijk in 1945, waarover Marteel het had,
was de dood van het te socialistisch geworden fascisme. Dat is
wellicht trouwens ook een van de redenen waarom Franco
in Spanje (1975) en het Salazar-regime in Portugal (1973) het een stuk
langer hebben uitgezongen: hun regimes voeren in minder modernistische,
meer religieuze wateren, maar dit ter zijde. Opmerkelijk blijft in ieder
geval toch weer het ontzien van Stalin. Zelfs als het over Rusland
gaat! Raoul Hedebouw mag zich reeds verheugen! Zijn partij is daarmee politiek relevant geworden. Op naar 2024!


*
CENSUUR & BROUCKIE-VRIJE MAAR VRANKX ONAFWENDBARE

STRICT PERSOONLO-IJKE COMMENTAAR
*
Eigenlijk
valt er in onze Gewesten helemaal niets meer verteld te worden over
Okraïne, tenzij de stilte van het kerkhof. Dat verschilt in niets met de
doodse stilte op de IJzerblakte in Dikslmuide. Ook daar liggen hun
lijken aks zaden in t zand Hoop op den oogst, o Vlaandeerland.
*
Digithalys
|