Redactie
Medjugorje BelgiŽ en Nederland
Chris De Bodt
(1958 - 2012)

medjugorjebn@gmail.com

Patty De Vos
Kasteelstraat 81
9180 Temse
BelgiŽ
patty.de.vos@hotmail.com

Dr. Guy Claes
Platanendreef 40
8790 Waregem
BelgiŽ
gclaes@scarlet.be

Henk
Twan Vereecken
Geertrui Schonken
Veerle De Caluwť
Anne Van Der Sloten
p. Alfons J. Smet
Broeder Joseph
Zoeken in blog

Medjugorje 2015 Medjugorje 2014 Medjugorje 2013 Medjugorje 2012 Medjugorje 2011 Medjugorje 2010


Voorlopig worden enkel de boodschappen gepubliceerd.
30-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 1-10
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 1-10

Profetie 1: Ex Castro Tiberis [van een kasteel aan de Tiber]

Paus Celestinus II [1143-1144]

Echte naam: Guido de Castello [? - Rome, 1144]

Guido de Castelloís geboortedatum is onbekend. Hij werd kardinaal in 1128. In 1140 werd hij pauselijk gezant te Frankrijk waar hij zich het ongenoegen van de Heilige Bernardus van Clairvaux op de hals joeg omwille van de bescherming tot hij verleende aan Arnold van Brescia. Guido was van adellijke afkomst. Al vroeg in zijn studietijd was hij een bewonderaar van de theoloog en filosoof Petris Abaelardus, iets waartegen hij later gewaarschuwd werd door Bernard van Clairvaux die Abaelardus beschuldigde van dwalingen.

In december 1127 werd Guido door paus Honorius II verheven tot kardinaal-diaken met de titeldiakonie Santa Maria in Via Lata. Onder paus Innocentius II volgde zijn promotie tot kardinaal-priester met de titelkerk San Marco.

Tijdens het pontificaat van Innocentius vervulde Guido diverse diplomatieke functies; hij was pauselijk legaat in Keulen en Aken en werd naar Rogier II van SiciliŽ gezonden om daar de legitimiteit van paus Innocentius II te verdedigen. Deze was vanaf zijn aantreden geconfronteerd met een tegenkandidaat, Anacletus II. Guidoís missie was om internationale erkenning te krijgen voor de claim van Innocentius op de pauselijke troon.

Op 26 september 1143 werd Guido in het Lateraans Paleis te Rome verkozen tot paus, waarbij hij de naam Celestinus aannam. Zijn kroning vond plaats op 3 oktober 1143, na eerst tot bisschop te zijn gewijd.

Celestinusí pontificaat telde slechts 164 dagen. Belangrijkste feit werd de opheffing van het interdict dat zijn voorganger had uitgesproken over Franse steden. Dit interdict was een gevolg van het protest van de Franse koning Lodewijk VII tegen de benoeming van Pierre de la Chatre tot aartsbisschop van Bourges. Tegen de wil van de koning werd hij toch gekozen, maar door de koning ervan weerhouden zijn ambt te vervullen. Uiteindelijk zou deze twist leiden tot een strijd in Noord-Frankrijk waarbij ongeveer duizend gelovigen de dood vonden bij een brand in een kerk. Op verzoek van de Franse koning bemiddelde Celestinus in de kwestie, wat uiteindelijk leidde tot de acceptatie van de gekozen aartsbisschop.

Door zijn vroegtijdige dood zou hij niet betrokken worden bij het dreigende conflict dat ontstond met Rogier II van Napels.

Op 9 januari 1144 vaardigde Celestinus II de bul "Milites Templi" uit, waarmee hij opriep de Tempeliers te beschermen en de gelovigen opriep te doneren aan de orde. De bul zou de basis vormen voor de rijkdom en het succes van de orde.

Tijdens drie consistories creŽerde Celestinus 13 kardinalen.

Paus Celestinus II overleed op 8 maart 1144 in Rome, waar hij begraven werd in de Sint-Jan van Lateranen basiliek. Hij werd opgevolgd door Lucius II.


Cittŗ di Castello

De Heilige Malachius verwijst naar zijn geboorteplaats Cittŗ di Castello, gelegen aan de oever van de Tiber.

Profetie 2: Inimicus Expulsus [De vijand verdreven]

Paus Lucius II [1144-1145]

Echte naam: Gerardo Caccianemici [Bologna - Rome, 15 februari 1145]

Gerardo werd geboren in Bologna [datum onbekend] en stierf te Rome op 15 februari 1145. Eerst was hij regulier kanunnik te Bologna. In 1124 werd hij kardinaal-priester en van 1125 tot 1126 was het pauselijke gezant in Duitsland. Tijdens het pontificaat van Innocentius II werd Gerardo driemaal gezant in Duitsland, en het was voornamelijk door hem dat koning Lotharius III twee veldtochten ondernam naar ItaliŽ om Innocentius II te beschermen tegen de antipaus Anacletus II. Tegen het einde van het pontificaat van Innocentius II werd hij pauselijk kanselier en bibliothecaris.


Paus Lucius II

Op 12 maart 1144 werd hij tot Paus verkozen. Zijn pontificaat was er een vol moeilijkheden en als we de bewering van Gotfried van Viterbo in zijn Patheon mogen geloven, trok hij aan het hoofd van een klein leger naar Rome, in een dispuut met de senaat. Hij leed een nederlaag en liep ernstige verwondingen op door stenen die naar hem werden geworpen. Een aantal dagen later overleed hij. Tijdens zijn pontificaat maakte hij een einde aan het dispuut tussen de Bisschop van Tours en de Bisschop van Dol. Hij was de orde der Premonstratenzers of Norbertijnen bijzonder genegen.

Malachiasí omschrijving is een zinspeling op de familienaam van de Paus. ĎCacciareí is het Italiaans voor verdrijven en Ďnemicií zijn de vijanden.

Profetie 3: Ex Magnitudine Montis [Van de grote berg]

Eugenius III [1145-1153]

Echte naam: Bernardo Pignatelli di Montemagno [Montemagno - Tivolo, 8 juli 1153]

Bernardo werd tot paus verkozen op 15 februari 1145 en overleed te Tivoli op 8 juli 1153. Op dezelfde dag dat Paus Lucius stierf, was er al een felle tegenstand van de inwoners van Rome tegen de wereldse macht van de Paus. Daarom besloot Het Heilige College om de Paus vlug te begraven en zich terug te trekken in afgelegen kloosters, waar ze unaniem Bernardo Pignatelli tot Paus verkozen. Door de woelige toestand was het voor hem onmogelijk om Rome als residentie te kiezen. Hij was abt van een CisterciŽnzerklooster even buiten Rome. Zijn verkiezing tot paus in februari 1145 kwam mede door het gebrek aan belangstelling, en gedeeltelijk door zijn vriendschap met Bernardus van Clairvaux, op dat moment de meest invloedrijke geestelijke in de katholieke kerk. Bernard was overigens niet voor zijn verkiezing, omdat hij meende dat Pignatelli de vereiste kwaliteiten miste. Eugenius won het hart van het volk door zijn minzaamheid en vrijgevigheid. Hij bleef het ruwe habijt van Bernardus van Clervaux verder dragen onder zijn pauselijke kledij. De Heilige Antonius van Padua omschreef Eugenius III als een der grootste en meest gekwelde pausen.

Eugenius verbleef gedurende het grootste deel van zijn pontificaat buiten Rome. Hij werd in het klooster van Farfa ingehuldigd. Rome stond onder invloed van Arnold van Brescia, die het verzet aanvoerde tegen de wereldlijke macht van de pausen. Eugenius III zocht hulp bij steden die zich tegen Rome verzetten. Met die hulp slaagde hij er voor een poos in zijn positie in Rome te vestigen, maar niet voor lange duur. Via Viterbo en Siena kwam hij uiteindelijk in Frankrijk terecht.

Tijdens zijn pontificaat hield Eugenius III een aantal synodes: in Parijs, Reims en in Trier. De synodes waren bedoeld om het kerkelijk leven te hervormen. Daarnaast sprak Eugenius zijn lof uit over het leven van Hildegard van Bingen.

In 1149 keerde hij terug naar ItaliŽ. Hij vestigde zijn residentie in Viterbo. In 1150 lukte het hem kortstondig om zich weer in Rome te vestigen dankzij hulp van de koning van SiciliŽ. De nieuwe keizer van het Roomse rijk Frederik Barbarossa (1152-90) beloofde hem steun tegen zijn opstandige onderdanen. Voordat die steun verleend kon worden, stierf Eugenius III op 8 juli 1153 in Tivoli

Zaligverklaring

Hoewel de inwoners van Rome zich fel verzet hadden tegen de wereldlijke macht van Eugenius III, hadden zij nooit bezwaar gemaakt tegen zijn geestelijk leiderschap. Hij kon daarom zonder bezwaar begraven worden in het Vaticaan. Vrij spoedig na zijn bijzetting werd er gesproken over wonderbaarlijke genezingen bij zijn graf.

Dit leidde er uiteindelijk toe dat Eugenius III op 28 september 1872 door Pius IX zalig werd verklaard.


Montemagno

Malachiasí omschrijving refereert naar de geboorteplaats van de Paus, Montemagno, bij Pisa

Profetie 4: Abbas Suburranus [Abt van Suburra]

Anastasius IV [1153-1154]

Echte naam: Corrado Demetri della Suburra [Rome, 1073 - Rome, 3 december 1154]


Paus Anastasius IV

Corrado werd geboren rond het jaar 1073. Hij was een Romein en zoon van Benedictus delle Suburra. Paus Paschalis II stelde hem in 1114 aan tot kardinaal-priester van Sint-Pudenziana. In 1127 of 1128 werd hij door Paus Honorius II gepromoveerd tot de suburbicaire zetel van Sabina benoemd. De kardinaal-bisschop is evenwel slechts titulair aan het bisdom verbonden en heeft geen bemoeienis met de dagelijkse leiding ervan. Het bisdom Sabina bestaat sinds de vijfde eeuw. Tijdens de Pauselijke verkiezing van 1130 was hij een van de grootste tegenstanders van antipaus Anacletus II (1130-38) en toen Paus Innocentius II (1130-1143) naar Frankrijk vluchtte, bleef hij als pauselijke vicaris achter in ItaliŽ. Tijdens de verkiezing in juli 1153 was hij deken van het College van Kardinalen en waarschijnlijk het oudste lid.

Tijdens zijn korte pontificaat speelde hij een grote rol als vredemaker en sloot hij een overeenkomst met keizer Frederik I [Barbarossa] rond de netelige zaak van de toewijzing van Zetel van Maagdenburg en sloot daarmee deze aangelegenheid die gedurende vier pontificaten voor onrust had gezorgd. Deze aangelegenheid ging over de aanstelling van William Fitzherbert [Heilige William van York] bij de Zetel van York, door hem zijn mantel te zenden en dit ondanks de voortdurende tegenstand van de CistercenziŽrs Paus Anastasius IV overleed op 3 december 1154. Hij was tijdens het schisma van paus Innocentius II diens secretaris in Rome.

Malachias verwijst naar de familienaam van Paus Anastasius IV.

Profetie 5: De Rure Albo [Uit het Albaans gebied]

Adrianus IV [1154-1159]

Echte naam: Nicholas Breakspear [Abbots Langley inn Hertfordshire, 1100 - Anagni, 1 september 1159]

Aangenomen wordt dat hij is geboren in Abbots Langley inn Hertfordshire, rond het jaar 1100. Zijn vader was een pater die leefde in het plaatselijk klooster van Sint-Albanus. De jonge Nicholas zou zijn eerste onderricht hebben gehad op de kloosterschool. Hij wilde zelf ook toetreden tot het klooster, maar dat werd hem geweigerd. In plaats daarvan vertrok hij naar Parijs om zijn opleiding te vervolgen. In Frankrijk trad hij alsnog toe tot een klooster bij Arles, waar hij in 1137 tot abt werd verkozen.


Hertfordshire, Sint-Albanusabdij en Kathedraal

Als abt bleek hij een hervormer. Dat leidde tot de nodige onrust en tot klachten tegen hem bij de Heilige Stoel. Die klachten zorgden er voor dat hij werd opgemerkt door de toenmalige paus Eugenius III [1145-53], die hem kardinaal en bisschop van Albano maakte.

Van 1152 tot 1154 verbleef Nicholas in ScandinaviŽ als pauselijk legaat. Hij was betrokken bij de vestiging van het nieuwe aartsbisdom in Trondheim en de instelling van een eigen metropoliet voor Zweden, dat werd afgescheiden van het [toen] Deense aartsbisdom in Lund.

Na zijn terugkeer uit ScandinaviŽ werd Nicholas eervol ontvangen door de nieuwe paus Anastasius IV [1153-54]. Na diens dood werd Nicholas op 4 december 1154 zelf tot paus verkozen. Hij nam de naam Adrianus IV aan.

In 1171 viel Hendrik II Ierland binnen en gebruikte daarbij de bul om soevereiniteit over het eiland te verkrijgen. Hij dwong de Cambro-Normandische krijgsheren en enkele van de Hoge Koningen van Ierland om hem als hun heer en meester te accepteren. Adrianus' opvolger, Paus Alexander III, bevestigde de gift van Ierland aan Hendrik II in 1172 en tijdens de Synode van Cashel op 2 februari 1172 accepteerden de Ierse bisschoppen de bul.

Hendrik II schonk zijn Ierse territorium uiteindelijk aan zijn jongste zoon Jan die daarbij de titel "Dominus Hiberniae" of "Heerlijkheid Ierland" kreeg. Toen Jan onverwacht zijn broer Richard I Leeuwenhart opvolgde als Koning Jan zonder Land, kwam Ierland direct onder de Engelse Kroon te vallen. De heerlijkheid Ierland bleef bestaan tot 1541, toen Hendrik VIII de titel Koning van Ierland aannam en Ierland het Koninkrijk Ierland werd, een staat in personele unie met Engeland.

Kort na de kroning van Barbarossa vielen troepen van de keizer van het Oost-Romeinse Rijk het zuiden van ItaliŽ binnen. Het zuiden, met name SiciliŽ werd in die tijd beheerst door de Noormannen. Adrianus had weinig op met hen. Bovendien zag hij een mogelijkheid om het schisma van 1054 te herstellen. Hij steunde daarom de Byzantijnse keizer Manuel Comnenus. De keizer op zijn beurt droomde van een herstel van het Romeinse Rijk.

Na aanvankelijke successen delfden de troepen van de paus en de keizer uiteindelijk het onderspit in de slag om Brindisi. Het herstel van de keizerlijke macht over ItaliŽ was daarmee voorgoed buiten beeld. Hetzelfde gold voor de wens van de paus. Daarbij was het ook zeer de vraag of de aanspraak van de paus op religieuze superioriteit voor de orthodoxe gelovigen acceptabel zou zijn geweest.

Op de Rijksdag van BesanÁon in oktober 1157 verzette Adrianus zich via zijn gezant, de latere Paus Alexander III, tegen Frederik Barbarossa. De strijd ging met name om het recht bisschoppen te benoemen. De paus had hiervoor een brief geschreven aan de keizer welke ongelukkig vertaald werd. Het woord "beneficia" werd uitgelegd in de feodale betekenis van het woord, hetgeen Barbarossa als een ernstige belediging opvatte. De keizer als vazal van de paus was voor hem onverteerbaar. Adrianus heeft daarna nog wel getracht in een nieuwe brief het misverstand te verklaren, maar de relatie tussen beiden was definitief verbroken.

Paus Adrianus IV stierf te Anagni op 1 september 1159, in een open strijd met keizer Frederik Barbarossa die zich met de Lombarden tegen hem had verbonden. Adrianus stond op het punt om Barbarossa te excommuniceren toen hij stierf op 1 september 1159.

Malachiasí omschrijving is een verwijzing naar zijn benoeming tot Kardinaal en Bisschop van Albano. Het bisdom Albano is een suburbicair bisdom nabij Rome. Het bisdom werd gesticht in de 4e eeuw. De oorspronkelijke zetel van dit bisdom was de Romeinse stad Alba Longa. Heden ten dage is dat het plaatsje Albano Laziale in Latium. Een minder aangenomen stelling is dat de omschrijving zou verwijzen naar Engeland, dat Albion genoemd werd om zijn witte krijtrotsen en klippen. Albion is de oudst bekende naam voor de Britse eilanden of voor Groot-BrittanniŽ. De term slaat echter meestal op Engeland alleen en dateert al uit de 6e eeuw voor Christus. De naam zou, met de oudste naam van Ierland (Iouernia), het eerst zijn geboekstaafd in de Massilote Periplus, een kustbeschrijving die uit de Griekse kolonie Massalia (Marseille) stamt. Fragmenten daarvan werden aangehaald in de Ora Maritima van de Romeinse dichter Avienus uit de 4e eeuw n. Chr. De naam Engeland zelf is afgeleid van de Germaanse stam der Angelen, die na het vertrek van de Romeinen dit land mede kolonialiseerden. De Romeinen brachten het in verband met het woord albus (wit), daarmee verwijzend naar de witte krijtrotsen bij Dover. Opmerkelijk is ook de verwijzing naar zijn vader die leefde in het klooster van Sint-Albinus Hertfortshire.

De term Albion leeft nog voort in de negatief te duiden uitdrukking "het perfide Albion" (het verraderlijke Albion) waarin verontwaardiging doorklinkt over de manier waarop Engeland in het verleden politieke doeleinden trachtte te realiseren. De oorsprong hiervan is waarschijnlijk te vinden in een vers van de Franse dichter Augustin, Markies van Ximenes (1726-1817): "Attaquons dans ses eaux la perfide Albion," dat ingang vond tijdens de Franse Revolutie.

Profetie 6: Ex Ansere Custode [van de wakende gans]

Alexander III [1159-1181]

Echte naam: Rolandus Bandinelli [Siena, Ī 1100 - Civita Castellana, 30 augustus 1181]

Bij de dood van Adrianus IV stond Barbarossa voor het eerst als keizer voor de mogelijkheid om de pauskeuze te beÔnvloeden naar de aloude gewoonte van Duitse keizers in lang vervlogen tijden. Terwijl de kardinalen een nieuwe paus kozen, liet Barbarossa het Romeinse volk oproepen om naar het oude recht uit de tiende en elfde eeuw een paus te kiezen. Ook een klein aantal kardinalen in de curie kon overtuigd worden.

Toen de meerderheid van de kardinalen het hoofd van de curie verkozen tot paus Alexander III, stormden bewapende mannen de zaal binnen en stelden een andere kardinaal als paus aan, gesteund door een kleine minderheid van de curie-leden. Dat werd tegenpaus Victor IV. Deze eiste met zijn aanhangers de erkenning door alle kardinalen. Reeds voor de pauskeuze was men overeengekomen dat een volgende paus slechts bij eenstemmigheid kon verkozen worden. Victor IV verwierp dan ook de keuze van Alexander III, waarbij hij wel in alle talen zweeg over het feit dat ook hij niet bij eenstemmigheid gekozen was [laat staan dat er van een verkiezing zou geweest zijn]. Alexander III liet zich daarop bekleden met de pauselijke gewaden... Victor IV trok die echter van zijn lijf en eigende ze zichzelf toe.

Barbarrossa en Alexander III waren al voor de pauskeuze aartsvijanden van elkaar geworden. Twee jaar tevoren, in 1157, wou paus Adrianus IV een poging ondernemen om vrede te sluiten met Barbarossa. Daartoe had hij een schrijven opgesteld dat Alexander III [toen nog hoofd van de curie] aan Barbarossa overhandigde. De bisschop van Keulen had die brief dan vertaald. Maar daarin was een fout geslopen. Adrianus IV had geschreven dat de keizer voor zijn keizerschap het "beneficium" van de paus kreeg. Daarmee wou de paus uitdrukken dat Barbarossa het keizerschap gegund was. Maar de bisschop van Keulen vertaalde dit door "een onderdanigheid aan de paus." Barbarossa was meer dan woedend. Nu vroeg hij aan Alexander III, toen aldus nog kardinaal, wat dit te betekenen had. Die laatste voelde de nattigheid. Hij wist dat Barbarossa de wereldlijke macht van de paus wou breken. Hij repliceerde dan ook heel gevat: "Aan wie heeft de keizer zijn ambt te danken?". Toen ontstond de vete tussen Barbarossa en Alexander III.

Het pausschap van Alexander III was uitzonderlijk lang [van 1159 tot 1181]. In die ongeveer twintig jaren overheersten twee thema's het Vaticaan. Enerzijds de aanhoudende strijd tegen Barbarossa en anderzijds de juridische hervorming van het recht in het Vaticaan. Dat laatste maakte Alexander III tot een van de belangrijkste pausen uit de Middeleeuwen. Hij was van opleiding een jurist en gaf het recht in het Vaticaan een definitieve juridische grondslag. Het is deze paus die de decreten van het Vaticaan geldend maakte voor de hele katholieke kerk in de wereld.

Maar zoals gezegd, de strijd tussen Barbarossa en Alexander III was het tweede hoofdthema gedurende die twintig jaren. Deze strijd verliep vaak tot in het haast belachelijke. Zo riep Barbarossa in 1160 een bisschoppensynode samen in Padua. De keizer had al lang geen bevoegdheid meer om synodes samen te roepen, maar Barbarossa wou het herstel van de keizerlijke macht over de kerk en dus...

Op die synode werd Victor IV door de meerderheid der bisschoppen [al of niet onder dwang] erkend als paus. Alexander III verscheen niet op die synode. Volgens de ene bronnen weigerde hij, volgens andere bronnen zou Barbarossa voor hem en zijn gevolg de deur gesloten gehouden hebben. Daarop vervaardigde Barbarossa de rijksban over Alexander III, en tegenpaus Victor IV sloeg Alexander in de kerkban. En hoe reageerde Alexander? Net hetzelfde...

Al even vreemd was de steun die Barbarossa zocht bij andere koningen in Europa. Zo had hij in 1162 een samenkomst gepland met de Franse koning Louis VII op een brug over de Saone. Daar zouden de twee pausen ook moeten verschijnen. Nu sprak Barbarossa met Louis VII af dat, indien een van de pausen niet op de brug zou opdagen, de andere door beide monarchen zou erkend worden als de enige en echte paus.

Belachelijk, maar ja... Alexander III liet zich niet op die wijze vernederen en verscheen niet. De Franse koning wist echter dat de meerderheid van de Franse bisschoppen achter Alexander III stond en was overigens gebonden door een vergadering in Toulouse twee jaar terug, waarop zowel Engeland, Frankrijk, Spanje, Noorwegen als Ierland Alexander III erkend hadden. Hij vroeg dan ook aan Barbarossa om nog geduld te hebben. Maar die laatste wou nu definitief de erkenning van Victor IV doordrukken en riep zo snel mogelijk een concilie samen! Ja, niet alleen synodes, maar zelfs concilies kon de keizer samenroepen. Dat concilie kwam samen en tot verbijstering van Barbarossa werd Alexander III bevestigd als paus.

In 1164 stierf tegenpaus Victor IV. Zijn aanhangers verkozen daarop een andere kardinaal als tegenpaus, Paschalis III. Die kreeg dan ook de steun van Barbarossa, hoewel zelfs in het Duitse rijk meer en meer bisschoppen Alexander III erkend hadden. In ItaliŽ groeide de tegenstand tegen Barbarossa, niet alleen door zijn verwerping van Alexander III door de keizer, maar veel meer door een onafhankelijkheidsbeweging. Barbarossa trok dan ook met een groot leger naar ItaliŽ, geflankeerd door een al even uitgebreid leger van de bisschop van Keulen.

Die laatste zou orde op zaken stellen in Rome en tegenpaus Paschalis doen aanvaarden. In een mum van tijd was Milaan gevallen en viel de ene Noord-Italiaanse stad na de andere. Vanuit Milaan schonk Barbarossa de relikwieŽn van de Drie Koningen aan de bisschop van Keulen uit dank voor zijn steun. Die relikwieŽn rusten sinds dat jaar nog steeds in de Dom van Keulen. Paschalis III verklaarde uit dankbaarheid voor de militaire steun de oude keizer Karel de Grote uit de 8ste-9de eeuw heilig. Ook kroonde hij de echtgenote van Barbarossa tot keizerin.

In 1168 stierf Paschalis III en werd Calixtus III gekozen tot tegenpaus. Ondertussen was er ook in Engeland weerstand ontstaan tegen Alexander III. Koning Hendrik II steunde Barbarossa in de overtuiging, dat de kerk niets met wereldlijke macht te doen heeft. In 1164 onderwierp hij per koninklijk besluit de kerk aan het koninklijke gezag, tegen de wil van de meeste Engelse bisschoppen in. Hendrik II ging echter met stalen vuist tegen de opstandige bisschoppen in. Thomas Becket moest het gelag betalen en werd vermoord in Canterbury. In 1174 kon Alexander III zijn gezag echter herstellen over de Engelse katholieke kerk en dwong koning Hendrik II tot onderwerping. Deze had geen aanhang meer en knielde voor de paus. Alexander III liet toen even zijn "macht" gelden: hij liet de Engelse koning geselen in de kathedraal van Canterbury en dwong hem de hele daaropvolgende nacht te bidden aan het graf van Thomas Becket.

Ook Barbarossa zou weldra moeten voelen wie de lakens op aarde uitdeelt. In 1176 waren alweer heel wat noordelijke steden van ItaliŽ, in opstand gekomen tegen de Duitse keizer. Veel van die Lombardische steden werden militair gesteund door het pauselijke leger. Barbarossa trok aldus weer naar ItaliŽ, maar moest een van de zwaarste nederlagen in zijn loopbaan ondergaan.

Alexander III eiste daarop de rekening als paus en ... Barbarossa knielde neer! Zijn lange strijd tegen de wereldlijke macht van een paus was roemloos beŽindigd. Als keizer werd hij niet vernederd zoals een koning zou moeten ondergaan, maar hij moest de pauselijke waarde van tegenpaus Calixtus III afzweren. De gebroken Barbarossa voldeed aan die eis. Calixtus III begaf zich naar Alexander III en knielde eveneens, maar hij bleef zich nadien toch nog verzetten, ook al was dat tegen de wens van Barbarossa in.

De aanhangers van Calixtus III wilden van geen ophouden weten en verkozen een volgende tegenpaus, Innocentius III, eveneens tegen de wil van Barbarossa in. Die kerel werd echter door de milities van paus Alexander III opgepakt en levenslang opgesloten in een klooster. Innocentius III was de laatste tegenpaus tot in 1328. Even later organiseerde de paus het derde Lateraans concilie waarop besloten werd om een pauskeuze afhankelijk te maken van een tweederde meerderheid der kardinalen. Enige tijd later ontstond in Rome een volksopstand tegen de paus. Ook nu weer was de wereldlijke macht van de paus over de stad de grote inzet. Alexander III moest vluchten en stierf in ballingschap in 1181.


Familiewapen van de Paparonas

Onofrio Panvinio verwijst naar Alexander III als "de familia Paparona." De uitgave van Ciacconius [1677] zegt dat hij behoorde tot de adellijke familie Bandinella, die later Paparona werd genoemd. Ciacconius beweert dat in het familiewapen van de paus een gans stond. Alle bewijs blijkt dus ten gunste van Malachias te berusten, want over de vroege verklaringen van de "Paparona" is er thans absolute zekerheid. Panvinio, op wie men gewoonlijk vertrouwt als er een genealogische kwestie opduikt, werd er door latere verklaarders van beschuldigd dat hij zich richt naar de profetie. Abbť Cucherat verklaarde zijn wapenspreuk als een klassieke zinspeling op de beroemde vogel die Rome gered heeft. Volgens hem maakt Malachias zowel een klassieke als een verborgen zinspeling op de redding van Rome door Alexander.

Profetie 7: Ex Tetro Carcare [Uit de ellendige gevangenis]

Victor IV [1159-1164] [tegenpaus]

Echte naam: Octavius Monticello [Monticelli, 1095 - Lucca, 20 april 1164]

Octavius Monticello werd geboren te Monticelli bij Tivoli, 1095 en is overleden te Lucca, op 20 april 1164. Octavius werd in 1138 tot kardinaaldiaken van Santa Nicola gewijd [deze titelkerk bevond zich nabij de Tulliaanse gevangenis] en in 1151 tot kardinaalpresbyter van Santa Cecilia. Ook Panvinio noemt deze titelkerk, terwijl anderen beweren dat hij kardinaal was van Sint Cecilia. Hij werd op 7 september 1159 gekozen door een kleine minderheid van kardinalen, de geestelijkheid van Sint Pieter en het Romeinse volk, terwijl de meerderheid van het kardinalencollege Rolandus koos, die de titel Alexander III aannam.

Octavianus behoorde tot een van de machtigste Romeinse families [graaf Tuscaulanus] en was kardinaal geweest vanaf 1138. Omdat hij als een groot vriend van keizer Frederik I van het Heilige Roomse Rijk [Barbarossa] werd beschouwd, hoopte hij dat zijn keuze zou steunen. Hij stierf op 20 april 1164 te Lucca en werd opgevolgd door tegenpaus Paschalis III.

De Latijnse omschrijving van Malachias zinspeelt op de Tulliaanse gevangenis, nabij zijn titelkerk.

Profetie 8: Via Transtiberina [De weg aan de overkant van de Tiber]

Paschalis III [1164-1168] [tegenpaus]

Echte naam: Guido Da Crema [Lucca - Rome, 20 september 1168]

Guido Da Crema's geboortedatum is niet gekend, maar het is wel geweten dat hij te Lucca geboren werd. Hij was de tweede tegenpaus tegenover paus Alexander III. Op aandringen van de kanselier van Frederik I van het Heilige Roomse Rijk werd Guido van Crema in 1164 benoemd tot kardinaal. Na de dood van tegenpaus Victor IV, benoemden de aanhangers van de keizer hem tot diens opvolger, waarbij hij de naam Paschalis III aannam. Uit de bewaard gebleven handelingen van Paschalis blijkt zijn verbondenheid met het vorstenhuis Hohenstaufen, waar Frederik uit stamde. In 1167 kroonde hij Frederik I in Rome, volgens de Kerkelijke geplogendheden, tot keizer.

Om aan de eisen van Frederik Barbarossa te voldoen, verklaarde hij Karel de Grote in 1165 heilig, maar dit werd nooit door de kerk goedgekeurd. Tijdens zijn pontificaat wist hij de controle over Rome te behouden, waardoor Alexander III gedwongen was in Frankrijk in ballingschap te verblijven. Na Paschalis' dood was het schisma nog niet voorbij. Paschalis' aanhangers kozen Johannes van Struma [die de naam Calixtus III aannam] als zijn opvolger. In 1179 herriep het Derde Lateraans concilie alle besluiten van Paschalis III.

Na een aantal keizerlijke nederlagen kon hij zich enkel handhaven aan de rechteroever van de Tiber, vandaar de verwijzing van Malachias. Uiteindelijk stierf hij aldaar op 20 september 1168.

Profetie 9: De Pannonia Tuscae [Uit het Hongaars gebied van Tuscia]

Calixtus III [1168-1178] [tegenpaus] [Hongarije - Benevento, 1179]

Echte naam: Johannes Van Struma

Hij was afkomstig uit Hongarije [hierover heeft er lange tijd onenigheid bestaan] en overleed te Benevento, rond 1178. Hij was de derde tegenpaus van Paus Alexander III. Calixtus III, eigenlijk Johannes van Struma, was tegenpaus van 20 november 1168 tot 29 augustus 1178. Hij was de derde tegenpaus tegenover paus Alexander III. Er bestond twijfel over zijn afkomst, maar de historici zijn het er thans blijkbaar over eens dat Calixtus uit Hongarije kwam.

Aan het begin van het pontificaat van Paschalis III, de tweede tegenpaus tegenover Alexander III, was Johannes abt van het klooster in Struma langs de Arno. Paschalis benoemde hem tot kardinaal en bisschop van Albano. Toen Paschalis in 1168 overleed, kozen zijn aanhangers, daartoe aangezet door Frederik I van het Heilige Roomse Rijk, Johannes van Struma als zijn opvolger. Deze nam de naam Calixtus III aan.

Het kerkelijk schisma was ontstaan vanwege een conflict tussen Frederik I en paus Alexander III. In 1177 legden zij echter hun conflict bij. Frederik I erkende de rechtmatigheid van het pontificaat van Alexander III en trok daarom zijn steun aan Calixtus in. Vanuit Albano bleef Calixtus nog enige tijd aan als paus, maar op 29 augustus 1178 trok hij zich terug en onderwierp hij zich aan Alexander III. Alexander nam hem weer op in de kerk en stelde hem aan over het kerkelijk bezit in Benevento. Hier overleed hij korte tijd later.

Na het aftreden van Calixtus III was het kerkelijk schisma echter nog niet voorbij. Kardinalen die Alexander III niet als paus erkenden, kozen Lando van Sezze [Innocentius III] als hun paus. De Heilige Malachias maakt echter in zijn lijst geen enkele verwijzing naar Innocentius III.

Profetie 10: Lux in Ostio [Het licht in Ostium]

Lucius III [1181-1185]

Echte naam: Ubaldo Allucingoli [Lucca, 1097 - Verona, 25 november 1185]

Paus Lucius III werd geboren te Lucca in 1097 en overleed te Verona op 25 november 1185. Hij was oorspronkelijk een cisterciŽnzer [hij zou Bernardus van Clairvaux nog hebben gekend] en zou rond 1141 door Innocentius II tot kardinaal-priester worden benoemd. Hij zou in 1156 het verdrag van Benevento met Willem I van SiciliŽ afsluiten en in 1159 door Paus Alexander III worden benoemd tot kardinaal-bisschop van Ostia en Velletri. Hij zou een trouwe vertrouweling worden van de paus, maar tevens inzien dat men tot een vergelijk moest komen met Frederik Barbarossa.


Paus Lucius III

Na de vrede van VenetiŽ [1177], waarbij een vriendschappelijke overeenkomst was gesloten tussen Alexander III en Frederik I, werd Ubaldo door deze laatste gevraagd om te bemiddelen in de strijd om de landgoederen van markgravin Mathildis van Toscane. Deze had haar goederen namelijk eerst geschonken aan Paus Gregorius VII en nadien nog eens aan Paus Paschalis II [17 november 1102], maar de keizer weigerde dit te aanvaarden. Hij slaagde er niet in om een bevredigende oplossing te vinden, maar zijn tijdgenoten geloofden dat hij altijd had getracht om rechtvaardig te zijn.

Wanneer hij op 1 september 1181, ťťn dag na de dood van Alexander, al tot paus wordt gekozen te Velletri, weigert hij de gewoonlijke geld uitdeling te doen aan het volk van Rome, waardoor zijn troonbestijging de zondag daarop [6 september 1181] in Velletri moet gebeuren. Hij kan het slechts enkele maanden [november 1181-maart 1182] uithouden in de Sint-Jan van Lateranen en ontvlucht Rome. Hij trekt naar Velletri waar hij een gezantschap van koning Willem I van Schotland ontvangt, die om absolutie kwamen vragen voor de koning die door Alexander III in de ban was geslagen. Lucius III schenkt daarop Willem I absolutie en als teken van zijn goede wil zond hij hem zelfs een Gouden Roos op 17 maart 1183.

Intussen wenste de raad van 25 senatoren, die Rome regeerde, Tusculum te onderwerpen omdat deze de paus gunstig gezind waren. De paus weet Christiaan I van Buch, de aartsbisschop van Mainz en een bekwaam krijgsheer, te contacteren en deze trekt met zijn troepen vanuit Toscane om Tusculum te ontzetten. Maar deze wordt, nadat hij de stad had ontzet, ziek en zou daarop overlijden. De paus, die nu alleen stond, trok daarop naar keizer Frederik in Verona, waar hij op 22 juli 1183 aankwam. Hij zou echter tot eind september moeten wachten voordat Barbarossa de stad binnentrok en de onderhandelingen konden beginnen.

Deze bijeenkomst, die somtijds veel weg had van een kerkvergadering, wordt beschouwd als de belangrijkste gebeurtenis van zijn pontificaat, want paus en keizer besloten de handen in elkaar te slaan in de strijd tegen de ketters [Katharen, Waldenzen, Arnoldisten] en hij legde met de bul "Ad Abolendam" de basis voor de inquisitie [4 november 1184]. Hij vernieuwde hierin de opdracht van bisschoppen tot vervolging van de ketters. Door de aanwezigheid van de Heraclius, de patriarch van Jeruzalem, en de grootmeester van de ridderorde wist hij bovendien de keizer te overtuigen om een nieuwe Kruistocht te organiseren. Hij zou het ĎPivilegium Romanumí [1100] van Paschalis II bevestigen alsook de ĎCharta caritatisí [1119] van Paus Calixtus II die de cisterciŽnzers vrijstelde van belastingen [22 november 1184]. Op andere punten komt men echter niet tot een overeenkomst: zo weigert hij bijvoorbeeld Barbarossa's zoon Hendrik te erkennen als diens mederegent zolang Frederik I zelf nog leefde. Wat wel zeer waarschijnlijk is, is dat hij de verloving van Hendrik met zijn tante Constance van SiciliŽ niet afkeurde, hoewel dit een verzwakking van de pauselijke macht in Midden-ItaliŽ betekende. Uit vrees voor nog verder toegevingen wist een deel van de curie verdere onderhandelingen te verhinderen.


Het oude Ostia, ItaliŽ

Maar door de militaire acties van Hendrik VI in Trier en de uitblijvende hulp van de keizer tegen de opstandige Romeinen, werd het conflict tussen paus en keizer verder op de spits gedreven. Voordat het echter tot een nieuwe confrontatie kwam te Verona, kwam Lucius III te overlijden en zou hij zijn rustplaats vinden in de dom van deze stad.

De omschrijving van Malachias is een woordspeling op zijn Pauselijke naam Lucius en op Ostia, waar hij in 1159 tot kardinaal-bisschop werd benoemd.

Chris De Bodt



Ľ Reageer (0)
29-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 11-20
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 11-20

Profetie 11: Sus in Cribro [Een zeug in de zeef]

Urbanus III [1185-1187]

Echte naam: Umberto Crivelli

Crivelli werd omstreeks het jaar 1120 geboren te Milaan en overleed te Ferrara, op 19 oktober 1187. Umberto werd door Lucius III in 1182 tot kardinaal en in 1885 tot aartsbisschop van Milaan benoemd. Hij werd gekozen om Lucius op te volgen en werd op 1 december 1185 tot paus gekroond. Urbanus erfde van zijn voorganger de vete met de grote keizer Frederik Barbarossa, nog verhevigd door een persoonlijke vijandschap, daar bij de plundering van Milaan in 1162 de keizer meerdere bloedverwanten van de paus had laten verminken. Frederik was enorm vertoornd omdat hij zijn zoon Hendrik weigerde te kronen en ook omdat hij Fulmar van Karden tot aartsbisschop van Trier had benoemd, in plaats van de beschermeling van Frederik I, provoost Rudolph.

De omschrijving van Malachias is een zinspeling op de familienaam van de paus. Crivelli betekent namelijk een zeef. Waarvoor "zeug" staat is niet duidelijk. Er zijn er die beweren dat er een zeug op het wapen van de Crivellli familie te zien is, anderen beweren dat in het "epitom" van Onofrio Panvinio het wapenschild van de paus staat: een zeef, gedragen door twee zeugen. Het eerste blijft, na zoekwerk, onbevestigd. De laatste bewering klopt niet.

Profetie 12: Ensis Laurentii [Het zwaard van Laurentius]

Gregorius VIII [1187]

Echte naam: Albertus de Morra

Paus Gregorius VIII werd geboren omstreeks 1100 te Benevento en overleed te Pisa, op 17 december 1187. Deze Paus regeerde slechts een maand en zevenentwintig dagen. In het jaar 1817 werd in Palestina het Christendom bijna volledig uitgeroeid. De val van de Heilige Stad trof Europa met ontzetting en men zegt dat Urbanus III stierf aan een hartaanval. Daags daarna kozen de kardinalen Albertus de Morra, afkomstig uit Benevento tot Paus. Hij was een telg uit een adellijke familie en in 1155 werd hij kardinaal. In 1158 kreeg hij San Lorenzo in Lucina tot titelkerk. Hij stierf te Pisa op 17 december 1187.

Malachias verwijst hier naar zijn titelkerk San Lorenzo en naar zijn wapen, waarop twee zwaarden staan afgebeeld.


Het wapen van Gregorius VIII

Profetie 13: De Schola exit [De school verlaten]

Clemens III [1187-1191]

Echte naam: Paulus Scolari

In de korte tijdspanne van 1181 tot 1188, hebben snel na elkaar niet minder dan 4 pausen geregeerd. Het waren allen veteranen uit de school van Alexander. Twee dagen na de dood van Gregorius VIII werd de kardinaal-bisschop van Palestrina, Paulus Scolari, tot paus gekozen. Voor de Romeinen was dit een aangename verrassing, want hij was de eerste Romein die zo tot het pausschap verheven werd, sinds de opstand in de dagen van Arnold van Brescia.


Paus Clemens III

Vanaf het begin gaf Clemens III zijn volle aandacht aan de taak om de krachten van het Christendom te mobiliseren tegen de Saracenen. Hij riep op tot weer een kruistocht. Deze kruistocht wordt meestal aangeduid als de derde. Leiders van de derde kruistocht zouden zijn: Keizer Frederik I Barbarossa, Koning Richard Leeuwenhart en Koning Filips II Augustus. Deze kruistocht vond plaats tussen 1189 en 1192. Hij overleed te Rome op 27 maart 1991, dezelfde plaats als waar hij geboren werd, maar zijn geboortedatum is niet gekend.

De spreuk van Malachias is slechts een zinspeling op zijn familienaam, een voorspelling dat hij uit de familie Scolari zou komen.

Profetie 14: De [Ex] Rure Bovensi [Uit het oude runderen gebied]

Celestinus III [1191-1198]

Echte naam: Giacinto Bobone

[Rome 1106 - Rome, 8 januari 1198]. Hij was de oudste van alle pausen op het moment van zijn verkiezing, namelijk 86 jaar. Hij was toen diaken, hoewel hij ook al 47 jaar kardinaal was. Hij kroonde Hendrik VI tot koning van Duitsland en tot keizer van het Heilig Roomse Rijk. Het is deze Paus die Malachias van Armagh heeft heilig verklaard. Hij bevestigde de Duitse Orde in 1191 en weigerde een echtscheiding van de Franse koning Filips II.

Zijn voorganger, Clemens III was een Romein die daardoor de zegen kreeg van de stad Rome. Die stad voerde decennia tevoren een verbeten strijd tegen de pausen om hun de wereldlijke macht over de stad te ontnemen. Paus Clemens III was dan ook de eerste paus sinds lang die vrede kende met de stad. Bij de pauskeuze in 1191 lieten de kardinalen zich dan ook leiden door de gedachte om opnieuw een Romeins kardinaal tot paus te kiezen ... kwestie om vrede te behouden met de stad Rome. En zo werd Celestinus III gekozen, een Romeins kardinaal-deken die reeds 85-86 jaar oud was, de oudste ooit in de geschiedenis van het pausdom.

Gezien hij geen priester was, werd hij na zijn keuze, op 13 april 1191, onmiddellijk tot priester gewijd en daags daarop tot bisschop om dan geÔnstalleerd te worden als paus. Met zijn steun werd Tusculum, dat in een concurrentiestrijd met Rome gewikkeld was, in 1191 met de grond gelijk gemaakt. Waarschijnlijk heeft hij een goed leven gehad, want hij werd geboren in de rijke familie Orsini. De familie Orsini was een van de meest invloedrijke adellijke families uit middeleeuws en renaissance ItaliŽ, en bezat grote landgoederen in Hongarije. Volgens de familielegende waren de Orsiniís verwant met de Boboniís. De eerste leden van de familie droegen dan ook de dubbelnaam Orsini-Bobini.

De omschrijving van Malachias verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Basilica di Santa Maria in Cosmedin, waar hij tot paus werd verkozen. Deze kerk bevindt zich in het gebied Forum Boarium. een oud marktplein in Rome. Het is het oudste forum van Rome en ligt op het kruispunt van enkele belangrijke wegen uit de oudheid. Forum Boarium betekent letterlijk "Rundermarkt" [Runderen=Bovini] en dit was de plaats waar in het oude Rome de veemarkt werd gehouden. Het forum is gelegen op een vlak stuk land aan de Tiber tussen de heuvels Capitolijn, Aventijn en Palatijn. Nadat hier oorspronkelijk een doorwaadbare plaats in de Tiber was geweest, werden hier de eerste bruggen van Rome gebouwd. Een oude en belangrijke haven van de stad, de Portus Tiberinus, lag ook aan het forum.


Maquette van het Forum Boarium

Profetie 15: Comes Signatus [Een getekende graaf]

Innocentius III [1198-1216]

Echte naam: Lotario Dei Conti di Segni [Anagni, 1160/61 - Perugia, 16 juli 1216] [1/2]

Innocentius III was paus van 8 januari 1198 tot zijn overlijden op 16 juli 1216. Hij studeerde theologie in Parijs en waarschijnlijk ook korte tijd recht te Bologna. Hij werd door zijn oom Paus Clemens III in 1190 tot kardinaal gewijd.

Innocentius III is bekend voor zijn strijd tegen de Katharen, het uitroepen van de dramatisch verlopen Vierde Kruistocht van 1204 en het bijeenroepen van het Vierde Lateraans Concilie in 1215. Hij excommuniceerde de Engelse koning Jan zonder Land en hij dwong de Franse koning Filips II zijn vrouw Ingeborg, van wie hij gescheiden was, terug tot zich te nemen. Het bekendst is Innocentius ingreep in de Duitse troonstrijd tussen de Welf Otto IV van Brunswijk en de Stauf Filips van Zwaben. Hij verdedigde zijn opperheerschappij over SiciliŽ en trad op als scheidsrechter in de hele christenheid. Hij organiseerde de vierde kruistocht [1202-1204]. De paus erkende het keuzerecht van de Duitse keurvorsten. maar stond op zijn recht de gekozen kandidaat te keuren, of deze nl. door de paus tot keizer kon worden gezalfd.

Aanvankelijk steunde hij Otto. Toen Otto echter SiciliŽ binnenviel, excommuniceerde hij hem [1210 en 1211] en erkende hij de jeugdige Frederik II [zoon van keizer Hendrik VI], over wie hij sinds 1198 voogd was, als kandidaat [1212]. Hij bleef steeds werkzaam voor de hereniging met de Oosterse Kerk. Hoogtepunt en eindpunt van zijn pontificaat was het algemeen concilie van 1215 [Lateranen IV].

In Dante's Paradiso [XI. 92-93] prijst Thomas van Aquino hem om de eerste goedkeuring van de minderbroedersregel. Verder steunde hij onder andere de opkomende bedelorden, met name Franciscus van Assisi en de Franciscanen, maar ook Dominicus Guzman bij diens stichting van de Dominicanen.

Paus Innocentius III voegde in het jaar 1207 een zevende werk toe aan de werken van Barmhartigheid. Het werk was "de doden begraven" en is ontleend aan het Bijbelboek Tobit, waarin naast twee bekende, ook door Christus genoemde werken van barmhartigheid, speciaal de zorg voor de overledenen wordt benadrukt: "Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten. Als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het [Tobit 1: 17]." In de door epidemieŽn geteisterde Middeleeuwen had het moeilijke en gevaarlijke werk van "doden begraven" immers een bijzondere waarde.

Hij werd als theoloog vooral bekend door zijn geschrift "De ontemptu mundi" [over de verachting van de wereld]. Hij was een geniaal heerser, die het pausdom op het toppunt van zijn macht bracht. Hij breidde de Kerkelijke Staat uit. Zijn hoge opvatting van het pausschap moest met de kerkelijke politiek van diverse vorsten in botsing komen.

De paus overleed aan hoge koorts in Perugia, op de leeftijd van 55 jaar. Aanvankelijk lang hij aldaar begraven in de kathedraal, maar in 1892 werden zijn overblijfselen overgebracht naar de Basiliek Sint Jan van Lateranen in Rome. Het graf bevindt zich boven de souvenirswinkel en weinigen beseffen onder wiens lichaam ze wandelen als ze de winkel binnentreden.


Het graf van Paus Innocentius III

De omschrijving van Malachias slaat op de beroemde familie van de Conti, waarvan de Conti di Segni een tak vormden.

Profetie 16: Canonicus de Latere [Een kanunnik van Lateranen]

Honorius III [1216-1227]

Echte naam: Cencio Savelli [Rome, vůůr 1160 - Rome, 18 maart 1227] [1/2]

Cencius Savelli werd te Rome geboren en was een tijd kanunnik van de Santa Maria Maggiore. In 1188 werd hij pauselijk kamerheer en in 1193 kardinaal-deken van Santa Lucia. Onder Paus Innocentius III werd hij kardinaal-priester van Sint Johannes en Paulus en in 1197 werd hij aangesteld als de opvoeder van de toekomstige keizer Frederik II.

Op 18 juli 1216 kwamen 19 kardinalen in Perugia bijeen, waar Innocentius III twee dagen eerder was gestorven. Ze werden het eens met een keuze via kiesmannen en de kardinalen Hugolinus van Ostia [de later Paus Gregorius IX] en Guido van Praeneste werden gemachtigd om een nieuwe paus aan te wijzen. Cencius Savelli werd gekozen, te Perugia gewijd tot bisschop en te Rome gekroond op 31 augustus 1216. Ook Rome was deze keuze gunstig gezind.

Anders dan zijn voorhanger, was hij hoogbejaard, toen hij de Pauselijke Stoel beklom. Honorius III werd de beschermer van drie grote orden. Hij keurde de regel van Sint Dominicus goed in zijn bul "Religiosam Vitam" van 12 december 1216 en die van Sint Franciscus in zijn bul "Solet Annuere" van 29 november 1223. Op 13 januari 1226 keurde hij de karmelietenorde goed in zijn bul "Ut Vivendi Norman."

Het is merkwaardig dat van de zes heiligen die door Honorius IIII werden heilig verklaard, er vier Engelsen of Ieren waren. Het Vierde Lateraans Concilie had opgeroepen tot de vijfde kruistocht, die tussen 1217 en 1221 plaatsvond. Honorius wilde vooral Frederik II hierbij inschakelen, maar ondanks dat hij hem in 1220 tot keizer had gekroond, werkte Frederik niet mee aan dit plan. Honorius ondernam in 1218 een kruistocht in Spanje. Hij zette de bestrijding van ketters in Zuid-Frankrijk voort.

Op het gebied van het kerkelijk recht vaardigde hij een eerste officiŽle decretalenverzameling uit na vier eerdere zogeheten "compilationes." Zijn "Compilatio quinta," met daarin in hoofdzaak zijn eigen decretalen [pauselijke vonnissen in briefvorm] werd samengesteld door de jurist Tancredus. Honorius stuurde in 1226 dit kerkelijke wetboek meteen ook aan de universiteiten.


Basiliek Sint Jan van Lateranen te Rome

Malachius duidt blijkbaar op het feit dat Cencius Savelli kanunnik van Sint Jan van Lateranen was.

Profetie 17: Avis Ostiensis [De vogel van Ostia]

Gregorius IX [1227-1241]

Echte naam: Ugolino di Conti [Agnani, 1145 - Rome, 22 augustus 1241] [1/2]

Ugolino werd in 1145 te Agnani geboren. Hij studeerde te Parijs en Bologna en werd achtereenvolgens pauselijk hofkapelaan, aartspriester van Sint Pieter en in 1198 kardinaal-diaken. In mei 1206 volgde hij Octavianus op als kardinaal-bisschop van Ostia. Honorius III benoemde hem in 1217 tot gevolmachtigd legaat en op 18 maart 1227, na de dood van Paus Honorius III, keurden de kardinalen weer een keuze van kiesmannen goed. Tot de drie kardinaal-kiezers behoorden Ugolino en Koenraad van Urach. Eerst werd Koenraad van Urach gekozen, maar deze weigerde de tiara om de schijn de vermijden dat hij zichzelf gekozen had.

Op 19 maart kozen alle kardinalen eenstemmig Ugolino. Hij was toen reeds meer dan tachtig jaar oud. Ugolino raakte onder de indruk van Franciscus van Assisi en steunde de orde van de Franciscanen en de Clarissen. Hij had zelfs Franciscaan willen worden. Op 19 maart 1227 werd hij tot paus gekozen. Hij raakte al snel in conflict met keizer Frederik II die hij uiteindelijk bestrafte met excommunicatie. Bij de vrede van San Germano moest hij zich echter met Frederik verzoenen, nadat de steden van Lombardije hun steun aan Gregorius hadden ingetrokken. Na een woelig pausschap stierf hij op 22 augustus 1241.

Gregorius' pontificaat heeft op vele terreinen grote betekenis gehad. Met de bul "Parens scientiarum" onttrok hij in 1231 de universiteit van Parijs aan de zeggenschap van de bisschop. Hij droeg de universiteiten op om de werken van Aristoteles grondig te onderzoeken en zich van dwalingen te ontdoen, een maatregel die de theologie en filosofie in de 13e eeuw diepgaand heeft beÔnvloed. Verderde schakelde deze paus vanaf 1231 de orde van de Dominicanen in bij de pauselijke inquisitie tegen de katharen.

Gregorius IX bemoeide zich bijzonder met het canonieke recht. Hij belastte de Spaanse jurist Raymundus van PeŮafort, een dominicaan, in 1230 met de opdracht om een kerkelijk wetboek samen te stellen uit de duizenden decretalen [pauselijke vonnissen in briefvorm] van zijn voorgangers en hemzelf. In 1234 leidde dit tot de publicatie van de "Decretales Gregorii IX," ook bekend onder de betiteling "Liber Extra." Verder stichtte hij bijvoorbeeld in 1233 de universiteit van Toulouse.

Enige tijd hoopte hij om een hereniging van de Latijnse en de Griekse kerk tot stand te kunnen brengen. In 1232 erkende de patriarch van Constantinopel het pauselijke primaat, maar evenals vele andere pausen voor en na hem slaagde Gregorius er niet in om de twee kerken te verenigen. In de dertien jaren van zijn pontificaat, benoemde bij veertien kardinalen, onder wie vele kloosterlingen.


Het pauselijk wapen van Gregorius IX

Het wapen van Gregorius vertoont een adelaar en hij was kardinaal-bisschop van Ostia. Dit is een duidelijke zinspeling op de afbeelding in het pauselijke wapen en zijn Kardinaalschap.

Profetie 18: Leo Sabinus [De Sabijnse Leeuw]

Celestinus IV [1241]

Echte naam: Goffredo Castiglione [Milaan, ? - Rome, 10 november 1241]

Celestinus IV was een zoon van de zus van Paus Urbanus III en regeerde slechts 15 dagen. Op 18 Juli 1223 wordt hij kanselier van Milaan en op 18 September 1227 benoemt Paus Gregorius IX hem tot kardinaal van Sint Marcus. In 1238 word hij kardinaal-bisschop van Sabina. Hij volgt Paus Gregorius IX op, op 25 oktober 1241. Zijn dood volgde na een regering van slechts 15 dagen, het op ťťn na kortste pontificaat. Het duurde tot 1243 voor er een nieuwe opvolger, paus Innocentius IV, werd aangeduid.

De eerste pausverkiezing achter gesloten deuren vond plaats in 1241. De Romeinse senator Matteo Orsini sloot toen tien kardinalen op. Een van hen overleed ter plekke door de gewelddadige aanpak van de senator, de andere negen kardinalen werden ziek. Zij kozen al snel Goffredo Castiglione als paus Celestinus IV. Maar Orsini werd niet beloond voor zijn oplossingsgerichtheid: de paus sloeg de senator in de ban. Het woord conclaaf [cum clave, met sleutel] ontstond pas enkele decennia later in de pausenstad Viterbo.


Het pauselijk wapen van Celestinus IV

De profetie van Malachias vormt een zinspeling op het wapen van de paus, waarop een leeuw voorkomt en Sabina, waar hij gedurende drie jaar kardinaal-bisschop was.

Profetie 19: Comes Laurentius [Graaf Laurentius]

Innocentius IV [1243-1254]

Echte naam: Sinibaldo dei Fieschi [Genua, Ī 1195 - Napels, 7 december 1254]

Hij werd geboren te Genua als "Sinibaldo dei Fieschi", graaf van Lavagna. Hij werd professor in het canoniek recht te Bologna waar hij behalve kerkelijk recht ook Romeins recht had gestudeerd. Hij werd in 1226 rechter bij de curie. Voor zijn verkiezing tot paus was hij vice-kanselier van de Heilige Roomse Kerk [1226-1227] en kardinaal-priester van San Lorenzo in Lucina [18 september 1227].

Toen Celestinus IV gestorven was, probeerde de geŽxcommuniceerde keizer Frederik II, die de kerkelijke staten rond Rome in zijn macht had, de kardinalen te intimideren, zodat ze een Paus naar zijn keuze zouden kiezen. De kardinalen vluchtten naar Anagni en stemden voor Sinibaldi, die na een interregnum van ťťn jaar, zeven maanden en vijftien dagen op 28 juni 1243 de pauselijke troon besteeg als Innocentius IV.

Men heeft daar dus, gedurende maar liefst twee jaar, gepalaverd om Innocentius IV tot paus te verkiezen. Een communautaire kwestie speelde de kardinalen parten: ze raakten het maar niet eens of ze voor een Franse dan wel een Italiaanse paus zouden opteren.


Paus Innocentius IV

Pas nadat een woedende menigte de voedselvoorraden van de kardinalen plunderde en het dak van de vergaderzaal neerhaalden, kwam men tot een overeenstemming.

Opnieuw bleek Matteo Orsini, ondertussen zelf stemgerechtigd kardinaal, kop van jut. Hij werd op aansturen van de Fransgezinden door de burgers van Viterbo samen met zijn broer ontvoerd, waarna de paus de stad onder interdict plaatste.

Sinibaldo dei Feischo, graaf van Lavagna was Kardinaal van Sint Laurentius en de profetie slaat op zijn adellijke afstamming en hij was kardinaal-priester van San Lorenzo in Lucina.

Profetie 20: Signum Ostiense [Teken van Ostia]

Alexander IV [1254-1261]

Echte naam: Rinaldo Conti [Agnani, Ī 1199 - Viterbo, 25 mei 1261]

Paus Alexander IV werd onder de naam Rinaldo Conti rond 1199 na Christus geboren in het Italiaanse plaatsje Anagni. Hij was afkomstig uit hetzelfde geslacht als de eerdere pausen Innocentius III en Gregorius. Laatstgenoemde, zijn oom, benoemde hem in 1231 tot kardinaal-bisschop van de havenstad Ostia [Antica].

Nadat paus Innocentius IV in 1254 overleed werd Alexander IV in Napels tot nieuwe paus gekozen. Dit op 12 december 1254. Paus Alexander IV is niet de geschiedenis ingegaan als een erg succesvolle paus. Veel van zijn plannen mislukten. De kerk erkende de zoon van keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk, Manfred van SiciliŽ, niet als wettig kind. Frederik II was namelijk pas in 1250 op zijn sterfbed met de moeder van Manfred, Bianca Lancia, getrouwd. Paus Alexander IV excommuniceerde daarom Manfred van SiciliŽ, maar deze wist zich toch te handhaven als koning van SiciliŽ.


Paus Alexander IX

Alexander IV steunde de kloosterorden, zoals de orde van Sint Franciscus en een van zijn eerste daden was Sint Clara Heilig te verklaren. Verder benoemde hij Albertus de Grote in 1260 tot bisschop van Regensburg. De paus overleed op 5 mei 1261 in Viterbo. Hij werd opgevolgd door Urbanus IV.

Malachiasí Signum Ostiense verwijst ongetwijfeld naar 1231, toen hij benoemd werd tot kardinaal-bisschop van de havenstad Ostia [Antica].

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
28-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 21-30
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 21-30

Profetie 21: Hierusalem Campaniae [Jeruzalem van Champagne]

Urbanus IV [1261-1264]

Echte naam: Jacques Pantaleon [Troyes, Ī 1195 - Perugia, 2 oktober 1264]

Hij was de zoon van een Franse schoenmaker. Hij was eerst kanunnik te Laon, vervolgens aartsdiaken te Luik, bisschop van Verdun [1253] en patriarch van Jeruzalem [1255]. Op 29 augustus 1261 werd hij, door het college van kardinalen dat nog slechts uit acht leden bestond, tot paus gekozen en resideerde hij in Ovieto.


Paus Urbanus IV

Hij versterkte het Franse evenwicht in de Curie en verkreeg dat SiciliŽ aan het Huis Anjou toekwam [1264]. Aan Thomas van Aquino verzocht hij om een dogmatische verhandeling over de geschillen tussen Oost en West "Contra errores Graecorum" [1263]. Hij stelde ook het feest van Sacramentsdag in [1264]. Het officie hiervan was gemaakt door de Heilige Thomas van Aquino, die sinds 1261 aan het pauselijke hof werkzaam was als Ďmagister sacri palattií [theologisch adviseur].

Geboren in de Champagnestreek en verheven tot patriarch van Jeruzalem kreeg hij van Malachias een heel juiste omschrijving.

Profetie 22: Draco depressus [De verpletterende draak]

Clemens IV [1265-1268]

Echte naam: Gui Faucoi le Gros [Piacenza, 1210 - Arezzo, 10 januari 1276]

Gui Faucai werd tot paus verkozen op 5 februari 1265, na een conclaaf van vier maanden te Perugia. Het conclaaf duurde zolang omdat de kardinalen het oneens waren om al dan niet te hulp te vragen van Karel van Anjou, de jongste broer van Koning Lodewijk IX van Frankrijk om de oorlog tegen het Huis van Hohenstaufen voort te zetten. Hij was een tijdlang ook de persoonlijke secretaris van Lodewijk IX. Paus Clemens IV was weduwnaar van Margueritte Ruffi, dochter van Jacques en Cťcile du Sault. Zij kregen meerdere kinderen, waar er twee van overleefden: Mabilie [later kloosterzuster] en Cťcile.

In 1256 werd hij bisschop van Le Puy en drie jaar later werd het Aartsbisschop van Narbonne. In 1261 werd Gui Fulcodi door de paus benoemd tot kardinaal van Sabina waar hij tot 1264 zijn ambt uitoefende. De periode daarna is hij door de paus als afgevaardigde naar Engeland gestuurd om daar orde op zaken te stellen.

Hij staat vooral gekend om zijn conflict met het huis Hohenstaufen, waarbij Manfred het leven liet bij de slag van Benevento op 22 februari 1266 en waarbij Koenraad [de laatste Hohenstaufen] bij de volgende slag van Tagliacozzo op 23 augustus 1268 wert gevangen genomen en onthoofd op het marktplein in Napels op 29 oktober 1268.


Het pauselijk wapen van Clemens IV

De Heilige Malachius verwijst in zijn voorspelling naar het wapen van Clemens IV, met daarin een adelaar die een draak overwint.

Profetie 23: Anguineus Vir [Een slangachtige man]

Gregorius X [1271-1276]

Echte naam: Tebaldo Visconti [Piacenza, 1210 - Arezzo, 10 januari 1276]

Gregorius X was aartsdiaken van Luik voordat hij tot paus gekozen werd. Zijn pontificaat liep van van 1271 tot 1276.

Na de dood van paus Clemens IV was de zetel van Petrus bijna drie jaar lang vacant geweest als gevolg van strijd tussen Franse en Italiaanse kardinalen. Uiteindelijk besloten de inwoners van Viterbo, waar het conclaaf bijeen was, de kardinalen op te sluiten en op water en brood te zetten, totdat zij een paus gekozen zouden hebben. Als compromiskandidaat werd de Luikse aartsdiaken van Italiaanse afkomst Tebaldo Visconti op 1 september 1271 gekozen in het Petrusambt. Hij was op dat moment druk bezig met zijn deelname aan de Negende kruistocht en verbleef in Akko, waar hem het bericht van zijn nieuwe taak bereikte. Omdat de keus was gevallen op een diaken, werd hij na zijn aankomst in Rome op 13 maart eerst tot priester gewijd [19 maart]. Op 27 maart 1271 werd hij paus Gregorius X.

Gregorius X riep al in maart 1272 een algemeen concilie bijeen, dat op 1 mei 1274 plaatshad in Lyon en de geschiedenis inging als het Tweede concilie van Lyon. De belangrijkste doelstelling van het concilie was de organisatie van een nieuwe kruistocht, maar ondanks toezeggingen van verschillende vorsten [waaronder de koningen van SiciliŽ, Frankrijk en Engeland] bleven het enthousiasme en de financiŽle armslag te beperkt. Op het Tweede concilie van Lyon kwam het daarnaast op initiatief van keizer Michael VIII van Byzantium tot een einde van het Grote Schisma van 1054. Dit akkoord werd reeds in 1282 herroepen door MichaŽls zoon Andronikos II Palaiologos. Tot slot werd de procedure voor een pauskeuze vastgelegd, die tot paus Paulus VI [1963-1978] ongewijzigd bleef.

Met het oog op de te organiseren kruistocht zette Gregorius X zich in voor een einde van de strijd tussen de Ghibellijnen en de Welfen. Tussen 1254 en 1273 beschikt het Heilige Roomse Rijk weliswaar formeel over een keizer, maar deze oefenden nauwelijks bestuur uit wegens gebrek aan autoriteit. Paus Gregorius X dreigde nu zelf een keizer te benoemen, als de keurvorsten niet in staat zouden blijken om een daadkrachtige keizer te kiezen. Vervolgens werd op 1 oktober 1273 Rudolf van Habsburg in Frankfurt benoemd en eind oktober in Aken gekroond. Rudolf I en Gregorius X ontmoetten elkaar daarop in 1275 in Lausanne en zij besloten dat Rudolf de keizerskroon op 2 februari 1276 zou worden opgezet. Omdat Gregorius X op 10 januari 1276 stierf, kwam daarvan niets meer terecht. Gregorius X werd in de dom San Donato van Arezzo, waar hij overleden was, begraven.

In 1272 verkondigde Gregorius X een aantal maatregelen jegens de joden, waaronder de verklaring dat joden het petitierecht hadden. Gregorius X bevestigde dat het dopen van joden tegen hun wil niet geoorloofd was, en geweld nog minder. In conflicten zouden getuigenissen van christenen tegen joden niet geldig zijn, indien niet tenminste een jood die getuigenissen zou beamen. Sinds het begin van de kruistochten was het geweld en de verdrijving van joden een toenemend verschijnsel in Europa geworden.

Paus Gregorius X wordt vereerd als zalige. Zijn feestdag valt op 9 januari.


Het wapen van de Viscontis

Opnieuw verwijst Malachius naar een wapen, ditmaal naar het huis van Visconti, waarbij een man wordt afgebeeld in de bek van een slang.

Profetie 24: Concionator Gallus [Een Franse prediker]

Innocentius V [1276]

Echte naam: Pierre de Tarantaise [Tarantaise-Moutiers, Savoie 1276, - Rome, 22 juni 1976]

Innocentius V, een dominicaan, was paus van 21 januari tot 22 juni 1276.

Hij werd circa 1225 geboren in Savoye als Pierre de Tarantaise. Rond 1240 trad hij in Lyon toe tot de orde van de dominicanen. Hij studeerde theologie in Parijs en doceerde er nadien. Hij schreef onder andere een commentaar op de Sententiae van Petrus Lombardus. Zijn bijnaam was "Doctor Famosissimus"

Hij werd in 1272 tot aartsbisschop van Lyon gewijd en in 1273 tot kardinaal van Ostia verheven. In 1274 was hij een prominent deelnemer aan het Tweede concilie van Lyon, dat plaatsvond in de kathedraal van Lyon. In dat jaar sprak hij ook bij de begrafenis van de grote franciscaan Bonaventura. Hij werd paus als opvolger van Gregorius X, van wie hij de vertrouwde raadman was. Gedurende zijn korte pontificaat kon deze eerste Dominicaanse paus weinig bereiken. Hij zette zich in voor de hereniging met de Oosterse Kerken. Leo XIII verklaarde hem in 1898 zalig. Zijn feestdag is 22 juni.


Dominicus Guzman, stichter van de Orde der Predikers

De profetie van Malachias duidt op het feit dat Paus Innocentius lid was van de orde der predikers, opgericht te Toulouse door de Heilige Dominicus Guzman, en die hiervoor de goedkeuring verkreeg van Paus Honorius III in 1216.

Profetie 25: Bonus Comes [Een goede Graaf]

Adrianus V [1277]

Echte naam: Ottobuono Fieschi dei Conti di Lavagna [Genua, 1220 - Viterbo, 18 augustus 1276]

Duurde het pontificaat van de vorige Paus maar amper zes maanden, dan zou Adrianus V sterven nog voor hij tot priester en bisschop werd gewijd en tot paus gekroond werd.

Hij was een neef van paus Innocentius IV. Hij was pauselijk legaat in Engeland van 1262 tot 1268, waar hij bemiddelde in de strijd van koning Hendrik III. In 1244 werd hij aartsdiaken van Bologna en Parma. Hij was kapittelheer aan de kathedraal van Reims [1243-1250], de kathedraal van Piacenza [1247] en Parijs [1244 tot 1270]. In 1251 werd hij tot kardinaal-diaken van San Adriano benoemd door zijn oom Innocentius IV. Hij was ook aartspriester van de Basilica Papale di Santa Maria Maggiore, de grootste kerk in Rome die gewijd is aan de Heilige Maagd.

Ottobuono behoorde tot de feodale familie van Ligura, de Fieschis, graven van Lavagna, meteen de uitleg voor de profetie van Malachius [Ottobuono en graaf].

Profetie 26: Piscator Tuscus [Toscaanse Visser]

Johannes XXI [1276-1277]

Echte naam: Pietro Juliani [bijnaam Petrus Hispanus] [Lissabon, ca 1215, - Viterbo, 20 mei 1277]

Hij was paus van 8 september 1276 tot bij zijn dood in mei 1277. Hij was de enige paus uit Portugal. Hij was aartsbisschop van Braga.

Johannes XXI was een Portugese arts en filosoof en theoloog. Hij bracht zijn tijd vooral door in zijn laboratorium en bibliotheek. Zijn opvolger Nicolaas III oefende tijdens het pontificaat van Johannes een grote invloed uit op het bestuur van de kerk.


Paus Johannes XXI

Van 1245 tot 1250 werd hij bekend als "Pedro Hispano" [omdat hij van Spanje, het Iberische schiereiland kwam] en onderwees hij geneeskunde aan de universiteit van Siena, waar hij de "Summulae Logicales," een handboek over de logica van Aristoteles dat voor meer dan driehonderd jaar aangewend bleef in de Europese universiteiten. Hij genoot faam als docent aan de universiteit en keerde daarop teug naar Lissabon. In de tribunalen van Guimaraes was hij de raadsman en woordvoerder van koning Alfonso III van Portugal [1248-79] bij kerkelijke aangelegenheden en zo werd hij prior van Guimaraes. Hij poogde Bisschop te worden van Lissabon, maar slaagde hier niet in. In de plaats hiervan werd hij hoofd van de school van Lissabon. Als een notable filosoof, was hij verantwoordelijk voor het vierkant van tegenstellingen, ook wel het oppositievierkant genoemd

Hij werd de persoonlijke geneesheer van Paus Gregorius X [1271-76]. In maart 1273 werd hij aartsbisschop van Braga, maar hij nam deze post niet waar omdat hij op 3 juni 1273 door Paus Gregorius werd benoemd tot kardinaal-bisschop van Frascati.

Na de dood van Paus Adrianus V, op 18 augustus 1276, werd Pedro Hispano tot Paus verkozen, na een conclaaf van kardinalen, op 13 september. Een week later werd hij gekroond. Een van de weinige daden tijdens zijn kort pontificaat was het decreet van het Tweede Concilie van Lyon [1274] ongedaan te maken, waardoor niet alleen de kardinalen werden afgezonderd bij een pausverkiezing, maar ook hun voedsel en drinken geleidelijk werd aan banden gelegd bij een te lang conclaaf.

Zijn korte termijn stond onder een te grote invloed van de machtige kardinaal Giovanni Gaetano Orsini [die hem zou opvolgen als Paus Nicolaas III]. Hij liet een nieuwe vleugel bijbouwen aan zijn paleis in Viterbo. Deze was slecht gebouwd en in zijn slaap stortte een gedeelte van het dak in, waarbij hij zwaar werd gewond en een week later, op 20 mei 1277, zou overlijden. Zijn graftombe is nog steeds te zien in de Dom van Viterbo.

Ook hier is de zinspeling van Malachias duidelijk. Visser verwijst naar zijn voornaam Petrus en hij onderwees geneeskunde aan de Universiteit van Siena, de hoofstad van Toscane.

Profetie 27: Rosa Composita [Samengestelde Roos]

Nicolaas III [1277-1280]

Echte naam: Giovanni Gaetano Orsini [Rome, 12 december 1216, - Soriano, Viterbo, 22 augustus 1280]

Hij was een Romeins edelman die gediend had onder acht pausen, benoemd door paus Innocentius IV tot kardinaal-deken van San Nicola in Carcere Tulliano, tot beschermheer van de Franciscanen door paus Alexander IV, in 1262 tot inquisiteur-generaal door paus Urbanus IV. Door zijn invloed werd Urbanus IV in 1261 tot paus verkozen. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de verkiezing van Gregorius X en van Johannes XXI. Uiteindelijk volgde hij Johannes XXI op, grotendeels dankzij familieconnecties, na een vacature van acht maanden op de Heilige Stoel.

Zijn korte pontificaat werd gekenmerkt door een aantal belangrijke gebeurtenissen. Nicolaas was een politiek natuurtalent: hij versterkte de politieke positie van het Vaticaan in ItaliŽ aanzienlijk. Hij sloot in mei 1278 een concordaat met de Roomse koning Rudolf I van Habsburg [reg. 1273-91], waarbij de Romagna en het exarchaat van Ravenna aan de paus toevielen. In juli van hetzelfde jaar vaardigde hij een verbod met blijvende betekenis uit op het benoemen van buitenlanders in het burgerlijke bestuur van de stad Rome. Hij zond missionarissen naar PerziŽ en China.

Op 14 augustus 1279 vaardigde hij de bul "Exiit qui seminat" uit over de interpretatie van de kloosterregel van Franciscus van Assisi, waarmee hij het geschil beslechtte binnen de Franciscaner orde tussen de strenge en de rekkelijke stroming. Hij stelde dat armoede veeleer een gemeenschappelijke dan een individuele kwestie is.

Hij liet tegen enorme kosten het Lateraanse paleis en het Vaticaan repareren en liet bovendien een fraai buitenhuis bouwen in Soriano bij Viterbo. Hij stierf aan een hartaanval.


Het wapen van de Orsinis

De Heilige Malachias verwijst naar het wapen van de Orsinis, de Roos, een composiet- of samengesteldbloemigen. Voor de vroege Christenen symboliseerde de roos de vijf wonden van Christus. Later werd de roos het symbool van het bloed der martelaren en werd zij een attribuut van Maria, de moeder van Jezus.

Profetie 28: Ex Telonio Liliacei Martini [Uit het tolhuis van Martini van de Lelies]

Martinus IV [1281-1285]

Echte naam: Simon de Brion Montpensier, 1210, - Perugia, 28 maart 1285]

Martinus IV was Paus van 22 februari 1281 tot aan zijn overlijden in 1285. Simon werd op het kasteel Montpensier in de oude Franse provincie Touraine geboren en werd kanunnik en schatbewaarder in de kerk van Sint Martinus in Tours. In 1260 werd hij kanselier van koning Lodewijk IX van Frankrijk en legaat van de paus in Frankrijk, waar hij de onderhandelingen voerde die leidden tot de overneming van SiciliŽ door Karel van Anjou. Zijn pausverkiezing gebeurde onder druk van Karel van Anjou. Zes maanden na de dood van paus Nicolaas III werd hij in 1281 eenstemmig tot paus gekozen. Wegens anti-Franse gevoelens in Rome, kon hij na zijn verkiezing niet naar het Vaticaan gaan.

Hij steunde de pogingen van Karel van Anjou om het Latijnse Keizerrijk van Constantinopel te herstellen en excommuniceerde de Byzantijnse keizer MichaŽl VIII Palaeologus. De politiek van Martinus om Karel van Anjou te steunen heeft er toe bijgedragen om de hereniging met Byzantium, die paus Gregorius X in 1274 tot stand had gebracht, te vernietigen. De paus werd getroffen door de Siciliaanse Vespers [1282], die door keizer Andronicus II van Byzantium ondersteund werden. De Siciliaanse Vespers [Italiaans: I Vespri Siciliani] is de populaire naam voor de volksopstand die op 31 maart 1282 te Palermo op SiciliŽ uitbrak en zich vandaar over het gehele eiland verbreidde.


Siciliaanse Vespers, geschilderd door Francesco Hayez

Het was een vrij algemeen verzet uit ongenoegen tegen de heerschappij van koning Karel van Anjou [zie onder Geschiedenis van SiciliŽ]. Deze had er met harde hand zijn gezag opgelegd en daarbij zowel de moslims [die er nog steeds een belangrijke plaats innamen] als de aanhangers van de door hem verdreven Hohenstaufen [Manfred en Konradijn], tegen zich in het harnas gejaagd. Hij had ze van hun land en privileges beroofd, hen verjaagd en vervangen door edelen en boeren uit de Franse Provence. Bovendien hief hij zware belastingen met het oog op zijn geplande oorlog tegen het Byzantijnse Rijk. Peter III van Aragůn, die door zijn huwelijk met een dochter van Manfred aanspraak kon maken op de Siciliaanse troon, was volop in onderhandeling met de vijanden van Karel van Anjou, toen onverwachts de opstand uitbrak.

Aanleiding was de belediging door een Franse officier van een Siciliaanse vrouw. Deze was op weg naar de avonddienst [de vespers] in de kerk Santo Spirito te Palermo en werd door de officier gefouilleerd op verboden wapenbezit. Dit ontaardde tot een publiek schandaal. In de kerk werd de officier neergestoken, wat het sein gaf tot een algemene moordaanval op al wat Frans [ProvenÁaals] was. Iedereen die het woord "cicero" niet correct kon uitspreken ging eraan. Er waren zeer veel slachtoffers. De troepen van Peter, die zich in 1283 tot koning van SiciliŽ liet kronen, slaagden er in de rust te herstellen.

Deze brachten koning Peter III van Aragůn op de troon van SiciliŽ, waarop Paus Martinus IV Peter III excommuniceerde.

Sint Malachias doelt duidelijk op de positie van de paus als schatbewaarder van de kerk van Sint Martinus in Tours. Ook zijn Pausnaam is Martinus. De lelie is een bekend embleem van het Franse Koningshuis.

Profetie 29: Ex Rosa Leonina [Van de Roos met Leeuwen]

Honorius IV [1285-1287]

Echte naam: Giacomo Savelli Rome, 1210, - Rome, 3 april 1287]

Honorius IV was paus van 2 april 1285 tot zijn overlijden in 1287. Hij had een nogal onopvallende loopbaan voor hij de pauselijke troon beklom. Ook was hij de laatste Paus die gehuwd was, alvorens zijn ambt te aanvaarden.

Savelli werd geboren in Rome, als telg uit de rijke en machtige Savelli familie. Hij was aanvankelijk gehuwd en had minstens twee zonen. Een van hen werd stadsbestuurder van Urbino en stierf voor 1279, een andere werd senator in Rome en stierf in 1306. Na de dood van zijn vrouw, trad hij in. Op 20 mei 1285 was er de Pauselijke kroning in de Sint Pietersbasiliek te Rome. Honorius IV had reeds een hoge leeftijd en leed heel ernstig onder het jicht, waardoor hij niet meer kon rechtop staan, noch wandelen. Bij het opzeggen van de Heilige Mis moest hij op zijn stoel blijven zitten en werden zijn handen met de Hostie mechanisch omhoog geheven.

Hij studeerde aan de Universiteit van Paris en daarna werd hij kanunnik van de kathedraal van Ch‚lons-sur-Marne. Later werd hij rector van de kerk van Berton, in het Bisdom Norwich, Engeland, een land dat hij trouwens nooit heeft bezocht.

Van 1261 tot 1264 werd hij tot kardinaal-deken van de Santa Maria in Comedin benoemd door Paus Urbanus IV, die hem ook benoemde tot Pauselijke prefect en kapitein van de pauselijke troepen. In 1274 begeleidde hij Paus Gregorius X naar de het Concilie Van Lyon. Hij stond gekend als een goed onderhandelaar.

Zijn keuze tot paus was een van de vlugste uit de geschiedenis. Drie dagen na de dood van paus Martinus IV kozen vijftien van de achttien kardinalen die toen het Heilig College vormden de paus, zonder conclaaf, dat door Gregorius X was voorgeschreven, maar door Johannes XXI buiten werking werd gesteld. Bij de eerste stemming werd Giacomo Savelli eenstemmig verkozen en hij noemde zich Honorius IV.


Het pauselijk wapen van Honorius IV

Malachiasí omschrijving doelt op het wapen van de paus. Twee leeuwen houden een roos vast.

Profetie 30: Picus Inter Escas [Een specht tussen het eten]

Nicolaas IV [1288-1292]

Echte naam: Girolamo Masi d'Ascoli [Lisciano, 30 september 1227 - Rome, 4 april 1292]

Paus Nicolaas was op jeugdige leeftijd Fransciscaan geworden en werd in 1272 naar Constantinopel gestuurd om de Grieken uit te nodigen deel te nemen aan het Twee Concilie van Lyon. Twee jaar later volgde hij Sint Bonaventura op als generaal van zijn orde. Hij werd tot kardinaal benoemd in 1278 en Martinus IV stelde hem aan tot kardinaal-bisschop van Palestrina bij zijn pausverkiezing.


Paus Nicolaas IV

Masi was de eerste Franciscaan die tot paus verkozen werd. Tijdens zijn pontificaat stond hij sterk onder de invloed van de familie Collonna. Na de dood van Honorius IV op 3 april 1287 was het conclaaf hopeloos verdeeld over de keuze van een opvolger. Pas een jaar later, op 15 februari 1288, kozen de kardinalen eenstemmig Girolamo Masi.

Hij voerde oppositie tegen Rudolf van Habsburg in Hongarije. Tijdens zijn pontificaat werden missionarissen gestuurd naar Bulgarije, EthiopiŽ, China en bij de Tataren.

De verklaring van Malachias wijst op zijn afkomst. Hij kwam uit de Provincie Ascoli, dat nu Ascoli Piceno wordt genoemd.. De Piceni waren de eerste bewoners van deze streek, die door de Romeinen Picenum werd genoemd.

Chris De Bodt


Ľ Reageer (0)
27-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 31-40
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 31-40

Profetie 31: Ex Eremo Celsus [Uit de woestijn verheven]

Celestinus V [1294]

Echte naam: Pietro del Morrone Isernia, 1215 - Fumone, 19 mei 1296]

Celestinus V was paus gedurende zes maanden van het jaar 1294. Celestinus was een uitzonderlijk en kortstondig FremdkŲrper in het laat dertiende-eeuwse, door rijkdom en politieke en juridische belangenverstrengeling verscheurde pausdom. Op zeventienjarige leeftijd trad hij in bij de Benedictijnen. Zijn liefde voor de eenzaamheid leidde hem naar de wildernis van Montemorrone en later naar die van Majellaberg. Hij volgde het voorbeeld van Johannes De Doper en droeg een haren kleed dat met knopen ruw gemaakt was.

Elke dag, behalve op zondag, droeg hij een ijzeren ketting en gedurende lange perioden leefde hij op water en brood. In juli 1294 beklommen drie kardinalen, vergezeld van een grote menigte monniken, de berg en berichtten Pietro dat hij door het Heilig College eenstemmig tot Paus was gekozen. Twee jaar en drie maanden waren voorbij sinds de dood van Nicolaas IV. Petrus aanhoorde zijn verheffing met tranen, maar na een kort gebed gehoorzaamde hij aan wat duidelijk de stem van God leek.


Kroning van Paus Celestinus V

Omdat hij geen verstand had van diplomatie, werd het bij de curie een chaos. Staatszaken beschouwde hij als het verpillen van tijd, die beter kon worden aangewend voor oefeningen in de godsvrucht. Omdat hij bang was voor zijn zielenheil stelde hij voor dat hij afstand zou doen. Zo kwam voor de eerste keer de vraag aan de orde of een paus kon aftreden. Op 13 december riep hij de kardinalen samen, kondigde zijn heengaan aan en zei dat deze tot een nieuwe keuze konden overgaan. Hij werd uiterst wreed behandeld door zijn opvolger Bonifatius VIII, die hem liet arresteren en gevangen zetten. Hij stierf in de gevangenis op 19 mei 1296.

De profetie van Malachias lijkt op een merkwaardige wijze vervuld. Zijn grote voorbeeld was Johannes De Doper, wiens levenswijze hij ook navolgde en zo werd hij letterlijk verheven uit de woestijn.

Profetie 32: Ex Undarum Benedictione [Uit een zegen van de golven]

Bonifatius VIII [1294 - 1303]

Echte naam: Benedetto Gaetani [Anagni, 1235 - Rome, 11 oktober 1303]

Benedetto was Paus van 1294 tot 1303. Zijn claim op de hoogste positie binnen Europa bracht hem in ernstig conflict met Filips de Schone van Frankrijk. Hij was de zoon van een nobele Spaanse familie, die zich eerst in Gaeta en later in Anagni vestigde. Via zijn moeder was hij verwant aan het Huis van Segni.

Benedetto Gaetani was lid van een adellijke familie in de Campagna. Hij studeerde te Bologna zowel Romeins recht als canoniek recht. Hij werd belast met diplomatieke missies naar Frankrijk en Engeland [samen met kardinaal Fieshi om de eendracht te herstellen tussen Hendrik III en de opstandige baronnen. In 1281 werd hij kardinaal. In 1294 volgde hij Celestinus V op, toen het conclaaf hem al elf dagen na diens aftreden tot paus koos. Eťn van zijn eerste daden tijdens zijn pontificaat was het gevangenzetten van zijn voorganger in het kasteel van Fumone. Bijgestaan door twee monniken van zijn orde stierf Celestinus daar op 81-jarige leeftijd.

In 1276 begon hij zijn loopbaan aan het pauselijk hof, waar hij al spoedig een grote invloed kreeg. Het aftreden van Paus Celestinus V wordt dikwijls toegeschreven aan de verkeerde invloed en druk van kardinal Gaetani. Het is hoogst waarschijnlijk dat de verheffing van deze eenvoudige en onervaren kluizenaar een man als Gaetani niet zinde. Deze stond immers zelf bekend als de grootste jurist van zijn dagen en was goed geschoold in de knepen van de pauselijke diplomatie. Hij lijdt geen twijfel dat hij zijn voorganger uiterst gruwzaam behandelde. Hij koesterde de meest exorbitante begrippen inzake de pauselijke suprematie en formuleerde zijn aanspraken met zeer veel klem. Zijn regering werd gekenmerkt door politieke intriges in de hele westerse wereld en daarin had hij een groot aandeel.

Met de bul "Clericus laicos" van 1296 probeerde hij de Franse koning het recht te ontnemen om belastingen te eisen van geestelijken ter financiering van zijn oorlog tegen Engeland. De koning verbood handel vanuit Frankrijk met de paus. Als gebaar van verzoening verklaarde de paus in 1297 Lodewijk IX heilig.


Tombe van Bonifatius VIII in de ondergrondse grotten van het Vaticaan

Door zijn voortdurende bemoeienissen met wereldse zaken geraakte hij ook in conflict met Albrecht I en met de invloedrijke Romeinse familie Colonna. In 1300 stelde hij voor het eerst een Heilig Jaar in.

In 1301 formuleerde Bonifatius VIII in de bul Unam sanctam een zeer scherp standpunt ten aanzien van de suprematie van de pausen. Hierin stelde hij dat het voor ieder levend wezen noodzakelijk was voor zijn redding zich te onderwerpen aan de Paus. Bonifatius was intussen ook in conflict geraakt met de invloedrijke familie Colonna en trok zich terug in een slot in Anagni, zijn geboortestad.

Filips de Schone reageerde fel op de pauselijke pogingen om zijn gezag te ondermijnen en besloot de paus gevangen te nemen en naar Frankrijk te brengen. Willem van Nogaret kreeg die opdracht. Samen met Sciarra Colonna trok hij naar Anagni. Gebroken stierf Bonifatius een maand later. Zijn opvolger werd paus Benedictus XI.


Guillaume de Nogaret neemt Paus Bonifatius VIII gevangen

In 1298 had Bonifatius VIII het "Liber Sextus" uitgevaardigd, een verzameling van pauselijke decretalen [vonnissen in briefvorm] als vervolg op het eerdere kerkelijk wetboek, het "Liber Extra" van Gregorius IX uit 1234. Met de bul "Super cathedram" perkte hij het recht van de bedelorden in om te preken en biecht te horen. Zo verminderde hij de wrijving tussen hen en seculiere priesters. Hij stichtte in 1303 de eerste universiteit van Rome.

Na Bonifatius' dood werd op aandringen van de Franse koning een proces tegen hem geopend wegens ketterij. Het Concilie van Vienne [1311-1312] besloot echter dit proces niet voort te zetten.


Wapen van paus Bonifatius VIII

Verhalen dat hij in een aanval van razernij stierf, terwijl hij op zijn handen beet en met zijn hoofd tegen de muur bonsde, zijn niet bewezen.

De Latijnse spreuk van Malachias is tegelijk een verwijzing naar zijn voornaam als naar zijn wapen als paus.

Profetie 33: Concionator Patarensis [Een prediker uit Patara]

Benedictus XI [1303-1304]

Echte naam: NiccolÚ Boccasini [Treviso, 1240 - Perugia, 7 juli 1304]

NiccolÚ Boccasini trad al jong [op de leeftijd van veertien jaar] toe tot de Dominicanen. Hij studeerde en doceerde theologie. In 1286 werd hij voor zijn orde provinciaal van Lombardije. In 1296 werd hij magister-generaal van de Dominicanen. Hij was een krachtig verdediger van het optreden van Bonifatius VIII. Uit dankbaarheid hiervoor verhief deze paus hem in 1298 tot kardinaal. Hij werd bisschop van Ostia en deken van het Heilige College.

Toen de vijanden van de Paus in 1303 het paleis bezetten, bleven enkel hij en een andere kardinaal aan de zijde van Bonifatius VIII staan en verdedigden hem. Toen hij in oktober van 1303 eenstemmig tot paus werd gekozen, koos hij de naam Benedictus, ter herinnering aan Benedetto Gaetani, zijn vriend en voorganger.

Hij raakte verwikkeld in conflicten met de kardinalen die tot de Romeinse familie Colonna behoorden. De spanning liep zo hoog op dat hij in 1304 Rome verliet en naar Perugia ging.

Het grootste probleem van zijn pontificaat was het conflict met de Franse koning Philips de Schone. Hij deed concessies aan Frankrijk, zoals het vrijwel geheel intrekken van de bul "Clericis Laicos" van 1296, maar hij dreigde Guillaume de Nogaret en zijn helpers, de daders van de aanslag te Anagni op Bonifatius VIII, met excommunicatie. Hij trok diens bul "Super cathedram" [1301] in, die de rechten van de bedelorden om te preken en biecht te horen had ingeperkt.

Zwaar ziek overleed hij op 7 juli 1304 te Perugia, na een pontificaat van slechts acht maanden. Men vermoedt dat hij vergiftigd werd. Hij werd begraven in de San Domenico aldaar. Benedictus XI werd opgevolgd door paus Clemens V. Paus Clemens XII verklaarde Benedictus XI in 1736 zalig. Zijn feestdag is 7 juli.

Malachias zinspeelt op Patara, de thuisstad van de Heilige Nicolaas, een naamgenoot van hem. Hij behoorde tot de Orde der Predikers.

Profetie 34: De Fessis Aquitanicis [Een lint uit AcquitaniŽ]

Clemens V [1305 - 1314]

Echte naam: Bertrand de Gouth [Villandrot, 1264 - Roquemaure, 20 april 1314]

Paus Clemens V werd in het Franse AquitaniŽ, uit een familie van aanzien. Zijn broer was aartsbisschop van Lyon. Bertrand de Gouth studeerde rechten in Orlťans en Bologna. Hij was aartsbisschop van Bordeaux geweest, een zetel waarop paus Bonifatius VIII hem in 1299 had benoemd. In 1305 werd hij na een conclaaf van elf maanden tot paus verkozen.

Clemens is de paus die als eerste de tiara, de pauselijke drievoudige kroon droeg. Tijdens de gebruikelijke pauselijke processie werd de paus door een instortende muur van zijn paard geworpen. Een van zijn broers, en ook kardinaal Mathheus Orsini, die twaalf conclaven had bijgewoond en dertien pausen had gekend, werden gedood. Het kostbaarste juweel uit de pauselijke kroon ging die dag verloren. Dit incident wordt door velen als een profetie uitgelegd. Hij stierf in april 1314.

Hij trok met zijn gevolg in 1309 naar Avignon en luidde de zogenaamde Babylonische ballingschap der pausen in [de periode van 1309 tot 1377, waarin de pausen niet in Rome zetelden]. De Franse koning Filips IV wist de paus ervan te overtuigen dat het verstandig was in Avignon te gaan wonen, naar aanleiding van de verwarde toestand in Rome. Deze periode betekende een dieptepunt in het prestige van de pausen. Zij maakten zich geheel afhankelijk van de Franse koning.

Filips de Schone was vastbesloten om de Orde van de tempeliers op te doeken. Hij beschuldigde ze van ketterij, maar enkel de Katholieke Kerk kon een dergelijk vonnis vellen. Filips had gedacht dat het proces na de bekentenissen snel afgehandeld zou worden, maar paus Clemens zorgde ervoor dat het nog jaren aansleepte. Op 22 november 1307 droeg Clemens alle christelijke vorsten op de tempeliers te arresteren en hun bezittingen beschikbaar te stellen aan de kerk in afwachting van het proces. In februari 1308 schortte hij de activiteiten van de Franse inquisiteurs op. Op 12 augustus 1308 verscheen de pauselijke aanklacht tegen de tempelorde. Een commissie moest de aanklacht onderzoeken.

Het concilie van Vienne was bepalend voor het lot van de tempeliers. Op 3 april 1312 deelde de paus mee dat hij besloten had de tempelorde op te heffen zonder haar te veroordelen voor ketterij. Met de bul "Vox in Excelso" schafte hij de tempelorde af, met de bul "Ad Providam" droeg hij hun bezittingen over aan de hospitaalridders. Clemens was niet bij machte geweest om weerstand te bieden aan de druk van de Franse koning.

In 2001 werd het "Perkament van Chinon" gevonden in het Archivio Segreto Vaticano. Naast de verhoren van een aantal tempeliers bevat het ook aantekeningen van paus Clemens. Daaruit zou blijken dat hij de tempeliers in 1314 vrijgesproken heeft van ketterij, hen de pauselijke absolutie geschonken heeft en zelfs vergiffenis gevraagd heeft.


Wapen van Clemens V

Malachias verwijst naar zijn geboortestreek AcquitaniŽ en naar zijn wapen met drie horizontale balken, in de wapenkunde gekend als een lint ["Fesse" is oud Frans en in het Latijn is het "Fascia"]

Profetie 35: De Sutore Osseo [Van de schoenmaker uit Osa]

Johannes XXII [1316-1334]

Jacques DuŤze [ook gespeld als Jacobus Arnoldi Deuza, of d'Osa of d'Euze] [Cahors, 1249 - Avignon, 4 december 1334]

Hij was de tweede en belangrijkste Paus van de Babylonische ballingschap te Avignon. Hij is ťťn van de weinige pausen die ooit van ketterij werd beschuldigd. Eerst was hij bisschop van Frťjus [1300], daarna van Avignon [1310], en werd vervolgens bevorderd tot kardinaal [1312] onder zijn voorganger Clemens V.

Na een sedisvacatie van meer dan twee jaar, werd hij op 7 augustus 1316, na een bijzonder lastige en ingewikkelde verkiezingsprocedure, tot paus verkozen, met de steun van de toekomstige koning Filips V van Frankrijk en van koning Robert van Napels. De 72-jarige kardinaal DuŤze leek een compromisfiguur: gezien zijn leeftijd en zijn zwakke gezondheid dachten zijn kiezers dat hij slechts een overgangspaus zou zijn. In werkelijkheid duurde zijn pontificaat achttien jaar...

Nadat zijn voorganger zich in 1309 te Avignon was komen vestigen, besloot hij in die stad te blijven, en hij versterkte er de Franse invloed in de curie aanzienlijk. Met ongewone energie en enthousiasme wijdde de bejaarde paus zich aan zijn taak. Tijdens zijn pontificaat voerde hij belangrijke bestuurlijke en financiŽle hervormingen in de Kerk door. Hij reorganiseerde de werking van de curie, ontnam aan de kanunniken van de kathedrale kapittels het recht de bisschoppen te kiezen, en sleutelde aan de omvang van de bisdommen door de meest uitgestrekte te splitsen of er de grenzen van te verleggen. Hij saneerde de financiŽle toestand van de kerk door de invoering van een pauselijk belastingssysteem, de zgn. "annaten." Zijn benoemingen voor het college van kardinalen betroffen, met een paar uitzonderingen, haast allemaal Fransen. Hij bezondigde zich ook aan schaamteloos nepotisme, door schenkingen en kerkelijke ambten aan vrienden en verwanten toe te kennen.

Johannes XXII mengde zich in een slepend conflict dat verdeeldheid zaaide binnen de orde der Minderbroeders, door de kant van de conventuelen te kiezen, tťgen de spiritualen. Deze laatsten predikten de absolute armoede en beschouwden zelfs het opslaan van levensmiddelen als zondig. Een handjevol hardleerse spiritualen die zich tegen de pauselijke beslissing bleven verzetten, verschenen voor de Inquisitie en belandden uiteindelijk in 1318 op de brandstapel.

Maar ook daarna volhardden de minderbroeders, tot grote ergernis van de paus, in hun visie dat Christus en de apostelen gťťn eigendommen hadden bezeten. De meerderheid van de Minderbroeders onderwierpen zich in 1325 aan het pauselijke gezag, maar een minderheid scheidde zich af,waaronder MichaŽl van Cesena en de beroemde filosoof Willem van Ockham [Ü1347, de persoon die model stond voor de hoofdfiguur William van Baskerville in Umberto Ecoís's roman "De naam van de roos," waarvan het verhaal kadert in deze theologische discussie].

Johannes XXII sloeg deze allemaal in de ban, en verklaarde dat het recht om bezittingen te hebben reeds van de tijd van Adam en Eva dateerde.

Tussen 1331 en 1332 deed hij zelf een paar uitspraken die hem tot aan zijn dood zouden achtervolgen: hij ontwikkelde de visie dat de heiligen God pas na het Laatste Oordeel van aangezicht tot aangezicht zouden aanschouwen, en dat de verdoemden nog niet definitief in de hel waren. Deze visie werd in 1333 aan de universiteit van Parijs veroordeeld en door zijn tegenstanders [onder wie Willem van Ockham] aangegrepen om zich tegen hem te keren.


Johannes XXIII

Er werd aangedrongen om de paus door een algemeen concilie te laten veroordelen en af te zetten. Maar zover zou het niet komen... Johannes XXII werd ernstig ziek en op zijn sterfbed, in aanwezigheid van zijn kardinalen, verklaarde hij zich bereid om zijn standpunten te herroepen, als die zo strijdig waren met de gangbare geloofsopvattingen binnen de kerk.

Hij overleed op 4 december 1334, op de leeftijd van 89 jaar, en werd begraven in de kathedraal Notre-Dame-des-Doms te Avignon.

De spreuk van Malachias verwijst volledig naar zijn afkomst en naar zijn familienaam. Bovendien beweren alle geschiedkundigen dat hij de zoon was van een schoenmaker.

Profetie 36: Corvus Schismaticus [Een schismatieke kraai]

Nicolaas V [1328- 1330] [Tegenpaus]

Echte naam: Pietro Rainalducci di Corvario [? - Avignon, 16 oktober 1333]

In 1328 ontving de geŽxcommuniceerde Duitse koning Lodewijk van Beieren de keizerskroon van Sciarra Colonna. Op 18 april verklaarde deze, in naam van Lodewijk van Beieren, Johannes XXII tot ketter, indringer en verdrukker van de kerk en ontdeed hem daarom van zijn pauselijke waardigheid. Een stropop die de paus voorstelde werd te Rome openlijk verbrand en op 12 mei werd een Franciscaner monnik, Pietro, door Lodewijk tot tegenpaus uitgeroepen. Deze nam de naam Nicolaas V aan. In augustus 1330.

Lodewijk trok zich echter in 1329 uit Rome terug, waardoor de tegenpaus zijn steun verloor. Deze kon niets anders dan naar Avignon reizen en zich aan Johannes XXII onderwerpen. In augustus 1330 schreef Pietro naar Paus Johannes XII en vroeg hij kwijtschelding en vergiffenis. Deze werden hem verleend, maar Pietro mocht de stad niet meer verlaten. Hij bracht zijn drie resterende levensjaren door in vrijwillige boete en studie. Hij stierf in 1333.

Malachias profetie is een zinspeling op zijn naam en als tegenpaus zit men uiteraard steeds met een schisma.

Profetie 37: Frigigus Abbas [De koele abt]

Benedictus XII [1334- 1342]

Echte naam: Jacques Fournier [Gascogne, Ī 1280 - Avignon, 25 april 1342]

Fournier was afkomstig uit Gascogne, waar hij tussen 1280 en 1285 geboren werd als zoon van een bakker. Hij trad in bij de CisterciŽnzers. In zijn jonge jaren studeerde hij theologie te Parijs. In 1311 werd hij abt van de abdij Sainte-Marie de Fontfroide nabij Narbonne. Hij volgde er zijn oom Arnorld Novelli op. Hij werd in 1317 bisschop van Pamiers en in 1326 van Mirepoix. Als bisschop van Pamiers toonde hij zich een onvermoeibaar inquisiteur. Hoogstpersoonlijk leidde hij het onderzoek naar de laatste grote groep Zuidfranse Katharen in het PyreneeŽndorp Montaillou. Thans kent dit dorp nog tien inwoners en boven het dorp vindt men nog steeds de ruÔnes van het Ch‚teau de Montaillou, waar zich de laatste aanhangers van de Katharen bevonden. Hij nam de registers van zijn onderzoek zelfs mee toen hij paus werd. Johannes XXII benoemde hem in 1327 tot kardinaal. Hij nam deel aan de heftige strijd over de apostolische armoede die de Franciscanen zeer verdeelde. Na de dood van Johannes XXII werd hij na een kort conclaaf op 20 december 1334 tot paus gekozen. Hij overleed op 25 april 1342. Clemens VI werd zijn opvolger.

Benedictus XII was paus in het tijdvak van de Babylonische ballingschap der pausen [1309-1376]. Hij begon met de bouw van het beroemde Palais des Papes te Avignon waar de pausen sinds 1309 verbleven. Zelf sober en eenvoudig levend streefde hij ernstig naar hervorming en versobering bij de kloosterorden. Zijn pogingen om het conflict tussen Engeland en Frankrijk op te lossen mislukten: in 1337 begon wat later de Honderdjarige Oorlog [1337-1453] is gaan heten.

In 1334 gaf hij aan Petrarca de opdracht om de wensen van Rome in een gedicht uit te drukken. Dezelfde Petrarca werd tijdens het pontificaat van Benedictus XII op het Capitool te Rome tot dichter gekroond.

Het onderzoek van Jacques Fournier naar de katharen van Montaillou is bekend geworden door de editie en vertaling van zijn inquisitieregisters [bewaard in de Vaticaanse Bibliotheek] door Jean Duvernoy en de studie erover van Emmanuel Le Roy Ladurie uit 1975, Montaillou, village occitan.


Abdij Sainte-Marie de Fontfroide

Malachias verwijst naar zijn periode als abt van de Abij Sainte-Marie de Fontfroide, abt van het klooster van de koele bron.

Profetie 38: Ex Rosa Atrabensis [Uit de Roos van Arras/Atrecht]

Clemens VI [1342- 1352]

Echte naam: Pierre Roger de Beaufort [Maumont 1291 - Avignon, 6 december 1352]

Clemens VI was paus van 7 mei 1342 tot aan zijn overlijden in 1352. Clemens is van Franse adellijke afkomst. Hij wordt geboren onder de naam Pierre Roger en treedt vroeg in zijn leven tot de orde van de Benedictijnen toe. In 1326 wordt hij abt van Fecamp en Bisschop van Arras in 1328. Een jaar later krijgt hij de post van aartsbisschop van Sens. Kardinaal wordt hij in 1338. In de eerste vier maanden van zijn pausschap benoemt hij tien nieuwe kardinalen, van wie er maar liefst negen ook uit Zuid-Frankrijk komen.

Tijdens zijn regering nam hij het slepende conflict met keizer Lodewijk van Beieren weer op en Lodewijk onderwierp zich uiteindelijk aan de paus. Clemens was eerder een wereldlijk vorst dan een kerkelijke bewindsman. Hij was een beschermer van kunsten en hield van feestmalen en recepties, waarbij dames vrij werden toegelaten. Zoveel praal legde al gauw een druk op de uitgaven, waardoor Clemens steeds meer belastingen oplegde.

Clemens VI is paus terwijl de dodelijke pest door Europa woedt. Hij zetelt op het moment dat de ziekte talloze slachtoffers eist, vooral in het Franse Avignon. Hij weet zijn leven te redden door zich te isoleren van de rest van de wereld. Overal in Europa worden joden verantwoordelijk gesteld voor de verschrikkelijke ziekte. De beschuldiging ontstaat doordat er onder joden naar verhouding minder slachtoffers vallen ... vanwege hun strenge voedsel- en hygiŽnewetten. In reactie erop begint de bevolking de joden uit te moorden. Clemens VI doet pogingen de moordpartijen te stoppen. De paus wijst er keer op keer op dat de joden de schuldigen niet kunnen zijn. Zij vallen immers zelf ook aan de ziekte ten prooi.


Wapen van paus Clemens VI

Malachiasí verwijzing is duidelijk. Clemens VI was bisschop van Arras [Atrecht], Episcopus Atrebatensis, en in zijn wapen staan zes rozen.

Profetie 39: De Montibus Pammachii [Uit de bergen van Pammachius]

Innocentius VI [1352- 1362]

Echte naam: Etienne Aubert [Les-Monts-de-Beyssac, 1282 - Avignon, 12 september 1362]

Innocentius VI was paus van 18 december 1352 tot 12 september 1362. Hij werd geboren in het bisdom Limoges.

Hij werd in 1338 bisschop van Noyon en in 1340 bisschop van Clermont. Hij werd kardinaal in 1342. Hij was een van de pausen tijdens de Babylonische ballingschap der pausen en verbleef dus in Avignon in plaats van Rome. Zijn poging, in 1354, om via kardinaal Albornoz en Cola di Rienzo de macht in Rome terug te krijgen, liep op niets uit. Wel kwam het verdrag van Brťtigny, dat voor een negenjarige onderbreking in de honderdjarige oorlog zorgde, mede door zijn invloed tot stand. Als kardinaal-priester was hij titilus SS. Ionais et Pauli [of Titilus Pammachii] van de Santi Giovanni e Paolo [naar zijn ligging, op de heuvel Coelius] ook wel Santi Giovanni e Paolo al Celio genoemd, een basiliek in Rome, gewijd aan de apostelen Johannes en Paulus.

De kerk werd op last van senator Pammachius gebouwd over de resten van het huis waar de heiligen zelf gewoond hadden. De titel die aan deze titelkerk verbonden is, is derhalve ook wel Pammachius. Tijdens het beleg van Rome in 410 werd de kerk ernstig beschadigd. Paus Paschalis I liet de kerk in 824 herbouwen, maar de kerk werd bij een beleg door de Noormannen in 1084 opnieuw verwoest. De kerk werd daarna opnieuw herbouwd.

De kerk wordt bediend door de Passionisten, wier oprichter, Sint Paulus van het Kruis ook in deze kerk begraven ligt.

Het altaar van de kerk is over de lichamen van de beide martelaren gebouwd. Tijdens archeologisch onderzoek dat in de negentiende eeuw werd gedaan, werden onder de kerk een aantal kamers aangetroffen van 2 huizen uit de de eerste tot de vierde eeuw. Een van de kamers heeft nog de originele beschildering. Een andere kamer is vanuit de basiliek bereikbaar gemaakt. In de vloer van deze ruimte [in de rots van de heuvel] zijn 3 graftombes uitgehakt. Mogelijk was dit de plaats waar Johannes en Paulus werden herbegraven.

Innocentius VI ligt begraven in het klooster van de kartuizers van Villeneuve lez Avignon.


Basiliek Sani Giovanni a Paolo te VenetiŽ

Malachias verwijst hier naar de basiliek Santi Giovanni e Paolo, gebouwd door Sint Pammachius. Zijn familiewapen vertoont zes heuvels, maar ook in zijn geboorteplaats komt "les Monts" voor.

Profetie 40: Gallus Viceomes [Een Franse burggraaf]

Urbanus V [1362- 1370]

Echte naam: Guillaume de Grimoard [Grisac 1310 - Avignon, 19 december 1370]

Guillaume de Grimoard was paus van 28 september 1362 tot aan zijn overlijden in 1370.

Grimoard was een benedictijn. Hij was prior van de abdij van Chirac en pauselijk legaat in Napels, abt van de Abdij van Saint Germaine van Auxerre en de Abdij van Sint-Victor in Marseille. Paus Urbanus resideerde in Avignon tijdens de Babylonische ballingschap der pausen [1309-1376]. In 1367 ging de paus terug naar Rome, daartoe overgehaald door de Heilige Birgitta van Zweden, Petrarca en keizer Karel IV maar na drie jaar keerde hij terug naar Avignon.

Hoewel hij zelf geen kardinaal was bij zijn pausverkiezing, benoemde hij onder meer zijn broer Angelic de Grimoard en de neef van paus Clemens VI tot kardinaal.

Hij stichtte de universiteiten van Krakau, Wenen en Orlťans. Tijdens zijn bestuur werd de kloosterorde van de Birgittinessen, opgericht door de Heilige Birgitta van Zweden, bevestigd.

Hij was een Benedictijn en werd vanaf 1361 abt van de St. Victorabdij te Marseille. Hij werd gekozen tot opvolger van Innocentius IV en resideerde in Avignon. Hij streed tegen misbruiken in het kerkelijk financiŽnwezen en streefde naar een hereniging met de Grieken. Ondanks verzet van het Franse hof en van de Franse curie-kardinalen keerde hij in 1367 terug naar het desolate Rome, waartoe hij was overgehaald door de H. Brigitta van Zweden, Petrarca en keizer Karel IV, die er persoonlijk voor naar Avignon was gekomen. Hij wilde Rome weer tot het centrum van de christenheid maken.

Hij landde in juni 1367 in ItaliŽ waar hij door de bejaarde kardinaal Albornoz werd begroet. Op 16 oktober van dat jaar hield hij zijn intocht in Rome, waar Petrarca hem met een hymne verwelkomde. De komst van Karel IV [1368] in Rome ter kroning van de keizerin geeft een beeld van de harmonie tussen keizerschap en pausdom. In 1369 begaf ook keizer Johannes V Palaeologus van Byzantium zich naar Rome om tot de katholieke kerk over te gaan en een begin te maken van de beŽindiging van het schisma. Urbanus was een ernstig man en een vijand van simonie, doch zwak als regeerder. Hij bevorderde de kunsten en wetenschappen en bevestigde de stichting van de universiteit van Wenen. Hij maakte een begin met de herbouw van Rome, dat door de onlusten zwaar beschadigd was. De moeilijke situatie aldaar dwong hem echter in 1370 terug te keren naar Avignon, waar hij, zoals de Heilige Brigitta voorspeld had, na een korte ziekte, spoedig stierf. Hij werd in 1870, 500 jaar na zijn overlijden, zalig verklaard. Zijn feestdag valt op 19 december.

Hij werd tot paus verkozen tengevolge van jaloersheid binnen het Heilige College, dat het onmogelijk maakte om ťťn van zijn eigen leden te kiezen. Tijdens zijn pontificaat bleef hij het kleed van de Benedictijnen dragen. Urbanus was een vaderlandslievende Fransman, in tegenstelling tot wat verwacht wordt van een Paus om "Heilige Vader zijn van alle Christenen." Zo restaureerde hij de universiteiten van Montpellier, Toulouse en Parijs, creŽerde diverse universitaire scholen en gaf op eigen kosten beurzen aan een groot aantal studenten.

Hij heeft vooral de Languedoc-Roussillon verrrijkt, met de kathedraal van Mende en de kapittelkerken van Quťzac en Bťdoues.

Als blijk van dank stelde de koning Karel V de heerlijkheid van Grizac vrij van alle belastingen. De streek werd hierdoor een vrijstaat en behield dit voorrecht tot in de dertiende eeuw

Hij vervreemdde de Engelsen en wekte vijandschap in ItaliŽ. Zo maakte hij ook vele vijanden.

Malachiasí profetie doelt op zijn afkomst. Hij was de oudste zoon van de heer van Grimoard en van Amphťlise de Montferrand en was een briljante rechtenstudent voordat hij toetrad tot de benedictijner monnikken in het klooster van Monastier. Hij werd in 1310 geboren in het kasteel van Grizac, in de gemeente Bťdoues.

Chris De Bodt



Ľ Reageer (0)
26-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 41-50
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 41-50

Profetie 41: Novus de Virgine Forti [Een nieuwe man uit een sterke maagd]

Gregorius XI [1370 - 1378]

Echte naam: Pierre Roger de Beaufort [Rosiers díEgletons, departement CorrŤze, ca 1336 - Rome, 27 maart 1378]

Hij was een neef van paus Clemens VI, die hem in 1348, toen hij pas 18 jaar was, tot kardinaal benoemde. Na de dood van Urbanus V werd hij in 1370, na een stemming, tot paus gekozen. Hij was de laatste Franse paus en een bekend canonist. Onder kritische aansporing van Catharina van Siena slaagde hij erin om in 1377 de pauselijke residentie weer naar Rome te verplaatsen. Zo kwam er een einde aan de Babylonische ballingschap, begonnen in 1305, en die 72 jaar had geduurd. Het grote aantal door hem benoemde Franse kardinalen heeft het ontstaan van het Westers Schisma in de hand gewerkt.

Westers Schisma

Het Westers Schisma is een periode in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk van 1378 tot 1417 waarin pausen en tegenpausen elkaar tegenwerkten. Het Concilie van Konstanz maakte een einde aan het schisma. Het woord westers duidt aan dat het een scheuring betreft binnen de Kerk van de westerse wereld [de rooms-katholieke Kerk]. Het wordt ook wel het "Groot Schisma" genoemd, hoewel deze term ook gebruikt wordt voor het Oosters Schisma van 1054, toen er een splitsing optrad tussen deze westerse Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerken.

Het schisma was niet gebaseerd op theologie of enige doctrine, maar alleen op politiek. In 1376 keerde paus Gregorius XI terug naar Rome, nadat de pauselijke zetel tientallen jaren in Avignon geweest was. Hij stierf kort daarna. Bij de daaropvolgende pausverkiezing in april 1378 kozen de kardinalen de Italiaan Urbanus VI, omdat ze bang waren voor rellen onder de bewoners van Rome. Urbanus was een degelijk beheerder geweest in de pauselijke kanselarij in Avignon, maar eenmaal verkozen ontpopte hij zich als een argwanende en opvliegende paus.

De kardinalen kregen snel spijt van hun beslissing, en op 20 september van hetzelfde jaar verhuisden ze van Rome naar Fondi en verkozen Clemens VII, die zich in Avignon vestigde. Deze kreeg de steun van de Franse koning, gevolgd door Aragůn, BourgondiŽ, Napels en Schotland. Engeland, Vlaanderen, het Heilige Roomse Rijk en Noord-ItaliŽ daarentegen steunden de Romeinse paus.

De uitkomst van het schisma was dat er enerzijds een beweging was die vond dat de concilies alle macht moesten hebben [conciliarisme] en anderzijds een groep die vond dat de paus alle macht en gezag had [curialisme]. Door de afnemende macht van de paus konden vorsten en hoge bisschoppen gemakkelijker beslissingen nemen buiten de paus om, wat in later tijd een van de factoren zou zijn die bijdroeg aan het slagen van de Reformatie.

De pausen tijdens het Westers schisma verklaarden elkaars besluiten nietig en excommuniceerden elkaars volgelingen. Algemeen werd het schisma door geestelijken in de Westerse kerk dan ook als een blamage gevoeld. Velen vonden dat er zo snel mogelijk een einde aan moest komen, zodat de eenheid van de kerk hersteld zou zijn. Omdat geen van de pausen echter als enige het ambt wilde neerleggen en omdat de aanhangers van beide pausen de andere paus niet als rechtmatig erkende, bleef het schisma toch voortduren. Telkens werd bij de dood van een van de pausen toch weer een opvolger benoemd. Niet zelden vroegen de kardinalen een nieuwe paus zich te beijveren voor het herstel van de eenheid van de kerk, maar wanneer de nieuwe paus eenmaal geÔnstalleerd was, kwam er van eventuele gedane beloftes meestal niet veel meer terecht. Beide pausen kregen steun van een aantal Europese naties. De landen die Clemens VII hadden gesteund, bleven de pausen van Avignon steunen. De overige landen waren trouw aan de paus van Rome.

In 1409 trachtte men op het concilie van Pisa het probleem op te lossen door beide pausen van dat moment [Gregorius XII en Benedictus XIII] af te zetten en een nieuwe paus te benoemen, Alexander V, die zijn residentie te Bologna koos. Omdat beide afgezette pausen echter weigerden hun ambt neer te leggen, was het resultaat dat er nu drie pausen waren die zichzelf als rechtmatige paus beschouwden.

Uiteindelijk zette het concilie van Konstanz met de hulp van de koning van het Heilige Roomse Rijk in 1415 paus Johannes XXIII en paus Benedictus XIII af, en werd het ontslag verkregen van de roomse paus Gregorius XII. Twee jaar later, in 1417, benoemde het concilie Martinus V als nieuwe paus. Hiermee eindigde het schisma.

De latere Rooms-Katholieke traditie erkent alleen de pausen die in Rome zetelden als paus. De pausen van Avignon en Bologna worden als tegenpausen beschouwd. Ook werd in latere tijden uitdrukkelijk vastgelegd dat een concilie geen macht heeft over de paus, en dat een pauselijke verkiezing alleen door de paus zelf kon ongedaan gemaakt worden.

Pierre Roger de Beaufort had als kardinaal tot titelkerk Santa Maria Nuova en het woord Forti is hoogstwaarschijnlijk een zinspeling van Malachias op zijn familienaam.

Profetie 42: De Cruce Apostolica [Van het apostolische Kruis]

Clemens VII [1378 - 1394] [tegenpaus]

Echte naam: Robert de GenŤve [GenŤve, 1342 - Avignon, 16 september 1394]

Hij is de tegenpaus die verantwoordelijk was voor het grote Westerse Schisma. Hij werd in 1361 bisschop van Terwaan, in 1368 bisschop van Kamerijk en in 1371 kardinaal. Onder paus Gregorius XI maakte hij zich met het bloedbad van Cesena in 1377 berucht door zijn optreden als pauselijk legaat in ItaliŽ. Robert was een zoon van graaf Amadeus III van GenŤve en van Mathildis van Auvergne. Hij werd in 1392 graaf van GenŤve, in opvolging van zijn kinderloos overleden broer Peter.

In het conclaaf van 8 april 1378 koos hij mede voor paus Urbanus VI, maar vijf maanden later verklaarden de niet-Italiaanse kardinalen hun keuze voor ongeldig: op 20 september 1378 kozen zij Robert tot paus als Clemens VII [niet te verwarren met de andere paus Clemens VII]. Na een mislukte aanval op Rome vestigde hij zich te Avignon, waar hij zich gesteund wist door Karel V van Frankrijk, met wie hij verwant was. Serieuze pogingen tot beŽindiging van het schisma ondernam hij evenmin als Urbanus.

Hij was zeer begaafd, maar zijn bedenkelijke financiŽle praktijken, nodig voor zijn royale levensstijl, bezorgden hem vele vijanden. Na Clemens' dood wilde men het schisma wel beŽindigen, maar niet eenzijdig. Daarom kozen Clemens' kardinalen Pedro de Luna [Benedictus XIII] als opvolger, nadat deze had verklaard steeds bereid te zijn af te treden als Urbanus VI dat ook zou doen. De Luna zou zich echter tot aan zijn dood aan zijn ambt vastklampen.

Hij had als titelkerk de "Twaalf Apostelen" en zijn wapen vertoont een kruis dat viermaal doorstoken is.

Profetie 43: Luna Cismedina [De maan van Cosmedin]

Benedictus XIII [1394 - 1423] [tegenpaus]

Echte naam: Pedro de Luna [Illucia, Aragon, ca 1327 - PeŮiscola, 23 mei 1423]

Hij was de beroemde Petrus de Luna, een Spaanse bisschop die later als kardinaal Santa Maria in Cosmedin tot titelkerk kreeg. Hij werd geboren rond 1327 en tot kardinaal benoemd in 1375. Hij keerde met Gregorius XI naar Rome terug en na diens dood nam hij deel aan het conclaaf, waar de Romeinen binnenvielen en dat Urbanus VI verkoos. Zijn geestelijke leidsman en biechtvader was de grote Vicentius Ferrerius, die meende dat hij de echte paus was. Toen Clemens VII stierf, werd Petrus eenstemmig verkozen om hem op te volgen.

De Luna werd na Clemens' dood gekozen als diens opvolger, waarbij hij de naam Benedictus XIII aannam. Voor het conclaaf zei hij dat hij even gemakkelijk zou aftreden als zijn hoed afzetten. Toen hij echter daadwerkelijk tot paus werd gekozen weigerde hij af te treden, hoewel hij zei dat hij voorstander voor de hereniging van de Kerk. Tijdens de concilies van Pisa [1409] en Konstanz [1414-1418], wilde Benedictus van geen compromis weten om tot een einde van het schisma te komen, waardoor zijn steun steeds verder afkalfde. Nadat hij in 1417 werd afgezet, leefde hij tot zijn dood in 1423 in een fort nabij Valencia in de overtuiging dat hij de rechtmatige paus was. Tot zijn dood bleef hij erkend door Schotland en Spanje.


Chiesa Santa Maria in Cosmedin

De omschrijving van Malachias doelt op zijn naam en zijn titelkerk Santa Maria in Cosmedin.

Profetie 44: Schisma Barcilonicum [Het schisma van Barcelona]

Clemens VIII [1423 - 1429] [tegenpaus]

Echte naam: Gil SŠnchez MuŮoz y Carbůn [bijgenaamd Doncel] [Teruel, 1369 - Mallorca, 28 december 1447]

Hij was tegenpaus van 1423 tot 1429, zoon van Pedro II Sanchez MuŮoz y LiŮŠn en Catalina Sanchez de Carbůn. Hij studeerde kerkelijk recht en was tot 1396 in dienst van de curie in Avignon. Als gezant van Benedictus XIII en als aartsbisschop van Valencia zette hij zich in voor de beŽindiging van het westers schisma.

Op het concilie van Konstanz werd Benedictus XIII uit zijn functie ontheven en werd Martinus V tot paus benoemd. Benedictus erkende zijn afzetting echter niet en bleef zichzelf tot zijn dood in 1423 beschouwen als de ware paus. Na zijn dood wezen drie van de vier door Benedictus XIII aangestelde kardinalen Gil SŠnchez MuŮoz als zijn opvolger aan. Deze nam de naam Clemens VIII aan. Hij kreeg de steun van Alfons V, koning van Aragůn en SiciliŽ, die in conflict was met Rome en daarom op Clemens' benoeming had aangestuurd. Pas op 19 mei 1426 liet Clemens zich ook daadwerkelijk als paus uitroepen. De vierde door Benedictus XIII benoemde kardinaal schoof echter een eigen paus naar voren, die de naam Benedictus XIV aannam. Clemens sprak daarop de ban uit over Benedictus XIV.

In 1429 legden Rome en Aragůn hun conflict bij. Hiermee verviel de politieke steun voor Clemens VIII. Op 26 juli 1429 riep hij zijn kardinalen samen en verklaarde hij afstand te doen van het pausdom. Op zijn aandringen erkenden de aanwezige kardinalen Martinus V als hun nieuwe paus. Bij de bijeenkomst was ook een vertegenwoordiger van Martinus V aanwezig.


Tegenpaus Paus Clemens VIII op zijn graftombe in de Paoline-of Borghesekapel te Rome

Na zijn aftreden werd Gil SŠnchez MuŮoz door Martinus V benoemd tot bisschop van Mallorca. De Rooms-katholieke Kerk heeft hem nooit als paus erkend. Hij staat alleen vermeld in een voetnoot van de Vaticaanse cataloog. Hij was kanunnik van Barcelona, waar op omschrijving van Malachias op zinspeelt. Bij een tegenpaus is er uiteraard altijd een schisma. Hij stierf in 1447.

Profetie 45: De Inferno Pregnani [Uit het hel van Pregnani]

Urbanus VI [1378 - 1389]

Echte naam: Bartolomeo Prignano [Inferno, Napels, 1318 - Rome, 15 oktober 1389]

Bartolomeo Prignano werd in 1363 aartsbisschop van Acerenza, en daarna vanaf 1377 aartsbisschop van Bari en cancellarius van paus Gregorius XI. Toen deze laatste in 1378 overleed, kwam het Romeinse volk op straat en eiste dat er eindelijk weer eens een Romein of op zijn minst een Italiaan tot paus zou worden verkozen. De Italiaanse kardinalen waren echter stuk voor stuk veel te oud om nog in aanmerking te komen. Geconfronteerd met het ronduit agressieve volk opteerden de radeloze kardinalen uiteindelijk, na een turbulent conclaaf van drie maanden, voor iemand buiten hun kring. Hun keuze viel op de zachtmoedige, onopvallende en gemakkelijk te beÔnvloeden Bartolomeo Prignano, de laatste niet-kardinaal die tot paus werd gekozen.

Ze hadden gedacht hem ertoe te kunnen bewegen om hun hartewens te vervullen en naar Avignon terug te keren, maar hadden al spoedig redenen te over om hun beslissing te betreuren. Eenmaal op de troon, verheven boven de adellijke kardinalen die hem vroeger nooit hadden zien staan, ontpopte Prignano, die de naam Urbanus VI had aangenomen, zich al snel tot een kwaadaardige tiran die razend tekeer ging en niet voor lijfstraffen terugschrok.

De overwegend Franse kardinalen, dodelijk geschrokken, zetten nu een catastrofale ketting van gebeurtenissen in gang door hun toevlucht te nemen tot een drastische en ongehoorde ingreep: ze verklaarden dat ze door het Romeinse volk onder zware druk waren gezet en daardoor een verkeerde beslissing hadden genomen, trokken openlijk de geldigheid van Urbanus' verkiezing [en dus hun eigen handelingen] in twijfel, en kozen nog datzelfde jaar 1378 een tegenpaus, Paus Clemens VII.

Deze vertrok onmiddellijk met zijn volgelingen naar Avignon, de wereld berichtend dat hij de enige echte paus was. Urbanus VI wist zich echter te handhaven. De Christelijke wereld werd nu gedwongen te kiezen. Frankrijk, Spanje en Portugal schaarden zich achter Clemens. ItaliŽ, het Duitse Rijk, Vlaanderen en Engeland achter Urbanus VI. Ook deze situatie deed geen goed aan het Westers Schisma.


Urbanus VI' graftombe in de grotten van het Vaticaan

Urbanus' tombe in de Grotte Vaticane is een oude sarcofaag. Er loopt het gerucht dat hij in 1389 door vergiftiging om het leven zou zijn gekomen. Pregnani slaat op zijn familienaam en hij was van geboorte afkomstig uit het plaatsje Inferno bij Napels.

Profetie 46: Cubus de Mixtione [Het mengselvierkant]

Bonifatius IX [1389 - 1404]

Echte naam: Piero Tomacelli [Napels, 1356 - Rome, 1 oktober 1404]

Bonifatius IX was paus van 2 november 1389 tot 1 oktober 1404. Piero stamde uit een oude, maar verarmde adellijke familie uit Napels. De tegenpaus van Avignon, Clemens VII, kroonde tezelfdertijd de Franse Prins Lodewijk van Anagni tot koning van Napels. Gedurende het eerste deel van zijn pontificaat resideerde de tegenpaus Clemens VII [1378-94] in Avignon onder bescherming van de Franse koning. Hij stierf in 1404 na een korte ziekte.

Hij regeerde meer als wereldlijk dan als kerkelijk vorst, spande zich weinig in om een eind te maken aan het Westers schisma, maar spande zich wel in om de inkomsten van de kerk te vermeerderen o.a. door het verhogen van de belastingen. Het was Paus Bonifatius IX die in 1389 Birgitta van Zweden heilig verklaarde.


Het wapen van paus Bonifatius IX

Malachias zinspeelt op het wapen van de Paus, dat een balk met afwisselende vierkanten vertoont.

Profetie 47: De Meliore Sydere [Van een betere Ster]

Innocentius VII [1404 - 1406]

Echte naam: Cosma dei Migliorati [Sulmona, ca 1336 - Rome, 6 november 1406]

Innocentius VII was Paus van 17 oktober 1404 tot 6 november 1406. Migliorati studeerde in Perugia en Padua. Cosma werd door Urbanus VI als Pauselijk Afgevaardigde naar Engeland gestuurd om er de Tiende, een vorm van winstbelasting, waarbij men een deel van de opbrengst dient te betalen, te innen.

Hij werd in 1387 aartsbisschop van Ravenna, en in 1389 werd hij aartsbisschop van Bologna en in datzelfde jaar creŽerde paus Clemens VII hem kardinaal. Innocentius werd pas tot paus gekozen nadat hij gezworen had alles te doen om het Westers Schisma te beŽindigen. Tijdens zijn pontificaat was Benedictus XIII [1394-1423] tegenpaus te Avignon. Innocentius weigerde op voorstellen van Benedictus in te gaan om tot overeenstemming te komen. Hij stierf plots in 1406.


Het wapen van paus Innocentius VII

Malachiasí spreuk is een woordspeling op de naam van de Paus [beter, meliorati, Migliorati] en eveneens een zinspeling op zijn wapen, waarin een ster te zien is.

Profetie 48: Nauta de Ponte Nigro [Zeeman van de zwarte Brug]

Gregorius XII [1406 - 1415]

Echte naam: Angelo Correr [VenetiŽ, 1325 - Recanati, 18 oktober 1417]

Gregorius kwam uit een oude patriciŽrsfamilie en was de zoon van NiccolÚ di Pietro and Polissena. Na zijn studie theologie werd hij aangesteld als kanunnik in de kathedraal van VenetiŽ. Op voordracht van de Venetiaanse senaat werd hij benoemd als diaken van de kerk van Corona op 23 maart 1377, een post die hij zou behouden tot 1390. Hij was tevens professor theologie aan de universiteit van Bologna.

Na diverse kerkelijke ambten werd hij op 12 juni 1405 tot kardinaal-priester van San Marco te Rome gecreŽerd. Na de dood van paus Innocentius VII, op 6 november 1406, vond het conclaaf plaats en op 30 november 1406 werd hij gekozen tot paus Gregorius XII. Zijn kroning vond plaats op 19 december in de oude Sint-Pietersbasiliek.

Gregorius werd gekozen in de tijd van grote verdeeldheid binnen de Rooms-katholieke Kerk, het Westers Schisma. Hij kon rekenen op de steun van enkele Italiaanse prinsen en Ladislaus van Napels, die aan de paus in Rome zijn erkenning als koning van Napels te danken had. De tegenpaus Benedictus XIII in Avignon kende ook nog steeds een grote steun. Bij aanvang van het conclaaf was bepaald, dat het oplossen van het schisma de hoogste prioriteit was. Alle kardinalen bij het conclaaf werd meegedeeld, dat mocht hij verkozen worden en het probleem te zijner tijd opgelost zou worden, en dat het aan het College van Kardinalen vrij stond een nieuwe paus te kiezen in overeenstemming met alle nu nog strijdende partijen. Indien nodig zou dan de paus die in 1406 gekozen werd moeten terugtreden evenals de tegenpaus Benedictus [of zijn opvolger].

Na zijn verkiezing wilde Gregorius aanvankelijk toenadering zoeken tot Benedictus XIII om samen tot een oplossing te komen. Afgesproken werd om een bijeenkomst te organiseren in het Italiaanse Savona, LiguriŽ. Het waren de familieleden van Gregorius en Ladislaus van Napels [1399-1414] die Gregorius ervan weerhielden om af te reizen, hoewel er bij Gregorius zelf ook de angst bestond dat hij eventueel gevangengenomen zou kunnen worden door de rivaliserende partij.

Deze stagnatie zorgde voor onvrede bij de kardinalen, die Gregorius aan zijn belofte tijdens het conclaaf bleven herinneren. Om de kardinalen aan zich te blijven binden riep Gregorius XII op 4 mei 1408 een vergadering van kardinalen in Lucca bijeen, waarbij hij hen verbood de stad te verlaten. Om de steun aan hem te vergroten creŽerde hij tevens vier kardinalen, inclusief 2 kardinaal-nepoten, waaronder de latere paus Eugenius IV, ondanks een andere belofte die tijdens het conclaaf was gemaakt: de nieuwe paus zou geen nieuwe kardinalen creŽren.

Zeven kardinalen besloten toch in het geheim te vertrekken en gingen onderhandelingen aan met de [pseudo]kardinalen van Benedictus XIII. Zij besloten het Concilie van Pisa [1409] bijeen te roepen, waarbij beide pausen aanwezig zouden moeten zijn. Via een afzettingsprocedure zou er door de kardinalen vervolgens een nieuwe paus gekozen worden.

Beide pausen lieten echter verstek gaan, waarop het concilie besloot om beide pausen af te zetten als schismatisch, ketters, en plegers van meineed. Petrus Philarges werd door de kardinalen gekozen tot [tegenpaus] Alexander V, waardoor het conflict alleen maar verhevigd werd: een periode van drie pausen:
  • Gregorius XII: met de steun van o.a. Duitsland en ItaliŽ
  • Benedictus XIII: met de steun van Spanje, SardiniŽ, Schotland, Corsica en een deel van Frankrijk
  • Alexander V: met de steun van het grootste deel van Frankrijk en talrijke hervormingsgezinde orden
Tegelijkertijd was door Gregorius XII, die nog 10 kardinalen had gecreŽerd, een concilie in Cividale del Friuli bij Aquileia bijeengeroepen, die overigens door een kleine groep werd bezocht. Tijdens deze bijeenkomst werden de tegenpausen Alexander V en Benedictus XIII op hun beurt veroordeeld tot vernietigers van de kerk en afgezet, maar hun oproep ging onopgemerkt voorbij.

Uiteindelijk bracht het Concilie van Konstanz [1414-1418], dat op aandrang van Sigismund van het Heilige Roomse Rijk bijeengeroepen werd, de oplossing. Gregorius XII liet zich op deze bijeenkomst onder andere vertegenwoordigen door Carlo I Malatesta. Op 4 juli 1415 diende Malatesta namens Gregorius zijn ontslag in, wat door alle kardinalen geaccepteerd werd. De aanstellingen van de kardinalen door Gregorius werden erkend om zo de Correr-familie te vriend te houden. Ook Benedictus XIII, afgezet in 1417 en levend in ballingschap in Spanje tot aan zijn dood in 1423, en Johannes XIII [de tegenpaus die als opvolger van Alexander V in 1410 was gekozen, en vanaf 20 maart 1417 leefde in gevangenschap] werden afgezet. Hierdoor kwam een einde aan het Westers Schisma.

Gregorius werd benoemd tot kardinaal-bisschop van Porto-Santa Rufina en legaat in Ancona. Besloten werd, om nog geen nieuwe paus te kiezen totdat Gregorius zou zijn overleden.

Gregorius overleed op 18 oktober 1417 te Recanati, de plaats waar hij de laatste jaren van zijn leven verbleef. Zijn lichaam werd bijgezet in de kathedraal van Recanati.


De Negroponte brug die het eiland Euboea met het Griekse vasteland verbindt

Malachias doelt op zijn periode als commendataire abt van de kerk van Negroponte op het Griekse eiland Euboea, dat de Venetianen tijdens de bezetting Negroponte noemden, hiermee verwijzend naar de brug die de verbinding maakte met het vasteland. In commendam was het [tijdelijk] verlenen van de titel van commendataire abt, uit hoofde waarvan de opbrengsten van een abdij gebruikt mochten worden ter verbetering van het eigen inkomen. Hierbij inde de abt slechts de opbrengsten, maar had hij geen bestuurlijke inspraak. De abt hoefde overigens ook zelf niet in de abdij te wonen om aanspraak te kunnen maken op de gelden.

Het in commendam geven van abdijen vond zijn oorsprong in de vroege Middeleeuwen, toen dit voorrecht was weggelegd voor geestelijken, die door oorlogen verdreven waren uit hun eigen kerkelijke bestuursgebieden en zo van inkomsten verstoken bleven. Met een tijdelijke functie als commandataire abt kon in financiŽle ondersteuning voorzien worden. Veelal werd de functie vervuld in abdijen, waar op dat moment geen abt aanwezig was.

Profetie 49: Flagellum Solis [Zweepslag van de Zon]

Alexander V [1409 - 1410] [tegenpaus]

Echte naam: Petrus van Candia [Petrus Philarges] [Kreta, 1340 - Bologna, 4 mei 1410]

Alexander V was tegenpaus van 26 juni 1409 tot 1410. Hij was Grieks van geboorte, afkomstig van Kreta. Hij kende ouders, noch familie en kreeg het eerste onderwijs van een pater. Hij was lid van de Orde van de Franciscanen en had gestudeerd aan de universiteiten van Oxford en Parijs. Voor zijn benoeming tot paus was hij kardinaal en aartsbisschop van Milaan. In deze hoedanigheid had hij zich sterk beijverd voor het herstel van de eenheid van de kerk. Alexander koos zijn pauselijke residentie in Bologna.

Alexander werd tot paus benoemd op het Concilie van Pisa [1409]. Dit concilie probeerde een einde te maken aan het Westers schisma, door de twee pausen van dat moment [Gregorius XII en Benedictus XIII] af te zetten en Alexander als nieuwe paus te benoemen. Deze erkenden hun afzetting niet en hadden nog voldoende steun om als paus aan te kunnen blijven. Zo werd Alexander een van de drie pausen die elk claimden de rechtmatige paus te zijn. Alexander werd in zijn claims gesteund door het grootste deel van de toenmalige Westerse christenheid, namelijk de kerk van Frankrijk, Engeland, Bohemen en een groot deel van de Duitse bisschoppen.

Na een periode van slechts tien maanden overleed Alexander onverwachts in de nacht van 3 op 4 mei 1410, waar hij gevangen gehouden werd door Kardinaal Cossa, die hem opvolgde als tegenpaus Johannes XXIII. Hij werd begraven in de Franciscuskerk in Bologna. Zijn opvolger was tegenpaus Johannes XXIII [niet te verwarren met paus Johannes XXIII die paus was in de twintigste eeuw. Zijn pontificaat werd gekenmerkt door zijn vergeefse pogingen om Rome te bereiken.

Tegenwoordig wordt Alexander in de Rooms Katholieke Kerk beschouwd als een tegenpaus. Het is opmerkelijk dat er geen officieel erkende paus met de naam Alexander V is. Dit moge blijken uit het feit dat de eerste paus met dezelfde naam paus Alexander VI werd genoemd.


Het wapen van tegenpaus Alexander V

Flagellum Solis is een woordspeling op de familienaam "Philarges" en een verwijzing naar zijn wapen met daarin een zon, omgeven door sterren.

Profetie 50: Cervus Sirenea [Hert van de Sirene]

Johannes XXIII [1410 - 1415] [tegenpaus]

Echte naam: [Napels, 1370 - 22 december 1419]

Johannes XXIII was tegenpaus van 1410 tot 1415, in de periode van het Westers Schisma. Hij moet niet verward worden met de latere paus Johannes XXIII.

Aanvankelijk was hij een officier in het leger van paus Bonifatius IX. Pas later werd hij geestelijke. In 1402 werd hij benoemd tot kardinaal. In deze hoedanigheid zat hij het Concilie van Pisa voor [1409], dat bedoeld was de eenheid van de kerk te herstellen. Het concilie zette de pausen van Rome en Avignon af [Gregorius XII resp. Benedictus XIII] en benoemde Alexander V tot nieuwe paus, die zijn residentie te Bologna koos. De afgezette pausen accepteerden de gang van zaken echter niet, zodat er nu drie pausen claimden de rechtmatige paus te zijn.

In 1410 volgde Johannes XXIII Alexander V op, die na een pausdom van tien maanden onverwachts overleden was. Er gingen geruchten dat Johannes XXIII hem had vergiftigd, maar dit is nooit bewezen en het is niet duidelijk of in de bewering een kern van waarheid zit, of dat het gerucht door zijn vele [kerkelijke] politieke tegenstanders in de wereld is geholpen om de nieuwe paus zwart te maken.

Johannes XXIII besteedde veel aandacht aan de politieke, wereldlijke dimensie van het pausdom. Hij onderhield nauwe betrekkingen met koning Sigismund van Luxemburg. Het was ook Sigismund die Johannes ertoe aanzette het concilie van Konstanz bijeen te roepen [1414-1418]. Het concilie had als belangrijkste doel een einde te maken aan de situatie dat de kerk drie pausen kende. Johannes XXIII verwachtte vermoedelijk dat het nieuwe concilie de besluiten van Pisa zou bekrachtigen door Gregorius XXII en Benedictus XIII [die beide niet deelnamen aan het concilie] af te zetten en hem als enige paus te erkennen. Al gauw werd echter duidelijk dat de meeste deelnemers aan het concilie vonden dat alle drie de pausen van dat moment afgezet moesten worden, zodat er een nieuwe paus kon komen die voor alle partijen acceptabel was.

Johannes XXIII probeerde zijn positie veilig te stellen door in de nacht van 20 maart 1415 heimelijk van het concilie weg te vluchten. Hij hoopte dat, nu er geen paus aanwezig was, het concilie ontbonden zou worden en alles bij het oude zou blijven. Sigismund wist de verwarring echter te bezweren en op 6 april bepaalde het concilie, in de lijn met de argumenten van de conciliaristen, dat het concilie ook zonder de aanwezigheid van een paus bevoegd was bindende besluiten te nemen. Johannes XXIII werd daarop achterhaald en gevangen genomen. De andere twee pausen legden onder druk hun ambt neer. Twee jaar later werd Martinus V door het concilie benoemd als nieuwe paus en als zodanig erkend door heel de Westerse kerk.

In 1418, nadat het Concilie van Konstanz beŽindigd was, gaf Martinus V Johannes XXIII zijn vrijheid terug. Hij benoemde hem tot bisschop en kardinaal van Toscane. Johannes overleed eind 1419, vermoedelijk op 22 december. In de Rooms Katholieke Kerk is nog lange tijd onduidelijk geweest of Johannes XXIII [en zijn voorganger Alexander V] als paus of als tegenpaus beschouwd moesten worden. In 1958 kwam aan de onduidelijkheid een einde toen Angelo Giuseppe Roncalli als nieuwe paus de naam Johannes XXIII aannam [en niet Johannes XXIV]. Daarmee kregen Alexander V en zijn opvolger definitief het predicaat tegenpaus.

Tegenwoordig wordt hij in de Rooms Katholieke Kerk beschouwd als een tegenpaus.


Sirene Parthenope

De profetie van Malachias zinspeelt op het feit dat Cossa als kardinaal tot titelkerk Sint Eustachius had, dat een hert als embleem heeft. Hij werd geboren in Napels. De oorsprong van Napels gaat terug naar een verfoeilijke vrouw, de sirene Parthenope.

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
25-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 51-60
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 51-60

Profetie 51: Columna/Corona Veli Aurei [Zuil/Kroon met de gouden Sluier]

Martinus V [1417 - 1431]

Echte naam: Oddone Colonna [Genazanno, 1368 - Rome, 20 februari 1431]

Martinus V was paus van 11 november 1417 tot aan zijn dood in 1431. Hij werd pas tot paus verkozen na de dood van zijn voorganger paus Gregorius XII, die was afgetreden op 4 juli 1415 tijdens het concilie van Konstanz [1414-1418]. Hij werd de eerste erkende paus na het Westers Schisma.

Martinus was de zoon van Agapito Colonna en Caterina Conti. De Colonna familie was een invloedrijke adellijke familie in de stad Rome, die in het verleden al zevenentwintig kardinalen had voortgebracht, maar nog geen paus.

Na zijn studie aan de universiteit van Perugia vervulde hij diverse kerkelijke functies onder de pausen Urbanus VI, Bonifatius IX en Innocentius VII. Op 12 juni 1402 werd hij verheven tot kardinaal-diaken van de San Giorgio in Velabro.

Als deelnemer aan het conclaaf van 1406 had ook hij zijn stem uitgebracht voor paus Gregorius XII, maar besloot zich daarna aan te sluiten bij de kardinalen, die een einde wilden maken aan het Westers Schisma en daarbij de zittende paus en de tegenpaus wilden afzetten.

Tijdens beide conclaven te Pisa in 1409 [tegenpaus Alexander V] en 1410 [tegenpaus Johannes XXIII] was Martinus aanwezig. Tijdens het Concilie van Konstanz [1414-1418], dat een einde maakte aan het Schisma, vond een van de opmerkelijkste conclaven in de kerkgeschiedenis plaats.

Naast de kardinalen waren ook prelaten aanwezig namens de regeringen van de verschillende landen in Europa die toezagen op het verloop van het conclaaf. Na drie dagen werd Martinus op 11 november 1417 gekozen. Hij nam de naam Martinus aan, ter ere aan de heilige Maarten van Tours, patroonheilige van de stad en wiens naamdag valt op 11 november. Omdat Martinus slechts subdiaken was, volgden eerst zijn wijdingen tot priester en bisschop, waarna hij op 21 november gekroond werd tot paus in Konstanz.

Ondanks de afzetting van de beide tegenpausen Benedictus XIII en Johannes XXIII ondervond Martinus toch nog enige tegenwerking van die kant. Uiteindelijk kwam hier een einde aan, doordat de aanhang van Benedictus XIII aanzienlijk geslonken was [hijzelf leed een teruggetrokken leven in Spanje], en Johannes XXIII zich onderwierp aan de macht van Martinus V, die hem als dank tot Deken van het College van Kardinalen aanstelde en hem verhief tot kardinaal-bisschop van Frascati.

Na de dood van Benedictus XIII stond er opnieuw een tegenpaus op, Clemens VIII, die zich in 1429 echter ook zou onderwerpen aan Martinus. Een andere opvolger, Benedictus XIV, was slechts door ťťn [pseudo]kardinaal gekozen en werd door Martinus geŽxcommuniceerd.

Na de sluiting van het Concilie van Konstanz op 22 april 1418 verbleef Martinus nog enige tijd in Konstanz, waar hij met diverse landen concordaten afsloot. Verzoeken van de Duitse en Franse vorsten om de pauselijke zetel respectievelijk te Duitsland of Avignon te vestigen, werden door de paus niet gehonoreerd en op 15 mei 1418 reisde hij weer af naar Rome.

Rome verkeerde echter in een deplorabele staat; vele verwoestingen, hongersnood en ziektes hadden het inwonertal sterk teruggebracht. Hierop besloot Martinus niet direct terug te keren, maar eerst steun te vergaren voor de heropbouw van Rome. Zijn eerste toenaderingspoging was met de koningin van Napels, Johanna II van Napels, aan wie hij de belofte deed haar te laten kronen en te erkennen als zij de Napolitaanse troepen uit Rome zou terugtrekken. De Romeinse gebieden werden in leen gegeven aan de twee broers van de paus, Giordano en Lorenzo.

Ook Florence schoot de paus te hulp. Met hulp van hun condottiere Bracco di Montone, die als tegenprestatie vicaris van de kerk werd, werden de pauselijke gebieden heroverd, waaronder de stad Bologna.

Eenmaal in Rome beval Martinus de heropbouw van de stad en liet de vervallen kerken, paleizen, bruggen en andere publieke werken opknappen met behulp van Toscaanse architecten en kunstenaars, waaronder Pisanello, Masaccio en Lorenzo Ghiberti. Ook werd aandacht geschonken aan de rest van de pauselijke gebieden, die hij stevig onder zijn bestuur bracht in samenwerking met zijn familieleden, die daarvoor belangrijke wereldlijke en kerkelijke beloningen ontvingen.

Volgend op het Westers Schisma was de periode van het conciliarosme aangebroken, een periode waarin de kardinalen eisten, dat de paus iedere 5 jaar een algemeen concilie zou bijeenroepen. Het eerste concilie werd bijeengeroepen in april 1423 te Pavia, maar werd verplaatst naar Siena vanwege een uitbraak van de pest. Door de geringe belangstelling werd het concilie al op 26 februari 1424 ontbonden, waarbij Martinus verzekerde, dat het volgende concilie in 1431 te Bazel zou plaatsvinden, waaraan hij overigens zelf niet meer zou deelnemen door zijn overlijden.

Hoewel het accent van zijn pontificaat lag op wereldlijke zaken, heeft Martinus V ook geprobeerd enige misstanden binnen de kerk op te lossen, overigens met weinig succes. Een van zijn beoogde hervormingen was de uitsluiting van de wereldlijke macht op de benoemingen binnen de kerk, voornamelijk die van Frankrijk.

In 1418 werd Martinus V benaderd door een Joodse delegatie om op te treden tegen de door de tegenpaus Benedictus XIII uitgevaardigde maatregelen tegen de Joden. De paus zegde toe zich uit te laten over de misstanden, waarbij hij de pogroms en aanklachten wegen rituele moorden verbood. Het effect was echter zeer beperkt.

Een andere kwestie was zijn poging op te treden tegen diverse hervormingsbewegingen. Zo riep hij op tot een kruistocht tegen de Hussieten in Bohemen en liet hij in 1428 alsnog de stoffelijke resten van John Wyclif verbranden en het as in de rivier de Swift verstrooien.

Een poging om de Grieks-orthodoxe Kerk weer onder de hoede van Rome te brengen zou worden voortgezet onder zijn opvolger, Eugenius IV.

Tijdens zijn pontificaat creŽerde Martinus V 17 nieuwe kardinalen. Enkele benoemingen vonden plaats zonder dat de naam aanvankelijk werd gepubliceerd. Deze benoemingen werden aanvankelijk aanzien als de eerste in pectore benoemingen; Martinusí benoemingen waren echter ook bekend bij de kandidaten zelf. Pas onder paus Paulus III zouden de eerste echte "in pectore" benoemingen plaatsvinden.

De meest opmerkelijke kardinaalsbenoemingen waren:
  • Baldassare Cossa: voormalig tegenpaus Johannes XXIII
  • Louis Aleman: hij zou tijdens het Concilie van Bazel stelling nemen tegen de toen zittende paus Eugenius IV. Hij was ook de kardinaal die de tegenpaus Felix V zou kronen. Na geŽxcommuniceerd te zijn door Eugenius IV werd hij door paus Nicolaas V weer gerehabiliteerd. Door paus Clemens VII werd hij in 1527 zalig verklaard
  • NiccolÚ Albergati: zalig verklaard door paus Benedictus XIV op 6 oktober 1741.
Op 9 december 1425 stichtte Martinus met de pauselijke bul Sapientiae Immarcessibilis de "Studium Generale Lovaniense," de voorloper van de Katholieke Universiteit Leuven. Hiermee werd het de oudste universiteit in de Nederlanden. In de bul vermeldde Martinus V: "De studiŽn dragen bij tot de uitbreiding van het Rijk Gods en tot de verspreiding van het geloof die zij geven aan de strijdende Kerk en de leiders die de Kerk en de Staat besturen voor het grootste heil van de zielen. Zij verstevigen rust en vrede en ze verhogen de voorspoed bij al de klassen van de maatschappij."

Een conflict met Martinus ontstond aangaande de opvolging van de bisschop van Utrecht. Na de dood van bisschop Frederik van Blankenheim wees het Utrechtse kapittel Rudolf van Diepholt aan als zijn opvolger, een keuze die door de paus niet werd geaccepteerd. Hierop werd Rhabanus van Helmstatt op 7 juni 1424 benoemd, die zich echter al snel terugtrok uit angst voor vijandigheden, waarop Zweder van Culemborg op 6 februari 1425 door de paus werd aangesteld als de nieuwe bisschop. In 1426 werd van Culemborg echter de stad uitgejaagd, waarop Martinus reageerde met het in de ban doen van Rudolf van Diepholt. Pas onder Martinusí opvolger, paus Eugenius IV, zou een einde aan het conflict komen en werd Rudolf van Diepholt erkend als bisschop van Utrecht.

Martinus V stierf aan een beroerte op 20 februari 1431 en werd begraven in de Sint-Jan van Lateranen. Zijn grafmonument werd vervaardigd door een leerling van Donatello, Simone Ghini. Op zijn graf staat de tekst "temporum suorum felicitas," het geluk van zijn tijd.


Op het wapen van Martinus V ziet u een gouden kroon boven een zuil

Malachias' Zuil of Kroon met de Gouden Sluier: Martinus was kardinaal-diaken van de San Giorgio in Velabro. Velabro zou zijn afgeleid van "vela aureum," wat gouden sluier betekent. Op zijn wapen stond een gouden kroon boven de zuil, symbool van de Colonna familie.

Profetie 52: Lupa Coelestina [De celestijnse wolvin]

Eugenius IV [1431 - 1447]

Echte naam: Gabriele Condulmer [VenetiŽ, 1383 - Rome, 23 februari 1447]

Eugenius IV was Paus van 3 maart 1431 tot aan zijn dood, op 23 februari 1447. Hij was de neef van Gregorius XII. Gabriele was een zoon van Angelo Condulmer en Beriola Correr, een welgestelde familie oorspronkelijk afkomstig uit Pavia, maar nu woonachtig in VenetiŽ. Na een studie aan de universiteit van Padua kwam Gabriele al vroeg in bezit van een aanzienlijk vermogen [ongeveer 20.000 dukaten], die hij aan de armen schonk, waarna hij kort daarna besloot toe te treden tot het Augustijner klooster van San-Giorgio op het Venetiaanse eiland San Giorgio in Alga.

Op 24-jarige leeftijd werd Gabriele door zijn oom paus Gregorius XII benoemd tot bisschop van Siena. Deze benoeming stuitte echter op grote weerstand bij de bevolking van Siena, die niets moesten hebben van leiders van buitenaf. Hierop besloot Gabriele zijn functie niet op te nemen, waarna hij door zijn oom aangesteld werd als pauselijke schatbewaarder. In 1408 werd hij verheven tot kardinaal-priester waarbij hij aanvankelijk de titelkerk van San Clemente werd toegewezen. Dit werd later omgezet naar de Basiliek van Santa Maria in Trastevere.

Tijdens het pontificaat van paus Martinus V trad Gabriele op als legaat in Icenum en als bemiddelaar om een einde te maken aan de onrust die ontstaan was onder de inwoners van Bologna. Zijn gedecideerde optredens zouden een voorbode worden voor zijn latere benoeming tot de opvolger van paus Martinus V.

Het conclaaf vond plaats in de sacristie van de basiliek Santa Maria sopra Minerva, omdat op dat moment het Vaticaan te onveilig werd geacht. Tijdens de voorbespreking van het conclaaf werd bepaald, dat de nieuwe paus de helft van de pauselijke inkomsten met de kardinalen zou delen en dat de paus met het College van Kardinalen alle grote vragen op religieus en wereldlijk gebied zou bespreken.

Al in de eerste stemronde op 3 maart 1431 werd Gabriele Condulmer unaniem gekozen en nam hij de naam Eugenius IV aan. De kroning volgde op 11 maart 1431 en werd uitgevoerd door Lucido deí Conti in de Oude Sint-Pietersbasiliek.

Enkele maanden na zijn aanstelling vond Jeanne díArc de dood op de brandstapel. Zijn pontificaat wordt vooral gekenmerkt door het Concilie van Bazel. Eugenius werd hierdoor gedwongen de stad Rome te ontvluchten. Vermomd als monnik en uitgejouwd en met stenen bekogeld, wist hij via de haven van Ostia te vluchten naar Florence, waar hij zijn intrek nam in het Dominicaner klooster van Santa Maria Novella. Aan kardinaal Vitelleschi werd de opdracht gegeven de rust te herstellen in Rome, dat door de Colonna familie was uitgeroepen tot een stadsrepubliek. Door de vernietiging van hun vesting in Palestrina [ItaliŽ] gaven de Colonnaís zich uiteindelijk over. Ook de Prefetti di Vico, van oudsher vijanden van de pauselijke staat en behorend tot de Romeinse adel, werden tijdens deze campagnes definitief verslagen.

Een opstand in Bologna [1438] tegen de paus, onder leiding van de Bentivoglio familie, werd eveneens neergeslagen en Annibale I, de aanvoerder van de familie, gevangen genomen. Met steun van Eugenius IV zou hij op 24 juni 1445 vermoord worden.

Ook het opstandige Foligno, onder leiding van Corrado Trinci, werd door kardinaal Vitelleschi in 1439 ontzet. De inwoners van de stad openden de poorten voor de pauselijke legers en Corrado werd in 1441 onthoofd.

Een van de besluiten die gerelateerd was aan het Concilie van Bazel was het besluit van de Franse koning Karel VI om nagenoeg de gehele Franse kerk onder het gezag van de Franse monarch te plaatsen. Hoewel Eugenius IV zich hard maakte om de Franse koning op andere gedachten te brengen slaagde hij daarin niet.

De Duitse keurvorsten, die aanvankelijk een neutraal standpunt betreffende het Concilie van Bazel innamen, gingen in 1439 in grote lijnen akkoord met de bepalingen van het overleg; benoemingen op voordracht van de vorst bleef mogelijk, pauselijke inkomsten binnen de Duitse gebieden werden geannuleerd. Op het gebied van de suprematie van het concilie ten opzichte van de paus bleven de vorsten neutraal. Door bemiddeling van Enea Silvio Piccolomini [de latere paus Pius II slaagde Eugenius er vlak voor zijn dood in de Duitse vorsten weer onder de hoede van Rome te brengen.

Door de groeiende dreiging van het Ottomaanse Rijk zocht de Oosters-orthodoxe Kerk aansluiting bij de westerse kerk om zo hulp te krijgen in hun strijd tegen de Ottomanen. Hierop werd keizer Johannes VIII Palaiologos en de patriarch van Constantinopel uitgenodigd door de paus om in Ferrara bijeen te komen. Door de dood van Sigismund en de oplopende spanningen met Bazel voorzagen zij echter geen structurele hulp van een verscheurde Westerse wereld en wilden aanvankelijk toch afreizen naar Bazel. Door donaties van de paus werden de heersers uit Constantinopel toch overtuigd. In 1439 [het concilie was inmiddels verplaatst naar Florence vanwege een heersende pestepidemie] vond de aanzet tot hereniging van de westerse en oosterse kerk plaats, hoewel die slechts een kort leven beschoren was, daar vele oosterse kerken deze toenaderingspoging niet accepteerden.

Door de groeiende dreiging van het Ottomaanse Rijk zocht de Oosters-orthodoxe Kerk aansluiting bij de westerse kerk om zo hulp te krijgen in hun strijd tegen de Ottomanen. Hierop werden keizer Johannes VIII Palaiologos en de patriarch van Constantinopel door de paus uitgenodigd om in Ferrara bijeen te komen. Door de dood van Sigismund en de oplopende spanningen met Bazel voorzagen zij echter geen structurele hulp van een verscheurde Westerse wereld en wilden zij aanvankelijk toch afreizen naar Bazel. Door donaties van de paus werden de heersers uit Constantinopel toch overtuigd. In 1439 [het concilie was inmiddels verplaatst naar Florence vanwege een heersende pestepidemie] vond de aanzet tot hereniging van de westerse en oosterse kerk plaats, hoewel die slechts een kort leven beschoren was, daar vele oosterse kerken deze toenaderingspoging niet accepteerden.

In 1443 kon Eugenius na een ballingschap in Florence weer terugkeren naar Rome, waar hij zich bezig hield met de heropbouw van de stad Rome en de gevraagde steun aan de Grieken verleende in hun strijd tegen de Ottomanen; de steun liep op niets uit daar de legers in 1444 bij Varna verslagen werden.

Eugenius IV overleed op 23 februari 1447. Aanvankelijk werd hij in de oude Sint-Pietersbasiliek begraven, naast zijn naamgenoot paus Eugenius III. Later werd zijn graftombe verplaatst naar de San Salvatore in Lauro kerk.


De wolvin in het wapen van de stad Siena

Malachias doelt in zijn spreuk op het feit dat Eugenius IV tot de orde der Celestijner Heremieten behoorde en ook Bisschop van Siena was, een stad dat een wolvin in haar wapen draagt.

Profetie 53: Amator Crucis [Minnaar van het Kruis]

Felix V [1439 - 1449] [tegenpaus]

Echte naam: Amadeus VII van Savoie [Chambťry, 4 september 1383 - Thonon-les-Bains, 7 januari 1451]

Amadeus was als zoon van Amadeus VII van geboorte graaf van Savoye. In 1416 werd hij door keizer Sigismund tot hertog verheven. Hij trouwde met Maria van BourgondiŽ [1380-1422] en kreeg negen kinderen met haar. Felix V was de laatste tegenpaus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk.

Hij breidde zijn gebieden uit en was betrokken bij pogingen om de Honderdjarige Oorlog te beŽindigen. Zo kocht hij in 1401 het graafschap GenŤve van Odo van Thoire en Villars voor 45.000 goudrnaken. Na de dood van zijn vrouw gaf hij zijn positie op en begon een leven van beschouwing, in het gezelschap van vijf ridders, met wie hij de Orde van Sint Mauritius had gesticht. Hij werd door kardinaal díAllemand tot paus gekroond.

De toenmalige paus Eugenius IV had een conflict met het concilie van Bazel. In 1439 liet de paus het concilie voor wat het was en riep een nieuw concilie bijeen in Ferrara. De achterblijvers in Bazel werden door de paus geŽxcommuniceerd. In reactie hierop werd Eugenius door het overblijfsel van het concilie eerst geschorst en vervolgens tot ketter verklaard. In november 1439 werd vervolgens Amadeus tot ware paus gekozen. Amadeus nam de naam Felix aan.


Het departement Savoie draagt een kruis in haar wapen

Felix V resideerde in GenŤve, Lausanne en Bazel. Zijn pauselijke waardigheid werd slechts erkend in Aragon, Hongarije, Beieren en Zwitserland. Een adviseur van Felix, Aeneas Piccolomini, de latere paus Pius II begon besprekingen met Eugenius. In 1449 gaf Felix zijn pretenties op. Eugenius beloonde dat met een benoeming tot bisschop van Sabina en een benoeming tot kardinaal. In 1451 overleed Felix/Amadeus. Malachias voorspelling is correct, want als voormalig Hertog van Savoie droeg hij het Kruis van Savoie in zijn wapen.

Profetie 54: De Modicitate Lunae [Van de geringere Maan]

Nicolaas V [1447 - 1455]

Echte naam: Tommaso Parentucelli [Sarzana, 15 november 1397 - Rome, 24 maart 1455]

Nicolaas V was paus van 18 maart 1447 tot zijn dood. Hij was twintig jaar in algemene dienst bij de Bisschop van Bologna, die hij vergezelde op vele reizen. Later werd hij de beschermeling van Eugenius IV, die hem ook met andere diplomatieke zendingen belastte. Hij voerde zijn ambten zo goed uit dat hij in 1446 de kardinaalshoed kreeg.

Nicolaas V was een van de weinige pausen uit de Renaissance die zich niet overgaf aan nepotisme en acelibataire uitspattingen. Ondanks zijn pontificaat bleef hij tamelijk onberispelijk.

Hoewel zijn levenswijze sober was, wilde hij van Rome de meest prestigieuze stad van de Renaissance maken. "Opdat het prachtige uitzicht van de stad het geloof der nederigen zal versterken", zou hij verklaard hebben. Nicolaas V trok allerlei wetenschappers, schrijvers en kunstenaars naar Rome. Bovendien vormden zijn boeken de kern van de Vaticaanse Bibliotheek. Daarnaast gaf hij opdracht tot het vertalen van veel Griekse literatuur naar het Latijn en liet hij plannen ontwerpen voor het Vaticaanse Paleis en de Sint-Pietersbasiliek.

Kort na zijn inauguratie drong de wereldse machtspolitiek zich al aan hem op. Hij spande zich in om de agressiviteit van Alfons van Aragůn, de nieuwe koning van Napels [die de kerkelijke Staten bedreigde], in te tomen. In 1448 sloot Nicolaas V met de Duitse koning Frederik III en enkele Duitse vorsten het Concordaat van Wenen, dat tot 1803 van kracht zou blijven.

In het jaar 1450 gaf de paus aan de Duitse theoloog Nicolaus Cusanus de opdracht de Duitse Kerk te hervormen. "Zuiver en vernieuw, maar verniel niets en treed niets met de voeten," was zijn richtlijn. Op 16 maart 1452 zegende de paus het huwelijk in van Frederik III met Eleonora van Portugal en kroonde hij Frederik tot keizer. Het was de laatste maal dat een keizer in Rome werd gekroond.

In het jaar 1452 vaardigde Paus Nicolaas V een bul uit, getiteld Dum Diversas ['Doctrine van Ontdekking'], waarmee de prins van Portugal Hendrik de Zeevaarder het recht kreeg om Saracenen, heidenen en andere ongelovigen tot slaaf te maken, hun nakomelingen inbegrepen. Deze bul legitimeerde de koloniale slavenhandel. Rond die tijd begonnen de expedities naar India, die werden gefinancierd met slavenhandel. Deze goedkeuring van de slavernij werd in zijn Bul Romanus Pontifex in 1455 opnieuw bevestigd en uitgebreid.

Op Driekoningen [6 januari] 1453 ontsnapte Nicolaas V ternauwernood aan een aanslag. De samenzweerders werden nog dezelfde dag ingerekend, onmiddellijk veroordeeld en op 9 januari onthoofd. Dit was een zware schok voor Nicolaas V, die een grondige afkeer had van geweld; hij vond dat zijn vele werken ten behoeve van de stad Rome slecht waren begrepen. Een tweede schok kreeg hij op 29 mei 1453 bij de inname van Constantinopel door de Turken, hetgeen het einde van het Byzantijnse Keizerrijk betekende, de laatste erfgenaam van de Romeinse grootheid.

Nicolaas V werd erg neerslachtig. Jicht en andere ziekten plaagden hem al vijf jaar; op 24 maart 1455 overleed hij.

De profetie van Malachias zinspeelt op zijn geboorte in het Bisdom Luni en zijn lagere afkomst, als zoon van eenvoudige ouders.

Profetie 55: Bos Pascens [Een grazende os]

Calixtus III [1455 - 1458]

Echte naam: Alonso de Borja [Xŗvita, Valencia, 31 december 1378 - Rome, 6 augustus 1458]

Calixtus III was paus van 8 april 1455 tot aan zijn dood. Toen hij zijn studies had beŽindigd, koos hij de zijde van Benedictus XIII, die hem kanunnik maakte. Later onderwierp hij zich aan Martinus V, die hem in 1420 tot bisschop van Valencia benoemde. Eugenius IX benoemde hem in 1444 tot kardinaal. Hij was een oom van Rodrigo Borgia, een van de twee neven die hij tot kardinaal verhief. Rodrigo zou het later tot paus brengen met de naam Alexander VI. De Spaanse Borgia-familie zou nadien nog een geduchte rol spelen in ItaliŽ.

Na de val van Constantinopel in 1453 riep hij de christelijke vorsten van Europa op tot een nieuwe kruistocht, deze keer niet naar het Heilige Land, maar om de Turken terug te drijven. Blijkbaar was niemand daartoe bereid en in staat. Toen de Turken in 1456 Belgrado belegerden, liet hij op 29 juni de klokken luiden om daarmee op te roepen tot gebed voor Belgrado. De Turken werden drie weken later inderdaad afgeslagen. Omdat de oproep zich buiten de stad Rome traag verspreidde, bereikte het nieuws van Belgrado's ontzetting velen eerder dan de oproep tot gebed, dat toen maar werd opgevat als een oproep tot dankgebed. Het klokkenluiden is nog steeds een herdenkingsritueel voor Belgrado's ontzetting.

Hij beval ook een postume herziening van het proces tegen Jeanne d'Arc, die in 1431 op de brandstapel was terechtgesteld. Hij was vermoedelijk een van de rijkste pausen uit de geschiedenis. Zij werd op 7 juli 1456 onschuldig verklaard.


Het wapen van Calixtus III met de os van de Borgia's

Het wapen van de Paus bevat de os van de Borgiaís. Aldus wordt Malachiasí profetie verklaard.

Profetie 56: De Capra et Albergo [Van de geit en de herberg]

Pius II [1458 - 1464]

Echte naam: Enea Silvio Piccolomini [Corsignano, nu Pienza bij Siena, 18 oktober 1405 - Ancona, 14 augustus 1464]

Pius II was paus van 19 augustus 1458 tot aan zijn dood op 14 augustus 1464. Enea Silvio Piccolomini werd geboren op 18 oktober 1405 in een klein dorpje genaamd Corsignano. Enea groeide op in een arm gezin, waardoor hij zijn hele jeugd op het land mee moest werken. Hij kreeg alleen elementair basisonderwijs van zijn dorpspriester Pietro. Enea vertoonde echter zoín intelligentie en scherpzinnigheid dat hij door zijn verre familieleden Bartolomea en NiccolÚ Lolli werd opgenomen in hun huishouden.


Buste van Pius II

Enea ging pas studeren aan de universiteit van Siena op twintigjarige leeftijd. Zijn achterstand haalde hij in door zich dag en nacht aan zijn studie te wijden. Door soms dagen niet te eten, spaarde hij geld en tijd uit die hij aan zijn studie wijdde. Na zijn propedeutische studie van de retorica en poŽzie ging Enea in navolging van de klassieke modellen zelf poŽzie schrijven. Zijn grote voorbeelden waren Vergilius, Propertius en Horatius. De Cinthia is een elegisch dichtwerk uit Eneaís studietijd. Angela Acherisi, een getrouwde vrouw, inspireerde Enea tot het schijven van de Cinthia. Met de naam Cinthia toonde Enea zijn toewijding aan de klassieke modellen: Cynthia was de naam van de geliefde van Propertius. Na zijn studie van de retorica en poŽzie ging Enea rechten studeren met het oog op een politieke carriŤre.

De omschrijving van Malachias wordt verklaard als een zinspeling op het feit, dat Pius II, voor hij Paus werd, secretaris was geweest van de kardinalen Capranica en Albergato.

Profetie 57: De Cerve et Leone [Van een hert en een leeuw]

Paulus II [1464-1471]

Echte naam: Pietro Barbo [VenetiŽ, 23 februari 1417 - Rome, 26 juli 1471]

Paus Paulus II was Paus van 30 augustus 1464 tot aan zijn dood. Pietro Barbo, een neef van Eugenius IV ging in het klooster toen zijn oom Paus werd. Hij was kardinaal-nepoot van de paus Eugenius IV en de oom van later benoemde kardinalen Marco Barbo, Giovanni Battista Zeno and Giovanni Michiel.

Barbo was de zoon van Niccolo Barbo, een rijk Venetiaans koopman, en Polixena Condulmer, een zuster van paus Eugenius IV. Hoewel hij opgeleid was voor een carriŤre in de overzeese handel, besloot hij na de troonsbestijging van zijn oom een positie binnen de Rooms-katholieke Kerk te bekleden. Aan het pauselijke hof volgde hij onder toezicht van Eugenius een kerkelijke studie en werd in 1436 al benoemd tot aartsdiaken van Bologna. Na benoemingen tot bisschop van Vervia en Vicenza volgde op 1 juli 1440 zijn benoeming tot kardinaal-diaken met als dekenaat Santa Maria Nuova.

Tijdens het pontificaat van Eugenius IV wist Barbo zich een belangrijke positie aan het hof te verwerven. Zo werd hij benoemd tot lid van de commissie belast met de heiligverklaring van Bernardinus van Siena en was hij Camerlengo over het College van Kardinalen van 13 augustus 1445 tot aan 7 oktober 1446.

Na de dood van Eugenius werd Barbo door paus Nicolaas V benoemd tot kardinaal-priester [16 juni 1451] waarbij hem de titelkerk San Marco in Rome werd toegewezen. Deze kerk, samen met het daarnaast gelegen Palazzo Venezia, liet hij door Bernardo Rossellino grondig verbouwen. Ook tijdens zijn pausschap zou Barbo aanvankelijk hier wonen, totdat hij door intern oproer de veiligheid van het Vaticaan verkoos.

Bij het aantreden van paus Calixtus III toonde Barbo zijn vaardigheden inzake diplomatie en organisatie. In 1455 wist hij een wapenstilstand tussen de rivaliserende Romeinse families Orsini en Colonna te realiseren en wierp hij zich op als onderhandelaar bij een conflict tussen de paus en de koning van Napels, Alfons I. Als organisator nam hij de oprichting van de pauselijke vloot [bedoeld voor een kruistocht] op zich.

Na de benoeming van paus Pius II vergezelde hij hem naar Mantua op 22 januari 1459, waar de paus een vergadering had bijeengeroepen met als onderwerp de Ottomaanse suprematie. Barbo was aanwezig bij het overlijden van de paus in augustus 1464 in Ancona , en na diens dood haastte hij zich naar Rome om deel te nemen aan het conclaaf.


Kroning van Paus Paulus II

Evenals bij vorige conclaven braken er door de sedisvacatie rellen uit in Rome. Hierdoor ontstond er binnen het kardinalencollege twijfel over de eventuele locatie, waar de verkiezing zou moeten plaatsvinden. Nadat Antonio Piccolomini [in het bezit van de Engelenburcht en familielid van een van de deelnemende kandidaten] de veiligheid van de kardinalen toegezegd had, werd besloten het conclaaf in het Vaticaan te houden.

Van de 29 kardinalen die gerechtigd waren deel te nemen aan de stemming, reisden er 19 af naar Rome. De samenstelling van het kiescollege was gebaseerd op 4 nationaliteiten: 10 Italianen, 4 Fransen, 4 Spanjaarden en 1 Griek. Van de kandidaten werden Johannes Bessarion en Guillaume díEstoutville als meest papabile genoemd, mede door hun staat van dienst, maar ook circuleerde de naam van Rodrigo de Borja y Borja, de latere paus Alexander VI [1492].

Bij de eerste stemming op 30 augustus behaalde Barbo 11 van de 19 stemmen, 3 te weinig voor een keuze. Door het recht van Ďaccessusí, het recht van een kardinaal om na een stemronde alsnog zijn stem te wijzigen ten voordele van een andere kandidaat, verkreeg Barbo tijdens de eerste ronde alsnog de 3 extra benodigde stemmen, waardoor zijn verkiezing vaststond. Bij zijn ambtsaanvaarding nam hij de naam Paulus II aan. Op 16 september 1464 vond de kroning plaats en werd deze uitgevoerd door Rodrigo de Borja y Borja.

Zijn binnenlandse politiek wordt vooral gekenmerkt door de vervolging van de Fraticelli en het huis Anguillara. De Fraticelli waren al eeuwen een doorn in het oog van de Rooms-katholieke Kerk, doordat zij in de lijn van de Franciscanen het armoedeideaal nastreefden en het optreden van de Kerkelijke macht als schandalig ervoeren, en de individuele leiders ongeschikt achtten voor hun functie. Al in de dertiende eeuw was deze groepering door paus Bonifatius VIII betiteld als ketters, en werden aanhangers van de Fraticelli menigmaal vervolgd.

In 1466 vond opnieuw een grootschalige vervolging plaats, waarbij verschillende leden [waaronder hun leider Stefano deí Conti] gevangengezet werden in de Engelenburcht. Daarmee hoopte Paulus II een definitief einde te maken aan de 'immorele' praktijken van deze groepering, echter zonder succes.

Het huis Anguillera was een andere vijand binnen de pauselijke staat die Paulus II wenste te elimineren. Deze adellijke familie uit Latium had zich tegen het bestuur van de paus gericht en daarbij de macht gegrepen in diverse steden in de provincie Viterbo, ook een kerkelijk gebied. Tijdens de regering van Francesco degli Anguillara werd op inititatief van Paulus II een einde gemaakt aan de macht van het huis. Francesco werd geŽxcommuniceerd en gevangengezet in de Engelenburcht, en alle bezittingen van de familie werden geconfisqueerd.

In het buitenland voelde Paus Paulus II zich, na de val van Negroponte op 12 juli 1470, gesterkt om de strijd aan te gaan met het Ottomaanse Rijk, die een bedreiging vormde voor heel Europa. Eerdere pogingen om de keizer van het Heilige Roomse Rijk, Frederik III, te overtuigen waren mislukt en ondanks zijn eigen afkomst, voelde Paulus II er niets voor om de Venetianen in de strijd te betrekken uit vrees voor hun toenemende macht. Door toezeggingen aan leiders in Hongarije en AlbaniŽ hoopte de paus op een actieve strijd, maar resultaten bleven uit. Onderlinge verschillen en gebrek aan samenwerking waren hiervan de oorzaak, maar ook het conflict met de koning van Bohemen, George van Podiebrad, lag hieraan ten grondslag.

De Boheemse koning gold als een van de eerste Europese vorsten die zich openlijk van het katholicisme had afgewend en aanhanger was geworden van de leer van Johannes Hus. Op 23 december 1466 werd de koning door Paulus II geŽxcommuniceerd en gaf hij openlijke steun aan de rebellen die zich tegen de koning verzetten. Paulus onthief de rebellen van hun eed waarmee zij trouw aan hun vorst hadden gezworen en gaf hen toestemming een afzettingsprocedure te beginnen. De koning van Hongarije, Matthias Corvinus, werd opgeroepen ten oorlog te trekken tegen Bohemen, en nadat Corvinus erin geslaagd was gebieden te veroveren werd hij door paus Paulus II in maart 1469 tot koning van Bohemen gekroond. Pas bij de dood van George van Podiebrad kwam er een einde aan het conflict.

Een poging om de Franse koning af te laten zien van de Pragmatieke Sanctie van Bourges [1438], waarbij het gezag van de paus over de Franse bisschoppen beperkt bleef, mocht niet baten, zelfs niet toen Paulus II besloot de koning de titel van "zeer christelijke koning" te verlenen.

Op 26 juli 1471 stierf Paulus II, volgens bronnen, aan een hartaanval na het eten van [teveel] meloenen. Hij werd begraven in de patriarchale Basiliek van het Vaticaan, waarvoor een grafmonument werd gemaakt door Mino da Fiesole en Giovanni Dalmata. Na zijn dood werden zijn persoonlijke bezittingen, die een waarde vertegenwoordigden van ruim 600.000 dukaten [geld, juwelen en goud], ingezameld om de kruistocht tegen de Ottomanen te financieren.

Eerder genoemde overleveringen [van Platina en Infessura] gaven een zeer negatief beeld over paus Paulus II, waarbij gewezen werd op zijn immoreel gedrag [antihumanisme en illegale benoemingen], en zijn grote mate van ijdelheid en wereldlijkheid. Toch heeft paus Paulus II tijdens zijn pontificaat ook veel ondernomen ter verbetering van de uitstralingen van de stad Rome [verbetering van het stratenplan, waaronder de Via del Corso] en gold hij als een "beginnend" mecenas van de diverse kunsten, die ten tijde van de pausen onder de Hoog-Renaissance tot grote bloei zouden komen.

In 1786 werd ter gedachtenis van Paulus II in Padua een standbeeld onthuld, dat op initiatief van de toen regerende paus Pius VI werd vervaardigd.

Malachias profetie doelt op zijn bisdom Cervia [Hert] en zijn titelkerk San Marco [leeuw], als kardinaal.

Profetie 58: Piscator Minorina [Visser-Minderbroeder]

Sixtus IV [1471-1484]

Echte naam: Francesco della Rovere [Celle, Savona, 21 juli 1414 - Rome, 12 augustus 1484]

Sixtus IX was paus van 9 augustus 1471 tot aan zijn dood op 12 augustus 1484. Omdat zijn ouders te arm waren, werd hij als kind in een klooster van Franciscanen geplaatst. Hoewel een man van bescheiden afkomst, was hij begiftigd met schitterende talenten. Hij was de eerste vertegenwoordiger van het sterk verwereldlijkte renaissancepausdom.

Hij werd generaal van de Franciscanerorde [1464], professor aan zes Italiaanse universiteiten. Hij was een begaafd redenaar en schrijver. Paulus II benoemde hem in 1467 tot kardinaal.

De uiterlijke glans, die hij op het gebied van kunst [Sixtijnse Kapel] en wetenschap aan de Kerk bezorgde, steekt schril af tegen de wantoestanden die aan de curia heersten. Sixtus maakte zich schuldig aan nepotisme en onderging een noodlottige invloed van zijn gunstelingen. Bij zijn 34 kardinaalsbenoemingen overheersten politieke beweegredenen. Minder gunstige elementen, zoals de latere paus Alexander VI, kwamen naar voren.

De vroegste, door Sixtus benoemde kardinalen, waren zijn twee neven Giuliano della Rovere [paus Julius II] en Pietro Riario, die driemaal bisschop, tweemaal aartsbisschop, patriarch van Constantinopel en kardinaal werd. Een ander familielid, Girolamo Riario sleepte Sixtus in verschillende zinloze oorlogen mee [onder andere met Napels, Ferrara, VenetiŽ en de Colonna's].

Ernstiger werd nog het door de Riario's uitgelokte conflict met Florence. In de samenzwering der Pazzi tegen de machtige Lorenzo de Medici, waarbij diens broer Giuliano werd gedood, compromitteerde Girolamo Riario Sixtus IV.

Nadat de aanslag op Lorenzo mislukt was begon er een verbitterde gewapende strijd. Slechts het innemen van Otranto [1480] door de Turken bracht de partijen na twee jaar tot bezinning. Van een kruistocht tegen de Turken kwam echter niets meer terecht.


Paus Sixtus IV

Door nepotisme en wanordelijk beleid uitgeput, werd de pauselijke schatkist aangevuld door nieuwe middelen, die sterk verzet uitlokten; verhoogde premies voor het verkrijgen van prebenden, het koopbaar maken van ambten [simonie] en het uitschrijven van nieuwe aflaten.

Deze ongunstige aspecten van Sixtus' pontificaat mogen echter niet doen vergeten, dat Sixtus, door zich in cultureel en politiek opzicht door de beweging van de Renaissance te laten meeslepen, de Kerk toch ook behoedde voor een isolement, dat haar bij de toenemende verwereldlijking van het geestelijke en openbare leven om haar heen noodlottig had kunnen worden.

Zoals hij handelde, handhaafde hij in ieder geval het contact tussen Kerk en wereld. Dat hij daarbij de 'zaken des geloofs' niet uit het oog verloor, bewijst zijn ijveren voor de Mariaverering, met name voor de cultus van Maria's Onbevlekte Ontvangenis, zijn verdediging van de pauselijke onfeilbaarheid en zijn vergaande begunstiging van de franciscanerorde, al deed dit laatste punt, zijn voorliefde voor het instituut waartoe hij zelf behoord had, hem zozeer de maat uit het oog verliezen, dat hem dit terecht tot een verwijt kon worden gemaakt.

Franciscus werd geboren als zoon van een visser en was Franciscaan. Vandaar de benaming Minderbroeder-Visser van Malachias. Merk op dat er in Malachiasí tijd nog geen sprake was van deze orde.

Profetie 59: Praecursor Siciliae [Voorbode uit SiciliŽ]

Innocentius VIII [1484-1492]

Echte naam: Giovanni Battista Cibo [Genua, 1432 - Rome, 25 juli 1492]

Innocentius VIII was Paus van 29 augustus 1984 tot 25 juli 1492. Na een wild studentenleven werd Giovanni Battista bisschop van Savona [1467] en in 1473 kardinaal. In een turbulent Rome, waar Rodrigo Borgia [de latere Alexander VI] en Giuliano della Rovere [de latere Julius II] elkanders kandidatuur bestrijden, weet hij zich tot opvolger van Paus Sixtus IV te laten kiezen.


Paus Innocentius VIII

Tijdens zijn pontificaat heerste er in Rome een grote onveiligheid, vooral omwat hij zwak optrad tegen misdadigers. In 1484 vaardigde hij zijn vaak misbruikte bul tegen hekserij uit. Omdat hij altijd geld tekort kwam, vond hij de bedenkelijke uitweg om steeds weer nieuwe ambten te scheppen en ze aan de hoogste bieder te verkopen. Tijdens zijn regering werden massaís pauselijke bullen verkocht, maar vele houdt men tegenwoordig voor vervalsingen, bijvoorbeeld deze waarin de Noren te toelating krijgen om de mis te lezen zonder wijn. Ook moest hij nu eens zijn mijter, dan weer zijn tiara in pand geven bij de Romeinse bankiers.

Veel van dat geld gaat naar kunstenaars. Zo laat hij het BelvťdŤre van het Vaticaan bouwen. Ook zijn deelname aan de Napolitaanse Baronnenoorlog [1485-1486] kostte geld.

In het buitenland erkent hij Hendrik VII [de eerste Tudor] als koning van Engeland. Sultan Najezid II dwingt hij tot onderhandelingen door het gijzelen van diens opgekochte broer Djem [1489].

Innocentius VIII verbond zijn naam aan ťťn van de opvallende fenomenen van die tijd: de heksenjacht. In 1484 had hij met zijn bul "Summis desiderantes affectibus" hiertoe het licht op groen gezet. De bul omschreef tot in de details hoe de schuldigen moesten gevonden worden, hoe de processen moesten worden gevoerd en welke straffen moesten worden voltrokken. Twee Dominicanen, Heinrich Institor [Kraemer] en Jakob Sprenger zagen in deze bul een vrijbrief voor hun "Malleus maleficarum," de "Heksenhamer" die in 1486 verscheen. Op grond van dit werk meenden velen dat er actief naar heksen gespeurd moest worden.

Innocentius VIII maakte van de Zetel van Petrus een toonbeeld van onwaardigheid. Zo hield hij er een maÓtresse op na, met wie hij kinderen kreeg. zijn zoon huwde met een dochter van Lorenzo il Magnifico, die in 1489 haar broertje Lorenzo tot kardinaal liet benoemen: de latere Leo X. Innocentius ligt begraven in de Sint Pietersbasiliek.

De uitleg van Malachias verwijst naar zijn voornaam "Giovanni Battista" of "Johannes De Doper," de voorbode van Christus en hij verbleef veel aan het hof van Alfonso, Koning van SiciliŽ.

7. Malachias: De 111 profetieŽn over de Pausen

Profetie 60: Bos Albanus in Portu [Albaanse stier in de haven]

Alexander VI [1492-1503]

Echte naam: Rodrigo Borgia [Xŗtiva, Spanje, 1 januari 1431 - Rome, 18 augustus 1503]

Alexander VI was Paus van 11 augustus 1492 tot 18 augustus 1503. Rodrigo Borgia was de neef van Paus Calixtus III [alias Alfonso Borgia, die de Spaanse naam Borja heeft veranderd in een Italiaanse vorm], en werd op 1 januari 1431 in Xativa [Spanje] geboren. Op zijn 25ste had zijn oom, de paus, hem aangesteld als kardinaal-diaken en vicekanselier van de Rooms-Katholieke Kerk en later benoemd tot bisschop van Valencia. In 1456 werd hij tot kardinaal-bisschop van Albano en van Portus benoemd.

Op 6 augustus 1492 begon het conclaaf, dat in de Sixtijnse kapel gehouden werd, dat Rodrigo Borgia koos als nieuwe paus na de dood van paus Innocentius VIII. Borgia beloofde kardinaal Ascanio Maria Sforza als vicekanselier aan te stellen en schonk hem zijn paleis met alles erop en eraan, kardinaal Giovanni Battista Orsini gaf hij de steden Monticelli [Teramo] en Soriano, Colonna de stad, aan kardinaal Giovanni Michiel het bisdom Portus, aan Scelfatano de stad Nepi. Van de 23 kiezers waren er maar vijf die de steekpenningen weigerden te aanvaarden.

Borgia werd vervolgens in de nacht van 10 op 11 augustus met overmacht tot paus gekozen. Op zijn bevel liet de ceremoniepriester onder het volk het bericht verspreiden met de boodschap: "De nieuwe paus is kardinaal Alexander VI, Rodrigo Borgia de Valence. We zijn gered."

Eťn van zijn eerste daden als paus was de verdeling van het door Christoffel Columbus ontdekte Amerika. Portugal en Spanje maakten beide aanspraak op de 'nieuwe wereld'. Paus Alexander heeft met de bul Inter Caetera de gebieden verdeeld.

Alexander VI had een maÓtresse: Vannozza dei Cattanei [1442-1518]. Toen Borgia paus Alexander VI werd, erkende Vanozza dat ze de moeder was van zijn vier nog in leven zijnde kinderen Juan, Cesare Borgia, Joffre en Lucrezia Borgia.

Alexanders zoon Cesare, geboren in 1475 en gestorven in 1507, werd op zijn zesde, apostolisch protonotarius en later bisschop van Pamplona. Toen zijn vader paus werd, benoemde deze hem in 1493 [op zijn achttiende] tot kardinaal. Het was een gebruik dat de tweede zoon de Kerk zou dienen. Ook al overleed de eerste zoon, Pedro Luis, vroegtijdig, werd Cesare aanvankelijk toch kardinaal. Echter, Cesare had vooral wereldlijke en militaire ambities: hij wilde de pauselijke legers aanvoeren. Na de moord op Juan werd Cesare inderdaad de aanvoerder van de pauselijke legers. Hiertoe legde hij, als jongste kardinaal ooit, zijn ambt weer neer.

De lievelingszoon van de paus, Juan, hertog van Gandie, kreeg de hertogdommen Benevento, Terracina en Pontecorvo. Om de banden tussen ItaliŽ en Spanje aan te trekken werd Juan uitgehuwelijkt aan Maria Enriquez de Luna, een nicht van Ferdinand II van Aragůn en Isabella I van CastiliŽ. Joffre [12] trouwde met Sancha van Aragůn [16], de dochter van koning Alfons II van Napels.

Dochter Lucrezia werd eerst aan Giovanni Sforza uitgehuwelijkt. Op die manier dankte de paus kardinaal Ascanio Sforza, voor zijn positieve stem tijdens het conclaaf. De paus zelf heeft het huwelijk van zijn dochter op het Vaticaan ingezegend. Later werd het huwelijk echter ongeldig verklaard omdat Sforza impotent zou zijn: scheiden was ondenkbaar in die tijd. Dit voorwendsel was noodzakelijk om de paus gezichtsverlies te besparen en toch het politiek gezien interessanter huwelijk mogelijk te maken van Lucrezia met Alfons van Aragůn, prins van Salerno en hertog van Biseglia, zoon van koning Alfons II van Napels.


De stier in het wapen van Paus Alexander VI

Het geluk van Lucrezia Borgia werd na twee jaar wreed verstoord doordat haar broer Cesare, haar man om het leven bracht. Op 30 december 1501 liet men haar huwen met Alfonso I d'Este. Ook toen werden opnieuw gedurende een volle week Bacchanalen georganiseerd.

Giuliano della Rovere, de latere Paus Julius II, spoorde Karel VIII van Frankrijk aan zijn rechten over het koninkrijk Napels op te eisen. Hiertoe werden onderhandelingen gestart in Rome. Karel VIII wilde de kruistochten leiden naar Palestina en wist uit te onderhandelen dat Della Rovere kardinaal werd en domicilie mocht houden in Frankrijk. De Italiaanse expeditie, gesteund door de hertog van Milaan, Ludovico il Moro, begon met een overwinning voor de Fransen en koning Alfons II werd verdreven.

Op 31 december 1494 werd Rome door de Fransen bezet. Vanuit de Engelenburcht onderhandelde Alexander VI over een compromis. Op 15 januari 1495 trok Karel, opnieuw verzoend met de paus, op veroveringstocht naar Napels. Zijn overwinning gaf aanleiding tot de oprichting van de Heilige Liga - keizer, paus [Rome], VenetiŽ en Milaan - die hem op 6 juli versloeg in Fornovo.

De paus beleefde een persoonlijk drama: Juan werd in de nacht van 14 op 15 juni 1497 vermoord door zijn broer Joffre [omdat Juan het had aangelegd met de vrouw van Joffre]. Zijn lijk werd uit de Tiber opgevist door vissers. Alexander beschouwde dit als een straf uit de hemel en beloofde zijn leven te beteren en de kerk te hervormen. Enige weken later troostte Julia Farnese hem door hem een zoon te schenken die hij ook Juan noemde - en die hem zijn goede voornemens deed vergeten. Girolamo Savonarola, die zich tot taak had gesteld hem aan zijn beloften te herinneren, werd het zwijgen opgelegd op 23 mei 1498 door hem op het piazza Santa Croce op een brandstapel te gooien.

De paus kwam onder steeds grotere invloed van zijn zoon Cesare. Die had het purper op 17 augustus 1498 geweigerd in de hoop te kunnen huwen met Carlotta van Aragůn, dochter van de koning van Napels. Voor dit huwelijk had hij echter de steun van Frankrijk nodig. De paus richtte zich tot de nieuwe koning, Lodewijk XII van Frankrijk, die Cesare tot hertog van Valentinois benoemde. Desondanks weigerde Carlotta van Aragůn met hem te trouwen en moest Cesare zich tevredenstellen met Charlotte d'Albret, zuster van de koning van Navarra, met wie hij op 12 mei 1499 in het huwelijk trad.

Alexander VI had nog een zoon, de 'Romeinse infant' genoemd, van wie werd beweerd dat hij de vrucht was van een incestueuze verhouding tussen Lucrezia en de paus. Hij echter was niet de zoon van de paus, maar die van Cesare en zijn zus Lucrezia. Hij kreeg, toen hij 3 jaar was, een ander hertogdom.

De dood van Alexander VI op 18 augustus 1503 werd veroorzaakt door vergiftiging. Alexander VI had door zijn geldverkwistende en oorlogszuchtige praktijken veel vijanden gemaakt. De arts Maruzza dacht dat het in feite ging om een gewone malaria-aanval met complicaties wegens voedselvergiftiging. Het lijk van de paus was door het gif snel in vergevorderde staat van ontbinding, dienaars moesten gedwongen worden het lijk te wassen. Er waren tien kruiers nodig om het lichaam met hun vuisten in de kist te duwen. Vervolgens moest het deksel dichtgenageld worden omdat deze anders niet sloot. In de straten danste men van vreugde.

De profetie van Malachias slaat op de wapens van Albano en Porto, waar hij kardinaal-bisschop was, en waarop een stier staat. Ook in het pauselijke wapen van Alexander VI wordt de stier aangetroffen.

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
24-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 61-70
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 61-70

Profetie 61: De Parvo Homine [Uit een kleine man]

Pius III [1503]

Echte naam: Francesco Todeschini Piccolomini [Siena, 29 mei 1439 - Rome, 18 oktober 1503]

Francicus was een neef van Paus Pius II en was Paus van 22 september tot 18 oktober 1503. De tijdsduur van zijn pontificaat hoort met 27 dagen tot de tien kortste. Hij bracht zijn jeugd door in behoeftige omstandigheden, maar later nam zijn oom hem in huis, gaf hem zijn naam en wapen en zorgde voor zijn opleiding en studie. Eveneens stelde zijn oom hem aan tot Aartsbisschop van Siena en in 1460 tot kardinaal.

Na de dood van Alexander VI konden de kardinalen het niet eens worden over een kandidaat en stemden ze op Piccolomini. Hij betoonde zich lange tijd een hervormingsgezinde figuur binnen het college van kardinalen. Zo protesteerde hij openlijk tegen de politieke intriges van Alexander VI. Hij volgde Alexander op en nam ogenblikkelijk stappen ter hervorming van het pauselijke hof. Hij overleed echter binnen een maand na zijn verkiezing aan een beenzweer [volgens sommigen door vergiftiging], tot teleurstelling van de hervormingsgezinden.


Graftombe van Paus Pius III

Malachiasí zinspeling is duidelijk: ze verwijst naar zijn familienaam Piccolomini [kleine man].

Profetie 62: Fructus Jovis Juvabit [Jupiters vrucht zal helpen]

Julius II [1503-1513]

Echte naam: Giuliano della Rovere [Albisola Superiore, Savona, 5 december 1443 - Rome, 21 februari 1513]

Julius II was paus van 31 oktober 1503 tot aan zijn dood. Hij was de oudste zoon van Raffaelo della Rovere en Theodora Manerola, een vrouw van Griekse afkomst. Zijn vader, een visser maar later ook genoemd als senator van Rome, was de jongere en enige broer van Francesco della Rovere, de in 1471 gekozen paus Sixtus IV. De familie della Rovere behoorde tot de verarmde adel, woonachtig in het Noord-Italiaanse LiguriŽ. Een andere tak van de familie was woonachtig in Piemonte. Het aanzien en de rijkdom van de familie zou door het nepotisme van Francesco in zijn hoedanigheid als paus snel toenemen, iets wat Giuliano tijdens zijn pausschap [zij het in mindere mate] zou voortzetten.

Hoewel Giuliano aanvankelijk werd opgeleid voor een commerciŽle loopbaan trad hij in 1468, in navolging van zijn oom, toe tot de Orde der Franciscanen. Francesco nam de begeleiding van zijn neef bij zijn studie in Perugia op zich. Aangenomen wordt dat Giuliano in Perugia de studies burgerlijk en kerkelijk recht volgde. Later stuurde Giuliano's oom hem naar een klooster in La Pťrouse, waar hij een aanvullende scholing ontving. Na zijn studies zou hij de orde als novice verlaten en seculair geestelijke worden, waardoor hij zich niet hoefde te onderwerpen aan de strenge kloosterregels, waaronder de gelofte van armoede en het naleven van het celibaat.

Het niet naleven van het celibaat, waaraan een groot aantal kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zich schuldig maakten, speelde tijdens het kardinaalschap van Giuliano ook een rol. Lucrezia Normanni werd het meest bekend. Uit de relatie met haar werd Felice della Rovere geboren, die tijdens de pontificaten van haar vader en zijn opvolgers Leo X en Clemens VII een opmerkelijke rol zou spelen. Felice della Rovere trad op verzoek van haar vader in het huwelijk met Giovanni Giordano Orsini, lid van de invloedrijke Romeinse familie.

Uit andere hoek kwamen later berichten, met name tijdens zijn pontificaat, dat Giuliano er homoseksuele relaties op na zou hebben gehouden.

Na de dood van Sixtus IV in 1484 speelde kardinaal Rovere een bedenkelijke rol bij de keuze van Innocentius VIII. Omdat hij zag dat zijn eigen kansen om paus te worden miniem waren, zorgde hij dat een paus gekozen werd die vermoedelijk een speelpop in zijn handen zou zijn. Na de dood van Alexander VI maakte hij weer veel kans als kandidaat, maar de zieke Piccolomini werd paus nog voordat hijzelf kans had om de stemmen van de kardinalen voor zich te winnen door steekpenningen en beloften, want het was het kortste conclaaf in de geschiedenis van de Pausen geweest.

Julius II gaf veel geld uit voor de bouw van prachtige paleizen en versterkingen. Voordat hij paus werd, was hij vader van drie dochters. Een van hen, Felice, gaf hij in 1506 ten huwelijk aan Giovanni Orsini.


Het pauselijke wapen van Julius II

De Latijnse spreuk [Fructus Jovis Juvabis] slaat op het wapen van de paus. Het draagt een eik, de heilige boom van Jupiter.

Profetie 63: De Craticula Politiana [Van het rooster van Politianus]

Leo X [1513-1521]

Echte naam: Giovanni de' Medici [Florence, 11 december 1475 -Rome, 1 december 1521]

Leo X was paus van 11 maart 1513 tot 1 december 1521. Hij was een zoon van Lorenzo de' Medici [il Magnifico]. Op dertigjarige leeftijd werd hij kardinaal. Zijn opvoeder en mentor was de knappe humanist en geleerde, Angelus Politiano. In 1494 ontvluchtte hij zijn geboortestad in het kleed van een Franciscaan en ondernam daarna tal van vergeefse pogingen om zijn familie in Florence weer aan de macht te helpen. In die tussenperiode leidde hij een redelijk rustig leven als minnaar van kunst en literatuur. Hij steunde kunstenaars en was vrijgevig, waardoor hij herhaaldelijk in geldproblemen kwam. Hoewel hij een werelds leven leidde, blonk hij in vergelijking met de meeste andere kardinalen uit in waardigheid en integriteit. In 1512 kwam de familie uiteindelijk weer in de gunst en werd Giovanni het daaropvolgende jaar, op zevenendertigjarige leeftijd, tot Paus verkozen.

Tijdens zijn pontificaat gaf hij bijna vijf miljoen dukaten uit. Hij liet zijn opvolger zitten met een schuldberg van bijna een half miljoen dukaten. Zijn geldschieters stonden voor een financieel debacle en schriften uit die tijd zeggen: "Leo X heeft drie pontificaten opgegeten, de schatkist van Julius II, de inkomsten van zijn eigen regering en die van zijn opvolger."

In 1516 sloot hij met Frans I het concordaat van Bologna waarin hij de wereldlijke macht het recht schonk kerkelijke ambten toe te kennen.

Hij besteedde weinig aandacht aan het reeds lopende Vijfde Lateraans Concilie. De belangstelling die hij van huis uit had meegekregen voor kunst en literatuur speelde een grotere rol in zijn leven. Hij verstrekte opdrachten aan RafaŽl en Michelangelo. Ook breidde hij de collectie van de Vaticaanse Bibliotheek aanzienlijk uit. Als liefhebber van het goede leven organiseerde hij ook grote feesten en extravagante eet- en drinkgelagen. Enkele kardinalen zagen dit gedrag met lede ogen aan en probeerden hem door vergiftiging om het leven te brengen, hetgeen mislukte.

De broodnodige hervorming van de kerkelijke instituties verwaarloosde hij. Om zijn financiŽle tekorten aan te vullen ging hij aflaten verkopen, naar het voorbeeld van de Duitse monnik Johann Tetzel. Dat deze praktijken de hervormingsbeweging van onder andere Maarten Luther in de kaart speelden, ontsnapte grotendeels aan zijn aandacht. Hij reageerde op Luthers protesten door hem in de ban te doen, hetgeen bijdroeg aan een definitieve breuk in de Kerk en het ontstaan van het Protestantisme.

Hij werd begraven in de Santa Maria sopra Minerva. Hij werd opgevolgd door de enige Nederlandse paus in de geschiedenis: Adrianus VI.

Graticula, rooster, slaat op zijn vader, Lorenzo de' Medici [de Heilige Laurentius werd immers op een gloeiend rooster gelegd] en Politiana slaat op zijn opvoeder en mentor, Angelus Politiano.

Profetie 64: Leo Florentinus [De leeuw van Florence]

Adrianus VI [1522-1523]

Echte naam: Adriaan Florenszoon Boeyens [Utrecht, 2 maart 1459 - Rome, 14 september 1523]

Adrianus VI, de enige Paus van Nederlandse afkomst, was Paus van 9 januari 1522 tot 14 september 1523. Zijn vader was scheepstimmerman. Hij studeerde eerst te Zwolle. Vanaf 1478 studeerde hij in Leuven theologie. Zijn studie werd betaald door Jan van Marselaer uit Malderen die gestorven was maar dit in zijn testament had bepaald. In 1489 werd Adriaan hoogleraar en pastoor van het Groot Begijnhof daar. Vanaf 1507 was hij een van de leermeesters van Karel, de kleinzoon van Ferdinand II van Aragůn. Hij werd in 1515 naar Spanje gehaald met als opdracht ervoor te zorgen dat Karel erfgenaam zou worden. Daarbij werd hij in 1516 tot bisschop van Tortosa gekozen. Sindsdien leidde hij de regering, samen met kardinaal Francisco Jimenez de Cisneros, en, na diens dood in 1517 en het vertrek van Karel uit Spanje, alleen. Karel werd in 1519 namelijk tot keizer Karel V gekroond. In 1517 werd Adriaan benoemd tot kardinaal.

Adriaan Florenszoon was in 1517 tot kardinaal gepromoveerd. Na een lang conclaaf, dat hij zelf overigens niet bijwoonde, werd hij op 9 januari 1522 tot paus verkozen. Hij twijfelde bijna een half jaar of hij die uitverkiezing wel zou aanvaarden, maar werd op 31 augustus van datzelfde jaar in Rome toch gekroond. Als zijn voornaamste taken zag hij het tegenhouden van de Reformatie, de hervorming van de Kerk en vereniging van de christelijke machten tegen de aanvallen van de Turken in Hongarije en op het Griekse eiland Rhodos.

Als paus betrachtte hij in Rome de uiterste soberheid, waardoor hij zeer gehaat werd. Door zijn weifelende houding in die complexe tijd en zijn aarzeling om kordate beslissingen te nemen, kreeg hij de bijnaam "videbimus," wat zoveel betekent als 'we zullen wel zien...'. Tussen de grote wereldlijke vorsten van zijn tijd trachtte hij, ondanks de aandrang van zijn vriend Karel V, een neutrale houding aan te nemen, maar kon dit niet volhouden. Tenslotte schreef hij koning Frans I van Frankrijk op 15 april 1523 een wapenstilstand met Karel V voor, onder bedreiging van excommunicatie en interdict. Dit leidde tot een volledige breuk met Frankrijk. Adrianus sloot zich daarom op 3 augustus 1523 geheel aan bij Karel V en de anti-Franse liga in de Italiaanse Oorlog van 1521 - 1526. Tijdens zijn pontificaat namen de Scandinavische landen het lutheranisme aan. Bovendien probeerde hij tevergeefs zijn landgenoot Erasmus te bewegen tot een duidelijke uitspraak ten aanzien van de Reformatie. Adrianus VI haalde de schilder Jan van Scorel naar Rome als conservator van de pauselijke verzamelingen; deze schilderde ook twee portretten van hem.

Hij is niet lang paus geweest. Op 5 augustus 1523 werd hij ernstig ziek, en hij overleed al op 14 september van datzelfde jaar, na een pontificaat van slechts 1 jaar en 2 weken. Hij werd eerst bijgezet in de Sint-Pieterskerk, later in de Duitse nationale kerk te Rome, de Santa Maria dell'Anima.

Na de dood van Adrianus werden er tot 1978, toen de Pool Karol Wojtyła paus Johannes Paulus II werd, alleen nog maar kardinalen uit ItaliŽ tot paus gekozen.


Het pauselijk wapen van Adrianus VI

De spreuk van Malachias slaat op zijn familienaam en op de twee leeuwen die zijn wapen versierden.

Profetie 65: Flos Pilei Aegri [Bloem van de hoed van de zieken]

Clemens VII [1523-1534]

Echte naam: Giulio de' Medici [Florence, 26 mei 1478 - Rome, 25 september 1534]

Clemens VII was paus van november 1523 tot aan zijn dood. Hij was de buitenechtelijke zoon van Giuliano di Piero deí Medici. Hij volgde Lorenzo II op als leider van de familie de' Medici , maar deed in 1523 afstand van zijn functie om tot paus te worden verkozen. Daarmee was hij na zijn neef Leo X de tweede paus uit dit beroemde geslacht. Met de verkiezing van kardinaal Giulio de' Medici leek het alsof de gouden tijd van de' Medici was teruggekeerd. Clemens VII was echter veel strenger en ook plichtsgetrouwer dan Leo X ooit was geweest.

Door aanvankelijk Frans I van Frankrijk te steunen in de Italiaanse Oorlog van 1521-1526, tot grote ergernis van Karel V, trachtte de nieuwe paus de Spaanse druk op ItaliŽ tegen te gaan, hetgeen echter totaal mislukte. Na de Franse nederlaag in de Slag bij Pavia en de gevangenneming van Frans I zocht hij de bescherming van de keizer om zich vervolgens weer aan te sluiten bij de Liga van Cognac [1526, een militair bondgenootschap met Frankrijk, Milaan, VenetiŽ, en Florence] tťgen de keizer. Dit leidde tot de "Sacco di Roma" [6 mei 1527], de inneming van Rome door de keizerlijke troepen. Paus Clemens vluchtte naar de Engelenburcht, maar moest zich uiteindelijk gewonnen geven en werd gevangen genomen. Hij kwam pas vrij na de uitdrukkelijke belofte van neutraliteit, verliet de verwoeste stad en vestigde zich eerst in Orvieto en daarna in Viterbo. De verzoening met Karel V en diens keizerkroning in 1530 was slechts een schijnvrede.

Clemens VII was grotendeels verantwoordelijk voor de sterke verspreiding van de Reformatie in de noordelijke Europese landen. Door zijn afwachtende en diplomatieke houding, en zijn categorische weigering om op verzoek van de keizer een algemeen concilie bijeen te roepen, verknoeide de paus niet alleen een mogelijkheid de verzoening tussen de Kerk en de Reformatie te realiseren, zijn onhandige optreden in de echtscheiding van Hendrik VIII van Engeland, die hij in 1533 excommuniceerde, leidde ook tot de afscheiding van de Anglicaanse Kerk. Hij toonde evenmin sympathie voor de hervormingsbewegingen die binnen de kerk al actief waren, en die later zouden leiden tot de stichting van religieuze orden als de jezuÔeten, ursulinen en kapucijnen.

Trouw aan de traditie van de Medici was Clemens VII ook een beschermer van kunsten en wetenschappen, maar zijn mecenaat bleef beperkt door gebrek aan financiŽn. Hij gaf Michelangelo Buonarroti de opdracht voor de Medici-kapel van de San Lorenzo Basiliek in Florence en voor "Het Laatste Oordeel" in de Sixtijnse kapel.

Clemens VII is, net als Leo X, begraven in de kerk Santa Maria sopra Minerva. Deze 13de-eeuwse kerk, een van de zeldzame gotische gebouwen in Rome, staat op de ruÔnes van wat oorspronkelijk een tempel voor Minerva was. Binnen is een grote verzameling schilderijen en beeldhouwwerken te zien. In de Aldobrandini-kapel bevinden zich de twee graven van de pausen.


Het pauselijk wapen van Clemens VII

Malachias verwijst naar zijn afkomst Florence, zijn wapen, waarop drie lelies en pillendozen staan, en op zijn familienaam.

Profetie 66: Hyancinthus Medicorum [Hyacinth van de geneesheren]

Paulus III [1534-1549]

Echte naam: Alessandro Farnese [Casino, 29 februari 1468 - Rome, 10 november 1549]

Paulus III was Paus van 13 oktober 1534 tot aan zijn dood in 1549. Hij werd geboren in Canino, Toscane. Zijn opleiding, gedeeltelijk verzorgd door Pomponius Laetus, genoot hij in Rome en aan het hof van Lorenzo de' Medici in Florence. Reeds op 25-jarige leeftijd, in 1493, werd hij benoemd tot kardinaal alhoewel hij nog leek was en 16 jaar later, in 1509, had hij het al tot bisschop van Parma gebracht. In die periode nam hij ook een maÓtresse, die hem vier kinderen schonk.

Na de dood van van Clemens VII werd hij verkozen tot paus. Een sterk staaltje van nepotisme was zijn benoeming van zijn kleinzonen Alessandro Farnese [14 jaar] en Ascanio Sforza [16 jaar] tot kardinaal. Toch zag hij blijkbaar wel in dat de katholieke kerk zichzelf, mede door dit soort praktijken in diskrediet had gebracht, want al snel begon hij te hameren op de noodzaak van hervormingen in de kerk. Al onder zijn voorgangers was er een conflict binnen de kerk ontstaan tussen de katholieken en de protestanten. Aangespoord door de decadente levensstijl van de geestelijken en de pausen in het bijzonder alsmede de handel in aflaten had Maarten Luther in 1517 95 stellingen aan de deur van het slot te Wittenberg gespijkerd. Hierin sprak hij zich uit voor grondige hervormingen in het kerkwezen. Als reactie hierop had Paus Leo X hem in 1521 geŽxcommuniceerd.

Paulus III probeerde in 1536 een raad bijeen te roepen in Mantua, maar door tegenwerking van de Duitsers, die voor een groot gedeelte waren overgestapt op het protestantisme liet hij dit plan vallen. Het daaropvolgende jaar liet hij Gasparo Contarini negen vooraanstaande prelaten uitnodigen om in een commissie [ook wel de Contarini commissie genoemd] zitting te nemen die onderzoek zou doen naar en rapporteren over de corruptie en het machtsmisbruik binnen de kerk. Dit leverde de "Consilium de Emendenda Ecclesia" op, een document waarin met nadruk wordt gezegd dat ook geestelijken zich aan hun eigen wetten moeten houden. Het was de bedoeling dat dit rapport geheim zou blijven, maar binnen korte tijd was het overal te krijgen.

Ondertussen stond het politieke landschap van Europa ook niet stil. Sinds 1494 woedden de Italiaanse oorlogen, waarin in 1527 Rome geplunderd werd [Sacco di Roma] door de troepen van keizer Karel V. In 1529 ondertekenden de betrokken partijen de Damesvrede van Kamerijk. Frans I van Frankrijk liet daarmee zijn claim op ItaliŽ vallen [eerder had Karel V Frans I in 1525 beslissend verslagen bij de slag bij Pavia]. In de nasleep van deze tumultueuze tijden, waarin de pausen zelf ook menigmaal hun politieke koers bijstelden en van alliantie veranderden, was Karel V als machtigste vorst van het Europese vasteland tevoorschijn gekomen.

De grootste bedreiging voor de stabiliteit van Karels rijk waren de godsdienstoorlogen. De macht van de katholieke kerk leek tanende. Engeland was onder Hendrik VIII in 1534 Anglicaans geworden nadat de paus hem in de ban had gedaan vanwege Hendriks scheiding van Catharina van Aragůn. De protestantse kerk won onder leiding van Luther en Calvijn aan invloed. Dit alles werkte de contrareformatie in de hand, die onder Paulus III pas echt op gang kwam. Karel V stuurde echter aan op een beheerst proces waarin de protestanten zouden terugkeren naar de moederkerk. In het kader hiervan zond de paus de nuntius Giovanni Morone in 1540 naar Hagenau en Worms, maar de compromisvoorstellen die daar werden ingediend waren voor zowel de katholieken als de protestanten niet aanvaardbaar. Later, in 1541, zou er nog een poging worden ondernomen bij de conferentie van Regensburg maar wederom liep dat op niets uit.

In 1542 richtte Paulus III de centrale Romeinse inquisitie op, de "Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis," bestaande uit 6 kardinalen. Hierdoor werd de inquisitie van de gehele wereld gecentraliseerd. In 1908 werd de naam door Pius X veranderd in "Congregatie van het Heilig Officie" en sinds 1965 heet zij de "Congregatie voor de Geloofsleer."

De mislukking van de besprekingen verhardde de relaties. In 1544 had de keizer de vrede van Crespy getekend met Frans I en ook de oorlog met de Turken was geŽindigd. In deze relatieve politieke stilte sloot hij een verdrag met de paus om orde op zaken te stellen in Duitsland. Het Schmalkaldisch Verbond, door een aantal protestantse vorsten in 1530 gesticht, werd op 24 april 1547 verslagen in de slag bij MŁhlberg. Dit was, hoewel zeker niet het einde voor het Duits protestantisme, toch een behoorlijke tegenslag voor de protestanten.

Niet lang hiervoor, in 1539, had de ascetische Spaanse priester Ignatius van Loyola een bezoek aan Rome gebracht waar hij grote indruk maakte met zijn geloofsijver. In 1534 had hij samen met een aantal andere studenten in Parijs de "SociŽteit van Jezus" opgericht, beter bekend onder de naam JezuÔeten. In 1540 keurde paus Paulus III deze sociŽteit goed, door middel van de bul 'Regimini militantis ecclesiae' [Voor het bestuur van een strijdbare kerk]. De JezuÔeten zouden later te boek staan als de felste tegenstanders van de reformatie.

De wens om een concilie bijeen te roepen om de scheuring in de kerk te lijmen was al lang aanwezig. In 1545 zou het uiteindelijk zover komen, maar zonder afgevaardigden van protestantse zijde. De declaratie "Laetare Hierusalem" [Verheug u, Jerusalem], uitgevaardigd in 1544, zorgde voor een redelijke opkomst. Dit Concilie van Trente zou vele zaken bespreken met betrekking tot de gang van zaken binnen de katholieke kerk, zoals het verbieden van de boeken van Erasmus, een verbod op polyfonie in de kerkelijke muziek en nieuwe voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk. De fundamentele problemen werden echter niet opgelost. De katholieke kerk bleef van mening dat de reden van de protestantse kritiek hoogstens het gedrag van katholieken zelf kon zijn, maar dat de andere interpretaties van de Heilige Schrift door de Lutheranen, anabaptisten en calvinisten] je reinste ketterijen waren. Het concilie zou uiteindelijk tot 1563 duren. Paus Paulus III zou alleen de eerste sessie meemaken: die van 1545 tot 1549.

Pier Luigi Farnese, de zoon van de paus, was hertog van Parma en Piacenza. Diens zoon [en dus kleinzoon van Paulus III], Ottavio Farnese had zijn heerschap over Camerino neergelegd toen zijn vader hertog van Parma werd in 1545. Pier Luigi werd vermoord in 1547, waarna Karel V de stad innam. De paus probeerde de stad echter voor zichzelf te verkrijgen en passeerde zijn kleinzoon door een legaat aan te stellen. Ottavio pikte dat niet en belegerde Parma, terwijl Karel V tegelijkertijd duidelijk maakte Piacenza niet op te willen geven. Er wordt aangenomen dat deze politieke spanningen de dood van de paus hebben bespoedigd. Op 10 november 1549 stierf hij op 81-jarige leeftijd.

Paulus III gaf in 1536 opdracht aan Michelangelo op de wand achter het altaar in de Sixtijnse kapel een fresco te maken over het laatste oordeel. In 1537 veroordeelde Paulus III het zonder onderscheid tot slaaf maken van Indianen in Zuid-Amerika. In 1548 bevestigde hij wel het recht van priesters en leken om slaven te houden. Een kleinzoon van Paulus III, Ottavio Farnese trad als graaf van Parma in het huwelijk met Margaretha van Oostenrijk, die onder de naam Margaretha van Parma bekend is als landvoogdes der Nederlanden. De zoon van Ottavio Farnese en Margaretha en dus de achterkleinzoon van Paulus III, Alexander Farnese, hertog van Parma en Piacenza, zou later nog furore maken tijdens de Tachtigjarige Oorlog in de Nederlanden.


Het pauselijk wapen van Paulus III

Malachias verklaring: Het pauselijk wapen van Paulus III bevat 6 hyancinthen. Bovendien had Alexander als kardinaal de titelkerk van Sint Cosmas en Damianus, twee geneesheren.

Profetie 67: De Corona Montana [Van de bergkroon]

Julius III [1550-1555]

Echte naam: Giovanni Maria del Monte [Monte San Savino, 10 september 1847 - Rome, 23 maart 1555]

Julius III was paus van 7 februari 1550 tot aan zijn dood. Giovanni studeerde bij de Dominicanen. In 1512 volgde hij zijn oom Antonio de Monte op als aartsbisschop van Siponto. Onder Clemens VII werd hij tweemaal aangesteld tot prefect van Rome en na de pludering van de stad [Sacco di Rome] in 1527 werd hij met andere gijzelaars door Clemens VII aan de keizerlijke troepen uitgeleverd. In 1536 benoemde Paulus III hem tot kardinaal en in 1550 werd hij, na een conclaaf van tien weken, opvolger van de Paus. Zijn gebrek aan activiteit in de laatste drie jaren van zijn regering werd veroorzaakt door veel, zeer zware jichtaanvallen.

Zijn grote fout was nepotisme. Kort na zijn troonsbestijging was hij zelfs zo tactloos om een totaal geperverteerde jongen van 15 jaar, die hij in de straten van Parma had gevonden, tot kardinaal te benoemen en hem officieel door zijn broer te laten adopteren.

Het ging om de apenbewaker van Zijne Heiligheid. Spijtig genoeg had hij zoveel trekken met Julius III gemeen, dat men in de voorrechten die hem werden verleend alleen maar een bevestiging wou zien dat hij een zoon was van de Heilige Vader. Pius IV zou met dit kereltje minder geduld hebben en hem, wegens een dubbele moord, laten opsluiten in de Engelenburcht. Hij nam hem ook zijn kardinaalstitel af. De ex-'favoriet' van Julius III stierf op zijn 46ste een gewelddadige dood.

Het is wel verbazend dat zoín paus de werkzaamheden van het concilie, vanaf 1 mei 1551, een nieuwe start gaf. Wat minder verbaast is dat deze tweede zitting slechts een kort jaar duurde en dat Julius III geen enkele ijver aan de dag legde om een derde zitting bijeen te roepen.

Nog een andere tekortkoming: na zijn aanstelling volgde hij, van op het balkon van Sint-Pieter, dikwijls de stierengevechten die voor de basiliek georganiseerd werden of vermaakte zich op de binnenplaatsen van zijn paleis met ondeugende blijspelen. Hij gokte om grote bedragen, organiseerde carnavalstoeten, bracht dagen door met jagen en bood rijkelijke feestmalen aan.

Toch gaf hij de SociŽteit van Jezus de toestemming om twee bekende instituten op te richten, nl. het Romeins en het Germaans college. Onder zijn pontificaat werd ook in Engeland voorlopig het katholicisme in ere hersteld. Tegelijk dreigde Frankrijk ermee een nationaal concilie bijeen te roepen. Op die manier had gemakkelijk een schisma kunnen ontstaan.


Het pauselijk wapen van Julius III

Julius III stierf op 23 maart 1555. Hij liet een duidelijk spoor achter: een prachtige woning, die hij liet bouwen aan de Porta del Popolo. Malachias doelt op de familienaam van de Julius III en op zijn wapen, waarop lauwerkransen en bergen voorkomen.

Profetie 68: Frumentum Floccidum [Nutteloze tarwe]

Marcellus II [1555]

Echte naam: Marcello Cervini [Montepulciano, Ancona, 6 mei 1501 - Rome, 1 mei 1555]

Marcellus II werd op 9 april 1555 gekozen tot paus tijdens een vier dagen durend conclaaf. Hij stierf al na een pontificaat van 22 dagen, waarschijnlijk als gevolg van een nierkwaal. In de top tien van de kortste conclaven, staat hij op de zesde plaats. Hij was tot nu toe de laatste paus die zijn doopnaam aanhield als pausnaam.

Marcellus studeerde aan de universiteit van Siena architectuur, astronomie en wiskunde. Hij werd op 19 december 1539 door paus Paulus III tot kardinaal gecreŽerd. Hij was daarvoor reeds bisschop van Nicastro. Vanwege zijn opleiding werd Marcello Corvini bibliothecaris van de Vaticaanse Bibliotheek. Vanaf 1545 nam hij deel aan het Concilie van Trente, waar hij fungeerde als een van de drie voorzitters. In 1548 werd hij bibliothecaris van het Vaticaan.

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden aan de "Missa Papae Marcelli," die Giovanni Pierluigi da Palestrina te zijner ere gecomponeerd zou hebben.


Het pauselijk wapen van Marcellus II

Het wapen van de paus toont tarwe-aren, de weinig konden opleveren vanwege die korte duur van zijn pontificaat.

Profetie 69: Di Fide Petri [Uit het geloof van Petrus]

Paulus IV [1555-1559]

Echte naam: Giovanni Pietro Carafa [Capriglio, 28 juni 1476 - Rome, 18 augustus 1559]

Paulus IV regeerde vanaf 23 mei 1555 tot zijn dood. De familie waaruit Giovanni werd geboren, was een van de aanzienlijkste in Napels. In 1494 werd hij aan het pauselijk hof voorgesteld door zijn bekende oom, kardinaal Oliviero Caraffa. Leo X stelde hem aan als gezant in Engeland en als nuntius in Spanje. Paus Paulus III verhief hem tot kardinaal in 1536 en schakelde hem in bij de inquisitie. Hij stelde in die hoedanigheid de Index van verboden boeken in. Van 1549 tot 1555 was hij aartsbisschop van Napels. In 1555 werd hij tot Paus verkozen.


Paulus IV

Met de heilige Gaetano van Thiene richtte hij in 1524 de orde der Theatijnen op. Deze orde dankt haar naam aan de Latijnse benaming voor Chieti, Theatine.

Het nepotisme regeerde weer oppermachtig. Tijdens zijn ongelukkige regering kwam de definitieve breuk tussen de kerk van Rome en Engeland tot stand. Hij weigerde het Concilie van Trente te heropenen. In 1559 kondigde hij een nieuwe indeling van de bisdommen af voor de Habsburgse Nederlanden.

Zijn pontificaat was een grote teleurstelling. In het begin werd hij geŽerd met een standbeeld, maar later werd dit door de vijandige bevolking van Rome neergehaald en vernield. Op 18 augustus 1559 stierf hij en werd hij in Sint Pieter begraven. Later werd zijn lichaam overgebracht naar een andere kerk.

Malachias verwijst naar zijn doopnaam Pietro [Petrus] en zijn familienaam Caraffa, wat is afgeleid van het Latijn cara fides en "dierbaar geloof" betekent.

Profetie 70: Aescupalpii Pharmacum [Het geneesmiddel van Aesculapius]

Pius IV [1559-1565]

Echte naam: Giovanni Angelo Medici [Milaan, 31 maart 1499 - Rome, 9 december 1565]


Pius IV

Pius IV was Paus van 1559 tot aan zijn dood. De Medici van Milaan leefden in zeer armoedige omstandigheden en het trotse huis van Florence, dat ook zo heette, noemde zich geen familie van hen, voordat kardinaal Medici op de pauselijke troon kwam. Na zijn studies ging Giovanni op 27-jarige leeftijd naar Rome, waar enige Pausen zijn talenten waardeerden. In het laatste jaar van de regering van Paulus III werd hij kardinaal en Julius III stelde hem aan tot commandant van de pauselijke troepen. Zijn vijandschap tegenover Paulus IV speelde uiteindelijk in zijn voordeel, want het conclaaf dat bijeengekomen was om een opvolger te kiezen, wenste te stemmen voor een man die in ieder opzicht zijn tegendeel was. Bij unanimiteit werd hij in 1559 tot Paus uitgeroepen.

Malachias' verklaring wijst naar zijn familienaam. De jonge Medici had medicijnen gestudeerd en was een gediplomeerd arts.

Chris De Bodt


Ľ Reageer (0)
23-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 71-80
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 71-80

Profetie 71: Angelus Nemorosus [De engel van Bos(co)]

Pius V [1566-1575]

Echte naam: Michele Ghislieri [Bosco, Alessandra, 17 januari 1504 - Rome, 1 mei 1572]

Pius V werd in 1504 uit een arme familie geboren en werd door de Dominicanen opgevoed. Al op 14-jarige leeftijd trad hij in bij de Dominicanen. Hij werd in 1528 tot priester gewijd. In 1556 benoemde Paulus IV hem tot bisschop van de Italiaanse diocesen Nepi en Sutri, nadat hij Ghislieri in 1551 had benoemd tot inquisiteur-generaal voor het hele christendom. Dezelfde paus verhief hem in 1557 tot kardinaal. Toen Pius IV een jongen van dertien in het Heilig College wilde opnemen, verzette kardinaal Gislieri zich hiertegen en verijdelde hij zijn plannen.


Aartsengel MichaŽl

Na zijn verkiezing tot paus heeft Pius V zich volledig ingezet voor de realisering van de bepalingen van het Concilie van Trente [1545 - 1563]. Hij verpersoonlijkt de katholieke contrareformatie. Meteen in 1566 liet hij de "Catechismus Romanus" verschijnen. In 1568 verscheen het herziene Romeins brevier en in 1570 een herzien missaal, dat vanaf 1570 tot 1969, het jaar van de invoering van een Nieuwe Liturgie [Novus Ordo Missae] door Paus Paulus VI [1963-1978], de enige orde was die wereldwijd door katholieke priesters op alle continenten gebruikt werd. Het gebruik van deze Liturgie van Pius V, de zogenaamde "Tridentijnse H. Mis," werd echter nooit afgeschaft en dit wordt door het motu proprio dat op 14 september 2007 van kracht werd bevestigd.

In 1569 benoemde Pius V een commissie ter herziening van de tekst van de Vulgata, de officiŽle Latijnse Bijbelvertaling.

Pius V sprak in 1570 de excommunicatie uit over koningin Elizabeth I van Engeland. Zijn politiek tegen de oprukkende Turken, die het Italiaanse schiereiland bedreigden, vond haar bekroning in de Zeeslag bij Lepanto van 1571. In 1567 verhief hij de heilige Thomas van Aquino tot kerkleraar. Pius V voerde de gewoonte in dat pausen een wit gewaad droegen, oorspronkelijk het witte dominicaanse habijt, echter zonder de bijbehorende zwarte mantel.

Pius V overleed op 1 mei 1572. In 1672 werd hij zaligverklaard door Clemens X en in 1712 volgde zijn heiligverklaring door Clemens XI. Zijn feestdag is 30 april.

Malachias verklaring slaat op zijn voornaam, MichaŽl, genoemd naar de Aartsengel en op zijn geboorteplaats Bosco in Lombardije.

Profetie 72: Medium Corpus Pilarum [Half lichaam der schijven]

Gregorius XIII [1572-1585]

Echte naam: Ugo Buoncompagni [Bologna, 7 januari 1502 - Vaticaanstad, 10 april 1585]

Gregorius XIII was 13 mei 1575 tot aan zijn dood. Hij studeerde canoniek en civiel recht aan de universiteit van Bologna en werd daar vervolgens docent. Tot zijn leerlingen behoorden onder andere Alessandro Farnese en Reginald Pole.

In 1539 vertrok hij naar Rome en werd door paus Paulus III benoemd tot rechter van het Kapitool en kreeg daarnaast enkele andere functies. Zes jaar later werd hij als jurist afgevaardigd naar het Concilie van Trente [1545-1563].

Na zijn terugkeer vervulde hij diverse posten in de curia onder paus Julius III [1550-1555], die hem in 1555 benoemde tot prolegaat voor de Campagna.

In 1558 werd hij door Paulus IV benoemd tot bisschop van Viesti en werd hij tot priester gewijd. Een jaar later stuurde Pius IV hem als zijn afgevaardigde naar het Concilie van Trente. Daar bleef hij tot de afronding van het concilie in 1563.

Na zijn terugkeer in Rome werd hij in 1564 benoemd tot kardinaal van San Sisto. In hetzelfde jaar werd hij als legaat naar Spanje gestuurd om onderzoek te doen naar de aartsbisschop van Toledo. Deze was door de Inquisitie gevangengenomen op beschuldiging van ketterij. Tijdens het onderzoek, dat twee jaar duurde, volgde een nieuwe benoeming: die van secretaris van de apostolische brieven. Na de dood van paus Pius V werd Ugo, vooral dankzij de invloed van kardinaal Granvelle, gekozen tot paus en nam hij de naam Gregorius XIII aan.

Op 5 oktober 1582 liet hij met de bul "Inter gravissimas" de Gregoriaanse kalender invoeren, de kalender die wij vandaag de dag nog hanteren. Door een fout in de Juliaanse kalender liep deze inmiddels tien dagen achter. Om dit te compenseren sloeg men na 4 oktober tien dagen over, waardoor het na 4 oktober 1582, 15 oktober 1582 werd.


Het pauselijk wapen van Gregorius XIII

De schijven in het motto refereren naar Paus Pius IV, die Gregorius tot kardinaal had benoemd, en die zes schijven in zijn wapen had. Paus Gregorius had een draak in zijn wapen, met een half lichaam.

Profetie 73: Axis in Medietate Signi [Balk in het midden van het Wapen]

Sixtus V [1585-1590]

Echte naam: Felice Peretti di Montalto [Grottomare, Montalto, Ancona, 13 december januari 1521 - Rome, 27 augustus 1590]

Sixtus V was paus van 24 april 1985 tot aan zijn dood. Felice Peretti was de zoon van een arme boer. Hij groeit onder eenvoudige omstandigheden op. Hij schreef zelf over zijn jeugd dat hij de varkens moest hoeden.

In 1534 trad hij als novice in in het bij Montalto gelegen Franciscaner klooster. Zijn oom van moederskant Salvatore, was monnik in hetzelfde klooster. In 1540 begon Felice Peretti een studie filosofie in Ferrara, en kort daarop in 1543 een studie theologie in Bologna. In 1544 verwisselde hij Bologna voor Rimini en in 1546 verhuist hij naar Siena. Op 26 juli 1548 voltooit hij zijn studie bij de Magister der Theologie in Fermo.

In 1551 wordt Felice Peretti regent van het seminarium in Siena, nadat hij sinds 1548 aan het Franciscaner seminarium in Macerata lesgegeven heeft. Omdat hij een uitstekend prediker was, werd hij op voorspraak van kardinaal Carpi, de protector van de Franciscaner orde, in 1552 als vastenprediker naar Rome geroepen.

Hij nam in 1553 in Genua deel aan het generaal-kapittel van zijn orde en wordt nog in hetzelfde jaar regent van het seminarium in Napels. Begin 1560 wordt hij als inquisiteur naar VenetiŽ gezonden. Op 16 juli 1560 wordt hij benoemd als consultant van de Roomse inquisitie. Hij nam als lid van zijn kloosterorde deel aan het Concilie van Trente.

Op 15 november 1566 wordt hij benoemd als bisschop van het bisdom Sant'Agata dei Goti bij Benevento in ItaliŽ. Op 17 mei 1570 maakt paus Pius V hem tot kardinaal. Hij is daarna in ItaliŽ bekend als "Cardinale di Montalto." In 1571 wordt hij bisschop van het Aartsbisdom Fermo.

Het conclaaf kiest Felice Peretti op 24 april 1585, na vier dagen, als nieuwe paus. Een van zijn eerste ambtshandelingen als nieuwe paus was de benoeming van zijn achterneef Alessandro Damasceni tot kardinaal. Als paus bestrijdt Sixtus V de bandieten in zijn kerkstaat met ijzeren hand. Zo laat hij meteen op de dag van zijn kroning, ter gelegenheid van de heuglijke dag, opgepakte bandieten terechtstellen en stelt hij hun lijken aan de brug voor de Engelenburcht ten toon. Verder vergeldt hij verschillende vergrijpen met draconische straffen, zo stelt hij bijvoorbeeld op echtscheiding, homoseksualiteit, incest, etc. de doodstraf in.

De financiŽle situatie van de kerkstaat saneert Sixtus V door bezuinigingsmaatregelen en het verhogen van veel belastingen. Sixtus V verzamelde in zijn relatieve korte pontificaat een enorm vermogen in de Engelenburcht. Tegen het einde van zijn pontificaat was Sixtus V een van de rijkste Europese vorsten.

Met zijn pauselijke bul "Postquam verus" van 3 september 1586 bracht hij het aantal leden van het college van kardinalen op maximaal 70. Pas in 1958 verhoogt paus Johannes XXIII het aantal kardinalen tot boven de 70.


Het pauselijk wapen van Sixtus V

"Axis in Medietate Signi" verwijst naar de balk die het wapen van de paus doorkruist.

Profetie 74: De Rore Coeli [Van de hemelse dauw]

Urbanus VII [1590]

Echte naam: Giambattista Catagna [Rome, 4 augustus 1521 - Rome, 27 september 1590]

Urbanus VII was paus van 15 september 1590 tot 27 september 1590. Zijn pontificaat duurde slechts twaalf dagen en is het kortste pontificaat uit de geschiedenis. Binnen twee weken na zijn verkiezing stierf hij aan malaria.

Giambattista werd te Rome in 1521 geboren en was een neef van kardinaal Jacovazzi. Hij studeerde burgerlijk en kerkelijk recht en doctoreerde in beide. In 1553 werd hij aangesteld tot aartsbisschop van Rossano en in 1555 stuurde Julius III hem als gouverneur naar Fana. In 1573 deed hij afstand van zijn zetel, waarna Gregorius hem als nuntius naar VenetiŽ zond. In 1583 werd hij tot kardinaal benoemd. Drie jaar later werd hij Inquisiteur-generaal van het Heilig Officiie. Hij was op 15 september 1990 tot paus gekozen.

Hij gaat voornamelijk de geschiedenis omdat hij 's werelds eerste bekende rookverbod in publieke ruimten [op zijn naam heeft staan. Hij dreigde iedereen te excommuniceren die hetzij in de zuilengalerij, hetzij in de kerk, tabak consumeerde.Dat gold voor zowel pijptabak, pruimtabak als voor snuiftabak.


Mannabloem van de Pluimes, een witbloeiende boom in CalabriŽ

Urbanus VII was bisschop van Rossano in CalabriŽ geweest, waar manna wordt verzameld, dat "hemelsdauw" heet. Manna is een zoete afscheiding van vele bomen.

Profetie 75: Ex Antiquitate Urbis [Uit de oude Stad]

Gregorius XIV [1590-1591]

Echte naam: NiccolÚ Sfondrati [Varese, 11 februari 1535 - Rome, 16 oktober 1591]

NiccolÚ werd in 1533 geboren te Varese, nabij Milaan. Zijn vader heette Franciscus en was een Milanese senator die kort na de dood van zijn vrouw door Paus Paulus III, in 1544, tot kardinaal werd benoemd.

Zelf studeerde hij in Perugia en in Padua, waarna hij in 1560 tot priester werd gewijd. In het zelfde jaar volgde zijn wijding tot bisschop van Cremona. Dat gaf hem de gelegenheid om tussen 1561 en 1563 deel te nemen aan het Concilie van Trente.


Dom van Milaan

In 1583 werd hij door Paus Gregorius XIII bevorderd tot kardinaal. Bij het Conclaaf van 1590 speelde Philips II een belangrijke rol. Hij liet een lijst opstellen van 7 kardinalen die wat hem betreft papabile waren. Sfondrati was een van hen. Na twee maanden conclaaf werd hij uiteindelijk gekozen. Meteen na zijn verkiezing vaardigde hij een bul uit waarin hij excommunicatie stelde op weddenschappen die werden afgesloten op de uitkomst van een conclaaf. Tijdens zijn korte pontificaat nam hij het op voor de katholieken die in Frankrijk verwikkeld waren in een strijd met de hugenoten. In dat kader excommuniceerde hij de Franse koning Hendrik IV, die zich opwierp als leider van de hugenoten.

Hij benoemde vijf kardinalen, waaronder een neef, die dienst deed als zijn staatssecretaris.

Hij overleed aan een galsteen die, volgens de overlevering, zeventig gram woog.

De profetie van Malachias kan zowel uitgelegd worden door zijn afkomst uit het Hertogdom Milaan, een oude stad, die gesticht is in het jaar 400 voor Christus, als op zijn vader, die senator was. Het woord senator is afgeleid van het Latijnse woord "senex" en betekent "oude man."

Profetie 76: Pia Civitas in Bello [De vrome stad in oorlog]

Innocentius IX [1591]

Echte naam: Giovanni Antonio Facchinetti [Bologna, 20 juli 1519 - Rome, 30 december 1591]

Innocentiusí pontificaat hoorde tot de kortste. Hij was paus van 29 oktober 1591 tot 30 december 1591. Giovanni werd aanvankelijk secretaris van een Romeinse kardinaal. In 1560 werd hij bisschop en in 1575 werd hij tot patriarch van Jeruzalem benoemd. In 1583 werd hij kardinaal met als titelkerk de Kerk van de Vier gekroonde Martelaren. Tijdens de regering van Gregroius XIV rustte er een groot gedeelte van de last van de pauselijke administratie op zijn schouders en na diens dood werd hij verkozen tot zijn opvolger.


Graftombe van Paus Innocentius IX

De spreuk van Malachias slaat duidelijk op de stad Jeruzalem, waarvan hij de kardinaal patriarch was.

Profetie 77: Crux Romulea [Kruis van Romulus, Rome]

Clemens VIII [1592-1605]

Echte naam: Ippolito Aldobrandini [Fano, 24 februari 1536 - Rome, 3 maart 1605]

Clemens VIII was paus van 30 januari 1592 tot aan zijn dood. Hij kende een schitterende loopbaan en werd in 1585 kardinaal en in 1588 Legaat van Polen. Zijn geestelijke leidsman was Filippus Nerius geweest, die meer dan dertig jaar lang zijn biechtvader bleef. Toen hij paus werd, nam hij Baronius tot biechtvader.

Hij had een enorme werklust en was een bekwaam jurist en diplomaat. Al in het eerste jaar van zijn pontificaat nam hij het Quirinaal in gebruik als zomerpaleis.

Een belangrijke doelstelling van zijn beleid was het verminderen van zijn afhankelijkheid van Spanje. Hij herriep de excommunicatie van Hendrik IV van Frankrijk na diens bekering tot het katholicisme in 1593 en bracht in 1598 tussen Frankrijk en Spanje de Vrede van Vervins tot stand. Dankzij de aldus verkregen machtige Franse bondgenoot kon hij het hertogdom Ferrara beroven van haar hoofdstad Ferrara en bij de Kerkelijke Staat inlijven. Andere opmerkelijke aspecten van zijn pontificaat waren het goedkeuren van koffie voor gebruik door christenen [koffie werd tot dan toe als een typische Turkse en islamitische drank beschouwd, die voor moslims het gemis van alcohol moest goedmaken], de terechtstelling van de vrijdenker Giordano Bruno in 1600, en het uitvaardigen van diverse anti-joodse maatregelen, die tegenwoordig als antisemitisme kunnen worden opgevat. In 1601 stelde hij de Litanie van Loreto vast.

Aan het eind van zijn leven werd hij getroffen door jicht. Hij bracht zijn laatste jaren grotendeels in bed door en overleed op 69-jarige leeftijd.

De militaire en diplomatieke successen van Clemens VIII zijn op het Pausgraf Clemens VIII uitgebeeld.


Het pauselijk wapen van Clemens VIII

Malachiasí uitdrukking kan verwijzen naar het wapen van Clemens VIII, een balk met verschillende dwarsbalken, en als men goed kijkt zijn het in feite opeenvolgende kruisen. Als kardinaal had hij als titelkerk deze van de Heilige Pancratius, een jongen uit PhrygiŽ, die op 14-jarige leeftijd, op 12 mei 304, in Rome martelaar werd. In een uiterste poging om het christendom voorgoed te vernietigen eisten de keizers Diocletianus en Maximianus dat iedereen verplicht was om te offeren aan de Romeinse goden. Bij weigering hiervan volgde de doodstraf. Pancratius weigerde. Paus Symmachus bouwde een kerk over het graf van deze martelaar: de San Pancrazio. een eed, afgelegd in deze kerk, gold als bijzonder heilig in de middeleeuwen. Pancratius genoot in de middeleeuwen over heel Europa bijzondere verering. Hij is een van de vier ijsheiligen, samen met Sint-Mamertus, Sint-Servatius en Sint-Bonifatius. Zijn naamdag is 12 mei.

Profetie 78: Undosus Vir [Een golvende man]

Leo XI [1605]

Echte naam: Alessandro Ottaviano de' Medici [Florence, 2 juni 1535 - Rome, 27 april 1605]

Leo XI was paus van 1 april 1605 tot 27 april 1605 en staat daarmee in de lijst van de kortste pontificaten op de achtste plaats.

Zijn vader was Ottaviano de' Medici [14 juli 1482 - 28 mei 1546], van een minder dominante tak van de Medici-familie. Zijn moeder daarentegen was Francesca Salviati, een kleindochter van Lorenzo de' Medici Il Magnifico, een nicht van paus Leo X en tante van Cosimo I de' Medici, groothertog van Toscane.

Alessandro Ottaviano de' Medici was priester en daarom door groothertog Cosimo I als ambassadeur naar paus Pius V gezonden. Hij verbleef 15 jaar in Rome. In 1573 maakte paus Gregorius XIII hem bisschop van Pistoia, en vervolgens aartsbisshop van Florence in 1574. Hij werd benoemd tot kardinaal in 1583.


Een straat in het Italiaanse Palestrina, een golvende stad

Op verzoek van Paus Clemens VIII verbleef hij rond 1600 in Frankrijk waar Maria de' Medici koningin was.

Malachias verklaring is hier ťťn der moeilijkste, maar waarschijnlijk doelde hij op de tijd dat hij bisschop was van Palestrina. Palestrina is een stad in ItaliŽ, 25 kilometer ten oosten van de hoofdstad Rome. De oude naam van de stad, die al in de Romeinse tijd werd gebruikt, is Praeneste of Preneste. Telegonus, de zoon van Odysseus en Circe, wordt wel als stichter van de stad genoemd.

Profetie 79: Gens Perversa [Een boos geslacht]

Paulus V [1605-1621]

Echte naam: Camillo Borghese [Rome, 17 september 1552 - Rome, 28 januari 1621]

Camilloís loopbaan in de kerk was niet opvallend. In 1596 benoemde Clemens VIII hem tot kardinaal-vicaris van Rome. In Bologna genoot hij een opleiding van jurist en hij begon zijn kerkelijke loopbaan als legaat in Spanje.

Paulus V besteedde evenveel energie aan het hervormen van de Kerk als aan het verrijken van zijn familie. Hij lag aan de basis van de rijkdom van de Borghese-prinsen, waarvan het geslacht gesticht werd door Marcantonio, de zoon van de jonge broer van de paus. Zoals Leo X zei: "Wanneer God ons tot paus kroont, moeten we daarvan profiteren!"

Het nepotisme terzijde gelaten leidde Paulus V wel een onberispelijk leven. Hij steunde de nieuwe religieuze orden, herinnerde de bisschoppen aan hun plicht in hun bisdom te verblijven, publiceerde het nieuwe Romeinse rituaal en bood de missies van China, India en Canada daadwerkelijke steun.

Paulus V kon de Middeleeuwen maar niet vergeten. Hij was nog maar net gekroond of hij liet een zekere Piccinardi da Cremona ter dood veroordelen. Hij had Clemens VIII durven vergelijken met de wrede Tiberius. Paulus V dacht ook dat hij zich mocht mengen in aangelegenheden die helemaal buiten zijn bevoegdheid lagen. VenetiŽ liet zijn ongenoegen hierover goed voelen.

De paus voelde zich diep gekrenkt, deed de Dogensenaat in zijn geheel in de ban en sprak het interdict uit over de stad. VenetiŽ deed alsof er niets gebeurd was: de klokken bleven luiden en de geestelijkheid bleef erediensten verzorgen. Alleen de religieuzen, jezuÔeten, kapucijnen en theatijnen leden eronder. Ze dachten dat ze uit trouw aan de Heilige Vader verplicht waren de lagune te verlaten. Daarna volgde een epistolaire polemiek tussen de partijgenoten van Paolo Scarpi, die trouw was aan de Dogen, en die van Bellarmin. Deze polemiek werd de 'pennenoorlog' genoemd.

Dank zij het gezond verstand van Hendrik IV werd een compromis bereikt waardoor de antagonisten, zonder gezichtsverlies, de strijdbijl konden begraven. In feite was de paus de grote verliezer. Hij besefte maar al te goed dat niemand zich nog liet intimideren door een interdict, in tegenstelling tot vroeger, toen stad en platteland hier angstig voor terugdeinsden. Het pausdom borg zijn anachronistisch afschrikmiddel dan maar definitief op.

In een andere zaak gaf Paulus V gelukkig blijk van meer wijsheid en liet hij zich niet beÔnvloeden door Hendrik IV om stelling te nemen tegen Spanje. Zijn strikte neutraliteit tijdens het regentschap van Maria de Medici stimuleerde ook de geheime onderhandelingen van de nuntii van Parijs en Madrid die leidden tot de huwelijksplannen tussen Lodewijk XIII en de zuster van de toekomstige Filips IV en tussen deze laatste en Isabella, de zuster van Lodewijk XIII. In 1615 nam de Franse geestelijkheid de decreten van Trente officieel aan.

Als Paus schreef hij in 1606 een brief naar Jacobus I van Engeland. Hij wenste hem geluk met zijn troonsbestijging, drukte zijn leed uit over een complot tegen het leven van de vorst [het buskruitverraad] en verzocht de koning van Engeland om de onschuldige katholieken niet te doen lijden voor de misdaad van enkelen. Hij beloofde alle gouverneurs van het koninkrijk aan te sporen om onderdanig en loyaal te zijn jegens hun vorst in alles wat niet strijdig was met de eer van God. Jammer genoeg bevatte de eed van trouw die door Jacobus van zijn onderdanen geŽist werd, bepalingen die de paus in 1607 moest veroordelen, wat leidde tot een bittere onenigheid tussen de monarchie en de gouverneurs, die zich aan de beslissing van de Paus onderwierpen.

In Duitsland brak in 1618 een oorlog uit die dertig jaar zou duren. Paulus V bood de keizer en de katholieke liga een financiŽle steun aan, die in twee jaar tijd opliep tot 625.000 florijnen.

Op 24 februari 1616 werd de leer van Copernicus als 'absurd, gek en volstrekt ketters' veroordeeld door wetenschappelijk totaal incompetente theologen van het heilig officie, die beweerden alle kennis in pacht te hebben. Twee dagen later haastte Galilei zich naar Rome om de eminenties wat meer toelichtingen te geven. Het was allemaal vergeefse moeite. Hij kreeg alleen een attest van kardinaal Bellarmin met de melding dat hij 'geen straf had gekregen', maar alleen een 'verwittiging' , wat een soort van voorlopige vrijgeleide was.

De Villa Borghese is tot op vandaag getuige gebleven van het ongeremde nepotisme van de paus. Hij was nog maar net tot paus gekroond, toen Paulus V zijn neef Scipio Caffarelli, 26 jaar, het kardinaalspurper verleende en hem de naam van de Borgheses gaf. De paus was zo vrijgevig zijn neef een jaarinkomen van 140.000 Ecu's toe te kennen. Maar ook de broers van Scipio werden niet vergeten. De Borgheses investeerden een groot deel van hun fortuin in het aanleggen van kunstcollecties.

Paulus V stierf op 28 januari 1621. Rome en de pauselijke Staat hadden dank zij hem een wijs bestuur gekend: landbouw, communicatie en handel waren verbeterd, de Sint-Pietersbasiliek werd afgewerkt en de bibliotheek van het Vaticaan uitgebreid.


Het wapen van de familie Borghese

Ook hier is Malachias profetie onduidelijk. Ze kan verwijzen naar zijn fervente aanhang van het nepotisme, waarbij hij een neefje tot prins van Vivero benoemde, maar meer dan waarschijnlijk duidt ze op het geslacht Borghese. Het wapen van de paus bevat een draak en een arend, net als het wapen van het geslacht Borghese.

Profetie 80: In Tribulatione Pacis [In de verstoring van de Vrede]

Gregorius XV [1621-1623]

Echte naam: Alessandro Ludovisi [Bologna, 9 januari 1554 - Rome, 8 juli 1623]

Allesandro werd in 1554 geboren en werd rechter van het Capitool. In 1612 maakte Paulus V hem tot aartsbisschop van Bologna. Als nuntius bij het hof van Savoye bemiddelde hij tussen de hertog van Savoye en koning Filips van Spanje. In 1616 werd hij kardinaal en in 1621 opvolger van Paulus V. De betrekkingen tussen Engeland en de Paus namen tijdens zijn regering een vriendschappelijker karakter aan en Gregorius XV werd door de Europese vorsten hoog ingeschat, niet alleen in wat betreft de godsdienstige aangelegenheden, maar ook in zuiver politieke kwesties.

Zijn pontificaat had veel te lijden onder de dertigjarige oorlog, een grootschalig conflict waar de meeste Europese mogendheden bij betrokken waren. De oorlog duurde van 1618 tot 1648 en eindigde met de Vrede van Westfalen. Een coalitie rond de Duitse keizer, waar ook Spanje deel van uitmaakte, vocht tegen wisselende coalities van voornamelijk protestantse staten. Aanleiding was een opstand in Bohemen, dat deel uitmaakte van de Habsburgse monarchie. Deze opstand leidde tot een burgeroorlog binnen het Heilige Roomse Rijk, meteen een uitleg voor Malachiasí profetie. In latere fasen van de oorlog speelden Zweden en Frankrijk, beide tegenstanders van de keizer, een belangrijke rol. Voor de keizer en zijn bondgenoten liep de oorlog uit op een nederlaag.

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
22-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 81-90
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 81-90

Profetie 81
: Lilium et Rosa [De Lelie en de Roos]

Urbanus VIII [1623-1644]

Echte naam: Maffeo Barberini [Florence, 5 april 1568 - Rome, 29 juli 1644]

Hij werd geboren uit een familie van groothandelaars en opgevoed bij de JezuÔeten. Hij zou rechten studeren. In 1601 werd hij pauselijk legaat voor Frankrijk en in 1604 aartsbisschop van Nazareth. In 1604 werd hij door Paus Clemens VIII als nuntius en protonotaris naar Parijs gezonden en in 1606 door Paus Paulus V tot kardinaal benoemd.

Gregorius XV stierf tijdens de hondsdagen. Op het conclaaf leden alle kardinalen aan malaria. Acht van hen stierven eraan. Daarom wou men dan ook snel en doeltreffend te werk gaan. Op 6 augustus 1623 werd een man van 55 jaar, die het best weerstand had geboden aan de ziekte, met een ijzeren gezondheid en een onwankelbaar zelfvertrouwen, met eenparigheid van stemmen verkozen: Maffeo Barberini. Hij koos als pausnaam Urbanus VIII.

De Kerk betreurde het feit dat het pontificaat van Gregorius XV slechts twee jaar geduurd had, maar ze zou nog meer spijt krijgen dat het pontificaat van Urbanus VIII tien keer langer duurde. In die tijd verloor ze heel wat aan invloed, prestige en goederen. De goederen gingen echter niet voor iedereen verloren: voor de Barberini' s betekenden ze hun fortuin. Het nepotisme had nu wel zijn eigen record verbeterd: Urbanus VIII gaf meer dan 100 miljoen ecu's uit voor zijn familie, die de machtigste eigenaar werd van de hele pauselijke Staat.

Zijn veelbewogen 21-jarige pontificaat viel in de Dertigjarige Oorlog. Het uiteindelijke resultaat van die grote worsteling werd grotendeels bepaald door Urbanus' beleid, dat niet zozeer gericht was op herstel van het katholicisme in Europa dan wel op het bereiken van een machtsevenwicht dat zijn eigen onafhankelijkheid en wereldlijke macht in ItaliŽ ten goede kwam. In 1626 werd het hertogdom van Urbino bij de pauselijke staat ingelijfd, en in 1627, toen de directe mannelijke lijn van de Gonzagas in Mantua uitstierf, pleitte hij voor opvolging door de hertog van Nevers om daarmee de aanspraak van de door hem gevreesde Habsburgers te dwarsbomen.

Hij was de laatste paus die de pauselijke staat uitbreidde, en het Castelfranco Emilia versterkte aan de grens met Mantua. In Rome versterkte hij de Engelenburcht aanzienlijk. Ten behoeve van de fabricage van kanonnen en voor decoratie van het Vaticaan werden de bronzen omlijsting van de cassetten geplunderd uit het Pantheon, dat al sinds 609 een Christelijke kerk was. Dit leidde tot de memorabele uitspraak quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini, "wat de barbaren nalieten, wordt nu door de Barberini gedaan." Hij richtte ook in het Vaticaan een arsenaal en in Tivoli een wapenfabriek in. Hij versterkte de haven van Civitavecchia.

Maatregelen van hem op kerkelijk en geestelijk gebied waren: verbetering van het missaal en het brevier, regeling van het proces van heiligverklaring, en veroordeling het boek "Augustinus" van Jansenius.

Het was tijdens zijn pontificaat dat Galileo Galilei in 1633 naar Rome werd ontboden om zijn meningen te herroepen. Hij was ooit een studiegenoot geweest van Galilei en stond niet onwelwillend tegen de door Galilei gepropageerde heliocentrische theorie van Copernicus, maar in 1632, na de publicatie van de Galiliei's Dialoog, en onder zware druk van een aantal Spaanse kardinalen, liet hij Galilei vallen om verdere kritiek op zijn laksheid ten opzichte van de ketterij te voorkomen. Het proces diende vooral Urbanus VIII politiek doel om sterker naar voren te komen als bestrijder van de ketterij, en was eerder symbolisch bedoeld. Galilei zwoer de leer van Copernicus af en werd in 1633 in de ban gedaan en tot levenslang huisarrest veroordeeld. Hij spendeerde anderzijds enorme bedragen uit de pauselijke middelen om veelzijdige geleerden als Athanasius Kircher naar Rome te halen. Hij was ook een groot beschermheer der kunsten, waar schilders als Nicolas Poussin en Claude Lorrain van profiteerden. De architecten Bernini en Borromini droegen bij aan de bouw van Palazzo Barberini, het college voor de Verbreiding van het Geloof, de Fontana del Tritone op de Piazza Barberini, de Vaticaanse "cathedra" en andere prominente bouwwerken in de stad. Pietro da Cortona verfraaide de "gran salon" van zijn familiepaleis met een allegorie van de apotheose van de triomf van de Barberini.


Galileo Galilei voor het Heilige Officie in Rome
Schilderij van Joseph-Nicolas Robert-Fleury

Hij was de laatste paus die op een grote schaal nepotisme praktiseerde: diverse leden van zijn familie werden dankzij hem enorm rijk, zodat zijn tijdgenoten de indruk kregen dat hij een Barberini-dynastie aan het instellen was. Hij canoniseerde Elisabeth van Portugal en Andreas Corsini en vaardigde de pauselijke bul uit met betrekking tot de canonisatie van Ignatius van Loyola en Franciscus Xaverius, die al door zijn voorganger Gregorius XV gecanoniseerd waren. Urbanus VIII was een knap auteur van Latijnse poŽzie. Een collectie van bijbelse parafrases en originele geestelijke liederen zijn veelvuldig herdrukt. Zijn dood op 29 juli 1644 schijnt verhaast te zijn door zijn verdriet over de gevolgen van de Eerste Castro-oorlog. Deze oorlog was hij zelf begonnen tegen Odoardo Farnese, de hertog van Parma. Vanwege de kosten hiervan voor de stad Rome werd Urbanus VIII hierdoor uiterst impopulair. Tijdens zijn regering voerde hij niet minder dan 10 nieuwe belastingen in. Bij zijn overlijden werd zijn buste, die naast het Paleis van de Conservator op de Capitolijnse Heuvel stond, al snel vernield door een woedende menigte. Een alert optredende priester redde het beeld van Urbanus, dat tot de JezuÔeten behoorde, van eenzelfde lot.

Toegegeven: de profetie is hier minder duidelijk. Malachias kan doelen op zijn afkomst uit Florence, een stad met een rode lelie in haar wapen, maar eveneens op zijn buitengewone belangstelling voor Frankrijk [lelie] en Engeland [Roos].

Profetie 82: Iucunditas Crucis [Vreugde van het Kruis]

Innocentius X [1644-1655]

Echte naam: Giovanni Battista Pamphili [Rome, 6 mei 1574 - Rome, 5 januari 1655]

Giovanni was paus van 14 september 1644 tot 5 januari 1655. Ook deze paus stond bekend om zijn nepotisme, zij het op minder grote schaal. Giambattista Pamphili werd benoemd tot nuntius te Napels. Enige jaren later kreeg hij de functie van kardinaal te Madrid [1626].

De verkiezing als paus was langdurig. De benoeming werd gedwarsboomd door Mazarin. Innocentius X wordt beschouwd als een zwakke figuur die zich liet overheersen door zijn schoonzuster, Olimpia Moridalchini. Hij protesteerde tegen de Vrede van Westfalen die tot stand kwam buiten de Paus om. Onder zijn pontificaat valt de veroordeling van Jansenius vanwege de kwestie van diens vijf stellingen, door de bul "Cum occasione" [31 mei 1653].

Hij liet Gian Lorenzo Bernini het interieur van de Sint Pieter veranderen en gaf hem opdracht tot de bouw van de beroemde colonnade. De schilder Jan Baptist Weenix viel erg bij hem in de smaak en de paus smeekte hem om terug te keren. Deze alles behalve vrome kerkvader werd in 1650 geschilderd door Diego Velazquez


"Pausin" Olimpia Moridalchini Pamphilj

Olimpia Maidalchini had als 'pausin' de touwtjes stevig in handen genomen! Zij was de schoonzuster van de paus, de weduwe van zijn broer. Autoritair en schreeuwerig van nature, was ze de schrik van allen, de paus, de kardinalen en de prelaten. Arglistig als ze was, wist ze wonderwel gebruik te maken van de rivaliteit tussen de diplomaten die zich om haar gunsten verdrongen. Zonder haar hulp konden ze het wel vergeten. Zij overlaadden haar met geschenken want ze kenden de hebzucht van deze vrouw bij wie de drang naar rijkdom provocerende proporties aannam.

Even provocerend was de door haar op 30 augustus 1645 afgekondigde wet: 'Bij grote plechtigheden mochten de hoeren zich in een karos laten rondvoeren, omdat Donna Olimpia wegens de van hen ontvangen geschenken, besloten had hen onder haar hoede te nemen en hen zelfs toeliet hun koets op te smukken met haar eigen blazoen...'

Het was ongetwijfeld ook zij die de paus aanspoorde zich meester te maken van het kleine graafschap Castro, iets wat Urbanus VIII nooit gelukt was. Nadat het graafschap drie maanden weerstand had geboden, werd het veroverd. De paus liet het met de grond gelijk maken, geen huis, zelfs geen kerk bleef overeind.

Er bestond een groot contrast tussen de luxe van de pauselijke hofhouding en zijn politieke onbeduidendheid. Een gewone audiŽntie werd een buitengewoon evenement. Ooit kwam een ambassadeur van Filips IV op bezoek met een gevolg van liefst 300 karossen!

Achter al die uiterlijke praal vonden de schandelijkste intriges plaats. Op zekere dag wou de paus komaf maken met de macht van de 'pausin' en haar vervangen door een jongere vrouwelijke rivaal, de vrouw van een van zijn neven. Deze maakte het echter zo bont, dat men de 'oudere pausin' liet terughalen om opnieuw wat orde op zaken te stellen. De strijd tussen de twee vrouwen zorgde bij de Romeinen voor heel wat binnenpretjes, tot wanneer Olimpia weer 'heer' en meester werd van haar gebied.

Zij bleef haar positie handhaven tot bij de dood van Innocentius X, op 7 januari 1655. De doodstrijd van de paus duurde lang genoeg om zijn verwanten de kans te geven hun schaapjes op het droge te brengen. Olimpia ging er vandoor met al wat ze uit de pauselijke vertrekken kon meenemen. Het lichaam van de paus bleef drie dagen zonder graf, gewoon omdat niemand er zich om bekommerde. Toen de curie Olimpia verzocht de begrafeniskosten te betalen, riep ze luid: 'Hoe zou een arme weduwe daartoe in staat zijn?' Zij betaalde niet een Ecu!

Malachius profetie is hier echt raak, want na een lang en moeilijk conclaaf [kardinaal Mazarin, die zowat Frankrijk bestuurde was tegen zijn kandidatuur, maar kwam te laat voor het conclaaf] werd hij paus op 15 september, daags na het het feest van de kruisverheffing.

Profetie 83: Montium Custos [Bewaker van de Bergen]

Alexander XII [1655-1667]

Echte naam: Fabio Chigi [Siena, 13 februari 1599 - Rome, 22 mei 1667]

Paus Alexander VII werd op 13 februari 1599 onder de naam Fabio Chigi geboren in Siena. Hij was afkomstig uit het beroemde bankiersgeslacht Chigi en was een achterneef van paus Paulus V. Aan de Universiteit van Siena studeerde hij filosofie, rechten en theologie.

Hij was achtereenvolgens inquisiteur op Malta en pauselijk nuntius in Keulen waar hij, omdat daar ook protestanten aanwezig waren, weigerde deel te nemen aan de onderhandelingen voor de Vrede van Westfalen, die een einde maakte aan de Dertigjarige Oorlog. Paus Innocentius X haalde hem terug naar Rome waar hij de functie kreeg van Kardinaal-staatssecretaris. In 1655 werd hij, na een Conclaaf van tachtig dagen gekozen als opvolger van diezelfde Innocentius. De kardinalen hoopten dat Alexander een einde zou maken aan het in die dagen gebruikelijke pauselijke nepotisme. Niettemin benoemde Alexander al spoedig allerlei familieleden op hoge goedbetaalde burgerlijke en geestelijke posten [zoals kardinaal-nepoten] binnen het Vaticaan, alsook eigen vorstelijke paleizen en landerijen.

Nadat paus Innocentius X hem teruggehaald had naar Rome kreeg hij de functie van Kardinaal-staatssecretaris. Dankzij de steun van de zelanti-partij [een conservatieve stroming binnen de katholieke kerk] werd hij op 7 april 1655 tot opvolger van de overleden paus Innocentius X gekozen.

Alexander VII had veel interesse in kunst en wetenschap. Zo gaf hij de Italiaanse architect en beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini bijvoorbeeld opdracht een plein voor de Sint-Pieterskerk te ontwerpen. Zelf schreef de paus een serie gedichten. Paus Alexander VII overleed op 22 mei 1667 in Rome en werd opgebaard in een door Bernini ontworpen graftombe in Vaticaanstad.


Pauselijk wapen van Alexander VII

Malachias profetie duidt op zijn familiewapen, waarin zes bergen zijn te zien met een ster erboven.

Profetie 84: Sidus Olorum [Ster der Zwanen]

Clemens IX [1667-1669]

Echte naam: Giulio Rospigliosi [Pistoia, 28 januari 1600 - Rome, 9 december 1669]

Giulio genoot de speciale gunst van Urbanus VIII, die hem tot aartsbisschop van Tarsus benoemde en naar het Spaanse hof zond. In 1657 benoemde Alexander VII hem tot staatssecretaris en kardinaal. Als oud-leerling van de jezuÔeten in Rome trad hij in de pauselijke diplomatie.

Na de dood van Alexander VII was de verkiezing van Giulio Rospigliosi een toegeving aan de Franse koning. Rospigliosi stond als tweede op de lijst van de kandidaten tegen wie hij zich niet zou verzetten. Het bleek een uitstekende keuze. Rospigliosi was een eerlijk priester, een goedhartig man met een uitzonderlijke zin voor cultuur en rechtszaken. Deze combinatie van persoonlijkheid en goedheid werd bij weinig pausen aangetroffen en het gebeurde zelden dat ook de familie van een paus zich zo discreet gedroeg.

Op 20 juni 1667 werd hij verkozen tot paus Clemens IX, met als motto: 'Aliis non sibi Clemens', 'zachtmoedig voor de anderen, niet voor zichzelfí. Ook hij had maar een obsessie: overal vrede brengen.

Door zijn kwaliteiten als onderhandelaar tussen Frankrijk en Spanje kon de Vrede van Aken van 2 mei 1668 worden ondertekend, dat een einde maakte aan de Devolutieoorlog, een oorlog tussen Frankrijk en Spanje die uitgevochten werd tussen 8 mei 1667 en 2 mei 1668. Inzet was de heerschappij over de Spaanse Nederlanden. De oorlog ontstond na de dood van koning Filips IV van Spanje en kwam tot een einde met het Verdrag van Aken.. Met dit verdrag verkreeg Frankrijk zeggenschap over het zuidelijk deel van Vlaanderen tussen Duinkerke en Rijsel.

Hij wist eveneens met succes te bemiddelen in het jansenistische dispuut, zodat men voortaan zou spreken van de 'Clementijnse Vredeí.

Paus of niet, hij wilde leven als een gewoon mens. Elke dag ontving hij in het Vaticaan 13 armen aan wie hijzelf de soep serveerde. Hij hoorde geregeld de biecht in Sint-Pieter, waar hij zijn eigen biechtstoel had, en ging al even vaak op ziekenbezoek.


Paus Clemens IX

Clemens IX wou de Turken beletten Europa verder binnen te dringen. Uiteindelijk kon hij ook de Franse koning ertoe overhalen om VenetiŽ te helpen in zijn weerstand. Volgens Clemens was VenetiŽ immers de laatste dam tegen de islam. Daarom ervoer hij de val van Candia op 6 september 1667 en de Turkse bezetting van Kreta als een persoonlijk drama. Hij overleefde het niet en stierf op 9 december. De Romeinen zouden zijn dood lang betreuren.

Er zijn verscheidene verklaringen voor Malachiasí profetie. Zo komt de familie van de Paus oorspronkelijk uit Lombardije, waar de oude geschiedenis ervan nauwkeurig zou opgetekend zijn. Het "Teatro Araldico," een werk dat de wapens weergeeft van de oudste en adellijkste families van ItaliŽ, beschrijft het familiewapen als een schild, waarop een zwaan staat met een ster erboven. Een andere verklaring, uit de zeventiende eeuw, is dat deze paus tijdens het conclaaf een kamer bewoonde die bekend stond als "de kamer der zwanen." Nog een andere verklaring verwijst naar zijn voorganger Alexander VII, waarvan Clemens IX de persoonlijke secretaris was. Alexanders familienaam Chigi zou daarbij verwijzen naar het Italiaanse woord voor zwaan: "Cigni," en in Alexanders wapen is een ster te zien.

Profetie 85: De Flumine Magno [Van de grote Rivier]

Clemens X [1670-1676]

Echte naam: Emilio Altieri [Rome, 13 juli 1590 - Rome, 22 juli 1676]

Emilio kende een zeer onopvallende loopbaan in de kerk. Clemens X was bisschop van Camerino [1626] en nuntius in Napels en Polen. Zijn voorganger benoemde hem pas tot kardinaal toen hij al in de tachtig was. Na een maandenlang conclaaf werd hij op 29 april 1670 als zwakke compromiskandidaat tot opvolger gekozen van Clemens IX. Hij steunde Jan Sobieski van Polen in zijn strijd tegen de Turken. Met Lodewijk XIV kwam hij in conflict over de regaliŽn. De keuze van zijn neef, kardinaal Paluzzo Altieri, als naaste medewerker bleek een fatale misgreep. Als paus moest hij, wegens zijn gevorderde leeftijd, het gezag feitelijk overlaten aan zijn neef kardinaal Paluzzo Altieri, die hiervan misbruik maakte.Tijdens zijn pontificaat werd Bernini als hofarchitect vervangen door C. Rainaldi.

De profetie van Malachias duidt op de geboorteplaats van Clemens X. Hij werd in Rome geboren. In 1590 was er bovendien het ongewone verschijnsel dat in juli 1590 de Tiber buiten zijn oevers trad.

Profetie 86: Bulla Insatiabilis [Onverzadigbaar Beest]

Innocentius XI [1676-1689]

Echte naam: Benedetto Odescalchi [Como, 19 mei 1611 - Rome, 12 augustus 1689]

Benedetto Odescalchi werd geboren in een rijke koopmansfamilie in Como, waar hij een opleiding kreeg bij de JezuÔeten. Vervolgens studeerde hij rechten in Napels en Rome. In 1645 maakte paus Innocentius X hem kardinaal-legaat in Ferrara, waar hij door zijn hulp aan de ernstig zieken al gauw de bijnaam "vader der armen" kreeg. In 1650 werd hij bisschop van Novara: opnieuw gaf hij geld uit om het lijden van de armen en zieken in zijn diocese te verlichten. Met toestemming van de paus gaf hij deze post in 1656 op ten gunste van zijn broer Giulio en vertrok hij naar Rome. Hij nam er deel aan verschillende congregaties.

Na het overlijden van paus Clemens IX in 1669 was Benedetto reeds een sterke kandidaat als opvolger, maar de Franse vorst Lodewijk XIV verhinderde zijn verkiezing. In 1676, toen zijn opvolger Clemens X stierf, probeerde Lodewijk weliswaar opnieuw de verkiezing van Benedetto Odescalchi te dwarsbomen, maar ditmaal vond hij een meerderheid van de kardinalen en de Romeinen tegenover zich. Op 21 september 1676 werd Benedetto officieel tot de nieuwe paus Innocentius XI gekozen.

Het pausschap van Innocentius XI werd gekenmerkt door zijn strijd tegen het nepotisme en zijn sobere levensstijl. Onmiddellijk na zijn aantrede bracht hij de uitgaven van de Curie drastisch terug en pakte het nepotisme onder de kardinalen hard aan. Met succes, want het astronomische tekort van 170.000 scudi bij zijn aantreden was binnen enkele jaren omgezet in een overschot. Zelf leefde de paus zeer sober: hij was een ware asceet die het volk meed, de meest onaangename vertrekken van het Vaticaanse paleis bewoonde en eenvoudige gewaden droeg. Voorts spoorde hij de kardinalen en zijn onderdanen aan om eveneens zuiver te leven. Theaters achtte hij immoreel, diepe decolletťs waren verboden en de paus stuurde zelfs dienaars door Rome om korsetten en gewaagde kleding in beslag te nemen.

Persoonlijk zeer streng in de leer, veroordeelde hij in 1679 een aantal laxistische jezuÔetenstellingen en trad tevens op tegen het quiŽtisme van Molinos. Alhoewel hij persoonlijk met Molinos bevriend was, gaf hij toch gehoor aan de wens van de inquisitie en veroordeelde hij in 1687 acht molinistische leerstellingen als ketterij.

Innocentius lag tijdens zijn pontificaat geregeld overhoop met Lodewijk XIV. De Franse vorst probeerde steeds meer zijn invloed te doen gelden over de Kerk, tot woede van de paus. In 1682 dwong Lodewijk de clerus vier Gallicaanse artikelen af, die de macht van de paus over de Kerk in Frankrijk inperkten. Innocentius verklaarde de artikelen nog datzelfde jaar ongeldig.

Om de paus tegemoet te komen ging Lodewijk zich vervolgens als de meest christelijke vorst van Europa gedragen. Zo herriep hij in 1685 het Edict van Nantes, wat een hernieuwde gewelddadige vervolging van de Franse protestanten [Hugenoten] inluidde. Innocentius liet echter weten deze drastische maatregelen niet op prijs te stellen.

Innocentius zette zich onvermoeibaar in voor de bevrijding van Wenen in 1683, toen de stad werd belegerd door de Turkse legers. Hij spoorde de Duitse vorsten en de Poolse koning Jan Sobieski aan legers te sturen naar Wenen en verstrekte hen omvangrijke sommen geld.

Speciale missen en klokgelui in Rome moesten de naderende ramp afwenden. Men vreesde dat de val van Wenen het einde van het christendom inluidde. Uiteindelijk doorstond Wenen het beleg en de Turken werden verslagen.

De paus zond tevens een nuntius naar Engeland, de eerste kerkelijke afgevaardigde die het land sinds 100 jaar aandeed. Innocentius had echter weinig waardering voor de rigoureuze methodes van de Engelse vorst Jacobus II om het katholicisme in zijn land te herstellen. Bovenal bestond de vrees dat de invloed van het katholieke Frankrijk zou groeien, dat juist op gespannen voet stond met de paus. Innocentius kwam de vorst dan ook niet te hulp tijdens de Glorious Revolution in 1688, toen Jacobus II van zijn troon werd gestoten door de protestante stadhouder Willem III van Nederland.

Innocentius stierf op 12 augustus 1689, na reeds lange tijd in zwakke gezondheid te verkeren. In 1714 zette paus Clemens XI het zaligverklaringsproces van Innocentius in werking, maar wegens Franse protesten werd dat in 1744 weer opgeschort. Pius XII verklaarde hem op 7 oktober 1956 zalig. Zijn feestdag is 13 augustus. Het grafmonument voor Innocentius in de Sint Pieter is van P. Monnot, naar een ontwerp van C. Maratti.


Pauselijk wapen van Innocentius XI

De verklaring van de Heilige Malachias wijst naar het wapen van Innocentius XI, waarop een leeuw en een roofvogel voorkomen, die beide de naam hebben onverzadigbare beesten te zijn.

Profetie 87: Paenitentia Goriosa [Glorievol berouw]

Alexander VIII [1689-1691]

Echte naam: Pietro Ottoboni [VenetiŽ, 22 april 1610 - Rome, 1 februari 1691]

Petrus Ottoboni was Paus van 6 oktober 1689 tot aan zijn dood en mocht zich verheugen in heel de rijkdom en de sociale status van een afstammeling als een der aanzienlijkste families in VenetiŽ. Hij was de zoon van Marco Ottoboni, kanselier van VenetiŽ. Alexander VIII studeerde rechten aan de Universiteit van Padua en stond bekend als een uitstekend jurist.

Paus Innocentius X benoemde Pietro Ottoboni in 1562 tot kardinaal, later, in 1564, werd hij de bisschop van Brescia en Datarius in Rome. In Rome sloot hij zich aan bij de conservatieve stroming van de Zelanti.

Op 6 oktober 1689 werd Pietro Ottoboni met steun van koning Lodewijk XIV tot paus gekozen. Daarop gaf Lodewijk XIV in 1690 Avignon en Venaissin aan de Kerkelijke Staat terug. De paus streefde naar verzoening met Lodewijk XIV maar verwierp wel de vier Gallicaanse artikelen die de macht van de paus over de kerk in Frankrijk inperkten. Hij overlaadde zijn familie met rijkdommen. Er werden voordelige huwelijken gesloten. Zijn neven Marco en Pietro Ottoboni verhief hij tot kardinaal.


Paus Alexander VIII

Gedurende zijn pontificaat verwierf Alexander VIII voor de Vaticaanse Bibliotheek, de bibliotheek van koningin Christina van Zweden. Deze bibliotheek bevatte veel manuscripten. Met de aanduiding Reginenses wordt naar deze handschriften verwezen.

Malachias: De voornaam van de Paus was Petrus. Petrus had diep berouw, nadat hij zijn meester driemaal had verloochend.

Profetie 88: Rastrum in Porta [Rooster in de Deur]

Innocentius XII [1691-1700]

Echte naam: Antonio Pignatelli [Spinazzola, 13 maart 1615 - Rome, 22 september 1700]

Innocentius was Paus van 16 juli 1691 tot aan zijn dood. Hij werd geboren als zoon van een Napolitaanse markies van de Italiaanse familie Pignatelli [waartoe ook de in 1954 Heilig verklaarde Jozef Pignatelli behoorde]. Op twintigjarige leeftijd kwam hij aan het pauselijk hof. Na in Florence, Warschau en Wenen nuntius te zijn geweest werd hij in 1681 gewijd tot kardinaal gevolgd door zijn benoeming in 1687 tot aartsbisschop van Napels.

Innocentius XII zou de geschiedenis ingaan als een 'goede' paus. Zijn verkiezing verliep andermaal erg moeizaam. In het conclaaf speelde nu de tegenstelling pro-Frans contra pro-Duits. Het geduld van de Romeinen werd zwaar op de proef gesteld, ondanks hun rumoerige protesten. Na vijf maanden was er nog steeds niets uit de bus gekomen. Eindelijk, op 15 juli was het zover: kardinaal Antonio Pignatelli zou voortaan paus Innocentius XII heten.

Met zijn sikje en zijn lange neus had men deze Napolitaan gemakkelijk polichinel kunnen noemen, maar het gebrek aan eerbied nog daargelaten, niemand zou dit ooit gedaan hebben wegens de uitzonderlijke goedheid van deze paus. 'Mijn neven, dat zijn de armen' verklaarde hij graag. Hij was de paus die als eerste paal en perk stelde aan de plaag van het nepotisme. Deze kwaal was opgedoken in de 8ste eeuw ten tijde van Adrianus I, maar kreeg pas echt vorm in de 13de eeuw met Bonifatius VII. Het was uiteindelijk een instelling geworden en de titel 'Kardinaal-neef groeide zelfs uit tot een officiŽle functie. Alleen al in de 17de eeuw had het nepotisme de Kerk 7 miljoen ťcu's gekost, en dat was slechts een deel van de ontvangen voordelen. Het was de oorzaak van intriges en oorlogen en het pausdom ging er langzaam aan ten onder.


Paus Innocentius XII

Met zijn motto en met de pauselijke bul Romanum decet Pontificem verbood hij elke toekomstige paus zijn familie te verrijken met kerkelijke diensten. Wat Innocentius XI niet was gelukt, lukte hem wel en hoewel er nog enkele malen misbruik van werd gemaakt, behoorde het instituut kardinaal-nepoot tot het verleden.

Andere maatregelen van Innocentius XII waren de priesters erop te wijzen wat van hen verwacht werd als kerkelijke vertegenwoordiger - vervullen van geestelijke taken- en opkomen en zorg dragen voor de behoeftigen. Dit laatste was een bittere noodzaak, doordat Rome te kampen had met pestepidemieŽn, overstromingen en aardbevingen.

Op politiek vlak had de crisis, veroorzaakt door de Spaanse troonopvolging, positieve gevolgen voor de betrekkingen tussen de paus en Frankrijk. Lodewijk XIV , die bondgenoten nodig had, toomde zijn vijandigheid tegenover Rome in en deed een aantal belangrijke toegevingen. Helaas, die verbeterde relaties met Frankrijk betekenden het einde van de betrekkingen met de keizer. Ambassadeurs van Leopold I begonnen in Rome pijnlijke incidenten uit te lokken.

Op 11 september 1697 versloeg Eugeen van Savoye de Turken in Zenta, en op 30 oktober maakten de verdragen van Rijswijk een einde aan de Negenjarige Oorlog; twee gebeurtenissen die de oude paus plezier deden. Het Heilig Jaar 1700 werd hem fataal. Ondanks zijn ziekelijke toestand ging hij in op alle audiŽntie-aanvragen van de pelgrims. Op 27 september 1700 stierf hij van uitputting.

Malachiasí profetie duidt op de volledige naam van de Paus, Antonio Pignatelli del Rastrello, waarbij Rastrello voor rooster staat.

Profetie 89: Flores Circumdati [Met bloemen omringd]

Clemens XI [1700-1721]

Echte naam: Giovanni Francesco Albani [Urbino, 23 juli 1649 - Rome, 19 maart 1721]

Paus Clemens was, zoals zijn naam al suggereert, van Albanese komaf. Hij studeerde in Rome klassieke talen en rechten en theologie. Op ťťnentwintigjarige leeftijd werd hij prelaat. In 1690 benoemde Paus Alexander VIII hem tot kardinaal-diaken. Tijdens het Conclaaf van 1700 werd hij gekozen tot paus.

In de Spaanse Successieoorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk, koos hij aanvankelijk de zijde van de Franse koning Lodewijk XIV. Daarop viel de Oostenrijkse keizer van het Heilige Roomse Rijk, Jozef I, ItaliŽ binnen. Jozef rukte op richting het Vaticaan en onder druk van een mogelijke bezetting sloot Clemens een verdrag met hem, waarin hij beloofde de broer van Jozef, Karel te zullen erkennen als koning van Spanje.

Onder Clemens begon de strijd tegen het Jansenisme. Hij vaardigde daartoe de zeer omstreden bul Unigenitus, waarin de Jansenisten werden veroordeeld als ketters. De strijd over deze bul zou de hele achttiende eeuw aanhouden.

Tijdens zijn pontificaat kwamen ook de relaties met China onder druk te staan omdat de paus de goddelijkheid van de Chinese keizer veroordeelde.


Paus Clemens XI

Clemens was een intellectuele paus. Zijn enorme bibliotheek werd tussen 1864 en 1928 geveild.

Urbino, zijn geboortestad, heeft een bloemenslinger in haar wapen. Tijdens de regering van Clemens XI werd er een munt geslagen met de woorden Flores Circumdati.

Profetie 90: De Bona Religione [Van een goede religie]

Innocentius XIII [1721-1724]

Echte naam: Michael Angelo Dei Conti [Palestrina, 13 mei 1655 - Rome, 7 maart 1724]

Hij werd in 1655 geboren als zoon van Karel II, Hertog van Poli. Hij studeerde in Ancona en in Rome aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit.Paus Alexander VIII benoemde hem tot pontificaal kamerheer. Door Paus Innocentius XII werd hij tot bisschop bevorderd. Hij werkte vervolgens als apostolische Nuntius in Luzern en Lissabon alvorens Paus Clemens XI hem in 1706 verhief tot kardinaal. Tijdens het woelig Conclaaf van 1721 werd hij gekozen tot paus.


Paus Innocentius XIII

Zijn korte pontificaat werd gekenmerkt door een niet aflatende strijd met de JezuÔeten van wie hij vond dat zij zich moesten richten naar de pauselijke decreten. Franse bisschoppen benaderden hem [tevergeefs] met het verzoek om de tegen de Jansenisten gerichte Bul Unigenitus in te trekken.

De Paus behoorde tot de beroemde familie Conti, die zoveel Pausen aan de Kerk heeft geschonken. Daarom kan Malachiasí profetie vertaald worden als "Uit een goede godsdienstige familie."

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
21-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 91-100
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 91-100

Profetie 91: Miles in Bello [Soldaat in Oorlog]

Benedictus XIII [1724-1730]

Echte naam: Pietro Francesco Orsini [Gravini in Puglia, Bari, 2 februari 1649 - Rome, 2 maart 1730]

Orsini werd geboren uit Ferdinand III van Orsini, hertog van Gravina en Giovanna Frangipani della Tolfa, Uit Toritto. Orsini trad al op zestienjarige leeftijd toe tot de orde van de Dominicanen, tegen de zin van zijn ouders die, zonder succes, hiervoor een beroep deden op de Paus. Hij studeerde theologie in VenetiŽ en Bologna en filosofie in Napels. Hij werd in 1672 kardinaal, tussen 1675 en 1680 was hij aartsbisschop van Manfredonia en in 1680 werd hij bisschop van Cesena. In 1686 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Benevento.

In 1724 werd hij na een conclaaf van 70 dagen tot paus gekozen. Aanvankelijk weigerde hij zijn benoeming, maar uiteindelijke aanvaardde hij deze toch. Hij was het derde en laatste familielid van de Orsiniís die Paus werd.


Paus Benedictus XIII

Als paus noemde hij zich aanvankelijk Benedictus XIV, vanuit het bijgeloof dat dertien een ongeluksgetal is, maar veranderde dit later in XIII. Veel meer speelde nog hierbij mee dat Pietro de Luna de tegenpaus Benedictus XIII was geweest.

Benedictus XIII was een veranderingsgezinde paus en maakte tijdens zijn pontificaat vooral werk van het bestrijden van de decadentie die de Italiaanse geestelijkheid in zijn macht leek te hebben. Hij spaarde geen moeite om de weelde en de wereldse praal bij de kardinalen tegen te gaan.

Men verklaart Malachiasí profetie meestal door de voortdurende strijd tussen de kerkelijke tucht en de weelde en wereldse praal van de hogere geestelijkheid. Ook werd hij nogal eens afgebeeld te paard, maar de profetie blijft onduidelijk.

Profetie 92: Columna Excelsa [Verheven Zuil]

Clemens XII [1730-1740]

Echte naam: Lorenzo Corsini [Florence, 7 april 1652 - Rome, 6 februari 1740]

Hij was aanvankelijk een in Pisa afgestudeerde jurist. Na een lang conclaaf van 4 maanden werd hij op 78-jarige leeftijd en kampend met een voortdurend afnemend gezichtsvermogen, tot paus gekozen. Vanaf 1732 was hij totaal blind. Het conclaaf van 1730 begon erg veel op een veiling te gelijken: de Medici' s riepen vanuit Londen, Parijs en Den Haag hun bankiers op om zoveel mogelijk stemmen te kopen in het voordeel van kardinaal Lorenzo Corsini, een Florentijn van wie zij alle steun verwachtten. Wat er ook van zij, na vijf maanden gesjacher werd het uiteindelijk Corsini die op 12 juli 1730 mocht plaatsnemen op de Stoel van Sint-Pieter.

Zijn eerste stap als paus was het drastisch reorganiseren van de financiŽn van het Vaticaan, die onder zijn voorganger Benedictus XIII behoorlijk in het ongerede waren geraakt. De hoofdschuldige van het financiŽle wanbeheer, kardinaal Coscia, ging voor tien jaar de gevangenis in.

De pauselijke financiŽn werden nog verder verbeterd door nieuw leven te blazen in een openbare loterij, die onder Benedictus XIII was verboden. De verbeterde financiŽle situatie stelde hem in staat de kunsten en wetenschappen te bevorderen [begin van de bouw van de Trevifontein, nieuwe faÁade voor de Sint-Jan van Lateranen, Bibliotheca Corsini]. Hij gaf nieuwe regels voor de pauskeuze [1732] en steunde de missionering in de Libanon. In 1738 werd de vrijmetselarij veroordeeld.


Paus Clemens XII

De paus beperkte zijn steun niet tot Rome. Hij moderniseerde de haven van Ancona en liet in Ravenna indrukwekkende hydraulische machines bouwen die de stad doelmatig tegen overstromingen moesten beschermen. Het was ook hij die de kleine republiek San Marino vrijheid en onafhankelijkheid schonk. Hoewel Clemens XII van Rome een artistiek en cultureel centrum met aanzien maakte, moest hij toegeven dat het pausdom op het internationale forum veel van zijn prestige had ingeboet.

De Europese hoven legden de voorrechten van de Kerk en de Heilige Stoel zonder meer naast zich neer. Van zodra de paus enig protest liet horen, verbraken Madrid en Napels hun diplomatieke betrekkingen. Op het einde van de Poolse successieoorlog beschikte het Verdrag van Wenen, zonder enige toelating, over bepaalde gebieden, zoals Parma en Placentia, die aan de paus toebehoorden. Men had hem ook nooit de toestemming gevraagd troepen een permanent doorgangsrecht te verlenen via de pauselijke Staat. De paus protesteerde maar kreeg geen gehoor. Geen enkele vernedering werd hem bespaard.

Zijn voornaamste, louter religieuze daden waren de heiligverklaring van Sint-Vincent a Paolo in 1737 en, in 1738, de eerste veroordeling van de vrijmetselarij. Zij had de kop opgestoken in Florence in 1733 en Rome reeds na twee jaar bereikt.

Het pontificaat van deze bijzonder verstandige, door en door goede en zonder meer eerlijke grijsaard, liep ten einde op 8 februari 1740. Ook al was hij soms verkwistend, dan gebeurde dit toch steevast ten bate van Rome en de Kerk.

Zijn grafmonument bevindt zich in de Cappella Corsini van de Sint-Jan van Lateranen. Twee kolommen uit deze kapel versierden vroeger de zuilenhal van het Pantheon van Agrippa, vandaar Malachias verklaring.

Profetie 93: Animal Rurale [Dier uit het Veld]

Benedictus XIV [1740-1758]

Echte naam: Prospero Lorenzo Lambertini [Bologna, 31 maart 1675 - Rome, 3 mei 1758]

Benedictus XIV was paus van 17 augustus 1740 tot 3 mei 1758. Hij wordt gezien als de grootste paus uit de 18de eeuw. Hij maakte zich ook zeer verdienstelijk op het gebied van het canoniek recht en in de wetenschap.

Benedictus XIV behoorde tot een adellijke familie uit Bologna. Hij was de zoon van Marcello Lambertini en Lucrezia Bulgarini en werd jurist en theoloog. Hij begon zijn studies bij de Somaschi priesters in Bologna. Vanaf 1688 studeerde hij rhetorica, filosofie en theologie aan het "Collegium Clementinum" in Rome. Op 11 september 1694 behaalde hij zijn doctoraat aan de La Sapienza-universiteit te Rome.

Lambertini werd in 1727 aartsbisschop van Ancona, daarna kardinaal en in 1731 aartsbisschop van Bologna en was een van de belangrijkste adviseurs van zijn voorganger Clemens XII.

Na een moeizaam, politiek conclaaf dat zes maanden duurde, werd hij op 17 augustus 1740 tot paus gekozen. Zijn pontificaat werd gekenmerkt door grote hervormingsgezindheid. Hij hervormde de opleiding van priesters en hervormde een groot aantal pauselijke instellingen. In de zogenaamde ritenstrijd tussen de jezuÔetenmissionarissen enerzijds en de dominicanen en franciscanen anderzijds, kregen de laatsten gedaan dat Benedictus de jezuÔeten de toepassing van Chinese riten en gebruiken verbood met de bullen "Ex quo singulari" [11 juli 1742] en "Omnium sollicitudinum" [12 september 1744]. Dit was er mede de oorzaak van dat vele nieuwe bekeerlingen in China de Kerk verlieten. Het verbod zou later door Paus Pius XII in 1939 worden aangepast.

In zijn encycliek "Allatae sunt" [26 juli 1755] steunde hij de uniaten in hun wens om hun eigen Oosterse ritus te behouden.

In de hevige discussies rond het jansenisme, veroordeelde hij op 16 oktober 1756 het gebruik om de laatste sacramenten te weigeren aan Franse geestelijken die nog gekant waren tegen "Unigenitus," de bul uit 1713 die bepaalde aspecten van het jansenisme veroordeeld had.

In de Pauselijke Staten verminderde hij de belastingsdruk, moedigde de landbouw aan en ondersteunde hij de vrijhandel. Hij werd paus in een moeilijke tijd, waarin er veel conflicten waren tussen de Heilige Stoel en een groot aantal katholieke landen, met name over vraagstukken als wie er het recht had bisschoppen te benoemen. Hij stelde zich hierin verzoenend op en deed verregaaande concessies [concordaat met Napels [1741], Spanje [1753], Oostenrijk [1757]. Hij erkende ook Frederik II van Pruisen [1712-1786] als koning.

Aan diegenen die verantwoordelijk waren voor het opstellen van de index vroeg hij behoedzaam te werk te gaan [1758]. Benedictus XIV publiceerde verschillende werken over het kerkelijk recht en voerde hervormingen door in de liturgie, de biecht en het huwelijk.

De opkomst van een stedelijke bestuurselite die naast de oudere feodale adel bestond noopte de Paus tot het invoeren van regelgeving voor de Romeinse adel. De bul "Urbem Romanam" die op 12 januari 1746 werd afgekondigd gaf Rome voor het eerst een streng adelstatuut. De bul is nog steeds geldig.

Hij was de eerste paus die het huwelijk tussen protestanten en katholieken erkende: de bul "Benedictina [declaratio]" van 4 november 1741 verklaarde de gemengde huwelijken die in de Lage Landen zonder de tridentijnse vorm gesloten waren, geldig. Deze bul is tot 1907 de grondslag geweest van het kerkelijk huwelijksrecht in confessioneel gemengde streken. Bijna iedereen ervoer hem als sympathiek, waaronder ook niet-katholieken en aanhangers van de Verlichting [Voltaire droeg zijn toneelstuk Mohammed aan hem op]. Charles Montesquieu kreeg van hem dispensatie voor de vasten.

De heiligverklaringsprocessen geschieden nog steeds volgens de strenge regels die door hem zijn opgesteld. Hij hervormde ook de heiligenkalender en beperkte daarbij het aantal heiligenfeesten.

Benedictus XIV was gedurende zijn hele leven actief als geleerde en richtte verschillende academies en leerstoelen op. Hij liet Giuseppe Simone Assemani de eerste catalogus van de handschriften van de Vaticaanse Bibliotheek opstellen [1743 en 1757] en lag daarmee aan de basis van deze instelling. Zijn grafmonument in de Sint-Pieter is van Pietro Bracci [1758].


Wapen van de Lambertini's

Malachiasí profetie duidt op het familiewapen van de Lambertiniís, waarop een leeuw staat afgebeeld.

Profetie 94: Rosa Umbriae [Roos uit UmbriŽ]

Clemens XIII [1758-1769]

Echte naam: Carlo della Torre Rezzonico [VenetiŽ, 7 maart 1693 - Rome, 2 februari 1769]

Hij was afkomstig uit een sinds kort adellijke Venetiaanse familie. Hij genoot een JezuÔeten-opleiding in Bologna en werd in 1737 kardinaal. Daarvoor had hij al verscheidene belangrijke posities vervuld in de Curie. Hij was vanaf 1743 bisschop van Padua, waar hij een goed zielzorger bleek te zijn. In het conclaaf na de dood van Benedictus XIV werd hij op 6 juli 1758 tot paus gekozen nadat verschillende kandidaten door het vetorecht waren uitgesloten.

Hij bestreed de Verlichting in Frankrijk en het febronianisme in de Duitse landen door veroordelingen van de Encyclopťdie [1759] en van Johann Nikolaus von Hontheim [1764]. In 1765 voerde hij het Hoogfeest van het Heilig Hart in.

Carlo's pausschap was berucht vanwege een buitensporig nepotisme.

Hij had veel te stellen met wereldlijke heersers in Frankrijk, Spanje, Portugal, het Hertogdom Parma en het Koninkrijk der Beide SiciliŽn, die in de JezuÔeten een bedreiging van hun eigen macht zagen. Het is meer dan eens voorgekomen dat alle JezuÔeten in een schip werden afgevoerd en aan wal gezet in de Italiaanse havenstad Civitavecchia, "als geschenk voor de paus."

Hij kwam laatstelijk in conflict hierover met de regering van Parma. Hij verklaarde zich bereid om een en ander te bespreken via een consistorie, maar stierf op de avond ervůůr, hetgeen de geruchten aanwakkerde dat hij zou zijn vergiftigd. Dit is echter nooit bewezen.


Paus Clemens VIII

Zijn grafmonument in de Sint-Pieter is van Antonio Canova.

Als kardinaal had hij als titelkerk de Santa Maria in Aracoeli, een kerk uit de zesde eeuw die 1250 door de Paus aan de Franciscanen werd overgedragen. De Orde der Franciscanen heten in de mystiek Rosa Umbriae, waarbij de roos eveneens verwijst naar Maria. Hun stichter Franciscus was afkomstig uit Assisi, dat in UmbriŽ is gelegen.

Profetie 95: Ursus Velox [Vlugge Beer]

Clemens XIV [1769-1774]

Echte naam: Giovanni Vincenzo Antonio Ganganelli [Sant'Arcangelo di Romagna, 31 oktober 1705 - Rome, 22 september 1774]

Na de dood van zijn vader, de gemeentelijke arts van Sant'Arcangelo, trad hij in 1723 in bij de orde der Minderbroeders. In 1741 werd hij definitor generalis van die orde, en raakte bevriend met paus Benedictus XIV, die hem benoemde tot consultor der Inquisitie. Onder zijn bewind werden veel geschriften van de Franse Verlichting verboden. Clemens XIII schonk Ganganelli in 1759 de kardinaalshoed, op aanraden van Lorenzo Ricci, de laatste generaaloverste der JezuÔeten.

Na de dood van deze paus was het conclaaf drie maanden lang besluiteloos in de keuze van zijn opvolger, totdat die eindelijk, na verschillende machinaties van Europese regerende vorsten, op 19 mei 1769 op Ganganelli viel. Hij was de eerste niet-adellijke paus in lange tijd. Clemens' politiek was er van het begin af op gericht om de relaties tussen de Europese hoven te verbeteren. Ook deed hij wat er van hem verwacht werd: na lang aarzelen vaardigde hij in het belang van de vrede van de Kerk op 21 juli 1773 de breve Dominus ac Redemptor noster [Onze Heer en Heiland] uit, waarbij de orde der JezuÔeten werd opgeheven.

In 1771 begon hij met de bouw van het naar hem en zijn opvolger Pius VI genoemde Pio-Clementijnse Museum, een van de grootste verzamelingen van oudheden van het Vaticaan.

Clemens overleed na een lange ziekte op 22 september 1774, gehaat door de ultramontanen, maar betreurd door zijn onderdanen vanwege zijn geslaagde bestuur van de Kerkelijke Staat. Hij werd begraven in de Basilica dei XII Apostoli, wat als kardinaal zijn titelkerk was.

Niets wat geweten is uit de stamboom of het leven van Paus Clemens XIV verwijst naar "een vlugge beer" uit Malachiasí profetieŽn. Het blijft dus een raadsel.

Profetie 96: Peregrinus Apostolicus [Apostolische Zwerver]

Pius VI [1775-1799]

Echte naam: Giovanni Angelo Conte Braschi [Cesena, 27 december 1717 - Valence, 29 augustus 1799]

Pius VI was paus van 15 februari 1775 tot aan zijn dood. Gianangelo graaf Braschi studeerde rechten en werd op zesendertig-jarige leeftijd priester. Benedictus XIV had hem aan de Curie verbonden, Paus Clemens XIII benoemde hem tot schatbewaarder en Paus Clemens XIV verhief hem in 1755 tot kardinaal. Pius VI gedroeg zich als een renaissancepaus. Later trok hij zich terug in de abdij Subiaco, waar hij abt was, totdat hij in 1775 tot paus werd verkozen. Braschi liet ondanks de slechte financiŽle toestand in de Kerkelijke Staat het geweldige Palazzo Braschi op de Piazza Navona bouwen.

Het streven naar staatskerken en toenemende vijandigheid ten opzichte van de Kerk in het Koninkrijk der Beide SiciliŽn en in het Oostenrijk van Jozef II baarden de paus zorgen. De ontwikkeling van het jozefisme in Oostenrijk was de aanleiding van een reis naar Wenen in 1782, waar hij wel zeer plechtig ontvangen werd, maar geen overeenkomst op wezenlijke punten bereikte. De keizer bracht hem in december 1783 een tegenbezoek.

De paus stond machteloos tegenover de ideologie van de Franse revolutie. Cagliostro voorspelde de val van de paus en werd door de inquisitie ter dood veroordeeld, maar door de paus begenadigd met levenslange gevangenisstraf. Inmiddels had Napoleon Bonaparte het opperbevel over de troepen in ItaliŽ verkregen. Pius besloot te onderhandelen, wat op 23 juni 1796 tot de wapenstilstand van Bologna leidde. Toen de vijandelijkheden opnieuw begonnen, hoopte Pius tevergeefs op Oostenrijkse hulp, zodat hij tot de vrede van Tolentino gedwongen werd. Hij moest definitief afstand doen van Avignon en van de landstreek Venaissin en 46 miljoen scudi betalen.

Toen op 15 februari 1798 de Romeinse republiek werd uitgeroepen, werd de paus werd afgezet. Op het verzoek van de doodzieke paus hem in Rome te laten sterven, antwoordde Duphot, de Franse generaal: "Sterven kunt u overal." Op vijfhonderd voertuigen liet Napoleon de kunstwerken uit Rome wegvoeren. De lange tragische lijdensweg van de paus eindigde in Valence.


Paus Pius VI's smeekbede aan Napoleon om de stad Pavia te sparen

Pius heeft veel voor de wetenschap gedaan. Hij breidde het oudheidkundig museum in het Vaticaan uit. Tijdens zijn pontificaat zijn er veel opgravingen en vondsten gedaan. Grote meesters als Canova en David kregen hun inspiratie in het museum van oudheden, dat Goethe eenvoudigweg 'het museum' noemde.

De spreuk duidt op de laatste twee jaren van zijn leven. Na een uitzonderlijk lang pontificaat werd de doodzieke paus in 1798 verbannen, als gevangene van de Franse Revolutie.

Profetie 97: Aquila Rapax [Roofzuchtige Adelaar]

Pius VII [1800-1823]

Echte naam: Luigi Barnaba Chiaramonti [Cesena, 14 augustus 1740 - Rome, 20 augustus 1823]

Luigi Barnaba Chiaramonti werd geboren uit een adellijke Italiaanse familie. Naar hijzelf vertelde, was zijn pausschap voorspeld door zijn moeder, die in 1763 toetrad tot de karmelietessen. Hij studeerde in Ravenna voordat hij toetrad tot de Benedictijnse orde in 1756 voor zijn vervolgstudie. Zijn kloosternaam als benedictijn was Gregorio. Binnen de orde werd hij docent in de theologie. Zijn carriŤre kwam in een stroomversnelling toen Giovanni Braschi, een vriend van de familie, gekroond werd tot paus Pius VI.

In 1785 werd hij bisschop van Imola, waar hij onder andere de Franse bezetting meemaakte. Zijn kersthomilie van 1797, die stelde dat Kerk en democratie geen tegengestelden zijn, maakte hem door heel ItaliŽ bekend.

Na de dood van paus Pius VI verbleef de meerderheid der kardinalen in VenetiŽ en werd daar in het Benedictijnerklooster op het eiland San Giorgio Maggiore het conclaaf gehouden. Na drie en een halve maand werd kardinaal Chiaramonti als compromiskandidaat tot paus gekozen [14 maart 1800]. Hij nam uit eerbied voor zijn in ballingschap gestorven voorganger diens naam aan. Omdat de pauselijke tiara door de Fransen in beslag was genomen, werd een model van papier-machť gebruikt.

De eerste jaren van zijn pontificaat werden grotendeels beheerst door de Franse problematiek. Ofschoon hij het confisceren van kerkelijke goederen niet kon verhinderen, voorkwam hij wel dat de kerk in ItaliŽ werd opgeheven, zoals dat met de Fransen was gebeurd. Na zijn troonsbestijging sloot Pius VII met Napoleon Bonaparte, Eerste Consul van de Franse Republiek, op 15 juli 1801 een Concordaat. In 1804 ging Pius naar Parijs om er Napoleon op 2 december te zalven voor diens keizerskroning. De eigenlijke kroning deed Napoleon zelf. Na aanvallen op de Kerkelijke Staat werd keizer Napoleon echter in de kerkelijke ban gedaan. Daarop liet hij Pius VII arresteren door generaal Radet en in gevangenschap in Savona houden [1809].


Kroning van Napoleon tot keizer

De "Eeuwige Stad" werd bij decreet van Napoleon gereduceerd tot de prefectuur van het departement Tibre. Pius VII werd in 1812 naar Fontainebleau overgebracht en van zijn raadgevers geÔsoleerd en door Napoleon persoonlijk onder zware druk gezet. Op 25 januari 1813 zwichtte Pius door allerlei kerkelijke concessies te doen in het zogenaamde "concordaat van Fontainebleau." Dit nieuwe concordaat was een slimme zet van Napoleon omdat hij de katholieken tegen zich in het harnas had gejaagd, zowel in Frankrijk als in de gebieden van zijn Duitse en Oostenrijkse bondgenoten. Maar na contact met Consalvi en Pacca herriep de paus dit concordaat twee maanden later. In mei 1814 kon hij in triomf terugkeren naar Rome nadat Napoleon in april naar het eiland Elba verbannen werd. Toch gaf de paus onderdak aan de familie van de verbannen keizer.

Samen met Consalvi begon de 74-jarige paus aan het restauratiewerk: op 7 augustus 1814 herstelde hij de orde der jezuÔeten. Ook de Index en de Inquisitie werden hersteld, en de Joden moesten terug naar hun ghetto's. Een motu proprio van 1816 reorganiseerde de pauselijke staat. In 1817 werd de Propagande Fide [missie] verbeterd. In concordaten werden de nieuwe verhoudingen met Beieren, SardiniŽ en Frankrijk [in 1817], Napels en Rusland [in 1818] nader geregeld. Pius trad fel op tegen de vrijmetselarij en de carbonari, een beweging van pro-democratische revolutionairen.

Pius VII had veel belangstelling voor kunst en wetenschap. Het Museo Chiaramonti werd naar de adviezen van Antonio Canova ingericht en verrijkt met de epigrafische collectie in de Galleria Lapidaria.

Zijn pontificaat werd overschaduwd door Napoleon, die een adelaar als embleem had.

Profetie 98: Canis et Coluber [Hond en Slang]

Leo XII [1823-1829]

Echte naam: Annibale della Genga [Kasteel Lan Gena, Spoleto, 22 augustus 1760 - Rome, 10 februari 1829]

Della Genga kwam uit een adellijke familie uit Genga, een klein stadje in de provincie Ancona. De plaats waar hij geboren is is onzeker. De gebruikelijke mogelijkheden zijn Genga, Ancona en Spoleto. Hij ging naar school aan de "Accademia della Nobili Ecclesiastici" te Rome, waar hij tot priester werd gewijd in 1783. In 1792 benoemde Paus Pius VI hem tot zijn persoonlijk secretaris, in 1793 werd hij titulair aartsbisschop van Tyrus, en werd hij uitgezonden naar Luzern als nuntius. In 1793 werd hij overgeplaatst naar Keulen, maar door de oorlog moest hij residentie houden in Augsburg. Tijdens de meer dan twaalf jaar die hij heeft doorgebracht in Duitsland werden hem verschillende moeilijke en eerzame missies toevertrouwd, welke hem in contact brachten met de hoven van Dresden, Wenen, MŁnchen en WŁrttemberg, en zelfs met Napoleon.

Als nuntius in Parijs [1814 - 1816] werd hij door kardinaal-staatssecretaris Consalvi overvleugeld. Hij werd in 1816 kardinaal gecreŽerd en kreeg de "Santa Maria in Trastevere" als titelkerk.


Paus Leo VII

In het conclaaf van 1823, was hij de kandidaat van de "zelanti." Hij werd verkozen op 28 september.

Met Willem I sloot hij in 1827 een concordaat, dat slechts gedeeltelijk ten uitvoer werd gebracht.

Spoedig na zijn aanstelling tot Paus publiceerde hij Leo XII zijn encycliek "Quo Gravoria," waarin hij de vrijmetselarij en andere geheime genootschappen veroordeelt. Slang en hond kunnen voor geheime genootschappen symbool staan, maar Malachias profetie is weinig duidelijk.

Profetie 99: Vir Religiosus [Godsdienstig Man]

Pius VIII [1829-1830]

Echte naam: Francesco Saverio Castiglioni [Cingloni, Ancona, 20 november 1761 - Rome, 1 december 1830]

Pius VIII was paus van 31 maart 1829 tot aan zijn dood in 1830. Hij studeerde kerkelijk recht bij de JezuÔeten en werd na zijn priesterwijding secretaris van de Commissie voor de Beoordeling van de Synodebesluiten van Pistoja [1786]. Hij was aansluitend vicaris-generaal in meerdere bisdommen. Hij werd in 1800 bisschop van Montalto benoemd door Pius VII. Na zijn weigering om trouw te zweren aan Napoleon, die ItaliŽ bezet hield, werd hij in 1808 overgebracht naar Frankrijk. Na de Franse nederlaag werd hij in 1816 bisschop van Cesena en tevens kardinaal. De "Santa Maria in Transpontina" was zijn titelkerk. Later pontificeerde hij in het bisdom Frascati. Hij was een vriend van Pius VII en Consalvi. Na de dood van Paus Pius VII, in 1823, gold hij als de belangrijkste kandidaat, maar werd als gevolg van de conflictueuze verhoudingen tussen gematigden en conservatieven tijdens het conclaaf niet gekozen. Hij vervulde verschillende hoge ambten en werd na de dood van paus Leo XII tot paus gekozen. Tijdens zijn pontificaat vaardigde hij in 1829 een encycliek uit [Traditi humilitati nostrae] en in 1830 het korte schrijven "Litteris altero." In beide publicaties wordt een aantal moderne kwalen opgesomd, die bestreden dienen te worden: de moderne filosofie, het sofisme, bijbelgenootschappen en het katholieke leergezag alsook geheime organisaties zoals de Carbonari. Na de Julirevolutie in Frankrijk spoorde hij aan tot erkenning van Louis-Philippe.


Monument Paus Pius VIII Sint-Pietersbasiliek

Reeds tijdens het conclaaf van 1823 werd Castiglioni tot de kanshebbers gerekend. Kardinaal Wiseman verhaalt dat de keuze van deze paus en ook de naam die hij zou aannemen door Pius VII zelf waren voorspeld. Bij een bepaalde gelegenheid richtte de paus zich tot kardinaal Castiglioni en zei: "Uwe Heiligheid Pius VIII zal deze zaak wel regelen."

De verklaring van Malachias is eenvoudig: Pius betekent vroom. Zijn familie stond bekend om haar diepe geloof en het was niet de eerste paus die stamde uit deze familie.

Profetie 100: De Balneis Etruriae [Van de badplaatsen van EtruriŽ]

Gregorius XVI [1831-1846]

Echte naam: Bartolommeo Alberto Cappellari [Belluno, 18 sepember 1765 - Rome, 1 juni 1846]

Gregorius XVI was paus van 1831 tot aan zijn dood in 1846, dus 15 jaar. Cappellari werd in Belluno geboren, en trad in 1783 als "Broeder Mauro" in bij de Orde der Camaldulenzers, een tak van de Benedictijnen, in Murano, nabij VenetiŽ. Hij werd in 1787 tot priester gewijd.

Cappellari werd in Belluno geboren, en trad in 1783 "Broeder Mauro" in bij de de Orde der Camaldulenzers, een tak van de Benedictijnen, in Murano, nabij VenetiŽ. Hij werd in 1787 priester gewijd. In 1799 publiceerde hij "II Trionfo della Santa Sede," waarin hij de Jansenisten veroordeelde. Cappellari werd in 1800 lid van de Academie van het Katholieke Geloof, waarvoor hij een aantal theologische en filosofische stukken schreef. Hij werd abt van de Romeinse abdij San Gregorio in Celio in 1805. Nadat paus Pius VII in 1809 uit Rome wegtrok per order van Napoleon, verhuisden Cappellari en enkele anderen van zijn orde naar Murano in VenetiŽ, en in 1814 naar Padua. Toen Pius VII in datzelfde jaar in ere hersteld werd, werd Cappellari benoemd tot raadsman van de inquisitie, prefect van de Propaganda ťn controleur van de Bisschoppen.

Door paus Leo XII werd hij in 1825 tot kardinaal benoemd, en vervolgens naar de Nederlanden gezonden om een concordaat aangaande de Katholieken van BelgiŽ en de Protestanden van Nederland te bewerkstelligen.

Op 2 februari 1831 kozen de kardinalen hem na zesenveertig dagen als de nieuwe paus, en hij nam de naam Gregorius XVI aan. Onder druk van Klemens von Metternich vaardigde hij in 1832 de encycliek "Mirari Vos" uit, die Fťlicitť de Lamennais veroordeelde, want die pleitte voor een scheiding van kerk en staat, in de veronderstelling dat de katholieke waarheid de hele maatschappij zou overtuigen in een staat waar nochtans godsdienstvrijheid heerste. Toen Gregorius in 1846 stierf, liet hij grote schulden na aan de Katholieke Kerk: hij had opdracht gegeven tot de bouw van vele nieuwe kerken en andere bouwkundige projecten. Gregorius kwam met de ideeŽn die door zijn opvolger, paus Pius IX, werden uitgewerkt in "Quanta Cura" en de "Syllabus Errorum," waarin verschillende opvattingen over politiek en wetenschap, zoals het pantheÔsme, het naturalisme, het nationalisme, het indifferentisme, het socialisme en het liberalisme werden veroordeeld.


Pauselijk wapen van Gregorius XVI

Gregorius XVI begon zijn kloosterleven in de orde der Camaldulenzen, gesticht in de dertiende eeuw in een plaats in EtruriŽ, in het Latijns Balneum genoemd. Onder zijn persoonlijke leiding zijn tijdens de Etruskische opgravingen buitengewoon waardevolle ontdekkingen gedaan. Het museum dat deze schatten van oude Etruskische kunst bevat, werd naar hem "Gregoriaans Museum" genoemd. Het wapen van de paus vertoont aan de rechterkant het wapen van de Camuldenzen.

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
20-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 101-110
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 101-110

Profetie 101: Crux de Cruce [Kruis van het Kruis]

Pius IX [1846-1878]

Echte naam: Giovanni Maria Mastai-Feretti [Sennigallia, 13 mei 1792 - Rome, 7 februari 1878]

Hij was paus van 21 juni 1846 tot aan zijn dood en is met bijna 32 jaar pausschap, op Petrus [35 jaar] na, het langst in functie geweest. In 1854 kondigde hij het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria af. Ook riep hij het Eerste Vaticaans Concilie [1870] bijeen, dat de onfeilbaarheid van de paus als dogma vastlegde.

Giovanni Maria Mastai-Feretti kwam uit het Italiaanse Senigallia. Hij groeide op in een adellijke familie in de omgeving van Volterra. Later ging hij in Rome filosofie studeren. Op 26-jarige leeftijd ontving hij zijn priesterwijding en ging hij werken als volksmissionaris. Hij werd door paus Pius VII benoemd tot pauselijk gezant in Chili. In 1827 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Spoleto, en 6 jaar later, in 1833, werd hij aartsbisschop van Imola. In 1840 werd hij benoemd tot kardinaal.

Op 1 mei 1846 overleed paus Gregorius XVI, en kardinaal Mastai-Feretti werd op 21 juni van dat jaar in een conclaaf van ťťn dag verkozen tot 255ste paus. Hij nam de naam Pius IX aan.

Met diverse landen sloot deze paus concordaten af: met Rusland [1847], Spanje [1851 en 1859], Oostenrijk [1855], Venezuela [1863], Ecuador en HaÔti [1860], etc. In 1850 herstelde hij de bisschoppelijke hiŽrarchie in Engeland, en in 1853 volgde het herstel van de bisschoppelijke hiŽrarchie in Nederland door middel van de bul "Ex Qua Die." In totaal werden tijdens dit pontificaat 206 nieuwe bisdommen of vicariaten opgericht.

In het revolutiejaar 1848 brak ook in Rome een opstand uit. Pius IX moest vluchten naar Gaeta in het Koninkrijk der Beide SiciliŽn, en in Rome werd in 1849 de Romeinse Republiek uitgeroepen onder leiding van Giuseppe Mazzini en Giuseppe Garibaldi. De Franse president Bonaparte [de latere keizer Napoleon III] besloot echter tot een militaire interventie ten gunste van de paus, waardoor deze in 1850 naar Rome kon terugkeren. Dankzij deze bescherming door de Franse troepen zou de Kerkelijke Staat nog twintig jaar blijven bestaan.

In 1854 kondigde Pius IX, met de bul "Ineffabilis Deus," het dogma af van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Hierin werd als leer van de Kerk vastgelegd dat Maria al vanaf het ogenblik dat zij verwekt werd niet met de erfzonde bevlekt geweest is. Voorafgaande aan deze bul had Pius in 1849, met de encycliek "Ubi Primum" de meningen van de bisschoppen van de Katholieke Kerk met betrekking tot dit leerstuk geÔnventariseerd.

In de encycliek "Gravissimas" [1862] veroordeelde hij de rationalistische beweging die het bovennatuurlijke ontkende en aan mysteries en mirakelen weigerde te geloven.

In 1864 verscheen van zijn hand de bekende encycliek Quanta Cura. Hierin sprak hij een scherpe veroordeling uit over moderne opvattingen als vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid. De encycliek ging vergezeld van de Syllabus Errorum ["Lijst van Dwalingen"], waarin onder meer godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, de gedachte van scheiding van kerk en staat, protestantisme, socialisme en liberalisme uitdrukkelijk als "dwalingen" werden betiteld.

Tussen 1860 en 1870 deed hij oproepen aan katholieke jonge mannen in heel de wereld om de Kerkelijke Staat te komen verdedigen tegen de troepen van de Italiaanse koning, Victor Emmanuel II. Dit werden de zogeheten zouaven. Het Nederlandse contingent, dat zich verzamelde in Oudenbosch tussen 1864 en 1870, was met 3200 jongeren het grootste.

In 1869 riep Pius IX het Eerste Vaticaans Concilie bijeen, waarin de onfeilbaarheid van de paus als dogma werd vastgelegd. Door spanningen in het toen pas gevormde koninkrijk ItaliŽ werd dit concilie echter een jaar later al onderbroken.

Als gevolg van het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog in 1870 moest Frankrijk zijn beschermende troepen uit de Kerkelijke Staat terugtrekken. Het lot van deze pauselijke staat was toen snel beslecht. Na een korte oorlog werd dit gebied ingelijfd bij ItaliŽ, en had de paus dus geen eigen gebied meer. Hierna beschouwde Pius IX zichzelf als een gevangene binnen het Vaticaan.

Met het in 1871 tot stand gekomen Duitse Keizerrijk had Pius IX al direct een gespannen verhouding, doordat Bismarck vanaf 1872 de invloed van de Kerk in de katholieke gebieden, vooral in de Poolse en de Zuid-Duitse landen, wilde terugdringen tijdens de Kulturkampf. Pius wilde geen strobreed toegeven en pas zijn opvolger, de meer flexibele Leo XIII, normaliseerde de betrekkingen.

Pius IX overleed op 7 februari 1878. Hij was bijna 86 jaar oud. Meteen na zijn dood begonnen de kardinalen in Rome met het proces dat moest leiden tot zijn zaligverklaring. Dit heeft echter lang geduurd, want pas op 3 september 2000, ruim 122 jaar later, werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.

Pius heeft een goede naam omdat hij voor belangrijke kerkelijke waardigheden alleen mensen aanwees die bekend stonden om, zowel hun vroomheid als om hun geleerdheid. Onder de grote kardinalen die hij koos waren er Wiseman en Manning voor Engeland, Cullen voor Ierland en McCloskey voor de VS. Op 29 september 1850 herstelde hij de Katholieke hiŽrarchie in Engeland door de oprichting van het aartsbisdom Westminster met twaalf suffragaanzetels.


Wapen van het Huis van Savoye

Het lijdt geen twijfel dat Pius IX het zwaarste kruis moest dragen dat tot dan toe het pausschap had getroffen. Hij verloor de pauselijke staten toen de Franse troepen er zich in 1870 terugtrokken naar aanleiding van de Franse nederlaag in de Frans-Duitse Oorlog, waarop Victor Emanuel II het gehele gebied veroverde. ItaliŽ erkende in 1871 de onschendbaarheid en soevereiniteit van de paus, maar wees deze geen territorium toe. De Heilige Stoel weigerde de positie en bevoegdheid van de nieuwe Italiaanse overheid wettelijk vast te stellen en paus Pius IX en zijn opvolgers tot Pius XI weigerden zich dan ook buiten het Vaticaan te begeven. Dit dispuut werd pas onder Benito Mussolini door de Verdragen van Lateranen in 1929 opgelost door erkenning van de soevereiniteit van Vaticaanstad. Het Franse Huis van Savoye heeft een kruis als embleem.

Profetie 102: Lumen in Coelo [Licht aan de Hemel]

Leo XIII [1878-1903]

Echte naam: Gioacchino Pecci [Carpineto Romano, 2 maart 1810 - Rome, 20 juli 1903]

Pecci werd geboren in Carpineto Romano, ten zuiden van Rome, als zesde kind in een familie van kleine landadel. Hij studeerde onder andere aan de Accademia dei Nobili te Rome.

Hij werd in 1837 tot priester gewijd. Ambitieus, eigenlijk te laag in rang voor de pauselijke academie voor de adel trad hij in dienst van de pausen waar zijn ster snel rees. In 1843 werd hij nuntius in BelgiŽ, waar de van oorsprong protestantse vorst Leopold I enige jaren tevoren de troon had bestegen. Met zijn hulp werd het Belgisch Pauselijk College in 1844 in Rome opgericht. Mgr. Pecci kwam in conflict met de liberalen en mengde zich in de Schoolstrijd. Omdat hij de bisschoppen hierbij steunde werd hij op verzoek van Leopold I echter in 1846 teruggeroepen.

Hij werd in 1846 benoemd tot aartsbisschop van Perugia. Hij werd er bekend door zijn bestrijding van de antiklerikale wetgeving in ItaliŽ en zijn bevordering van de studie van het neothomisme.

Tijdens het consistorie van 19 december 1853 werd hij verheven tot kardinaal. De Basiliek van San Crisogono in Trastevere werd zijn titelkerk.

Op 20 februari 1878 volgde hij Paus Pius IX op als paus en nam de naam Leo aan. Hij probeerde de Kerk en de moderne samenleving van de negentiende eeuw dichterbij elkaar te brengen, nadat de Syllabus Errorum van Pius IX deze twee uit elkaar had gedreven door vele gangbare Europese politieke of wetenschappelijke denkbeelden te veroordelen. Te midden van de democratiseringsgolf van de tweede helft van 19e eeuw hield Leo XIII wel stevig vast aan God en de Kerk, niet het volk of de natie, als bron van macht [Immortale Dei [1885], Sapientiae Christianae [1890], en bestreed hij opvattingen als vrijheid van woord en pers, en de gelijkheid onder de kerken. Hij droomde van het geestelijk leiderschap over alle christelijke volken en van de restauratie van de Pauselijke Staten. Samen met Mariano Rampolla, zijn staatssecretaris van 1887 tot 1903, maakte hij ook een eind aan de gespannen verhoudingen met Bismarck, die tijdens de Kulturkampf de invloed van de Katholieke Kerk in Duitsland wilde terugdringen. Leo XIII was de eerste paus die openlijk de Franse Republiek steunde [het "ralliement", "Au milieu des sollicitudes" van 1892], hetgeen vele Franse monarchisten tegen hem keerde. In Zuid-Amerika legde hij goede contacten met de nieuw ontstane republieken.

Intussen leefde hij de vrijwillige gevangenschap van de paus op het Vaticaanse grondgebied na, en riep hij Italiaanse katholieken op om niet te stemmen bij Italiaanse verkiezingen of zich verkiesbaar te stellen.

Paus Leo XIII schreef meerdere encyclieken, waarvan "Rerum Novarum" [Over nieuwe dingen] uit 1891 de bekendste is. Hierin legde hij zijn visie neer op werk en arbeid. In de encycliek "Aeterni Patris" [1879] beval hij de studie van het thomisme aan, waardoor hij een nieuwe impuls gaf aan de bestudering van de werken van de dominicaanse theoloog Thomas van Aquino. Meer in het algemeen pleitte hij voor een katholieke wetenschapsbeoefening, en met name ook voor een beoefening van de tot dan toe zo gewantrouwde natuurwetenschappen. Mede daarom werd hij gewantrouwd door de ultramontanen.

Leo XIII opende in 1883 de deuren van de Vaticaanse archieven voor alle wetenschappers zonder onderscheid naar hun geloof, waarbij documenten globaal pas na 75 jaar na hun ontstaan ingezien mogen worden.

Zijn toenadering tot de Anglicaanse Kerk mislukte: in zijn bul "Apostolicae Curae" van 1896 verklaarde hij haar priester- en bisschopswijdingen en apostolische successie ongeldig. De wijdingen van de orthodoxe Kerken werden wel als geldig bevestigd.

Leo XIII probeerde het verlies van de wereldlijke macht van de pauselijke staat in ItaliŽ te herstellen. Internationaal streefde hij concordaten na om de verhouding tussen Kerk en staat te verbeteren. Door zijn veelzijdige activiteit slaagde hij erin de pausen veel meer aanzien te geven dan in de eeuwen ervoor.

Leo XIII stierf op 20 juli 1903 [gedocumenteerd de oudste paus in de geschiedenis] en werd opgevolgd door Paus Pius X. Zijn grafmonument werd door Giulio Tadolini gemaakt en is te vinden in de St.-Jan-van-Lateranen, die hij liet restaureren.


Wapen van Leo XIII met een lichtende ster aan de hemel

De profetie van Malachias is duidelijk. Het wapen van Leo XIII bevat een lichtende ster aan de hemel.

Profetie 103: Ignis Ardens [Brandend Vuur]

Pius X [1903-1914]

Echte naam: Giuseppe Melchiorre Sarto [Riese Pio X, 2 juni 1835 - Rome, 20 augustus 1914]

Pius X Hij staat bekend als paus van de kindercommunie en als bestrijder van de modernistische dwalingen. Giuseppe Sarto werd geboren in Riese, in het achterland van VenetiŽ, dat toen nog onder Oostenrijkse invloed stond. Hij kwam uit een zeer arme familie. De scholing die hem werd geboden ondervond hij als een groot privilege. Sarto werd op 18 september 1858 tot priester gewijd. Hij kreeg meteen hierna een aanstelling als kapelaan in Tombolo. Hij studeerde onderwijl zelf verder met name op het werk van Thomas van Aquino en op het canoniek recht, terwijl hij feitelijk al het werk deed van de pastoor van Tombolo, die ernstig ziek was. In 1867 werd hij benoemd tot aartspriester van de kathedraal in Salzano. In de vroege jaren zeventig van de negentiende eeuw werd hij benoemd tot kanunnik van het kathedraal kapittel in Treviso en rector van het seminarie aldaar. In 1880 werd hij door paus Leo XIII benoemd tot bisschop van Treviso. Tijdens het consistorie van 12 juni 1893 werd Sarto kardinaal gecreŽerd. Hij kreeg de "San Bernardo alle Terme" as titelkerk. Drie dagen na dit consistorie volgde zijn benoeming tot Patriarch van VenetiŽ.


Paus Pius X

Na een tamelijk kort conclaaf, werd Pius X op 4 augustus 1903 tot paus gekozen. In het verlengde van zijn strijd tegen het modernisme, bestreed Pius X op politiek vlak het verlichtingsfundamentalisme, het liberalisme en het opkomende communisme. Sociaal gezien was hij, als idealist, eerder een voorstander van de vrijwillige liefdadigheid, onder meer op religieuze grondslag, dan van staatsinmenging in sociale aangelegenheden. Tenslotte bestreed hij met succes de corruptie, simonie en baantjesjagerij binnen de kerk. Een bekend voorbeeld hiervan was zijn broer, die 'gewoon' postbode bleef. Met het motu proprio "Tra le sollecitudini" [1903] trachtte Pius het belang van het Gregoriaans binnen de kerkmuziek te herstellen.

Pius X is bekend geworden als de paus die het veelvuldig ter communie gaan bevorderde. Daartoe heeft hij ook de leeftijdsgrens verlaagd waarop kinderen toegelaten werden tot de Eerste Heilige Communie, namelijk wanneer ze tot "de jaren des onderscheids" waren gekomen: 7 jaar. Hij stierf in 1914, enkele weken na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

In zijn persoonlijk leven was Pius X een onbesproken; heilig man. Bij het katholieke volk was Pius X zeer geliefd, mede vanwege zijn eenvoudige komaf en Mariale vroomheid. Onder het pontificaat van Pius X groeide het aantal katholieken in kerkprovincies zoals Nederland en Ierland zeer sterk.

Pius XII verklaarde hem zowel zalig als heilig. Bij de heiligverklaring was het lichaam van Pius X te zien in de Sint-Pieter van Rome. Zijn lichaam was, hoewel niet gebalsemd, na veertig jaar nog altijd intact en onvergaan.

Malachias verwijst met zijn spreuk ongetwijfeld naar de geloofsijver van deze zeer vrome paus.

Profetie 104: Religio Depopulata [Ontvolkte Godsdienst]

Benedictus XV [1914-1922]

Echte naam: Giacomo Giambattista markies della Chiesa [Genua, 21 november 1854 - Vaticaanstad, 22 januari 1922]

Giacomo werd geboren als zesde kind van markies Giuseppe della Chiesa en diens vrouw Giovanni Migliorati. De familie Della Chiesa, wier enige bezit gelegen was in Pegli, een voorstad van Genua, behoorde tot de verarmde stadsadel.

Op 2 augustus 1875 studeerde Giacomo af als doctor in de rechten. In 1879-80 liepen zijn studies af, met een uiteindelijk doctoraat in het Kerkelijk Recht. In 1907 werd hij Aartsbisschop van Bologna en vervolgens op 25 mei 1914 kardinaal-priester met als titelkerk Santi Quattro Coronati. Op 3 september 1914 werd hij verkozen als Paus Benedictus XV. Op eigen verzoek vond de kroning plaats op 6 september 1914 in de Sixtijnse kapel. Gezien de oorlogssituatie achtte hij een grootse kroning in de Sint-Pietersbasiliek ongepast.

Hoewel hij zich tijdens zijn pontificaat inzette voor de totstandkoming van een snelle vredesoplossing tijdens de Eerste Wereldoorlog, zou Benedictus XV daarin niet slagen ten gevolge van zijn beperkte invloed en de onwil van de gevestigde machten om het Vaticaan te betrekken in vredesbesprekingen. Wel slaagde Benedictus XV erin om de diplomatieke banden van Vaticaanstad met andere landen aanzienlijk te verbeteren, waaronder die met Frankrijk. Door de verkiezing van kardinaal Joseph Ratzinger tot paus Benedictus XVI in 2005 ontstond weer belangstelling voor het pontificaat van een in de vergetelheid geraakte paus.

Benedictus XV overleed vrij onverwacht om 6 uur ís morgens op 22 januari 1922 ten gevolge van griep, waarbij hij een longontsteking opliep. Benedictusí stoffelijk overschot werd bijgezet in de Vaticaanse grotten.


De Russische oktoberrevolutie maakte een einde aan het bewind van de Romanovs

Religio Depopulata is jammerlijk genoeg letterlijk vervuld. Het jaar 1917 zag het begin van de Russische Revolutie, die een einde maakte aan het godsdienstige leven in dit eertijds zeer Christelijke land.

Profetie 105: Fides Intrepida [Onversaagd Geloof]

Pius XI [1922-1939]

Echte naam: Ambrogio Damiano Achille Ratti [Desio, 31 mei 1857 - Rome, 10 februari 1939]

Ratti werd op 31 mei 1857 geboren als vierde kind in een gezin van vijf. Zijn vader, Francesco Ratti [gestorven in 1881] was werkzaam in de zijde-industrie. Naast directeur werd hij later mede-eigenaar van verschillende zijdefabrieken in Noord-ItaliŽ. Achilles moeder was Teresa Galli, dochter van een hoteleigenaar.

De familie Ratti was een welgestelde familie, wat het voor de vader mogelijk maakte om zijn zonen een aanvullende opleiding te laten volgen na de lagere school. Dit gold ook voor Achille, die na het basisonderwijs, gevolgd in het huis van de lokale priester, les kreeg aan het seminarie van San Pietro Martire in Seveso. Naast lessen in talen, Engels, Frans en Latijn, werd hij onderwezen in diverse wetenschappen waaronder wiskunde en geologie. Laatstgenoemde speelde een belangrijke rol bij Achilles grootste hobby, bergbeklimmen.


Paus Pius XI

Via bezoeken aan zijn oom Damiano Ratti kreeg Achilles belangstelling voor een kerkelijke loopbaan. Damiano was parochiepriester in Asso. In zijn pastorie ontving hij vaak andere geestelijken, waaronder de aartsbisschop van Milaan Luigi Nazari di Calabiana [27 juli 1808 - 23 oktober 1893]. Tijdens gesprekken met Achille raakte de aartsbisschop onder de indruk van de jongen en op zijn voordracht begon Achille in 1875 aan het seminarie te Monza aan zijn studie theologie, die hij zou vervolgen aan het grootseminarie San Carlo in Milaan. In 1878 stuurde Nazari di Calabiana hem naar het "Collegio Lombardo" te Rome om zijn studie te vervolgen.

Op 20 december 1879 werd Achille Ratti in de Sint-Jan van Lateranen, in aanwezigheid van onder meer zijn vader en broer Fermo, gewijd tot priester. Hij bleef in Rome om zijn verschillende studies af te maken. In 1882 studeerde hij af in drie disciplines: filosofie [aan de Pauselijke Universiteit Sint Thomas van Aquino], kerkelijk recht [aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana] en theologie [aan de Universitŗ degli studi di Roma].

Op verzoek van de aartsbisschop van Milaan keerde Achille in 1882 terug naar het aartsbisdom, waar hij aangesteld werd als parochiepriester in Barni, een kleine plaats aan het Comomeer. Tevens werd hij aangesteld als professor in de Dogmatische Theologie aan het grootseminarie te Milaan.

Hij werd prefect van de pauselijke bibliotheek in 1914, pauselijk nuntius voor Polen in 1917. Op 3 juli 1919 werd hij gekozen tot titulair aartsbisschop van Lepanto. In 1921 werd hij kardinaal-aartsbisschop van Milaan in 1921. Als titelkerk werd aan hem de Santi Silvestro e Martino ai Monte toegewezen.

Het pontificaat van Pius XI werd geheel beheerst door de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en de aanloop naar de Tweede. In navolging van zijn voorganger Benedictus XV trachtte Pius het vredesideaal uit te dragen en verzette hij zich in het bijzonder tegen de nieuwe politieke ordes, voortkomende uit revoluties, die zich ook richtten tegen de positie van de kerk. Door het afsluiten van concordaten met verschillende landen trachtte Pius XI naast diplomatieke betrekkingen ook de positie van de Rooms-katholieke Kerk te garanderen.

Deze paus werd blootgesteld aan een enorme druk door de dictators van ItaliŽ en Duitsland. Zijn moed, waarover Hitler spotte en raasde en waarvoor Mussolini ineenschrompelde, zijn onverbloemde kritiek op het fascisme en het communisme getuigen van zijn onverschrokken geloof. Malachiasí omschrijving is zeker van toepassing op Paus Pius XI.

Profetie 106: Pastor Angelicus [Engelachtige Herder]

Pius XII [1939-1958]

Echte naam: Eugenio Maria Giuseppe Giovanni Pacelli [Rome, 2 maart 1876 - Catsel Gandolfo, 9 oktober 1958]

Eugenio was de tweede zoon en het derde kind van Filippo Pacelli en Virginia Graziosi. De familie Pacelli was een van oorsprong eenvoudige familie afkomstig uit Onano. Aan hun betrokkenheid met het Vaticaan dankte zij echter de adellijke titels van markies, verleend door paus Pius IX aan Eugenioís grootvader Marcantonio Pacelli. Zowel Eugenioís grootvader als vader [en later ook zijn broer Francesco] waren als advocaat verbonden aan het Vaticaan. Ernesto Pacelli, een oom, zou financieel adviseur van de opeenvolgende pausen Leo XIII, Pius X en Benedictus XV worden.

Op 2 april 1899 [Eerste paasdag] werd Eugenio gewijd tot priester door hulpbisschop Cassetta van Rome en op 3 april ging hij zijn eerste mis voor in de Borghesekapel van de Santa Maria Maggiore. Na zijn wijding studeerde Eugenio canoniek recht aan het "Ateneo Pontifico di SantíApollinare."

Op 7 maart 1911 werd Eugenio benoemd tot proprefect van de "Sacra Congregatio pro Negotiis Ecclesiasticis Extraordinariis," gevolgd door zijn benoeming tot prefect van dezelfde congregatie op 1 februari 1914. In die hoedanigheid werd hem gevraagd een opzet te maken voor een af te sluiten concordaat met ServiŽ, dat op 24 juni 1914 [vier dagen voor de moordaanslag op aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk] werd gesloten.

Op 20 april 1917 werd hij pauselijk nuntius van Duitsland en tevens titularis-aartsbisschop van Sardes. Op 16 december 1929 werd Eugenio Pacelli door paus Pius XI verheven tot kardinaal-priester met als titelkerk Santa Giovanni e Paolo. Zijn aanstelling tot staatssecretaris van het Vaticaan op 9 februari 1930 volgde op het aftreden van Pietro Gasparri op 7 februari.

Op 12 maart 1939 werd hij tot Paus gekroond op de buitenloggia van de Sint-Pietersbasiliek.

Over zijn rol als Paus tijdens de oorlog zal men nooit uitgesproken raken. Vooral de Joden hebben hem steeds een lakse houding aangewreven tijdens de Tweede wereldoorlog. Ongetwijfeld was het geen gemakkelijke opdracht om leider van de Katholieke Kerk te zijn tijdens de meest verwoestende oorlog.


Eugenio Pacelli op het hoofdkwartier van Wilhelm II

Pius XII was een mystieke Paus die bekend stond om zijn vele visioenen die hij kreeg. Zodus was hij in de volle zin van het woord een engelachtige herder voor de kudde die aan zijn zorg was toevertrouwd.

Profetie 107: Pastor et Nauta [Pastoor en Zeeman]

Johannes XXIII [1958-1963]

Echte naam: Angelo Giuseppe Roncalli [Sotto Il Monte Giovanni XXIII, Bergamo, 25 november 1981 - Vaticaanstad, 3 juni 1963]

Johannes XXIII riep tot algemene verrassing op 25 januari 1959 het Tweede Vaticaans Concilie bijeen, dat tot vele veranderingen in de Katholieke Kerk zou leiden. Johannes XXIII riep het concilie uit met de woorden "aggiornamento", wat "bij de tijd brengen" betekent. Zijn encycliek "Pacem in Terris" wordt beschouwd als een van de belangrijkste documenten uit onze tijd. In 1962 en 1963 werd onder zijn pontificaat de constitutie Sacrosanctum Concilium van het Tweede Vaticaans Concilie voorbereid. De constitutie zou later aanleiding geven tot aanzienlijke liturgische veranderingen.

Hij kreeg dankzij zijn humor en spontaniteit al snel de bijnaam "de goede paus." Ondanks zijn korte pontificaat was hij uitermate geliefd.

Bij paus Johannes werd op 23 september 1962 door middel van rŲntgenfoto's een ver gevorderd stadium van maagkanker geconstateerd. Het publiek zou dus nog lange tijd onwetend blijven van Johannes' ziekte, waaraan hij in de laatste negen maanden van zijn leven erg heeft geleden. Hij had vaak verschrikkelijke maagkrampen en maagbloedingen en moest een aantal keren verplichtingen afzeggen. Ook werd opgemerkt dat hij er bij sommige publieke optredens moe en afgemat uitzag. Op 25 mei 1963 kreeg hij een maagbloeding. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en kreeg bloedtransfusies. Pas toen werd een persbericht opgesteld, waarin duidelijk werd dat de paus terminaal ziek was. Enkele dagen daarna overleed hij.


De San Marcobasiliek is verbonden aan het patriarchaat van VenetiŽ

Het nog geheel intacte lichaam van paus Johannes XXIII was op Pinksterzondag 2000 te zien in de Sint Pieter. Het lag 38 jaar na zijn dood opgebaard in een glazen sarcofaag. Het lichaam werd in januari van dat jaar onderzocht met het oog op verplaatsing van de ondergrondse pauselijke begraafplaats naar de Sint Pieter. De stoffelijke resten waren nog ongeschonden. Op 3 september van dat jaar volgde de officiŽle zaligverklaring door paus Johannes Paulus II.

De spreuk Pastor et Nauta van Malachias wijst rechtstreeks op de zijn zetel te VenetiŽ, die hij bekleedde als patriarch en kardinaal-priester voordat hij paus werd.

Profetie 108: Flos Florum [Bloem der Bloemen]

Paulus VI [1963-1978]

Echte naam: Giovanni Battista Enrico Antonio Maria Montini [Concesio, 26 september 1897 - Castel Gandolfo, 6 augustus 1978]

Giovanni Battista Montini werd geboren als zoon van Giorgio Montini en Giudetta Alghisi. Zijn vader was lid van het Italiaanse parlement. Wegens gezondheidsproblemen moest hij zijn priesteropleiding thuis volgen. Hij volgde deze opleiding in Brexcia. Op 29 mei 1920 werd hij tot priester gewijd. Hij behaalde in hetzelfde jaar een doctoraat in het canoniek recht aan de Universiteit van Milaan en zette zijn studies voort in Rome aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit en aan de Pauselijke Ecclesiastische Academie, de diplomatenopleiding van de Heilige Stoel. In 1921 promoveerde hij aan het Gregorianum in de theologie. Vanaf 1922 was hij verbonden aan het Vaticaanse staatssecretariaat.

In 1954 benoemde Pius XII Montini tot aartsbisschop van Milaan. Johannes Paulus XXIII benoemde hij aldaar tot kardinaal-priester op 15 december 1958. De "Santi Silvestro e Martino ai Monti" werd zijn titelkerk.


Pauselijk wapen van Paulus VI

Hij zette het Tweede Vaticaans Concilie voort, dat door zijn voorganger, Johannes XXIII, begonnen was. Hij was de eerste paus die per vliegtuig rond de wereld reisde. Op 16 maart 1978 werd Paulus' vriend [en oud-premier van ItaliŽ], Aldo Moro door de Rode Brigades gegijzeld. Op 20 april van dat jaar ontving de paus een bericht van Moro zelf, die de paus vroeg hem te helpen om aan de eisen van de brigades tegemoet te komen. De paus schreef daarop een open brief aan de Rode Brigades. Toen Moro uiteindelijk vermoord was teruggevonden in de achterbak van een auto, was Paulus gebroken. Hij ging voor in de requiemmis die voor Moro in de Sint-Jan van Lateranen werd gehouden. Het zou een van de laatste publieke optredens zijn van deze paus, die op het moment van het Requiem voor Aldo Moro al ernstig ziek was. Paulus VI overleed aan de gevolgen van een hartaanval, die hij kreeg tijdens de Mis ter gelegenheid van de feestdag van de Transfiguratie van Onze Heer, in de kapel van het pauselijk buitenverblijf in Castel Gandolfo.

Bloem der Bloemen verwijst naar het wapen van Paulus VI, waarin zich drie lelies. De lelie staat symbool voor kuisheid en zuiverheid en zou vooruitwijzen naar Paulus' encycliek over geboortebeperking, Humanś Vitś.

Profetie 109: De Medietate Lunae [Van de halve Maan]

Johannes Paulus I [1978]

Echte naam: Albino Luciani [Forno di Canale, 17 oktober 1912 - Vaticaanstad, 28 september 1978]

lbino Luciani was paus van 26 augustus 1978 tot zijn dood. Zijn pontificaat duurde slechts 33 dagen en staat daarmee nog net binnen de tien kortste pontificaten.

Albino werd geboren als oudste zoon van Giovanni Luciani en Bartolomea Tancon. Albino groeide op in het Noord-Italiaanse Forno di Canale [het huidige Canale díAgordo], een dorp in de Dolomieten waar grote armoede heerste. De leefomstandigheden van de familie Luciani waren moeilijk doordat het gebied zwaar gebukt ging onder de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Omdat zijn vader vaak in het buitenland verbleef voor zijn werk werd Albino door zijn moeder ingeschakeld bij het zoeken van voedsel. Albinoís jongere broer Edoardo heeft gezegd dat, ondanks de grote armoede, de kinderen uit het gezin Luciani een gelukkige jeugd hadden gekend.

In 1923 ging Albino naar het kleinseminarie van Feltre. Hier verdiepte hij zich onder meer in het leven en werk van Franciscus van Sales zoals beschreven in een speciale kindereditie van het werk van de heilige, de Philothea, die hij van zijn moeder gekregen had. De levensbeschrijving zou een diepe indruk maken op de jonge Albino en ook op latere leeftijd bleef hij zich verdiepen in het leven en werk van Franciscus van Sales.

Na het kleinseminarie volgden vanaf oktober 1928 studies aan het grootseminarie Gregoriano in Belluno, waar Albino uitblonk in geschiedenis, exegese en Latijn. Hier las hij verhalen over het leven van Theresia van Lisieux, wier spiritualiteit geÔnspireerd was door het werk van Franciscus van Sales. In preken tijdens zijn latere priesterschap zou Albino diverse malen naar de beide heiligen refereren.

Op 7 juli 1935 werd Albino in de San Pietro kerk te Belluno tot priester gewijd. Op 23 november 1946 promoveerde Albino tot doctor in de theologie. Op 2 februari 1948 werd Albino benoemd tot pro-vicaris-generaal van het bisdom Belluno-Feltre. Vanaf 6 februari 1954 was hij vicaris-generaal van hetzelfde bisdom. Op 27 december 1958 werd hij bisschop van Vittorio Veneto. Op 15 december 1969 werd hij tot patriarch van VenetiŽ benoemd. Op werd Albino Luciani kardinaal-priester van Milaan, met als titelkerk de Basiliek van San Marco.

In de nacht van 28 op 29 september 1978 om kwart voor vijf trof zuster Vicenza, die al in dienst was van Albino Luciani sinds 1959, Johannes Paulus I dood aan in zijn bed met in zijn hand het boek: "in de navolging van God." Hierop informeerde zij onmiddellijk de particuliere secretaris van de paus, Diego Lorenzi. Volgens kardinaal Paul Poupard was het echter de secretaris van de paus, de Ier John Magee, die hem 's ochtends half zittend in zijn bed aantrof met De imitatione Christi van Thomas a Kempis in zijn hand [Dit boek staat volledig op ons blog Medjugorje en Nederland].

De dokter verbonden aan het Vaticaan, Renato Buzzonetti, onderzocht het lichaam en kwam tot de conclusie dat Johannes Paulus I overleden was aan een acute hartaanval rond 23.00 uur de avond daarvoor. Doordat Johannes Paulus I al zo vroeg na zijn verkiezing overleed, behoort zijn pausschap tot de tien kortste pontificaten in de geschiedenis van het paus. Op 4 oktober 1978 vond de begrafenis en bijzetting van Johannes Paulus I plaats. Er liepen al snel geruchten dat Johannes-Paulus I zou zijn vermoord, iets wat door Maria Simma wordt bevestigd in het boek "Get us out of here!!" van Nicky Eltz.

De spreuk van Malachias "De medietate Lunae" kan betrekking hebben op drie feiten. Een verwijzing naar Belluno, waar hij vicaris-generaal was en zijn studies liep aan het grootseminarie. Zijn pontificaat begon op 26 zugustus en duurde maar 33 dagen, tot 28 september: 'van de ene tot de andere halve maan'. Het kan evengoed een verwijzing zijn naar zijn familinaam Luciano, de helft van Luna.

Profetie 110: De Labore Solaris [Van het werk van de zon]

Johannes Paulus II [1978-2005]

Echte naam: Karol Jozef Wojtyla [Wadowice, Polen, 18 mei 1920 - Vaticaanstad, 2 april 2005]

Paus Joannes Paulus II werd als Karol Jozef Wojtyla geboren op 18 mei 1920 in Wadowice. Hij studeerde aan de universiteit van Krakau, waar hij later ook bisschop werd gewijd. In 1942, nog in volle oorlog, besloot hij priester te worden. Na een korte onderbreking van zijn studies onder de Duitse bezetting werd hij op 1 november 1946 in Krakau tot priester gewijd. In 1948 behaalde hij er een doctoraat in de theologie en hij belandde tijdens deze periode ook heel even in de pastoraal bij de vele Poolse immigranten in BelgiŽ, Frankrijk en Nederland. Zijn basiskennis van het Nederlands kwam hem later meermaals van pas.

In 1948 keerde hij terug naar Polen. Daar werd hij eerst onderpastoor en tot 1951 kapelaan van de universiteitsstudenten. In 1953 doctoreerde hij aan de Universiteit van Krakau met een thesis over ĎDe evaluatie van de mogelijkheden om een katholieke ethiek uit te bouwen op basis van het ethisch systeem van Max Schelerí. Hij werd professor moraaltheologie en sociale ethiek aan het seminarie van Krakau en later ook aan de theologische faculteit van Lublin. Op 4 juli 1958 werd hij hulpbisschop van Krakau. Op 28 september 1958 werd hij in de Wawelkathedraal van Krakau door de Poolse aartsbisschop Baziak tot bisschop gewijd. Op 13 januari 1964 benoemde paus Paulus VI hem tot aartsbisschop van Krakau. Op 26 juni 1967 creŽerde diezelfde paus hem tot kardinaal.

Op 16 oktober 1978 werd hij door 111 stemgerechtigde kardinalen tot paus gekozen. Hij was de eerste niet-Italiaanse paus sinds Adrianus VI [1522-1523]. Toen al waren de krachtlijnen van zijn pontificaat duidelijk: trouw aan het concilie, met bijzondere aandacht voor de verbreiding van het geloof en de oecumene, maar evenzeer voor kerkelijke discipline, de bescherming van de kern van het geloof, de eenheid van de Kerk, het respect voor de liturgische normen en de bevordering van de collegialiteit. Tegelijk wilde hij een bijdrage leveren tot de vrede, vooruitgang en rechtvaardigheid onder de volkeren.

De uitverkiezing van Wojtyla in het tweede conclaaf van 1978 betekent een grote schok. In de katholieke kerk, waar men al eeuwenlang gewoon was aan een Italiaanse of toch minstens een westerse paus. In de westerse publieke opinie die Joannes Paulus II vooral ziet als een conservatief kerkleider die het hedendaagse geseculariseerde leven niet zou doorgronden: een diepgeworteld misverstand dat maar moeilijk werd overwonnen. Het is een moeilijke poging om Johannes Paulus II te typeren: "Conservatief op het vlak van de seksuele moraal of bij benoemingen in de Romeinse Curie, progressief in de interreligieuze dialoog of wegens zijn onvoorspelbare openingen, een man van het Concilie en een paus van de traditie, een vriend van de armen en een bestrijder van het marxisme, een sportieveling en een anticonformist, een klassiek bisschop met lang gewaad, een fijnbesnaarde intellectueel en ook de paus van de volksdevotie, een paus die de soevereine stijl van het pausdom onderuit haalt en toch ook een strenge paus, een herder en geen politicus, maar misschien wel meer dan een politicus."


Van volledige tot hybride zonsverduistering [8 april 2005]

Maar de grootste schok veroorzaakt de pausverkiezing in de communistische wereld. Riccardi beschrijft gedocumenteerd hoe in de Sovjet-Unie en elders onmiddellijk tot op het hoogste niveau het gevaar wordt ingezien dat van een Poolse paus kan uitgaan. Het is die ongerustheid die via allerlei slinkse wegen leidt tot de aanslag op zijn leven op het Sint-Pietersplein op 13 mei 1981 door de Turk Ali Agca. Dat de paus die aanslag overleeft, betekent een keerpunt, voor hemzelf [zijn overtuiging dat getuigenis en martelaarschap samengaan wordt nog versterkt] voor de publieke opinie die meer sympathie voor hem gaat voelen, en vooral voor de ontmanteling van het communisme in Oost-Europa.

De paus had een ongekende devotie voor de Heilige Moeder Maria. [zijn eigen moeder verloor hij reeds op zeer jonge leeftijd]. Ook staat de letter M van Maria eveneens afgebeeld op zijn pauselijk wapen en stond de letter M ook op zijn doodskist. Hij dankte zijn leven aan de tussenkomst van de Heilgie Moeder. Het is Zij die de kogel op het laatste moment deed afwijken, zodat geen vitaal orgaan werd geraakt. Het is ook de Paus waarover de Heilige Moeder het in Haar profetie te Fatima het had. Om Onze Lieve Vrouw van Fatima te bedanken, gaat hij precies ťťn jaar na de aanslag naar Fatima en plaatst de kogel van de aanslag in Haar kroon. Ook gaat hij Ali Agca in de gevangenis bezoeken om Hem vergiffenis te schenken voor zijn poging tot moord.

Op 12 mei 1982 werd in FŠtima, Portugal, een tweede aanslag op Johannes Paulus II gepleegd. De 34-jarige, uit Spanje afkomstige priester, Juan MarŪa FernŠndez y Krohn probeerde hem met een bajonet neer te steken. Deze tweede aanslag op de paus is minder in de herinnering. FernŠndez y Krohn verklaarde tijdens zijn proces dat hij gelooft dat Johannes Paulus II een spion van de SB en de KGB is en de opdracht heeft het verzet van het Vaticaan tegen de Sovjet-Unie te stoppen. Deze aanslag werd vijfentwintig jaar verborgen gehouden. Men heeft slechts geopperd dat Johannes Paulus II door de Spaanse priester bedreigd werd. Maar kardinaal Stanislaw Dziwisz onthulde in de documentaire 'Testimonty' in 2008 dat de paus wel degelijk werd neergestoken. Waarom deze aanslag al die tijd verborgen gehouden is, weet niemand.

Johannes Paulus II was betrekkelijk jong, 58, toen hij tot paus verkozen werd. Zijn pontificaat zou dan ook het op twee na langste in de geschiedenis [na dat van Petrus en Pius IX] worden. Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actief sporter. Hij wandelde, zwom en skiede. Na de aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid echter steeds meer achteruit. In 1992 werd er een tumor verwijderd, in 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak zijn dijbeen en nog op hoge leeftijd kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden in 1996.

In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de Ziekte van Parkinson leed, wat pas in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd. Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af. Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds meer fragiele indruk te geven bij openbare optredens en er gingen binnen en buiten de kerk stemmen op die hem adviseerden, om gezondheidsredenen, aftreden te overwegen. In theorie mag een zittende paus zijn ambt neerleggen als hij dat wenst, maar in de praktijk is dit zelden gebeurd. Volgens insiders heeft Johannes Paulus II inderdaad kort overwogen om af te treden, maar vanuit een sterk gevoel voor plichtsbesef besloot hij uiteindelijk om dit niet te doen. Een andere reden om niet af te treden zou zijn dat hij zijn opvolger niet in diens beleid wilde beÔnvloeden als hij als 'ex-paus' nog aanwezig zou zijn. Maar de belangrijkste reden is dat Johannes Paulus II wilde laten zien dat lijden ook tot het leven behoort en niet 'weggemoffeld' moet worden maar met waardigheid gedragen kan worden. Vooral in de westerse wereld rustte tot voor kort een taboe op lijden en sterven.

In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan.

Op 31 maart 2005 kreeg de paus een "zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt", maar de paus werd niet naar het ziekenhuis gebracht, blijkbaar overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was. Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten van de Rooms-Katholieke Kerk had ontvangen. Op 1 april verergerde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval. De paus werd gevoed door middel van een neussonde en hij had hoge koorts. In een officieel communiquť van het Vaticaan werd gesproken van een "ernstige, maar stabiele toestand". Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven.

Op 2 april om ongeveer half ťťn in de ochtend gaf een woordvoerder van het Vaticaan een verdere briefing over de gezondheid van de paus en bevestigde dat deze de laatste sacramenten had ontvangen. De daaropvolgende morgen was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, JoaquŪn Navarro-Valls, meldde dat de toestand van de paus zeer slecht was en dat hij ook steeds minder bij bewustzijn was. Navarro-Valls vertelde verder dat de paus de woorden "Ik denk aan jullie" had uitgesproken, waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren. Dezelfde dag schreef hij nog een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers [drie nonnen en twee secretarissen] met de tekst: "Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn." Vroeg in de avond kondigde het Vaticaan aan dat zijn toestand "zeer ernstig" bleef. Uiteindelijk stierf paus Johannes Paulus II in zijn privť-appartement op 2 april om 21:37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een sepsis en een aantal bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk ook zijn hart, het lieten afweten.

Hiermee kwam na ruim 26 jaar een einde aan zijn leiderschap van de Rooms-katholieke Kerk. Zijn laatste zin, vlak voor het overlijden was: "Zabierz mnie do Domu Pana" [Breng me naar het Huis van de Heer]. Tijdens zijn laatste uren werd door een groot aantal mensen buiten zijn appartement in het Vaticaan voor hem gebeden. In zijn laatste bericht, specifiek aan de jeugd van de wereld, zei hij: "Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u." Volgens aartsbisschop Stanisław Dziwisz, tevens zijn privťsecretaris, was het laatste woord van de paus vůůr zijn dood "Amen.Ē

De begrafenis op 8 april werd bijgewoond door de hoogste vertegenwoordigers van talloze landen. Alle Europese koningen of koninginnen waren aanwezig of zij hadden in een enkel geval een koninklijke afvaardiging gestuurd. Zo stuurde Groot-BrittanniŽ Prins Charles en premier Tony Blair. De Verenigde Staten stuurde zelfs drie presidenten: de toenmalige en diens twee voorgangers. BelgiŽ werd vertegenwoordigd door koning Albert II en koningin Paola. Vanuit Nederland werd geen staatshoofd gestuurd net zoals bij voorgaande pauselijke overlijdens. Volgens de RVD was premier Balkenende genoeg. Dit regeringsstandpunt leidde in katholieke kringen tot verontwaardiging en protest, en ook oud-premier Dries van Agt liet zijn afkeuring blijken. [Het Vaticaan reageerde laconiek: "Wij hebben de Nederlandse koningin niet gemist."] Toen de inauguratie van zijn opvolger, Benedictus XVI, wťl werd bijgewoond door kroonprins Willem Alexander, ontkende de Rijksvoorlichtingsdienst dat dit in reactie was op die kritiek.

De begrafenis van Johannes Paulus II werd zo ťťn van de grootste rouwplechtigheden van de moderne geschiedenis genoemd, vanwege de honderden aanwezige hoogwaardigheidsbekleders en delegaties, de miljoenen pelgrims in Rome en de miljarden die wereldwijd via de media meekeken of meeluisterden. De uitzending werd rechtstreeks uitgezonden op veel televisie- en radiozenders.

Tijdens de begrafenis werd er door pelgrims gevraagd om Johannes Paulus II onmiddellijk heilig te verklaren. Op spandoeken was "Santo Subito!" te lezen. Veel gelovigen en clerici beseften dat Johannes Paulus II aanspraak kon maken op een zaligverklaring. Enige tijd na de begrafenis werd de procedure in ijltempo gestart zonder de gebruikelijke vijf jaar af te wachten. Er werd een oproep gelanceerd om mirakels op te sporen en te onderzoeken. Op 14 januari 2011 werd bekend dat de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen door paus Benedictus XVI gemachtigd was om ťťn aan Johannes Paulus II toegeschreven wonderen als zodanig te erkennen. Het betrof de wonderbaarlijke genezing van zuster Marie Simon-Pierre Normand, van het Institut des Petites Soeurs des Catholiques Maternitťs, die op voorspraak van de toen net overleden kerkvorst is genezen van de Ziekte van Parkinson. Vanuit medisch oogpunt kan de genezing als onverklaarbaar worden beschouwd en is ook als zodanig vastgesteld. Johannes Paulus II werd mede door dit feit op 1 mei 2011 zaligverklaard. Mgr. Mauro Parmeggiani bevestigde dat nog nooit in de 2000-jarige geschiedenis iemand zo'n spoedprocedure heeft gekregen. Na de zaligverklaring van de paus kreeg zijn graf een nieuwe bestemming: het grafmonument werd overgeplaatst naar de kapel van de San Sebastian in de Sint Pietersbasiliek.

Johannes Paulus II was een mystieke paus. Hij dacht veel na over Gods wonderen en dacht de hele tijd aan de Heilige Moeder Maria. Er werd niet alleen in de profetie van Fatima naar hem verwezen. Ook in het dagboek van de Heilige Zr. Faustina Kowalska wordt naar hem verwezen als de "vonk of de sprankel van Polen." De eer kwam aan hem toe om Faustina zowel zalig als heilig te verklaren en ook stelde Hij officieel het Feest van de Goddelijke Barmhartigheid in, de week na Pasen.

De Wereldjongerendagen zijn op 20 december 1985 officieel ingesteld door paus Johannes Paulus II. Deze dag wordt ieder jaar gevierd op Palmzondag, maar om de twee of drie jaar komen op uitnodiging van de paus honderdduizenden jongeren uit heel de wereld samen voor een meerdaags programma met muziek, catechese, vieringen, gebed, dans en festival. Doel van het evenement is het versterken van het geloof, het stimuleren van het missionaire ťlan van de Kerk en jongeren ervan bewustmaken dat de Rooms-Katholieke Kerk een wereldwijde gemeenschap is. De Wereldjongerendagen [WJD] zijn het grootste jongerenevenement ter wereld. Het evenement vindt meestal in juli of augustus plaats. De wereldjongerendagen van 2011 gaan door te Madrid van 8 tot 22 augustus.

Wat de profetie van Malachias betreft, zijn er velen die de omschrijving "van het werk van de zon," toewijzen aan het grote aantal reizen die hij ondernam: 129 in totaal. Geen enkele paus heeft hem hierin geŽvenaard. Toch slaat de profetie niet op zijn aantal reizen, maar verwijst ze naar zijn geboortedatum [op 18 mei 1920 was er een zonsverduistering] Ťn naar de datum van zijn begrafenis [Op 8 april 2005 was er een hybride zonsverduistering]. Een hybride zonsverduistering is totaal op bepaalde plaatsen, terwijl op andere plaatsen de ring van de maan net iets kleiner is, dan deze van de zon.

Chris De Bodt

Ľ Reageer (0)
19-01-1972
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 110-112
Heilige Malachias' pausenprofetieŽn. Profetie 110-112

Profetie 111: De Gloria Olivae [Over de Glorie van de Olijf]

Benedictus XVI

Echte naam: Joseph Aloisius Ratzinger, geboren te Marktl am Inn, 16 april 1927

Paus Benedictus XVI [Joseph Ratzinger] was tot aan zijn verkiezing tot paus prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, president van de Pauselijke Bijbelcommissie en de Internationale Theologencommissie, deken van het College van Kardinalen. Hij werd geboren op 16 April 1927 in Marktl am Inn te Duitsland. Zijn priesterwijding ontving hij op 29 juni 1951. Zijn vader was politieagent en stamde uit een traditionele familie van landbouwers. Joseph Ratzinger bracht zijn adolescentiejaren in Traunstein door, en werd verplicht te dienen bij het luchtafweergeschut waarvan hij deserteerde. Van 1946 tot 1951, het jaar waarin hij priester werd gewijd en begon te doceren, studeerde hij filosofie en theologie aan de Universiteit van MŁnchen en de hogeschool in Freising. In 1953 promoveerde hij in de theologie met het proefschrift: "Het volk en het huis van God volgens de leer van Sint Augustinus over de kerk". Vier later jaar, werd hij universitair docent. Hij doceerde dogmatiek en fundamentele theologie aan de hogeschool voor filosofie en theologie te Freising, vervolgens in Bonn van 1959 tot 1969, te MŁnster van 1963 tot 1966, en te TŁbingen vanaf 1966 tot 1969. Vanaf 1969 bezette hij als professor de leerstoel voor dogmatiek en dogmageschiedenis aan de Universiteit van Regensburg en was vervangend rector magnificus van dezelfde universiteit. In 1962, hij was toen al bekend, werd hij op 35 jarige leeftijd tijdens het Tweede Vaticaans Concilie theologisch adviseur van de Aartsbisschop van Keulen, kardinaal Joseph Frings. Vervolgens publiceerde hij talrijke theologische werken.

In maart 1977 werd hij door Paus Paulus VI benoemd tot Aartsbisschop van MŁnchen en Freising en zijn bisschopswijding volgde op 28 mei 1977. Voor het eerst sinds 80 jaar werd er weer een priester uit de eigen clerus bisschop van dit grote Beierse diocees. Op 27 juni 1977 werd hij door Paus Paulus VI tot kardinaal gecreŽerd. Op 25 November 1981 werd hij benoemd door Paus Johannes Paulus II tot Prefect van de Congregatie van de Geloofsleer, voorzitter van de pauselijke bijbelcommissie en van de internationale theologencommissie en tot Relator van de Vijfde Algemene Bischoppen Synode [1980].

Op 6 November 1998 werd hij gekozen tot vice-deken van het college van kardinalen en op 30 November 2002 tot deken van dit college. Onder zijn verantwoordelijkheid kwam na een periode van 6 jaar [1986-1992] Cathechismus van de van de Katholieke Kerk [KKK] tot stand. Tot op het moment van zijn Pauskeuze beklede hij talrijke verantwoordelijke functies binnen het Vaticaan met als belangrijkste, de Prefect van de Congregatie van de Geloofsleer.

Op 19 april 2005 wordt Kardinaal Joseph Ratzinger gekozen tot de nieuwe Paus. Hij noemt zich Benedictus XVI. Benedictus XVI gaf bij zijn eerste audiŽntie op 27 april 2005 op het Sint-Pietersplein uitleg over zijn naamkeuze. Hij verwees hierbij naar Benedictus XV, die de Kerk door de woelige tijd van de Eerste Wereldoorlog leidde, en daarom ook wel de "Vredespaus" wordt genoemd. Benedictus XVI wil naar eigen zeggen trachten de vrede te bewaren. Ook refereerde hij toen aan de Heilige Benedictus van Nursia, de Vader van het westerse monnikendom en medepatroon van Europa, die herinnert aan de christelijke wortels van Europa.


Het einde van Jezus' leven naderde op de Olijfberg, met op de voorgrond de "kerk van alle naties"

Hier is de profetie van Malachius eveneens volmaakt. De olijftak is het symbool van de orde der Benedictijnen, maar ook de wapenspreuk van Benedictus is "De Gloria Olivae." Opvallend is de overeenkomst met het leven van Jezus, waarbij zijn einde naderde op de Olijfberg, wat eveneens een verwijzing is naar het einde van de pausschap in deze huidige tijd.

Profetie 112?

De openbaringen en visioenen van Malachias zijn sinds heugenis een onderwerp van debat geweest. In 1559 vermeldde de Belgische monnik, Arnold de Wyon, Malachiasí profetie van de pausen in zijn boek "Lignum vitae:" De voorspellingen verhalen over elke toekomstige paus [vele antipausen inbegrepen] in successieve volgorde, beginnende met paus Celestinus II in 1143, tot en met Paus Benedictus XVI: in totaal 111 pausen of 111 aparte profetieŽn.


Het lijvige boek "Lignum Vitae"

Naar verluidt schreef Malachias rond 1139 de profetieŽn van de pausen neer, net voor zijn eerste bezoek aan de paus. Hij gaf zijn profetische documenten aan de toenmalige paus Innocentius II, waarop het document gedurende meer dan vierhonderd jaar verborgen bleef.
Arnold de Wyon [soms de Wion] werd geboren in 1554 in BelgiŽ. Hij werd een benedictijner monnik en uitgever te VenetiŽ. In 1595 geeft hij het lijvige boek "Lignum Vitae, Ornamentum et decus Ecclesiae" uit. In het boek staan de "Prophetia S. Malachiae, Archiepiscopi, de Summis Pontificibus," die worden toegeschreven aan de Heilige Malachias.

Hoe Arnold de Wyon aan dit indrukwekkend werk is gekomen is niet geweten en waarschijnlijk zijn ze wel toe te schrijven aan Malachias. Hoe zou Arnold de Wyon anders aan deze naam gekomen zijn? Omdat Arnold de Wyon uitgever was in VenetiŽ is de meest waarschijnlijke veronderstelling dat een hooggeplaatste persoon, of iemand anders die toegang had tot de archieven van het Vaticaan, deze profetieŽn aan hem overgemaakt.

Wie de originele auteur ook was, veel van de beschrijvingen zijn heel nauwkeurig. Alle 112 voorspellingen worden gedaan in een korte, Latijnse uitdrukking, die met elke Paus overeenstemt. Hun betekenissen hebben meestal verband met wat de pausen doen, hun plaats van geboorte of hun wapenschild.

Een aantal foute beweringen over het werk doen de ronde:
  • De bewering dat de laatste gegevens omtrent Petrus Romanus pas in 1559 door de Benedictijnen zou zijn toegevoegd is onjuist. In het boek "Lignum Vitae," van 1559 staat wel degelijk de vermelding naar profetie 112 die verwijst naar Petrus Romanus.
  • Er is nog een andere bewering dat er geen getal 112 zou vermeld staan bij de profetieŽn, maar bij geen enkele profetie ervan staat er een getal bijgevoegd. Ze staan wel in chronologische volgorde vermeld.
  • In het originele boek staat "psecutione." Aangezien men er geen betekenis kan geven leggen velen dit woord uit als een afkorting voor "persecutione" [vervolging] of nog als "prosecutione" [voortzetting in tijd]. In het originele boek staat niet "psecutione" vermeld, maar "p_secutione." Het is geweten dat "p_" een algemene schriftelijke afkorting was voor "per." Er kan dan ook geen twijfel zijn dat hier "persecutione" wordt bedoeld.
Als motto bij de laatste voorspelling staat aldus bij profetie 112: "In persecutione extrema S.R.E. sedebit Petrus Romanus, qui pascet oves in multis tribulationibus: quibus transactis civitas septicollis diruetur, et Iudex tremendus iudicabit populum suum. Finis,"of "Tijdens extreme vervolging van het Heilige College van Kardinalen [Sancta Romana Ecclesia] zal de stoel bezet worden door Petrus de Romein, die zijn schapen zal hoeden gedurende vele beproevingen en wanneer hieraan een einde komt, zal de zevenheuvelige stad verwoest worden, en zal de Grote Rechter zijn volk berechten. Einde."

Omdat vele overige profetieŽn zeggen dat de Katholieke Kerk een tijdlang zonder leider zal zijn, is het niet onwaarschijnlijk dat er na profetie 112, een intervalperiode kan liggen voor de komst van het nieuwe tijdperk.

Einde
Laat de Goddelijke Voorzienigheid nu reeds toe dat de volgende paus gekend is?

Wie kan Petrus Romanus zijn?

Eerst en vooral is er de algehele uitleg dat in feite iedere nieuwe Paus kan aanzien worden als Petrus Romanus, vermits hij een opvolger is van de eerste Paus, de Heilige apostel Petrus, en gevestigd is in het Vaticaan te Rome.

Er zijn echter heel directe aanwijzigingen dat deze Paus wel eens de huidige tweede man van het Vaticaan zou kunnen worden, nl. staatssecretaris of tweede man van het Vaticaan, kardinaal Tarcisio Bertone.


Kardinaal Tarcisio Bertone

Als we echter eens dieper gaan kijken naar de verdere gegevens van kardinaal Bertone, komen we tot een heel verrassend resultaat:

  • Zijn volledige naam is Tarcisio Pietro Evasio Bertone
  • Geboorteplaats en datum: Romano Canavese, 2 december 1934

Dit is toch wel een verbluffende vaststelling, waar we niet omheen kunnen. Gods wegen zijn echter ondoorgrondbaar en de toekomst zal uitwijzen of kardinaal Bertone te maken heeft met profetie 112. Verrassend is bovendien ook nog, dat deze kardinaal voor het ogenblik 77 jaar is. Als u weet, dat voor een nieuw conclaaf, slechts kardinalen worden toegelaten tot de leeftijd van 80 jaar, zou alles zich wel eens heel vlug kunnen voltrekken.

Wat alles nog meer geheimzinnig maakt is, dat de betrokken kardinaal een Salesiaan is. Welke gelovige kent de droom van de Heilige Don Bosco niet, de stichter der Salesianen, waarin hij het heeft over de laatste Paus die het schip veilig door de woelige golven en tussen de twee zuilen zal moeten loodsen?

Kan men nog geloven in het toeval dat bijna 900 jaar na de profetieŽn, de tweede man van het Vaticaan, dergelijke referenties in zijn curriculum heeft staan?

Chris De Bodt


Ľ Reageer (0)

Foto




Weetjes over Medjugorje

Geografie

KroatiŽ

BosniŽ en Herzegovina

Godsdienst

Wetenschap

Portret van de zieners

Maria's uiterlijk

De 5 pijlers van het geloof

Vragen en antwoorden

Standpunt van het Vaticaan

Ratzinger bezocht ooit Medjugorje "incognito"

1e onderzoekscommissie

2e onderzoekscommissie

3e onderzoekscommissie

4e onderzoekscommissie

De kwestie Herzegovina 1

De kwestie Herzegovina 2

De kwestie Herzegovina 3

ProfetieŽn nemen hun tijd

Mirjana meer en meer op de voorgrond

Bestemming van de ziel

De Podbrdo [Verschijningsberg]

De Krizevac [Kruisberg]

Het Votiefkruis

Parochiekerk Jacobus de Meerdere

Uitbreiding biechtgelegenheid

Kapel der Twee Harten

Oasi delle Pace

Verrezen Christus

Cumunitŗ Cenacolo

Mother's Village

Vr. Slavko Barbaric

Vr. Jozo Zovko

Vr. Pťtar Ljubicic

Ratko Perics toorn

Heeft Zanic Medjugorje verraden?

Vr. Amorthe betreurt apathie

Siroki Brijeg

RetraÓtekasteel

Zr. Emmanuel Maillard

Ivans gebedsgroep

Nedjo Brecic

Christoph SchŲnborn

St. Stephansdom, Wenen 2012

Scalambra & Casale Monferetto

Madonna van Civitavecchia

Little Audrey Santo

Maria's verjaardag

Medjugorje en Moederdag

De IIPG [1]

De IIPG [2]

De IIPG [3]

De IIPG [4]

De IIPG [5]

De weide van Gumno

De priester die verdween

Nieuwe taksen op logies

Mirakel van de Maan

Documentaire 1983

BBC Documentaire 2010

Documentaire Mary TV

The Miracle of Medjugorje


Interviews Medjugorje

Mirjana Dragicevic [2008]

Mirjana Dragicevic [1998]

Mirjana Dragicevic [1983]

Mirjana Dragicevic [1989]

Mirjana Dragicevic [1]

Mirjana Dragicevic [2]

Mirjana Dragicevic [2009]

Vicka Ivankovic [2008]

Vicka Ivankovic [1983]

Vicka Ivankovic [2007]

Vicka Ivankovic [1988]

Vicka Ivankovic

Ivan Dragicevic [2003]

Ivan Dragicevic [2004]

Ivan Dragicevic

Ivanka Ivankovic [1983]

Ivanka Ivankovic [1989]

Ivanka Ivankovic

Pťtar Ljubicic [2004]

Pťtar Ljubicic [2006]

Pťtar Ljubicic [2008]

Slavko Barbaric [1987]

Gabriele Amorth [2002]

Jakov Colo

Jakov Colo

Jakov Colo [2007]

Marija Pavlovic [2008]

Marija Pavlovic [1989]

Marinko en Dragico Ivankovic [1983]

Damir Coric [1983]

Marica Kvesic [1983]

John en Andja Setka [1983]

Jelena Vasilj [2002]

Jelena Vasilj en
Marijana Vasilj [1]

Jelena Vasilj en
Marijana Vasilj [1]

Zlatko Zudac [1999]

Bisschop Hnilica [2004]





Overige Weetjes

Bestemming van de Ziel

Theresia van Lisieux
over het Vagevuur

Maria Simma

De invloedrijkste vrouw

Engelen

Twaalf stappen voor een gelukkig heengaan

Twaalf fabels over het Katholieke geloof

Pater Pio en Karol Woijtyla

San Nicolŗs de los Arroyos

La Madonna del Ghisallo

O.L.V. Van den Oudenberg

Fatima:
Reeds eeuwen Mirakels

Jacinto Marto uit Fatima
door Fr. Robert J. Fox

ProfetieŽn nemen hun tijd

Jacinto Marto uit Fatima
door Zr. Lucia Dos Santos

Ingrid Betancourt

Dikwijls gewichtige feiten
nŗ verschijningen

satans opzet

De Graal van Valencia

Notre-D‚me du Laus

Kibeho, Rwanda

Esther en Mordechai

Monte Cassino

Gods adres

Jezus' geboortekerk [1]

Jezus' geboortekerk [2]

De Komeet Lulin

De Komeet Elenin

De Komeet Honda

Samuel Alexander Armas

De Geur van Regen

Jaar van de Priesters

Dr. Gloria Polo's terugkeer

Ian McCormack: Een blik
in de eeuwigheid

Middel tegen komende pandemie

Kim Phuc

Michael Anderson

Zeven kenmerken
van een goede vader

O.L.V. van Las Lajas

Vaders Liefdesbrief

O.L.V. van Ocatlŗn

Elena Desserich

Rom Houben

Overlijden Mari-Loli Mazon

Advent

Gered door een engel?

Kerst in de loopgraven

Mgr. Peter Savelbergh

Ontdekking v/d sarcofaag v/d H. Philomena

De Heilige Mis

Petrus Lombardus

Oscar, de kat

Tieners, geef hen nooit op!

Ontdekking te Nazareth

Efeze: Maria's Huis

Wonderdadige Medaille

De rivier Kwai

De Exodus

Valentino Mora

Het vijfde Maria Dogma

Elizabeth Kindelmann

H. Louis de Montfort

H. Clelia Barbieri's
miraculeuze stem

Steven en Djaingo

Het wonder van San Josť

Aalst, BelgiŽ's 9/11

Het getal 11

Maria en het getal 101

Sterven op 33

Is dit St. Jozef's graf?

Het Kerstverhaal
en Koning Herodes

De Kardinale Climax

Winterzonnewende 2010

En de maan werd rood

Schoonheid van Wijwater

De dag die ontbrak

Het celibaat

De vierde ruiter van de Apocalyps

De maagdelijke geboorte

JordaniŽ claimt oudste christelijke vondst

Colton Burpo versus Stephen Hawking

H. Gelaat van Manoppello

Padre Pio: under investigation

Grace

Michael Browns retreat

7 niveau's van het liegen

De dood van Sint Jozef

De dood van Maria

Betekenis van Maria's naam

Het Aramees in opmars

De Bosnische pyramiden

Brugge, het Jeruzalem van het Noorden

Wonder te Skopje


Diverse ProfetieŽn
Miscellanous Prophecies

ProfetieŽn nemen hun tijd

Is dit de tijd waarover ze spraken?

Garabandal [1961-65]

IsraŽl en Bijbelse Profetie

PinksterprofetieŽn 1975

Quito [17de eeuw]

Kenmerken v/d antichrist

A.C. Emmerich [1]

A.C. Emmerich [2]

De Kremna ProfetieŽn

Hildegard van Bingen

Belpasso [1986-88]

2 Noorse profetieŽn

La Salette [1846]

Anna Maria Taigi

Diversen

Heilige Mechtildis

Non van Tours

Heilige Nilus

Bernardine Von Busto

Non van Bellay

Kloosterling Hilarion

Don Giovanni Bosco

Elizabeth Canori Mora

Judah Ben Samuel

Jeanne Le Royer

Giacchino di Fiore

BartholomeŁs Holzhauser

Madeleine Porsat

De profeet DaniŽl

Kibeho, Rwanda

Ida Peerdeman

H. IreneŁs van Lyon

Methodius van Olympus

H. Hippolytus van Rome

Firmanus Lactantius

De BerkenboomprofetieŽn

Dr. Arnold Fruchtenbaum

H. EphraÔm de SyriŽr

H. Cesarius van Arles

Columba van Ierland

Elena Aiello

Beda, de eerbiedwaardige

Odilia van de Elzas

Johannes Damascenus

Adso, de Monnik

Anselmus van Canterbury

H. Vincent Ferrer

Joachim van Fiore

Johannes Friede

Thomas van Aquino

John of the Cleft Rock

Franciscus van Paola

H. Birgitta van Zweden

Robertus Ballarminus

Dionysus van Luxemburg




















Het Laatste Geheim

1. Een enorm mysterie

2. Sterk en zedig

3. Dagen van duisternis

4. Moeder van de Heer

5. Boven de zon

6. Gog en Magog?

7. Door de straten van de stad

8. Vanop de hoogste bergen

9. Kleine geheimen

10. Klokslag twaalf

11. Lichten, geluiden, graven

12. De klokken luiden

13. Donderslag in de verte

14. Geheime aanwezigheid

15. Vuurzuil

16. Geheimen van de Rozenkrans

17. Het voorteken

18. De zeven

19. Het voorgevoel

20. Signalen en vloeken

21. Afschuwelijke wonderen

22. De kastijding

23. Naschok

24. Waar duivels beefden

25. Geheime Martelaren

26. Geheim van de gehoorzaamheid

27. Geheim van het vertrouwen

28. Ik wacht op u

29. De geest van opstand

30. Genade en rechtvaardigheid

31. De Profetie

32. Voorbij de grenzen
van de kennis

33. Geheimen in
Amerika en Europa

34. Geboren in de hel

35. Cathťrina's geheim

36. Geleende tijd

37. Ik zal uw Moeder zijn

38. Het grote Teken

39. Koningin van de Eeuwigheid











Thomas ŗ Kempis
De navolging van Christus

Boek 1.1

Boek 1.2

Boek 2

Boek 3.1

Boek 3.2

Boek 3.3

Boek 4.1

Boek 4.2



Novenen

Maria Onbevlekte Ontvangenis

OLV van Lourdes

OLV Van Fatima

OLV Van Banneux

OLV van de Berg Carmel

OLV Hemelvaart

H. Maagd van de Wonderdadige Medaille

Maria Lichtmis

Don Bosco

Maria Boodschap

Sint Jozef

Heilige Familie

Goddelijke Barmhartigheid

Heilige Geest

Kindje Jezus

Engelbewaarder

Aartsengel MichaŽl

Aartsengel GabriŽl

Franciscus van Assisi

Antonius van Padua

Pater Pio

Heilige Benedictus

Heilig Hart van Jezus

Heilige Rita

Sint Valentijn

OLV van Altijddurende Bijstand

Jean Marie Vianney

Theresia van Lisieux

Maria, die de knopen ontwart

OLV van de Bezoeking

Zielen in het Vagevuur

Kracht van het Kruis
tegen het kwade

H. Gelaat van Jezus

Hart van Jezus en Maria

Kindje Jezus van Praag

OLV van Genezing

Miraculeuze Maagd

Pater Damiaan

Heilige Anna

H. Maria Goretti

Heilige Peregrinus

Heilige Expeditus

Sint Joris

H. Margareta van Cordoba



Films

Padre Pio

The Miracle of Our Lady of Fatima

The 13th Day

Het Lied van Bernadette

One Night with the King

Faustina

Docu: Faustina Kowalska

Docu: Mariaverschijningen

Docu: OLV van Guadalupe

Vincentius a Paolo

Sint Paulus

Sint Petrus

Docu: Pater Damiaan

Passion de Jeanne d'Arc

Story of Father Damien

Docu: Garabandal

Exorcism of Emily Rose

The Nativity Story

Don Johannes Bosco

The Passion of The Christ

King David

Romero

Jean de Florette

Manon des Sources

Abraham

Mozes

Solomon

Jacob

Francesco

A man for all seasons

The Apocalypse

Docu: H. Maria Goretti

Docu: The birth of IsraŽl

Docu: The six-day war

Docu: Ghosts of Rwanda

Becket

Gospel of Luke

Gospel of Matthew

Gospel of John

Acts

Unsolved mysteries

Joseph

Samson and Delilah

H. Rita van Cascia

ThťrŤse de Lisieux

Isaak, Jacob & Esau

Fray Martin de Porres

Lourdes [2000]

Clara & Francisco

Maria Goretti

Mother Theresa




Astronomische verschijnselen

28/11/2011



Blog tegen de wet? Klik hier.
Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!

 

Real Time Web Analytics

Page Content

Page Content