Redactie
Medjugorje België en Nederland
Chris De Bodt
(1958 - 2012)

medjugorjebn@gmail.com

Patty De Vos
Kasteelstraat 81
9180 Temse
België
patty.de.vos@hotmail.com

Dr. Guy Claes
Platanendreef 40
8790 Waregem
België
gclaes@scarlet.be

Henk
Twan Vereecken
Geertrui Schonken
Veerle De Caluwé
Anne Van Der Sloten
p. Alfons J. Smet
Broeder Joseph
Zoeken in blog

Medjugorje 2015 Medjugorje 2014 Medjugorje 2013 Medjugorje 2012 Medjugorje 2011 Medjugorje 2010

 

Voorlopig worden enkel de boodschappen gepubliceerd.
09-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 6.1: Tussen Genève, Parijs en Rome
Hoofdstuk 6.1: Tussen Genève, Parijs en Rome

Tussen 1950 en 1957 verdrievoudigde het aantal Broeders; de Gemeenschap ging van twaalf naar zesendertig leden met een tiental die nog novice zijn (het noviciaat duurt twee tot vier jaar voor de plechtige verbintenis voor het leven). Deze drieëntwintig nieuwkomers lieten het toe dat Taizé leden kon uitzenden in Europa en elders in kleine voorlopige fraterniteiten.

In zijn relaas over zijn Afrikaanse reizen van 1957 en 1958 met Broeder Jean heeft Broeder Eric een betekenisvolle opmerking over het verband tussen Taizé en het katholieke geloof: "We hebben Ivoorkust in alle richtingen doorkruist, kerken bezocht en het plaatselijke leven ontdekt want we verbleven vooral in een Afrikaans midden. We trokken ook door Kameroen, Dahomey, Guinee, Mali. We hebben vele aspecten van die landen gezien en mooie reizen gemaakt, dan met een vrachtwagen, dan in een prauw, we logeerden in dorpen waar we over onze oecumenische zending min of meer succesvol spraken. Meestal werden we beter ontvangen in de katholieke parochies: dikwijls klaagden de protestanten over het ‘katholiek worden’ van Taizé..."

Een mat beeld

Sinds einde jaren 1950 kende de Gemeenschap van Taizé een periode van onzekerheid. Terwijl ze trachtte haar onafhankelijk tegenover de hervormde Kerk in Frankrijk te vrijwaren wou ze ook haar betrekkingen met deze normaliseren. Tegelijk probeerde ze ook meerdere banden te scheppen met de katholieke Kerk, in Frankrijk en in het buitenland, ondanks de ‘wallen’, opgetrokken door Rome.

Zo besloot de prior in 1957 een broeder van Spaanse afkomst uit de Gemeenschap en op familiebezoek te vergezellen van Barcelona tot in Malaga om er bisschoppen en priesters te ontmoeten die ‘vatbaar zijn voor oecumenische dialoog’ en ‘om een gesprek op te starten dat in de toekomst zou doorgaan’. Eerst riep hij de hulp van kardinaal Gerlier in: "Kan U me enkele adressen bezorgen? We zouden U daarvoor dankbaar zijn."

De relaties tussen Taizé en de katholieke Kerk waren nooit eenvoudig. De Gemeenschap heeft op bepaalde momenten een mat beeld uitgestraald die sommige katholieke prominenten kon verontrusten. Volgende episode staaft dit.

In augustus 1957 lichtte Mgr. Lebrun de aartsbisschop van Lyon in over een gerucht dat in omloop was: Roger Schutz en Max Thurian zouden ‘in stilte katholiek geworden zijn’. Een ongegrond gerucht, maar dat werd gevoed door een werkelijk feit dat ook Mgr. Lebrun vermeldt: dominee Schutz werd ontboden door de synode van de EREN ‘om zich te verantwoorden’. Hij en Max Thurian werden verplicht om ‘plechtig te verklaren dat hun verslagen niet eerst voor visum aan de bisschop van Autun waren voorgelegd’. In feite past deze oproep in Neufchâtel in een brede raadpleging over Taizé die de hervormde Kerk in Frankrijk opzette om haar officiële houding te bepalen.

Een tijdje later deed de prior van Taizé weer beroep op de aartsbisschop van Lyon. De Gemeenschap bereidde een 45 toeren plaat voor over de Eenheid van de christenen. Op de A-kant kant zouden een psalmdienst op muziek van pater Gelineau, Bijbelse lezingen, gebeden en litanieën staan. Op de B-kant wenste de prior van Taizé een dialoog over Eenheid, die hij met kardinaal Gerlier zou voeren, laten opnemen. Hij legde dit project voor aan de aartsbisschop van Lyon die ditmaal weigerde. In zijn plaats werd het Mgr. Chevrot, pastoor van Sint-Franciscus-Xaverius in Parijs, al enkele jaren in contact met dominee Schutz, die aanvaardde om de opgezette dialoog op te nemen.

Ook nog in 1957 kwam Hubert Beuve-Méry, stichter en directeur van de ‘modelkrant’ voor het eerst naar Taizé. Zonder twijfel was de naam van de Gemeenschap hem niet onbekend, maar zijn krant had er nog niets over geschreven. Beuve-Méry was geboeid door het decor: "Een miniatuurkerk, een juweel van Romaanse kunst, waakt over het landelijk kerkhof van een dorp rond Mâcon," schrijft hij, zonder de naam Taizé te vernoemen. Toch was hij niet minder geboeid door de oecumenische geest van de Gemeenschap en zijn stichter: "Een ontmoeting van het grootste belang" zegt zijn biograaf. Tot aan zijn dood in 1989 kwam Beuve-Méry dikwijls terug naar Taizé en had er lange gesprekken met Broeder Roger. Hij nam ook deel aan de eerste internationale Ontmoeting van jongeren in 1966 en aan het Jongerenconcilie enkele jaren later.

Supranationaal en supraconfessioneel

Op het einde van dit jaar 1957 trok een in Réforme verschenen dossier sterk de aandacht op de Gemeenschap. Sinds het eerste artikel dat in 1947 de jonge Gemeenschap begroette verscheen er niets meer in het vermaarde protestantse weekblad. Buiten een artikel van Roger Schutz zelf werden de andere bijdragen door bevoegde protestanten getekend: dominees Finet, Roux en Casalis die lof en bewondering afwisselden met kritiek. Dominee Finet voornamelijk achtte het bestaan van een ‘cenobiete gemeenschap’ met ‘geloften, verbintenissen, celibaat en gehoorzaamheid aan een menselijke instantie’ iets nieuws in het hervormde milieu. ‘De Bijbel, vervolgde hij, spreekt ons over een natuurlijke gemeenschap: de familie, van een spirituele gemeenschap: de Kerk. Tevergeefs zoek ik naar het klooster. Dat is een eerste vraag.’

Daarna was er de ‘interconfessionele en internationale’ positie van de Gemeenschap van Taizé die in de praktijd heel wat problemen meebracht: ‘De gemeenschap van Taizé staat met de voeten op de grond, ergens in Bourgondië. Ze staat dus onder de rechtsmacht van de hervormde Kerk of de lutheraanse Kerk in Frankrijk (haar theologie is de hervormde, niet de Roomse). Wel nee! beweert ze. De gemeenschap van Taizé wil oecumenisch zijn. Maar, om lid te zijn van de oecumenische Raad der Kerken moet ze Kerk zijn. Wel nee! beweert ze. Dat is een tweede vraag.’

Minder ironisch stelde de bijdrage van dominee Roux fundamentele vragen: ‘Het komt erop aan te weten of een gemeenschap die in feite zichzelf bestuurt en de organieke banden van actie en gezamenlijk getuigenis beperkt tot haar ‘spirituele verwanten’ in de hervormde Kerk, zich niet blootstelt aan het gevaar of de bekoring om zelf de Kerk of een Kerk te worden, wat de bekoring van een sekte is.’ Dominee Roux oordeelde dat de protestantse Kerken tegenover Taizé ‘voorbehoud, waarschuwing of weigering, aanmoediging, steun of nodig akkoord’ mochten formuleren.

In een bijdrage, die hij gewoon met ‘Roger Schutz’ ondertekent, beantwoordt de stichter van Taizé deze kommer. Hij herbevestigt de oecumenische roeping van de Gemeenschap: "Daar we weigeren opgesloten te worden in een goed confessioneel geweten willen we met onze middelen proberen een bres te slaan in de muur tussen christenen." Maar ook uit hij de wil om de ’moeilijke poging tot leven in de menigte te wagen’ als een steeds duidelijker kenmerk van de Gemeenschap. Het is een te vinden evenwicht tussen verbondenheid met een gemeenschap, een leven van gebed, een stevig vaststaande Kerk en ‘de lucht in volle zee’ [...] op het knooppunt van het menselijk bestaan’.

De komende verbintenissen van Taizé, [deelname aan het tweede Vaticaans concilie, het Jongeren concilie, de internationale Jeugdontmoetingen] waaraan Broeder Roger nog niet dacht, bevestigden weldra die uitspraken.

Een kwetsbare normalisering

De officiële dialoog tussen Taizé en openbare instanties van de hervormde Kerk in Frankrijk, die al jaren liep, vond zijn eindpunt in de lente van 1958, enkele maanden voor de dood van Pius XII. Van 31 mei tot 2 juni 1958 hield de ERF haar 51ste nationale synode in Poitiers. Broeder Roger en Broeder Max waren erop uitgenodigd. Dominee Pierre Bourguet, voorzitter van de nationale Raad van de ERF, las er de tekst voor, die samen met de Gemeenschap was ontworpen en die voor het eerst sinds haar stichting, haar officieel standpunt omschreef. "De Gemeenschap die zich als een ‘familie’ beschouwt [patria, Ef. 3,15] beweert niet een parochie of een Kerk te zijn. Ze brengt mannen samen die vrijwillig een drievoudige verbintenis aangaan (gemeenschap van goederen, celibaat, een overheid aanvaarden) als kenmerk van hun roeping in dienst van Christus in de Kerk. Elk behoort persoonlijk toe aan een eigen Kerk in de Hervorming. Volgens de cenobiet traditie bewaart de Gemeenschap, om als spirituele familie attent te luisteren naar de raad van de Kerken, haar vrijheid om haar intern leven te bepalen [...]

"Aangaande de niet pastorale activiteiten >extra muros van de broeders in de parochies legt de Gemeenschap door zijn prior haar projecten voor aan de verantwoordelijke instanties in de Kerken. De broeder die een pastoraat beoefent in een van de hervormde Kerken verbindt er zich toe om eerst de overheid van die Kerk te aanvaarden tijdens de duur van zijn ambt."

Deze tekst betekende helemaal niet dat de gemeenschap bij de ERF hoorde (Broeder Roger wenste dat trouwens niet). De synode beperkte zich om bij meerderheid van stemmen een korte motie goed te keuren: "De synode verheugt zich over de stand van zaken in de relatie tussen de Hervormde Franse Kerk en de gemeenschap van Taizé."

Broeder Roger kon zijn vreugde schriftelijk delen met dominee Visser’t Hooft. Deze normalisering liet de secretaris generaal van de COE toe om eindelijk naar Taizé te gaan. Er werd overeengekomen dat twee Broeders van de Gemeenschap drie maanden zouden gaan werken in de afdelingen van de COE ‘om beter de oecumene te doorgronden en begrijpen. Visser’t Hooft woonde ook een Raad van de Broeders bij waarop Broeder Roger meer zei dan hij zelf wenste, want hij schreef kort daarna om te vragen dat hij het aangehoorde zou verzwijgen. Visser’t Hooft stelde hem gerust: "Ik zou geen secretaris generaal van de oecumenische Raad gebleven zijn als ik niet had leren zwijgen over dingen die me vertrouwelijk werden verteld."

Van Roomse kant lagen de dingen moeilijker: de reserve van het Heilig Officie staken tot tweemaal toe stokken in de wielen van Taizé. Eerst was het in Milaan in december 1957. De jezuïeten van de stad hadden overwogen ‘de calvinistische dominee Schutz’ uit te nodigen. Steeds voorzichtig vroeg Mgr. Montini (nu aartsbisschop van de stad) de toestemming van het Heilig Officie. De secretaris van het Heilig Officie, Mgr. Pizzardo, eiste dat de tekst van de toespraak van dominee Schutz eerst werd voorgelegd aan Mgr. Montini. De toekomstige Paulus VI verkoos om de stichter van Taizé niet uit te nodigen.

Enkele maanden later, op 27 juni 1958, gaf de Congregatie van het Heilig Officie opdracht aan Mgr. Lebrun om de kerk van Taizé te sluiten voor de cultus en vroeg waarom het simultaneum was toegekend aan de Gemeenschap. De bisschop van Autun was hierover, tien jaar nadat hij een protestantse dienst in de oude Romaanse kerk had toegestaan, ten zeerste verrast. Toen hij zich naar Rome begaf om uitleg te verschaffen stelde hij vast dat het verslag in 1948 opgestuurd naar de nuntiatuur ergens in het Heilig Officie verloren was geraakt. Daarentegen stelde kardinaal Ottaviani, pro-Secretaris van het Heilig Officie, zich ‘heel welwillend en toegankelijk op’ schreef hij.

Johannes XXIII, de ‘Profeet’

Op 9 oktober 1958 stierf Pius XII. Ondanks de weerstand die hij tijdens zijn pontificaat had geboden tegen de oecumenische beweging konden Broeder Roger en Broeder Max alleen maar dankbaar zijn voor deze paus die hen tweemaal had ontvangen. Op 18 oktober bracht Broeder Roger kardinaal Gerlier op de hoogte dat de Gemeenschap doorlopend zou bidden gedurende heel het conclaaf. "We zullen de Heilige Geest aanroepen, want de keuze van de toekomstige paus is zo belangrijk voor Kerk en wereld."

In een ander schrijven verklaart hij nader: "[...] we moeten misschien ons hart voor God tot vrede brengen om diep in ons innerlijke te aanvaarden dat de keuze van de toekomstige paus niet zou overeenstemmen met onze diepste verlangens."

Wat hij vreesde kwam niet uit, integendeel. Op 28 oktober werd kardinaal Roncalli tot paus verkozen. Onder de naam Johannes XXIII doorbrak hij de lijst van de vele namen Pius die de geschiedenis van het pausdom gekenmerkt hadden met een autoritaire stijl en een starre doctrine.

Al daags na de verkiezing schreef Broeder Max naar kardinaal Gerlier in Rome waar hij aan het conclaaf had deelgenomen: "We zijn verheugd met die keuze [...]." Hij vertelde ook aan de kardinaal dat hij met Broeder Roger de bekroning van Johannes XXIII zou bijwonen en vroeg hem om voor hen een audiëntie bij de nieuwe paus aan de vragen.

De plechtige bekroning ging door op 4 november. In zijn homilie verklaarde de nieuwe paus: "Wat ons nauw aan het hart ligt, meer dan wat ook, is ons te tonen als de herder van de hele kudde. Alle andere geestelijke eigenschappen en menselijke onderscheidingen [...] kunnen het pastoraat verrijken en aanvullen, maar in geen opzicht vervangen."

Broeder Roger en Broeder Max werden door de nieuwe paus op 7 november ontvangen. Broeder Roger zal de onbevangenheid van Johannes XXIII tijdens die eerste ontmoeting niet vergeten: Zijn onthaal was uiterst eenvoudig, onbevangen. De paus klapte in de handen en zei: "Bravo! Bravo!" toen we over verzoening spraken. Hij vroeg ons terug te komen en om ermee door te gaan. De verleiding was wederzijds. Zijn persoonlijke secretaris, Mgr. Capovilla, getuigde: "Vanaf de eerste ontmoeting onthaalde paus Johannes Broeder Roger met open armen. Toen deze hem vroeg: "Heilige Vader, hoe komt het dat U ons vertrouwt?" antwoordde de paus: "U hebt onschuldige ogen."

Broeder Roger was niet alleen overvol van dit onderhoud. Aan pater Congar vertrouwde hij toe dat hij ook verrast werd: De paus had hem onwaarschijnlijke dingen gezegd, zelfs formeel ketters. Zo zei hij: "De katholieke Kerk bezit niet al de waarheid. We zullen samen moeten zoeken"

Terug thuis uit Rome schreef Broeder Roger naar Visser’t Hooft: "Het komt ons voor dat men begint in te zien dat de historische beweging onomkeerbaar is." Inderdaad is het tijdens dit verblijf in Rome dat Broeder Roger en Broeder Max in contact kwamen met Chileense bisschoppen: Mgr. Santos, bisschop van Valdivia, en Mgr. Larrain, bisschop van Talca die hen de sociale en economische kanten van de onderontwikkeling in Latijns Amerika deden ontdekken, zei de prior van Taizé.

Meer en meer was Taizé bezorgd over de sociale en demografische evolutie van de wereld. Meerdere Broeders van de Gemeenschap en Broeder Roger zelf waren benieuwd voor de economische en sociologische studies en statistieken, die toen verschenen als nieuwe instrumenten van kennis.

Aan deze zijde van de Hervorming

In Rome op 25 januari 1959 eindigde de Bidweek voor eenheid in de Kerk met een viering in de basiliek van Sint-Paulus-buiten-de-Muren. Na de dienst vergaderde hij met de aanwezige kardinalen en kondigde hij aan dat hij van plan was om het kerkelijk recht te hervormen, een synode van het bisdom Rome te houden en een oecumenisch concilie samen te roepen.

Deze laatste aankondiging maakte ophef. In de Kerkgeschiedenis hadden er slechts twintig oecumenische [universele] concilies plaats gehad, de laatste daarvan was het eerste Vaticaans concilie waarop het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid werd verkondigd. Dit concilie werd onderbroken door de bezetting van Rome in 1870. De verkondiging was ook "een vriendelijke en herhaalde uitnodiging aan Onze broeders van de afgescheurde christelijke Kerken om met ons dit festijn van genade en broederschap te delen, waarnaar zoveel zielen, over de hele wereld, snakken." Korte tijd nadien verklaarde Johannes XXIII, de relaties met andere christenen indachtig: "We willen geen historisch proces aanspannen, we zoeken niet wie ongelijk en wie gelijk heeft."

Broeder Roger was evenzeer verrast als geestdriftig: "Door [deze] enkele woorden, in het openbaar uitgesproken in januari 1959, heeft Johannes XXIII de situatie van de Contrareformatie omgedraaid." Hij was niet de enige die deze woorden vertaalde als een nieuw paradigma. De kwestie van de eenheid van de christenen zou een gemeenschapsplaats worden van de religieuze actualiteit. In die context kon Taizé, sinds zoveel jaren aanzien als een ‘parabel’ voorbestemd om ‘de eenheid in de Kerk te vermoeden’, niet vermijden om de aandacht te trekken. Voor de eerste keer schreef Le Monde een bijdrage over Taizé: "De protestantse gemeenschap van Taizé is een oecumenische voorpost." Roger Fesquet schreef dat en gebruikte de woorden van Roger Schutz die nu de benaming ‘monastiek’ aanvaarde en geen standpunt wou innemen ten overstaan van de Hervorming: "Door onze monastieke roeping hebben we bewust onze wortels verder dan de Hervorming geplant en een terugkeer naar de bron betracht. Tegen een monastieke haard zoals de onze die voortduring waarborgt, moeten de enthousiaste en de pessimistische golven kunnen breken op zoek naar christelijke eenheid."

Deze bijdrage lokte een reactie uit vanwege dominee Pierre Bourguet, voorzitter van de Nationale Raad van de hervormde Kerk in Frankrijk, die eraan herinnerde dat de Gemeenschap niet tot de ERF behoorde, en dat ‘de voorstellen en experimenten van Taizé, hoe eerbiedwaardig dan ook, slechts een gemeenschap binden die zich aanstelt als "interdenominationaal en internationaal."

Broeder Roger was niet onder de indruk van deze aarzeling. Het project van het oecumenisch concilie, door Johannes XXIII aangekondigd, en vooral de nieuwe geest die zich onder de katholieken verspreidde waren nieuwe gegevens. Aan de paus schreef de Gemeenschap over haar verwachting en hoop omtrent het toekomstig concilie een uitgebreid memorandum, dat aan Johannes XXIII werd overgemaakt. Daarin vroeg ze om de vereniging van niet katholieken met de Roomse Kerk niet meer weer te beduiden met ‘terugkeer’ maar met ‘opmars’ of ‘verwezenlijking’. Ook ‘een afdoende verklaring over scheiding van het stoffelijke en het geestelijke’, een verzaken van de Kerk ‘aan uiterlijke tekenen van rijkdom’ en een uitgebreide uitleg over ‘de rol van de hele Kerk, de bisschoppen en het concilie’ werden gevraagd. Het tweede Vaticaans concilie zal hieraan gedeeltelijk antwoorden, zoals later zal blijken.

Gods heden beleven

In de uitbreiding van de werkzaamheden schafte Taizé in 1959 een drukkerij aan met de bedoeling zelf de boeken van de prior en de andere Broeders uit te geven: de "Presses de Taizé" waren een feit. Het eerste gepubliceerde boek was van Broeder Roger onder de titel "Gods heden beleven." Het was zijn tweede werk na zijn meer persoonlijke "Inleiding tot het gemeenschapsleven."

In een eerste gedeelte stelt de prior ‘enkele eigenschappen van de hedendaagse wereld’ voor: demografische groei, technische ontwikkelingen, groei van de honger, bestaan van twee vijandige ideologische machten, verlangens van de jonge generatie. Daarna gaf hij ‘aanwijzingen’ om ‘de eenwording van ons christelijk geloof met de kern van het menselijk bestaan te bevorderen’. Evenveel formuleringen van sommige intuïties die kenmerken werden van de Gemeenschap van Taizé: ‘Ons bestaan vereenvoudigen’, ‘De mens begrijpen zoals hij is’, ‘Zwak zijn met de zwakken en kleinen in deze wereld’.

Een ander gedeelte over de eenheid van de christenen begon met een analyse van de te mijden ‘binnenwegen’: het confucianisme, het pragmatisme, het federalisme, het eschatologisme, het reunonisme, het sektarisme, het integrisme om de voorkeur te geven aan de dialoog, een helder opzet, het gebed, het geduld en de armoede van geest.

Het werk besloot met een uiteenzetting over de ‘drie grote tekenen die ons steeds herinneren aan de volmaaktheid van onze roeping’ en waardoor Taizé deelneemt aan ‘de grote familie’: celibaat, gemeenschap van goederen, aanvaarden van een overheid.

Broeder Roger gaf later toe dat dit boek nog te didactisch was. Nochtans, zei hij, ‘toen al wenste ik niet een ander met mijn raadgevingen te overrompelen, maar alles in het werk stellen om te vermijden dat richtlijnen het innerlijke leven zouden belemmeren’.

Kardinaal Gerlier werd gevraagd om een voorwoord te schrijven maar hij weigerde voorzichtig: "Ik zou vrezen dat deze publicatie bij ons of bij jullie reacties veroorzaakt die de gezamenlijke gediende zaak niet ten goede komt." Maar Broeder Roger mocht een lang citaat uit de brief van de kardinaal overnemen.

De teleurstelling kwam ook van protestantse zijde. In oktober 1959 zette Taizé een bijeenkomst op rond het aanstaande concilie. Protestantse dominees, leken en kardinaal Gerlier waren aanwezig. Dominee Boegner had beloofd om te komen, maar hij veranderde op het laatste moment van gedachte toen hij de secretaris generaal van de COE had ontmoet. Zijn ‘afwezigheid werd pijnlijk ervaren door de kardinaal en door ons’ schreef Broeder Roger.

Maar de katholieke pers gaf het boek een beter onthaal. Om beurten loofden pater Charles Boyer in de "Observatore Romano" en "La Croix," pater Evrard [een benedictijn] in "Témoignage chrétien" en pater Rouquette in het beroemde tijdschrift van de jezuïeten "Etudes" het boek van de prior van Taizé.

1960: Nieuwe pogingen

Begin 1960 telde de Gemeenschap een veertigtal broeders afkomstig uit verschillende Kerken van de Hervorming van hervormde of lutheraanse traditie. In dat jaar trad de eerste broeder van de anglicaanse traditie in de Gemeenschap. Meerdere nationaliteiten [Franse, Zwitserse, Duitse, Nederlandse...] waren vertegenwoordigd. Slechts de helft van de leden verbleef in Taizé, de andere zaten in kleine fraterniteiten in Marseille, Algiers en Ivoorkust gevestigd, waar ze leefden van de opbrengst van hun arbeid.: een ‘klein handvol mannen met weinig middelen die de Kerk op kruispunten van het leven in de wereld zetten’ zoals een onder hen schreef. Twee Broeders verzorgden een pastoraat in Valentigney in de streek van Montbéliard, en twee andere verbleven in het oecumenisch Centrum van Packard Manse nabij Boston, de eerste aanwezigheid van Taizé in de Verenigde Staten.

Dan heeft Broeder Roger beslist om, in overleg met sommige Broeders, de Gemeenschap te herstructureren: er werden ‘kringen’ gesticht in de gemeenschap. De prior vreesde: ‘Een te groot aantal kan zwaar wegen op het broederlijk leven.’ Er werd beslist om de Broeders in’ kleine kringen’ van vijf of zes leden op te splitsen. De gemeenschappelijke ruimte werd heringericht: Elke kring had een gemeenschappelijke eetzaal en persoonlijke kamers. Het kort Getijdengebed en de ‘kleine raad’ verzamelden dagelijks alle Broeders rond de prior. Voor het overige had de Gemeenschap meerdere centrale punten: in de kringen deelden de Broeders de maaltijden, wisselden gedachten uit en beleefden er de ‘broederlijke bijstand’. Maar het waren geen gemeenschappen in de Gemeenschap, waardoor ook werd beslist dat ‘de samenstelling van de kringen steeds werd herschikt.’

Daarna werden er ‘denkgroepen’ ingericht waaraan kleine groepjes Broeders deelnamen met ‘een andere samenstelling dan in de kringen’. Het kwam er op aan om ‘een groepsdynamiek’ te bevorderen om ‘communicatie en deelname van iedereen aan de gezamenlijke creatie’ aan te moedigen.

De inrichting met ‘kringen’ is vandaag nog altijd van kracht in de Gemeenschap, maar de ‘denkgroepen’ zijn verdwenen omdat ze waarschijnlijk niet noodzakelijk zijn. De kringen lieten en laten hereniging volgens verwantschap toe, terwijl ‘denkgroepen’ te transversaal waren om leefbaar te zijn.

Nog in 1960 stuurde de prior van Taizé de Gemeenschap op nieuwe wegen: achtereenvolgens de zending van Sheffield, de Bijeenkomsten van Cormantin en het inrichten van een colloquium tussen katholieke bisschoppen en protestantse dominees.

In de eerste maanden van het jaar kwam Mgr. Hunter [een anglicaans bisschop van Sheffield, een grote industriestad in het midden van Engeland] tot tweemaal toe op bezoek in Taizé. Hij nodigde Broeders uit om een week in zijn bisdom door te brengen. Eind juni gingen de prior, Max Thurian en zes andere Broeders er naartoe. ‘Het kwam erop aan om zoveel mogelijk het leven van Taizé naar Sheffield te brengen.’ Meerdere anglicaanse bisschoppen en priesters, dominees van andere geloofsstrekkingen en vele leken namen deel aan de ontmoetingen die doorgingen in het diocesaan Centrum van de stad. De Broeders leidden die werkvergaderingen alsook de gebedsstonden, die driemaal daags doorgingen, zoals in Taizé. De zittingen werden achtereenvolgens gewijd aan liturgie, eenheid (‘vooral met het rooms-katholiek geloof’) en aanwezigheid in de wereld. Alle toespraken werden door de Broeders gehouden en de daarop volgende discussies werden door hen geleid. Op de laatste dag kwam heel de clerus van Sheffield en omgeving in een uitgebreidere bijeenkomst samen.

Daarna gingen de broeders naar Londen waar Broeder Roger en Broeder Max gesprekken voerden met verschillende anglicaanse prominenten en die een grote conferentie in het Lambeth Palace (residentie van de aartsbisschop van Canterbury voorafgingen waaraan meer dan honderd twintig geestelijken, vooral anglicaanse bisschoppen en priesters, maar ook drie katholieke bisschoppen, een orthodox metropoliet et de voorzitter van de presbyteriaanse Kerk in Engeland) deelnamen. De prior en de onderprior van Taizé gaven elk een uiteenzetting.

Nadien in augustus opende de Gemeenschap een ‘centrum voor ontmoetingen’ in Cormantin op vier kilometer van Taizé, als gevolg van een beslissing van de jaarlijkse raad in 1959. Op een kleine afstand van de Gemeenschap werden er gebouwen opgetrokken, ruim genoeg om groepen op te vangen, maar met een zuinige inrichting. Het Centrum was bestemd om ‘sociologische studiedagen’ in te richten. Een grote uitdaging: evenals de Gemeenschap van Taizé bijdroeg tot de toenadering van de Kerken, wou ze nu ook haar steentje bijdragen aan de ‘gulle inspanningen voor een betere verdeling van de stoffelijke goederen, voor een grotere sociale rechtvaardigheid’, door de ‘sociologische handelswijze’ toe te passen, die enkel ‘in staat is om een situatie te ontleden die in vele opzichten onontwarbaar, zo niet hopeloos, lijkt door de diepe inmenging van verschillende factoren.’

Cormantin werd nooit het actieve middelpunt van de sociologische studies waarvan Broeder Roger droomde. Al vlug werd het een bijgebouw van Taizé. Al bleef de naam ‘Ontmoetingen van Cormantin’ in omloop, er werden geen ‘sociologische studiedagen’ ingericht, maar wel religieuze en oecumenische studiedagen.

De eerste na vier eeuwen verdeeldheid

Een ander initiatief had wel een aanzienlijke weerklank. De prior van Taizé wou van het dogma naar het pastoraat overschakelen, met de gedachte dat de ontmoetingen tussen protestantse en katholieke theologen nu ‘moesten vervolledigd worden door ontmoetingen rond pastoraatthema’s.’ Deze stap, meende hij, kon niet meer door theologen gezet worden, maar door degenen die een dagelijks pastoraat uitoefenden. Daarom begon hij in Taizé katholieke bisschoppen en protestantse dominees samen te brengen. Deze gedurfde onderneming ergerde sommige protestanten.

De verkiezing van Johannes XXIII en de verzoening met de ‘afgescheurde broeders’, een van de spillen van zijn pontificaat, lieten een warm onthaal van katholieke zijde doorschijnen, ondanks een vergissing van dominee Schutz die eerst verzuimde toelating aan het Heilig Officie te vragen.

Maar in de lente ging hij met Max Thurian naar Rome, werd er door kardinaal Ottaviani ontvangen op het Heilig Officie, vermelde de geplande bijeenkomst en verduidelijkte later per brief zijn voornemens. Op 12 april gaf kardinaal Ottaviani de gevraagde toestemming, niet zonder aarzelen: ‘ik zie geen enkel nadeel in het feit dat bisschoppen uitgenodigd worden om de [...] kwesties te behandelen waarover sprake in uw brief.’ De instemming getuigde van de nieuwe wind die begon te waaien in het Vaticaan. Kardinaal Ottaviani had nochtans aanbevolen ‘een grote voorzichtigheid tegenover de pers, gezien het kwaad dat een overhaastige publiciteit kan veroorzaken, te hanteren.’ Die raad werd gevolgd, zij het soms zeer onhandig.

Het centrale thema van de geplande ontmoeting was evangelisatie, ‘eerst op parochiaal vlak en daarna op wereldvlak’. De inhoud werd uitvoerig vastgelegd voor twee dagen en half (van maandag 26 september om 14.30 uur tot woensdagavond 28 september). Zes ‘groepen’ werden gevormd met elk twee katholieke bisschoppen, zeven of acht dominees en een of twee Broeders van Taizé. Deze ‘groepen’ zouden samen eten op toegewezen locaties, samenkomen voor ‘werkgroepen’ met aparte discussie en om beurt de eer genieten eenmalig uitgenodigd te worden aan de tafel van ‘Broeder prior’. ‘Voltallige zittingen’ zouden alle groepen bijeenbrengen voor gezamenlijke uitwisseling van de gesprekken. Een uitgewerkte vragenlijst werd aan de deelnemers gezonden om hen toe te laten de gesprekken voor te bereiden.

Enkele dagen voor de ontmoeting sprak Mgr. Lebrun met de prior van Taizé ‘om enkele praktische zaken te regelen’. Broeder Roger stelde voor dat de bisschoppen in de Gemeenschap zouden logeren; de bisschop van Autun weigerde en verschafte en liet hen onderdak zoeken in de omliggende kloosters. Hij kreeg ook de ‘garantie dat er geen enkele ex-priester onder de dominees was en dat er niet aan de bisschoppen zou voorgesteld worden om het Avondmaal bij te wonen.’

Broeder Roger had de secretaris van de COE, Visser’t Hooft, over de ontmoeting in Taizé ingelicht en hem gevraagd een ‘korte boodschap’ te sturen. ‘We zullen er een of twee hebben vanuit Rome’ voegde hij erbij. Visser’t Hooft wees het van de hand omdat hij dit eenzijdig initiatief van Taizé ongepast vond. Ondanks die weigering zond Broeder Roger hem tijdens de bijeenkomst een boodschap van genegenheid door alle deelnemers ondertekend, bisschoppen en priesters: "We stellen het op prijs, Mijnheer, als de onvermoeibare arbeider voor de eenheid der christenen die we kennen, onze broederlijke genegenheid uit te drukken."

De ontmoeting verliep in de beste sfeer, stelde Mgr. Charrière vast. Op het einde liet de gemeenschap een eenvoudige boodschap in de pers verschijnen: "Van 26 tot 28 september 1960 zijn rooms-katholieke bisschoppen en dominees van verscheidene protestantse geloofsstrekkingen voor een colloquium in Taizé samen gekomen. Ze hebben er de kwestie van de evangelisatie in de parochie en de wereld bekeken. Dit gebeurde voor het eerst sinds vier eeuwen verdeeldheid. De dominees konden hun vreugde en dank uitspreken om drie dagen te zijn samen gekomen en de zorg rond evangelisatie te delen. Ze noemden deze bijeenkomst een gebeurtenis en dankten de Heer van de Kerk die hen leidt naar de zichtbare eenheid."

Elf dagbladen drukten de mededeling af zonder er meer over te kunnen vertellen. Steeds bescheiden en voorstander van het geheim had de Gemeenschap noch het aantal nog de hoedanigheid van de deelnemers medegedeeld. Toen, twee maand later, in een ophefmakende bijdrage Robert Serrou in "Paris-Match" dit gebeuren weer aanhaalde, kon hij het geheim niet onthullen: "We hebben beloofd geen namen te noemen. [...] Wat gebeurde er? Wat werd er gezegd? Het is nog steeds een raadsel."

Uiteindelijk werden de namen van de deelnemers nooit geopenbaard. Alleen de korte boodschap aan Visser’t Hooft met alle handtekeningen laat toe de werkelijke draagwijdte van het gebeuren te schatten. Aan katholieke zijde: twee aartsbisschoppen [Aix-en-Provence en Toulouse] en zes bisschoppen [Autun, Fribourg, Mende, Saint-Claude, Digne en de hulpbisschop van Rouen]. Aan protestantse zijde: buiten de prior en de onderprior en een tiental Broeders van Taizé, een vijftigtal Franse en Zwitserse protestantse dominees. Er stond ook de naam van een anglicaans priester uit Sheffield [als gevolg van de ‘missie’ in juni] en van een vertegenwoordiger van de oecumenische gemeenschap Apapè.

Kardinaal Gerlier was op de uitnodiging niet ingegaan, maar had de suggestie van Broeder Roger aanvaard om later, op 18 oktober onder vier ogen in Taizé de voorzitter van protestantse Vereniging in Frankrijk, dominee Boegner, te ontmoeten. Na een Romereis van Roger Schutz en Max Thurian en een pauselijke audiëntie op 13 oktober werden sommige protestantse prominenten bang vanwege de samenloop van die ontmoeting en het colloquium eind september. Dit zorgde voor een pijnlijke crisis.

De wonde

De protestantse overheid waarmee de Gemeenschap verbonden was (hervormde Kerk in Frankrijk en protestantse Vereniging in Frankrijk) werd niet geraadpleegd over de inrichting van het colloquium. Het sensatiebericht in de pers ergerden te diep sommige gevoeligheden. Er volgde een vinnige briefwisseling tussen de prior van Taizé en dominee Bourguet, voorzitter van de hervormde Kerk in Frankrijk. Maar het moeilijkste moest nog komen.

Van 29 oktober tot 1 november ging de Xe algemene vergadering van het protestantisme door in Montbéliard. Voor het eerst werden, naast de zeven Kerken van de protestantse Vereniging in Frankrijk (FPF), ook de vertegenwoordigers van de buitenlandse protestantse bewegingen, van de protestantse leken en van de ‘interkerkelijke kringen’ uitgenodigd. Op die manier werd Broeder Roger uitgenodigd om aan de werkzaamheden deel te nemen, nog voor het herfstgebeuren.

In Montbéliard kreeg hij de gelegenheid zich nader te verklaren met Visser ’t Hooft die uitgenodigd was om een toespraak te geven over ‘de Zending van de Kerk’. Hij had ook een uitvoerig gesprek met dominee Bourguet waarin hij zijn spijt uitdrukte voor de scherpe brieven die hij hem eerder had toegezonden. Hij ontmoette zelfs enkele verdedigers. Dominee Boegner, toen nog enkele maanden voorzitter van de FPF, gaf Taizé in zijn ‘Algemeen Verslag’ een warm compliment, wel getemperd door enig voorbehoud: "Er wordt licht gezegd dat de voorzitter van de protestantse Vereniging in Frankrijk zijn goedkeuring geeft aan al wat de gemeenschap van Taizé doet, inspireert, uitdrukt in haar liturgische en oecumenische leven. Die goedkeuring werd me nooit gevraagd. En was ze gevraagd, ik had ze geweigerd. [...] Waarom zou ik niet zeggen dat we met velen zijn die de gemeenschap van Taizé graag mogen, niet door de begane vergissingen, maar door de gevaren die ze ontmoette en niet altijd kon vermijden vanwege haar diepe trouw aan de hervormde Kerken en de fundamentele doctrine van de hervormers." Zeker koesterde dominee Boegner illusies door te geloven dat Taizé steeds de ‘fundamentele doctrine van de hervormers’ genegen was: de afstand zal duidelijk groeien in de komende jaren.

De openbare steun van een geëerde figuur van het protestantisme als Boegner volstond echter niet om de tegenspraak te weren. De protestantse pers stond kritisch tegenover het colloquium van Taizé en maakte gewag van de twist in Montbéliard. De zaak dook weer op na een bijdrage in "Paris Match" van 19 november. Toen kende dit weekblad de hoogste oplage. Het nummer van 19 november met 1.600.000 exemplaren bracht een reportage van zes pagina’s over Taizé. Onder de pakkende titel ‘Taizé: zal dit dorp katholieken en protestanten verzoenen?’, brachten Robert Serrou en Maurice Croizard vele foto’s en vurige commentaar over de Gemeenschap, de Broeders, de prior. Maurice Manificat bevestigde dat in zijn eindschrift over Taizé: "Dit artikel openbaarde Taizé aan de menigte en wekte de nieuwsgierigheid van de journalisten voor deze protestantse gemeenschap op." Een maand later stond Taizé op de korte inhoud van de succesrijke uitzending "Cinq colonnes à la une," terwijl enkele weken later Broeder Roger uitgenodigd werd op het beroemde literair magazine "Lectures pour tous" van Pierre Desgraupes. Van toen af was Taizé niet meer uit het nieuws weg te denken.

Zodra Broeder Roger het nummer van Paris Match in zijn bezit kreeg begreep hij dat dit artikel, door de titel alleen al, de tegenspraak weer zou oplaaien. Nog voor het blad in de kiosken lag schreef Max Thurian op 15 november naar Visser ‘t Hooft (en misschien ook naar andere protestantse prominenten) om dit ‘sensatieartikel’ te betreuren en trachtte de verantwoordelijkheid van de Gemeenschap voor de vorm en de inhoud af te wijzen. Dan ging Broeder Roger naar Genève om de secretaris generaal van de COE te spreken. Een brief volgde eind november. De inhoud van die brief van Broeder Roger aan Visser ’t Hooft is onbekend maar hij moet de voorzitter wel geërgerd hebben vermits hij deze op 2 december 1960 terugstuurde, ‘verrast en gechoqueerd’: "Dit is een ‘bom’, schrijft hij, waarin vele dingen staan die op mijn kantoor nooit werden medegedeeld. En welke dingen! Beseft u wat deze woorden betekenen?" Visser ’t Hooft voegde er aan toe: "Ik geloof dat Taizé een belangrijke rol kan spelen in de oecumene en vooral in de relatie met het rooms-katholiek geloof, maar ik denk dat vergaderingen door Taizé, opgezet met een brede vertegenwoordiging van de katholieke overheid, momenteel niet wenselijk zijn."

De controverse ging door met een lange bijdrage van Jean Guitton in "Le Figaro" van januari. De katholieke filosoof was op zijn beurt aangetrokken door de heuvel van Taizé. Hij had langdurig met Broeder Roger gesproken en was gefascineerd en enthousiast weergekeerd. "Hij is oprecht, hij is direct. Hij spreekt me aan met staal in de ogen," schrijft hij. Hij legde de ‘strategie van Taizé’ zo uit: "We laten de hinderlijke punten terzijde [...], we zetten de hindernissen van de geloofsgeschillen tussen haakjes... en we slaan ...een bres met gebed en zuivere liefde." Jean Guitton maakte ook gewag van Broeder Rogers uitspraken over het nakende oecumenisch concilie: "Een betere omschrijving van de overheidsrelaties tussen paus, episcopaat, concilie. Een betere omschrijving van de verhoudingen tussen Christus en zijn menselijke moeder Maria."

In een uitgebreider schrijven in diezelfde periode uitgekomen, ‘Voor het concilie’, is de prior van Taizé duidelijker en legt enkele twistpunten bloot. De protestanten, schrijft hij, verwachten van het nakende concilie ‘dat het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid volledig wordt uitgeklaard ten overstaan van Kerk en concilie’, dat ‘marialogie en christologie er beter verbonden worden’ en ‘dat nieuwe omschrijvingen van Maria die de kloof uitdiepen vermeden worden’, dat de Kerk armer wordt, afziet van sommige stoffelijke bezittingen en er niet meer gesproken wordt over de terugkeer’ van de afgescheurde broeders. "Die uitdrukking ergert," vond de prior van Taizé. "Het geeft de indruk dat verwacht wordt dat de protestanten zich onvoorwaardelijk overgeven. De uitdrukking ‘terugkeer’ ligt niet in de geest van de hedendaagse mens die zich liever overstijgt in een opmars." Roger Schutz sprak liever over ‘zelfoverstijging’ en te brengen offers, zowel van protestantse als van katholieke zijde.

Deze houding was toen zeker niet door iedereen gedeeld. Het protestantse weekblad "Christianisme au XXe siècle" vroeg de prior van Taizé zijn woorden te verloochenen indien ze misvormd werden en, als hij ze bevestigde, te duiden dat ‘hij alleen Taizé bond en in zijn persoonlijke naam sprak’ en zeker niet in naam van het Franse protestantisme in zijn geheel. Broeder Roger antwoordde dat hij zijn standpunt volledig handhaafde en opriep tot ‘een realistische en doeltreffende oecumene’ die ‘een mentaliteitsbekering eiste’: "Het is niet genoeg te willen spreken met afgescheurde broeders om oecumenisch te zijn, men moet een geduldige dialoog willen die anderen vraagt en voor zichzelf de mogelijke uitzuivering aanvaardt."

Op haar beurt bracht de protestantse krant van Genève "Le Messager social" een uitgebreid hoofdartikel op een volle pagina dat protesteerde tegen de bijdragen van Max Thurian. "Waartoe leidt ons de afgoderij van de zichtbare eenheid van de Kerk?" vraagt de directeur van de "Messager social" zich af. Die meent dat Thurian en Schutz in een straatje zonder einde trekken en het protestantisme verraden.



Vertaling: Broeder Joseph

» Reageer (0)
08-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 5. De beslissende stappen
Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 5. De beslissende stappen

Hoofdstuk 5: De beslissende stappen

1949 was een beslissend jaar in de geschiedenis van de Gemeenschap en het leven van Broeder Roger. Voor het eerst ging hij naar Rome met Max Thurian en ontmoette hij er Pius XII. Het was ook het jaar van de eerste ‘verbintenissen voor het leven’. Benamingen en titels krijgen een vaste vorm. In de briefwisseling en documenten van de jaren 1949-1950 hebben Schutz en Thurian aan de benaming ‘Gemeenschap van Cluny’ verzaakt en spreken nu over de ‘Gemeenschap van Taizé-bij-Cluny’ of ‘Gemeenschap van Taizé’. De titels dringen zich op: Roger Schutz is ‘prior’, Max Thurian ‘onderprior’. De andere zijn allen ‘Broeders’.

Eerste ontmoeting met Pius XII

Na het strenge monitum van 1948 wou kardinaal Gerlier, aartsbisschop van Lyon, meewerken om naar een meer ontspannen klimaat terug te keren door rechtstreekse ontmoetingen te bevorderen. Door zijn toedoen maakten verschillende protestantse prominenten de reis naar Rome.

In december 1948 had kardinaal Gerlier gesproken over Taizé aan Mgr. Montini (later Paulus VI), substituut voor lopende Zaken aan het Staatssecretariaat, en gaf hem twee vertrouwelijke nota’s enkele maanden eerder door het bisdom Autun opgesteld. Hij sprak ook over de Gemeenschap met Pius XII, indachtig dat rechtstreekse contacten tussen de Heilige Stoel en de Gemeenschap de vooroordelen van beide kanten zouden doen verdwijnen. Meer nog, hij hoopte de bekering tot het katholieke geloof van sommige leden te bevorderen.

Begin maart 1949 schreef hij dus naar Mgr. Montini: "Er kan uiteraard niet gezegd worden dat de Gemeenschap van Cluny op de vooravond van haar bekering tot het katholicisme staat. Maar het is ontegensprekelijk dat ze, onder al de protestantse groeperingen die ik ken, degene is die ons het dichtst nabij is en dat de mogelijkheid van enkele persoonlijke bekeringen als redelijk mag worden ingeschat." In dezelfde brief vraagt hij een audiëntie bij Pius XII aan voor Roger Schutz en Max Thurian: "Een onderhoud met de paus zou, denk ik, zal grote gevolgen met zich meebrengen, op korte misschien maar zeker op lange termijn. Daartegen vreesde ik hun ontgoocheling als ze niet door de Vicaris van Jezus Christus werden ontvangen."

De reis vond dus plaats. Hun gewoonte van geheimhouding getrouw, wachtten Roger Schutz en Max Thurian bijna een jaar om het bekend te maken en dan nog slechts aan acht uitgekozen correspondenten, in ‘vertrouwelijk opzicht’: de eerwaarde Couturier en zijn medewerker pater Villain, de dominicaan Yves Congar, de jezuïeten Jean Daniélou en Robert Rouquette, de anglicanen Neill en Tomkins en Visser ’t Hooft.

De moeder van de prior en zijn zus Geneviève vergezelden hem. Aangekomen in Rome op 11 maart werden Roger Schutz en Max Thurian al ’s anderendaags in het Vaticaan toegelaten: op de twaalfde woonden ze in de Sixtijnse Kapel de mis bij, opgedragen voor de tiende verjaardag van de kroning van Pius XII. ’s Anderendaags werden ze op de Gregoriaanse universiteit ontvangen door de jezuïet Charles Boyer, docent theologie en verantwoordelijk voor het blad Unitas. In Rome was hij een van de meest opmerkelijke figuren in het katholieke unionisme, ook bezorgd om de houding van de Heilige Stoel te verdedigen. Hij vroeg zijn protestantse bezoekers om begrip en geduld, terwijl hij een positieve mening uitte over de conferentie van Amsterdam waarin hij een ‘verkondiging van de Geest’ ontwaarde. Later schreef hij: "Ze verduidelijkten me dat de professie drie geloften inhield: persoonlijke armoede, eeuwig celibaat, gehoorzaamheid aan de prior." Dergelijk perspectief kon Rome alleen maar behagen.

Op 15 maart werden de twee stichters op het Staatssecretariaat ontvangen door Mgr. Montini die ze als ‘bijzonder verstandig en diep spiritueel’ bestempelden, onder de indruk van zijn openheid en zijn streven naar bedaren.

Mgr. Montini nochtans ‘rechtvaardigt de stroeve katholieke houding in de oecumenische dialoog’: "Rome komt hard over, maar dit is haar zending. De Kerk is op Petrus gebouwd en die steen is soms hard." De twee bezoekers waren ook gevoelig voor de ‘enkele mogelijke hervormingen die de rechterarm van de paus niet uitsloot, zowel over de taal in de liturgie als het celibaat voor de priesters.

Roger Schutz en Max Thurian weerhielden alleen de positieve kanten van hun audiëntie bij de paus op 16 maart. De heilige vader liet een mogelijkheid doorschemeren tot ‘officieuze’ deelname van de katholieke Kerk aan de toekomstige bijeenkomsten met ‘waarnemers’ en liet hopen op een oproep tot gebed voor de eenheid van de Kerk ter gelegenheid van het aankomende Heilig Jaar.

"Deze reis werd gezegend, geloof ik, en kan vruchtbaar zijn," schreef Max Thurian korte tijd naar zijn thuiskomst.

De verbintenis ‘voor het leven’

De banden ontstaan in de zomer van 1948 tussen de Gemeenschap en de Kleine Broeders van Jezus waren uitgemond op een gezamenlijk opzet: in de zomer van 1949 een groep postulanten ontvangen voor een retraite die hun noviciaat voorafging.

Maar de bisschop van Autun en de katholieke overheid van de Kleine Broeders van Jezus weigerden deze gewichtige nieuwigheid: een postulaat van een katholieke congregatie oprichten in een protestantse abdij.

De prior van Taizé betreurde lange tijd die gemiste kans. Hij dacht zelfs dat, indien het opzet was doorgegaan, zijn gemeenschap de congregatie van de Kleine Broeders van Jezus had kunnen vervoegen: "toen was ik me bewust dat hun komst ons kon leiden op een gezamenlijke weg. Ik dacht: waarom een nieuwe gemeenschap stichten als de kleine broeders van Charles de Foucauld een gelijkaardige roeping beleven?"

Uiteindelijk volgde de gemeenschap van Taizé een eigen weg. De ‘verbintenissen voor het leven’ van de lente 1949 gaven haar voorgoed een religieus uitzicht en brachten haar nader bij het katholieke monachisme.

Het begrip geloften was grondig veranderd sinds 1942. De verbintenissen tot celibaat, armoede en gehoorzaamheid van de inwonende leden waren tijdelijk en jaar na jaar hernieuwd: ‘ze weigeren eeuwige geloften af te leggen’ schreef Roger Schutz en bedoelde daarmee zijn broeders en hijzelf. Volgens Luther schatten ze dat kloostergeloften geen enkele basis hadden in de Schrift, dat ze de gelovige belasten met een zuiver menselijke wet en zijn geestelijke vrijheid prijsgaven.

Een kentering in het perspectief bracht de Gemeenschap van Taizé ertoe te overwegen dat een levenslange verbintenis mogelijk was: niet door zich te onderwerpen aan een wet door anderen beslist, maar een ‘roep van God’ te beantwoorden door een hoopvolle houding: ‘Is het jawoord van het celibaat geen jawoord van vertrouwen, zoals in het huwelijk?’ vroeg Roger Schutz.

Onder de bestaande gemeenschappen bij de protestanten in Duitsland, namelijk deze van de Zusters van Maria in Darmstadt was de verbintenis voor het leven een feit sinds 1947. Roger Schutz en Max Thurian kenden dat voorbeeld en daarbij namen de Zusters van Darmstadt later deel aan sommige activiteiten in Taizé.

Een andere belangrijke invloed kwam van Suzanne de Dietrich die met Roger Schutz in contact kwam op het congres van Amsterdam in 1939. Ze verlichtte hem op beslissende wijze en nam zijn laatste twijfels weg. De prior van Taizé vernoemde haar nooit, maar ze is te herkennen achter zijn woorden: "Ik had een tekst geschreven over onze zoektocht en ik kan een onderhoud met een vrouw die mijn tekst las niet vergeten. Ik had een diep respect voor haar. Van geboorte invalide schreef ze en kende ze grondig het Nieuwe Testament. Ze zei me: Je vreest niet te kunnen volharden? Maar de Heilige Geest is aanwezig en sterk genoeg om een heel leven lang een roeping te ondersteunen."

Toen bezat de Gemeenschap nog geen schriftelijke regel. Voor de aankomende viering stelde de prior de preek en de formulering van de ‘verbintenis voor het leven’ op, zoals tot op heden gebruikt wordt voor nieuwe Broeders.

Op paaszondag 17 april 1949 zetten de prior en de zes eerste Broeders de beslissende stap. Na de preek van de prior begon een plechtige samenspraak met iedereen:
  • Wil je uit liefde voor Christus je met heel je wezen toewijden aan hem?
    Dat wil ik.
  • Wil je voortaan de dienst van God volbrengen, verbonden met je broeders?
    Dat wil ik.
  • Wil je door aan elke eigendom te verzaken leven met je broeders, niet alleen in gemeenschap van goederen, maar ook van spirituele rijkdom door te trachten naar openheid van hart?
    Dat wil ik.
  • Wil je, om meer bereid te zijn je broeders te dienen en je onverdeeld over te geven aan de liefde van Christus, het celibaat beleven?
    Dat wil ik.
  • Wil je, opdat we één in hart en ziel zouden zijn en onze eenheid van dienst volledig werkelijkheid wordt, de beslissingen van de gemeenschap door de prior uitgesproken aanvaarden?
    Dat wil ik.
  • Wil je, door Christus en je broeders te ontwaren, waken over hen in goede en kwade dagen, in overvloed en armoede, in pijn en vreugde?
    Dat wil ik.
De gebeurtenis verliep onopvallend. Buiten een oecumenisch informatiebulletin, de SŒPI, bracht de protestantse pers geen verslag over het gebeuren. Een enkele geestelijke woonde de viering bij, de anglicaan Oliver Tomkins die Roger Schutz had leren kennen in Amsterdam en 1939, die bisschop van Bristol werd en nauw verbonden bleef met Taizé waar hij meerdere malen terugkwam.

De afwezigheid van vertegenwoordigers van de Franse en Zwitserse hervormde Kerken spreekt boekdelen over de afstand die ze wilden bewaren tegenover een gemeenschap die toen nochtans zichzelf ‘hervormd protestants’ noemde. Noch Roger Schutz, noch Max Thurian behoorden tot de hervormde Kerk van Frankrijk [ERF]. In die tijd stonden hun namen zelfs niet op de lijst van dominees van het Protestantse Jaarboek. Trouwens, een verkeerde informatie vanwege de oecumenische pers- en informatie dienst van Genève die aankondigde dat ‘de gemeenschap officieel herkend werd door de hervormde Kerk van Frankrijk’ werd krachtdadig rechtgezet door het Bureau van de nationale Raad van ERF.

Enkele maanden later vergezelde een jonge artiest, Eric de Saussure, zijn vader dominee Jean de Saussure op bezoek in Taizé. Het werd een openbaring: "Roger Schutz startte zijn gemeenschap op en mijn vader was de enige dominee in Genève die zijn project ondersteunde, omdat het door velen in strijd werd geacht met de protestantse geest. Ik wist niet goed wat me te wachten stond. We kwamen bij valavond aan en ’s anderendaags nam ik mijn beslissing nadat ik met Broeder Roger gesproken had. Het was niet echt een keuze, eerder een antwoord op een innerlijke oproep: Ga die weg op!"

De motieven die een jongeman bereid vinden om zijn leven aan God toe te wijden zijn niet allen redelijk. Eric de Saussure stak de diepe indruk, die zijn ontmoeting en gesprek met Roger Schutz naliet, niet weg. Later is het de beurt aan Jean Jaquenod, een groot musicus: "[...] op mijn negentiende ben ik verleid door een religieuze gemeenschap, de Gemeenschap van Taizé, toen ik er naartoe ging en Max Thurian ontmoette. Ik denk dat ik daar beelden uit mijn kinderjaren heb gevonden: mannen om te vrezen en te bewonderen, enkele uitverkorenen en een dichterlijke godsdienst. Ik heb een wereld gezien zonder vrouwen, zonder seks, zonder geld." Hij werd Broeder en bleef tweeëntwintig jaar in de Gemeenschap voor deze te verlaten.

Andere getuigen hebben de mengeling van zachtheid en gezag die van de prior uitging vermeld: zijn ‘moederlijke’ kant, het vrouwelijke dat van hem uitging en tegelijk de voorrang die hij wilde bewaren, de uiteindelijke beslissing die hij opdrong na meerdere adviezen te hebben ingewonnen. Het charisma van de leider of de stichter legde hij eerst zichzelf op, scherpzinnig of onbescheiden: "Dienaar of dienares van de eensgezindheid zijn in een gemeenschap." Soms vertaalt zich dat in eenzelfde persoon, door een manhaftig temperament verbonden aan een bijna moederlijke houding van onthaal.

Johannes XXIII had dit alles in zich, tot de barmhartige moederschoot toe. De heilige Theresia van Avila verenigde haar zin voor moederschap en harding als stichtster.

Het gezang in Taizé

"Vanaf de eerste jaren van de gemeenschap ben ik met mijn broeders begonnen te zingen. Enkelen konden muziek lezen, meerstemmig, wondermooie koren. Toen heb ik begrepen dat gezang een onvervangbare steun is voor het gezamenlijk gebed," vertrouwde de stichter van Taizé toe, die in een muzikale familie was opgegroeid. De ontmoeting in 1949 me pater Gelineau, pionnier van de Franstalige liturgische zang, was beslissend.

Als jonge jezuïet afkomstig uit de Anjou, musicus en vroegrijpe componist, begon hij vanaf 1946 te werken met het Centrum voor het Liturgisch Pastoraat, zojuist gesticht door de paters dominicanen Pie Duployé en Aymon-Marie Roguet. In 1949 was hij al begonnen enkele psalmen te componeren. Dit werk bracht dominee Schutz in vervoering. Al bij zijn eerste bezoek vroeg hij hem hoe de gebruikte aanroeping die de Getijden opende en in het Frans kon gezongen worden: Deus, in adjutorium meum intende/Domine, ad adjuvandum me festina. ‘Op een hoek van de tafel schreef pater Gelineau een melodie voor aangepaste vertaling: ‘God, kom me te hulp/Heer onze toevlucht’. Dit openingsvers ontstond in Taizé, werd beroemd en aanvaard in tal van katholieke gemeenschappen.

Pater Gelineau werd dikwijls gevraagd door Taizé om muziek en ook volledige missen te componeren. Zodra de vertaling van de ‘24 meest gezongen psalmen’ af was en door hem op muziek gezet, werd zijn werk in Taizé gebruikt, nog voor het werd opgenomen.

Broeder Robert, die een zo belangrijke rol speelde in de muziek en de zang van Taizé, bekende: "Begin de jaren 1950 beantwoordde de nieuwe vorm van psalmodie van Joseph Gelineau, juist op tijd, aan de noden van onze dagelijkse liturgie."

Terug naar Rome

Op 23 december 1949, ter gelegenheid van Kerstmis en het openen van het Heilig Jaar, richtte Pius XII aan de wereld een oproep tot de eenheid onder de christenen. In tegenstelling met de oecumene van doctrinetoenadering die de COE en de Groep van Dombes voorstelden sprak de paus uitsluitend in de zin van een ‘terugkeer’ van de ‘afgescheurde’ christenen naar de ‘enige ware Kerk’: alleen de Heilige Stoel is ‘het anker des Heils voor heel de wereld’.

Enkele weken later werd een Instructie van het Heilig Officie over de ‘Oecumenische beweging’ gepubliceerd. Veel meer uitgebreid dan het korte droge monitum van 1948 had ze een open toon. Heel voorzichtig verbood ze ‘de vergaderingen en gemengde conferenties met katholieken en niet katholieken’ niet, maar onder strenge voorwaarden. In ieder geval bleef het bijwonen van niet katholieke diensten verboden, maar een gezamenlijk gebed mocht als het een ‘Onze Vader’ of een ‘door de katholieke Kerk erkend gebed’ was.

Eens te meer vroegen Roger Schutz en Max Thurian aan kardinaal Gerlier om verschillende audiënties in Rome te bekomen om ‘onze vreugde en de weerklank die de instructie genoot te uiten’.

Vreemd genoeg, ze kregen tegelijkertijd van dominee Visser ’t Hooft de zending om ‘de kwaadaardige indruk’ bekend te maken die de Instructie in niet katholieke kringen teweeg bracht’ en de Romeinse overheid te polsen over het zenden van katholieke waarnemers naar de grote oecumenische conferentie voorzien in het Zweedse Lund voor 1952.

In Rome aangekomen op 19 juni werden de twee stichters op de twintigste ontvangen door twee Franse prelaten, Mgr. Veuillot van het Staatssecretariaat en daarna Mgr. Baron, rector van Saint-Louis-des-Français. Beiden maakten hen de vele ontmoetingen tijdens hun verblijf een stuk makkelijker. Met Mgr. Montini op 21 juni werd de kwestie van de waarnemers op oecumenische conferenties aangekaart.

Daarna deelden ze de protestantse kritiek mee, na de laatste instructie over de ‘oecumenische beweging’, en brachten verslag uit over de reacties van sommige protestantse prominenten op de ‘uitspattingen’ van de Mariaverering in sommige streken van de wereld en die, volgens hen, ‘nieuwe en diepe kloven sloegen onder de christenen [...] en een nieuwe reden en oorzaak van verdeeldheid waren’.

Pater Boyer die ze ’s anderendaags ontmoetten sprak verzoenende woorden. Aangaande Mgr. Ottaviani, die al vroeg de naam van ‘karabinier van het geloof’ meekreeg, deze was niet vijandig gezind tegenover deelname van katholieke theologen aan de komende oecumenische conferenties, op voorwaarde dat het onder de controle van de Heilige Stoel verliep.

Tot slot, daags voor hun vertrek uit Rome, werden ze op 24 juni kort door Pius XII ontvangen ... twaalf minuten ... daar het Heilig Jaar de paus verplichtte, in die periode van het jaar, het aantal en de duur van de private audiënties te beoperken. Als we hun ‘strikt vertrouwelijk verslag’, voorbehouden aan enkele katholieke vrienden en aan Visser ’t Hooft mogen geloven, hebben de twee dominees zich zeer direct opgesteld bij de uiting van hun ongerustheid: "We zeggen hem de verwachting in het niet katholieke milieu van een werkelijk ‘profetische’ tekst over eenheid, dat zijn Kersttoespraak vele protestanten heeft geërgerd, dat de uitdrukking ‘terugkeer’ psychologisch onaanvaardbaar is." Aangaande het dogma van de Maria-Hemelvaart dat binnenkort zal verkondigd worden, "zeggen we hem dat dit oecumenisch zeer ongelegen komt [...] en voor ons een Bijbels en historisch probleem stelt, en dat er voor ons geen enkele grondslag bestaat voor dit dogma."

Per toeval konden ze de heiligverklaring van Maria Goretti bijwonen en waarover ze zeiden ‘diep onder de indruk te zijn’ omdat ze er grootse betoging van katholieke eenheidszin waarnamen. Enkele dagen eerder hadden ze aan kardinaal Gerlier geschreven: "We zijn werkelijk blij hier te zijn, te midden van verscheidene bedevaarten die Rome nog meer katholiek maken."

Tegelijk hoopvol en een beetje ontgoocheld na hun tweede Romereis, kregen Roger Schutz en Max Thurian de steun van Mgr. Chevrot, pastoor van de Parijse parochie Saint-François-Xavier en vriend van Couturier: "Hoe meer ik nadenk over God en het eenheidsprobleem, hoe meer ik me ervan overtuig dat Hij zijn geheim prijsgeeft in de Bijbel. Onze verdeeldheid zal verdwijnen zoals het schisma tussen Israël en Juda na het gezamenlijk lijden in Babylon. Misschien zien we een ballingschap maar niet Esdras. Meerdere generaties ondergrondse Kerk zullen het katholiek geloof uitzuiveren en de christenen van alle belijdenissen zullen [vanuit de basis] één worden."

Toch ging Rome verder met aanwijzingen van voorzichtigheid uit te zenden, ondanks een welwillende houding tegenover de stichters van Taizé. Zo kreeg de bisschop van Autun strenge richtlijnen van Mgr. Montini voor een bezoek aan de Broeders van Taizé: "[...] het betaamt niet te doen alsof we daar ons licht gingen opsteken. Vergeet niet dat ze dwalen. Sint Franciscus van Sales in de Chablais navolgen." Dit wil zeggen ze met zachte overtuiging naar het katholiek geloof leiden.

Maria-Hemelvaart

Om 1 november 1950 verkondigde Pius XII, zijn onfeilbaarheid indachtig, plechtig het dogma van Maria-Hemelvaart in zijn bul Munificentissimus Deus: "Wij verkondigen, verklaren en bepalen dat het een door God geopenbaard dogma is dat de maagd Maria, de Onbevlekte Moeder Gods, aan het einde van haar aardse bestaan, met lichaam en ziel opgeheven werd in de hemelse glorie."

Hoewel verwacht, was dit een aanzienlijk gebeuren. In de Gemeenschap werd het stil en droevig onthaald: "In Taizé luisterden we op de radio naar de viering in Rome. Toen we hoorden dat de paus zijn onfeilbaarheid inriep, werden we stil."

De stilte duurde niet lang. Het blad Verbum Caro wijdde een volledig nummer aan het onderwerp en Max Thurian nam het grote deel ervan op zich met twee uitvoerige artikelen en een nawoord: "Hoe zouden we nalaten onze katholieke broeders weer te zeggen dat we nooit, in geen enkele theologische discussie, beter op ons gemak waren, zekerder en sterker" om te protesteren "tegen een duidelijke misvorming van het geloof?"

Veel meer nog dan het dogma zelf, betreurde Max Thurian dat het aan alle katholieken werd opgedrongen via de pauselijke onfeilbaarheid. Met harde woorden meende hij dat ‘de bron van het geloof’ zich nu bevindt in het gezag van de paus door de Heilige Geest bijgestaan: "We hebben niet meer te doen met het christianisme, nog met het katholicisme (die het geloof in Christus en in de Geest in de Kerk zijn), maar een godsdienst die alleen maar ‘papalisme’ kan genoemd worden."

Deze kritiek was breed verspreid in de protestantse middens. Dominee Boegner, toen voorzitter van de protestantse Vereniging van Frankrijk en een van de zes verkozen ondervoorzitters van het COE, drong aan: "De ontwikkeling van het mariaal dogma [die niet voltooid schijnt met de afkondiging van het dogma van Maria-Hemelvaart] en de Mariaverering verandert in onze ogen het essentiële karakter van het christianisme en toont ons een godsdienst die diep verschilt met deze waarvan het Nieuwe Testament getuigt."

De afkondiging van het dogma zal niet zonder gevolgen zijn voor de oecumenische dialoog.

De eerste fraterniteit

Eind 1950 telt de Gemeenschap twaalf leden waarvan vijf in dit jaar hun geloften hadden afgelegd: Alain Giscard, André Berruex, Eric de Saussure, Philippe Brandon en Ami Guignard.

Dit symbolisch getal bereikt [de prior had het liever daarbij gelaten] werd beslist dat de Broeders Taizé zouden verlaten om op zending de wereld in te trekken. Een idee dat reeds dateerde uit 1948.

Dergelijke experimenten groeiden in de katholieke Kerk die al enkele jaren ‘priesterarbeiders’ had. Die poging begon in 1943: Frankrijk, dat nu ‘missiegebied’ was, had behoefte aan een nieuw type priester. Een priester die de "toog ruilde voor het werkpak, in de fabriek werkte, de helse cadans en de kapitalistische uitbuiting onderging, in de meest belazerde volksbuurten woonde: een man die niet te onderscheiden was tussen de vrouwen en mannen en waarmee hij ten volle de levenswijze [misschien zijn naastenliefde], zijn blijvende beschikbaarheid voor allen en alles deelde."

Jonge religieuze congregaties waren eenzelfde weg opgegaan. In 1946 hadden de Kleine Zusters van Jezus en, een jaar later, de Kleine Broeders van Jezus, fraterniteiten opgericht in de arbeidswereld, beiden in Aix-en-Provence. Het was er om te doen aanwezig te zijn in ‘het hart van de massa’ om de beroemde titel te gebruiken van het boek dat René Voillaume begin 1951 publiceerde.

Enkele maanden na die uitgave stichtte Taizé een eerste fraterniteit in de nabije industriestad Montceau-les-Mines. Twee onder de oudste Broeders, Pierre Souverain en Daniel de Montmollin vestigden zich daar in 1951. Een symbolisch gebaar vergezelde hun vertrek na het morgengebed: Op de drempel van het grote huis legde de prior de handen op aan de, naast hun bagage geknielde Broeders. Een foto vereeuwigt dit tafereel.

De twee Broeders lieten zich aannemen in een mijn om ten volle het lot van de werknemers te delen en, zoals veel priesterarbeiders ‘meteen in de vakbondstrijd te stappen’ vertelt Broeder Roger. Deze keuze deed hen al vlug de werkloosheid ervaren en het kostte hen veel moeite om ander werk in de streek te vinden.

De fraterniteit van Montceau-les-Mines bestond slechts twee jaar. Een andere werd opgericht in Marseille en later ook in andere steden, andere landen, andere werelddelen. Kortstondig of blijvend, velen zijn verdwenen, andere bestaan reeds veertig jaar, in Brazilië bijvoorbeeld.

Opgesteld in 1953 houdt de Regel van Taizé een lange passage in over de ‘uitgezonden Broeders’ dat steunt op de ervaring van Montceau-les-Mines. "Zoals de apostelen twee per twee werden uitgezonden, zijn de uitgezonden Broeders getuigen van Christus. Mogen ze tekenen van Zijn aanwezigheid onder de mensen en dragers van Zijn vreugde zijn. Ze moeten leven volgens de tuchtregels van de Gemeenschap met ‘een in de raad bekeken aanpassing." De band met en de gehoorzaamheid aan de prior blijven onaangeroerd: de Broeders ‘op zending’ (of ‘in fraterniteit’) ‘houden de prior regelmatig op de hoogte van hun leven. Ze wagen zich niet aan een nieuwe onderneming zonder zijn toestemming, want hij moet het advies van de raad inwinnen. Als de Broeders op zending dit nauw contact niet onderhouden, gaat de eenheid verloren.’

Dominee in Mâcon

In die periode nam Roger Schutz zich voor het eerst voor om zijn officie als dominee te beoefenen in een protestantse parochie. De parochie van Mâcon die in het twaalfde district van de Franse hervormde Kerk lag en afhing van het Consistorie van Lyon zat zonder dominee sinds 1950. Dominee Schutz aanvaardde ze te bedienen maar zonder de hervormde Kerk van Frankrijk te vervoegen. Hij werd nooit op de rol van de ERF ingeschreven, noch erdoor vergoed.

De dienst ging door om 10,30 uur in de tempel, rue Gambetta. De dominee moest ook de tempel van Cluny bedienen (eens per maand met een dienst op zondagnamiddag) en meer onregelmatig de tempel van Saint-Laurent-les-Mâcon in het departement Ain.

Na tien jaar atypische dienst in Genève en daarna in Taizé keerde dominee Schutz terug naar een meer klassiek officie met gelovigen van alle slag en leeftijd, oerprotestanten die ver stonden van de grote theologische en oecumenische zorgen die de Bourgondische gemeenschap bezighielden.

Dit officie bestond niet alleen uit het voorgaan van de dienst en Avondmaal, maar ook uit de ‘zielzorg’ die hij al uitoefende bij de Broeders en de leden van de grote Gemeenschap. De zielenzorg, ook ‘raadgeving’, is verwant met de biecht en de geestelijke begeleiding van de katholieken. Gezien hij daarover veel had opgestoken bij een van zijn meesters in Straatsburg, Jean-Daniel Benoît bezat volgens Roger Schutz de kunst om er momenten van luisteren en samenspraak van te maken, waarbij het woord van verzoening past bij de persoonlijke situatie van ieder. Wat later herstelde Max Thurian het woord en de praktijk ’biecht’ weer in ere en hij wijdde zijn boek "Aan mijn broeder Roger Schutz, prior van Taizé, die me heeft opgeleid in de zielenzorg."

De prior van Taizé kreeg de gelegenheid om zich bij te scholen in een ander domein: "Daar waar hij in de Gemeenschap meestal wat schuchter was om zich uit te drukken en er maar zelden preekte, was hij op zijn gemak in Mâcon. Zijn op- en afreizen voor zijn officie herstelden zijn krachten die zwaar onder druk stonden door de permanente strijd om zijn gemeenschap te verstevigen, die al verdacht was en langs alle kanten werd bestookt."

Maar, naast zijn taken als dominee had Roger Schutz ook interesse voor de niet protestantse middens. Een vakbondsafgevaardigde van de CGT, Marcel Brissaud, herinnert zich zijn geregelde bezoeken, ook nadat hij Mâcon verlaten had.

Marcel Brissaud was secretaris generaal van de CGT Bond in Mâcon en lid van het Bureau van de Bond in het departement. De prior van Taizé kwam dikwijls naar het Volkshuis waar de kantoren van de vakbond waren, had gesprekken met de ene en de andere en toonde belangstelling voor de lopende eisen en geschillen. Nooit haalde hij religieuze onderwerpen aan. Toen hij vernam dat de vakbond een locatie zocht om haar vormingsactiviteiten op te starten stelde hij hen voor om hen onderdak te verschaffen in Taizé. De militanten aarzelden en wezen dan deze te religieuze locatie af.

In de woestijn

Op 9 november 1952 legden Moeder Geneviève Micheli, stichteres van Grandchamp, en haar zes eerste medezusters hun kloostergeloften af. Ze hadden nauwere banden met de plaatselijke hervormde Kerk (de EREN) dan Taizé met de ERF.

Dominee Du Pasquier en dominee Cand, voorzitter van de Raad van EREN, woonden de plechtigheid bij. Maar het waren Broeder Roger en Moeder Geneviève die de verbintenissen van de zusters in wit gewaad in ontvangst namen, nadat de overste zelf haar geloften had uitgesproken voor de prior. De verbintenissen waren dezelfde als die van Taizé: ‘de persoonlijke armoede en de gemeenschap van goederen beleven’, ‘het celibaat bewaren’ en ‘de beslissingen in de gemeenschap genomen, en door Moeder medegedeeld, aanvaarden’.

Na deze voor Grandchamp stichtende plechtigheid ondernam de prior van Taizé het opstellen van de Regel voor beide gemeenschappen bestemd en ingegeven met de principes, intuïties en praktijken die al lang beleefd en beproefd waren.

Als voorbereiding deed Roger Schutz in de winter van 1952-1953 een retraite waarvan hij nooit de omstandigheden openbaarde. Uit diverse bronnen kan afgeleid dat hij enkele maanden doorbracht in het noviciaat van de Kleine Broeders van Jezus in El Abiodh in de woestijn ten zuiden van Oran. Hij kende daar de novicemeester, Broeder Noël Retailleau.

De prior van Taizé vertrok per boot uit Marseille. Op een dag en een nacht bereikte hij Oran. De verdere reis verliep per autobus: vijfhonderd km met een verplichte halte in Géryville (nu El Bayadh) waar de reizigers logeerden op een missie van de Witte Paters. El Abiodh is een oase aan de voet van de laatste Atlas bergketen, aan de rand van de Sahara. Het noviciaat van de Kleine Broeders van Jezus lag in een bordj, een klein fort rond een binnenplaats dat leek op een kloostergang.

Carlo Carretto was in El Abiodh als novice aangekomen kort voor de komst van Roger Schutz en heeft de bijzondere sfeer beschreven die er heerste in dit vormingshuis naast de woestijn: "Er zijn ongeveer veertig novicen. Allen hebben een hekel aan gebruiken, bevalligheid, comfort. Al gauw wordt het aanzien als een spel. Overal vreugde, arbeid, gebed, eenvoud en wederzijdse liefde."

Het verblijf van zijn jeugdjaren in de Chartreuse en in Dombes had dominee Schutz vertrouwd gemaakt met katholieke gemeenschappen, maar er is een verschil tussen het verblijf in het gastenverblijf van een abdij en ondergedompeld worden in een gemeenschapsleven. In El Abiodh had hij maanden de tijd om de volledige maat te nemen van een bestaan in gebed en soberheid. Een bestaan buiten de tijd, onverschillig tegenover de moderne wereld, onder een trekkend moslimvolk waarmee de Kleine Broeders van Jezus respectvolle banden aanhielden. Zoals in alle fraterniteiten van de Kleine Broeders van Jezus nam de dagelijkse aanbidding van het Heilig Sacrament een fundamentele plaats in. Waarschijnlijk was Broeder Roger diep onder de indruk van die ervaring die zijn eigen aantrekking, vanaf zijn jeugd, tot het mysterie van de werkelijke aanwezigheid vervoegde.

Broeder Eric bracht na Broeder Roger enkele maanden door in hetzelfde noviciaat. Hij vertelde over het ‘harde ascetische leven’ in El Abiodh: "De nachten waren ijskoud en de dagen snikheet. Het voedsel was sober. We werden ingewijd in het katholiek religieuze leven, terwijl we de nog jonge oecumenische boodschap meebrachten. Soms gingen we drie dagen met de fraterniteit in de tent wonen waar de oudste medebroeders rondtrokken met geiten en kamelen. [...] Dit avontuur in de Sahara heeft me diep beïnvloed en mijn drang naar eenzaamheid en een eenvoudig leven vloeit deels daaruit voort. Ik heb daar ook ontdekt hoe we ons overlasten met onnuttige dingen."

In El Abiodh waren de Kleine Broeders van Jezus gewoon te bidden gezeten op de hielen of op piepkleine bankjes tussen de benen geschoven en toelieten ‘op de knieën te zitten’. Taizé nam die bidbankjes over en later waren die in vele religieuze gemeenschappen verspreid.

Na zijn verblijf in El Abiodh ging de prior van Taizé nog een tijd naar de fraterniteit van de Kleine Broeders van Jezus in Algiers. Onder de leiding van Broeder Michel Nurdin was die gelegen in een arbeidersbuurt. Daarna vertrok hij naar het Heilig Land en vervoegde er Max Thurian. Een foto door pater René Beaupère genomen toont de twee stichters van Taizé in grote mantel, lachend onder een heldere hemel naast een kameel uit Samarië. Ze gingen op bedevaart naar het Heilig Graf en naar het land waar Christus zijn leven op aarde had doorgebracht. Meer is over dit verblijf niet bekend.

Kort na hun terugkeer in Frankrijk ontviel hen een vooraanstaande figuur van de oecumene: de eerwaarde Couturier stierf op 24 maart 1954. Op de uitvaart huldigden dominee de Pury en de Weymarn (directeur van SOEPI) het verzoeningswerk dat hij had aangevat. De prior van Taizé schreef een roerende getuigenis.

In Réforme werkte hij mee aan meerdere boeken van erkentelijkheid die later uitkwamen. De stichter van Taizé begroette Couturier als een ‘profeet’. In 1944 kenschetste hij hem als ‘geestelijke vader’. Ondanks de evolutie in de Gemeenschap bleef de afstamming gevoelig. Etienne Fouilloux heeft de twee strategieën van de oecumene in de jaren 1930-1950 fijn samengevat: "Gebed-studie, hoop-incarnatie, improvisatie-organisatie, durf-voorzichtigheid." Voor hem behoorden Couturier en Schutz meer tot de eerste uitdrukkingen.

De stichter van Taizé ging verder die weg op, verkoos persoonlijke contacten boven officiële vergaderingen, gedurfde initiatieven boven programma’s lang op voorhand voorbereid en het overstijgen van tegenstellingen boven een heldere confrontatie van de verschillende standpunten.

Een regel

Couturier stierf enkele dagen voor de lezing van de Regel door Roger Schutz voor zijn Broeders werd opgesteld en die hij hield op Pasen, 5 april 1953. De prior wendt zich tot elke broeder, legt de noodzaak uit van de ‘fundamentele tuchtregels’ opdat een gemeenschap zou ‘groeien in Christus en zich wijden aan eenzelfde dienst van God’. Hij stelt gerust [je bent bang dat een regel uw persoonlijkheid zou verdringen] en waarschuwt tegelijk [dat je vrijheid geen voorwendsel wordt om volgens je eigen prikkels te leven].

Eigenlijk bepaalt de Regel eerst in enkele pagina’s een planning van de ‘daden van de Gemeenschap’: het gebed, de maaltijd, de orderaad. Dan komen de ‘spirituele tuchtregels’, als principe van de Gemeenschap sinds haar ontstaan [het Woord van God, de innerlijke stilte, de geest van de Zaligheden], met korte commentaar, alvorens de zin van de drie ‘verbintenissen voor het leven’ uitvoerig worden beschreven. De prior neemt de belangrijke beslissingen, na zijn Broeders, indien nodig, te hebben geraadpleegd, maar zonder aan ‘een meerderheid gebonden te zijn’.Hij ‘duidt een assistent aan om hem te steunen en een opvolging na hem te verzekeren’. Max Thurian zal die ‘assistent’ zijn met de titel van onderprior; later, in 1978, zal Broeder Roger in het geheim Broeder Alois als zijn opvolger aanduiden.

Later verduidelijkte Broeder Roger: "Vanaf het begin wou ik niet ‘prior’ genoemd worden in de Gemeenschap. Ik ben hun medebroeder en slechts een dienaar van de eenheid." Inderdaad zal dit een traditie zijn in Taizé. De broeders spraken over de prior door hem alleen ‘onze Broeder’ te noemen, maar aanzagen hem als ‘hun geliefde, begaafde en bewonderde stichter’.

Nochtans, buiten de Gemeenschap tekende Broeder Roger persberichten, bijdragen en boeken met ‘prior van Taizé’. Vanaf 1976 nam hij de eenvoudige vorm ‘Broeder Roger van Taizé’ aan.

Deze eerste Regel wordt aangevuld met pagina’s over ‘uitgezonden Broeders’, ‘de nieuwe Broeders’ en de ‘gasten’.

Enkele maanden na Taizé namen ook de Zusters van Grandchamp de Regel, door Broeder Roger in de woestijn opgesteld, aan tijdens een viering in Grandchamp van beide gemeenschappen in november 1953. De gezellentijd dertig jaar eerder begonnen tijdens een ontmoeting tussen de jonge Roger Schutz en Zuster Marguerite de Beaumont zette een nieuwe stap, daar de twee gemeenschappen eenzelfde geest beleefden en op dezelfde principes werkten. Samen stelden de prior van Taizé en Moeder Geneviève, overste van Grandchamp, een tekst op waarin de ‘twee gemeenschappen hun gezamenlijke roeping in dienst van Jezus Christus en de eenheid van hun getuigenis in de schoot van de hervormde Kerken’ verklaarden.

In tegenstelling met Taizé en uitgezonderd enkele veranderingen in woordkeuze en enkele aanpassingen, zal Grandchamp deze Regel ‘in oorspronkelijke versie’ handhaven, wat ‘meer concreet’ bevonden. In Taizé bleef de basistekst van de in 1953 ingevoerde Regel voor het gemeenschapsleven tot op heden van kracht, maar wel met opeenvolgende uitgaven en bijvoegsels. Dit, volgens Broeder Alois die Broeder Roger in 2005 opvolgde, ‘alsof hij ons wou meeslepen om ons niet aan de letter of structuren te hechten, maar ons steeds verlaten op de kracht van de Heilige Geest’.

In 1962 zorgden de ‘verbintenissen bij de geloften aangegaan’ en vooral de vele ‘spirituele richtlijnen’ ervoor dat de Regel tweemaal langer werd. Na het tweede Vaticaans Concilie publiceerde Broeder Roger een boek als commentaar en update van de Regel, onder de titel: ‘Unanimité dans le pluralisme’. In 1978 beraadde hij zich met zijn Broeders, tijdens de jaarlijkse raad van de Gemeenschap, over het woord ‘Regel’, dat hij te stijf vond: "Het boekje dat onze grondbeginselen uitdrukt draagt ongepast de benaming ‘regel’. Het is noch een constitutie, noch een juridische tekst. Is het niet beter om van ‘bronnen van Taizé’ te spreken?" Inderdaad, in 2001 komen de ‘Sources de Taizé’ uit waarin de originele Regel, met kleine veranderingen van formulering, alsook drie andere teksten die voor de prior fundamenteel waren.

De Derde-Orde van de Eenheid (TOU)

Het invoeren van de Regel betekende het einde voor de Grote Gemeenschap. De inwonende Gemeenschap voorafgaand verloor zo stilaan haar structuur. De nauwe banden, bijna organiek, tussen ‘clunisiens’ en inwonende Broeders zoals voorzien in de ‘Constituties’ van 1948 werden slapper. De overgebleven leden van de Grote Gemeenschap werden opgenomen in een derde-orde, gesticht met Grandchamp.

Grandchamp had ook van bij het begin een aantal vriendinnen, een ‘Grote Gemeenschap’ die financieel en spiritueel ondersteunden en regelmatig deelnamen aan retraites en bijeenkomsten die in het moederhuis plaatsvonden.

Op 31 augustus 1954 kwamen, op initiatief van Broeder Roger en Moeder Geneviève, de twee groepen (zowat honderd twintig leden) samen in Grandchamp en stichtten de Derde-Orde van de Eenheid (TOU). Broeder Roger hield een toespraak over eenheid en Zaligheden. Het jaar daarop gaf hij aan de Derde-Orde ‘een eerste kleine regel, zeer praktisch en spiritueel en gebaseerd op de beknopte Regel van Taizé:

    Bid en werk opdat Hij zou heersen.
    Dat je dagelijkse arbeid en rust bezield wordt door het Woord Gods,
    Behoud steeds het innerlijke stilzwijgen om in Christus te vertoeven,
    Doordring je van de geest van de Zaligheden: vreugde, eenvoud, barmhartigheid.


De derde-ordelingen van de Eenheid [enheid als persoon, Eenheid in de menselijke relaties, Eenheid in Kerk en wereld] verbonden zich namelijk tot het dagelijks gebed, de meditatie van de Bijbel, een regelmatige retraite en een jaarlijkse ontmoeting. ‘Het accent ligt op de roeping tot eenheid in gewone contacten (de gastvrijheid in de families, bvb) en tot samenwerken in de parochie.’ De leden zijn opgeroepen om een ‘middelpuntvliegende kracht, een uitstraling van de gemeenschapsgeest in Kerk en wereld’ te zijn.

De Derde-Orde van de Eenheid vervolgde zijn weg buiten het zog van Taizé maar met behoud van alle banden. Mettertijd namen Broeder François, Broeder Pierre-Yves of Broeder Roger zelf de animatie van sommige jaarlijkse bijeenkomsten waar.

Betrekkingen met de ERF

Terwijl de prior van Taizé aan zijn broeders een gezamenlijke Regel gaf trachtte hij de betrekkingen met de hervormde Kerk in Frankrijk (ERF) te normaliseren. Onder andere wenste hij dat de Broeders van de Gemeenschap dominee zouden worden gewijd in die Kerk. De gesprekken liepen meerdere jaren.

Om 28 juni 1954 vroeg de nationale Raad van de hervormde Kerk in Frankrijk een verslag over de voorwaarden tot toetreden in de Gemeenschap en over de verbintenissen. Op 7 augustus zond Roger Schutz een uitgebreid memorandum dat werd onderzocht en besproken door de nationale Raad op 12 oktober. De nationale Raad vond het principe van ‘eeuwige verbintenissen voor een menselijke instantie uitgesproken’ onverenigbaar met de Heilige Schrift. De verbintenis tot gehoorzaamheid aan de Gemeenschap zorgde voor een bijzondere opmerking: "Wat gebeurt er in geval van strijd tussen gehoorzaamheid aan de Gemeenschap en gehoorzaamheid aan de tuchtregel van de ERF waaraan de wijdeling zich onderwerpt?" Als gevolg oordeelde de nationale Raad van de ERF dat er meer uitleg moest komen over ‘de vorm, de inhoud en de draagwijdte van de verbintenissen, niet enkel tot het celibaat, maar ook tot de gehoorzaamheid.’

Op 2 december werden op de zetel van de ERF in Parijs Roger Schutz en Max Thurian, samen met Broeder Robert Giscard, verhoord door het bureau van de nationale Raad. Op 5 januari 1955 vervolledigde de prior dit verhoor met een tekst die hij zond aan de prominenten van de ERF. In de vergadering dertien dagen later meende de Raad: "De principes van de Hervorming laten niet toe dat een mens verbintenissen voor het leven (gehoorzaamheid, celibaat, enz.) aangaat tegenover een menselijke instantie die hem ook van zijn verplichtingen kan ontlasten." De discussie ging dus door. Op 28 en 29 september kwamen dominee Bourguet (voorzitter van de nationale Raad) en drie andere dominees naar Taizé om met de vertegenwoordigers van de Gemeenschap, dominees Schutz, Thurian en de Montmollin, alsook Broeder Giscard te praten. Volgens de afgevaardigden van de ERF waren de gesprekken ‘ zeer broederlijk, direct, gemakkelijk en vruchtbaar’ maar er bleven meningsverschillen. Het ging om de onafhankelijkheid van Taizé en de wil om een ‘interconfessionele’ gemeenschap te blijven. Maar de nationale Raad vond dat ‘het niet mogelijk is aan de universele Kerk toe te behoren zonder lid van een bestaande Kerk te zijn’.

De moeizame onderhandelingen tussen de nationale Raad en de afgevaardigden van Taizé hadden de Gemeenschap er gelijklopend toe gebracht haar positie in de Kerken uit te klaren. In negen punten neergeschreven, in die periode onder de titel ‘Kerk en Gemeenschap’ omschrijft Taizé zich niet meer als hervormde gemeenschap, maar als ‘cenobietengemeenschap’ die een ‘verkondiging van de Kerk, Lichaam van Christus, met haar plaatselijk karakter’ is. ‘Door de verscheidenheid van haar leden’ is ze ‘een van de tekenen van het supranationale en zelfs het confessionele oecumene van de Kerk’. Daardoor ‘zou ze haar roeping verloochenen door juridisch onderhevig te zijn in alles aan de plaatselijke nationale Kerk.’

Deze tekst werd door Broeder Roger in de Raad van de Broeders gelezen op 29 november 1956. Maar er was nog heel wat tijd nodig om de relaties tussen Taizé en de ERF te omschrijven.

Lijden met U

Anderzijds blijkt, vanaf 1954-1955 tot aan het einde van het pontificaat van Pius XX, dat prior Schutz ontgoocheld was door de katholieke Kerk. Waren er bijeenkomsten in Rome met pater Boyer en zijn centrum Unitas over de oecumene en de Vestigia ecclesiae? Roger Schutz schreef twee bijdragen in het blad van pater Boyer, maar had twijfels: "De oecumenische beweging is in crisis [...] na samen, Roomse en niet Roomse, de grote theologische kwesties te hebben bekeken, na samen onderzocht te hebben wat ons verdeelt en wat ons verenigt, zijn we verplicht te erkennen dat we voor een muur staan.."

Het verbod rond de priesterarbeiders in 1954 en de sancties voor de Dominicaanse theologen die het experiment ondersteunden (paters Congar, Féret en Boisselot) gaven Roger Schutz de indruk dat hij voor een muur stond. Hij schreef zijn ontgoocheling naar pater Congar: "Ik wou u zeggen hoezeer we gevoelig zijn aan de beproeving die we ondergaan. We kunnen maar niet begrijpen waarom deze maatregelen er zijn en we kunnen alleen maar ons lijden met U delen en U toevertrouwen aan de barmhartige Heer. Dank voor al wat U bent in de oecumene en ons persoonlijk bijbrengt."

Taizé scheen zich toen op de protestantse wereld te concentreren. Buiten de discussies met de ERF ontving de Gemeenschap in september 1955 het nationaal congres van de protestantse ‘Postfederatie’ die vroegere leden van de Franse Federatie van protestantse christelijke studentenverenigingen bijeenbracht. Gezien de grote verscheidenheid van Franse protestantse families in die tijd, was de keuze van Taizé om dergelijk nationaal congres in te richten een verenigend gebaar. Daarbij werd door dominee Marc Boegner [voorzitter van de protestantse Federatie in Frankrijk] in Taizé een retraitecentrum voor mannen ingehuldigd, dat was ingericht in een huis van het dorp.

In dezelfde periode vond de wil van Taizé, om zich lokaal in te werken, een mogelijkheid om zich te uiten. Broeder Alain Giscard was landbouwingenieur en sinds jaren gelast met de boerderij. In 1954 zette de melkerij die in de streek de melk kwam ophalen haar activiteiten stop. Broeder Alain stelde aan de boeren uit de omgeving voor een coöperatieve melkvereniging op te richten om de verdwenen onderneming te vervangen. Het werd een groot succes dat zich wijd uitbreidde. Tot duizend tweehonderd boeren sloten zich aan. Het bedrijf werd een model dat de boeren per autobus kwamen bezoeken.

Naar de beeldspraak van een ex-Broeder, Jean Jaquenod, werd Taizé een ‘bijeenkorf’ rond dominee Schutz, tegelijk stichter, beheerder en geestelijke vader van de Gemeenschap. Broeders zoals de theoloog Max Thurian of de communicatieman Robert Giscard op het einde van de jaren 1950 namen een belangrijk plaats in. Docent Guyotat, psychiater en psychoanalyst, die het voorwoord schreef in het boek van Jean Jaquenod, nam de beeldspraak over: "De Gemeenschap lijkt wel een honinggevende bijenkorf waarvan de prior de koningin is: de bijen kunnen er leven en werken in de omtrek, bijvoorbeeld in de huistaken. [...] Andere vliegen uit in de wereld, als dragers van de oecumenische boodschap. Nog andere gaan ver weg om een buitensporig of dramatisch leven te leiden, maar steeds intiem verbonden door een netwerk dat niet te verwoorden is."

Vertaling: Broeder Joseph

» Reageer (0)
07-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 4. Terug naar Taizé [2]
Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 4. Terug naar Taizé [2]

Eerste persartikels in Frankrijk

Het weekblad Réforme was het eerste persorgaan om over Taizé te spreken in 1947. Tegelijk religieuze publicatie en informatieblad werd deze uitgave gesticht in 1945 door een groep vrienden waaronder Albert Finet, Jean Bosc en Pierre Bourguet (voorzitter van de hervormde Kerk in Frankrijk tussen 1953 en 1968). Geleid door aanhangers van Barth, met een voorzitter die zichzelf bestempelt als ‘gaullist’, verwerpt het blad een monolithisch karakter aan te houden. ‘Het is een kruispunt waarop de meeste protestantse intellectuelen elkaar ontmoeten en het vrije woord dat er heerst, verklaart zeer duidelijk de belangstelling die het blad geniet.’ Dominee Finet was er zesentwintig jaar directeur. Theologisch beïnvloed door Karl Barth was hij de bezieler van het weekblad en hanteerde een radde en vrije pen. Zijn blad bracht vele en soms kritische stukken over Taizé.

De eerste bijdragen, op 2 augustus 1947 verschenen, klinken als een fanfare. Het protestantse weekblad wijdt een heel dossier over de toen nog geheten ‘Gemeenschap van Cluny’. Dominee Maurice Sweeting heeft er drie dagen doorgebracht. Hij beschrijft de plek, stelt het domein voor en vertelt dat tijdens zijn bezoek een broeder ‘tweehonderd fruitbomen heeft geplant’.

Een ander stuk van de pen van de filosoof Paul Ricoeur (later een van de meest markante vaandeldragers van de protestantse gedachte), stelde de ‘evangelische hervormde Gemeenschap van Cluny’ voor zonder het woord ‘abdij’ te gebruiken en zette hij duidelijk uiteen dat het niet gaat over ‘een omzetting van de Regel van de benedictijnen voor de hervormde Kerk’. Trouwens de geweigerde religieuze geloften bevestigen het protestantse karakter van de jonge Gemeenschap: "Het is duidelijk dat niemand met eeuwige geloften aan de Gemeenschap verbonden is: je kunt evengoed proberen de Heilige Geest te gijzelen die de geschonken gaven kan terugnemen om er andere heel verschillende te geven." Paul Ricoeur onderstreepte de bijzondere roeping van de ‘clunisiens’: ‘de zin van gemeenschapsleven aanwakkeren en verdiepen in een Kerk die nog steeds gebukt gaat onder individualisme’, en het nieuwe: ‘In Cluny vormen jonge mannelijke vrijgezellen een ‘sedentaire’ gemeenschap waarrond leden zweven die een tijdelijke retraite beleven’. Inderdaad ondersteunde toen de Grote Gemeenschap nog van op afstand de vaste gemeenschap.

Het dossier van Réforme inspireerde enkele dagen later een schrijven in La Croix, het eerste in de katholieke pers, onder de titel: ‘Een protestantse abdij’. Deze uitdrukking, soms nog gebruikt, werd altijd afgewezen door Taizé.

De gemeenschap die overkomt als een gemeenschap van gebed en werk laat haar oecumenische oriëntatie nog niet doorschemeren.

Max Thurian was de stuwkracht achter die richting. In samenwerking met de dominees Jean-Louis Leuba en Jean-Jacques von Allmen (vroegere medestudent van Schutz in Lausanne) richtte hij in 1947 het blad Verbum Caro op. Eerst los van Taizé, wordt dit ‘theologisch en kerkelijk ’tijdschrift wordt gedrukt in Neufchâtel en heeft het zijn zetel in Bazel..Het is een aanhanger van de gedachte van Karl Barth, met het gevaar, naar het eerste voorwoord, te vervallen in ‘een zekere denkbeeldige Bijbelse oudheidkunde, of in een willekeurige algemene filosofie’. Het werd een lichtbaken voor de oecumenische gedachte en werd enkele jaren later vanuit Taizé bestuurd en daar ook gedrukt.

Nog in september 1947 werd Max Thurian [hij was nog maar één jaar dominee] gelast met de oprichting, vanuit protestantse rangen, van de conferenties binnen de jaarlijkse bijeenkomst van de Groep Dombes. Aan de adjunct secretaris generaal van het COE, Herbert Newell, legde hij zijn doelstelling voor: "Deze ontmoetingen werden ingegeven door Couturier en brengen vooruitstrevende theologen in de Rooms-katholieke kerk samen met enkele hervormde. We proberen samen misverstanden en vooroordelen weg te werken om zo tot een uitzuivering van onze eigen opvattingen te komen, in het licht van de oecumene en trouw aan onze eigen tradities. Dit jaar willen we met een orthodox, een anglicaan en een lutheraan meedenken, zonder dat ze een conferentie moeten verzorgen, maar gewoon hun traditie vertegenwoordigen in onze gesprekken en onze vragen beantwoorden over een of ander punt in de leer van hun Kerk."

Na de vergadering die doorging in de abdij van Dombes tussen 1 en 5 september en die ging over de Kerk, stuurde Max Thurian een verslag naar dezelfde correspondent. "Het is een kladschrift dat nog niet nagekeken werd door de verantwoordelijken, legt hij uit. Het is dus nu voor publicatie bedoeld en in geen enkel geval mag de naam van onze katholieke broeders geschaad worden, daar hun durf gevaarlijk is. Ik ben dikwijls verrast door het vrije woord van vele Franse katholieke theologen, soms ook ben ik bang voor hen."

De voorzichtigheid leek bijna verzwijging. In die tijd spraken Schutz en Thurian zich anders uit, naargelang ze zich tot protestanten of katholieken richtten.

De ‘simultaneum’

In november 1947 kwam Mgr. Lebrun langs in Cluny en aanvaardde om de twee stichters van Taizé te ontmoeten. Hun onderhoud duurde twee uur en Mgr. Lebrun liet niet na verslag uit te brengen bij de nuntius in Parijs: "Ik stond voor twee jonge dertigers, zeer verstandig, eenvoudig, lief en hoffelijk. Ze spraken over hun levensstijl (ze zijn met acht) die een soort monachisme nastreeft: zuiverheid, delen van bezittingen, Getijden bidden, handarbeid. Het zijn contemplatieve zielen en de liturgie bekoort hen en trekt hen aan."

Mgr. Lebrun verzweeg de verschillen in doctrine; in die tijd had de bisschop van Autun evenals de aartsbisschop van Lyon een welwillende aandacht voor deze ‘protestantse monniken’ die ze eens in de katholieke Kerk hoopten te onthalen.

In januari 1948 vroeg Broeder Roger opnieuw de toelating om de dorpskerk te mogen gebruiken voor het gebed van de gemeenschap. Na de mislukking van zijn poging in 1944-1945 schreef de overste van Taizé ditmaal rechtstreeks naar de bisschop en met nieuwe argumenten. De uitbreiding van de gemeenschap en de aanwezigheid van een twintigtal wezen, waardoor de kleine huiskapel te eng werd, liet hij gelden. In plaats van een eigen tempel te bouwen gaf de gemeenschap de voorkeur om de oude romaanse kerk in verval te gebruiken. De Broeders verbonden zich om de kerk te herstellen en vroegen dat de regels van het simultaneum, toen in voege in streken van ‘gemengde godsdienst’ (zoals de Elzas), werden toegepast.

Mgr. Lebrun liet een ‘vertrouwelijke nota’ opstellen over de gemeenschap ten behoeve van de aartsbisschop van Lyon en de nuntius in Parijs, raadpleegde de pastoors uit de omgeving alsook kenners van het kerkelijk recht. Daarna, twee maand later, liet hij door zijn vicaris een brief schrijven die de gevraagde toelating toestond ‘onder de gewone voorwaarden’:

1. Het koor is voorbehouden aan de katholieken en alleen de beuk is toegankelijk voor protestanten.
2. Gesloten kerk onder de protestantse diensten opdat geen enkele katholiek deze zou bijwonen.

Meteen bedankte Broeder Roger Mgr. Lebrun met de hartelijke woorden: "Monseigneur, U getuigt waarlijk van de zuiverste katholieke geest. Wederkerig verzeker ik U van onze gehechtheid en van de weergalm in ons hart door uw gebaar opgewekt en die niet zonder naklank zullen blijven."

Een ‘Vervolg op de vertrouwelijke nota van 10 maart 1948’ op 22 mei en weer bestemd voor het aartsbisdom Lyon en de nuntiatuur in Parijs, haalt een uitreksel aan uit een ‘verslag’ over de gemeenschap van kanunnik Dutroncy. Deze hield regelmatig contact met dominee Schutz en was ervan overtuigd dat deze katholiek zou worden: "Men kan de veronderstelling niet uitsluiten, zei hij, van individuele bekeringen tot het katholiek geloof. Ik denk dat de overste het dichtst bij ons aanleunt." Hij haalde ook een feit aan dat voor opschudding in het protestantse milieu zou hebben gezorgd indien het bekend werd: "Dominee Schutz bekeerde onlangs een meisje dat protestante wilde worden. Hij liet haar verstaan dat ze ontgoocheld zou zijn door het protestantisme. Hij verwees haar naar een katholieke geestelijke begeleider en er wordt gezegd dat ze in het noviciaat verblijft."

Zelfs indien Max Thurian en Roger Schutz hebben gedacht dat de nuntius in Parijs, de latere Johannes XXIII, de toelating van 1948 had bevorderd, had Mgr. Lebrun die beslissing alleen genomen en de nuntius alleen maar ingelicht. Mgr. Roncalli stuurde slechts een verslag naar het Heilig Officie. Maar het schijnt dat dit verslag verloren ging, wat tien jaar later de bisschop van Autun last zal bezorgen, zoals we later zullen zien.

De Gemeenschap maakte dagelijks gebruik van de katholieke kerk. Er werd ook terug een zondagsmis in opgedragen met beurtelings priesters uit de omgeving.

"Katholiserenden"

Evenals Mgr. Lebrun was pater Villain ervan overtuigd dat de protestantse monniken, die nauw aanleunden bij het katholieke geloof, zich weldra zouden ‘bekeren’. Hij schrijft dat naar Mgr. Charrière, bisschop van Fribourg met wie hij een permanente briefwisseling onderhoudt vanwege het inrichten van oecumenische verzamelingen: "Ik ben nu heel verheugd om U weer over onze vrienden van de Gemeenschap van Cluny te spreken, nu ik hen na twee jaar thuis weerzag. De Gemeenschap was fel veranderd, evenwichtig, blij van evangelische vreugde en met openlijk katholieke gedachten." In sub secreto vertrouwt hij de bisschop toe dat ze "alles willen ondernemen om de heuvel en de streek weer katholiek te maken en ze er met veel tact aan werken. Maar ze hebben het voorstel van het Consistorie van de hervormde Kerk van Lyon geweigerd dat hen protestantse parochies tussen Lyon en Chalon wilde toevertrouwen. Ze meenden, schrijft hij, dat hun monnikenroeping hen dat niet toelaat, maar vooral dat hun katholieke preken de protestantse gelovigen zouden verbazen."

Waren pater Villain, Mgr. Lebrun en Mgr. Charrière zo naïef te denken dat het ‘katholiserende’ gemeenschapsleven van Taizé hun leden onvermijdelijk naar het katholieke geloof zou leiden? Of konden de aarzelingen en vragen van de dominees Schutz en Thurian dit perspectief veronderstellen? A contrario bracht het beroemde tijdschrift Time een veel minder oecumenisch uitspraak van de stichter van Taizé aan het licht. Het bekende blad wijdde toen een reportage aan de Franse ‘calvinisten met kap’, die Broeders die om 3.30 uur in de morgen opstonden voor een nachtdienst, die een ‘hervormd monachisme’ beleefden in het protestantse geloof, maar zonder geloften te hebben afgelegd, die ‘boerenjassen’ droegen en sandalen, het land bewerkten en niet uitsloten weldra in de wereld een ‘sociale taak’ te verrichten. De journalist vermelde een krachtig antwoord van dominee Schutz op de vraag over zijn aanhang met de calvinistische traditie en een mogelijke bekering tot het katholiek geloof: "het is onmogelijk terug naar Rome te gaan, want Rome is niet hervormd."

Van zijn kant ging de bisschop van Autun verder met welwillende gebaren voor hen. Op 29 juni van datzelfde jaar 1948 nodigde hij Schutz en Thurian uit om de wijdingplechtigheid, die hij voorging in zijn kathedraal, bij te wonen, waarna hij beiden op het bisdom ontving. Dit gebaar raakte diep zijn gesprekspartners: Hij vierde vijfentwintig jaar priesterschap en had een grote tuil gladiolen gekregen. Toen we weg gingen schonk hij ons die bloemen en zei: "Versier daar jullie kerk mee." Nochtans had hij al enige kritiek moeten horen van mensen dat de bisschop de kerk van Taizé aan de protestanten heeft gegeven. Maar hij houdt vol.

In vertrouwen laat Roger Schutz verstaan dat de gemeenschap toen een moeilijke tijd doorstond. Een student geneeskunde, Robert Giscard, kwam in Taizé een retraite volgen en besloot in de gemeenschap te treden. "Die komst," vertrouwde de prior toe, "was een keerpunt. Was hij toen niet gekomen, dan was het voor ons moeilijk om ons te handhaven. Hij is een scherpzinnig man over de anderen en zeer objectief. Dat heeft ons enorm geholpen."

Robert Giscard was de eerste Fransman die de Gemeenschap vervoegde, en dra volgden nog twee anderen: Albert Lacour en Axel Lochen.

Geleidelijk werd het een meer monastieke Gemeenschap. Volgens een verslag van pastoor Dutroncy ‘vierden de dominees elke nacht om 3 uur de Getijden. Ze kozen als koorkleed dat van de >Petits Chanteurs à la croix de bois: wit kleed met kap en borstkruis. In hun huis zal het kloosterslot ingevoerd worden: de vrouwen zullen niet toegelaten worden’. Hun dagelijkse kledij, te zien op sommige oude foto’s, bestond uit de korte grijsblauwe jas van de boeren in Vaud die algauw door gewone burgerkleren wordt vervangen.

Gemeenschap van gebed natuurlijk, gemeenschap van arbeid, intellectuele gemeenschap, Taizé wou ook steeds meer een oecumenische gemeenschap zijn: "Ze wil een soort gemeenschappelijk bestaan scheppen dat niet vreemd is aan de protestantse gedachte, want haar diepe wens is dat ‘protestantse abdijen’ plaatsen worden van arbeid, ontmoeting en oecumenisch gebed, bruggen tussen afgescheurde broeders."

De Grote Gemeenschap

De jonge Gemeenschap probeerde haar identiteit nog te vinden. "De inwonende Gemeenschap is bezig haar regel te beleven alvorens ze te codificeren," zei Max Thurian toen. Ze bleven bij de voorschriften in de Notes explicatives van 1941.

Daartegen kreeg de Grote Gemeenschap of derde-orde zoals toen werd gezegd een definitieve constitutie in 1948. Deze ‘constitutie’ werd nooit gepubliceerd maar verspreid onder de leden en onder de ‘vrienden van Cluny’ en sommige katholieke en protestantse prominenten.

De Grote Gemeenschap is beschreven in die constitutie als een ‘geestelijke familie die het belang van een profetisch getuigenis begrepen hebben’ (zoals door de Gemeenschap van Cluny-Taizé beleefd). Er wordt dan gerefereerd naar Port-Royal: "Men is van Cluny zoals men van Port-Royal was, in de grootste innerlijke vrijheid, de vurige verbintenis en de meest getekende geest."

Dit principe wordt vertaald door concrete verbintenissen: een of twee getijden dagelijks bidden, één van geest met de inwonende Gemeenschap met gebruik van L’Office de l’Eglise universelle, geestelijk begeleid worden door een van de leden, biechten bij een dominee van de hervormde Kerk of in de Gemeenschap, deelnemen aan het jaarlijkse ‘groot colloquium’ (van de derde> vrijdag van juli tot de maandag daarop), een jaarlijkse retraite volgen in Taizé, de ‘Introduction à la vie communautaire’ herlezen om ‘steeds in staat te zijn sommige aspecten van het leven, de roeping en het ministerie van de inwonende uit te leggen’.

De ‘clunisiens’ hebben ook een ministerie te vervullen in de Kerk, namelijk ‘de geest van gemeenschap en oecumene’ te verspreiden en ‘moedig arbeiden aan de toenadering en de eenheid van de christenen (samensmelten van de nationale en vrije Kerken, eenheid van de hervormde Kerk met de andere godsdiensten, begrip van het katholieke geloof)’.

De materiële hulp, een deel van het ‘getuigenis’ dat de clunisiens moeten geven is nogal radicaal geformuleerd. De goederen behoren niet persoonlijk toe aan de ‘clunisiens’, ze moeten klaar staan om ze op te offeren indien nodig: ‘De inwonende Gemeenschap zal de ‘clunisiens’ inlichten over de dringende noden van het gezamenlijk ministerie.’

Om ‘clunisien’ te zijn volstaat het ‘de constitutie na te leven’ en nadat de ‘verbintenissen’ ten aanzien van de inwonende Gemeenschap werden aangenomen onder het Heilig Avondmaal op de laatste dag van het groot jaarlijks colloquium.

Op het einde van de Constitutie staat een "lijst met clunisiens en vrienden van Cluny." De drieënzeventig namen die erin voorkomen geven een bijna volledig beeld van de uitstraling van Taizé toen in het protestantse milieu. Uiteraard worden de vrienden van het eerste uur vernoemd, waaraan vele Zwitserse en Franse dominees werden toegevoegd die de beginnende Gemeenschap leerden kennen en waardeerden (de dominees Jean de Saussure en Roland de Pury bijvoorbeeld). Er zijn ook docenten theologie die een intellectuele waarborg aanbrengen voor een groep die meer en meer op studie gericht is (de docenten Gilleron in Straatsburg, Leenhardt in Genève, Sourp in Parijs). In die tijd maken persartikels nauwelijks gewag van deze Grote Gemeenschap die weldra zal verdwijnen begin 1950, opgeslorpt door de ‘derde-orde van de Eenheid’, overkoepeld door Grandchamp.

Een spirituele nabijheid

In die tijd citeert Max Thurian twee inspiratiebronnen voor de Gemeenschap: de heilige Benedictus en de heilige Franciscus. Bij ‘de eerste houdt ze van de opvatting van de gemeenschapsorganisatie als een grote familie in dienst van Gods werk, en bij de tweede de vreugde, de eenvoud, de liefde van het broederschap’. Hij zou er deze van pater de Foucauld aan kunnen toevoegen. Na de dood in 1916 van de beroemde eremijt van de Sahara waren de congregaties ontstaan die hij wou stichten: in 1933 sticht René Voillaume in El Abiodh Sidi Cheikh in het zuiden van Oran de Kleine Broeders van Jezus en in 1939 in Touggourt (Zuid Algerije) sticht Madeleine Hutin de Kleine Zusters van Jezus.Roger Schutz kwam in contact met beide congregaties in de zomer van 1948. Op 24 juli kwam Broeder Noël, verantwoordelijk voor het noviciaat van de Kleine Broeders van Jezus in El Abiodh naar Taizé voor een vergadering van katholieken en protestanten. Na zijn bezoek schrijft hij: "Ik voelde me één van geest met deze jonge broeders wier bezieler, de heel jonge Roger, me zei gedurende zes maanden gevoed te zijn geweest door de geschriften van pater de Foucauld. Een leven van benedictijner strekking maar doordrenkt met franciscaanse geest. Ze zijn met zeven intellectueel of manueel bezig op de hoeve. Geleidelijk herontdekken ze de religieuze waarden: toewijding aan God door de drie geloften, het Getijdengebed, de dagelijkse communie. En alles doordrenkt met naastenliefde. Het leek op een van onze fraterniteiten. Bij mijn vertrek heb ik ze als broeders omhelst.

Enkele dagen later bezoekt ook de stichteres van de Kleine Zusters van Jezus, Zuster Magdeleine de Jésus, Taizé tijdens een doorreis in Frankrijk. De stichter van Taizé kwam zeer ‘katholiserend’ over want dezelfde avond nog schreef Zuster Magdeleine naar pater Voillaume: "[Ze] zijn zeer sympathiek [...] Hun gedachte onthutst licht: de katholieke godsdienst herstellen door hun uitstraling in het dorp! Is het mogelijk zo iets tegen te komen? [...] Ze willen de paus en Mgr. Montini gaan bezoeken. En ze dromen van een Kerk die één is en verbonden met Rome. Graag zou ik hen langer ontmoeten."

Na deze eerste ontmoetingen bleef Roger Schutz nauw verbonden met de twee congregaties. Hij overwoog zelfs een tijdje dat zijn gemeenschap bij de Kleine Broeders van Jezus zou gevoegd worden.

De conferentie van Amsterdam

De rechtgevende vergadering van de Oecumenische Raad van Kerken (COE) moest in de zomer van 1948 doorgaan. Als bekroning na tien jaar inspanningen, tegelijk vertraagd en bezield door de oorlog, zou deze vergadering het officieel ontstaan van de Raad inluiden door de twee grote vooroorlogse oecumenische strekkingen te verenigen: Life and Work (‘Praktisch christianisme’) en Faith and Order (‘Geloof en Constitutie’). Alle christelijke Kerken waren uitgenodigd om lid van de Raad te worden.

Er kon geen sprake zijn van deelname aan het COE voor de katholieke Kerk. Dat zou betekenen dat ze het bestaan herkende van meerdere gelijke Kerken. Maar sommige katholieke theologen die deelnamen aan de oecumenische dialoog (de paters Congar, Dumont, Beauduin, Lialine, Villain en de eerwaarde Couturier) hoopten op zijn minst dat Rome ‘waarnemers’ zou sturen naar de rechtgevende vergadering van de Raad. Tegelijk weigerden de inrichtende instanties om de katholieke Kerk openbaar uit te nodigen, uit vrees voor een weigering of ‘aanduiding van slecht ingelichte of moedwillige Romeinse theologen’. Ze opperden het voorstel ‘onofficiële waarnemers’ die ‘op eigen initiatief kwamen’ te sturen.

Uiteindelijk publiceerde het Heilig Officie twee maand voor de conferentie een monitum (verwittiging) die eraan herinnerde dat het ‘verboden is aan leken en clerus, zowel reguliere als seculiere’ om vergaderingen te houden of eraan deel te nemen als daarin ‘akatholieken’ zitten en het gaat over ‘geloofszaken’. Nochtans hield de Heilige Stoel zich het recht voor om katholieken toe te laten aan deze oecumenische vergaderingen deel te nemen.

De rechtgevende vergadering van het COE vond plaats in Amsterdam tussen 22 augustus en 5 september 1948 zonder openbare deelname of aanwezigheid van katholieken.

Honderd zevenenveertig protestantse of orthodoxe kerken uit vierenveertig landen stuurden hun vertegenwoordigers. Vele praktische bepalingen werden bevestigd. Mgr. Fisher, aartsbisschop van Canterbury, werd herverkozen tot voorzitter van het COE en Visser ’t Hooft als algemeen secretaris, een functie die hij zal bekleden tot in 1966.

Vele katholieken zagen in het COE een onaanvaardbaar opzet van ‘super-Kerk’ of van ‘wereldkerk’. Zelfs indien het monitum van juni 1948 niet verwees naar het COE, waren de protestantse en oecumenische kringen diep ontgoocheld. De beroemde theoloog Karl Barth onder andere haalde zeer streng uit naar Rome en de paus: "Daar waar niet alleen Jezus wordt genoemd, maar ook Jezus en Maria, daar waar men een onfeilbaar karakter aan een aardse overheid herkent, kunnen we alleen een duidelijk NEEN zeggen. Onze enige houding tegenover het katholicisme is deze van de zending, de evangelisatie, maar niet van de eenheid."

In Taizé werd gewed op het bedaren. Na het verschijnen van het monitum waren Roger Schutz en Max Thurian gerustgesteld door de bedarende woorden die de twee bezochte bisschoppen, Mgr. Charrière in Fribourg en Mgr. Lebrun in Autun hadden uitgesproken.

Enkele maanden na de conferentie van Amsterdam schreef Max Thurian een oecumenische bijdrage over het monitum. Hij vroeg nochtans dat de Romeinse overheid en de paus meer regelmatige en persoonlijke contacten zouden leggen met niet-katholieken en dat een ‘Congregatie voor oecumenische problemen’ in het leven zou geroepen worden. Hij beëindigde zijn betoog met een gewaagd voorstel: "Waarom zou de huidige paus geen geheime samenwerking organiseren tussen katholieke en niet-katholieke theologen, waar onderzocht wordt om een encycliek over de eenheid op te stellen die het meesterwerk van Pius XII zou zijn en een groot kerkgebeuren in onze eeuw?"

Ook daar weer de zin voor geheim die zo vaak de initiatieven en de evoluties van Thurian en Schutz kenmerkt.

Tijdens zijn bezoek aan kardinaal Gerlier, aartsbisschop van Lyon, gaf Max Thurian hem zijn bijdrage. Toen de kardinaal naar Rome ging in december 1948 gaf hij deze te kennen aan Mgr. Montini, substituut aan het Staatssecretariaat. Zo begon, tussen Rome en Taizé, een verhouding die weldra direct zou worden.

Vertaling: Broeder Joseph


» Reageer (0)
06-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 4. Terug naar Taizé [1]
Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 4. Terug naar Taizé [1]

Dankzij een regeringsopdracht uitgeschreven in de herfst van 1944 door André Philip, commissaris van de Republiek in de voorlopige regering van generaal de Gaulle, kon Roger Schutz terug naar Taizé, samen met Max Thurian, Pierre Souverain en Daniel de Montmollin. Roger was nog de enige dominee van de Gemeenschap: Max werd gewijd in 1946 en Daniel in 1949.

Het grote huis dat ze vervoegden en dat sinds twee jaar leeg stond, was licht beschadigd. Handen uit de mouwen dus. Al vlug besliste Roger Schutz dat alle onderdelen van het huis die pronkzuchtig leken, af te breken: het torentje op het dak, de ronde raampjes, de zinken krullen. Tegelijk werd op de grote zolder een kapel gebouwd.

Om de landbouwwerken op te starten moest het domein ontgonnen worden. Daarna konden ze de tuinaanleg verwezenlijken en enkele koeien fokken. De gemeenschap wou zelfvoorzienend zijn, maar ze had lange tijd nood aan de hulp van de Grote Gemeenschap en had eerst in 1947 een begroting in evenwicht.

De inleiding tot het gemeenschapsleven

Enkele weken na zijn vaste intrek in Taizé in oktober 1944 publiceerde Roger Schutz zijn eerste echte boek, Je sers, dat hij uitgaf samen met de meest befaamde protestantse uitgever van Genève, Labor et Fides, en een uitgeverij in Parijs, gesticht voor de oorlog door Denis de Rougemont. Beide uitgevers waren vooral actief in litteraire uitgaven maar wel duidelijk protestants getint. Dit boek was het begin van ‘Collection Communauté de Cluny’ (CCC). Ondanks de kritiek bleef Roger Schutz achter de benaming van Cluny staan, met volgende uitleg: "Cluny. Deze naam komt van de streek, de Clusinois, waar het eerste huis werd geopend en doelt niet, zoals sommigen beweren, op een omzetting van het benedictijns leven naar de hervormde kerken."

Dominee Schutz schreef een groot gedeelte van het werk toen hij nog in Zwitserland was, maar sommige passages [o.a. over de ‘ Kinderstad’, waarover later meer] tonen aan dat het herlezen en aangevuld werd in Taizé.

Dit boek ontwikkelt de kleine Notes explicatives van 1941 en brengt bewerkte delen uit zijn eindschrift van 1943. Het gedachtegoed van de stichter van Taizé is aangevuld met het gemeenschapsleven dat hij al enkele jaren beleeft. In zeventien korte hoofdstukken omschrijft het boek duidelijk wat de Gemeenschap van Cluny nastreeft.

In het ‘hoofddeel Cluny’, naar de uitdrukking van Roger Schutz, zijn steeds twee ‘soorten ministeries’ te onderscheiden. Deze van elke Gemeenschap en deze van de inwonende Gemeenschap, verenigd in eenzelfde roeping: ‘Levenslang mensen verenigen die samen Christus volgen, mensen die in hun belijdenis niet gespleten worden maar zich geheel aan hun roeping wijden.'

"Geen statuut. Geen reglement," maar de basisformulering van de Gemeenschap zoals vastgelegd sinds 1941: de spreuk Ora et labora ut regnet, de drie ‘wetten van de spirituele begeleiding’ en de ‘geloofsbelijdenis’ die bij de verbintenis werd uitgesproken, dit alles uitvoerig beschreven in de vijf laatste hoofdstukken.

Deze Introduction hield meerdere vernieuwingen in. Eerst een lang citaat uit De votis monasticis door Luther in 1521 gepubliceerd maar in die tijd nog niet vertaald.

In de aangehaalde passage vroeg Luther om de ‘colleges en abdijen’ te handhaven, waar mannen zich wijden aan God en studie en de jeugd opleiden door ‘geestelijke oefeningen’ en een ‘liturgische pedagogie’. Maar hij duidde: "Ze moeten niet belast of weerhouden worden met geloften, met gevaar voor hun geweten."

Toen volgde de stichter van Taizé Luthers aanbeveling op. Hij benadrukt de ‘vreugdevolle armoede’ en de ‘gemeenschap van goederen’ (drie hoofdstukken zijn daaraan gewijd). Een hoofdstuk gaat over het celibaat van het inwonende gemeenschapslid: celibaat en huwelijk zijn ‘twee gelijkwaardige en even heilige roepingen’. Het celibaat is niet onherroepelijk: "Indien de eenzaamheid doorweegt vanwege de prikkelingen van het vlees zouden ze trouwen. [...] Ze willen niet de engel uithangen uit vrees dat het beest zich ontketent. Elk jaar moeten ze hun bestaan opnieuw onderzoeken; Ze weigeren eeuwige geloften af te leggen."

Een monnik in de abdij van Clervaux (Luxemburg) schreef in een lange welwillende boekbespreking dat de ‘clunisiens’ nog steeds ‘bang zijn van de regel’. Hij zal ook verbaasd zijn dat de jonge gemeenschap ‘zelfs niet dacht om het vasten en de onthoudingen van het primitieve monachisme over te nemen.’

De leider van de Gemeenschap is geen ‘rector’ meer, zoals in 1942, maar een ‘directeur’. Deze verandering tornde niet aan zijn invloed die, volgens Roger Schutz, van charismatische aard is: "Op grond van welk voorrecht komt iemand tussen in een Gemeenschap? Door het gezag van het Woord van God. [...] Als hij directeur is komt dat omdat God door hem bestuurt, omdat de Heer van de Kerk hem met een bijzonder gezag bekleedt vanwege zijn eigen charisma. Hij is directeur in naam van God."

Roger Schutz had graag dat ‘enkele vrienden’ een voorwoord schreven voor zijn eerste boek. Buiten de al aangehaalde teksten van de ‘metaalbewerkers’ en vakbondsman Lucien Tronchet, was er ook een pagina van de getrouwe dominee Jean de Saussure die, met ‘opluchting’, ‘vreugde’ en ‘hoop’, ‘het ontstaan van een eerste gemeenschap van intellectuelen in de hervormde wereld begroette’.

De uitdrukking ‘gemeenschap van intellectuelen’ die Roger Schutz zelf gebruikt in zijn geschriften van 1941 en 1942 was voorbijgestreefd. In zijn boek gaf Roger Schutz er een andere beschrijving van: "Er zijn twee vooraanstaande doelstellingen van de Gemeenschap, inwonende of niet: Missionaris zijn, een innerlijk leven in de Kerk koesteren." In feite kwam er een dimensie bij: openstaan voor de maatschappelijke noden.

Roger Schutz had die thema’s vastgelegd voor ‘de activiteiten en het onderzoek’ van de Grote Gemeenschap toen hij nog in Genève verbleef. Een daarvan ging over de toen genaamde ‘Kinderstad’, een ambitieus project dat Daniel de Montmollin moest voorbereiden. De ‘Kleine Scholen’ van Port-Royal waren een van inspiratiebronnen. In Taizé werd het uitgebouwd onder de vorm van een weeshuis.

De ‘Kinderstad’

De streek was pas bevrijd en de gevechten lieten puinhopen achter. Wezen en verlaten kinderen waren talrijk. Al vroeg nam de Gemeenschap een jongen op: een klein, mager ondervoed lichaam, te zwak en te verlaten om te lopen. In de eerste nacht wiegde Broeder Roger hem in slaap met sprookjes. Maar de volgende dagen moesten zijn drie medebroeders en hij elkaar aflossen om de jongen te dragen. Na twee weken was hij eindelijk wat opgeknapt en verdween het trauma van verlatenheid, zodat hij weer kon lopen.

Andere kinderen werden opgevangen of door de overheid toevertrouwd. Deze was overspoeld met ontelbare problemen om zich enkel tot erkende instellingen te wenden. Het boek van Roger maakt gewag van de door hem genoemde ‘Kinderstad’, gevestigd ‘dichtbij, op tweehonderd meter van het gemeenschapshuis’ en die hij beschrijft als een model van opvoeding: "Geen eentonigheid, schrijft Roger Schutz, geen grote eetzaal overbevolkt met kinderen, maar groepen met een eigen woonkamer, een eigen leider door hen verkozen en die hen bijbrengt door een voorbeeld te zijn."

De Gemeenschap ving ook een twintigtal jongens van alle leeftijd op, in een naburig huis bij het ‘Château’ dat ‘Manoir’ werd genoemd. Meerdere zussen van Roger Schutz en leden van de Grote Gemeenschap vestigden zich in Taizé om met de jongens bezig te zijn. Eerst kwamen Lily Schutz en haar man Roger Duckert en bewoonden een huis in het dorp in de herfst van 1944. Roger Duckert was doctor in de wetenschappen en werd later dominee. Daarna vroeg Roger Schutz aan zijn zus Geneviève om hem terug te vervoegen. "Dag na dag," zei hij, "ontdekte ze dat ze die kinderen niet meer kon verlaten en haar leven aan hen moest wijden." De kinderen noemden haar ‘Mama’ Vanaf 1948 kwam Denise Perrot, tante Denise genoemd, haar helpen bij de opvang.

Hun religieuze opvoeding werd door de Broeders van de Gemeenschap verzorgd. Een journalist getuigde: "Deze kinderen genieten een evangelische en protestantse opvoeding, maar ze blijven zeer vrij om de diensten bij te wonen of de avondviering die in een voorlopige kapel wordt gehouden rond een tafel met wit kleed waarop een Bijbel tussen twee kaarsen ligt."

Voor twintig wezen zorgen oversteeg uiteraard de mogelijkheden van de Gemeenschap. Een liefdadige Vereniging voor verlaten kinderen en oorlogsslachtoffers werd opgericht. Om sommige installaties te kopen ging Roger Schutz aanbellen bij het Leger des Heils in Parijs. Nog later deed hij een beroep op de Oecumenische Raad der Kerken, maar deze verkoos de aanvragen door te sturen naar de hervormde Kerk in Frankrijk.

De kinderen van ‘Kinderland’ gingen eerst naar school in het nabije dorp Ameugny. Dan vroeg de gemeenschap om een school in Taizé. Na veel aarzelen en voorzorgen ging de gemeenteraad akkoord: "op voorwaarde dat de school uitsluitend kinderen van de Vereniging inschreef, daar er ook elementen van verdachte moraliteit rondliepen die moeilijk te verbeteren waren."

Grotendeels bleven de vroegere kostgangers nauwe banden behouden met Geneviève en Broeder Roger, getekend door de opvoeding en de liefde die ze daar mochten ervaren.

De prior van Taizé vond dat "ik mag beweren dat ieder van hen deel uitmaakte van een mooie familie." Als volwassenen kwamen velen terug naar Taizé of bleven per brief in contact met Broeder Roger en Geneviève. Daarna kwamen hun kinderen op vakantie in Taizé.

Haat baart haat

In 1945 stak er een ander probleem de kop op: de Duitse krijgsgevangenen, zowat 750 000, verspreid over tientallen kampen. De laatste komen eerst in december 1948 vrij. Velen werden opgevorderd om stranden te ontmijnen, bruggen en wegen weer op te bouwen, alsook voor andere openbare werken.

Twee kampen lagen in buurt van de gemeenschap. Een in Cormantin in de vroegere barrakken van een Jeugdwerkkamp drie à vier kilometer ten noorden van Taizé. Een ander in een oude fabriek nabij Cluny een tiental kilometer zuidwaarts van Taizé. Een vertegenwoordiger van het Rode Kruis had de eenheid Cluny enkele maanden na de opening bezocht en stelde vast dat de bevoorrading van de gevangenen ‘heel onregelmatig’ gebeurde: het ‘aantal calorieën [is] onvoldoende voor zwaar werkende elementen.’ Hij wees ook op ‘achterhouden van voedsel bij onvoldoende werken’ en klachten over de kampwachter, ‘een zekere Tette die de gevangenen slaat.’ Meer nog, ‘sinds november bij de opening van de eenheid was er voor de protestanten geen dienst meer gevierd.’

Dit rapport van 1946 stemt overeen met de herinneringen van Broeder Roger. Gezien de situatie kreeg hij de toelating de gevangenen naar Taizé te laten komen op zondag voor ‘een kort gebed en met hen een beetje voedsel te delen, dat bijna onvindbaar was’. Wanneer mogelijk vetrokken de gevangenen met nog wat voedsel op zak. Een onrechtvaardig en afschuwelijk voorval maakte diepe indruk op de stichter van Taizé: "zondag na zondag ontwaarde ik al gauw onder die Duitse gevangenen een jong katholiek priester vol rust en uitstraling. haat baarde haart in die tijd, meer dan ooit. Op een dag gaven enkele echtgenotes van Franse verbannen soldaten die in Duitse concentratiekampen gedood werden uit wanhoop de schuld aan Duitse gevangenen. Ze troffen juist deze jonge gevangen priester. Zeer verzwakt bezweek hij. In zijn laatste uren had hij niets dan woorden van vrede, liefde en verzoening op de lippen."

Openheid en weigering

In het begin was het project van dominee Schutz door en door gemeenschappelijk en religieus. Maar vanaf eind 1944 kreeg de oecumene de bovenhand. Dat blijkt uit een brief van Max Thurian aan Couturier: "We hebben nagedacht en zeggen nu, na lang behoedzaam te zijn geweest, dat het past open en voluit te kiezen voor unionisme. Onze Kerk zal in ons vertrouwen."

Met ‘onze Kerk’ wordt uiteraard de hervormde Kerk bedoeld. Maar welk zin heeft unionisme? Doorgaans dacht men toen aan het katholieke project om de afgescheurde gemeenschappen weer te verenigen met de katholieke Kerk. Maar Roger Schutz en Max Thurian dachten daar niet aan. Een speciaal nummer van het tijdschrift Catholicité dat sprak over de christelijke eenheid, schreven de twee stichters een belangrijke bijdrage over hun opvatting aangaande eenheid. Indien ‘eens voorgoed moet verzaakt aan bekeersijver, dienen ook de organieke bekeringen te worden aanvaard, indien ze het voorbereide en nodige eindpunt vormen van een trage maar diepe spirituele evolutie.’ Maar het einddoel is de ‘tegenstellingen overschrijden’: alle geloofsbelijdenissen moeten ‘een bekering, een zuivering, een terugkeer naar Christus’ aanvaarden, om zo ‘de ware katholieke Kerk (universeel en oecumenisch), die van het Credo, in al haar waarheid en oerzuiverheid terug te vinden.’ In die opvatting is de Rooms-katholieke Kerk slechts een onderdeel van de ‘ware universele katholieke Kerk’ die nog komen moet. De betrekkingen van de jonge protestantse gemeenschap met de katholieke clerus werden daardoor moeilijker: openheid en weigering losten elkaar lang af, niet zonder wederzijdse illusies.

Kanunnik Dutroncy, aartspriester van de kerk van Taizé, was de gemeenschap, waarvan hij de leider onder de oorlog had leren kennen, genegen. Toen Broeder Roger hem vroeg om de oude romaanse kerk van Taizé te mogen gebruiken voor de diensten stond hij dat meteen toe. Maar enkele inwoners van het dorp en omgeving ergerden zich daaraan en in april 1945 waarschuwde de vicaris generaal van het bisdom Autun in Lyon: "De overste is een protestantse dominee en we zijn verplicht om hem het gebruik voor gemeenschappelijke oefeningen van een parochiekerk te weigeren." Deze eerste weigering ontmoedigde de Broeders niet, die toenadering zochten bij katholieke religieuze gemeenschappen. Begrijpelijk dat jonge ‘protestantse monniken’ in Taizé [zo worden ze weldra genoemd door de pers] veel te leren hadden bij congregaties met eeuwen ervaring religieus leven. De eerwaarde heren Couturier en Villain waren kostbare tussenpersonen.

Op een dag in 1945 bracht pater Villain pater Jérôme Darmancier naar Taizé. Deze laatste was toen ondermeester in het noviciaat van Mâcon. Dit klooster was toen de enige religieuze mannelijke gemeenschap in het bisdom. Pater Jérôme en pater Villain werden met open armen ontvangen voor het avondmaal en het overnachten. Broeder Roger sprak hen toe met de volgende worden: "We houden zoveel van de heilige Franciscus." Het was geen beleefde uiting, maar wel een teken van een bijzondere gehechtheid aan het franciscaanse ideaal. Pater Jérôme was ‘onder de indruk van de stilte tijdens de maaltijd, de Schriftlezing en de gewone maar intense uitspraak van Roger.’ Een tijd later ging Broeder Roger en een medebroeder naar het franciscaanse klooster in Mâcon waar ze onthaald werden voor de maaltijd en discrete gesprekken. Dit was bijna ondenkbaar in die tijd, want de protestanten mochten het slot van kloosters en abdijen niet betreden. De banden werden sterker. Vanaf december 1945 bracht een ‘maandelijks theologisch colloquium’ dominee Schutz en andere ‘clunisiens’ samen met de franciscanen in het klooster van Mâcon. Een franciscaan werd enkele jaren later de eerste katholieke biechtvader van Broeder Roger.

Toen Broeder Roger wou openstaan voor andere religieuze katholieke gemeenschappen ging Couturier ‘op zoek naar sprekers en stelde een lijst met zeven namen op, waaronder een karmeliet, een benedictijn, een franciscaan, een dominicaan, een jezuïet, een marist en een sulpiciaan. Allen waren bereid en de data werden vastgelegd.’ Op 9 april 1945 schreef Couturier naar Mgr. Lebrun om de nodige toelating te vragen.

Uit voorzichtigheid durfde de bisschop van Autun niet beslissen zonder kardinaal Gerlier, aartsbisschop van Lyon, te raadplegen. Ook niet zonder de toelating van de pauselijke nuntius in Parijs, Mgr. Roncalli, te vragen. Gerlier antwoordde was terughoudend: "We willen de redelijke en voorzichtige inspanningen voor eenheid niet belemmeren, noch het betwistbare verstoppen." De nuntius reageerde niet. Mgr. Lebrun moest hem opnieuw aanschrijven. Mgr. Roncalli, toekomstige Johannes XXIII, antwoordde negatief: "Mijn laat antwoord aangaande contacten met niet-katholieken toont u dat ik me moeilijk kan uitspreken [...] Eerlijk gezegd voel ik me niet bevoegd om principieel de vergaderingen waarover Uwe Excellentie me onderhoudt aan te moedigen. Lief zijn tegen iedereen moet kunnen; we kunnen lief zijn met onze afgescheurde broeders. Maar ik denk dat individuele verhoudingen een meer waardevolle poging zijn dan een grote vergadering [...] Excellentie, gelieve mijn onzekerheid te vergeven. Voorzichtigheid is de eerste hoofddeugd, en meestal doet ze aanvoelen wat niet hoeft."

De terughoudendheid van Mgr. Roncalli in 1945 kan verbazen als gekeken wordt naar de oecumenische openhartigheid die hij aanbracht als paus vijftien jaar later. Zijn weigering stond haaks op de welwillendheid die hij als paus vertoonde voor de Gemeenschap en de lof die hij erover uitsprak. Maar in 1945 sprak hij in naam van de paus, als zijn onderdaan en deze van de Congregatie van het Heilig Officie gelast met het behoud van het ware geloof. Zolang hij nuntius in Frankrijk was, gedroeg hij zich diep traditioneel in zijn godsvrucht en zijn leer.

De geplande ontmoeting ging dus niet door. Couturier maande de jonge dominee aan om deze weigering te aanvaarden, niet als een mislukking, maar als een beproeving die God toeliet: "De mens wikt en God beschikt. Onze ontmoeting lag niet in Gods plan. Voor u en voor ons is er maar goede houding: Glorie aan God! Zijn wil geschiede! Een tegenslag? Wat een genade! Wat een bewijs! Er is een onderliggende goddelijke waarheid die aan ons ontsnapt en die we moeten aanvaarden in liefde. Onze opmars naar Eenheid heeft een flinke stap vooruit gezet! God liet een mislukking toe!!! Hij bereidt grote dingen voor. Wij moeten ons laten uitzuiveren van onze wensen en meningen en aan onze eigen wil verzaken."

Op 20 januari 1946 kreeg dominee Charles Schutz een longontsteking die hem op twee weken tijd naar het graf leidde. Roger kon nog juist naar Genève gaan om zijn vader een laatste maal levend te ontmoeten. Deze was weer bezorgd over de toekomst van de Gemeenschap. "Hoe kan ik vergeten," schreef Roger Schutz, "dat hij daags voor zijn dood, lijdend aan longontsteking, vroeg om op te staan en me zittend te woord te staan? Een laatste maal drong hij aan: Afhangen van andermans giften was zijn vrijheid prijsgeven. Ik herinner me dat ik hem antwoordde: vanaf de eerste dag, alleen in Taizé, leefde ik van mijn werk en heb ik onder andere geleerd hoe koeien te melken."

Om 3 februari stierf Charles Schutz in zijn woning. Er was geen openbare begrafenis, maar twee dagen na zijn overlijden droeg Roger in het ouderlijk huis ‘een dienst op voor de familie in beperkte kring’. Amélie Marsauche-Schutz, toen ouder dan vijfenzestig, leefde nog vele jaren. "Ze is zo sterk als het oude Bourgondisch ras," zei zijn zoon Roger. Later verliet ze Genève om bij hem te komen wonen in een huis op het dorp, en daarna bij haar dochter Geneviève op de Manoir. Vijftien jaar lang was ze een beschermende figuur in Taizé.

Inleiding tot het liturgisch leven

Het tweede boek in de Collection Communauté de Cluny (CCC) kwam van Max Thurian onder de titel >Joie du ciel sur la terre en was een aangepaste versie van zijn eindschrift licentiaat theologie. De ondertitel ‘Inleiding tot het liturgisch leven’ was tegenhanger van het eerder door Roger Schutz uitgegeven: ‘Inleiding tot het gemeenschapsleven’. Trouwens droeg Max Thurian hem dat eerste boek warm op: ‘Aan jou, mijn geliefde broeder in het ministerie, en aan de gemeenschap die je lief is met de tederheid van Jezus Christus, opdat ze iedere dag opnieuw de volle hemelse vreugde zou heroveren, God lovend, en dat je door de Geest gehecht wordt aan dit lapje grond waar God je neerzette.’

Thurian was zeer ambitieus: de protestantse liturgie, meer bepaald de hervormde, weer doen opleven. Hij kreeg de steun in een lange inleiding van Franz J. Leenhardt, zijn docent theologie aan de faculteit van Genève en ook de eerste die de jonge Gemeenschap verdedigde. "De protestantse godsvrucht," schreef Leenhardt, "heeft nood aan een meer verscheiden voedsel dan tot nu toe. Op het gebied van liturgie, dacht hij ook, "lieten de erfgenamen van de Hervorming in de XVIe eeuw zich verarmen door nalatigheid en kortzichtigheid. Ze keurden een liturgische bloei af als ‘papistisch’, hoewel langdurig gerijpt door de christelijke godsvrucht waarin ze haar gepaste uitdrukking vond. Het volstond om uit te zuiveren, aan te passen of te snoeien."

Max Thurian wou de ‘verschillende liturgische tradities in de universele Kerk onderling vergelijken’. Hij aarzelde ook niet om ‘enkele nieuwe beweringen voor te stellen’. Zo tegen de calvinistische traditie in die denkt dat slechts twee sacramenten bevestigd zijn in het Nieuwe Testament (Doopsel en Eucharistie). Thurian voegt er drie aan toe die ook de handoplegging, in de Schrift bevestigd, inhouden (Vormsel, wijding van ministers en ziekenzalving). De katholieken konden slechts vol interesse deze demonstratie bekijken.

Zoals de hele protestantse overlevering weigerde Thurian de leer over de wezensverandering, die volgens hem te veel door de middeleeuwse filosofie (werkelijkheid en materie) was beïnvloed. Hij zocht een nieuwe beschrijving van het ‘dogma over de werkelijke aanwezigheid’ en stelde een nieuw filosofisch begrip voor: de ‘transrelatie’.

Deze poging tot verzoening van de hervormde en de katholieke opvatting over Eucharistie, door een lexicale verandering, kreeg maar weinig gehoor en werd ook door hem opgegeven in zijn latere werken over dit onderwerp. In zijn boek van 1946 probeerde hij de calvinistische opvatting over het Heilig Avondmaal nauwer bij de opvatting van de mis als offer te brengen. Als hij het verzoenend karakter in de katholieke leer afstootte weigerde Thurian het woord ‘offer’ niet, maar wenste ‘dat de mis werd ontdaan van de vele gebeden die het offerkarakter onderlijnen en de werkelijkheid van de menswording, maaltijd en communie benadelen. Als elke mis een communiemis zou worden waarop alle gelovigen zijn uitgenodigd, zou dit een grote stap betekenen naar wederzijds begrip.’ De hervorming in de katholieke Kerk na het tweede Vaticaans concilie kwam die verwachting tegemoet.

De initiatieven van Thurian en Schutz, die in de hervormde kringen als gewaagde vernieuwers werden bestempeld, werden meestal wantrouwig bekeken. Zo richtte dominee Visser ’t Hooft, secretaris generaal van de Oecumenische Raad der Kerken [toen in wording], een schrijven aan Schutz die hem zijn boek had geschonken: "Ik ben benieuwd welke uitwerking dit op me zal teweeg brengen, want ik ben een van die hervormden die een zeker vooroordeel koesteren voor een te uitgewerkte liturgie! Ik zal dus je boek lezen met het standpunt van degene die wil dat onze cultus een cultus van de geest blijft. Maar misschien zal je me overtuigen."

In werkelijkheid, eens de Oecumenische Raad der Kerken voorgoed gevormd en Visser ’t Hooft officieel de eerste secretaris generaal werd (van 1948 tot 1966), bleken de verhoudingen met Taizé op meerdere vlakken moeilijk. Daartegen kende het elan dat Thurian gaf blijvende gevolgen in Taizé. In hervormde middens werd het Heilig Avondmaal alleen op grote feestdagen gevierd. In Taizé integendeel vierde men het gezamenlijk op woensdag, vrijdag en zondag en soms dagelijks in bepaalde periodes [in de Goede Week en de retraite, bijvoorbeeld].

Het boek van Thurian van 1946 betekende waarlijk een mijlpaal in de geschiedenis van de Gemeenschap en zal ook het hele Franse protestantisme beïnvloeden, zowel voor meer veelvuldige vieringen als voor een evolutie in de leer over de aanwezigheid van Christus in de Eucharistie.

In de anglicaanse abdijen

Op 18 november 1946 bracht Mgr. Lebrun, bisschop van Autun, zijn eerste bezoek ad limina in Rome. Hij gaf rekenschap aan Pius XII over het leven in zijn bisdom, sprak over de groeiende gemeenschap in Taizé en vroeg enkele ‘praktische richtlijnen’ aan de paus. Pius XII raadde aan om ‘diegenen welwillend te onthalen die vroegen ontvangen te worden, toe te staan wat mogelijk is, maar ook met de zorg elke onvoorzichtigheid te mijden die een hindernis wordt voor de oecumene.’ De bisschop van Autun voegt er aan toe: "Pius XII was onder de indruk van de drang van de Broeders om zich te verbinden tot de Godgewijde maagdelijkheid voor een gedeeltelijk contemplatief leven, daar waar juist nu in de katholieke kringen het celibaat van de priesters in vraag werd gesteld."

Enkele weken later stemde Mgr. Lebrun, ter gelegenheid van de Bidweek voor Eenheid, in met een vergadering te Chalon van broeders van Taizé met drie priesters en enkele leken. Max Thurian liet niet na hem daarvoor te danken. In 1947 hield pater Villain van zijn kant een reeks conferenties over de gemeenschap ‘in seminaries en bisdommen’. In dit jaar gebeurde iets belangrijks: Roger Schutz en Max Thurian maakten in juni een reis naar Engeland.

Max Thurian publiceerde een relaas over dit verblijf, zonder de eerste reden van die verplaatsing te vermelden. Samen met vele andere vertegenwoordigers van diverse Kerken, waren ze uitgenodigd op een historische viering: Geoffrey Fisher, aartsbisschop van Canterbury en primaat van de anglicaanse Kerk, ontving voor het eerst Mgr. Finkel, aartsbisschop van Utrecht en hoofd van de oudkatholieke Kerk. Deze laatste nam deel van bij het begin aan de oecumenische beweging en Fisher zat het voorlopig Comité van de Oecumenische Raad der Kerken sinds een jaar voor. De ontmoeting nam een oecumenische afmeting aan. Misschien dacht dominee Schutz terug aan zijn grootvader die een oudkatholiek priester was geweest.

Dit verblijf in Engeland was belangrijk in die mate dat Schutz en Thurian vertrouwd geraakten met de verschillende facetten en componenten van de anglicaanse Kerk: de anglo-katholieke vleugel of High Church (‘Hoge Kerk’), die dicht bij het katholicisme stond in al haar meningen, de ‘Brede Kerk’ meer liberaal, en de ‘Lage Kerk’ zeer calvinistisch en puriteins. Ze verbleven veertien dagen in een anglo-katholieke parochie in de Londense voorstad. Max Thurian schreef: "We woonden in bij de dominee, woonden de diensten bij en mengden ons in het parochieleven. Ik had de indruk dat ik voor het eerst opgenomen werd in een diep katholiek religieus leven, dat weinig verschil toont met wat leeft in een katholieke parochie in een voorstad van Parijs of Lyon." Met uitzondering dan van noemenswaardige verschillen in doctrine: zelfs in High Church weigerden toen de anglicanen de dogma’s van de Onbevlekte Ontvangenis en de onfeilbaarheid van de paus, alsook de leer over het Romeinse primaatschap.

De dominees verbleven ook in meerdere anglicaanse abdijen. Bij de Cowley-Fathers in Oxford ontdekten ze een ‘legerspiritualiteit’ met een zeer streng uurrooster: zeven diensten per dag, onthaal van retraitanten en een zending in nabije colleges. In Mirfield, ten noorden van Leeds, bleven ze in het House of the Resurrection waar ‘het broederlijk gemeenschapsleven’ een belangrijke plaats inneemt. In Kelham bij Newark maakten ze kennis met de vaders van de Sacred Mission die zich vooral wijden aan theologisch onderricht en in gemeenschap leven met de studenten. Ze gingen ook naar Nashdom, vijftig kilometer ten noorden van Londen, waar ze de ‘zuivere levensstijl van de benedictijnen vonden [...] in de diensten en de mis, met de ongewijzigde Roomse ritus en alles in het Latijn.’ "Deze anglicaanse benedictijnen," besluit Max Thurian, "verschillen in niets met eender welke katholieke benedictijn, behalve de aanhang met Rome."

Roger Schutz en Max Thurian konden ook aan al die gemeenschappen de hunne voorstellen. De contacten die tijdens hun eerste verblijf in Engeland ontstonden, werden opgevolgd.

Max Thurian keerde naar Frankrijk terug met een verstevigde bewondering voor de anglicaanse Kerk die, zei hij, ‘geroepen is een belangrijke rol te spelen in de oecumenische beweging voor de christelijke eenheid. Door haar geschiedenis, haar gedachtegang, haar kracht, haar leven verenigt ze de ingewikkeldheid van het christianisme, haar diverse strekkingen en haar vele tegenstellingen. Vandaar haar unieke plaats in de oecumenische gesprekken. Ze is waarlijk de Brugkerk, de Bridge Church zoals de Engelsen haar graag noemen.’

Roger Schutz heeft een breder zicht op de toekomst, Hij denkt dat er geen modelkerk is om na te volgen, geen bekering is na te streven in geen enkele richting. Elke historische Kerk heeft een eigen rol te spelen in verband met haar verleden. Vanuit Oxford schrijft hij naar Couturier: "Ik ben nu zeker dat we het stadium overstegen hebben, niet alleen van het geloofsstrijden, maar ook van de bekeringsijver [...]. We hebben beter de profetische rol (dat is haar eigen charisma) begrepen die onze Kerk kan vertolken in de ene katholieke Kerk."

Wanneer hij het heeft over de ‘ene katholieke Kerk’ denkt hij niet aan de Rooms-katholieke Kerk, maar, zoals eerder in diverse zin Tommy Fallot, Wilfred Monod, Richard Pasquier of Jean de Saussure dat deden, aan de ‘onverdeelde oudkatholieke Kerk, gemene stam waaruit, na pijnlijke afscheuringen, de verschillende vertakkingen ontstonden die nu de Katholieke orthodoxe Kerk, de Rooms-katholieke Kerk, de anglo-katholieke Kerk, de hervormde Kerk, enz. uitmaken.’ Zulke woorden misleidden sommige van zijn katholieke gesprekspartners (zoals kardinaal Gerlier en Mgr. Lebrun) als hij zich aangetrokken beweerde tot het katholicisme.

Vertaling: Broeder Joseph

» Reageer (0)
05-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 3. Ontstaan van een Gemeenschap [2]
Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 3. Ontstaan van een Gemeenschap [2]

De gemeenschap van Cluny

In het begin heette de gemeenschap van Taizé ‘gemeenschap van Cluny’. Deze benaming verscheen voor het eerst openbaar aan het eind van 1941, in een manifest dat al een soort regel was. De vermelding "Huis van Cluny, 1 oktober 1941", eerder indrukwekkend, was niet helemaal juist, want Cluny ligt op tien kilometers van Taizé en er bestaat geen enkele historische band tussen de vermaarde abdij en het grote huis in Taizé, behalve dan dat gedurende meerdere eeuwen de dorpskerk afhing van de abdij van Cluny. Later werd het adres ‘Taizé-les-Cluny’, tot eindelijk de naam ‘Taizé’ alleen bleef behouden.

Het manifest zonder vermelde auteur, draagt de eenvoudige titel Notes explicatives. Toen bestond de Gemeenschap van Cluny nog niet en het was alleen door Roger Schutz opgesteld. Het is een ingebonden boekje van achttien pagina’s klein formaat, in Lyon uitgegeven dankzij de tussenkomst van Couturier.

Na een korte ‘Historiek’, nogal vaag, zonder naam of datum, stelt het boekje het opzet voor van een ‘gemeenschap die leeft in de wereld’, een gemeenschap ‘waarin elk lid verbonden was door zijn geloof in Christus en het naleven van enkele regels.'

Deze ‘regels’ hebben betrekking op de zogenoemde ‘Grote Gemeenschap’, een losse groep van degenen die ‘in de wereld’ staan en toch houden van een innerlijke tucht, in plaats van een blijvende gemeenschap geheel aan God gewijd en die in oktober 1941 nog niet bestaat. Aan de basis van de Gemeenschap ligt de Latijnse spreuk: Ora et labora ut regnet [Bidt en werk opdat Hij zou heersen]. Ora et labora komt rechtstreeks uit de Regel van de heilige Benedictus. Roger Schutz voegt er ut regnet aan toe om om ‘het einddoel van de christen werkman te benadrukken: Jezus Christus Koning’. ‘Bidden en werken,’ zegt ook deze basistekst, ‘staan in functie van het Rijk. Ze zijn overheerst door het Rijk van Christus.’

Daarop volgen de ‘drie regels voor geestelijke begeleiding’ die de leden van de Gemeenschap zullen besturen:
  • Overdag zullen werk en rust bezield zijn door het Woord van God
  • Je moet steeds de innerlijke stilte bewaren om in Christus te vertoeven
  • Vervul je met de geest van de Zaligheden: vreugde, barmhartigheid, eenvoud.
Deze derde regel hernam letterlijk de slagzin van de Wakers van Winfred Monod, waarvan de erfenis in een nota uitgesproken werd opgeëist: "Om solidair te zijn met de Wakers hebben we onze laatste regel, al zeer franciscaans getint, aangepast door zelfs hun eigen uitdrukkingen te gebruiken, in de hoop ons te verbinden met een nieuwe traditie die de huidige noden van de Kerk beantwoordt."

Deze drie regels onderstrepen hoe belangrijk een ‘spirituele discipline’ wel is die ‘bepaalde momenten’ voorbehoud op vaste uren voor gebed, en hoe belangrijk de ‘innerlijke stilte’ is (maar ‘opletten voor de stilte die leemte is’). Het drieluik van de Wakers wordt uitgelegd: "Vreugde afkomstig uit de christelijke vrijheid en de evangelische beloften. Barmhartigheid in een wereld waar haat heerst. Eenvoud is een levensstijl, in een diepzinnige houding."

In zijn jeugd fel onder de indruk gekomen van Port-Royal zette Roger Schutz zijn lectuur over het jansenisme voort. Hij steunde op Port-Royal-des-Champs om de noodaak voor alle christenen om ‘retraite’ te volgen en bekrachtigen hij: "de retraite is het beste middel om de innerlijke stilte te heroveren, om zijn woelig leven weer te disciplineren, om de toestand na te kijken en een grondig gewetensonderzoek te houden."

Daarop volgen de ‘drie regels voor geestelijke begeleiding’ die de leden van de Gemeenschap zullen besturen:
  • Overdag zullen werk en rust bezield zijn door het Woord van God
  • Je moet steeds de innerlijke stilte bewaren om in Christus te vertoeven
  • Vervul je met de geest van de Zaligheden: vreugde, barmhartigheid, eenvoud.
Deze derde regel hernam letterlijk de slagzin van de Wakers van Winfred Monod, waarvan de erfenis in een nota uitgesproken werd opgeëist: "Om solidair te zijn met de Wakers hebben we onze laatste regel, al zeer franciscaans getint, aangepast door zelfs hun eigen uitdrukkingen te gebruiken, in de hoop ons te verbinden met een nieuwe traditie die de huidige noden van de Kerk beantwoordt."

Deze drie regels onderstrepen hoe belangrijk een ‘spirituele discipline’ wel is die ‘bepaalde momenten’ voorbehoud op vaste uren voor gebed, en hoe belangrijk de ‘innerlijke stilte’ is (maar ‘opletten voor de stilte die leemte is’). Het drieluik van de Wakers wordt uitgelegd: "Vreugde afkomstig uit de christelijke vrijheid en de evangelische beloften. Barmhartigheid in een wereld waar haat heerst. Eenvoud is een levensstijl, in een diepzinnige houding."

Tot slot, op de vraag: "Zal je in dit huis een permanente gemeenschap oprichten?" gaf hij volgend antwoord: "Dit is nog niet rijp om nu al precies geduid te worden," wat bewijst dat dergelijke gemeenschap nog niet bestond en tegelijk de deur naar de toekomst openlaat.

Deze Notes explicatives, ondanks een eenvoudige titel, blijven de stichtende teksten. Couturier verspreidde het boekje onder zijn vele correspondenten zoals Roger Schutz het deed onder vrienden en vroegere medestudenten aan de faculteit, als de eerste organieke uitdrukking van zijn communautaire en religieuze droom. Ze waren de oorkonde van de ‘gemeenschap midden in de wereld’ of ‘Grote Gemeenschap’, terwijl ze bij het aantrekken van jongeren met hetzelfde ideaal als Roger Schutz, het ontstaan van een permanente gemeenschap voorbereidden.

De eerste metgezellen

Als Broeder Roger sprak over de beginperiode van Taizé (1940-1942) beschreef hij zichzelf als degene die zich alleen inwijdde in het religieuze leven. Dit beeld van eenzame stichter dient rechtgezet. Vanaf die periode hoopte hij metgezellen aan te trekken met hetzelfde communautair ideaal. De eerste was een jonge advocaat uit Lyon. Slechts vijfentwintig jaar later sprak Roger Schutz eens over hem, waarschijnlijk omdat die zaak zijn relatie met Couturier een tijd stoorde.

De jongeman bracht enkele dagen door in Taizé toen Couturier er voor het eerst kwam. Terug in Lyon gaf hij in zijn brieven te kennen dat hij aangetrokken was om een gemeenschapsleven met Roger Schutz te beginnen. Hij werd in Taizé verwacht maar hij zweeg lange tijd om tenslotte een brief te sturen waarin hij aankondigde dat hij aan het experiment verzaakte en ging trouwen, op aanraden van Couturier.
Ten eerste leek het gebeuren voor Roger Schutz een verraad: "Het was voor mij iets heel pijnlijks. En het bleef lange tijd een mysterie. Dat iemand, die zo bezig was met de oecumene de enige roeping verwerpt die ik heb ontdekt en in die tijd nodig had. Ik heb dit negatieve feit altijd verzwegen en voor mezelf positief vertaald. Ondanks de lastertoespelingen van een Jood die me verzekerde dat Couturier een huichelaar was." De ontgoocheling heelde maar na jaren, maar hij nam de draad met Couturier zeer vlug weer op. Roger Schutz koost altijd vastberaden voor verzoening na een breuk, door hem of anderen veroorzaakt, zelfs als ze maar later optrad.

Zijn ware eerste metgezellen vond Roger Schutz in Zwitserland en, heel merkwaardig, buiten de Grote Gemeenschap. Tussen 1940 en 1942 ging hij om de twee maanden enkele dagen naar Zwitserland. Hij nam die gelegenheid ten bate om een losse groep in 1939 ontstaan samen te brengen en zo nieuwe vrienden aan te trekken. Zo ontstond gaandeweg de Grote Gemeenschap. De verzamelplaats was het ouderlijk appartement van Roger in Genève.

In de loop van 1941 hadden zijn ouders Presinge verlaten voor het historisch centrum van de hoofdstad, op nummer 6, rue du Puits-Saint-Pierre, naast de Sint-Pieterskathedraal. Ze bewoonden een verdieping van het prachtige Huis Tavel, het oudste gebouw van de stad uit 1334 en waar thans het museum van oud Genève gevestigd is. De familie Schutz beschikte over een tiental ruimtes en een overloop. Roger kon daar zonder moeite de leden van zijn Grote Gemeenschap samenroepen voor gebed en bespreking.

De nabije Sint-Pieterskathedraal liet hem toe nauwe banden te smeden met dominee Jean de Saussure. Afkomstig uit een befaamde familie uit Genève, waaruit grote geleerden en vele dominees afstamden, was Jean de Saussure docent aan de faculteit theologie in Genève. Zijn preken in de kathedraal trokken een breed publiek aan en werden uitgezonden op de radio. In 1930 had hij het boek A l’école de Calvin uitgegeven, dat een mijlpaal betekende voor de vernieuwing van de protestantse theologie en zo afstand nam van de toen heersende liberale strekking. Jean de Saussure was ook een van de weinige dominees in Genève die het initiatief aanmoedigde van de groep ‘Kerk en Liturgie’, waarover later meer, en ook de oecumenische ondernemingen van Couturier opvolgde.

Naar het schijnt zouden vanaf 1941 enkele leden van die Grote Gemeenschap de wens geuit hebben om Taizé te vervoegen en een gezamenlijk leven met Roger te beginnen. Maar deze raadde het hen af, niet zeker dat hun overtuiging diep genoeg was.

Max Thurian, meestal aanzien als de medestichter van Taizé, behoorde niet tot die groep. Als jonge student aan de faculteit theologie van Genève had hij in december 1941 een retraite beleefd in Grandchamp samen met een jeugdvriend, Pierre Souverain, die studeerde aan de federale Polytechnische School in Zurich. In hun studententijd hadden Max, Pierre en vijf andere kameraden een ‘soort gemeenschap voor gebed en werk’. In Grandchamp vond Max een exemplaar van de Notes explicatives. Het project voor gemeenschapsleven dat hij daarin ontdekte sprak hem aan en hij wou de auteur ontmoeten. Op 5 januari 1942 had in Genève hun eerste gesprek plaats: "Ik dacht een oude man te ontmoeten met grote ervaring, daar waar ik een jongeman van zevenentwintig zag die me een warm onthaal gaf aan zijn deur."

De twee jongelingen deelden eenzelfde ideaal over het reguliere gemeenschapsleven. Deze ontmoeting bezegelde een levenslange vriendschap, nog dieper daar hun gaven en persoonlijkheden elkaar aanvulden. Hoewel zes jaar jonger, betekende Thurian veel voor Roger Schutz. Hij werd aanzien als de ‘theoloog’ van Taizé. Zijn gepubliceerde werken stralen de helderheid en de bewijzende kracht van zijn bijna kinderlijk geschrift uit. De werken van Broeder Roger zijn meestal meditaties doorkruist met herinneringen, in gedekte termen aangehaald, en met veel allusies, ‘dubbelzinnig’ voor zijn tegenstanders.

Kerk en Liturgie

Begin 1942 deed Thurian Roger Schutz een liturgische beweging ontdekken die in het land van Vaud was ontstaan: de groep Kerk en Liturgie. Die was in 1930 opgericht door de dominee van Berchen, Richard Pasquier, toen vijfentwintig, die reageerde met enkele vrienden tegen sommige strekkingen in het Zwitserse hervormde protestantisme. "De benaming Kerk en Liturgie," legt hij uit, "werd ingegeven door de situatie en de eisen van toen. Het was het wachtwoord van een vereiste reactie om een duidelijke en zorgwekkende leemte in ons hervormd protestantisme. In het eerste kwart van onze eeuw was de zin van onze Kerk en het begrip Kerk zelf in de mist geraakt onder de samengebundelde effecten van religieuze kwezelarij en theologisch liberalisme. [...] Gezien die toestand was het een zware taak. Het ging over niets minder dan een hervorming in de hervormde Kerk en de hervormde cultus."

De groep publiceerde Cahiers om zijn gedachtegoed te verspreiden. Vanaf 1931 verscheen een Liturgie de communion waarin de ‘communiedienst’ met ‘consecratie’ en ‘opheffing’ katholieke allures kreeg. Richard Paquier wees de beschuldiging om een ‘blauwdruk’ van de Roomse ritus te wensen af: "Onze bedoeling was een ‘oecumenisch’ werk te leveren, zijnde de communie met de universele Kerk in al haar vertakkingen te herontdekken. [...] We willen niet terug naar de zusterkerk van Rome; wel naar de Moederkerk, de onverdeelde Kerk van de eerste eeuwen, de enige de benamingen ‘katholiek’ en ‘oecumenisch’ waardig." De groep verklaart dat "De universele, zichtbare Kerk is huidig in drie takken verdeeld: de katholiekorthodoxe, de Roomskatholieke en de katholiekevangelische." Deze opvatting werd lang gedeeld door Roger Schutz en Max Thurian.

De groep Kerk en Liturgie had ook een Office divin de l’Eglise universelle bewerkt, een boek voor dagelijks gebed die tegelijk geïnspireerd was door de Roomse brevier, het hugenotenpsalmboek, het anglicaanse Prayer Book en de orthodoxe liturgie. Het was dit opzet dat Max Thurian zo geboeid had. Hij ontdekte het in 1940 toen het nog een experiment was. Hij was zo enthousiast dat hij het hem geleende ingetikte exemplaar met de hand overschreef. Begin 1942 dus, toen hij Roger Schutz leerde kennen, gaf hij het aan de groep van dominee Pasquier. Zo ontstonden gedurende twintig jaar nauwe banden tussen de groep van Taizé en Kerk en Liturgie.

De Groep van Dombes

In dezelfde periode ontdekte Roger Schutz Notre-Dame-des-Dombes ten noordoosten van Lyon. De eerwaarde Couturier had hem die cisterciënzerabdij aangewezen waarin hij zijn oecumenische vergaderingen hield. Roger deed er een eerste retraite in maart 1942, gevolgd door meerdere andere en hij bleef nauw verbonden aan de abdij.

Ook in 1942 ontmoette Roger Schutz Pierre Souverain, vriend van Max Thurian en tevens vastberaden om zich verder in te zetten voor het gemeenschapsleven. In juli kwam hij naar Taizé voor een eerste experiment in gebed en werk.

In augustus kreeg Roger het bezoek van zijn twee neven Pierre en Jacques Marsauche, zonen van dominee Louis Marsauche. Pierre was oud-leerling van St-Cyr en jong gedemobiliseerd, na geheime zendingen. Hij stond klaar om naar Spanje uit te wijken en via Algiers de Franse vrije zone te bereiken. De twee beleven twee weken in Taizé.

In september kwam Max Thurian op zijn beurt aan om samen met Roger Schutz deel te nemen aan de groep van Dombes. De ‘interconfessionele cel’ door Couturier gesticht begon aan een nieuwe fase. Tot zover verzamelden jaarlijks vooral de Zwitserse Duitstalige dominees en Franse priesters of religieuzen. Ditmaal zouden de gesprekspartners van de katholieken Franstalige Zwitserse dominees zijn. Priester Couturier had Roger Schutz geschreven: "Ze zouden allen samen, katholieken en protestanten, met twaalf zijn ... meer is te veel voor vriendschap. [...] Het onderwerp dient zorgvuldig gekozen en voorbereid, langzaam aan beide kanten ... en men moet veel bidden om elkaar te begrijpen."

De samenkomst vond plaats van 28 september tot 2 oktober. Ze waren met zeventien. Bij de protestanten de scherpste strekkingen van de ‘nieuwe stroming theologie’: naast neocalvinist Jean de Saussure waren er de aanhangers van Karl Barth met Roland de Pury of Jacques de Senarclens. De katholieken daagden op met Couturier en zijn medewerker Maurice Villain, maar ook Henri de Lubac, in 1938 auteur van een eerste meesterwerk, Catholicisme, dat een waar programma aanbracht. De ontmoeting van de theoloog de Lubac met de twee jonge ‘gemeenschapsaanhangers’ was het begin van een wederzijdse bewondering die nooit ophield.

Het thema voor de bijeenkomst van Dombes [De Kerk volgens Paulus aan de Efeziërs] veroorzaakte felle discussies. Schutz en Thurian, nog geen dominee, zwegen tijdens de gesprekken. Couturier schonk hen een brevier zoals de priesters die dagelijks baden. Zoals zeer juist opgemerkt bleef Couturier ‘discreet maar constant’ de religieuze en katholieke kleur onderlijnen van een werking die maand na maand uitbreidde onder zijn ogen.

Naar het getuigenis van een vroegere abt van Dombes verdiepten de twee jonge stichters almaar hun onderzoek: "Ik was al novice in 1942 en soms verdwenen er boeken uit de bibliotheek in het noviciaat. Ik ben te weten gekomen dat het de Broeders van Taizé waren die ze ontleenden. Later werd verteld dat Roger en Max op zolder het getijdengebed inoefenden met de passende afwisseling, de ene aan het linkse en de andere aan het uiteinde ..."

Op 5 oktober gingen Roger en Max terug naar Taizé waar Pierre Souverain hen opwachtte. Gedurende enkele weken leefden de drie jongemannen in gemeenschap op het ritme van handwerk, gezamenlijk eten en het gebed driemaal per dag in de kleine gebedsruimte in huis. Ze gebruikten daarvoor het Office divin van Kerk en Liturgie.

In oktober vetrok Max terug naar Genève om zijn theologische studies voort te zetten. Roger had toen nog zijn eindschrift licentiaat verdedigd om dominee te worden. De bijzondere omstandigheden die hem verplichtten Taizé te verlaten gaven hem de kans.

De verklikking

De vluchtelingen door Roger en zijn zus onthaald, nochtans zeer discreet, bleven niet onopgemerkt in Taizé. In de zomer van 1942 zorgden verklikkingen bij de overheid voor politie- en gendarmeriecontroles. Alvorens de grote poort te openen stuurde Roger de vluchtelingen naar het bos in de buurt en, eens het gevaar geweken, hing hij een wit laken aan het raam om hen te verwittigen dat de plaats weer veilig was. Max Thurian herinnerde zich een onverwachte inval van de politie tijdens zijn verblijf in Taizé en die hem verplichtte om door het raam te vluchten omdat zijn papieren niet in orde waren.

Op een zomeravond in 1942 (hij heeft meermalen die episode verteld) was Roger Schutz aan het schrijven. Plots kreeg hij ‘een stekende pijn in de buik’. Hij bad tot God maar zonder die pijn te begrijpen: "Neem mijn leven als Je dat goed vindt, maar sta toe dat wat hier is ontstaan verder gaat."

Er wordt geschreven dat na een huiszoeking van de Gestapo op 11 november 1942 Roger Schutz ‘verplicht werd Taizé te verlaten en de grens terug over te steken’. In feite was Roger Schutz op die datum al enkele weken in Genève. Al sinds een tijd had een van zijn familieleden, de generaal Fillonneau, Roger en Geneviève een brief gestuurd om hen te verwittigen dat ze ‘ontdekt’ waren. Hij raadde hen aan geen vluchtelingen meer te ontvangen en Taizé voor een poos te verlaten. Roger vervoegde Zwitserland in oktober met zijn zus en de laatste vluchteling. Pierre Souverain bleef ter plaatse om het domein te bewaken.

Op 11 november werd ook de vrije zone door de Duitsers bezet. Het huis van Taizé werd tweemaal aangeslagen. Toen Roger enkele maanden later terug wou komen om ‘het begonnen werk’ voort te zetten raadden vrienden hem familie hem dat af. Het risico was te groot. In 1944 werden zijn twee vrienden Couturier en dominee de Pury aangehouden door de Duitsers.

De bedrevenheid

Roger Schutz was van plan gebruik te maken van zijn verplichte terugkeer naar Genève om de jonge gemeenschap van Cluny breder bekend te maken. Hij had er een voorstelling van voorbereid die hij graag in d pers zag verschijnen. Begin november 1942 verscheen op een volle pagina van de twee belangrijkste Zwitserse weekbladen, La vie protestante in Genève en Le Semeur vaudois in Lausanne, een hoofdartikel onder de titel ‘Een gemeenschap van protestantse intellectuelen’. Het was getekend ‘Gemeenschap van Cluny’ en een foto van het huis in Taizé illustreerde het.

De ‘clunisiens’ stelden de Gemeenschap voor als gesticht ‘twee jaar geleden’, wat waar is als de komst van Roger Schutz in augustus 1940 als referentie dient. Maar voor hen is de oorsprong veel ouder: "Zowat tien jaar gelegen beslisten enkele romaanse en Franse jeugdige studenten een werkgemeenschap op te richten." Deze chronologische vingerwijzing gaat terug naar 1932 ... In die tijd had Roger Schutz op zeventien jaar zeker nog niet ‘beslist’ een gemeenschap op te starten. Daartegen stemt het kleine gemeenschappelijk experiment van Max Thurian en Pierre Souverain overeen met die datum.

"De gemeenschap," volgens de voorstelling van 1942, "wil werkzaam zijn in de hervormde Kerk volgens de principes en onder de leiding van die Kerk."

Wat nieuw is tegenover de Notes explicatives van oktober 1941 is de voorkeur die de bestendige of ‘reguliere’ Gemeenschap nu geniet. Zelfs voorgesteld als ‘twee noodzakelijke en aanvullende vormen’ wordt één paragraaf gewijd aan de Grote Gemeenschap maar twee derden van het artikel aan de ‘reguliere Gemeenschap’. De ‘bestendige Gemeenschap’ waarvan gedroomd in 1941 wordt als al bestaand beschreven en met een leidersrol: "Deze reguliere Gemeenschap heeft een nauwkeurige zending: het middelpunt zijn van de Grote Gemeenschap onder de leiding van de rector (nieuwe benaming voor de vroegere ‘leider’), banden smeden tussen de gemeenschappen en deze aanzetten om zich de leefregel te verdiepen, leden en intellectuelen onthalen voor min of meer lange retraites."

De ‘clunisiens’ waren opgedeeld in retraitanten en bestendige of ‘reguliere’ leden. Deze laatste, die ‘beslissen om in dienst van God in de Gemeenschap of de Kerk te leven’ gaan twee ‘bijzondere verbindingen’ aan: armoede en celibaat, maar het ‘zijn geen eeuwige geloften, ieder blijft vrij om de gemeenschap te verlaten indien God het eist’. Andere Nieuwigheid: De voorstelling van een dag te Cluny: ‘Bij het opstaan komt de gemeenschap samen voor een korte meditatie over de Regel en woont daarna de morgendienst (liturgische viering) bij. Heel de voormiddag is gewijd aan studie. Na het middagmaal is er vrije tijd tot 4 uur en daarna wordt het werk hervat. Om half zeven gaan we naar het avondgebed. Het avondmaal wordt gebruikt in stilte om de broederlijke eenheid te bevorderen. De avond zijn er vrijblijvende gesprekken, lezing, gezang, muziek ... Na de avonddienst van de Gemeenschap gaan allen naar bed."

Het verschijnen van die voorstelling in de twee voornaamste uitgaven van de Zwitserse Franstalige protestantse pers kon de aandacht van een breder publiek trekken, veel beter dan het kleine boekje van 1941 met zeer beperkte verspreiding. Meteen begonnen de discussies binnen de protestantse middens in Geneve en Vaud: sommigen verweten de ‘clunisiens’ de ‘principes van de Hervorming te verraden’ door het monachisme en de kloostergeloften weer in te voeren.

Deze gelijklopende publicatie van november 1942 getuigt hoe gedreven Taizé heel zijn bestaan lang was om zich bekend te maken. Twee docenten van Thurian verbonden er zich openbaar toe om de jonge gemeenschap te steunen. Een waak later schreef Franz J. Leenhardt, docent exegese aan de faculteit theologie in Genève een gelijkaardig artikel [wel onder een andere titel] in Le Semeur vaudois en La Vie Protestante, om de jonge gemeenschap te verdedigen: "Bij de meesten hebben de gevoelsreacties de bovenhand op het heldere nadenken. Graag hekelt men een katholiekachtige strekking en is de kous af. Gaat het niet over gemeenschapsleven, celibaat, leefregels? Ziezo, het klooster is in ere hersteld en de kloostergeloften en de verdienstelijke werken, enz." Na dit pleidooi, door vele citaten uit het Nieuwe Testament ondersteund, voor de wettigheid van een gemeenschappelijk leven en een regel, besluit Franz J. Leenhardt zijn betoog met een nadrukkelijke steun: "Als we het gevaar voor de Gemeenschap van Cluny ontwaren moeten we ze helpen die te vermijden. We zijn solidair met haar. Want misschien bezorgt ze de hervormde Kerk een providentiële kans om die leemte op te vullen." Twee dagen later nam dominee de Saussure in zijn preek in de Sint-Pieterskathedraal de verdediging van het gemeenschapsleven en de Gemeenschap van Cluny op zich.

Deze dubbele bijstand was stralend [en blijvend] maar wel in de marge van de hervormde Kerk in Genève en Vaud. De naam Cluny zorgde ook voor verwarring en scheen zelfs uitdagend. La Vie protestante, dat niet zonder terughoudendheid het artikel en het pleidooi van docent Leenhardt publiceerde, kwam een derde maal terug op de zaak door aan de ‘clunisiens’ te vragen van benaming te veranderen. Het heeft nog jaren geduurd voor de naam Taizé zich opdrong.

Tot in oktober 1944 moest Roger Schutz in Genève blijven, twee jaar die hij als een ‘ballingschap’ aanvoelde. De pasgeboren ‘Gemeenschap van Cluny’ scheen gebroken. Nochtans zullen die jaren in Genève niet nutteloos blijken. Roger Schutz beëindigde zijn eindschrift licentiaat theologie en de Grote Gemeenschap beleefde meer regelmatige activiteiten. Naast de samenkomsten voor gebed en discussie op vaste tijdstippen was er een jaarlijks symposium rond een vooraf bepaald thema en openbaar toegankelijk.

Roger wou ook dat de reguliere Gemeenschap, nauwelijks opgestart in Taizé, bleef bestaan. In de winter van 1942 kwam er een student theologie als vierde lid bij: Daniel de Montmollin. Wanneer het mogelijk was begonnen de vier een eerste vorm van gemeenschapsleven te leiden in een deel van het grote appartement in de rue du Puits-Saint-Pierre. In een zelfde mantel gehuld [een schoudermantel met kap] gingen ze om 7 uur naar de kathedraal voor het morgengebed, waarvoor ze het anglicaans Prayer Book gebruikten. Geneviève speelde orgel. Dikwijls vervoegden jongelui hen voor ze naar hun werk vertrokken. Ze hielden zich niet in de middenbeuk, die koud en streng leek, maar in een kleine zijkapel rechts van de ingang. Deze kapel, aan de Maccabeeën gewijd en in de XVe eeuw opgetrokken in flamboyante gotiek, was voorzien van een orgel, rijke glasramen en prachtige houten lambriseringen. Met het appartement van Puits-Saint-Pierre was het een van de pleisterplekken van de groeiende gemeenschap.

De Zusters van Grandchamp sloten hun huis voor de twee wintermaanden, verbleven in Genève en liepen cursus aan de faculteit theologie. Een onder hen heeft verteld hoe dicht ze op spiritueel vlak bij de clunisiens stonden: "Als we in Genève wonen, gaan we om 7 uur naar de Sint-Pieterskathedraal voor het gebed van de Broeders. De portier houdt zich lichtjes op de vlakte: Die jongemannen in lange mantel met kap en die neerknielen om te bidden vindt hij maar niets! [...] Soms komen ze ’s avonds met ons bidden in onze kleine bidruimte, we zingen dikwijls samen de psalm ‘O, wat is het mooi de Heer te loven’ of een ander kerklied uit het romaans psalmboek. Soms eten we samen of worden we bij hen uitgenodigd. Het is de vreugdevolle eenvoud van het gezamenlijk gebed."

de priesterraad van de kathedraal was bezorgd om die losse groep waaronder niemand dominee was. In december 1942 vroeg de Raad aan de uitvoerende Commissie van de nationale Kerk in Genève of de ‘Gemeenschap van Cluny’ moest beschouwd worden als ‘een groep hervormde protestanten of als een sekte’. De Vereniging van dominees antwoordde dat er nog geen definitieve uitspraak was over de aard van de groep met de aanbeveling de jongeren verder te laten bidden in de kathedraal gedurende één jaar. De Vereniging van dominees wenste dat de jonge gemeenschap de naam Cluny wegliet, maar vond het niet gepast ‘jongeren te ontmoedigen die zich beroepen op onze traditie en duidelijk verlangen naar vooruitgang en bevestiging’.

De ‘clunisiens’ hadden een engelbewaarder in Saint-Pierre met Jean de Saussure die hun ‘geestelijke raadsman’ was en een van de weinige dominees in Genève die hen gunstig gezind was. Later was hij ook aalmoezenier van de Gemeenschap van Grandchamp. In 1949 werd zijn zoon Eric Broeder in Taizé.

Een eindschrift als uitdaging

Op zijn vijfentwintigste was voor Roger Schutz het einde van zijn studies theologie in zicht. In januari 1943 legde hij succesvol de drie ‘examens predikkunde’ af. Daar de prediking een centraal punt van de cultus was moesten de toekomstige dominees de verschillende aspecten van de predikkunde goed beheersen. Op 27 januari hield Roger Schutz een preek over een vers uit de eerste brief aan de Korintiërs. Daarin bepaalt Paulus de zending van de bedienaar Gods: "We zijn Gods medewerkers, jullie zijn de akker en het gebouw van God"[I Kor. 3,9]. Op 28 januari gaf hij catechese over het Laatste Avondmaal. Op 30 januari tenslotte gaf hij een ‘Bijbelse uitleg’ over het fragment uit het boek Genesis waar Jacob tot ’s morgens vecht met God, overwint en God verplicht hem te zegenen [Gen. 32,24-32].

Van nature bedeesd vreesde Roger Schutz heel zijn leven een grote massa of prominenten toe te spreken. Voor de drie examens kreeg hij slechts een minimale notering: 6/10. We kunnen ons ook goed voorstellen dat de jury hem niet bepaald genegen was. Wat in de pers was verschenen en de daarop volgende controverse [zelfs zonder dat zijn naam vernoemd werd] had de aandacht op hem gevestigd als de ‘stichter’ van de beruchte gemeenschap. Toch was hij nog geen dominee. Sommige dominees en docenten hebben zich daaraan misschien geërgerd.

Eindelijk, op 30 april 1943 ’s namiddags, verdedigde de jongeman zijn eindschrift licentiaat theologie dat de titel droeg: L’idéal monacal jusqu’à saint Benoît (VI° siècle) et sa conformité avec l’Evangile. In 230 pagina’s steunde het werk vooral op Franse en katholieke bronnen. Roger Schutz heeft klassieke benedictijner auteurs gelezen en geciteerd [Dom Guéranger, Dom Marmion, Dom Delatte, Dom Hébrard]. Onder de protestantse auteurs citeert hij het essay over monachisme van de liberale von Harnack en diverse werken van Alexandre Vinet, een van de stichters van de vrije Kerk van het kanton Vaud.

Het eindschrift bestaat uit drie gelijke delen: ‘Het kloosterideaal in het vroege monachisme (tot in de VIe eeuw)’, ‘Het kloosterideaal, de toepassing en het Evangelie, Is een reguliere evangelische gemeenschap mogelijk?’. Het historische eerste deel brengt niets nieuws. Echter toont de schrijver in het tweede deel een briljante dogmatische overtuiging, terwijl hij in het derde gedeelte pleit voor een ‘protestants monachisme’ zonder het zo te noemen. Hij herhaalt elementen uit de Notes explicatives van 1941 en uit geschriften van 1942.

Hij vraagt zich af ‘hoe en waarom mannen en vrouwen samengekomen zijn in gemeenschap’ doorheen de christelijke geschiedenis, om een ‘ideaal’ te bereiken. En of dit ideaal, in zijn principe en zijn toepassing, overeenstemt met de evangelische normen.’

De protestantse Hervormers hebben de ‘kloosterinstelling’ afgeschaft omdat ‘in de kloosters alle misbruiken die de hervormers bestreden hoogtij vierden: verdienste voor zijn daden, aanvullende werken’. Maar ‘na vier eeuwen Hervorming’ formuleert Roger Schutz opnieuw de vraag: "Is het niet mogelijk in het gemeenschapsleven een christelijke pedagogie te zoeken die tot Christus leidt en deze of gene in zijn ministerie ondersteunt? Is het vandaag niet mogelijk een evangelische hervorming toe te passen op het katholieke gemeenschapsleven en zo in onze Kerken een vorm van christelijk leven opnieuw in te voeren die overeenstemt met de wettige en diepe nood bij vele gelovigen?" De betuiging was des te sterker door de ondersteuning van een bestaand experiment van gemeenschapsleven, hoewel niet uitdrukkelijk aangebracht. De auteur streefde naar ‘herkenning van de waarde van sommige methodes wanneer deze het innerlijk leven van de christene, zo vaak zwak en onregelmatig, versterken. Deze methodes bestaan uit ‘een bestendige tijd wijden aan meditatie over de Schrift en aan gebed, de innerlijke stilte, het gezang en het beleven van sommige regels’.

Verder bleef Roger Schutz kritisch ingesteld tegenover praktijken en beweringen van het aloude monachisme. Ten eerste de eeuwige kloostergeloften: "De Kerk matigt zich ten onrechte Gods rechten aan, beweert dat een roeping en de verplichting eraan verbonden voor het leven zijn, daar waar de duur van een roeping slechts door Hem die roept wordt bepaald." Daarnaast haalde hij de ‘theologische tekortkomingen’ van sommige passages in de Regel van de heilige Benediktus waarin ‘het vertrouwen in de menselijke krachten overdreven is en aard van het heil slecht bepaald.' Hij onderscheidde het ‘ascetisme’, gekenmerkt door ‘het begrip verdienste door de daden’ en ‘een tweeledige tegenstelling tussen stof en geest’, van de echte ascese, die ‘een innerlijk en uiterlijke gedraging van de christene is die zich opdringt in het geloof’. ‘De reguliere evangelische gemeenschap stelde hij tegenover de reguliere kloostergemeenschap’. De eerste zou de beste principes van de aloude monnikengemeenschappen moeten bewaren maar ze ook uitzuiveren ‘van dogmatische dwalingen, van de verdienste door de daden, van de kloostergeloften en de afzondering’. Concreet is de ‘eerste doelstelling’ van een reguliere evangelische gemeenschap ‘gemeenschappelijke woningen’ te onderhouden waarin de gelovigen een retraite kunnen doen, ‘een innerlijke discipline nastreven, een nieuwe kracht opdoen en een verloren vurigheid in gebed herstellen.' Deze ‘gemeenschappelijke woningen’ zouden bezield worden door ‘reguliere gemeenschapsbekleders’ gelast met het aanhouden van een spirituele band met de vroegere retraitanten die een ‘derde-orde met de gemeenschap als middelpunt’ vormen. Eventueel geroepen om ‘een reizend ministerie met de gemeenschap als pleisterplaats’ te vervullen, zouden ze een dagelijkse zending waarnemen van ‘bidden, zich bezinnen op vaste uren’, onder andere door gezang (dat het ‘kenmerk is van de vreugde om het heil’), door ‘innerlijke stilte’ en getrouw aan ‘regels van geestelijke begeleiding’.

Tal van toekomstige kenmerken van Taizé (een bestendige gemeenschap van gebed, het belang gehecht aan zang, het’ reizend ministerie’ door fraterniteiten over de hele wereld gevestigd) zaten als kiemen in dat schrift. Integendeel was het belangrijke punt van de geweigerde eeuwige geloften afwezig. Daarover veranderde de stichter van Taizé later radicaal van mening.

Roger Schutz gaf een ereplaats aan de ‘reguliere gemeenschapsbekleder’: "Zij die zich aan de rand van de Kerk ophouden hebben beelden nodig. Ze willen weten onder welke concrete vorm de christenen streven naar evangelische volmaaktheid; ze hebben tekenen en zichtbare beloften nodig die voorproefjes zijn van het Rijk."

Vastberadenheid en durf gaven aan de laatste zin van zijn werk een uitdagende klank: "Het zal er op aan komen te weten ofwel dat de gevoelige reactie op al wat herinnert aan het katholicisme zal primeren ten allen prijs, ofwel dat de geuite kritiek zal steunen op trouw aan het Evangelie.

"Het zal er op aan komen te zien of de Kerk de voorkeur geeft om te verstarren in oude gewoonten en alle nieuwe inbreng uit onverschilligheid of vijandigheid zal verwerpen, of ze zal openstaan voor elke inspanning die wil groeien in haar midden en stralende haarden van vroomheid en christelijke vurigheid ontsteken."

De twee juryleden Meyhoffer en Daulte waren vroegere docenten van Roger Schutz gedurende vier jaar en kenden zijn initiatieven. Ze noteerden hem voordelig met 8/10 en de vermelding ‘goed’, want ze hadden begrepen dat de durf van de jonge theoloog niet tegen de hervormde Kerk was gericht en hij een innerlijke vernieuwing betrachtte die het evangelie trouw bleef.

De beroemde theoloog Karl Barth rechtvaardigde in die tijd zelf het bestaan van ‘bijzondere gemeenschappen in de Kerk’. In een conferentie, onder boekvorm uitgegeven, schetste hij ‘een zeker ministerie van geloof en liefde die een heel gemeenschapsleven opeist' en hij gaf toe dat ‘geen enkel dergelijk huis helemaal kan vermijden om op een katholiek klooster te trekken'. Hij vernoemde Taizé niet uitgesproken maar zinspeelde erop: '[...] in Engeland onlangs en ook in het Franse protestantisme [...]'. Deze zinspeling kon de jonge bannelingen van Genève alleen maar aanmoedigen.

De pastorale inwijding

Roger Schutz werd openbaar dominee iets meer dan een jaar later, een tijdspanne die voorvloeide uit de administratieve en kerkelijke stappen en ook door zijn persoonlijke situatie. Als zoon van dominee in de nationale Kerk had hij gestudeerd aan de faculteit theologie van de vrije Kerk. De gemeenschap die hij stichtte had tegenspraak en terughoudendheid teweeggebracht, ondanks dat ze nog in de kinderschoenen stond. Meer zelfs, gepromoveerd in Lausanne, woonde hij tijdelijk in Genève en wou hij zijn zending uitoefenen in Frankrijk zodra de omstandigheden dat toelieten.

Hij werd pastoraal ingewijd in de kerk van Neufchâtel, de kerk van zijn vaders geboorteplaats, en die zojuist werd herenigd onder de naam van evangelische hervormde Kerk van het kanton Neufchâtel (EREN), nadat ze in de XIXe eeuw de verdeling tussen nationale Kerk en vrije Kerk had meegemaakt. Ze werd geleid door een verkozen Synoderaad voorgezeten door dominee Marc Du Pasquier. Deze kende goed de gemeenschap van Grandchamp waardoor hij Roger Schutz had leren kennen. Hij aanvaardde om de jonge theoloog ‘aan te bevelen’ bij de Commissie voor inwijding die alleen bevoegd was om een kandidaat dominee ‘voor te dragen’.

Verschillende documenten, in Neufchâtel bewaard, laten toe de door Roger Schutz afgelopen weg naar de inwijding van juli 1944 te volgen. Dat ging niet zonder aarzelen. Op 22 september 1943 verzond hij zijn schriftelijke aanvraag. Op 8 oktober ‘steunt dominee Marc Du Pasquier deze kandidaat’. De Commissie verlangde meer inlichtingen en wendde zich tot de dominees Meyhoffer en Jean de Saussure. Beiden ‘bevelen warm’ de kandidaat aan. Begin 1944 herkende de faculteit theologie van Neufchâtel het licentiaat theologie door Lausanne uitgereikt. Roger Schutz werd dan ontboden voor een ‘uitgebreid gesprek’. Daar kreeg hij onder andere te horen ‘dat de eventuele inwijding, door onze Kerk toegekend, helemaal niet inhoudt dat hij een taak krijgt in ons kanton indien hij dat wenste.’ Hij wordt op 9 februari opnieuw ontboden, ditmaal door de voltallige Commissie voor inwijding. In deze indrukwekkende zitting moest Roger Schutz zijn preekkunst vertonen door een preek te houden en daarna vragen van de Commissie te beantwoorden. Voor de kandidaat ‘de gelegenheid om zijn religieuze vorming, zijn roeping en zijn theologische en kerkelijke principes voor te leggen’.

Uiteindelijk werd zijn kandidatuur aanvaard en voorgesteld aan de synode EREN die op 7 juni Roger Schutz samen met twee andere kandidaten toeliet tot ‘de inwijding voor het heilig ministerie’ met 139 stemmen voor en 12 tegen.

De plechtigheid ging door op 16 juli 1944 in de collegiale kerk van Neufchâtel met Marc Du Pasquier als voorganger. Het was een gebeurtenis. Een artikel in La Vie protestante herkent de activiteit van de nieuwe dominee als ‘duidelijk afgetekend tegenover het traditionele pastoraal’ en stelt hem voor als ‘origineel en krachtig hervormer van een oude gewoonte’. De journalist vergist zich door te schrijven dat de ‘jonge vereniging’ door de nieuwe dominee gesticht ‘tien jaar bestaat’, maar hij onderstreept wel de vurigheid van de plechtige dienst waaraan, naast de familie van de wijdeling, vele vrienden en leden van de Gemeenschap van Cluny deelnamen.

Ook grootvader Marsauche, na zijn overgang van het katholicisme, was in deze kerk tot dominee gewijd in 1882.

Dialoog met vakbondsmensen

Het gemeenschapsleven ging nog enkele maanden door in Genève. De vier [Roger, Max, Pierre en Daniel], wanneer ieders activiteiten het toelieten, gingen iedere morgen naar de kathedraal voor het gebed, aten samen en ontvingen ’s avonds studenten, jonge werklui of vakbondsmensen. De gesprekken aan tafel duurden lang.

De aanwezigheid van vakbondsmensen bij het begin van deze religieuze gemeenschap is eigen aan Taizé: veel belangstelling voor maatschappelijke problematiek en de wil om in contact te komen met het werkvolk. Al vlug herkenden sommige werklui die in het appartement in Geneve door de ‘clunisiens’ ontvangen werden: "Onze weerstand en ook onze onverschilligheid tegenover een ingeburgerde Kerk deden ons het contact met christenen vrezen. Onze eerste ontmoetingen met de Gemeenschap van Cluny waren vol van nieuwsgierigheid en twijfel. Maar tijdens de maaltijden en de gesprekken die we regelmatig meemaakten konden we uitmaken dat er christenen bestonden die alles wilden delen. Daardoor vielen onze twijfels weg. We kwamen ook dichter naar elkaar toe door samen te ontdekken dat grondige sociale en economische hervormingen zich opdrongen. Slechts veel later vroeger we om ingewijd te worden in de waarheden van het geloof en begrepen dat die ook voor golden." Roger en zijn metgezellen stelden voor hen een vereenvoudigde catechismus op.

In 1944 was het onderwerp voor de jaarlijkse bijeenkomst van de ‘Grote Gemeenschap’: ‘Gemeenschappelijk realisme en christelijk communisme’, een gedurfd thema.

Roger Schutz stond ook in contact met een beroemde vakbondsafgevaardigde: Lucien Tronchet, voorzitter van de FOBB (Fédération Ouvrière du Bois et du Bâtiment), een verbond dat bij de vrijzinnigen aanleunde. Lucien Tronchet had meerder malen gevangen gezeten voor zijn activisme in de vakbond en omdat hij in 1940 zijn inlijving in het Zwitserse leger geweigerd had. Hij schreef mede het voorwoord van het boek dat Roger Schutz einde 1944 uitgaf. In zijn tekst eist Lucien Tronchet daden en ‘feiten’: Zo lang christenen in hun Kerken niet dagelijks streven, in hun verhoudingen tussen werkgevers en loontrekkende, naar een eerlijke verdeling van de door gezamenlijk werk voortgebrachte rijkdom, is het overbodig een lans te breken voor de herkerstening van de werkende klasse. Zonder de Gemeenschap van Cluny te vernoemen die hij had leren kennen op het appartement van Puits-Saint-Pierre wettigde hij: "Het samenwerken of de actie van kleine gemeenschappen is de juiste weg om de moderne instanties te beïnvloeden en leiden." Maar hij waarschuwde ook: "Maar deze kleine gemeenschappen moeten durven nadenken om te beweren waarheden voor te houden aan hun tijdgenoten en te tonen dat ze genoeg geloven om ze toe te passen."

"Onder deze waarheden is er één van groot belang voor het heil van de wereld: het afschaffen van allerlei eigenaarsvoorrechten die toelaten dat sommigen de medemens uitbuiten." De stichter van Taizé was nooit zo radicaal, maar zijn sociale inzet zal nooit wijken.

Vertaling: Broeder Joseph

» Reageer (0)
04-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé. Frère Roger Schutz. Biografie. Hoofdstuk 3. Ontstaan van een Gemeenschap [1]
Taizé: Frère Roger Schutz: Biografie. Hoofdstuk 3. Ontstaan van een Gemeenschap [1]

In Europa brak in september 1939 een tijd aan van verwarring die ook de familie Schutz trof, door de Poolse invasie en de oorlogsverklaring van Frankrijk aan Duitsland. Twee maand later nam de dominee ontslag vanwege zijn leeftijd ... hij was tweeënzestig. Op 31 oktober verliet de familie Schutz Oron om een grote woning in Presinge te bezetten.

Dit dorpje nabij Genève van amper driehonderd zielen had alleen een katholieke kerk. Er was ook een mooi landgoed uit de XVIIIe eeuw, de ‘Abdij’ genoemd en waar Roger Schutz weldra zijn eerste vergaderingen en retraites hield.

De oudste zoon, Charly, moest dienst doen als grenswachter en kwam zo met vrouw en kinderen bij zijn ouders in Presinge inwonen. Renée, de tweede dochter en haar man Erich Rehlberg en hun kinderen vervoegden ook.

Roger nam actief deel aan de werking van dat groot huis vol inwoners waaronder acht kinderen. Doorlopend zaten ze met vijftien à twintig man aan tafel. Een van zijn neven, toen negen jaar oud, herinnert zich dat de stichter van Taizé graag de touwtjes in handen nam: "Hij was een geboren leider. Hij verdeelde de karweien. Hij gedroeg zich als een tiran met de jongste."

Een "gemeenschap te midden van de wereld"

De faculteit van Straatsburg viel stil zonder datum van heropenen. Dus trok Roger Schutz naar de vrije faculteit theologie in Lausanne voor zijn vierde jaar maar bleef in Presinge wonen. In oktober 1939, zoals beloofd, stelde hij zich kandidaat voor het voorzitterschap van het Verbond van Christelijke Studenten in Lausanne en werd hij verkozen. Hij bleef één jaar aan. De degelijk opgezette bond bestond uit groepen, samengesteld uit de verschillende hogescholen van de stad.

Roger Schutz stelde voor om de Catechismus van Heidelberg in dit academisch jaar te bestuderen. Opgesteld in 1562-1563 is dit boek de meest volledige en beroemdste uitdrukking van het hervormde geloof. Hij omvat 129 vragen en antwoorden opgebouwd rond de drie grote componenten van het christelijk leven: zonde, verlossing, dankbaarheid. Roger Schutz hield ook veel vergaderingen onder studenten en retraites voor de overtuigden. "Deze vergaderingen met Fransen en Franstalige Zwitsers, deze wandelingen door bos en veld, deze late avonden waren niet toevallig en lieten toe een gezamenlijke zorg te ontdekken die ons kwelde: de eenzaamheid en de afzondering die ons te wachten stonden na onze studies."

Zijn droom van een gemeenschap die hij deelde met andere jongeren kreeg stilaan vorm: "We moesten een einde maken aan een te individualistische traditie, om voluit de rijkdom van de samenwerking te benutten, zelfs met een gemeenschapsleven. [...] Trachten een gemeenschap op te richten die in de wereld staat en waarin elk lid gebonden is door zijn geloof in Christus en het aanvaarden van een regelgeving." Dat was de roep die voor sommigen onweerstaanbaar werd.

De gedachte ‘gemeenschap’ ging al rond bij meerdere denkers. Emmanuel Mounier [Roger Schutz ontmoette hem later in Taizé] was voorstander van ‘een personalistische en gemeenschappelijke revolutie’ (de titel van een werk verschenen in 1935). De Duitse socioloog Ferdinand Tonnies, in een boek dat later een klassieker werd, ontwaarde datzelfde jaar in de eigentijdse maatschappij een vitale nood aan gemeenschap. De economist François Perroux, voorstander van een markt beheerd door de ‘gemeenschap van werk’ en de ‘vakgenootschap’, gaf in 1941 zijn Schriften over gemeenschapsstudies.

Op het religieuze vlak hield het verschijnen van religieuze gemeenschappen op protestantse bodem in grote mate verband met de oorlog, maar in de jaren daarvoor kwam het experiment van Iona, gesticht door een Schotse dominee in 1938, als voorloper van deze van Roger Schutz in Taizé: een duurzame gemeenschap die externe gemeenschappelijke groepen ordent en bezielt. In het Duitse Finkelwalde had dominee Bonhoeffer tussen 1935 en 1937 een gelijkaardig experiment met studenten theologie en zijn in 1939 verschenen boek Over gemeenschapsleven werd steeds herdrukt en ondertussen ook vertaald.

De ‘gemeenschap’ waarvan de jonge Roger Schutz in die jaren 1939-1940 deel van uitmaakt en waarover hij begint te praten met de meest overtuigde studenten van zijn Verbond heeft nog geen vaste omlijsting, hooguit enkele duidelijke spirituele principes, een ontwerp van ‘franciscaans getinte’ regels. Roger Schutz gelooft in het slagen van een ‘gemeenschap te midden van de wereld’, een ‘intellectuele gemeenschap’, ook tegelijk spiritueel, waarvan de leden regelmatig bijeenkomen om samen te bidden, samen studeren en retraites beleven. De overtuiging van de jonge student is stevig: "Ik stond voor God, verplicht iets te ondernemen die mijn krachten oversteeg. Een zekere intuïtie die me overviel en aandrong om iets te doen dat mijn mogelijkheden overschreed en heel veel moed zou vergen." Ik zei: "Ik zal het doen, maar ik wist niet waarover het ging."

Dan deed hij een belangrijke ontmoeting. Roger Schutz had vernomen dat er in het gehucht Grandchamp nabij Neufchâtel enkele jaren voordien een klooster was gesticht en bestemd om mensen te ontvangen voor een retraite van enkele dagen. De drie vrouwen die er woonden waren nog niet gewijd, maar leidden wel een leven van regelmatig gebed en ze werden al ‘zusters’ genoemd. Een ervan, Marguerite de Beaumont, heeft verteld hoe ze op een lentedag in 1940 Roger Schutz zag aankomen: "Voor me stond een jongeman van twintig, jonger dan ik. Hij noemde Roger. Hij heeft de zending gekregen een gemeenschap van jonge mannen op te richten. Hij vernam zojuist dat we hier een gemeenschappelijk leven beginnen en hij vraagt of hij bij ons enkele dagen mag doorbrengen in gebed. Ik geef hem een cel en we houden er met veel zorg een diep stilzwijgen op na tijdens zijn verblijf."

Dit eerste verblijf in Grandchamp zou door vele andere opgevolgd worden. Een overvloedige briefwisseling kwam op gang. De gemeenschap van Grandchamp en die van Roger Schutz werden samen gevormd en breidden samen uit.

Miljoenen mensen bevonden zich in juni 1940 op de Franse wegen, vluchtend voor de optrekkende Duitse troepen. Deze uittocht herinnerde Roger Schutz aan 1914 waarover zijn grootmoeder zo vaak had verteld. Haar voorbeeld indachtig besliste hij de ontredderde mensen te helpen: "Ik wou vooral eerst mezelf testen: ben ik in staat me te mengen in de grootste beproeving van nu? Ik wou een huis vinden om degenen die wilden schuilen voor de oorlog te herbergen en waar eens een gemeenschap zou bestaan."

In augustus 1940 vertrok hij uit Presinge op zoek naar een groot huis in Frankrijk dat én een onthaalcentrum voor vluchtelingen én een tehuis voor zijn toekomstige gemeenschap kon zijn. Er moest genoeg land aan het eigendom liggen om te kunnen bebouwen en om de leden van de gemeenschap te bevoorraden.

Hij vertrok per fiets uit Presinge en begon zijn zoektocht in de vrije zone. Al de eerste dag vond hij nabij Frangy een mooie woning met een grote boerderij ernaast. Er was een kapel waarin de heilige Franciscus van Sales de mis had opgedragen. Maar hij vond het geheel te mooi en welgesteld. Ook te dicht bij Presinge, bij zijn ouders, ‘te dicht bij mijn kennissen om mijn eigen weg te vinden.’

Hij reed verder tot in Bourg-en-Bresse waar zijn oom Louis Marsauche tijdelijk was aangesteld als opgeroepen aalmoezenier. Zijn oom gaf hem enkele dagen onderdak en wees hem een grote woning aan in Saint-Martin-du-Mont nabij Bourg-en-Bresse, die te koop stond. Het huis stond tegen de heuvel, omringd met hoge bomen en bood een prachtig uitzicht op de omgeving. Toch verzaakte hij weer: de streek was te bloeiend en het landgoed te mooi. Heel zijn leven had hij de prikkel van beproeving en hinder verkozen boven gemakkelijke oplossingen.

Op 20 augustus belandde Roger in Cluny ten noordoosten van Mâcon. Toen hij de plaats ontdekte bleven er van de beroemde abdij slechts enkele sporen over en waren de mooie abdijgebouwen al lang geseculariseerd. Hij vernam bij de notaris dat een grote woning te koop stond op tien kilometer van hier, in het dorp Taizé. Hij ging er meteen naartoe.

Het dorp ligt op een heuvel boven de vallei van de Grosne, een rivier die van het Mâconnais gebergte naar de Saône loopt. Taizé was steeds een welvarend dorp van wijnboeren geweest. In de jaren 1880 had echter de phylloxera alle wijngaarden vernield en had de trek naar de stad het dorp tot drieënzeventig inwoners herleid.

Taizé was een ‘menselijke woestijn’ herkende Broeder Roger later. Geen telefoon, geen stromend water, geen winkel of herberg. De baan was niet verhard. Het enige sieraad van het dorp was een mooi romaans kerkje uit de XIIe eeuw dat vroeger afhing van de abdij van Cluny. Maar er was sinds de Revolutie geen pastoor meer. Taizé hing af van de parochie Ameugny, een dorp in de buurt, en van de aartspriester van Saint-Gengoux-le-National, hoofdplaats van het kanton.

Het huis dat te koop stond werd het ‘kasteel’ of ‘huis van Brie’ genoemd (naar de eigenaars die in Lyon woonden) en was het grootste in het dorp. Een mooi gebouw met twee verdiepingen en een hoge voorgevel; op het dak stond een torentje en waren er ronde raampjes. Van het domein dat vroeger uitgebreid was bleven er nog zeventien ha weiland, bossen en velden over. Ook enkele gebouwen: een paardenstal, een veestal, een hangar en een pers. Sinds enkele jaren te koop aangeboden, was er geen liefhebber ondanks de lage verkoopprijs.

Hij was de ingangspoort nog niet voorbij of een weduwe uit het dorp, Henriette Ponceblanc, sprak Roger aan. In het gesprek vertelde ze Roger dat er in het dorp nergens eetgelegenheid was en nodigde hem uit op de lunch bij haar dochter. Onder het maal sprak ze een zin uit die de stichter van Taizé voor altijd bijbleef et graag herhaalde: "Blijf hier, we zijn zo eenzaam en alleen." "Die woorden waren beslissend," benadrukte hij.

Terug in Presinge gaf hij vader rekenschap van zijn reis en vermeldde de opmerking van de weduwe. Zijn vader reageerde meteen: "God richt zich tot ons via de armen, zijn woordvoerders. Als deze oude boerin je zo aansprak is het in Taizé dat je moet zijn."

Maar welke middelen van bestaan had zijn zoon? Waarvan ging hij leven? De dominee vreesde dat hij op de giften van medemensen zou moeten rekenen en zo zijn onafhankelijkheid prijs te geven. Hij herhaalde hem dat nog op zijn sterfbed. Voor Roger werd vaders’ verwittiging een slagzin: "De Broeders nemen geen enkele gift ten eigen bate aan." Bedoeling van de toekomstige prior was door eigen werk in eigen behoeften voorzien. Door op het land te werken zou de gemeenschap de dagelijkse kost verdienen.

Eind augustus verzamelde hij in Lausanne een dertigtal vrienden en kondigde hen aan dat hij besloot een huis te kopen voor zijn toekomende gemeenschap. Een vergadering zou heel vlug doorgaan in Taizé.

Roger vertrok terug naar Frankrijk met zijn broer Charly die door vader gelast was na te gaan of dat huis wel deugde voor het opzet. Ze overstegen hun meningsverschil en brachten drie à vier dagen door in Taizé. Charly, die Roger ‘s ontwerp niet goed begreep gaf een gunstig advies en enkele tips.

Bij het ondertekenen van de verkoopakte trachtte de notaris de koper af te schrikken: "Je bent maar vijfentwintig en je gaat je hele leven wijden aan deze vestiging, in slechte staat, om ze te onderhouden." Roger Schutz trok naar de dichtst bijgelegen kerk, de mooie kerk van Notre-Dame en daar was het dat hij zei: "ik kies voorgoed voor Taizé."

Op 8 september, het feest van de geboorte van de heilige Maagd, beëindigde de eigenares in Lyon een noveen om de verkoop van haar huis af te smeken. Die samenloop scheen te behoren tot de ‘gouden legende’ die alle klooster onderhouden rond hunstichting. Nochtans is het een vaststaand feit.

Broeder Roger heeft dikwijls geschreven dat hij Taizé kon aanschaffen dankzij een ’kleine lening’ die hem werd toegestaan. Maar in een artikel in het blad Time van 1948 werd er eerst gewag gemaakt van een vrijgevige ‘godvruchtige Franse calviniste’ die hem ‘aanbood het domein te kopen’. Van zijn kant noteerde Max Thurian in een belangrijk artikel over de oorsprong van Taizé: "Toen we niet beschikten over de middelen om zo een huis te kopen, werd er voor ons in Bourgondië een kasteel gekocht." Er kwam nooit duidelijkheid erover.

Roger Schutz moest nog steeds zijn studies beëindigen. In oktober 1940 legde hij zijn laatste examens als vierdejaars af. De verkregen noteringen toonden aan dat hij ernstig bleef studeren: 9/10 voor geschiedenis dogmatiek, 6/10 voor theologie Nieuw Testament en 8/10 voor moderne theologie.

Zonder nog voorzitter te zijn van het Christelijk Verbond van Studenten in Lausanne bleef hij nauwe banden aanhouden met enkele leden. Nu hij een huis bezat voor zijn gemeenschap kon er een eerste vergadering doorgaan. Ondanks de beperkte vrijheid van verkeer ging een eerste ontmoeting door in Taizé op de vooravond van Kerstmis 1940 met als thema ‘verhouding tussen geloof en wetenschap’, waarna ieder zelf de studie ervan voortzette, alleen of in groepjes.

Het gemeenschappelijk gebed ging door in een kleine huiskapel door Roger ingericht en zo beschreven door een bezoeker: "Op de benedenverdieping een gewone kamer, ondertussen verdwenen, waar een groot kruis voor het raam in het tegenlicht de enige versiering uitmaakte." De eerste stap was gezet.

Nadat de studenten vertrokken waren begon Roger Schutz aan een eenzaam bestaan nu hij permanent in Taizé verbleef. Hij had een koe en twee geiten gekocht en een moestuin opgestart. "Ik zong urenlang tijdens het werk, zei hij, en vond dat daar de vreugde lag: veel zingen, driemaal per dag bidden. Vanaf de eerste dag leerde ik het handwerk aan en ondervond dat een koe meer melk gaf als ze driemaal in plaats van tweemaal per dag gemolken werd."

Marie Aubœuf

In de eerste dagen van zijn vestiging kwamen enkele bejaarde vrouwen van het dorp, ‘vol goedheid’, hem warm onthalen. Eén maakte een diepe indruk op hem, namelijk Marie Aubœuf die tien kinderen had opgevoed. Ze was voor mij een ‘moeder volgens het Evangelie’, vertrouwde hij toe. Ze bracht hem voedsel en sprak met hem. Ze vertelde hoe jaren geleden Maria aan haar verschenen was.

In die tijd leed ze aan een toenemende heupverlamming. Terwijl ze ’s nachts bad op haar kamer werd het opeens heel licht en ‘de Maagd Maria verscheen haar in visioen.' Toen ze opstond was ze genezen. Voor Roger Schutz was dit verhaal een mijlpaal dat het ‘ontstaan van Taizé’ bestempeld heeft.

De jonge alleenstaande bleef nauw gehecht aan Marie Aubœuf. Ze begreep van binnen uit de roeping die ik trachtte te beantwoorden, het gebed driemaal per dag. Maar niet iedereen was overtuigd. Velen begrepen de intentie van de jonge protestant niet, een Zwitser dan nog, die geen dominee was maar wel het nodige geld had gevonden om het grootste huis van het dorp te kopen. In 1942, door wantrouwen gedreven, verklikten sommigen hem bij de overheid.

Hij maakte enkele jaren een ander visioen mee. Broeder Roger vermeldt dit zo: "Rond 1947 vertelde me een huismoeder dat ze bij het bidden stappend het dorp uitliep en daar in een visioen een groot kruis zag staan. Ze hield eraan de juiste plek te vermelden. Ik was verlegen dit te horen en heb er nooit over gesproken." Toen de kerk van Verzoening opgericht was merkte hij op dat deze precies op de plaats van dat visioen stond.

Een geestelijke vader: Eerwaarde Couturier

De oecumenische beweging had zich uitgebreid tussen de twee oorlogen maar viel niet in de smaak bij de katholieke overheid, waaronder paus Pius XI in zijn encycliek Mortalium animos van 1928. Hij veroordeelde daarin elke deelname aan conferenties van de pan-christenen die alle christelijke Kerken wilden samenbrengen en denken dat de ‘eenheid van geloof’ nog komt. De enige Eenheid mogelijk, volgens de paus, is de terugkeer van de dissidenten naar de ene ware Kerk van Christus [de katholieke Kerk]. Het is hun ongeluk dat ze die verlieten.

In die context ontstond het ‘katholiek oecumenische’ met een tweeledige opvatting waarvan de vaandeldragers de eerwaarde Couturier en de dominicaan Yves Congar waren.

In 1881 geboren te Lyon en docent aan de Kartuizerinstelling, ontdekte hij slechts op latere leeftijd (hij was 52) de problematiek rond de eenheid van de christenen. Hij was in Frankrijk de gangmaker van de universele Bidweek voor de eenheid van de christenen die liep van 18 tot 25 januari. Indien een dogmatisch akkoord onmogelijk is op korte termijn, vond hij dat katholieken, orthodoxen, anglicanen en protestanten tegelijk konden bidden voor dezelfde intentie: ‘In liefde één zijn van hart’ kan en mag ‘de eenheid van geest in waarheid’ voorafgaan.

Het ‘spiritueel oecumenisme’ van Couturier werd beantwoord met een meer dogmatisch type katholiek oecumenisme. In 1937 publiceerde pater Congar zijn Verdeelde christenen. Grondslag van een katholiek ‘oecumenisme’ waarvan mocht beweerd dat het de eerste Rooms-katholieke poging was tot uitwerken van een theologie van het oecumenisme. Zijn invloed was groot, ondanks het feit dat het perspectief door pater Congar aangereikt lange tijd niet aanvaard werd door de katholieke Kerk. Van zijn kant deed Couturier er ‘alles aan om de Kerk te overtuigen, en vermenigvuldigde de dogmatische meningsgeschillen en het technisch onderzoek om erin te slagen’. Vanaf 1937 organiseerde hij met een de eerwaarde Remillieux, priester in Lyon, een jaarlijkse bijeenkomst van hervormde dominees en katholieke priesters. De katholieken stelden voor om die te laten doorgaan in de Cisterciënzerabdij van Notre-Dame-des-Dombes in de Ain ten noorden van Lyon; zo ontstond de benaming ‘Groep van Dombes’ voor deze oecumenische bijeenkomsten die nog steeds plaats vinden, maar op een andere locatie.

Taizé: bijna toeval

Tijdens zijn laatste jaar faculteit had Roger Schutz van Couturier gehoord via Armand Payot, dominee in Genève: "Hij beschreef me deze opvallende gevoelige en vredelievende priesterfiguur." Eens in Taizé gevestigd trok de jongeman op bezoek naar de bejaarde priester in Lyon. Meerdere malen heeft hij over die eerste ontmoeting met de baanbreker van het spirituele oecumenisme verteld. Ze verliep in de herfst van 1940 aan de Kartuizerschool op ‘een armzalige kamer, vol dagbladen, boekjes en strooibiljetten’ voor de Bidweek tot eenheid. Hij was onder de indruk van ‘het duizelingwekkend doorzicht, onverwacht bij een priester die nooit het protestantisme van nabij had gekend’: Hij begon het leven van onze parochies en onze pastoraal te omschrijven alsof hij er heel zijn leven had doorgebracht met de hoop en de moeilijkheden van de Hervorming.

De jonge protestant en de bejaarde priester hadden dezelfde kennissen. Zo was Couturier sinds 1938 in contact met Wilfred Monod en hij bewonderde diens ‘tiers-ordre’ van Wakers. Ook in 1940 had hij het bezoek gekregen van Marguerite de Beaumont, een van de stichters van de gemeenschap in Grandchamp.

Roger Schutz vertrouwde aan de priester uit Lyon toe dat hij hunkerde naar een gemeenschapsleven en hij nodigde hem uit in Taizé. De eerwaarde Couturier was voor hem een kostbare hulp. Hij bracht hem in contact met de katholieke en protestantse middens in Lyon die het meest ontvankelijk waren voor de oecumenische gedachte en verspreidde zijn communautair plan onder zijn talrijke correspondenten. Door zijn toedoen vernoemde in de lente van 1941 het religieus informatieweekblad SŒPI [Service Œcuménique de Presse et d’Information] van Genève de stichting van Roger Schutz zonder ze te noemen: "In Frankrijk wijden zich een aantal kloosters aan gebed en boete ten voordele van de eenheid, en in Cluny ging onlangs een centrum van start voor contemplatief leven, van monachale inspiratie en die jonge protestanten samenbrengt." Dit is de eerste melding over Taizé in de pers. De benaming ‘Cluny’ zal nog enkele jaren standhouden.

Verantwoordelijkheid opnemen voor een beter bewoonbare aarde

Als Broeder Roger het ontstaan van Taizé aanhaalde zei hij later: "In de roeping van de gemeenschap zitten twee aspiraties: op weg gaan in zijn innerlijk leven door gebed, en verantwoordelijk opnemen om de aarde beter bewoonbaar te maken. Het ene kan niet zonder het andere."

De bedrijvigheid breidde uit. Vanaf 1940 begon de opvang van ‘vluchtelingen, Joden en weerstanders’, nooit meer dan twee of drie tegelijk; vanaf 1944 de stichting van een weeshuis et bijstand aan Duitse krijgsgevangenen en later het werk in de fabriek voor enkele broeders; nog later acties ten bate van de derde wereld en het opzetten van kleine fraterniteiten in arme landen en misdeelde buurten.

De ontmoetingen van Roger Schutz met kanunnik Dutroncy, pastoor in het dorp Saint-Gengoux-le-National nabij Taizé laat doorschijnen dat ze samenwerkten. De kanunnik was inderdaad bekend in zijn dorp ‘als een vurige anti-Duitser’. Hij verborg vervolgde jongeren en deserteurs en vanaf 1942 ook weerstanders. Waarschijnlijk riep hij de hulp van Roger Schutz in. Later en zonder zijn naam te vermelden, zei Broeder Roger slechts: "hij hielp politieke vluchtelingen [...] ik was hem per fiets gaan bezoeken met Emmanuel Mounier op doortocht in Taizé. We waren beiden in de ban van die priester die attent alles opvolgde vanuit die afgelegen plek."

Over Emmanuel Mounier zegt de stichter van Taizé verder niets, elliptisch zoals gewoonlijk. Van andere bronnen is geweten dat Mounier twee weken bij zijn familie in Cluny doorbracht in september 1941. Het blad Esprit door hem gesticht werd verboden, in januari 1942 werd hij aangehouden en opgesloten in Lyon. Het is in die onzekere periode dat de ontmoeting tussen de personalistische filosoof en de jonge protestant plaats vond. De onderwerpen die beiden boeiden ontbraken niet.

Sommige aanvragen voor hulp bereikten hem via ‘vrienden uit Lyon’, in de eerste plaats van dominee Roland de Pury die nauwe banden had met de beginnende Gemeenschap. Geboren in Genève en woonachtig in Lyon was Roland de Pury aanhanger van het gedachtegoed van Karl Barth. Vanaf eind 1941 was hij een bezieler van de christelijke Vriendschap, een verbond ontstaan onder de bescherming van kardinaal Gerlier, aartsbisschop van Lyon, en dominee Boegner, voorzitter van het protestantse verbond van Frankrijk, om de Joden te helpen. Roger Schutz was in Taizé een schakel in dit netwerk.

Zonder duidelijke bewijzen mogen we ‘veronderstellen dat hij ook in verbinding stond met de CIMADE [Comité Inter-Mouvements Auprès des Evadés], een structuur opgestart in 1939 door Madeleine Barot op vraag van dominee Boegner om hulp te verlenen aan de ‘verstekelingen van Elzas-Lotharingen’. Na de wapenstilstand bood de CIMADE hulp aan de geïnterneerde Joden in de omliggende kampen, ook om te vluchten naar het buitenland.

Roger Schutz had aan zijn jongste ongehuwde zus Geneviève gevraagd om hem bij te staan. "We hadden weinig," herinnerde hij zich, "zonder stromend water gingen we naar de dorpsput voor drinkwater. We konden slechts voedingswaren krijgen met rantsoeneringkaarten en de vluchtelingen kregen die niet. De voeding was dus meer dan eenvoudig, vooral de soep die bestond uit gemalen en geroosterde maïs die we kochten bij de naburige molenaar. We hadden ook melk van de koe en onze geiten, groenten uit de tuin, soep van netels en slakken uit een oude kwekerij aan de voet van de heuvel."

Dominee Casalis, die tijdens de oorlog had deelgenomen aan de activiteiten van CIMADE, heeft verteld dat de hulp aan vluchtelingen voor velen, christenen of niet, een sterke spirituele ervaring is geweest: "Bij aanvang dachten we dat we mensen in nood bijstonden en we hebben ontdekt dat zij ons ter hulp kwamen. Hun aanwezigheid en hun onvermijdelijke verwachtingen overstegen ons en lieten comfort, lafheid, stilzwijgen en medeplichtigheid achterwege. Hun aanwezigheid en lijden deed ons herleven tot een open en geofferd bestaan, en we ontdekten de ware zin en het centrum van onszelf: de andere wiens ontmoeting ons redt van die dood erger dan alle andere: het hebzuchtig terugtrekken en de ongevoelige eenzaamheid."

Eerwaarde Couturier in Taizé

De eerwaarde Couturier had beloofd Roger Schutz te bezoeken en deze wachtte ongeduldig op zijn komst. Hij had haast om hem de mis te zien opdragen in de kerk van Taizé waar slechts twee à drie vieringen per jaar doorgingen. Een gelegenheid, dacht hij, om de dorpbevolking te benaderen. "Ik verheug me," schrijft hij hem, "die dag te beleven en de eensgezindheid meemaken onder de katholieke broeders in Taizé. Het is wel pijnlijk midden een ‘volk van gelovigen’ te leven en toch eenzaam te zijn."

Op 4 juli 1941 komt Couturier aan in Taizé, vergezeld van de pater marist en medewerker Maurice Villain die een ook grote vriend van de Gemeenschap werd. Pater Villain herinnerde zich "een jongeman van vijfentwintig met een kinderlijk gezicht en de ogen vol hemelse uitstraling."

Met toelating van Mgr Lebrun, bisschop van Autun, werd ’s anderendaags, een zaterdag, de langverwachte mis opgedragen. Als protestant woonde Roger Schutz ze bij achter in de kerk. Tot zijn grote ontgoocheling hadden slechts enkele vrouwen zijn uitnodiging beantwoord.

De discussies liepen twee dagen lang over oecumenisme en gemeenschapsleven. Couturier vermelde de anglicaanse religieuze gemeenschappen die hij en 1937 en 1938 bezocht had. Op zijn beurt stelde Roger Schutz veel vragen aan zijn gast en legde hem ‘een schets van dagelijks reglement’ voor, die de eerwaarde meenam naar Lyon om het rustig te bekijken in de komende dagen.

"Bij gelegenheid van een bezoek aan het domein konden we verrast enkele Joodse vluchtelingen de hand drukken," vertelde pater Villain, "die ontginningswerken uitvoerden en waaraan de dominee asiel verleende."

Na die ontmoeting moedigde Couturier de jongeman nog aan, beter zelfs, hij bemoedigde hem door te zeggen dat zijn werk Gods zegen wegdroeg: "Laat je nooit ontmoedigen, schreef hij hem, en blijf voorzichtig, want ik ben zeker dat de gezegende hand van God je beschermt opdat je grote dingen zou ondernemen ton Zijn glorie, zolang je een gewillig, nederig en gelaten antwoord geeft." Toen Roger Schutz drie jaar later zijn eerste boek uitgaf, stuurde hij Couturier een exemplaar dat hij signeerde: "Aan onze geliefde spirituele leider, de eerwaarde Couturier." Dit teken van respect was tegelijk een schuldbekentenis.

Vertaling: Broeder Joseph

» Reageer (0)
03-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé. Frère Roger Schutz. biografie. Hoofdstuk 2. Een bekering
Taizé: Frère Roger Schutz, biografie. Hoofdstuk 2: Een bekering

Jaren ziek

Enkele weken voor het einde van het schooljaar 1931 moest Roger het college in Moudon verlaten omwille van een "zogenaamde" griep. De ziekte sleepte aan, een lange rust werd voorgeschreven en hij kon niet naar school met ingang van het nieuwe schooljaar. Hij studeerde thuis verder onder toezicht van zijn vader en daarna werd hij ingeschreven voor een cursus schriftelijk onderwijs om het ‘federaal maturiteitsexamen’ (het Zwitserse baccalaureaat) voor te bereiden.

In juli 1932 moet hij weer zijn studies onderbreken vanwege "een zware borstvliesontsteking die hem fel had verzwakt," schrijft zijn vader. Het is ernstig. Voordien was zijn overgrootvader aan moeders kant, Albert Delachaux de horlogemaker, jong gestorven [hij was net geen veertig jaar] aan longtuberculose. Ook zijn twee zonen stierven er aan, de eerste was tweeëntwintig en de andere één jaar oud.

Zijn ouders vreesden dat hospitalisatie en een mogelijke besmetting door patiënten hem zieker zou maken en dat zijn toestand zouden verergeren. Ze besloten om hem verder thuis te verzorgen en hij mocht zijn kamer niet verlaten. In de winter van 1932 kon hij zijn werk met zijn vader hervatten en hij bracht een tweede schooljaar thuis door.

Schijnbaar was hij weer gezond en zijn ouders schreven hem in op het gymnasium van Genève voor het volgende schooljaar. Hij zou logeren bij zijn zus Renée die gehuwd was in Genève. Maar op de eerste dag van het schooljaar in september 1933 overviel hem een nieuwe crisis. Zo bleef Roger in Oron. Later zei hij dat de hernieuwde aanvallen het ergste deden vrezen. In ieder geval hebben die zware fysische beproevingen de jongen vroegtijdig gerijpt. Deze periode van afzondering en verplichte rust lieten hem toe veel te lezen. Wat anders uitvoeren? In die tijd gaf hij de voorkeur aan litteraire werken van klassieke of eigentijdse auteurs, zoals André Gide.

Eens er beterschap optrad mocht hij van de dokter buiten komen. Bijna dagelijks ondernam hij lange wandelingen van twee tot drie uren. Zijn zin voor uitstappen in velden en bossen bleef hem bij tot op hoge leeftijd. Met grote passen liep hij de omgeving van Taizé af, alleen of in gezelschap, liefst in de vroege morgen.

Tijdens deze eenzame wandelingen in Oron kon hij mediteren. Terug thuis noteerde hij zijn gedachten in een schrift. Later hernam hij die gewoonte en in 1971 publiceerde hij meerdere jaren uitreksels van zijn dagboek.

Het was ook de tijd voor beslissingen: In mijn jeugd, toen er zoveel breuken ontstonden in Europa, vroeg ik me onophoudelijk af: waarom dit verzet, deze onherroepelijke veroordelingen onder mensen en zelfs onder christenen? En ook: Bestaat er op aarde een weg om de andere werkelijk te begrijpen?

"Er kwam een dag, die ik juist kan dateren, en een plaats die ik kan beschrijven, met het zachte licht van een zomeravond met een dalende schemer op het platteland, een dag waarop ik besliste. Bij mezelf zei ik: als die weg bestaat, begin dan bij jezelf en verbind je ertoe om alles te begrijpen bij ieder mens. Toen was ik overtuigd dat dit voornemen gold tot aan mijn dood. [...] Liever alles begrijpen dan begrepen worden.

Het was geen plotse metanoia of een brutale bekering, maar een spiritueel rijpen, een geleidelijk besef: "Soms kreeg ik een voorgevoel dat me als een bliksem doorkruiste: eens zou ik grote risico’s nemen voor Christus en het Evangelie, en een weg opgaan die me nog onbekend was.

Toen begreep ik dat het nodig was, om in vertrouwen te kunnen vorderen, zich te richten op enkele heel simpele evangelische waarheden en er steeds op terug te vallen.

Tijdens mijn lange wandelingen herhaalde ik steeds: ‘Houden van afzondering en de eenzaamheid weren.’ Enkele woorden drongen zich ook op: ‘Verlaat je op Hem’...’Vooral de inwendige stilte, de vrede in het hart’...‘De vreugde, de eenvoud, de barmhartigheid beleven’"

Deze ‘stap voor stap uitgewerkte krachtlijnen’, bijgeschaafd als slagzinnen of zedenspreuken was de bron die in verschillende fasen leidde tot de ‘Regel van Taizé’. Stilaan besefte ik de fundamentele noodzaak om een mannengemeenschap op te richten waarin ieder zijn leven kon geven met de moed om steeds vooruit te komen...

Tegelijk onderging Roger Schutz tijden van twijfel en ontmoediging. Vader beschrijft dit zo: "Zijn moreel kent ups en downs. Roger heeft steun nodig; hij kampt [en dat is begrijpelijk voor iemand die zo plots in zijn studies werd opgehouden] met de crisis die de hedendaagse jeugd treft. Eens de crisis voorbij begint hij met nieuwe moed." Volgens meerdere getuigenissen, onderging hij ook in Taizé dergelijke inzinkingen op het einde van de jaren 1960 en begin de jaren 1970.

Deze aanslepende ziekte en de onderbroken studies verplichtten de jongeman tot een inwendig heropbouwen: hij droomde van een litteraire loopbaan.

Het verdwenen boek

Op zijn twintigste schreef Roger Schutz een werk met als titel: Evolutie van de puriteinse jeugd. Eerder een bewerking van vroeger opgeschreven ideeën. Daar Roger het handschrift vernietigde is alleen geweten dat het ging om een essay waarin de prior van Taizé zijn familiekring beschreef, zijn strenge en puriteinse opvoeding, zijn religieuze kwellingen, voor bepaalde zekerheden weer opdoken. Later schreef hij: "Nog jong begreep ik duidelijk het alternatief: ofwel schrijver worden [en tegelijk boer] om mijn gedachten te uiten, ofwel het opzetten van een ‘parabelgemeenschap’ aanwakkeren. De keuze drong zich op."

Meestal drukt de prior van Taizé zich uit in bedekte termen: ‘De keuze drong zich op’ betekent: ‘Ik kon niet kiezen.’ Hij probeerde inderdaad zijn handschrift uit te geven en het zelf naar een uitgever te dragen. Een van zijn tantes woonde in Parijs en was getrouwd met de letterkundige Walter Schintz. Door zijn tussenkomst hoopte hij het literair milieu binnen te geraken. Onder het voorwendsel een bezoek te brengen, zonder vader in te lichten over het handschrift, trok Roger naar Parijs in de lente van 1936.

Walter Schintz begeleidde zijn neef doeltreffend en spoorde hem aan om naar André Gide te gaan die bekend stond voor zijn sympathie voor jonge schrijvers. In zijn Journal die de schrijver publiceerde wordt daar naar verwezen, alsook naar zijn briefwisseling met beginnelingen. Hij had in 1909 de Nouvelle Revue Française (NRF) opgericht die uitgroeide tot een prestigieus literair tijdschrift in Parijs dat ook verbonden was aan een collectie bij de uitgeverij Gallimard. Roger Schutz had nog een andere reden om te hopen op een aandachtig onthaal: Gide was geboren in een protestantse familie en had een boek geschreven over zijn jeugd getiteld Si le grain ne meurt.

De jongeman slaagde erin André Gide telefonisch te bereiken en een afspraak vast te leggen. Hij wachtte twee uur op de meester, tevergeefs. Als lid van de commissie lectuur bij de NRF merkte Jean Paulhan hem op, informeerde naar de reden van zijn komst en ontving hem. Minder bekend dan André Gide was Paulhan een invloedrijk iemand in het Franse literair milieu. "Overal werd beweerd," zei een vriend, "dat hij alleen besliste over een handschrift, want hij ging door voor de Grijze Eminentie die achter de schermen regeerde. Een jonge schrijver droomde alleen om van hem een aanmoediging en een steun te bekomen en zo toegang te krijgen tot het literair milieu. Maar tracht eens dit mysterieuze personage te benaderen! Zijn oordelen schenen spontaan, plots en onverwacht."

Jean Paulhan nam het handschrift aan en beloofde naar Gide te schrijven nadat hij het had doorgenomen. Terug thuis wachtte Roger op de verhoopte brief. Na een maand kreeg hij zijn werk terug met geen algemeen negatief advies, gezien Paulhan bereid was het uit te geven op voorwaarde dat het laatste hoofdstuk herschreven werd. Roger dacht twee dagen na: "Ik heb die dagen veel gestapt. Het was zomer en ik wandelde graag. Op de avond van de tweede dag dacht ik dat deze tekst niet voor herziening vatbaar was. Het antwoord van Paulhan is wel degelijk het teken dat ik de andere weg opmoet en eerder iets op gang brengen met mensen dan met schrijven. Zo kwam gaandeweg de beslissing tot stand om een gemeenschap, een parabel van eenheid, op te starten." Hij schreef naar Jean Paulhan: "Mijn handschrift is een geheel dat niet omgewerkt kan worden..." Een arrogant en hovaardig antwoord vanwege een te zelfzekere jonge schrijver ofwel een strakke weigering tot toegevingen? Lang zat hij met de vraag: "Waarom was ik niet in staat om die tekst te herschrijven? [...] Waarom was ik zo zeker dat mijn handschrift een onveranderlijk geheel vormde? Het was het uitgangspunt van strijd en ontdekking in mijn jeugd."

Na dit geweigerde werk, deed Roger geen andere poging tot uitgeven bij een andere uitgever in Parijs of in Zwitserland. Hij was al in Taizé toen hij zijn werk verbrandde, tegelijk met andere papieren uit die tijd. "Indien André Gide me zelf had ontvangen, hadden de zaken een andere koers gevaren. Zeker had ik dan een herziening aanvaard of was mijn werk onveranderd goed beoordeeld..."

Inderdaad zou daardoor zijn leven een andere richting ingeslagen zijn. Broeder Roger zei dat hij verkoos te "scheppen met mensen en niet met schrijven." Dat is niet helemaal waar. Hij heeft nooit verzaakt aan het schrijven of, beter gezegd, hij herontdekte het. Vanaf zijn boek Geweld van de vreedzame [1968] brengt de stichter van Taizé fragmenten met poëzie en literaire verleiding alsof hij een onderdrukt genoegen vrijgaf.

Student Theologie

Roger Schutz trok in de herfst van 1936 naar de vrije faculteit theologie in Lausanne. Dat is wat verrassend, want in die tijd twijfelde Roger nog rond zijn geloof. Zou hij toegeven aan vaders wensen? "Sociaal duplicaat" kwam meer voor in de familie Schutz: drie van de zeven dochters in de familie trouwden met een dominee. Maar het schijnt dat de dominee eerder hoopte dat zijn zoon door die studie zijn overtuiging en zijn geloof zou versterken. De jongen was niet opstandig: "Ik dacht niet aan theologie om een parochiezending te vervullen, voegde hij er later aan toe, op geen enkel ogenblik heb ik dat overwogen. Het ging me er om de huidige gedachtegang van de christenen te verdiepen." Deze studies drongen zich inderdaad op als de enig mogelijke weg. "Na een gezonde morele crisis," schrijft Charles Schutz in die tijd, "voelde hij [mijn zoon] zich geroepen tot theologische studies."

Er waren twee faculteiten theologie in het kanton Vaud. De oudste, in Lausanne, bestond bijna 400 jaar, hing af van de nationale Kerk en was ook de meest bezochte. De andere, de ‘vrije faculteit’ werd in Lausanne geopend in 1847 toen de vrije evangelische Kerk werd gesticht, na afscheuring van de nationale Kerk.

Als dominee van de nationale Kerk schreef Charles Schutz zijn zoon nochtans in op de vrije faculteit. Volgens ons waren daar twee redenen voor. Roger bezat geen getuigschrift baccalaureaat en de faculteit theologie van de vrije evangelische Kerk was toegankelijk via een toelatingsexamen. Daarbij had deze de beste reputatie en, zo beweerde men, was het onderricht van hoger niveau.

Vanaf juni 1935 nam dominee Schutz contact met professor Philippe Bridel, decaan van de vrije faculteit om de inschrijving van zijn zoon te verkrijgen. Ze kwamen overeen dat dit kon in het eerste leerjaar na het slagen in een toelatingsexamen. Het archief van de faculteit vermeldt dat de jonge Roger Schutz op de zitting van oktober werd geweigerd omdat hij voor Latijn het vereiste gemiddelde (6/10) niet behaalde. Hij moest wachten op de zittingen van 1936 om zijn kans opnieuw te wagen en nu haalde hij het gemiddelde voor alle vakken.

In oktober 1936 op zijn eenentwintigste begon Roger Schutz aan de gebruikelijke cursus: vier jaar studie bekroond met de zogenaamde ‘licentiaatthesis’. De studies waren kosteloos, maar de families waren uitgenodigd om een ‘gift’ te schenken, wat dominee Schutz niet verzuimde.

De weinige studenten kwamen meestal uit het kanton van Vaud, maar ook uit andere kantons en soms uit het buitenland. Er waren weinig meisjes. Het schooljaar 1936-1937 trok slechts eenentwintig studenten aan, waaronder acht beginners. Ieder jaar verkozen de studenten een ‘consul’ in hun rangen. Deze niet officiële functie was nochtans zeer belangrijk. Dit schooljaar werd de vierdejaars Louis Rumpf aangeduid. Hij beschreef zijn opdracht: "De benaming kwam nergens voor in de regels die de relaties met de leerkrachten beheerden. Dat belette degene die ze bekleedde van er ernstig mee om te gaan bij het organiseren van diensten, uitstappen of in te richten initiatieven. Gezien de zeer verscheiden afkomst van de studenten was het niet overbodig om ze samen te brengen, met respect voor hun eigen gewoontes." Voor Roger Schutz was dat zeker waar als kind van een familie die niet ‘librist’ was. Louis Rumpf weet ook nog dat zijn eerste relaties met Roger Schutz "vooral over literaire interesse" gingen. Rumpf stond dat jaar met anderen vooral voor het studententijdschrift ‘Onder de ceders’ in. De nieuwkomer verleende al vlug zijn medewerking en later stond hij er, als derdejaars, aan het hoofd van.

Onder zijn klasgenoten van het eerste jaar bevond zich een zekere Jean-Jacques Allmen, twee jaar jonger. Afkomstig uit Neufchâtel werd hij een van de grote hervormingsgezinde theologen van onze tijd. Hij liet belangrijk werk na over kerkleer en liturgie en was zeer actief in de oecumenische dialoog.

Toen Roger Schutz aan zijn studies begon werd de 400e verjaardag gevierd van de Hervorming in het land van Vaud. De betogingen en de vieringen die het jubileumcomité inrichtte verzamelden vertegenwoordigers van de nationale Kerk en de vrije evangelische Kerk. De secretaris van het comité was Jean Meyhoffer, voorzitter van de Synode van de vrije Kerk van Vaud en docent aan de vrije faculteit. Op 27 september 1936 vond een ‘Dag van de jeugd’ plaats. Op zondag 4 oktober werd een plechtige dienst gevierd in de kathedraal en werd in alle tempels van het kanton een herderlijke brief voorgelezen. Daarin loofde men "de waarheden die jaar na jaar de vurige harten begeleidden: heil door geloof, gezag voor de Bijbel, innerlijk getuigenis van de Heilige Geest. Ze zijn de enige ware garanties voor onze verbondenheid met de verlosser Jezus Christus, verbondenheid waarvan de toekomst afhangt van onze zielen, ons volk en het heil van de wereld."

De lessen aan de vrije faculteit verliepen alleen ’s morgens van 8 tot 12 uur en de vrije namiddag was bestemd voor persoonlijke studie. Naast lessen over ‘Frans opstel’ en Hebreeuwse spraakkunst waren de religieuze stoffen in de meerderheid: ‘Kennis Oud Testament’, ‘Inleiding tot het Nieuwe Testament’, ‘Vluchtig doorlezen van het Nieuwe Testament’, ‘Catecheseleer’, ‘Liturgie’, ‘Predikoefeningen’, ‘Theologische encyclopedie’ (studie van de vooraanstaande theologen). Vervolgens cursussen over ‘Oude Kerkgeschiedenis’, Filosofische lectuur’ en ‘Geschiedenis van de filosofie’.

De toetsen bestonden uit ‘deelexamens’ voor zes of zeven materies, in de lente en in juli, alsook door persoonlijke geschriften [vier of vijf per jaar], die werden voorbereid onder leiding van een docent. Tijdens zijn eerste jaar kreeg Roger Schutz behoorlijke noteringen, behalve een toevallige 4/10 voor ‘Inleiding tot het Nieuwe Testament’.

In feite weerspiegelt het onderricht van deze faculteit de diverse theologische strekkingen in het protestantisme van die tijd. "Meestal waren de docenten liberaal en modernistisch," zei Broeder Roger, "en ik snakte naar iets steviger dan een gewoon beroep doen op de persoonlijke ervaring. Van de andere kant waren er de aanhangers van Barth die me te stipt overkwamen, bijna ‘doctrinair’. De beide uitersten, maar het waren misschien niet zijn beste volgelingen..."

De liberale strekking geponeerd door theologen zoals Schleiermacher en Harnack hechtte maar een relatieve waarde aan dogmatische formuleringen en plaatste de mens, zijn reden en zijn ervaring centraal in de christelijke leer. De liberale theologen interpreteerden de Bijbel zeer vrij en waren attent op de eigentijds wetenschappelijke en intellectuele evolutie.

De strekking Barth was meer recent. Karl Barth (1886-1968), geboren in Bazel, gaf zijn meesterwerk Dogmatiek uit als reactie op de liberale theologie. Daarin gaf hij de voorkeur aan de transcendentie Gods en het intellectueel begrijpen van het geloof vanuit de Openbaring. De kritische kijk van Roger Schutz op het gekregen onderricht bewijst zijn spirituele eis. Na een jaar faculteit achtte hij het overbodig om verder te studeren: "Het eerste ontwaken van het geloof en mijn nadenken over dat geloof gaven geen sluitende conclusie. De ingestudeerde tekst van Martin Bucer kon geen ware kentering teweeg brengen. Men kon zelfs geen waar gebed formuleren."

Maar in de zomer van 1937 kwam de nagestreefde bevrijding of de bevestiging. Lily, een van zijn zussen die zwanger was, werd levensgevaarlijk ziek. Haar man was lid van een marginale religieuze vereniging en weigerde een doktersbezoek. Roger had een bijzondere band met die zus en was tot alles bereid voor haar. Later vertrouwde hij toe: "Ik had diepe nood naar gebed. Ik denk dat ik toen voor het eerst echt gebeden heb. Al jaren kon ik alleen maar een vers uit psalm 26 herhalen: ‘Ik zoek je gezicht, Heer. Verberg je niet!’ Ik herhaalde dat gebed terwijl ik in de kamer naast die van Lily zat. Nu voelde ik duidelijk dat mijn gebed ‘doeltreffend’ was. Mijn zus genas tegen alle verwachtingen in." Dit voorval maakte een eind aan een lange periode van twijfel. Daardoor nam het gebed nu een belangrijke plaats in bij Roger Schutz. Ook zette hij zijn studies theologie verder.

In het tweede jaar (1937-1938) stonden nieuwe leerstoffen op het programma, waaronder ‘Geschiedenis van Israël’, ‘Kerkgeschiedenis van de XIVe tot de XVe eeuw’, ‘Dogmatiek’. Ondanks 0/10 voor het deelexamen Kerkleer in juli 1938 en 4/10 voor het deelexamen Dogmatiek was Roger geen matige student. In de andere vakken was hij stukken beter en hij leverde op tijd zijn persoonlijke taken in. Zijn voorkeur ging naar de studies over de Heilige Schrift.

Het derde jaar (1938-1939) was vruchtbaar in verschillende opzichten. Bij de aanvang werd hij gelast met de redactie van Onder de ceders, het ‘Studentenblad van de faculteit theologie in de Kerk van Vaud’. De bescheiden publicatie, in principe een maandblad, verscheen vijf à zes maal per jaar: Tien tot twintig bladzijden, groot formaat, gestencild en geniet onder een gedrukte kaft. Daarin verschenen de eerste pagina’s, uitgegeven door Roger.

Zijn eerste hoofdartikel snijdt verschillende zorgen aan. "Eerst en vooral, schrijft hij, ‘mômard’ blijven, wat voor de streek betekent dat je studentgezind moet blijven met de gepaste oneerbiedigheid. Maar ook, verwijzend naar de oproep verschenen in het eerste maandblad van 1933, een ‘verenigde strijd voeren voor het Goede, voor onze Meester Jezus Christus.’ Het christendom wordt bij en rondom ons bestreden zowel in de rode en zwarte dictaturen als in de democratieën." Hier gaat het niet om de politieke zin van het woord democratie, maar over het ‘laïcisme’ waarin ‘de christenen zelf de gelovige het dodelijk vergif ingeven.’ De jonge Roger reikt zelf het geneesmiddel aan: "Het rijk van Jezus Christus stichten." Deze aloude uitdrukking is deze van het Latijnse Un regnat dat aan de basis ligt van de Regel van Taizé.

In het volgende nummer gaat het de jonge redacteur om ‘de oorzaken van de tekortkoming van de Kerk’. Voor hem heeft dit woord twee betekenissen. Natuurlijk zijn er de gevolgen van de ‘huidige economische ondergang’, maar vooral heeft de Kerk nood aan ‘mensen met geloof’. Hij schetst de ideale figuur van de dominee: mannen die de ‘materiële verzakingen’ aanvaarden (‘ook deze van het huwelijk, om geen familie ten laste te hebben’), ‘mannen vervuld met kracht en gezag, overtuigd van wat ze te verkondigen hebben. Deze opvatting van de dominee als leider, wat de prior van Taizé later ook zou toepassen, deed een meningsgeschil rijzen waarop het blad later verder zou ingaan.

Als jonge student theologie droomde hij nog steeds van een gemeenschap. In de winter van 1938 las hij de regels en constituties van bekende religieuze stichters: Benedictus, Franciscus, Ignatius van Loyola, en andere. Toen ontdekte hij de werkelijkheid van het monastieke leven. Op een zomeravond nam een van zijn schoonbroers hem mee naar het Kartuizerklooster van Valsainte. Het leven van die mannen, gewijd aan stilte, eenzaamheid en aanschouwing, maakte een diepe indruk op hem. Naar de getuigenis van de schoonbroer die hem vergezelde, kwam Roger Schutz beroerd buiten en bleef hij voor een lange tijd in stilte op een boomstronk zitten.

Hij kwam enkele malen terug naar Valsainte, niet als bezoeker, maar om er retraite te doen, alleen of met medestudenten van de faculteit.

Aan de faculteit in Straatsburg

Roger Schutz had in mei 1938 gevraagd om zijn derde jaar theologie te mogen volgen aan de protestantse faculteit in Parijs. De faculteit van Lausanne ging daar mee akkoord onder voorwaarden. We weten niet waarom, maar het opzet ging niet door. De eerste semester van zijn derde jaar theologie deed hij dus in Lausanne om daarna, op zijn aanvraag, toegelaten te worden voor de tweede semester aan de faculteit van de protestantse theologie in Straatsburg.

Tussen de twee wereldoorlogen was deze faculteit nog zeer liberaal getint [in de lijn van Albrecht Ritschl], maar ze had zich ook opengesteld voor de nieuwe strekkingen van de exegese en de filosofie. Oscar Cullmann die in Straatsburg doceerde tot in 1938 vooraleer naar Bazel te gaan, had de Formgeschichte [‘theorie van de vormen’] voor de Schriftleer ingevoerd. Met haar internationale faam telde deze faculteit meer buitenlandse dan Franse studenten. Roger Schutz wou waarschijnlijk ook kennis maken met de protestanten in Frankrijk, zijn moeders’ geboorteland.

Sinds de conferentie van München en de bezetting van Sudetenland door Hitler in september 1938 werd de oorlogsbedreiging ernstiger. De faculteit had het archief al ingepakt om het bij het eerste alarm in veiligheid te brengen. De bezetting van Bohemen en Moravië en maart 1939 was een stap dichter tot de oorlog. De maand daarop ... Toen Roger Schutz aankwam op de faculteit ... "kreeg elke docent een gesloten omslag die maar diende geopend in geval van oorlog in Duitsland." De lessen gingen nochtans door, al steeg de onrust dag na dag.

In Straatsburg was het niet ongewoon dat studenten onder het schooljaar aankwamen. Nadat Roger Schutz op 21 april 1939 begon, schreven beurtelings ook een Sloveen en andere Zwitser in. Ze logeerden allen op de Stift (het ‘protestantse seminarie’) aan de Sint Thomaskaai gelegen. Het pension was gratis voor buitenlandse studenten. De Stift was veel meer dan gewoon een nachtverblijf. Directeur Théodore Preiss waakte over de spirituele vorming en het religieuze leven van de studenten. Iedere morgen voor het gezamenlijk ontbijt was hij voorganger in de dienst en iedere dag gaf hij een Bibelkurs of lezing met commentaar uit het Nieuwe Testament. Dit trimester op de Stift was voor Roger Schutz een eerste ervaring met het gemeenschapsleven. De gesprekken met zijn kameraden, meestal in de cafetaria (de Stiftcafé), confronteerden hem met andere opvattingen over het geloof en het christelijke leven en deden hem nieuwe aspecten van het protestantisme ontdekken.

Ook in die tijd ontdekte hij in het lezen van de souvenirs van dominee Monod de ‘Wakers’ beweging, in 1923 gesticht. Afstammend uit een illustere protestantse familie was Wilfred Monod tegelijk een briljante preker en een pionier van de oecumenische gedachte en het ‘sociaal christendom’. De Wakers, een protestantse ‘derde-orde’ [Monod hield aan het koppelteken] zijn geen gemeenschap, maar een geestelijke fraterniteit die christenen van alle leeftijd en herkomst, mannen en vrouwen, dominees en leken samenbrengt. Ze voegen zich samen en worden ‘observant’ na een noviciaat van twaalf maanden. Wilfred Monod vat zo de principes samen: "De Wakers nemen zich voor hun gedrag op de Zaligheden af te stemmen: vreugde, eenvoud, barmhartigheid. Ze zijn ook de vaandeldragers van het intern christen zijn [‘vreugde’], het praktisch christen zijn [‘eenvoud’] en het universalistisch christen zijn [‘barmhartigheid’]."

Hun regel legt vier verplichtingen op:
  • De Zaligheden opzeggen of lezen rond de middag
  • De vrijdag heiligen door eer, hoe nederig ook [mentaal, of schriftelijk, of uitgesproken] aan de Gekruisigde te brengen
  • Samen op zondag de dienst bijwonen
  • Zijn verbintenis als doopleerling hernieuwen bij begin van het jaar.
Driemaal daags zijn de Wakers één van geest tijdens een gebedstonde: de ‘Getijden van het Licht’ [’s morgens], de ‘Getijden van het Vuur’ [’s middags]. de ‘Getijden van het Parfum’ [’s avonds]. Deze gebeden lopen volgens een Getijdenboek dat oecumenisch is opgevat daar er gebeden in voorkomen van Thomas van Aquino en Luther, uitreksels van het katholieke Brevier en het Psalmboek der hugenoten, gedichten van de katholieke Corneille en de Engelse protestantse dichter Tennyson.

Er waren meer dan vierhonderd Wakers, Fransen of vreemdelingen. Of hij er wel of niet deel van uitmaakte, Roger Schutz las zeker heel attent het boek van Wilfred Monod. Enkele maanden later wijdde hij een van zijn werken als vierdejaars student aan de ‘Theorie van de goddelijke gebrekkigheid naar M. Wilfred Monod’. Andere werken van Monod konden zijn aandacht trekken: "Het huidige protestantisme verwaarloost nog te veel de zorg om het innerlijk leven te organiseren, te omringen, te beteugelen, broodnodig voor degenen die niet van nature apostel of ziener zijn ..." Bepaalde visies van de stichter van de Wakers stemden overeen met de zijne, onder andere de noodzaak om voor het protestantisme de ‘ingetogenheid’ te ontwikkelen. Dominee Monod schreef dat er in de steden gemeenschapslogies voor ongehuwde mannen moesten komen wanneer ze buitenhuis met verschillende activiteiten bezig waren en die spontaan, om hun christelijk ideaal veilig te stellen tegen bekoringen, een eenvoudige Regel zouden aanvaarden: allen samen bidden ’s morgens en ’s avonds, gezamenlijk de Zaligheden opzeggen na het middagmaal. Gelijkaardige groepen zouden er komen voor de meisjes.

Het is duidelijk dat Roger Schutz, bij de start van Taizé, onder andere bronnen, putte uit de spiritualiteit en de statuten van de Wakers. De triptiek ‘vreugde ... eenvoud ... barmhartigheid’ en het ritme van de drie dagelijkse getijden komen er in voor.

De jonge Roger Schutz werd ook beïnvloed door sommige docenten uit Straatsburg. Onder hen Roger Strohl, docent geschiedenis van het christendom en decaan van de faculteit, specialist over Luther. In 1922 schreef hij zijn licentiaatthesis over ‘De religieuze evolutie van Luther tot 1515’, en zijn doctoraatsthesis over ‘Ontplooiing van Luthers’ religieuze gedachte van 1515 tot 1520'

Verondersteld wordt dat Roger Schutz beide werken van zijn docent las, alsook de biografie, voor breed publiek uitgegeven in 1933: Luther, zijn leven, zijn gedachte. Later refereerde hij naar een tekst van de hervormer over kloostergeloften om het begin van een protestantse gemeenschap te rechtvaardigen. Ook gaf hij de commentaar van Luther op het Magnificat uit en schreef er voorwoord van.

Een andere professor maakte indruk op hem, Jean-Daniel Benoît die ‘praktische theologie’ doceerde, of alles wat met pastoraal en parochiaal leven te maken had, alsook met geestelijke begeleiding. In tegenstelling tot vele protestanten, verdedigde Benoît de wettigheid van het geestelijk begeleiden, steunend op de Bijbelse grondslag ervan. Hij onderzocht de theologische en psychologische bezwaren en herinnerde eraan dat ze al voorkwam bij de grote Hervormers. Hij openbaarde ook de ‘belangrijke verschillen’ tussen de katholieke en de protestantse praktijk van de geestelijke begeleiding. Roger Schutz las die thesis toen ze het jaar daarop verscheen en hij refereerde er uitdrukkelijk naar in zijn eigen thesis.

De faculteit verplichtte de studenten oefeningen van dictie, prediken en catechese te volgen, soms wat plechtige voorstellingen die moesten dienen als voorbereiding op hun latere functie als dominee: Vrijdagnamiddag was er eerst catecheseles aan een klas tweedejaar gymnasium, vervolgens verzamelden de studenten onder leiding van hun docenten in de kapel van de Sint Thomas kerk. Nadat ze de schriftelijke voorbereiding van hun preek hadden overhandigd aan de docenten, preekte een student. Een andere verzorgde de liturgie. Daarna gingen ze samen naar het protestantse Seminarie in de zaal Bucer waar de preek werd ontleed.

In een artikel dat uitkwam aan het einde van dit derde jaar kwam de opvatting over de dominee van Roger Schutz aan het licht: hij was toen drieëntwintig. Een verheven, veeleisende en fiere opvatting: "Het pastoraal ministerie, schreef hij, is dat van de herder die zijn schapen bevrijdt van de invaller."

Niets is gemakkelijk in het leven van een dominee, niets is comfortabel. Tegenover ontreddering en verpletterende ellende moet hij overeind blijven, voorspreker zijn [dit is zijn rol als profeet], en een trooster zijn die overeind helpt, zijn herdersrol.

"Indien lijden en menselijke angst hem niet meer ontroeren of alleen maar sporadisch, indien hij zich zelfs laat overrompelen door verlangen naar welzijn en comfort, moet hij zich ongerust maken vanwege deze serieuze voortekenen. Zonder rust of uitstel moet hij zoeken naar de oorzaak van de kwaal die misschien van spirituele aard is." Hij kan zich ook tegelijk bijtend en ernstig opstellen:

"Een goed leventje in een pastorij kan aantrekkelijk zijn. Wie zal hem nagaan of hem controleren wanneer hij zijn zomeravonden doorbrengt met vrienden of zijn dagblad leest achter gesloten luiken? Waar is de getuige, dus ook de martelaar, in dergelijk pastoraal? En indien de dominee die de roeping kreeg, geen martelaar is, wie zal het dan zijn?"

De Wereldconferentie voor de jeugd [Amsterdam]

Het academisch jaar eindigde angstvol. In mei 1939 tekenden Mussolini en Hitler het Stalen pakt dat duidelijk de oorlog voorbereidde. Voor de Elzas, in de frontlijn bij een conflict met Duitsland, kwam de bedreiging steeds naderbij. De faculteit theologie begon vroegtijdig aan de examens.

De laatste cursussen eindigden in een gespannen sfeer. Docent Strohl getuigde: "Bij het afscheid voelden we diepe onzekerheid bij iedereen: waar en wanneer zagen we elkaar terug?"

Toen hij Straatsburg verliet, ging Roger Schutz naar zijn ouders in Zwitserland en trok dan naar Amsterdam om één van de laatste grote gebeurtenissen voor christenen voor de oorlog bij te wonen: de Wereldconferentie voor de jeugd. Deze werd met andere instanties ingericht door de WSCF (World Student Christian Federation), in Genève gevestigd. Zoals eerder al gebeurde hadden de leiders van de WSCF Théodore Preiss (directeur van de Stift in Straatsburg) aangesproken om enkele studenten van het protestantse Seminarie te sturen. In dit kader ging Roger Schutz naar Amsterdam waar hij het Verbond van de groeperingen voor jeugdmissionarissen vertegenwoordigde. Hij had al voor dat Verbond gewerkt.

De Conferentie begon op 24 juli 1939. Tot op het laatst bestond er twijfel dat ze zou doorgaan. 1500 afgevaardigden kwamen van overal ter wereld. Er waren hervormden, lutheranen, anglicanen en orthodoxen. De katholieke Kerk had de katholieke jeugdbewegingen iemand laten afvaardigen.

Er was ook geen Duitse afvaardiging [alle katholieke jeugdbewegingen waren opgeschort door de nazis], maar een twintigtal Duitse studenten waren op eigen initiatief aanwezig, wat niet zonder gevaar was. De Nederlandse overheid steunde openbaar de bijeenkomst. De Hollandse minister voor Cultuur gaf een receptie in het Rijksmuseum. De jonge prins Bernhard kwam meerdere malen mee vergaderen en koningin Wilhelmina stuurde een boodschap.

De toenmalige voorzitter van de WSCF, Visser ’t Hooft, beschreef de sfeer van de Conferentie: "Ieder kon duidelijk vaststellen dat de oude internationale orde in duigen viel. Niemand dacht dat het een reden was om op te houden de christelijke gemeenschap uit te bouwen, integendeel: op dat ogenblik hadden we nood om een echte zin te geven aan de zending van het Godsvolk. De druk van de aanstormende catastrofe gaf de Conferentie een nog diepere zin in plaats van ze overbodig te maken."

Zoals eerder bij wereldconferenties zorgden de dienstvieringen weer voor problemen. Te grote verschillen tussen de liturgie van de diverse kerken lieten geen eenvormige viering toe en de doctrines over Eucharistie waren te tegenstrijdig om ze eensgezind te vieren. Er werden verschillende vieringen gehouden (hervormd, lutheraan, anglicaan en orthodox). De meeste vertegenwoordigers woonden al de vieringen bij, ondanks het feit dat ze enkel in hun dienst mochten communiceren. De slotboodschap was zeer optimistisch, ondanks het steeds somberder wordend internationaal klimaat: "Volkeren en staten scheiden, Kerken komen samen [...] In een tijd van oorlog, geschil en vervolging willen we elkaar aanmoedigen en onze christelijke eenheid ongerept vrijwaren."

Roger Schutz hield er nauwe banden op na met verschillende personaliteiten die hij ontmoet had in Amsterdam: Visser ’t Hooft en diens secretaresse Suzanne de Dietrich, de anglicaan Olivier Tomkins, een van leiders van de Student Christian Movement (SCM).

Bij zijn terugkeer uit Nederland stond in het station van Lausanne de voorzitter van het plaatselijk Verbond van de christelijke studenten hem op te wachten en stelde hem voor om zijn opvolger te worden bij begin van het nieuwe academisch jaar. Voor Roger een verrassend voorstel want in de drie jaren studie in Lausanne had hij nooit contact gezocht met een vereniging die hij aanzag als een sociaal clubje zonder veel belang. De studenten theologie waren er ook niet talrijk in vertegenwoordigd.

Niettemin aanvaardde hij om zich kandidaat te stellen. Misschien was dit een gelegenheid om zijn ideaal rond de gemeenschap met een bredere studentenkring te delen.

Vertaling: Broeder Joseph

» Reageer (0)
02-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé. Frère Roger Schutz. biografie. Hoofdstuk 1. Kleinzoon van een priester, zoon van een dominee
Taizé. Frère Roger Schutz. biografie. Hoofdstuk 1. Kleinzoon van een priester, zoon van een dominee

Roger Schutz wordt geboren in 1915 te Provence, een dorpje in de Zwitserse Jura. Zijn vader is dominee maar hij heeft ook katholieke voorouders.

Zijn grootmoeder langs moeders kant, Marie-Louise Marsauche "van oude protestantse afkomst [...] ging naar de katholieke kerk" na WO I, uit "zin voor verzoening." Deze "verzoening in haar binnenste" drukte voor altijd een diepe stempel op Roger Schutz, en meermalen zei hij dat zijn grootmoeder aan moeders kant zijn eigen oecumenisch gedrag op gang bracht.

Er is echter meer. De man van Marie-Louise, Louis Marsauche, in een katholieke familie geboren, was seminarist en oudkatholiek priester geweest alvorens hervormde dominee te worden.

Roger Schutz sprak nooit over de tumultueuze carrière van grootvader Marsauche. Ook in Taizé wordt dat verzwegen als een taboe. Nochtans stelt het de stichter van Taizé in een nieuw daglicht.

Louis Marsauche

Sinds de twaalfde eeuw zijn er Marsauches te vinden, allen katholieken, in meerdere Bourgondische dorpen: Merry-la-Vallée, Poily-sur-Thon, Guerchy [waar een Marsauche pastoor was onder Lodewijk XV], en elders. Later, toen hij zich vestigde in Taizé, vond hij de verre roots van zijn moeder terug.

In de negentiende eeuw vestigt zich ene Jean-Baptiste Marsauche in Alès. Deze overgrootvader van Broeder Roger was wagenmaker. Hoe kwam hij in de Gard terecht? Niemand weet het. Ook de omstandigheden rond zijn huwelijk met Marie-Cécile Palliès zijn onbekend. Op 10 december 1846 wordt een zoon geboren die de voornaam Louis Hippolyte krijgt. Jean-Baptiste geeft hem aan op het gemeentehuis op 11 december 1846 in het bijzijn van twee getuigen en hij wordt ingeschreven in het geboorteregister. Dit stuk duidt aan dat Jean-Baptiste amper kon schrijven. Bij het ondertekenen maakt hij een fout in zijn eigen naam. Hij schrijft: "Marsanche" in plaats van "Marsauche," zodat zijn zoon later verplicht is een verbetering in de marge aan te brengen.

Enkele jaren later trekt de familie terug naar de Bourgondische streek. Louis Hippolyte [toekomstige grootvader van Broeder Roger] trad in het seminarie van Sens in 1866. Op 14 november 1869 werd hij subdiaken gewijd en dit hield een levenslang celibaat in. Maar een jaar later verliet hij het seminarie omdat hij het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid weigerde, dat door het eerste Vaticaans concilie werd verkondigd met de dogmatische verordening Pastor Aeternus [18 juli 1970].

Deze doctrine veroorzaakte harde redetwisten onder bisschoppen en theologen in het concilie. Bij de laatste stemming verkozen een zestigtal bisschoppen Rome te verlaten boven dit nieuwe dogma te aanvaarden. In meerdere landen scheidden religieuze prominenten van de katholieke Kerk om dezelfde reden. De leidende figuur van de oppositie was de Duitse theoloog en historicus Döllinger.

In Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en andere landen werden parochies gesticht met opponenten. Men deed beroep op de jansenistische bisschoppen, gescheiden met Rome sinds de XIIIe eeuw, om nieuwe priesters te wijden. Deze opstand tegenover het dogma draaide uit op het schisma van de "oudkatholieken."

In Frankrijk bleef de oudkatholieke beweging zeer beperkt. Een vooraanstaande figuur ervan was de eerwaarde Michaud. Na het seminarie te hebben verlaten nam Louis Marsauche contact met hem. Maar de Franse oudkatholieke beweging weerstond niet lang en viel uiteen. Enkele aanhangers vestigden zich in België, anderen in Zwitserland waar de beweging sterker stond en goed georganiseerd was. Een "christen katholieke Kerk" ]benaming tot op heden bewaard] werd gesticht. In 1873 nam de eerwaarde Michaux zijn intrek in Zwitserland.

Louis Marsauche had zich bij hen vervoegd en nam deel aan deze beginnende kristen katholieke Kerk. Alhoewel nog geen priester, deed hij dienst in mei 1874 als vicaris in de parochie van Noirmont in de Berner Jura waar Louis Mirlin pastoor was. Enkele maanden, in september, werd hij in Bonn priester gewijd door Mgr Reinkens, de eerste oudkatholieke Duitse bisschop. De eerwaarde Marsauche droeg zijn eerste mis op in Biel (kanton Bern) en werd er pastoor benoemd in mei 1876.

De Zwitserse kristen katholieke Kerk werd georganiseerd. In 1875 voorzag ze zich van een constitutie die o.a. het huwelijk van de priesters toestond en in 1976 verkoos ze haar eerste bisschop: Mgr Edouard Herzog.

In die periode maakte Marsauche kennis met de familie Delachaux (dikwijls toen ook de La Chaux geschreven), een oude protestantse familie uit Le Locle bij Neufchâtel. Broeder Roger refereerde naar één van zijn overgrootvaders, Albert Delachaux, uurwerkmaker die een verkoopkantoor bezat in Boston. De reizen naar Amerika van deze vroeg gestorven voorouder fascineerden de jonge Roger Schutz: "Vanaf mijn jeugd," zei hij, "waren de Verenigde Staten mijn droomland."

De dochter van deze stoutmoedige uurwerkmaker, Louise Delachaux, huwde in mei 1878 met Louis Marsauche in de oudkatholieke parochie van de eerwaarde Mirlin in Saint-Imier. Het paar kreeg vijf kinderen: Berthe, Amélie [moeder van Roger Schutz], René, Louis (die dominees zullen worden) en Albert.

De eerwaarde Marsauche verliet in 1880 de kristen katholieke Kerk en vervoegde de hervormde Kerk. Onder invloed van zijn vrouw? Een korte biografie verschenen na zijn dood vermeldt gewoon: "Algauw stelde hij vast dat het standpunt van het oud-katholicisme, tussen de Roomse ultramontaanse leer en de evangelische hervorming, onhoudbaar werd en stapte hij resoluut over naar deze laatste."

Nochtans verbrak Louis Marsauche niet alle banden met het oud-katholicisme. Heel zijn leven bleef hij in contact met Louis Sterlin, vroeger Frans katholiek priester die oudkatholiek pastoor werd in Genève. Louis Marsauche was getuige in 1905 op het huwelijk van zijn dochter en hij ging voor in 1912 op de uitvaart van zijn oude vriend in Plainville.

Na zijn overstap van het katholicisme naar het oud-katholicisme werd Louis Marsauche nu protestant. Op dertigjarige leeftijd schrok hij niet terug om opnieuw theologie te studeren aan de Academie in Neufchâtel waar hij in mei 1882 tot dominee werd gewijd. Na dertien jaar werkzaam te zijn in Peseux kwam hij terug naar Frankrijk en werd hij dominee in Saint-Just-en-Chaussée (Oise) waar hij in november 1912 overleed.

Deze overgrootvader aan moeders kant van Roger Schutz heeft zich, naast zijn pastoraal ambt, ook verdienstelijk gemaakt als schrijver. In 1889 publiceerde hij twee brochures over de internationale wetgeving op tewerkstelling. Een jaar later was het een indrukwekkende studie over het mechanisme en de werking van de Zwitserse staat. Louis Marsauche wou het Franse publiek inlichten over de Zwitserse "federale staat" en vond dat "een zekere decentralisatie, niet politiek maar administratief, een voorwaarde van bestaan en toekomst betekent voor de Franse Republiek."

Vanaf 1895 terug in Frankrijk publiceerde hij de geschiedenis van de hervorming in Montdidier, een stadje op vijftien kilometer van Saint-Just-en-Chaussée. Tegelijk, zei hij, ‘glorierijke’ en ‘droevige’ feiten in de hervormde Kerk in Frankrijk. Deze slotzin is waardevol omdat hij bij Louis Marsauche een oecumenische gedachte waarneemt die zijn kleinzoon zal bezielen.

Deze studie over Montdidier, verschenen in 1902, valt samen met het uitwerken in Frankrijk van de antiklerikale wetgeving die leidden tot de scheiding van Kerk en Staat drie jaar later. Voor Louis Marsauche zijn deze beproevingen een oproep voor de katholieke Kerk tot uitzuivering en toenadering tot het protestantisme:

"Vandaag heeft de Roomse Kerk het aan de stok met de geest van de moderne wereld, de wetgeving en de grondwet van de naties, en niet meer met de hervormde Kerk.

Ze stoot de belangeloze geesten, op zoek naar religieuze waarheid, van zich af. [...] Het uur van vernederingen en boetedoeningen komt eraan. Misschien zal ze zich wenden, onder druk van haar ontreddering of het zicht van een wereld zonder geloof, tot haar vroegere slachtoffer, de evangelische Kerk die haar kracht en de zuiverheid van haar opmars en haar verlangens heeft getoond.

Dan zullen de Kerk van het verleden en de Kerk van de toekomst, de priester en de dominee arm in arm de uitgezuiverde Kerk begeleiden naar hun ware bestemming."

Dezelfde drang naar zelfoverstijging van hun geloofsidentiteiten, na gezamenlijke uitzuivering, vinden we terug in de oecumenische koers van zijn kleinzoon.

Roger Schutz spreekt nooit over zijn grootvader Marsauche die stierf in 1912, drie jaar voor zijn geboorte. Maar hij heeft zonder twijfel een diepe invloed gehad op de instelling en de daden van de stichter van Taizé.

Zoon van dominee

Roger Schutz was kleinzoon van dominees, zowel langs moeders als langs vaders kant. Charles Schutz werd geboren in Bachs, kanton Zurich, op 31 maart 1877. Als enige zoon van een hervormde dominee had ook hij theologie gestudeerd aan de Academie van Neufchâtel en misschien aan de faculteit theologie in Parijs. Het archief dateert zijn verblijf daar niet.

Rond 1900 komt Charles Schutz te Parijs in aanraking met de familie Marsauche. Op een feest is hij aangetrokken door de drie jaar jongere dochter Amélie. Een tijd later hoorde Amélie stom verbaasd haar vader zeggen dat ze ging trouwen met Charles Schutz die ze maar eens ontmoette. Gelijkaardige gearrangeerde huwelijken waren toen geen uitzondering.

Amélie Marsauche was zeer geboeid door muziek en gezang. Haar tante Caroline Delachaux had gestudeerd bij de bekende pianist Hans von Bülow en haar proefstuk virtuositeit afgelegd in bijzin van Franz Liszt. Voor haar huwelijk had ze "grondige studies gevolgd aan het Conservatorium in Parijs," openbaarde Broeder Roger. Hij herinnerde zich ook dat zijn moeder soliste was geweest bij de concerten van de componist Vincent d’Indy. Haar door vader opgelegd huwelijk met een dominee maakte een einde aan haar muzikale carrière en ze vertrok met haar man naar Zwitserland.

Charles Schutz verdedigde zijn eindschrift licentiaat op 12 mei 1902 aan de faculteit theologie in Neufchâtel. Het onderwerp was: "Bronnen van de twaalf eerste hoofdstukken in de Handelingen van de Apostelen." Drie dagen later werd hij dominee gewijd in de nationale Kerk. Een niet onbelangrijke duiding.

Inderdaad, de evangelische Kerk (of de hervormde, zoals gebruikelijk in Frankrijk) onderging in 1845 een radicale splitsing tussen de leden gevoegd bij de Waldenzische regering - de nationale hervormde evangelische Kerk ... en degenen die ontslagen of afgetreden waren omdat ze de Staatscontrole weigerden. Onafhankelijke religieuze gemeenschappen ontstonden zo. Gesteund door dominee Alexandre Vinet, sinds vele jaren theoreticus van de scheiding tussen Kerk en Staat, werden ze in 1847 de "Vrije evangelische Kerk."

Deze twee hervormde Kerken in het kanton Vaud bestonden naast elkaar gedurende meer dan een eeuw, tot in 1966. Het kanton had "nationale" en "vrije" parochies. Ook twee faculteiten theologie gevestigd in Lausanne, resp. voor de nationale Kerk en de vrije evangelische Kerk.

Heel zijn leven was Charles Schutz dominee in de nationale Kerk, zelfs [en we komen daar op terug] indien zijn zoon Roger studeerde aan de faculteit theologie van de vrije evangelische Kerk.

Gehuwd met een Franse was hij eerst werkzaam in Frankrijk: in 1902 in Brive en in 1903 in Treignac [Corrèze]. Daar werd Andrée, hun eerste kind geboren op 1 december 1903. In 1904 keert de familie terug naar Zwitserland. Eerst was Charles plaatsvervangend dominee te Thierrens, een dorpje noordwaarts van Lausanne, later te Ressudens, een parochie nabij het meer van Neufchâtel.

De familie Schutz vestigde zich in de grote pastorij uit de XIIIe eeuw. In het kanton Vaud behoren de pastorijen aan het kanton: hun luiken zijn steeds groen en wit geschilderd, de kleuren van het kanton. Een oude kantonwet schreef voor dat de pastorij minstens zeven kamers moest hebben, want een dominee kon alleen maar een kroostrijk gezin hebben. Dominee Charles Schutz had negen kinderen. Na Andrée werden de vier volgende geboren in Ressudens.

De parochieregisters beschrijven in detail zijn ministerie en de achtereenvolgende geboortes. Het tweede kind, Renée Eugénie, geboren op 24 april 1905, werd zes maand later gedoopt op 1 oktober. In de hervormde kerken werden toen de kinderen jong gedoopt, maar niet in de eerstvolgende dagen na de geboorte zoals in de katholieke Kerk. Daarna kwamen achtereenvolgens in 1906 een jongen met de naam Charles zoals zijn vader [in de omgang Charly genoemd], Marie-Louise in 1908 en Lily Madeleine in 1909.

In april 1911 vernam dominee Schutz dat de parochie van Provence, aan de overkant van het meer van Neufchâtel, vrij kwam. Hij stelde zich kandidaat. De parochievergadering, met alle vooraanstaande leden van de nationale Kerk, verkoos dominee Schutz (55 stemmen op 68 kiezers) en de Raad van State benoemde hem op 2 juni 1918.

Een maand later vestigde de dominee zich in Provence waar de stichter van Taizé werd geboren.

Provence

Op 777 meter hoogte waakt het meer van Neufchâtel. Hier is de winter streng met veel sneeuw. Vele bronnen laven de fonteinen over het dorp verspreid. Met haar 3.179 hectare is het een van de grootste gemeente in het district; twee derden van de oppervlakte bestaan uit bos of weiland. In de laatste decennia van de negentiende eeuw telde het dorp en haar gehuchten duizend inwoners, dan verminderde constant de bevolking door landelijke uittocht. Bij aankomst van de familie Schutz in Provence in 1911 telde de gemeente ongeveer zevenhonderd zielen. Bij haar vertrek in 1927 bleven er nog iets meer dan vijfhonderd over.

Er was elektriciteit in het dorp sinds 1904. Er was een kleine herberg. De vrouwen weefden kant met het spoel, enkele mannen vervaardigden uurwerken, steeds echter naast de landbouwtaken waaruit het dorp zijn bestaansmiddelen trok. De woningen waren meestal boerderijen met schuur en stal. Een hoefsmid woonde naast de pastorij en aan de overkant de smid. De stichter van Taizé heeft zo zijn jeugd doorgebracht te midden van de natuur en op het ritme van het werk op het land. Zijn oudere broer was landbouwer. Zelf, toen hij in 1940 een huis zocht om zijn gemeenschap op te starten, wou hij ernaast landbouwactiviteit ontwikkelen.

De pastorij die de familie Schutz betrok was een grote brede woning met twee verdiepingen en een grote zolder waarvan de kinderen genoten. Voor het huis lag een tuin met aangelegde terrassen waarop fruitbomen stonden. In de verte spiegelde het meer van Neufchâtel. Vanaf zijn geboorte tot aan zijn twaalf jaar genoot Broeder Roger elke dag dat "breed visioen."

In 1905 werd de tempel, gebouwd in 1706, helemaal gerestaureerd. De toren bestempelt het gebouw als een gebedsruimte, maar binnen is het een sobere en naakte ruimte die de gelovige eenzaam tegenover "God alleen" plaatst: het is een grote zaal zonder beeld of prent, geen heiligenbeelden of madonna’s, zoals in alle hervormde kerken. Het enige decor zijn de korte Bijbelse spreuken op de muur geschilderd, goed zichtbaar, om het geloof en het gebed van de bezoekers te ondersteunen: "Uw woord is waarheid," "Wees moedig, hij roept U," "God is liefde," "De rechtvaardige beleeft zijn geloof," die de geest van de hervorming weergeven: alleen God wordt vereerd, het heil komt alleen door het geloof.

In die tijd bestond de viering op zon- en feestdagen uitsluitend uit een lezing in de Bijbel, de preek van de dominee, gebeden en gezangen. In Provence werd het Woord Gods gelezen in een enorme Bijbel in folio van de achttiende eeuw en die er nog steeds ligt. De preek werd gehouden op een houten bedekte preekstoel die voor de banken van de gelovigen stond. Achterin stond een orgel op een houten verhoog om de gezangen te begeleiden.

Het heilig Avondmaal, de communie, was uitzonderlijk. Het reglement van toen schreef voor: "Er zijn jaarlijks vier periodes om het heilig Avondmaal openbaar te vieren: op Kerstmis en de zondag daarvoor, op Goede Vrijdag en met Pasen, op Pinksteren en de zondag daarvoor, de twee eerste zondagen van september." In Provence werd het heilig Avondmaal heel plechtig gevierd [doordat het zelden voorkwam) rond een lange smalle tafel in zwart marmer (nu vervangen door een houten tafel].

Gelukkige kinderjaren

Na de vijf kinderen Schutz volgden er nog vier geboortes: drie meisjes ... Yvonne, Noémie, Geneviève .... en een negende en laatste kind, Roger, op 12 mei 1915 om 19.45 uur geboren volgens de geboorteakte. Als tweede voornaam kreeg hij deze van zijn grootvader aan vaders kant, Louis die drie jaar eerder was gestorven.

Later herinnerde Broeder Roger zich die lentemorgen van zijn verjaardag: "Ik bezong die 12 mei in mijn kinderjaren. Van hoog naar laag in huis gierde ik het uit: Vandaag mijn feest, de mooiste dag van het jaar! In de tuin ging ik kijken of de pioen al open stond." Maar argeloos erkent hij een klein bedrog: om de zaken te forceren had hij op de vooravond de bloem ‘voorbereid’ door de bloemblaadjes los te peuteren aan de bloemkroon ...

De nabijheid van de natuur, hert spelen in de grote tuin, de wandelingen in bossen en weilanden drukten hun stempel op zijn kinderjaren. "Het leven in de tuin was poëzie. Graag volgde ik de seizoenen op," legt hij later uit. Tot op het einde van zijn leven hield hij van contact met de natuur, wandelingen, liefst ’s morgens, het platteland. Het bos overheerste Provence: de mastenbossen leverden materiaal om huizen te bouwen en in te richten. Hij herinnert zich: "Het bos alleen al wekt dromen op bij een kind van de Jura. In alle arme huizen op de dorpen blinkt het dennenhout, dagelijks gepoetst."

Zijn werkkamer in Taizé had een dennenhouten vloer waarop een bescheiden ronde tafel en een bankje stonden, eveneens in dennenhout. Zo werden zijn kinderjaren doorgetrokken: rond uur zoals de tafel. Uur waarop alles samenvloeit. Geen breuk tussen de uren van mijn jeugd en de hedendaagse. De ene voeden de andere.

Broeder Roger hield uit zijn jeugdjaren een esthetische fijngevoeligheid over. Ook in de sloppenwijken waarin hij soms enkele dagen of weken verbleef, in Afrika of Azië, trachtte hij een mooie toets aan te brengen: een icoon, lichtjes of een gekleurde stof, eenvoudige dingen. Die smaak van schoonheid kreeg hij als kind mee: "We zaten altijd met velen aan tafel. Als ik vijf of zes was zette een van mijn zussen me aan om in de tuin bloemen te plukken en die op tafel te zetten. In die tijd heb ik geleerd alles te ordenen naar de eenvoud van de schepping om het huis te versieren."

De schok

Rogers grootmoeder langs moeders kant, Louise Marsauche, speelde een eerste rol. Weduwe sinds 1912 kwam ze voor het eerst naar Provence na de oorlog in 1919. Als kind van vier jaar behield hij daarvan een onvergetelijke herinnering: "Totaal uitgeput viel ze flauw bij het binnenkomen. Ze werd in een rode deken weggedragen. Ik zie die scene alsof het nu gebeurde." Bij het begin van WO I had zij in de Oise zo lang mogelijk vluchtelingen onthaald ondanks de bombardementen. Na de oorlog bezocht ze een katholieke kerk, ‘als verzoeningsgebaar’ tussen christenen die elkaar hadden bestookt onder de oorlog. "De schok was hard voor me en iets onomkeerbaar overviel me," zei Broeder Roger later als hij die episode aanhaalde. "Deze twee gebaren, de diepst getroffenen onthalen en tot innerlijke verzoening komen in zijn binnenste, hebben voor altijd indruk op mij gemaakt. Deze ingeving van mijn grootmoeder bezorgde me van kindsbeen een katholiek gemoed."

Zijn grootmoeder Marsauche bewonderde hij eveneens om haar menselijke kwaliteiten: "Ik hield van haar om haar deftige sereniteit. [...] Al het vrouwelijke verstand was voor mij aanwezig bij haar." Ze stierf in Provence in 1921 in het ouderlijk huis. Toen hij twintig jaar later naar Taizé vertrok nam hij het bed mee waarin ze overleden was voor eigen gebruik. Een ex-Broeder van de Gemeenschap verklaarde nader: hij liet er een kopie van maken voor het appartement van de Gemeenschap in Parijs.

Een tweeledige opvoeding

Dikwijls deed Broeder Roger aan zijn moeder denken, met enkele woorden in zijn boeken en steeds om haar zachtheid, haar goedheid, haar zin voor harmonie te onderstrepen. Slechts zelden sprak hij over zijn vader, die strenger was, autoritair en puriteins. Deze twee personaliteiten bezorgden hem een tweeledige opvoeding, zonder tegenspraak maar complementair.

"Mijn moeder, zei hij, blijft voor mij een getuige van de vreugde en de goedheid van het hart. Ze leerde al jong welwillend te zijn voor iedereen: in haar familie vermeed belachelijk maken of veroordelen. Ze gaf haar kinderen een diep vertrouwen. In het leven, ondanks beproevingen die jezelf in vraag doen stellen en onze grenzen ontdekken, blijft deze onvervangbare waarde: ‘Je kan op jezelf vertrouwen.’ Dat wou mijn moeder overdragen op elk van haar negen kinderen."

Het vertrouwen was de leiddraad van Broeder Roger in zijn onderricht en het meest voorkomende woord in zijn geschriften.

Van zijn moeder kreeg hij ook een diepe gevoeligheid. Ze kwam er zelf voor uit: "Als hij nog een klein kind was dacht ik: mijn zoon zal veel afzien in het leven omdat hij te gevoelig is."

In zijn grote kamer van Taizé stonden op de schouw de foto’s van zijn moeder en van zijn grootmoeder aan moeders kant. Hij had ze onder het oog.

Maar de kinderjaren van de jonge Roger Schutz waren niet steeds rust en vreugde. Zijn vader was streng en sprak weinig. "Hij was een streng man. Hij zei alleen het hoognodige maar er werd naar hem geluisterd als hij sprak. De weinige foto’s van hem tonen een man met strenge houding, steeds met pak, wat weggezakt in zijn hemd met stijve boord. De ondergang die zijn familie trof liet op hem diepe sporen na. Daardoor hield hij bang zijn boekhouding en was hij zuinig."

Een van zijn kleinzonen herinnert zich de dominee als "streng maar rechtvaardig." Hij strafte niet zonder reden, soms werd de schuldige hardhandig aangepakt, maar eens de straf ondergaan was de fout vergeten. De prior van Taizé sprak meer onopvallend over de strengheid van vader die haaks stond op moeders’ zachtheid: "In mijn kindertijd hoorde ik vader zeggen: ‘Vroeger ben ik zwak geweest, nu zal ik je streng behandelen.’ Die woorden zetten me tot nadenken. Waarom zo reactionair handelen?"

De jonge Roger leed ook onder de vergelijking met zijn negen jaar oudere broer Charly. Lang was deze de enige zoon en zodoende focuste vader zijn aandacht op hem, daar waar Roger, als laatste, moeders kleine lieveling was. De twee broers onderhielden daardoor jarenlang een botsende relatie. Hun aandachtsvelden lagen ver uiteen. Ook als volwassenen bleven ze op afstand. Als landbouwer in de Franche-Comté kwam Charly maar zelden in Taizé. Dankzij Broeder Roger benaderden ze elkaar beter in de jaren 1980.

De jongen beantwoordde de gestrengheid door een gehoorzame houding; was het respect of volgzaamheid? "Nooit, schreef hij, was ik opstandig of uitte protest. Zwijgen eiste soms ongewone wilskracht, op de rand van het onmogelijke. Later heb ik het begrepen: ook daarin werd ik sterk. [...] Ik herinner me niet dat ik vader ooit tegensprak."

"Hij leek wel Calvijn," zei een neef over de dominee. Streng en tegelijk rigorist. In Provence had hij van de gemeentelijke instanties bekomen dat de verkoop van ‘gedistilleerde drank’ en alcohol verboden was in de enige herberg van het dorp; het leverde hem enkele vijanden op.

Dominee Schutz verstond geen luiheid of dromerij. "Hoe dikwijls hoorde ik in mijn jonge jaren: ‘Blijf niet onactief. Speel of werk, maar doe iets.’ Gehoorzaam zocht ik een bezigheid." Zelfs de harde winter liet geen warm comfort binnenshuis toe: "Iedere dag moest ik warm ingeduffeld de bevroren tuin in. Zodra de eerste dooi van de sneeuw trachtte ik de voortekenen van de lente te ontwaren."

De strengheid gold ook in vaders familie waar Roger ze ontdekte: "Mijn eerste verblijf ver van huis was voor vakantie bij mijn grootmoeder aan vaders kant. Ik vertrok dolblij. Eens ter plaatse heb ik uren naar haar geluisterd. [...]"

"Al na enkele dagen kwam de verveling. Ik wou terug naar huis en naar onze fruitbomen. Mijn tante die bij grootmoeder inwoonde had ook haar deel in mijn verveling, want ze wilde me heropvoeden. ‘Geen vinger op je mes. Handen op de rand van de tafel, niet te ver. Uw handen van uw knieën.’ Daardoor dacht ik dat tante mijn ouders beoordeelde. Ze vond dat vader te gewone smaak had en dat moeder zich meer ophield met muziek dan met haar negen kinderen. Iedereen vreesde tantes opmerkingen en daarom werd de jongste uitgezonden op vakantie bij haar!"

Een familie met negen kinderen is geen lachertje. Roger voelde dat al vroeg aan: "Getekend vanaf mijn prille jeugd door de zware ouderlijke zorg nam ik die op mij. Ik ontdekte het leven, een kroostrijk gezin, een bezorgde vader die met alles bezig was." Deze gevoeligheid om de zorgen van zijn ouders deed hem in zichzelf terugtrekken, niet uit egoïsme maar door een zekere introversie die hij lang vertoonde. Broeder Roger legde het zelf uit: "Om mijn ouders niet te belasten, verzweeg ik mijn eigen zorgen voor hen. Ook vandaag, om mijn medebroeders niet ten laste te zijn met mijn bezorgdheid, zwijg ik en mijn stilte moet ook op hen wegen."

Al in zijn kindertijd kwam de toekomstige Broeder Roger in aanraking met armoede en ‘de vreugde van de gave’: "Op zes of zeven jaar ontdekte ik de armoede van sommige inwoners (van Provence). Er was onder andere een oude vrouw die we hielpen verhuizen, ik met mijn zus. Toen ontdekten we dat, buiten haar bed, al haar bezittingen in een kinderwagen konden, waarmee we de steile straat afreden naar haar huis."

Later, tijdens de Advent, had de jonge Roger de gewoonte om kleine geschenken te kopen in de dorpswinkel, ze mooi te verpakken en dan met Kerstmis uit te delen aan de armste families in het dorp.

Boeken en muziek

Boeken en muziek bekleedden een bijzondere plaats in de familie. Van de onderbroken muzieklessen hield Amélie Schutz een voorliefde voor gezang over: "Elke dag studeerde ze zang, diep overtuigd dat haar ziel hierdoor tot ontplooiing kwam. Ze werd er ook sereen door. Als kind hoorde ik haar ’s avonds zingen op mijn kamer waarvan de deur openstond."

In huis stonden drie piano’s. Alle meisjes in de familie hadden muziek geleerd bij tante Caroline Delachaux. Op zondag in de tempel begeleidden zij of hun moeder de gezangen op het orgel. Roger‘s zuster Geneviève studeerde muziek. Ze bereidde de proef "buitengewoon meesterschap" voor om leraar muziek te worden toen Roger haar in de jaren 1940 vroeg om hem te komen helpen in de Gemeenschap. Ze verzaakte aan haar carrière en bracht haar piano mee naar Taizé.

De jonge Roger beluisterde graag de platen van Chopin en Bach; hij was getroffen door de muziek van Tchaïkowski. Hij nam de grammofoon en om naar deze componist te luisteren verstopte hij zich daar waar niemand hem vond. "Als kind kon ik wenen van begin tot einde van de plaat."

Deze passie voor klassieke muziek verliet hem nooit. In zijn kamer in Taizé bezat hij een platenspeler en hij nodigde een of andere medebroeder om te komen luisteren naar een compositie. "Hij hield van blijde barokke muziek, vooral Bach," heeft zijn pleegdochter Marie-Sonaly verteld.

In de familie Schutz was lezen ook belangrijk. Zijn oudste zus Andrée, ‘de lacher, de stoute’ leerde hem lezen en schrijven. Dikwijls bracht Lily de jongste in vaders werkkamer om hem voor te lezen uit ‘een serie van Balzac’ of andere boeken. Moeder las voor uit Port-Royal van Sainte-Beuve. De passie van het lezen kreeg hij al vroeg mee en hij koesterde die: "Rond acht jaar zocht ik op zolder naar de mooi ingebonden boeken, waaronder de Encyclopédie van Diderot. Moeder vreesde dat ik in mijn kamer een bibliotheek zou oprichten met boeken vol stof. Vader zei haar: "Laat maar, gelukkige kinderjaren bestempelen het hele leven."

Al heel jong hield Roger van schrijven. Eerst gedichten die hij aan zus Lily dicteerde. Als tiener hield hij een dagboek bij. In zijn jeugd droomde hij een tijdje schrijver te worden en probeerde hij zijn werk te laten uitgeven door de prestigieuze NRF. We komen daar nog op terug.

Een ontdekking: Port-Royal

Het lezen van Port-Royal betekende voor de spirituele ontwikkeling van de tiener een belangrijke stap: hij ontdekte het religieuze gemeenschapleven.

Het klooster van Port-Royal in de vallei van Chevreuse, actief centrum van het jansenisme in de XVIIe eeuw, kende een brede uitstraling. Na de eerste pauselijke veroordelingen van het jansenisme en de "weerstand" die Port-Royal bezorgde, leverde dit steeds strengere sancties op. Sainte-Beuve schatte: "Theologisch had Port-Royal de meeste waarde. In de grond [...] was het letterlijk een soort hervorming in Frankrijk, een uitgesproken poging tot terugkeer naar de vroomheid van de primitieve Kerk zonder de eenheid op te offeren, de smalle weg door strenge aanwending, en tegelijk een poging om de Heilige Schrift en de Kerkvaders in het Frans te brengen, met als concreet opzet om de wetenschap, het verstand en de genade te herstellen en behouden."

Het protestantisme keek met interesse toe op het avontuur van Port-Royal en het jansenisme, getekend door strengheid, weerstand aan Rome en sterke spirituele eisen.

Maar de jonge Roger was vooral gefascineerd door het leven van de vrouwelijke religieuzen, dat veeleisend en vastberaden was, tot en met een frontale opstand tegen de religieuze en politieke overheid. "Elke dag kwamen we samen om luidop te lezen en we spraken dikwijls over de beginperiode van Port-Royal, zei hij later. We hebben ze zo vaak herlezen dat ik dacht ze van buiten te kennen, zo goed kende ik ze. Bij mezelf zei ik: inderdaad, een gemeenschapsleven is straf, het is een parabel die een concrete uitdrukking van het Rijk is. Niet het jansenisme was me belangrijk, wel die gemeenschap van enkele vrouwen."

Hij nam ze zelfs tot voorbeeld: "Als enkele weinige vrouwen die aan een gezamenlijke roep beantwoorden om openbaar hun leven op te offeren vanwege Christus zulke evangelische uitstraling genieten, dan moeten enkele mannen verzameld in een gemeenschap dat ook kunnen."

Door de ontdekking van Port-Royal bevroeg Roger Schutz zich voortdurend over het gemeenschapsleven. Het begrip rijpte maar langzaam en ging gepaard met beproevingen.

De ontdekking van de universele Kerk

De Heilige Schrift, die hij al jong begon te lezen, volgens de hervormde gewoonte, begon met zijn geloof in de ‘werkelijke aanwezigheid’ van Christus in de Eucharistie: "Door mijn Schriftstudie, reeds van jong aangevat, vergeleek ik twee spreuken. De eerste: Wanneer twee of drie in mijn naam samenkomen ben ik in hun midden. De tweede: Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed. Bij mezelf zei ik: indien ik verbonden ben met enkele christenen is Hij aanwezig, Hij beloofde dat en ik geloof Hem. Maar als ik brood en wijn van de Eucharistie nuttig, dan gaat het om een andere aanwezigheid die me opneemt in de verrezen Christus. Zo niet, waarom dan die maaltijd?"

"Als Christus zegt: ‘Dit is mijn lichaam’ heeft hij het over een heel andere aanwezigheid dan deze beloofd aan twee of drie mensen verzameld in zijn naam."

Gedreven door zijn ouders die missionarissen en dominees uit verre landen ontvingen stond Roger Schutz al vroeg open voor de realiteiten van de universele Kerk. Een jonge vrouwelijke missionaris uit Zambia was bij de familie Schutz: ze maakte indruk op me. Het jaar daarop [hij was vijf jaar] ging de familie luisteren naar de preek van een Zuid-Afrikaanse dominee. Deze ‘man van God’ zegende één voor één de negen kinderen en fascineerde Roger. Mevrouw Schutz zei trouwens: "In Europa gaat het geloof verloren, maar de Afrikanen zullen ons de frisheid van het Evangelie weer bijbrengen."

De katholieke kerken trokken het kind ook aan. "Op vijf jaar, herinnert hij zich, bracht ik de zondag door met mijn zussen op het platteland in de omgeving van Estavayer. In de late namiddag gingen we een kerk binnen in de haven waarvan we het meer moeten oversteken. Het was er al duister. Het licht bij het Mariabeeld en de godslamp blijft in mij een ongeschonden beeld."

Een ander gebeuren maakte eveneens indruk op hem: "In een katholieke kerk kreeg ik een van de diepste indrukken over het gebed. Ik was met mijn ouders bij een oom. De katholieken stonden aan de overkant van de straat. Op een dag stond ik vroeg op, om er naar de vroege mis te gaan. Mijn familie zocht me, daar ik niet op mijn kamer was. Bij mijn terugkeer zaten allen aan de ontbijttafel. Ik legde de reden van mijn afwezigheid uit. Mijn oom toonde zijn ongenoegen. Mijn ouders zwegen, ze schenen gehinderd door zijn reactie."

Roger Schutz wist waarschijnlijk niet dat zijn vader, nog werkzaam in Provence, in contact stond met Mgr Besson, katholiek bisschop van Lausanne, Genève en Fribourg waar hij woonde. Dominee Schutz onderhield een briefwisseling met hem in 1926. Door zijn studie over de nationale Kerk van Vaud wilde de dominee van Provence meer weten over het benoemingssysteem van de pastoors in de katholieke Kerk. De bisschop gaf hem een vriendelijk en doeltreffend antwoord. In die briefwisseling vertrouwde dominee Schutz de katholieke bisschop toe dat hij in zijn jeugd meerdere malen kennis had gemaakt in de Valais met enkele landelijke katholieke pastoors: "Ik herinner me gelukkige en serene mensen." De jonge Roger was dus niet de eerste om interesse te tonen voor de katholieke kerken. In de jaren 1925-1927 [de jongen was ongeveer tien] werd er in familiekring geluisterd op de radio naar de Vastenconferenties van pater Sanson in de kathedraal Notre-Dame van Parijs: "De stem van pater Sanson klonk als deze van de profeet die ons bereikte in de Jura."

Oron

Het jaar 1927 bracht meerdere veranderingen mee bij de familie Schutz. Hun derde kind Charly verliet Zwitserland en vestigde zich aan de grens in Blamont bij Monbéliard. Aangetrokken door het leven in open lucht en de landbouw, zonder veel interesse voor boeken en muziek, in tegenstelling tot zijn zussen en zijn jongste broer, verkoos hij weg te gaan uit de familie. Hij werd aangeworven in Blamont op een boerderij en huwde in 1928 met de dochter des huizes, Suzanne die hem twee kinderen schonk.

Ook dat jaar verlieten de dominee en zijn familie Provence. De pastorij van Oron-la-Ville aan de overkant van het meer kwam vrij en was veel belangrijker dan Provence met haar negen andere gemeenten en gehuchten. De raad van gelovigen benoemde Charles Schutz met eenparigheid van de 111 stemgerechtigden bij de eerste stemronde.

De officiële inhuldiging van de dominee ging door in oktober 1927 in het bijzijn van de burgerlijke overheid. Een plaatselijk dagblad bericht het gebeuren: "De stoet van de personaliteiten deed zijn intrede om 10 uur in de sober versierde tempel: prefect, de oude en de nieuwe dominee, een afgevaardigde van het arrondissement, een afgevaardigde van de overheid, de parochieraad en de regieraad [raad van beheerders van de tien gemeenten in de parochie en gelast met de materiële zaken van de kerk]. Het was een lange maar plechtige ceremonie." Na de toespraken en gezangen in de tempel gaf de regieraad een ‘uitstekend maal’ voor de burgerlijke en religieuze prominenten.

De dominee was een openbaar iemand die overal respect afdwong. Dat gaf, vooral de kinderen, een apart gevoel. Broeder Roger schreef: "Zoals andere zonen van dominees herinner ik me wat het betekent om in de jeugd het gevoel van buitenstaander te hebben gekend, getekend door het behoren bij een bevoorrechte groep."

De tempel beschikte over een prachtig Duits Walckerorgel, vijftig jaar eerder geschonken door de met Victor Hugo verwante schrijver Adolphe Gaïffe. Mevrouw Schutz, haar dochters en de toekomstige stichter van Taizé bespeelden het om beurt tijdens de diensten.

Bij aanvang van het schooljaar 1928 werd Roger ingeschreven op het college van Moudon, een kleine stad op een twintigtal kilometers van Oron. Het nog bestaande college bestond uit een statig gebouw met twee verdiepingen, een onmetelijk dak en een monumentaal uurwerk dat centraal onder een torentje pronkte. De leerling ging in pension bij inwoners van Moudon, de familie Bioley. Belangrijk is dat ze katholiek waren. De ouders van Roger konden hem in een protestantse familie plaatsen, maar er werd gekozen voor Bioley omdat het ging over een weduwe met vier kinderen ten laste waarvan de verblijfskosten een bijkomend loon betekenden.

Roger bracht daar twee voor hem beslissende jaren door, hij die het katholicisme slechts van buitenaf kende. Zijn dagelijkse omgang met zijn gastheren deed hem later bekennen dat hij ‘doordrongen van het katholiek geloof’ was. Zo ontdekte hij in de familie Bioley een liturgisch feest dat de hervormde Kerk niet vierde: Epifanie, zijnde de aanbidding van het Kind Jezus door de drie Wijzen uit het Oosten. Later werd het feest van Driekoningen in Taizé door hem ingevoerd.

Deze periode is ook voor de jonge Schutz een tijd van twijfel en wankelend geloof die zeven tot acht jaar zou duren. Een leerkracht van het college in Moudon waarnaar hij bewonderend opkeek had zijn overtuiging verward. Broeder Roger heeft zijn naam nooit onthuld.

Het ging om Eugène Ducret (1866-1946), gelast met wiskunde, natuurwetenschappen en technisch tekenen in Moudon. Als doctor wetenschappen in 1893 stond hij heel zijn loopbaan in Moudon. Zijn enige publicatie ging over de evolutie van een soort vissen. Hij was voorstander van de evolutieleer van Darwin, die Roger niet kende. Zijn geloof in een God schepper van het heelal, zoals hij van zijn ouders had geleerd, wankelde.

Was deze geloofscrisis alleen te wijten aan de invloed van de professor? Zoals pater Restropo pertinent opmerkt was het misschien ook een negatieve reactie tegenover zijn vader, zijn puriteins gedrag en zijn manier van het christelijk geloof te beleven? Broeder Roger gaf later enkele lichtpunten: "In feite twijfelde ik niet echt aan Gods bestaan, maar wel aan de mogelijkheid om één met Hem te zijn. Ik wou zo rechtvaardig zijn dat ik soms niet meer durfde bidden. Ik dacht God te moeten kennen om te bidden."

Nochtans werd de tiener niet introvert door die ‘lange tijd van ongeloof’ ... volgens zijn uitdrukking. Hij had langdurige gesprekken met Mevrouw Bioley en zijn omgang met die familie heeft ‘de schok versterkt’ die hij kreeg van zijn grootmoeder, die de katholieken zeer nabij was: "Hoe kunnen twee gezinnen, de mijne en de familie Bioley, verdeeld zijn over geloof daar waar er zoveel eerlijkheid is met God?"

Onder de indruk van de godsvrucht voor de Eucharistie van Mevrouw Bioley zal dit aan de basis liggen van zijn later zoeken naar eensgezindheid met de katholieke Kerk. Maar de gesprekken met Mevrouw Bioley volstonden niet om de jonge Roger Schutz opnieuw tot een gerust en openhartig geloof te brengen. Tenminste toonde hun aantal dat hij zich niet opsloot in agnosticisme en dat zijn twijfels hem aanspoorden tot begrip.

Een opgedrongen communie

Op zijn zestiende werd het tijd dat hij voor het eerst zou communiceren. Sinds Pius X was in de katholieke Kerk de eerste communie mogelijk vanaf de ‘jaren van verstand’- zes of zeven jaar. In die tijd was de viering van, het heilig Avondmaal een uitzondering in de hervormde Kerk en de eerste communie meestal op latere leeftijd, na een veeleisende religieuze vorming. Na de zondagsschool voor de kinderen, dan de jeugddienst vanaf twaalf jaar moest de tiener vanaf zijn veertien twee jaren catechese volgens alvorens te mogen communiceren op Palmzondag; hij was dan zeker zestien.

De ceremonie vond plaats in de tempel van Oron en dominee Schutz zou voorgaan. Gezien zijn wankelend geloof probeerde Roger aan deze plechtige eerste communie te ontsnappen. Hij vreesde hypocriet te zijn maar durfde zijn ouders hierover niet inlichten. Uiteindelijk sprak hij er met een van zussen over en die raadde hem aan de zaak klaar en duidelijk met vader te bespreken. Het werd een pijnlijk onderhoud. De tiener legde zijn moeilijkheden uit en smeekte zijn vader om de communie minstens een jaar uit te stellen om zijn overtuiging te verduidelijken. Maar dominee Schutz was onvermurwbaar: "Het verwijt dat zijn zoon een verplichting weigerde die alle anderen wel uitvoerden kon hij niet aanvaarden."

Later en tot in zijn laatste geschriften haalde Broeder Roger dikwijls aan dat het noodzakelijk is om het vertrouwen te herstellen bij degenen die ‘een jeugd met vernederingen’ hadden beleefd. Hoewel hij nooit harde feiten heeft aangehaald konden zijn lezers vermoeden dat hij dit zelf had meegemaakt, ‘gekwetst’ en ‘vernederd’ door vaders strengheid en die opgelegde communie.

De communie vond dus plaats op Palmzondag 1931. In die tijd sprak de dominee elke communicant persoonlijk aan met een spreuk uit de Bijbel die hij als viaticum meegaf samen met de communie. Roger kreeg de volgende zin uit het boek Openbaring: "Wees trouw tot in de dood en ik schenk je de kroon van leven" [Apoc. 2:10].

Vertaling: Broeder Joseph


» Reageer (0)
01-05-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taizé. Frère Roger Schutz. Biografie. Inleiding
Taizé: Frère Roger Schutz, biografie. Inleiding

Op 16 augustus 2005, terwijl duizenden jongeren Broeder Roger omringen voor het avondgebed in de kerk van de Verzoening, benadert een jonge Roemeense vrouw de stichter van Taizé en brengt hem twee messteken toe in de hals. Ze roept. Met bloedvlekken op zijn wit kleed van prior sterft hij kort daarop.

De man die symbool heeft gestaan voor ‘verzoening’, eerst in de Kerk en later in heel Europa, is vermoord zoals andere vrededragers in de XXe eeuw, Gandhi of Martin Luther King. Maar daar houdt de vergelijking op: Gandhi en Martin Luther King waren het slachtoffer van een fanaat, daar waar Broeder Roger bezweek door een geesteszieke die nog geen proces kreeg.

Veertig jaar lang kwamen in deze kerk van de Verzoening miljoenen jongeren vanuit alle werelddelen, aangetrokken door een Gemeenschap waarvan de prior een charismatische figuur was met een uitzonderlijke levensloop. Ook de leiders in de Kerk, zoals Johannes Paulus II in 1986, bezochten Taizé. Mensen op zoektocht, onbekenden of beroemdheden kruisten elkaar hier zonder ophef. In tegenstelling met de beklimming van de Rots van Solutré die François Mitterand met enkele vrienden jaarlijks ondernam op Pinksterzondag bleef de band tussen de president en het nabije Taizé lang verborgen. Sinds geruime tijd kwam hij graag naar Taizé, meestal daags na zijn pelgrimstocht van Solutré. Een jaarlijks discreet bezoek dat hij verder zette na zijn verkiezing. Hij hield van de plek, de stilte van de kerk en zijn gesprek met Broeder Roger. "Ik hou van hem, hij doet me deugd," zei hij. Iemand anders kon hetzelfde beweren: Hubert Beuve-Méry, die ook niet tot de belijdende kristenen behoorde. De stichter en directeur van Le Monde ontdekte Taizé in 1958. Trouw kwam hij steeds terug naar zijn vriend en vertrouweling: Broeder Roger.

Taizé is nu wereldbekend. De vermaarde ’Liederen van Taizé’ werden tientallen malen vertaald. De ‘Bijeenkomsten van Taizé’ op de Bourgondische heuvel, in een Europese grootstad rond het jaareinde of in een ander werelddeel trekken duizenden jongeren aan van alle nationaliteiten.

Taizé fascineert. Kerkelijke mensen of niet, ze ondergaan het ‘mysterie’ van Taizé, van zijn succes en van zijn charismatische stichter.

De geschiedenis van de Gemeenschap sinds haar ontstaan [1940] wijst op haar aantrekkingskracht en zijn gedaanteverwisselingen. Eerst, in 1940-1942, was Taizé een onthaalplek voor vluchtelingen en zwervende Joden, waar de jonge stichter Roger Schutz alleen verbleef. Vanaf 1944 tot aan het Tweede Vaticaans Concilie werd het een belangrijk centrum van de oecumenische beweging, een poging tot gemeenschapsleven vanuit protestantse visie maar open voor alle Kerken, op zoek naar een ‘Universele verzoende Kerk’. Tenslotte werden Taizé en zijn stichter ‘in de wereld gedropt’ ... beter gezegd deden ze dat zelf: een onverwacht mediatiseren gepaard met de inhuldiging van de Kerk van de Verzoening op de heuvel, de deelname van Roger Schutz en Max Thurian aan het Concilie en de constante stijging van het aantal bezoekers en retraitanten in Taizé.

Een ander aspect van de mythe is de geestdrift van de jongeren, Fransen en Europeanen, een strekking begonnen in de jaren zestig en uitgegroeid tot een ‘Christen Woodstock’. Het ‘Jongerenconcilie’ in 1974 werd een ongehoord succes dat leidde tot de ‘Europese Jeugddagen’ en de ‘Pelgrimstocht van vertrouwen op aarde’. Zo breidde de enorme aandacht rond Taizé uit en verplichtte de Gemeenschap een nieuwe begeleidingspedagogie voor de jongeren aan te wenden. Beurtelings schaarden zich in Parijs, Barcelona, Warschau, Praag en vele andere steden duizenden jongeren rond Broeder Roger tegen het jaareinde. Sinds einde van de jaren 1980 en het verval van de Oost-Europese communistische regimes droeg Taizé niet weinig en op uitzonderlijke wijze bij tot de verzoening van de jonge Europeanen uit Oost en West.

Taizé fascineert. Kerkelijke mensen of niet, ze ondergaan het ‘mysterie’ van Taizé, van zijn succes en van zijn charismatische stichter.

De geschiedenis van de Gemeenschap sinds haar ontstaan [1940] wijst op haar aantrekkingskracht en zijn gedaanteverwisselingen. Eerst, in 1940-1942, was Taizé een onthaalplek voor vluchtelingen en zwervende Joden, waar de jonge stichter Roger Schutz alleen verbleef. Vanaf 1944 tot aan het Tweede Vaticaans Concilie werd het een belangrijk centrum van de oecumenische beweging, een poging tot gemeenschapsleven vanuit protestantse visie maar open voor alle Kerken, op zoek naar een ‘Universele verzoende Kerk’. Tenslotte werden Taizé en zijn stichter ‘in de wereld gedropt’ ... beter gezegd deden ze dat zelf: een onverwacht mediatiseren gepaard met de inhuldiging van de Kerk van de Verzoening op de heuvel, de deelname van Roger Schutz en Max Thurian aan het Concilie en de constante stijging van het aantal bezoekers en retraitanten in Taizé.

Een ander aspect van de mythe is de geestdrift van de jongeren, Fransen en Europeanen, een strekking begonnen in de jaren zestig en uitgegroeid tot een ‘Christen Woodstock’. Het ‘Jongerenconcilie’ in 1974 werd een ongehoord succes dat leidde tot de ‘Europese Jeugddagen’ en de ‘Pelgrimstocht van vertrouwen op aarde’. Zo breidde de enorme aandacht rond Taizé uit en verplichtte de Gemeenschap een nieuwe begeleidingspedagogie voor de jongeren aan te wenden. Beurtelings schaarden zich in Parijs, Barcelona, Warschau, Praag en vele andere steden duizenden jongeren rond Broeder Roger tegen het jaareinde. Sinds einde van de jaren 1980 en het verval van de Oost-Europese communistische regimes droeg Taizé niet weinig en op uitzonderlijke wijze bij tot de verzoening van de jonge Europeanen uit Oost en West.

Ondanks de mythische dimensie van Taizé blijft de symbolische gestalte van de stichter, Roger Schutz ondertussen Broeder Roger genoemd (1915-2005), op velerlei vlakken miskend. Marguerite Léna, een intelligente waarneemster van Taizé, diep meelevend met hem, erkent dat er een ‘legende’ is gesmeed rond de toen nog levende stichter.

Dit boek, een eerste biografie van Broeder Roger, wil daarvan afstand nemen om deze figuur terug in de historische context te plaatsen. Geen eenvoudige taak, want Taizé houdt niet van geschiedenis en archief en besteedt meer aandacht aan geheim en discretie. De wens bestaat, zoals in vele kloosters en congregaties, dat de ups en downs van hun bestaan niet in het openbaar worden onthuld. Er werd van bij het begin ook gekozen om geen archief te bewaren. "Levende dingen dienen niet uitgepluisd," beweerde Broeder Charles-Eugène, in de jaren 1970 belast met de communicatie van de Gemeenschap. Broeder Roger zelf sprak in zijn dagboek met scherpe woorden over een auteur die zich kritisch en te nieuwsgierig had opgesteld: "Sommige teksten over ons laten ons niet onverschillig. Het bezoek van degene die hekelende beweringen schreef stelde zich lichtjes aan als geloofsrechter. Hij voedt zich met de overschotten van anderen."

Nochtans, vreemde paradox, gaf Broeder Roger veel prijs in zijn dagboek, niet zonder voorzorgen en omzichtigheid. Zijn geschriften zijn bezaaid met souvenirs, taferelen, personages en anekdotes waarin van weglatingen en toespelingen zeer handig gebruik wordt gemaakt. Weinig namen, vaag zinspelen of verzwijgen onderhouden het mysterie: "iemand uit Rome kwam," schrijft hij. Hij verduidelijkte niet dat het kardinaal Willebrands was, gelast met het afsluiten van een akkoord tussen de Gemeenschap en de Heilige Stoel. Zo ook noemt hij maar eens Peter Rutishauer zonder er bij te voegen dat hij psychoanalyticus is die geregeld met hem kwam praten wanneer hij diep depressief was.

Voorbeelden van deze nauwgezette discretie komen veelvuldig voor. De ontmoetingen van Roger Schutz en Max Thurian met Puis XII en andere Romeinse gezagsbekleders in 1949 werden maar openbaar in 1960. Broeder Roger koos al in 1972 Broeder Aloys als opvolger tijdens een reis naar Afrika, maar openbaarde dat eerst twintig jaar later. Dat hij sinds 1972 communiceert in de katholieke Eucharistie wordt maar bekend in 2005 bij de uitvaart van Johannes Paulus II.

De geloofsweg die zijn grootvader aan moeders kant aflegde [katholiek seminarist tot subdiaken, dan priester in de oudkatholieke Kerk, alvorens zijn wijding tot hervormde dominee] heeft Broeder Roger altijd verzwegen en dit onderwerp blijft taboe in Taizé.

De weigering van de geschiedenis stemt overeen met de weigering Taizé te verstarren in woorden, data en bijkomstige overwegingen. "Het voornaamste, verklaarde Broeder Roger eens om zijn leven samen te vatten, is dat het een dagelijkse herschepping was." Een "herschepping" die hij bondig noemde met de vermaarde uitdrukking: de "dynamiek van het voorlopige." Bij het stelselmatig beschrijven van het leven van de stichter van Taizé komt deze dynamiek overal en altijd te voorschijn. Het is te zien op de foto’s die in de pers verschijnen hoe zijn uiterlijk verandert. In de eerste jaren van de Gemeenschap en tot in 1950 draagt de prior een grijsblauwe katoenen trui. In de jaren 1960 wanneer hij de oecumenische samenkomsten van priesters, dominees en bisschoppen in Taizé houdt draagt hij meestal een donker pak, een wit hemd en een zwarte das. Later, onder het ‘Jongerenconcilie’, meer ontspannen, kiest hij voor een pullover. Tenslotte en op ingeven van Moeder Teresa in 1976 draagt hij steeds het wit kleed dat ook onder de diensten werd gedragen: zo was hij gemakkelijk herkenbaar tijdens de massabijeenkomsten rond gebed.

Deze uiterlijke veranderingen gingen gepaard met wijziging van zijn handtekening: eerst was het "Roger Schutz, prior in Taizé," dan "Broeder Roger, prior in Taizé" om later, vanaf 1971, simpelweg "Broeder Roger van Taizé" te worden. Zijn drang naar soberheid werd steeds dieper. Hij verzaakte aan zijn titel van "prior" nadat hij al eerder, einde jaren 1950, verschillende taken als dominee had weggelaten. Weinige eigentijdse mensen zijn oud genoeg om Roger Schutz te hebben zien voorgaan in het heilig Avondmaal of bij een gewone viering.

We gingen op zoek naar Broeder Roger met als voornaamste zorg om nooit de waarheid van een uitzonderlijke levensloop te verbloemen. Buiten zijn dagboek, waarin je dikwijls tussen de regels moet lezen, zijn er andere bronnen om de verschillende etappes van zijn leven op te halen: zo de getuigenissen die we konden opvangen bij zijn familieleden (o.a. bij Maria Strugala, zijn aangenomen dochter), zijn Broeders of ex-Broeders, katholieke, protestantse of orthodoxe vrienden die getuige waren van zijn leven.

Veel archief uit kerkelijke, institutionele of private kringen in Frankrijk en Zwitserland leverde rijke openbaringen, verrassingen en kostbare documenten.

Op het einde van dit zoekwerk verschijnt het leven van een man van God die doorheen heel de XXe eeuw over de "wallen" wou klimmen: deze van de religieuze verdeeldheid, de generatiekloven, ook zijn eigen wallen. Broeder Roger was een veerman aan de grens. Als Zwitser trekt hij naar Frankrijk in 1940. Als calvinist sticht hij de eerste protestantse monnikengemeenschap op Franse bodem. Als zoon van een dominee, zelf dominee overstijgt hij het protestantisme. "Formeel is hij katholiek" zei kardinaal Kasper, voorzitter van de Pontificale Raad voor de eenheid der christenen, in 2005 aan kardinaal Barbarin die hem vroeg tot welk geloof Broeder Roger toebehoorde. Zijn ideaal was helpen en verzamelen. In 1940-1942 beschermt hij politieke vluchtelingen en Joden; in 1945-1946 ondersteunt hij twee kampen van Duitse krijgsgevangenen nabij Taizé opgericht; in de jaren 1950-1960 leidt hij de oecumenische dialoog; vanaf 1966 voelt hij een golf van radicale opstand bij de Europese jeugd, waarin hij een drang allerlei vragen ziet. Tot op het einde van zijn leven brengt hij een begeleidingspedagogie voor de jongeren op gang.

Op het einde van dit zoekwerk verschijnt het leven van een man van God die doorheen heel de XXe eeuw over de "wallen" wou klimmen: deze van de religieuze verdeeldheid, de generatiekloven, ook zijn eigen wallen. Broeder Roger was een veerman aan de grens. Als Zwitser trekt hij naar Frankrijk in 1940. Als calvinist sticht hij de eerste protestantse monnikengemeenschap op Franse bodem. Als zoon van een dominee, zelf dominee overstijgt hij het protestantisme. "Formeel is hij katholiek" zei kardinaal Kasper, voorzitter van de Pontificale Raad voor de eenheid der christenen, in 2005 aan kardinaal Barbarin die hem vroeg tot welk geloof Broeder Roger toebehoorde. Zijn ideaal was helpen en verzamelen. In 1940-1942 beschermt hij politieke vluchtelingen en Joden; in 1945-1946 ondersteunt hij twee kampen van Duitse krijgsgevangenen nabij Taizé opgericht; in de jaren 1950-1960 leidt hij de oecumenische dialoog; vanaf 1966 voelt hij een golf van radicale opstand bij de Europese jeugd, waarin hij een drang allerlei vragen ziet. Tot op het einde van zijn leven brengt hij een begeleidingspedagogie voor de jongeren op gang.

Broeder Roger behoort de Kerkgeschiedenis toe, maar ook de Europese geschiedenis. Het is niet toevallig dat er hem meerdere grote Europese prijzen werden toegekend in de jaren 1980-1990. Leek en politicus hebben hem erkend als een bruggenbouwer onder de jeugd van de Europese volkeren, een verzoener.

De Kerken hebben in hem een bindend element gezien dat niet kon genegeerd worden, waarmee ze soms een harde en moeilijke dialoog voerden. Als Taizé, van protestantse oorsprong, het katholicisme naderbij kwam, was er tegelijk een beweging in tegenovergestelde richting; Taizé heeft zowel de Protestantse, als de katholieke Kerk beïnvloed.

Over "Broeder Roger van Taizé," spreekt men zoals over Franciscus van Assisi of Moeder Teresa van Calcutta: man en een plaats zijn onverbrekelijk verbonden.

Vertaling: Broeder Joseph


» Reageer (0)
30-04-1976
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 30. Gebeden voor de Arme Zielen
Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 30. Gebeden voor de Arme Zielen

    Krachtig gebed voor de zielen uit het vagevuur, doorgegeven aan de Heilige Getrudis van Hefta

    De heilige Getrudis van Helfta, bijgenaamd, Gertrudis de Grote, geboren te Eisleben op 6 januari 1256 en overleden te Hefta op 17 november 1302, was een Duits geestelijke uit Saksen. Gertrudis werd grootgebracht in de abdij van de benedictijnen of cisterciënzers van Hefta bij Eisleben sinds haar 5de. Zij was een brijant studente en een zeer vriendelijke persoon. Toen zij 26 jaar was, wilde zij de filosofie de rug toekeren, maar Christus hield haar tegen en van toen af bestudeerde zij de bijbel en de werken van de kerkvaders. Zij kreeg vele visioenen en mystieke bevelen, die de basis vormden voor haar geschriften. Zij hielp mede de verering van het Heilig Hart te verspreiden. Haar werken werden bekend door de H. Thersia van Avila en de Heilige Franciscus van Sales. Zij wordt aanroepen voor de Arme Zielen uit het Vagevuur, maar eveneens voor de nog levende zondaars.

    Iedere mens kan op zijn/haar sterfbed God alsnog oprecht vergeving van zijn/haar zonden te vragen! God zal dan altijd nog vergeving schenken aan de betrokkene! Zelfs een grote zondaar gaat dan niet naar de hel maar naar het vagevuur en kan dus alsnog in de hemel komen, maar is dan wel afhankelijk van de gebeden van hun dierbaren op aarde en de mensen op aarde die speciaal voor de zielen in het vagevuur bidden! Zelf kunnen zij niet bidden en vragen om uit het vagevuur te worden verlost!! Ze kunnen wel bidden voor degenen die voor hun verlossing uit het vagevuur bidden!! Zo krijg je dus een wisselwerking tussen de zielen in het vagevuur en de mensen op aarde die voor hen bidden!!

    Het bidden van het gebed van de Heilige Gertrudis de Grote van Helft) is daarom heel belangrijk. Onze Heer vertelde gaf het volgende gebed door aan de Heiliige Gertrudis, met de belofte dat er 1.000 zielen uit het Vagevuur worden bevrijd, telkens het gebed in alle eerbied wordt gebeden. Deze belofte is eveneens uitgebreid voor de nog levende zondaars.

    Het gebed

    Eeuwige Vader, ik offer U het meest kostbare bloed van Uw Goddelijke Zoon, Jezus, in eenheid met de Heilige Missen die vandaag over de gehele wereld worden opgedragen voor alle zielen in het vagevuur, voor de zondaars overal ter wereld, voor de zondaars in de universele Kerk, de zondaars in mijn eigen huis en binnen mijn familie. Amen.
Een kort en effectief gebed

O Maria, Moeder van God, overvloei de hele mensheid met de genaden van Uw brandende liefde, nu en in het uur van onze dood! Amen.

    Gebed voor onze overleden ouders

    Heer God, u beval ons om onze ouders te eren. Ik vraag U zachtmoedig om genadig te zijn voor de zielen van mijn vader en moeder. Vergeef hen hun zonden en sta mij toe om hen terug te zien in de vreugde van het Eeuwige Licht! Door Christus onze Heer. Amen.

Gebed voor een individuele ziel

Almachtige Eeuwige God, wees in Uw vaderlijke goedheid, mild voor de ziel van uw dienaar [dienares] [......... noem de naam] Zuiver hem [haar], die u uit deze wereld hebt geroepen, van zijn zonden en neem hem op in het Rijk van Licht en Vrede en in de Gemeenschap van uw Heiligen en geef hem zijn deel van de Eeuwige Vreugde in Uw Koninkrijk. Voor deze intentie bidden wij door Jezus, onze Heer. Amen.

God, U Schepper en Redder van alle gelovigen, vergeef al de zonden van alle zielen die U dienden! Laat hen vergeving ontvangen door onze vrome gebeden, waar ze steeds naar verlangden. Amen.

    Gebed voor de meest veronachtzaamde zielen

    Jezus, door het lijden dat U doorstond tijdens Uw doodsangst in de Tuin van Gethsemane, tijdens de beledigingen en de doornkroning, op de weg naar de Calvarieberg, tijdens Uw kruisiging en op het ogenblik van Uw dood, heb Genade voor de zielen in het Vagevuur en vooral voor deze die volledig vergeten zijn! Bevrijd hen uit hun bitter lijden, roep hen tot U en omarm hen in de Hemel!

    Onze Vader ...
    Weesgegroet ...
    Heer, verleen hen de eeuwige vrede. Amen.
Dit gebed is een grote hulp voor de Arme Zielen

O Heer, Jezus Christus, door het Heilige Bloed dat U stortte tijdens Uw doodsangst in de Tuin van Gethsemane, bevrijd alstublieft de zielen van uw gelovigen uit het lijden van het vuur in het Vagevuur, in het bijzonder deze die het meest veronachtzaamd worden, en leid hen naar hun plaats in Uw Glorie, om U voor eeuwig te eren en te prijzen.

Onze Vader ....
Weesgegroet ...

O Heer, Jezus Christus, door het Heilige Bloed dat U stortte tijdens Uw genadeloze geselen, bevrijd alstublieft alle zielen van de gelovigen, in het bijzonder deze die het dichtst bij hun bevrijding staan, en leid hen, zodat ze U kunnen zien en U voor eeuwig kunnen eren en prijzen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...

O Heer, Jezus Christus, door het Heilige Bloed dat U stortte tijdens Uw pijnlijke doornkroning, bevrijd alstublieft alle zielen van de christelijke gelovigen uit de kerker van het Vagevuur, in het bijzonder deze die ginds nog lang zouden moeten lijden, en leid hen in de Gezegende Gemeenschap van de Gekozenen, zodat ze u voor eeuwig mogen eren en prijzen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...

O Heer, Jezus Christus, door het Heilige Bloed dat U stortte tijdens Uw afschuwelijke kruisiging, bevrijd alstublieft alle zielen van hen die zijn heen gegaan, in het bijzonder de zielen van mijn vader, mijn moeder, mijn broers en zussen, mijn aanverwanten, mijn weldoeners, en leid hen naar de Eeuwige Vreugden, zodat ze U voor eeuwig mogen eren en prijzen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...

    Gebed van boete voor de Arme Zielen

    Almachtige, Eeuwige God! Omdat het Uw Wil is dat we zouden bidden voor de Arme Zielen, bied ik U, door Maria’s meest onbevlekte handen, alle Missen die vandaag worden opgedragen aan, voor Uw hoogste Eer en voor de verlossing van de zielen in het Vagevuur. Nederig smeek ik U, wis hun schuld door de overvloedig rijke verdiensten van Uw meest Geliefde Zoon en wees hen genadig. Voor het herstel van het prijzen, de liefde, het eren, het bedanken en de verdiensten dat deze zielen negeerden u tonen, bied ik U al het prijzen, de liefde, het eren, het bedanken en de beproevingen van Uw Zoon aan door dewelke Hij U vereerde op deze aarde.

    Tot herstel van alle verzuim en lauwheid, die deze zielen hebben begaan, bied ik U de Vurige IJver aan door dewelke Uw Zoon al Zijn werken hier op aarde verrichte en die nu worden hernieuwd en tot U gebracht in alle Heilige Missen.

    Tot herstel van alle fouten en al wat onafgemaakt bleef door deze zielen, bied ik U alle Waarden aan die Uw Zoon in hun volheid aanwendde en die Hij nu nog steeds aanwendt en volbrengt in alle Heilige Missen.

    Tot de zuivering van alle zondevlekken die deze zielen nog dragen, bied ik U het Heilige Bloed aan dat Uw Zoon stortte toen Hij nog hier op aarde was en dat Hij U nu blijft opofferen in alle Heilige Missen.

    Tot aflossing van alle straffen en pijnigingen die deze zielen ondergaan, bied ik U het bittere lijden en de Dood van Uw meest Geliefde Zoon aan, dat Hij nu hernieuwt en volbrengt in alle Heilige Missen.

    Voor hun bevrijding uit de brandende kerker, bied ik U de oneindige verdiensten aan die Uw zoon verkreeg op aarde en die Hij niet nog steeds uitoefent en uitdeelt in alle Heilige Missen.

    Tenslotte, tot genoegdoening van Uw strikte rechtvaardigheid, bied ik U alle waarden en verdiensten aan van het volledige Leven, Lijden en Dood van Uw meest Geliefde Zoon, Zijn meest Heilige Moeder en alle Heiligen en Gekozenen die samen meer hebben geleden dan dat de Heilige Zielen hebben verloren. Amen.
Zevenvoudig gebed voor de Arme Zielen

Heer, Almachtige God, door het Heilig Bloed dat Uw Zoon stortte in de Tuin van Gethsemane, vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, vooral van hen die het meest worden verwaarloosd! Leid hen naar Uw Glorie zodat zij U voor eeuwig kunnen eren en prijzen. Amen
Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.

Heer, Almachtige God, door het Heilig Bloed dat Uw Zoon stortte tijdens het genadeloze geselen, vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, vooral van hen die het dicht bij de deur van Uw Vreugde staan. Laat hen U beginnen prijzen en eren, nu en in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.

Heer, Almachtige God, door het Heilig Bloed dat Uw Zoon stortte tijdens de pijnlijke doornkroning, vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, vooral van hen die onze tussenkomst het meest nodig hebben! Laat hen niet langer wachten om u voor eeuwig te eren en prijzen. Amen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.

Heer, Almachtige God, door het Heilig Bloed dat Uw Zoon stortte in de straten van Jeruzalem terwijl Hij het Kruis droeg op Zijn Heilige Schouder, Vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, in het bijzonder van hen die in Uw Ogen de grootste verdiensten hebben, zodat deze, van op de hoge en glorierijke troon die hen wacht, U voor eeuwig kunnen eren en prijzen. Amen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.

Heer, Almachtige God, door het Heilig Vlees en Bloed van Uw Goddelijke Zoon, Jezus Christus, die Zichzelf, op de avond voor Zijn Dood aan zijn apostelen offerde als voedsel en drank en waardoor Hij een blijvende Opoffering en levenwekkend voedsel achterliet voor de gelovigen van de gehele Kerk, vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, vooral van hen die dit Geheim van Zijn Onmetelijke Liefde het meeste eerden, zodat deze met Uw Goddelijke Zoon en de Heilige Geest, door dit Heilig Sacrament, U voor eeuwig kunnen eren en prijzen. Amen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.

Heer, Almachtige Vader, door het Heilig Bloed dat Uw Goddelijke Zoon uit Zijn handen en voeten stortte, terwijl Hij aan het Kruis werd genageld, vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, vooral van hen voor wie ik het meeste bid. Laat daar niemand langer verblijven omwille van mijn fout, zodat zij U voor eeuwig kunnen eren en prijzen. Amen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.

Heer, Almachtige God, door het Heilig Bloed en Water dat uit de Zijde van Uw Goddelijke Zoon vloeide, voor de ogen van Zijn Heilige Moeder en tot Haar grootste smart, vraag ik U om de zielen uit het Vagevuur te bevrijden, vooral voor hen die de Hoogste Moeder van de Hemel het meest vertrouwelijk eerden! Laat hen spoedig uw Glorie binnentreden zodat zij U voor eeuwig kunnen eren en prijzen. Amen.

Onze Vader ...
Weesgegroet ...
Heer, verleen hen de Eeuwige Vrede.
    Een productief gebed voor de Arme Zielen, zoals gegeven aan de Heilige Mechtildis

    Onze Vader, die in de Hemelen zijt

    Wij smeken u meest nederig, goede, genadevolle en eeuwige Vader, vergeef de Arme Zielen die Uzelf hebt genomen als Uw kinderen, die U niet liefhadden en die u opzij schoven en verzuimden om U genoeg eer te geven. Als herstel en boete, bied ik U alle liefde en goede daden aan van Uw meest geliefde Zoon, Jezus Christus, onze Heer.

    Geheiligd zij Uw Naam

    Wij smeken u meest nederig, goede, genadevolle en eeuwige Vader, vergeef de Arme Zielen die Uw Naam niet eerden en die dikwijls onwaardig en onbedachtzaam spraken. Als herstel en boete, bied ik U alle preken aan waarmee Uw meest geliefde Zoon, Jezus Christus, onze Heer, hier op aarde Uw naam eerde.

    Uw Rijk kome

    Wij smeken u meest nederig, goede, genadevolle en eeuwige Vader, vergeef de Arme Zielen die niet met een brandende liefde en een verlangende wens op Uw Koninkrijk wachtten en die zich dikwijls met aardse dingen verrijkten. Als herstel en boete, bied ik U de grote opoffering aan die Uw meest Geliefde Zoon, Jezus Christus, onze Heer, maakte zodat allen zouden kunnen worden opgenomen ik Uw Koninkrijk.

    Uw wil geschiede, op aarde als in de Hemel

    Wij smeken u meest nederig, goede, genadevolle en eeuwige Vader, vergeef de Arme Zielen die Uw Wil niet dienden maar dikwijls hun eigen wil volgden. Als herstel en boete, bied ik U het Heilige en Goddelijke Hart en de volledige ten dienste stelling aan van Uw Zoon, Onze Heer Jezus Christus.

    Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden zoals wij ook vergeven aan onze schuldenaren

    Wij smeken u meest nederig, goede, genadevolle en eeuwige Vader, vergeef de Arme Zielen die geen weerstand boden aan grote verleidingen maar die vielen voor de drang naar het kwade en voor het verval. Als herstel en boete, bied ik U de gehoorzaamheid, het afmattende werk, al het bittere lijden en de dood aan van Uw meest Geliefde Zoon, Jezus Christus, onze Heer.

    En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade

    Wij smeken u meest nederig, goede, genadevolle en eeuwige Vader, vergeef de Arme Zielen en leid hun zielen, zowel als onze zielen, door de verdiensten van Uw meest Geliefde Zoon, onze Heer, Jezus Christus, in het Koninkrijk van Uw Heiligheid, dat Uzelf bent.
Rozenkrans voor de Arme Zielen in het Vagevuur

Hier bidden we de vijf hiernavolgende mysteries. Voor elk tientje, denken wij over dat bepaalde mysterie, maar in de plaats van op het einde van elk tientje "Glorie zij de Vader" te bidden, bidden wij: Heer, verleen hen de Eeuwige Rust en laat Uw Eeuwig Licht schijnen over hen!

Eerste Mysterie

Heer Jezus Christus, door Uw bloedig zweten van angst dat U stortte op de Olijfberg, vragen wij U om Genade te hebben voor de Armen Zielen in het Vagevuur! Bevrijd hen van hun angsten en pijnen en bemoedig hen met de Beker van de Hemelse Troost!

Tweede Mysterie

Heer Jezus Christus, door Uw genadeloze geseling, die U zo geduldig voor ons, zondaars, gedoogde, vragen wij U om Genade te hebben voor de Arme Zielen in het Vagevuur! Ontneem hen de pijn van Uw Toorn en schenk hen het eeuwige Verlossing!

Derde Mysterie

Heer Jezus Christus, door Uw pijnlijke doornkroning, die U zo geduldig voor ons, zondaars, onderging, vragen wij U om Genade te hebben voor de Arme Zielen in het Vagevuur en de Kroon van de Eeuwige Vreugde te schenken!

Vierde Mysterie

Heer Jezus Christus, door Uw pijnlijke dragen van Uw Kruis, dat U zo geduldig voor ons, zondaars, leed vragen wij U om Genade te hebben voor de Arme Zielen in het Vagevuur! Ontneem hen de zware last van het lijden en leid hen naar de Eeuwige Vrede!

Vijfde Mysterie

Heer Jezus Christus, door Uw pijnlijke Kruisiging, die U zo geduldig voor ons, zondaars, leed, vragen wij U om Genade te hebben voor de Arme Zielen in het Vagevuur! Richt Uw Heilig Gelaat tot hen en ontvang hen vandaag nog in het Paradijs met U!

Na het vijfde tientje bidden wij:

Heer Jezus Christus, door Uw vijf Heilige Wonden en door al Uw Heilig Bloed dat U stortte, vragen wij U om Genade te hebben voor de Arme Zielen in het Vagevuur en in het bijzonder voor onze ouders, onze aanverwanten, geestelijke begeleiders en weldoeners! Genees hun pijnlijke wonden en laat hen ten volle genieten van Uw Zaligheid. Amen.
      Litanie voor de Arme Zielen

      Heer, ontferm U over de lijdende zielen
      Christus, ontferm U over hen
      Heer, ontferm U over hen
      Christus, hoor ons
      Christus, verhoor ons

      God, Hemelse Vader, ontferm U over de lijdende zielen.
      God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over de lijdende zielen.
      God, Heilige Geest, ontferm U over de lijdende zielen.
      Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over de lijdende zielen.
      Heilige Maria, Moeder van God, bid voor de lijdende zielen
      Heilige Moeder van Genade,
      Poort van de Hemel,
      Trooster van de onderdrukten
      Heilige Maagd der maagden,
      Alle Heilige engelen en aartsengelen,
      Heilige Michael,
      Alle Heilige aartsvaders en profeten,
      Heilige Johannes de Doper,
      Heilige Jozef,
      Alle Heilige apostelen en evangelisten,
      Alle Heilige leerlingen van de Heer,
      Alle Heilige onnozele kinderen,
      Alle Heilige martelaren,
      Alle Heilige bisschoppen en belijders,
      Alle Heilige leraars,
      Alle Heilige priesters en levieten,
      Alle Heilige monniken en kluizenaars,
      Alle Heilige maagden en weduwen,
      Alle Gods lieve heiligen,
      Wees genadig voor hen, spaar hen, Heer!
      Wees genadig voor hen, bevrijd hen, Heer!
      Van uw gramschap, bevrijd hen, Heer!
      Van de gestrengheid van uw rechtvaardigheid, bevrijd hen, Heer!
      Van de knagende worm van het geweten, bevrijd hen, Heer!
      Van de verschrikkelijke duisternissen, bevrijd hen, Heer!
      Van de kwellende vlammen, bevrijd hen, Heer!
      Van de vreselijke gevangenschap, bevrijd hen, Heer!
      Van het pijnlijke klagen en wenen, bevrijd hen, Heer!
      Van alle straffen, bevrijd hen, Heer!

      Door uw menswording, bevrijd hen, Heer!
      Door uw heilige geboorte, bevrijd hen, Heer!
      Door uw allerzoetste Naam, bevrijd hen, Heer!
      Door uw heilig doopsel en vasten, bevrijd hen, Heer!
      Door uw diepe ootmoedigheid, bevrijd hen, Heer!
      Door uw grote gehoorzaamheid, bevrijd hen, Heer!
      Door uw onbevattelijke armoede, bevrijd hen, Heer!
      Door uw geduld en mildheid, bevrijd hen, Heer!
      Door uw oneindige liefde, bevrijd hen, Heer!
      Door uw bittere lijden, bevrijd hen, Heer!
      Door uw bloedig angstzweet, bevrijd hen, Heer!
      Door uw gevangenschap, bevrijd hen, Heer!
      Door uw pijnlijke geseling, bevrijd hen, Heer!
      Door uw schandelijke doornkroning, bevrijd hen, Heer!
      Door uw scheldende vernedering, bevrijd hen, Heer!
      Door uw onrechtvaardig oordeel, bevrijd hen, Heer!
      Door uw gruwelijke dragen van het kruis, bevrijd hen, Heer!
      Door uw vreselijke kruisiging, bevrijd hen, Heer!
      Door uw kwellende verlatenheid, bevrijd hen, Heer!
      Door uw heilige opofferende dood, bevrijd hen, Heer!
      Door uw vijf heilige wonden, bevrijd hen, Heer!
      Door uw doorstoken hart, bevrijd hen, Heer!
      Door uw heilige verrijzenis, bevrijd hen, Heer!
      Door uw wonderbare hemelvaart, bevrijd hen, Heer!
      Door de komst van de Heilige Geest, de Vertrooster, bevrijd hen, Heer!
      Door de verdiensten en de tussenkomst van Uw Heilige Moeder, bevrijd hen, Heer!
      Door de verdiensten en de tussenkomst van al uw heiligen, bevrijd hen, Heer!

      Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons, Heer
      Dat Gij de in het vagevuur lijdende zielen wilt sparen, verhoor ons, Heer
      Dat u hen zou redden uit hun pijnen en angsten, verhoor ons, Heer
      Dat u met hen al de goede werken van het Christendom zou delen, verhoor ons, Heer
      Dat u steeds onze gebeden voor hen zou aanhoren, verhoor ons, Heer
      Dat u hen door de heilige aartsengel Michaël en de heilige engelen naar het licht zou leiden, verhoor ons, Heer
      Dat u hen spoedig zou verheugen met uw aangezicht, verhoor ons, Heer
      Dat u de zielen van onze ouders, vrienden en weldoeners die in de Heer gestorven zijn, de eeuwige rust wilt verlenen, verhoor ons, Heer
      Dat u zich over de zielen van diegenen die geen bijzondere voorbidders op aarde hebben, naar de grootheid van uw barmhartigheid wilt ontfermen, verhoor ons, Heer
      Dat u alle gelovige zielen de eeuwige rust wilt schenken, verhoor ons, Heer
      Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
      Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
      Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

      Laat ons bidden

      God, Heer over leven en dood, toon uw onmetelijke genade aan die dienaars die in u geloofden en hun hoop op u stelden,
      Verleen hen alle kwijtschelding van schuld en straffen en bevrijd hun zielen van het lijden aan de andere zijde.
      Voor dit bidden wij door de tussenkomst van de Heilige Maagd Maria en door de Heer, Jezus Christus. Amen.

    Een belangrijk gebed voor de Arme Zielen door Arnold Guillet

    Meest Heilige Drievuldigheid, Almachtige Eeuwige God, eens hebt U toegestaan dat de Heilige Pastoor van Ars de schoonheid van de menselijke Ziel kon zien. Het was een uitbarsting van schoonheid en licht dat elk menselijk begrip te boven gaat en Jean-Marie Vianney zou dit nooit hebben overleefd indien u niet was tussengekomen.

    Hoe kan het dat een menselijke ziel zo mooi is? Eenvoudig omdat elke ziel een gedachte van U is, een weerspiegeling van Uw schoonheid, en aangezien u de ziel hebt geschapen naar uw beeld en gelijkenis, is niemand gelijk aan de andere, iedereen met gebreken en talenten.

    Hoe vlug kan een persoon, verzwakt door de erfzonde, zijn onschuld verliezen en zichzelf toelaten om steeds tussen het goede en het kwade te wisselen, tussen God en de duivel en hoe dikwijls komt hij terecht hij in tegenstrijdigheden, verwarring en zware schuldgevoelens? En toch reikt U herhaaldelijk Uw vergevende hand uit naar ons, na de val, zodat we opnieuw kunnen opstaan en Uw vergeving ervaren. Maar ook nadat U ons hebt vergeven blijven wij niet gespaard van de drang naar zonde en de boete voor onze schuld. Volgens Paulus’ woorden worden we gezuiverd "alsof door vuur," en volgens de woorden van Uw Zoon is er geen terugkeer uit de zuivering mogelijk "tot de laatste cent is afbetaald." De Zielen in het Vagevuur hebben kennis van Uw eeuwige volmaaktheid, zij weten dat U de zonde haat, zij weten dat U leeft in het ontoegankelijke licht en geen enkele ziel zou het durven wagen, zelfs indien het mogelijk zou zijn, om voor u te treden met zelfs de minste spot van zonde. Het verlangen naar u brandt in hen zoals vuur en zijzelf branden om gezuiverd te worden in het vuur van Uw liefde, zoals het ijzer wordt gezuiverd in het vuur.

    Vader in de Hemel, Uw Zoon, Jezus stond ons toe om U Abba te noemen, lieve Vader. Door Uw liefde voor ons, Uw kinderen, zond U Uw zoon naar de aarde om ons te redden. Vader, wees genadig voor de Arme Zielen in het Vagevuur. Voor hem bieden wij U, door het pijnlijke Onbevlekte Hart van Maria het dierbare Bloed van Uw Zoon, Jezus, aan. Wij smeken U om, door de verdiensten van Uw Zoon, hun tijd van zuivering in te korten en hun tranen te drogen, zoals er staat geschreven in de Heilige Schrift: druk hen spoedig tegen Uw hart en hou hen voor eeuwig in Uw schoot.

    Jezus, Zoon van de Vader, U werd mens door de Heilige Maagd Maria. U werd onze broer en kwam hier om ons voor te bereiden op onze plaats in de Hemel. Wees genadig voor de zielen in het Vagevuur, was hen met uw bloed, maak hun falen weer goed door Uw verdiensten en aanroep hun namen voor Uw Vader, voor alle engelen en heiligen in de Hemel.

    Heilige Geest, U die afgescheiden bent en toch samen met de Vader en de Zoon één bent, U bent de derde persoon van de Heilige Drievuldigheid. De Vader schiep ons, de Zoon bevrijdde ons en U, Heilige Geest, maakt ons Heilig. Hierdoor is het Vagevuur, meer dan alles, door U ingesteld, Uw brandende Geest van Goddelijke Liefde. U zuivert hen omdat U van hen houdt. U zuivert hen omdat U hen mooi wil maken, de manier waarop God hen ontwierp. Heilige Geest, voor de eer van Gods wil, maak van hen een nieuw schepsel." Bespoedig Uw werk van Uw heiliging en volmaaktheid, zodat elke ziel kan binnentreden in de gelukzaligheid van de Hemel, in de schittering van een nieuw gevonden onschuld, waar de engelen en heiligen vreugdevol en gelukkig zijn.

    Meest Heilige Drievuldigheid, God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, wij, de vechtende Kerk op aarde, wij smeken u voor de lijdende Kerk in het Vagevuur, voor onze broers en zussen in deze plaats van zuivering. Aanhoor onze gebeden zodat zij later ook, door U, voor ons mogen tussenkomen.
      Misgebed voor de overledenen

      O Heer, U houdt er steeds van om Genaden en Barmhartigheid uit te delen. Daarom zal ik nooit ophouden met u te vragen om te denken aan de zielen van uw dienaars die u uit deze wereld hebt genomen. Laat hen niet toe tot de macht van de vijand en vergeet hen nooit. Beveel uw Heilige Engelen om hen mee te nemen en te leiden naar uw Hemelse thuis. Zij hebben hun hoop op U gesteld. Laat hen daarom niet de straffen van het Vagevuur doorstaan, maar laat hen genieten van de Eeuwige Vreugden, door Christus, onze Heer. Amen.

    Gebed voor bepaalde zielen in het Vagevuur

    O Jezus, U leed en stierf opdat alle mensen zouden worden gered en naar de Eeuwige Vreugde worden gebracht. Aanhoor ons smeekbeden voor Uw verdere Genade van de Zielen van:

    Mijn lieve ouders en grootouders, Jezus heb Genade!
    Mijn broers en zussen en andere nabije aanverwanten, Jezus heb Genade!
    Mijn peetouders en steun van mijn Heilige Vormsel, Jezus heb Genade!
    Mijn geestelijke en wereldse weldoeners, Jezus heb Genade!
    Mijn vrienden en buren, Jezus heb Genade!
    Al voor wie de liefde of plicht mij roept om te bidden, Jezus heb Genade!
    Zij die nadeel of schade hebben geleden door mij, Jezus heb Genade!
    Zij die in het bijzonder door U worden geliefd, Jezus heb Genade!
    Zij wiens bevrijding nabij is, Jezus heb Genade!
    Zij die vurig verlangen om met U verenigd te zijn, Jezus heb Genade!
    Zij die de grootste pijnen doorstaan, Jezus heb Genade!
    Zij die het minste worden herdacht, Jezus heb Genade!
    Zij die er recht op hebben, wegens hun diensten voor de kerk, Jezus heb Genade!
    De rijken, die nu het meest beroofd zijn, Jezus heb Genade!
    De machtigen, die nu machteloos zijn, Jezus heb Genade!
    De ooit geestelijke blinden, die nu hun dwaasheid inzien, Jezus heb Genade!
    De wereldlijken, die hun tijd doelloos laten voorbijgaan, Jezus heb Genade!
    De armen, die de schatten van de wereld niet zochten, Jezus heb Genade!
    De lauwe gelovigen, die weinig tijd doorbrachten in gebed, Jezus heb Genade!
    De luieriken, die negeerden om goede werken te verrichten, Jezus heb Genade!
    Zij met weinig geloof, die het regelmatig ontvangen van de Sacramenten negeerden, Jezus heb Genade!
    De gewoontezondaars, die hun redding te danken hebben aan een genademirakel, Jezus heb Genade!
    Ouders die faalden om over hun kinderen te waken, Jezus heb Genade!
    Meerderen die ombekommerd waren om de redding van zij die hen werden toevertrouwd, Jezus heb Genade!
    Zij die streefden naar wereldse rijkdom en plezier, Jezus heb Genade!
    De wereldlijken, die faalden om hun weelde en talenten aan te wenden ten dienste van God, Jezus heb Genade!
    Zij die getuige waren van de dood van anderen, maar niet dachten aan hun eigen dood, Jezus heb Genade!
    Zij die niet voorzagen in het leven hierna, Jezus heb Genade!
    Zij wiens oordeel streng is, omdat hen grote dingen zijn toevertrouwd, Jezus heb Genade!
    De Pausen, de Koningen en heersers, Jezus heb Genade!
    De Bisschoppen en hun raadgevers, Jezus heb Genade!
    Mijn leraars en spirituele begeleiders, Jezus heb Genade!
    De Priesters en religieuzen van de Katholieke Kerk, Jezus heb Genade!
    De verdedigers van het Heilige Geloof, Jezus heb Genade!
    Zij die stierven op het slagveld, Jezus heb Genade!
    Zij die vochten voor hun land, Jezus heb Genade!
    Zij die begraven liggen in de zee, Jezus heb Genade!
    Zij die stierven aan een beroerte, Jezus heb Genade!
    Zij die stierven aan een hartaanval, Jezus heb Genade!
    Zij die leden en stierven aan kanker of AIDS, Jezus heb Genade!
    Zij die plotseling stierven tijdens ongelukken, Jezus heb Genade!
    Zij die stierven zonder de laatste sacramenten van de Kerk, Jezus heb Genade!
    Zij die zullen sterven binnen de volgende dag, Jezus heb Genade!
    Mijn eigen arme ziel, wanneer ik voor Uw rechterlijke Zetel zal moeten verschijnen, Jezus heb Genade!

    Verleen hen eeuwige rust, O Heer, en laat het eeuwige licht over hen schijnen, voor eeuwig en altijd met Uw Heiligen, omdat U genadig bent.

    De Heer Zij met U
    En met Uw geest

    Laat de gebeden van uw smekende mensen, O Heer, de zielen van uw dienaars en dienaressen, ten goede komen. Bevrijd hen van alle zonden en laat hen deelnemen in Uw Redding. Amen.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Met veel liefde vertaald voor de Arme Zielen, de Engelbewaarders en Jezus en Maria en uiteraard ook voor ons lezers.

    Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    29-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 29. Aanbevelingen
    Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 29. Aanbevelingen

    Aan Maria Simma doorgegeven door de Arme Zielen

    Over het liefhebben van God en uw naaste

    Ondanks er in onze kerken vandaag veel gepraat wordt over het liefhebben van onze naaste en onze broeders, vindt dit zo weinig navolging omdat men de mensen zelden uitlegt dat ware broederlijke liefde enkel kan groeien uit de liefde voor onze God.

    Wie toch God waarlijk liefheeft, heeft ook zijn naaste lief, uit liefde voor God. Zelfs wanneer hij bij gelegenheid streng moet berispen, komt dit steeds voort uit liefde voor God. Men wenst liefde te ontvangen, maar men denkt zelden aan het geven van liefde en voor dit moet de hoeksteen gezocht worden in de liefde voor God. Het liefhebben van anderen, uit liefde voor God, brengt de beste vruchten voort. Hieruit groeit de sterkte om grote opofferingen te doen, omdat in de opoffering de ware en gezegende liefde zichzelf toont. Maar hierbij valt er wel iets te onthouden: Liefde zonder een Kruis is leeg en Het Kruis zonder Liefde is te zwaar! Maar wie er voor kiest om onderricht te geven in de liefde voor God en de naaste moet een grote liefde hebben voor God en voor de naaste! Woorden verzachten, maar het voorbeeld geven raakt het binnenste.

    Spijtig om dit te moeten zeggen, maar in onze Kerk zijn er teveel priesters, zoals dikwijls wordt geklaagd, die goed kunnen preken over de liefde voor onze broeders. Hoe kunnen ze dat zo mooi benadrukken. Goed en wel, als ze de fundamenten ervoor bij de liefde voor God zouden zien, voorwaarts zouden gaan en het goede voorbeeld zouden geven! Want waar blijft de liefde voor God en de naaste wanneer een Priester de Heilige Communie toedient in de handen van rechtstaande mensen, zelfs als er zo velen wensen te knielen bij het ontvangen ervan, zoals het hoort te zijn wanneer men in de aanwezigheid is van de Almachtige God? En waar blijft de liefde wanneer sommigen gewoon worden overgeslagen, wanneer zij knielen om de Heilige Communie te ontvangen. Zelfs wanneer de kinderen hun Eerste Heilige Communie doen, wordt er van hen verwacht dat ze deze rechtstaand in de hand ontvangen, terwijl de ouders en de grootouders dit verdrietig moeten aanschouwen. Ja, waar is al deze liefde voor God en voor de naaste? Hoe lang nog zal dit blijven duren tot deze heren er zich bewust van worden hoe blind ze werkelijk zijn, hoe verkeerd ze zich hierbij gedragen als het aankomt op de liefde voor God en voor de naaste?

    U weet nu, uit uw eigen ervaringen, dat precies de ontvangst van de communie, rechtstaand in de hand, veel leed en meningsverschillen, ja zelfs ruzie heeft teweeggebracht tussen de beste katholieke mensen. Denk nu waarlijk hier eens aan! Komt dit leed en deze oneerbiedigheid van God of van satan? Ja, het rechtstaand ontvangen van de Heilige Communie is het werk van satan en hiervoor bestaat er overvloed aan bewijzen! Wie weigert dit in te zien wordt getroffen door blindheid.

    Over het liefhebben van God en uw naaste

    En dan komt het voorwendsel dat we uit broederlijke liefde deze regel zouden moeten volgen. Neen, dat wat in strijd is met de liefde voor God kan niet geschieden uit naastenliefde. Ook de Paus is tegen Communie in de hand en adviseert daarbij het gebruik van het pateen bij het uitreiken van de Heilige Communie! Waar is de gehoorzaamheid? Vele Bisschoppen beschuldigen andere Bisschoppen dat ze de Paus niet volgen, maar gehoorzaamt deze eerste groep wel de Paus. In het begin zeiden de Amerikaanse Bisschoppen: "We staan de Communie in de hand niet toe omdat dit niet de wil is van de Paus." Hadden de andere bisschoppen hetzelfde gedaan zou er zoveel goeds uit de Kerk hebben gegroeid! Waarom wenst men de splinter uit de ogen van de anderen te verwijderen, terwijl men de balk in de eigen ogen niet ziet?

    Dan hoort men dikwijls de redenering: "Ja, maar het is de innerlijke houding die belangrijk is!" Precies daarom moet deze slechte gewoonte verdwijnen, want de ontvangst van de Communie, rechtopstaand in de hand, leidt niet tot de goede innerlijke houding! En zo hoort men dikwijls zeggen: "Zolang de Communie in de hand bestond, had ik geen enkele twijfel over Jezus’ aanwezigheid in de Heilige Hostie, maar nu komen de twijfels overal boven!" Er zijn theologen die zeggen: "Ik heb het seminarie verlaten omdat mijn geweten niet toestaat om de Heilige Communie uit te delen in de hand." Terwijl anderen zeggen: "Ik ga niet langer te Communie omdat ik zo ruw wordt behandeld als ik de Heilige Hostie niet wens te ontvangen in de hand!" Komt hieruit dan een goede innerlijke houding voort? Ja, de innerlijke houding is belangrijk en daarom moet de Communie in de hand worden gebannen. U weet zelf wel hoe dikwijls u hoort klagen: "Ik voel geen warmte meer in onze kerk!" Men moet naar de oorzaak hiervan zoeken en proberen uit te vinden waarom de dingen misgaan. U hebt volkomen gelijk als u zegt: "Zolang de Communie rechtstaand in de hand niet wordt verboden in onze Kerk, zal de diepte van het geloof er niet op verbeteren!" Hoe vele goede Communies worden er niet langer ontvangen omdat er wordt verwacht dat de Communie in de hand wordt ontvangen of omdat er leken de Communie uitdelen zonder enige geldige reden? Voor elke Communie die, omwille van deze reden, niet wordt ontvangen, zal er iemand worden aansprakelijk gesteld! Enkel in gevallen van hoge nood mag de Bisschop dit toelaten en omdat de dingen vlugger zouden gaan is geen geldige en voldoende reden om dit toe te staan en daarom wordt er verondersteld dat het niet toegelaten wordt. De Bisschoppen zouden de zaken veel ernstiger moeten overwegen om te bepalen of er een grote nood toe is of niet.

    Men zou in de seminaries een strikte regel moeten herinstellen, waarbij de geest van boete en een veel grotere gebedsvolle opoffering wordt gevoed, dan zouden er veel meer inschrijvingen zijn en veel minder ontslagen en dan zou het ook niet langer nodig zijn om leken in te schakelen bij het uitdelen van het Heilige Communie. Ja, de innerlijke houding is belangrijk. satan is een sluwe vos! Ziet u niet dat achter de opmerking dat "de innerlijke houding het belangrijkste is bij het ontvangen van de Heilige Communie in de hand" de listen zitten van de kwaadaardige vijand? Ook aan de basis hiervan ligt de meest gruwelijke lastering die kan geschieden doordat de gewijde hosties zo vaker kunnen gestolen worden en voor grof geld worden verkocht aan boosaardige mensen die zich bezighouden met zogenaamde "zwarte missen." Ja, denk hierover maar eens ernstig na: hoe diep is men gevallen, hoe ver is men gegaan met de modernisering binnen de Kerk! God laat Zich niet moderniseren en zo kan dit ook niet het geval zijn met de Tien Geboden, want zij moeten blijven staan waarvoor zij altijd stonden! Ook de seksuele opvoeding moet verdwijnen uit het onderwijs. Dat is een zaak voor de ouders en niet voor de onderwijzers! Ja, we moeten terugkeren naar de ware geest van de opoffering van het gebed en boete. Enkel op deze wijze kan het geloof worden versterkt! Zolang de Communie, staande, in de hand niet strikt wordt verboden in onze Katholieke Kerk, zullen de mensen niet tot een dieper geloof komen, omdat de eerbied voor de Heilige Eucharistie hieronder diep lijdt. Als men de eerbied van de mensen wegneemt voor het Heiligste van het Heilige, dan lijdt de liefde voor God en voor de naaste hier eveneens onder!

    Lafheid!

    Door de lafheid dragen velen de verantwoordelijkheid vandaag! Velen zien de dingen de verkeerde weg uitgaan, maar hier zit opnieuw de sluwheid van de duivel tussen: "Ik kan toch niet anders doen dan de anderen!" Een Bisschop zei: "Ik heb genoeg van het onderwerp over de Communie in de hand!" Waarom is hij zo laf om dit niet te verbieden in zijn bisdom, terwijl hij het recht en de plicht hiertoe heeft? Misschien zullen anderen hem dan navolgen. Uit zo’n daad kan veel goeds voortkomen. Ja, we moeten veel bidden en opoffering doen voor onze Bisschoppen en Priesters, opdat ze deze moed zouden verwerven: ook dat is een daad van liefde voor God en onze naaste! Doe nooit uw beklag over Bisschoppen en Priesters die het pad zijn kwijtgeraakt. Dit maakt hen niet beter, maar door het gebed en de boete kunt u hen wel redden! En men mag hen zeker waarschuwen, herinneren en vragen om dit of dat beter te doen, ja, men heeft zelfs de plicht om dit te doen. Maar dit is enkel toegestaan met liefde en genegenheid en niet op een brutale manier. Met liefde en goedheid zal men veel meer bereiken. We moeten de Bisschoppen en de Priesters met warmte vragen om veel te bidden tot de Heilige Geest. Dan zullen ze zeker terug op juiste spoor komen. Mag God hen met Zijn onmetelijke liefde deze gave verlenen!

    Ja, als iedereen zich voortdurend bezorgd zou maken over het voeden van de liefde voor God en de naaste, hoe mooi zou dan het leven hier op aarde niet zijn? Begin met kleine dingen, zoals een vriendelijke begroeting en een warme glimlach. Vooral functionarissen en bureaucraten kunnen hier veel bekomen, indien ze liefdevoller, begrijpender en vriendelijker zouden antwoorden. Dit kost niet meer tijd, enkel meer liefde en goedheid en misschien wat meer wilskracht. Op deze wijze kan men mooie dingen bereiken en dat is deze wilskracht meer dan waard. Hiermee wordt men zelf gelukkiger en bereikt men meer innerlijke vrede, omdat de vreugde die men schenkt, terugkeert naar het hart. Het zijn niet hen die op sensatie zijn belust die de wereld zullen beter maken, maar eerder de liefhebbende zielen die weinig aandacht vragen en veel liefde schenken en met hun gebeden helpen. Zij die geduldig en uit liefde voor God lijden in de kelder of op de zolderkamer lossen veel meer de sociale en religieuze problemen op dan de grootste geleerden aan hun groene tafels.

    Oordeel niet over uw naaste, maar oordeel over uzelf. Dat is het begin van de wereldvrede. Waar het hart vrij is van alle argwaan, alle afkeer, alle minachting en angst, vrij van slechte kritiek is er geen plaats voor gebrek aan vrede, meningsverschillen, vijandigheid en onrechtvaardigheid! Er zou ook geen oorlog heersen. Waar liefde en goedheid in elke gedachte heersen, waar minzame woorden worden gesproken, maar vooral goede daden geschieden, daar enkel kan het leven mooi zijn. Iemand die hiertoe het initiatief neemt, wordt vele genaden geschonken! Schenk liefde en goedheid waar u ook kunt, maar doe alles uit liefde voor God! Enkel op deze wijze kan u ware en gezegende liefde schenken. Indien iedereen hier vandaag zou mee beginnen, zou het bijzonder vlug en veilig de wereld verbeteren en vernieuwen. Liefde, gebed en opoffering redden de wereld. Help met deze dingen zoveel als u kan om de wereld te redden. Om dit te bereiken bestaat het volgende, heel mooie gebed dat zo vol van genaden is:

    Gebeden

    Heer, vergeef iedereen die mij ooit onrecht heeft aangedaan, die ooit laster gesproken heeft over mij,
    opdat ik vergiffenis zou kunnen bekomen voor al mijn zonden.
    Heer, schenk mij Uw liefde, zodat ik mijn naaste kan beminnen met Uw liefde!
    Heer, schenk mij de gave van Uw liefde, zodat ik al de anderen kan liefhebben met Uw liefde!
    Geef mij de kracht om al het lijden geduldig te dragen, uit liefde voor U, omdat ik weet dat ik op deze wijze vele zielen kan redden.
    Zo zal ik ook het lijden beter kunnen dragen.
    Ik bid U voor deze genade, O Jezus, en ook voor de genade van de zielen die geestelijk of lichamelijk lijden,
    zodat op deze wijze meer zielen zouden worden gered,
    vooral voor de priesters, opdat er spoedig één herder en één kudde zou zijn.

    Gebed voor het schenken van meer eerbetoon van de Priesters aan de Moeder van God

    O Maria, U, Moeder van de Hemelen en van de Aarde,
    U, moeder van de Priesters,
    Zend de Heilige Geest over de Priesters
    Opdat ze U als Moeder zou erkennen,
    Onze medeverlosser,
    Onze sterkste helper in het Priesterschap.

    Maria moet opnieuw in het dagelijkse leven worden gebracht en dan zal Maria ook bekwaam zijn om misleide mensen terug te brengen tot God. Door Maria naar Jezus, dat is de veiligste weg naar God! Zo zullen vele Priesters opnieuw het nederige knielen voor God, bij het ontvangen van de Heilige Communie tijdens de Heilige Mis, aanleren. Het is beleefd om te knieling tijdens het confiteor [schuldbelijdenis], tijdens het gebed Gloria, het Sanctus, en vooral tijdens de Consecratie, daarna tijdens het Lam Gods, en eveneens tijdens de zegen van de priesters.

    Ja, dan zullen vele harten opnieuw warmte voelen in de Kerk! Door het gebed en de boete zult u het nodige kunnen bereiken om de zielen van deze mensen te redden, de zielen van de Priesters te redden en ook de zielen van vele anderen. Bid met vertrouwen tot de Heilige Geest het volledige Pinkstergebed:

    Pinkstergebed

    Kom, Heilige Geest, en zend Uw lichtstraal uit de hemel.
    Kom, Vader der armen, kom, gever van geschenken, kom, licht van het hart.
    Allerbeste trooster, zachte gastheer van de ziel, zoete lafenis.
    Rust bij het werk, verfrissing bij hitte, vertroosting bij verdriet.
    O allerzaligste licht, vul het binnenste van het hart van uw gelovigen.
    Zonder uw goddelijke macht, is er niets in de mens, is er niets onschuldigs.
    Reinig wat vuil is, maak nat wat droog is, genees wat gewond is.
    Maak soepel wat stroef is, verwarm wat koud is, leid wat afgeweken is.
    Schenk uw gelovigen, die op U vertrouwen, de zevenvoudige heilige giften.
    Schenk voldoening voor weldaden, schenk het uiteindelijke heil, schenk de eeuwige vreugde.

    Gebed voor de Heilige Geest

    Verlicht ons, O Heilige Geest,
    En verleen ons de genade
    Zodat we zelfs tijdens het laatste ogenblik,
    Het vreselijke oordeel dat voor de zondevolle mensheid is gepland
    zou worden afgewend.
    Heer, maak van ons een voorwerp van Uw vrede!
    Laat mij liefde brengen, waar er haat wordt gezaaid
    Laat mij vergeven schenken, waar er wordt beledigd
    Laat mij genezen, waar er onenigheid heerst
    Laat mij liefde brengen, waar er twijfel heerst
    Laat mij licht brengen, waar er duisternis heerst
    Laat me vreugde brengen, waar er droefheid heerst
    Heer, laat mij streven om niet te worden getroost, maar om te troosten,
    Om niet te worden begrepen, maar om te begrijpen,
    Om niet te worden geliefd, maar om lief te hebben.
    Want het is in het geven dat we ontvangen,
    Het is in het vergeven dat wij worden vergeven
    En het is in het sterven dat we worden geboren tot het eeuwige leven.

    Raad over onze grote helpers, de machtige engelen

    In deze tijden is het ten zeerste nodig om opnieuw onze engelbewaarder te eren opdat het vertrouwen in hem zou worden gevoed. Kwade geesten hebben hun weg gevonden in de Kerk. U alleen kunt deze slechte machten niet onder handen nemen en u hebt de bescherming nodig van de engelen, nu meer dan ooit! Hoe meer u met vertrouwen de engelen aanroept, des te meer kracht zullen zij hebben om u te beschermen. En aanroep de engelbewaarders van de bestuurders, alvorens ergens heen te gaan, omdat in 70 tot 80 procent van alle ongelukken het kwade betrokken is. Aanroep ook de engelbewaarders van de passagiers om u te beschermen en ook deze van de andere bestuurders die u onderweg zult tegenkomen. Indien dit zou geschieden, zou er maar de helft van de ongelukken plaatsvinden. En spijtig om dit te moeten zeggen dat zelf Priesters vandaag het bestaan van de engelen ontkennen. En zo horen velen kinderen tijdens de godsdienstles niets meer over de Engelbewaarders. Hier zouden de ouders er meer zorg moeten voor dragen dat hun kinderen dagelijks tot het Engelbewaarders zouden bidden en dat zij hen meer zouden vertellen over wat de engelen doen. Lees goede boeken over de engelen. Enkel in de eeuwigheid zult u inzien hoeveel dankbaarheid u hen zou moeten schenken voor dingen waar u hen nooit voor bedankt hebt en hoeveel meer zij u zouden hebben geholpen indien u de weg om tot u te spreken, voor hen niet had afgesloten. Bij grote gebeurtenissen en geschillen [zoals tijdens de dagen in de rechtbanken] zou u zowel de Heilige Geest, als uw engelbewaarder moeten aanroepen, om de dingen gepast te laten verlopen!

    Gebed voor de Engelen

    Heilige Geest,
    Verleen mij de kracht om moedig de dingen te beantwoorden met de waarheid,
    zonder de liefde te kwetsen.
    Heilige Geest, mijn Engelbewaarder en de Heilige Aartsengel Michaël,
    verdrijf de kwade machten onder ons.
    Heilige Geest, U Geest van de Waarheid,
    Schenk aan alle aanwezigen de moed en de kracht voor de waarheid,
    zodat de leugens en de misleiding zouden overwonnen worden door de macht van de engelen.
    Amen.

    Ja, geloof en vertrouw veel meer op de Heilige Engelen.

    Over het goede gebruik van de tijd

    Enkel één keer in de eeuwigheid zult u herkennen wat u met uw tijd tijdens uw leven hebt gedaan, met al uw jaren, dagen en uren, en wat u gedaan zou kunnen hebben met uw tijd. Ginds zult u ook zien welke kansen u gemist hebt tijdens uw leven om alles goed te maken, en eenmaal daar in de eeuwigheid, zal het te laat zijn. Wat zouden de mensen allemaal niet doen om een nieuw leven te kunnen beginnen als ze zouden weten wat de eeuwigheid was en hier zijn enkele belangrijke regels:

    Lang is niet eeuwig, maar eeuwig is lang.
    Dit is een ware en ernstige gedachte.
    Pluk de rozen terwijl ze bloeien, want morgen is vandaag niet.
    Laat geen uur ongemerkt voorbijgaan, want de tijd vliegt.
    Wij bouwen vele grote huizen, maar we zijn er enkel gasten in.
    Maar voor wat we in de eeuwigheid zullen zijn, bouwen we maar heel weinig.

    Het is satans valsheid als u denkt dat u reeds eerder op aarde was of dat u zult terugkeren in een andere lichaam. Dit zijn valse beweringen!

    Welke grote dingen had men kunnen doen met de tijd? Welke schatten hebben we gewonnen of verloren? Kort en kostelijk is de tijd en deze komt niet terug. De volbrenging van Gods wil moet het paswoord zijn voor uw hele leven. Waarom duikt de mens onder in tijdsgebonden zaken? Omdat hij zo weinig nadenkt over de eeuwigheid. Zoek in alles naar het volbrengen van Gods wil. Wees niet verward als u telkens weer fouten maakt. Wat belangrijk is, is telkens opnieuw op te staan en opnieuw te beginnen. Missen is menselijk, opstaan is een zegening, blijven stilstaan is duivels. Herken in nederigheid dat u een zondaar bent, maar niemand hoeft te wanhopen wanneer men telkens opnieuw valt, want Christus stierf voor ons aan het Kruis, zodat we herhaaldelijk kunnen opstaan. De grootste oorzaken van ons vallen zijn onze zwakheden, oppervlakkigheden, onverschilligheden, maar slechts zelden de boosaardigheid. Wees dus niet verward over uw eigen fouten en nog minder over de fouten van anderen.

    Oordeel niet over de anderen! Deze die dit telkens opnieuw doen zijn diegenen die het meeste werk aan zichzelf hebben. Een goed werk kan genezen, een vuil werk kan doden: oordeel dus niet over de anderen. Laat geen dag voorbijgaan zonder een goed werk of een goede daad! Men moet de anderen hun lasten dragen. Enkel op deze wijze wordt de wet van Christus nageleefd. Als de mensen enkel maar zouden verlangen om elkaar nooit te oordelen, om vrede te zoeken waar conflicten heersen, en enkel voort te gaan op het goede en niet op de fouten van anderen.

    Draag er zorg voor om enkel de andere op deze wijze te helpen, maar hen nooit te kwetsen, dan zzl er nooit meer oorlog heersen. Indien dit het geval zou zijn, zouden er zich er maar de helft van het huidige aantal in het Vagevuur zitten en zou de hel leeg zijn. Doe goed voor de anderen zolang u er de tijd voor hebt. Een tijd zal komen wanneer u dit niet meer zult kunnen doen en men enkel zal kunnen oogsten wat men gezaaid heeft.

    Oordeel niet de anderen, maar enkel uzelf. Dat is begin van de vrede op aarde. Een goede Christen heeft een sterke besluitvaardigheid over zichzelf om enkel Gods wil te doen. Hij is vriendelijk en zachtmoedig tegen zijn broer. Hij wendt zich steeds opnieuw tot God in nederigheid en eenvoud. Hij is verdraagzaam voor andermans fouten en zijn eigen fouten. U moet uzelf vooruit helpen vanuit de middelmatigheid naar het heilige.

    Velen wensen goede Christenen te zijn, maar het streven naar heiligheid lijkt hen te veel! En de Kerk heeft zo’n nood aan het echte heilig zijn en niet aan louter een beetje heilig zijn! Het getijde van de vloed is sterker dan het getijde van de eb, hoe kan het dan worden overwonnen door het getijde van de eb?

    Het is zo belangrijk om loyaal te zijn in kleine dingen, omdat het de nederigheid sterkt en tot grote dingen lijdt. In de kleine dingen tonen de grote dingen waarlijk zichzelf. De nauwgezette volbrenging van kleine plichten vragen niet minder kracht dan de heldendaden. Kleine dingen dragen heel wat meer bij tot de totale som van de goede daden van iemand dan de grote dingen dit doen. Hij die trouw is blijft in de kleine dingen is eveneens trouw in de grootse zaken. Hij die ontrouw is in kleine dingen is eveneens ontrouw in grote dingen.

    Over genaden naar de heiligheid!

    Koester veel meer de genaden om heilig te worden! Het was het doel van alle Gods heilige taken. Deze genade brengt u Gods vriendschap en verstevigt deze. Het maakt u soortgelijk aan God. Het geeft liefde tussen het gelijke. Zijn zoals een kind van God maakt u aan Hem verwant. Het laat u deelnemen aan Christus’ waardigheid als Zoon en brengt u in verbinding met Hem. Het verleent een deelname in de goddelijke natuur. Als Gods kind leeft u Gods heilige en wonderlijke leven. De genade om heilig te worden is Gods levende stroom van het leven die uit Hem voortvloeit door u en de anderen. U maakt deel uit van Gods natuur, van zijn natuur vol gevuld met raadsels. Gods oog door hetwelke u kijkt is uw geloof! Gods hand met dewelke u grijpt is uw hoop! Gods hart waaruit u leeft is uw liefde. In deze drie dingen ligt iets van Gods gezegend schouwspel, van Gods voorzienigheid, van Gods bodemlozen liefde! En zo zijn dit allemaal goddelijke waarden! De genade van God die zo grootsheid aan anderen verleenden, zullen ook aan u worden verleend, als u er maar niet het vertrouwen in verliest. Denk hier vaak aan en bid zodat u steeds kan leren om beter te begrijpen wat een onmetelijke schat we in onze zielen dragen met de genaden om heilig te worden.

    Over het spreken op het juiste ogenblik!

    De uitdrukking bestaat: spreken is zilver, zwijgen is goud. Ja, maar spreken kan ook goud worden! Vandaag zijn de Christenen maar al te vaak zwijgzaam. Met goede woorden kunnen er nochtans veel goede dingen worden bekomen en veel slechte zaken worden vermeden. Het zou nooit zover gekomen hebben met achteruitgang binnen onze Kerk, indien we meer hadden opgekomen tegen deze onophoudelijke stroom van modernisering binnen onze Kerk! Ja, vandaag is de vrees van de mensen groot. Hoe zwaar valt het om te antwoorden terwijl men duidelijk ziet dat dit of dat leidt naar de ondergang, maar men blijft stil, ook al zou men kunnen spreken en weten we wat er moet gezegd worden, maar we verkiezen de zwijgzaamheid om niet te worden teruggedrongen. Wat een verantwoordelijkheid! Bid vooral voor de priesters en de Bisschoppen die uit menselijke angst zo veel schade berokkenen aan de Kerk. Velen zien de afgrond maar blijven toekijken uit schrik om opzij te worden gezet. Spijtig om te moeten zeggen dat vele priesters en Bisschoppen het pad van de afgrond bewandelen en zo velen met hen meesleuren, maar niet voor lang meer, want God zal spoedig orde op zaken stellen als de mensen er niet zelf voor kiezen om te veranderen.

    Over de oneindige waarde van één enkele mis!

    Waarom worden de woorden "offeren van een Mis" niet gebruikt in plaats van Misviering of louter "Feest van de Mis?" Christus offerde zichzelf tot het uiterste op aan het Kruis en het Heilige offer van de Mis is toch de hernieuwing van Christus' opoffering aan het Kruis? Het offer van de Heilige Mis wordt zo weinig gekoesterd omdat het opofferende karakter ervan is verloren gegaan. Door het offeren van de Mis brengt u God het meest waardige offer zodat u Hem uw volledige behoeften en noden kunt toevertrouwen! Door niets wordt er iemand zo gelukkig als door zichzelf volledig te geven, in eenheid met Christus’ opoffering aan het Kruis.

    Door Christus is het Kruis het teken geworden van de sterkte van de persoon, van zijn liefde en trouw tot de dood. Het Kruis is het teken van innerlijke sterkte en het dragen van het Kruis zijn de stappen op het pad van de innerlijke sterkte. Er zijn priesters die zelden Heilige Missen opdragen op de weekdagen, en zo velen verlangen hier sterk naar. Is dit een priester waardig? Dikwijls klagen de gelovigen: "Ik weet niet of deze Heilige Mis noch langer waarde heeft, gelet op de wijze waarop ze wordt opgedragen." Dit klagen is ook toegelaten, maar alstublieft, laat daarom niet van naar de Heilige Mis te gaan, maar vraag eerder in alle vertrouwen aan onze liefdevolle God dat hij al het onwaardige van het Heilige Mis herstelt. Hij zal het ook doen. Enkel bij priesters waarvan u zeker bent dat ze niet langer zijn toegewijd, is het u toegelaten om niet langer deel te nemen. Als u niet langer de gelegenheid hebt om naar een goede Mis te gaan, neem uzelf dan geestelijk op in een Heilige Mis die wel goed wordt opgedragen. Neem een goed Missaal mee en bid de Mis waar u zich ook bevindt, samen met alle priesters die op dat moment de Heilige Mis opdragen. Elke keer dat u niet in staat bent om een Mis bij te wonen zou u op deze wijze geestelijk moeten deelnemen! Maar het is verkeerd om te zeggen dat de huidige vorm van de Heilige Mis geen waarde heeft. Indien u enkel zou weten hoeveel waarde één enkele Mis heeft, dan zouden tijdens de werkdagen alle kerken minstens half vol zitten.

    De goede boeken die uitleg verschaffen over het offer van de Mis, geschreven door Vr. Martin, worden niet langer ter beschikking gesteld. Zij zijn gezuiverd! Dit is een vervolging van de Heilige Mis van binnenuit de Kerk! Maar vandaag is er opnieuw een goed boek beschikbaar: "Draag de Mis op met het Hart," door de Franciscaanse priester Vr. Slavko Barbaric, OFM. En waarom wonen er nog zo weinigen tijdens de week de Heilige Mis bij? Omdat de mensen zich niet langer bewust zijn van de oneindige waarde ervan. Er wordt te weinig uitleg verschaft, zowel in de scholen als tijdens de preken. Een persoon kan grote opofferingen doen voor de aardse zaken die spoedig toch verdwijnen, terwijl eeuwige waarden veel te weinig gekoesterd worden omdat men er zo weinig over weet! Ja, zelfs Religieuze Orden zijn afgestapt van de regel van de dagelijkse Mis! Vele religieuzen gaan met vakantie zonder op de weekdagen de Mis bij te wonen, ook al hebben ze hiertoe de mogelijkheid. Christus offert zichzelf voor ons bij elke Misviering, maar er zijn zo weinigen aanwezig aan wie hij deze genaden kan verlenen. Een enorme schat ligt op u te wachten tijdens de Misviering: Jezus’ wonden, Zijn Leven en Zijn Dood, Zijn Dierbaar Bloed! Schatten mogen niet onzichtbaar blijven! U moet er naar uitkijken en er mee werken! U moet de schat van het Dierbare Bloed aannemen en het voortdurend aan de Vader geven door de Heilige Mis tot herstel van uw zonden, als de prijs voor de bekering en de redding van de zielen en als verzoek om rijke genaden voor de noden van de Kerk en voor alle mensen. Ja, als u de waarde van één enkele Mis zou kennen, zou u alles geven om deze genade te krijgen. Elke nieuwe stap in het leven van genade is een mirakel van de goddelijke Liefde en betekent een hervorming van uw ziel.

    Bij elke Offerande wordt uw voorbije leven opgetild naar een hogere graad van genaden en dan beleeft u deze hogere genaden. Neem uw lijden en gebeden, uw zorgen en uw werk, neem alles mee in de Offerande van de Heilige Mis. Bij uw dood zullen alle Heilige Missen die u met oprechtheid hebt bijgewoond uw grootste verdedigers zijn. Zelfs bij de striktheid van Gods genade en zelfs al zijn uw zonden ontelbaar en zo zwaar als een berg, staat er daarnaast Zijn oneindige Genade in het Offer van de Heilige Mis. De velen die denken dat ze geen tijd hebben om tijdens de week naar de Heilige Mis te gaan zouden het moeten proberen en het omgaan met de Mis moeten zien als het omgaan met hun werk! Ook zou men moeten nagaan of beiden eventueel kunnen worden gecombineerd, zo lang er geen plichten worden genegeerd, want plichten komen op de eerste plaats.

    Dat wat het Evangelie niet belooft, mag u evenmin beloven en dat is een leven zonder Kruis. Het Evangelie zonder een Kruis behoort tot de Hemel, lijden zonder het Kruis behoort tot de hel, en het Evangelie met het lijden behoort tot deze aarde. Met het Kruis van het lijden helpen wij de Heer om zielen te redden. Indien u de waarde van één enkele Mis zou kennen, zou u alles geven om ook maar één ziel te kunnen redden. Want voor uw ziel, werd de Zoon van God mens, en stierf Hij voor aan het Kruis, en richtte Hij de Kerk voor op. Als u maar de schoonheid van een ziel kon zien die bedekt is met genaden, zou ook u onmiddellijk bereid zijn om te sterven omwille van één enkele ziel.

    De Heilige Franciscus van Assisi zei: "Ontneem mij alles, O Heer, laat mij enkel zielen redden." De Heilige Gemma Galgani zei: "Ik vroeg Jezus om mij Kruisen te geven zodat ik door het lijden zielen kon winnen voor Hem!" Bestudeer het leven van de Heiligen. Uit hun leer zult u de wijsheid verkrijgen om de waarde van één enkele ziel te zien. Ja, de Heiligen horen thuis in het leven van de mensen, in de huizen van Gods mensen. Zij zijn uit zo vele kerken verdwenen! De Heilige zijn grote voorbeelden, zij waren mensen als u en ik, zij waren uw verkenners en om deze reden behoren zij in alle huizen van God en niet erbuiten. Als u in hun voetstappen wandelt, zult u eveneens kunnen bereiken wat zij konden bereiken.
     
    Maar voor alles, vereer opnieuw de Heilige Moeder in uw leven. Vandaag wordt Zij opzijgeschoven door zo vele priesters en zelfs Haar maagdelijkheid wordt vaak in vraag gesteld. Een priester die de Heilige Maagd opzij zet is niet langer een Katholiek! En voor deze reden hebben er zo velen het priesterschap verlaten. We begroeten Maria in de Litanie als "zeer minnelijke Moeder!" Ja, Moeder, geen zuster! "Zie hier uw Moeder," zei Christus! Door Maria tot God, dat is de zekerste weg tot God. Het is een grote erfenis die Jezus ons naliet en ze is van toepassing op elke persoon! Dit zou vreugde en troost moeten brengen voor iedereen in elke omstandigheid van het leven. Het woord "Moeder" verfrist elke gebroken moed. Het is een woord dat veiligheid inhoudt. Ja, Zij is de meest waardige Moeder van de Liefde! Denk nu na over de vriendelijkheid die Zij toonde in Haar verhouding tot God en tot alle mensen. Op dezelfde wijze was Zij liefdevol en bezat Zij de waardigheid van liefde tijdens Haar dagelijkse leven hier op aarde. Steeds beleefd. Beleefdheid is een waarde en toont de liefde voor onze naaste in haar mooiste en delicaatste vorm. Maar Zij was eveneens de nederigste van al Gods dienaars. Ja, alle leiders van de Kerk, alle priesters en Bisschoppen zouden terug nederig moeten worden op opnieuw het vertrouwen te kunnen winnen van alle gelovigen.

    Het nederige toegeven van de schuld ontvangt vergeving, genade en barmhartigheid. Heb lief en wees nederig. Hoe nederiger een mens voor God staat, hoe groter God hem kan maken. God plaatst Zijn Genaden in de liefhebbende Moederlijke handen, in de handen van Maria, de Moeder van alle Genaden! Wat een liefdevolle en troostvolle gedachte. Alle genaden die naar ons toestromen na Jezus’ dood voor redding der zielen gingen door de handen van Maria! Haar zachte, liefdevolle handen raakten alle genaden aan die ooit door de mensen zijn ontvangen. Met welke eerbied moeten wij deze genaden behandelen en er trouw aan blijven! Maria is de bemiddelaarster van alle genaden! Welke verantwoordelijkheid draagt dit feit. Hoezeer zouden we het ons moeten betreuren indien er ooit een genade, die door Haar handen kwam, door ons niet verwelkomd wordt en terug moet keren in Maria’s handen. Dit is dikwijls het geval vandaag. Met een bijzondere eerbied zou u diep moeten nadenken over elke genade naar de heiligheid die tot u kwam langs het Heilig Doopsel en alle andere feiten in dit nieuwe bovennatuurlijke leven dat ook tot u kwam langs Maria. Door dit werd Maria onze echte Moeder! Zij droeg ons voor God en voor Gods kinderen, die wij zijn. Vanuit deze overtuigende positie, verdient Maria, na God, onze grootste verering, onze diepste liefde en ons diepste vertrouwen! Zij is voor ons de biddende kracht die steeds naar ons luistert en nooit iemand de rug toekeert.

    Over de aanbidding van het Heilig Hart van Jezus!

    Jezus zei: "Leer van Mij, Ik ben nederig en mild van hart!" Ja, de verering van het Heilig Hart van Jezus vermindert voortdurend binnen de Katholieke Kerk! Vandaag veronachtzaamt de Kerk op vele plaatsen de vrijdagen van het Hart van Jezus, de bron van zo vele genaden! Gods Hart wordt geminacht door Zijn schepselen! Het Hart van de Redding vergeten door diegenen die hen redt! Het hart van Jezus moet de levensader zijn van de Kerk. Het is de levende bron waaruit de nooit ophoudende waarheid en genaden stromen. Het stimuleert en versterkt uw verlangen naar het Eeuwige Leven. Door dit Hart is onze Kerk alles wat ze is. Wij staan hier als kinderen van de Katholieke Kerk in de onmiddellijke en de levende nabijheid van het Goddelijke Hart. Wij leven door Hem. Zink in het Hart van Jezus, laat uzelf verfrissen door het Hart van Jezus en ons leven door het Hart van Jezus.

    Het Goddelijk Hart is de Offerkelk, het geschenk van de opoffering in Zijn Hart is Zijn Dierbare Bloed! Hart en Bloed openbaren zich en maken Zijn opofferende liefde en Zijn opofferende aard tegelijkertijd duidelijk. Wij vereren het Hart van Jezus het beste als wij Zijn aard bereiken, door de Vader boven alles lief te hebben, door volledig open te staan voor Zijn wil, door de mensen tot in het uiterste toe lief te hebben en door goed te zijn voor hen! Laat het Hart van Jezus opnieuw in de mensen wonen. Daarvoor moeten we steeds blijven bidden! Het is Hem aanroepen met uw grootste liefde, een gebed van zeldzame gehalte.

    In Jezus’ Hart leeft de volledige Heilige Drievuldigheid, de Almachtige Vader, de schoonheid en de wijsheid van de Eeuwige Zoon, de omgeven liefde en het Koninkrijk van de Heilige Geest. In Zijn Hart leeft de volledige liefde van de Redder! In Zijn Hart klopt de volledigheid van het verloren Dierbare Bloed. In Zijn Hart zijn alle diepste geheimen verborgen en al de uitwerkingen van de Heilige Eucharistie en alle overige Sacramenten. Uit Zijn Hart stromen al de rijke, grote en kleine genaden die aan elk schepsel worden verleend.

    Ja, dit Hart met alle oneindige, mooie rijkdommen zou moeten leven en heersen in alle harten van de mensen, in het uwe en dat van de andere mensen. Een ware aanbidder van de Heilige Moeder en het Meest Heilige Hart van Jezus overwint alle tegenspoed. Leer stil te blijven wanneer er u iets hatelijks overkomt. Klaag niet, maar wees er eerder gelukkig om omdat u lijdt met het Hart van Jezus. Dat is de ware verering van het Hart van Jezus.

    Over het missiewerk!

    Iemand die niet bereid is om mee te werken aan de gezondheid van de ziel van zijn naaste is het leven niet waardig! Op een bepaalde manier is elke Katholiek hiertoe geroepen. Het is een plicht van uw geloof! Het geloof komt voort uit de innerlijke kracht en het grootste doel ervan is de verheerlijking van God te verspreiden over de hele wereld, en het is de gelovige plicht van eer om dit te verspreiden. Het is een daad van liefde voor God en voor de naaste! Zo vele zielen zouden kunnen worden gered indien de Katholieken zouden meewerken aan het missiewerk zowel met het hart als met de handen. Een plicht van gehoorzaamheid! Ga en onderwijs alle rassen! Een plicht van dankbaarheid voor het grote geluk om het ware geloof te mogen bezitten. Hij die doordrongen is van dit geluk voelt een enthousiaste gretigheid om anderen te helpen om eveneens zo gelukkig te worden. Hoe dankbaar zullen de zielen in de Hemel u zijn omdat u hen met uw woorden, schrijven, gebeden en opofferingen en vooral door uw voorbeeld tot deze genade bracht. Door uw liefde, uw goedheid in woorden en daden! En al dit uit zuivere dankbaarheid voor God. Geduldig lijden voor God redt vele zielen.

    Over de liefde voor de Eucharistie!

    Draag veel zorg voor de Eucharistie Liefde die vandaag, door de modernisering van de Kerk, zoveel heeft te lijden. Vergoed de Eucharistische Liefde van de Heer met dezelfde Eucharistische Liefde! Voor dit bidden wij het volgende gebed:

    Uw Eucharistische Liefde, O Jezus, wens ik zoveel mogelijk te vergoeden! Om deze reden wens ik, wanneer mogelijk, om elke dag zo aandachtig als mogelijk aanwezig te zijn tijdens de Heilige Mis en U, zo dikwijls als ik kan en zo lang de plicht mij toelaat, te bezoeken, U in mijn hart te nemen! Dikwijls wens ik, verzonken in gedachten, bij U te blijven, U te begroeten in alle tabernakels van de wereld, vooral waar U het meest verwaarloosd wordt! Geestelijk wens ik U te bezoeken in elke Kerk zodat U mij genaden door Uw Eucharistische Liefde kunt schenken. Ook waar er misdaden gebeuren tegen Uw altaren en tegen Uw Meest Heilige Sacrament! Ook waar U ooit graag rustte, maar U opzij gezet bent door een priester die dit niet toelaat. Ook in de armste, kleine missiekapel en hut, waar misschien zelfs niet het minste licht schijnt, wens ik U te bezoeken. Ik wens ook altijd de Heilige Engelen te vragen om in hun verering alle kleinste kruimels die van Uw Eucharistische Tafel vallen of die zich in het Lichaam van het Tabernakel bevinden, in te sluiten.

    Zet dit of elk gelijkaardig gebed om in werkelijke daden en daardoor zult u vele genaden verkrijgen!

    Uw taak!

    Denk erover na! God heeft u, voor uw volledig levenstijd, een bijzondere taak gegeven! Hij verwacht deze taak van u en enkel van u! Enkel u kunt dit doel bereiken. Niemand kan u hierin vervangen! Als deze taak niet volledig is vervuld, dan blijft ze onvoltooid in de eeuwigheid. U bent verantwoordelijk voor alle raad die u heeft aan allen die tot u komen voor uw hulp. Bid daarom veel tot de Heilige Geest opdat u hen allen goede raad zou geven en hen dichter tot God zou brengen! Laat de liefde en de goedheid de overhand krijgen op alles. Vraag Gods zegen voor iedereen die uw deur binnen- en buitengaat. Dit is uw taak. Laat niets u ontmoedigen. Met Gods hulp zult u alle moeilijkheden overwinnen, want het redden van zielen vraagt opofferingen. Maar elke persoon heeft ook een taak die hem door God worden gegeven! Namelijk dat hij zoveel als mogelijk aan zijn ziel en aan zijn mogelijkheden werkt! Dat het werken hieraan zich steeds zou vermenigvuldigen en verbeteren om God nog beter te kunnen dienen.

    Dat hij zijn ziel verbetert en deze van de anderen en dat hij altijd zijn naaste naar de eeuwige gelukzaligheid leidt. In elke gave die God hem geeft, ligt er een taak, een vraag en een verantwoordelijkheid. Dank God voor uw taak en zie dat u deze steeds goed opvolgt, want u weet niet hoe veel tijd u hebt om deze te volbrengen. Dat iedereen zijn taak mag vervullen met sterkte. Gods liefde raakt u met elke goede gedachte en wens die reist door uw ziel, in elke vreugdevolle beslissing in uw wil om het goede te doen, in elke zuivere vreugde die u verfrist, in elke stille duw naar de liefde die het hart raakt, in elk lijden dat u overkomt, in elk goed woord dat u te horen krijgt, in elk goed voorbeeld dat u wenst na te volgen, in elke verdiende lofprijzing tot u, maar ook in elke belediging, in elke vernedering die tot u komt, in elke test van geduld die u wordt toegestuurd, in elk gebrek van liefde dat u moet dragen. Wees daarom nooit te aangeslagen, omdat Gods liefde u in alles raakt. Al dit moet gezien worden als een minzame, liefdevolle genade die God in Zijn grote liefde tot u zendt. U dient dit op te merken en te gebruiken, of er minstens dankbaar om te zijn. Alles dient u ten beste als u God waarlijk liefheeft!

    U zou dit moeten neerschrijven en deze bevelen en onderrichten verspreiden. Velen zullen er goede dingen uit oprapen en er God eeuwig dankbaar voor zijn en uw werk is zeker en vast de moeite, ook al hebt u maar één ziel voor Gods heiligheid gewonnen. Werk daarom zolang u kunt werken.

    Deze aanbevelingen werden mij door de Arme Zielen gedicteerd. Ik geloof dat ze heel belangrijk zijn en heel ernstig dienen te worden genomen. Dat de Goede Heer Zijn Zegen mag verlenen aan iedereen die dit leest en in het hart neemt en dat hen dit zou mogen leiden naar de eeuwige gelukzaligheid. Maria Simma.

    Bron: Nicky Eltz

    Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    28-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 28. Lijden en herstel
    Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 28. Lijden en herstel

    Nicky: Als we aan Jezus zouden vragen om ons Vagevuur hier op aarde te mogen doen, zal Hij dan dit verzoek beantwoorden?
    Maria: Dit is niet altijd het geval, maar het gebeurt. Ik ken het geval van een priester en een vrouw die tezamen in het ziekenhuis lagen. Beiden waren ziek, maar waren nog goed genoeg om uit bed te kunnen en ze konden wat tijd tezamen doorbrengen. Zo gingen ze dikwijls samen buiten en leerden elkaar daarbij tamelijk goed kennen. De vrouw, die niet te oud was, vertelde aan de Priester dat ze dat precies gevraagd had aan Jezus: dat ze genoeg kon lijden hier op aarde om recht naar de Hemel te kunnen gaan. Hierop zei de Priester: "Dat zou ik nooit durven te vragen. Dat is een beetje te uitdagend." "Neen," zei de vrouw, "Als ik dat van mijn Jezus vraag, vertrouw ik op Hem dat Hij mij deze wens zal toestaan."

    Een religieuze zuster ginds kende beide van hen en wist dat de vrouw dikwijls die woorden had gezegd en zo kwam de jonge vrouw op een dag te sterven en spoedig daarop ook de priester. Korte tijd later verscheen de priester aan de zuster en vertelde haar: "Als ik zo vroom geweest was en zo op Jezus vertrouwd had als die vrouw, zou ik ook recht naar de Hemel zijn gegaan, zonder langs het Vagevuur te moeten langsgaan."

    Nicky: Worden gehele steden of zelfs landen gestraft, of zoals u het verkiest te zeggen, "hersteld door God voor zonden begaan in het leven?"
    Maria: Ja, dat gebeurt.

    Nicky: Zo, als iedereen vandaag dus in het Westen zijn eigen zonden zou beginnen te biechten en gaan te bidden en extra herstel doen met goede werken voor hun relatief onmiddellijke voorouders, zou dit het herstel, waarvan u zegt dat het spoedig door God naar de wereld zal worden gezonden, aanzienlijk verminderen? Begrijp ik het zo juist?
    Maria: Ja, dat is waar. Zo eenvoudig is het. Bid en biecht en bid daarna voor de overleden familieleden en doe wat extra goede daden voor hen en God zal vast en zeker het herstel dat hij heeft gepland, en dat voor de ongelovigen onverwacht zal komen, verzachten.

    Nicky: Wanneer de zielen van de Priesters tot u komen, Maria, wat gebeurt er dan als ze geen familie of aanverwanten hebben die voor hen kan "inspringen" nadat ze komen te sterven?
    Maria: Ze hebben mij. Ze hebben goede vrienden en ik ben één van hen.

    Nicky: Zelfs hen die u niet persoonlijk kende?
    Maria: Uiteraard. Ik zal steeds doen wat ze vragen.

    Nicky: Ook lijden op u nemen?
    Maria: Hmm ...

    Nicky: Wenst u hierover te spreken?
    Maria: Jezus geeft ons nooit meer dan dat we aankunnen. Een lange tijd geleden nu kwam er een Priester die zei dat, als ik drie uur lijden op mij zou nemen, hem dit zou sparen van twintig jaar in het Vagevuur. Ik ging akkoord omdat mijn Priester mij had verteld dat ik alle verzoeken moest op mij nemen, en deze zijn er altijd. Spoedig voelde ik zo’n pijn over heel mijn lichaam dat ik roerloos bleef en mijn eigen verblijfplaats niet meer herkende. Maar de vreugde bleef, omdat het mij heel duidelijk bleef welk resultaat dit voor de Priester zou opleveren. Maar na een tijdje dacht ik dat het wel drie dagen zou duren in plaats van drie uren. Dan, zo spoedig als het kwam, verdween het eveneens en ook werd ik er mij van bewust dat ik steeds op dezelfde plaats was gebleven. Ik keek op mijn uurwerk en het had tot op de minuut precies drie uren geduurd.

    Bij andere gelegenheden is het plaatselijke pijn. Zo had ik voor een lange tijd pijn aan mijn rechterarm en wat ik ook deed of hoe ik mijn arm ook hield, de pijn bleef dezelfde. Dit was voor een ziel die iemand laatste wilsbeschikking had vervalst en uiteraard belastte dit de arm waarmee hij schreef en werkte.

    Wanneer we het lijden op ons nemen met Gods liefde, dan wordt alles voor ons mogelijk en komen er de beste vruchten uit voort. Met andere woorden: het lijden, het kruis zonder de liefde is te zwaar, maar liefde zonder een kruis bestaat niet.

    Nicky: Vertellen zij u dan hoelang het zal duren?
    Maria: Neen, slechts uitzonderlijk en dat is het ergste eraan: de onwetendheid van de duur ervan, maar die ene keer was het drie uur.

    Nicky: Aanvaardt u deze pijnen op een regelmatige basis of meer tijdens bepaalde perioden?
    Maria: Ik aanvaard alles wat mij wordt gevraagd, maar tijdens de vasten maken ze hun aanwezigheid heel sterk bekend door het lijden dat ik voor hen draag. Op andere tijdstippen gebeurt het wanneer ze het ook vragen.

    Nicky: Neemt u vandaag nog evenveel lijden op u als tijdens de begindagen?
    Maria: Neen, nu is het minder, ook al omdat ik veel meer naar lezingen ga dan tijdens de beginjaren en deze lezingen helpen de zielen ook heel veel.

    Nicky: Toen u nog jonger was, had u dan enig idee dat u later naar vele steden in Europa zou gaan om er lezingen te geven in grote zalen gevuld met mensen?
    Maria: Nooit! Ik zou luidop gelachen hebben en binnenin zelfs bang geweest zijn door er enkel aan te denken. Maar God heeft mij de sterkte en de moed gegeven om dit te doen en ik zie dat het veel goeds teweegbrengt en voor dit ben ik Hem zeer dankbaar.

    Nicky: Hebt u ook grote angsten op u genomen zoals de angst die Jezus meemaakte in de Tuin van Gethsemane?
    Maria: Neen, tot op vandaag is dit niet gebeurd.

    Nicky: De tijdspanne: drie uren voor twintig jaar, zoals u eerder vermelde, is deze altijd hetzelfde of soms verschillend?
    Maria: Voor alle gevallen is deze volledig verschillend en dat komt omdat er een oneindig aantal niveaus zijn in het Vagevuur. Een Arme Ziel vertelde mij dat tien jaar in de bovenste lagen veel, veel gemakkelijker is te verduren dan twee dagen in de diepste lagen. Daarenboven moeten we bedenken dat een ziel langzaam door alle niveaus moet gaan om uiteindelijk op het hoogste niveau uit te komen, maar ze kunnen ook van het diepste niveau recht naar de Hemel gaan.

    Nicky: Denkt u dat het lijden dat u vrijwillig op u neemt gelijkaardig is aan het lijden in het Vagevuur?
    Maria: Ja, dat lijkt me zo. Eenmaal de pijn mijn lichaam heeft verlaten, blijven er geen littekens achter of enige andere neveneffecten. Dat betekent dus dat de pijn zich volledig in de ziel bevindt en dit doet me denken dat de pijnen in het Vagevuur gelijkaardig zijn.

    Nicky: Als we iemand zien die veel lijdt, kunnen wij dan voor hem opkomen en zijn lijden opofferen aan God voor de zielen in het Vagevuur?
    Maria: Ja, maar het heeft niet dezelfde waarde als een persoon die het uit zichzelf doet.

    Nicky: En als het iemand dit doet, maar het na een tijdje opgeeft omdat hij niet geduldig genoeg is, en het daarna opnieuw opoffert, heeft dit dan enige waarde?
    Maria: Opnieuw ja, maar ook heeft het niet dezelfde waarde dan dat dit in één keer zou gebeuren.

    Nicky: Als een persoon al zijn toekomstig lijden opoffert aan God, heeft dit dan dezelfde waarde als hij een huidig lijden opoffert?
    Maria: Ja, als het met een oprecht hart gebeurt en God kent de harten.

    Nicky: Als dus iemand lijdt en het niet aan God schenkt, gaat de waarde van het lijden verloren!
    Maria: Met betrekking tot die specifieke ziel en het naar de Hemel gaan, ja, maar meestal gebeurt het lijden omdat er iets in het verleden is gebeurd en dat is dan uiteraard hersteld. Met of zonder Gods hulp, staat God dit toe. Hij is zuivere liefde en weet precies wat het beste is voor ons.

    Nicky: Wat nog kunt u vertellen over het lijden?
    Maria: Behalve het leven zelf en de tijd dat we hier zijn om goede dingen te doen, is het lijden het grootste geschenk van God dat er bestaat. Terwijl we hier lijden, ontvangen we nog steeds de genade om goede dingen te doen, maar eens dat we in het Vagevuur zijn, is dit voor altijd gedaan. Het lijden geneest altijd iets en wij moeten op God vertrouwen dat het altijd voor ons eigen goed is en voor Zijn eer.

    Er is een enorme genade dat uitgaat van het lijden en dat ik zou willen benadrukken. Het is in het lijden dat de mensen elkaar en elkaars hart vinden. In het lijden wordt de andere persoon belangrijk en zonder het lijden zijn de meeste mensen geneigd om enkel aan zichzelf te denken. Het Westen kent dit probleem tot in de hoogste graad en in het herstel dat God spoedig over het Westen zal brengen zullen de mensen in hun lijden opnieuw elkaar vinden. Daaruit zullen vele goede dingen voortkomen en het beste uit de mensen, die nu enkel aan hun volgende en grote huis of auto denken. Ook dit is een zuiveringsproces. En zo eindigt wat wordt beschouwd als een grote ramp, dikwijls in een grote genade en een groot geschenk van God.

    Nicky: Wanneer het lijden van satan komt, is dit dan verschillend dan wanneer het van God komt?
    Maria: Al het lijden komt van God, is het zelfs in die mate dat Hij eveneens het lijden door satans toedoen toelaat. Maar, als we het herkennen als een lijden dat van satan komt is het onze plicht om deze persoon naar een exorcist te brengen, terwijl, als het lijden van God komt, de exorcist hiertegen niets zal kunnen ondernemen. Sommige mensen hebben gezegd: "Ik hoop dat God me niet te veel liefheeft!" Ik kende een moeder die aan haar zoon, die voor Priester studeerde, zei: "Vertel aan God dat Hij alles met u mag doen." Hierop antwoordde hij: "Neen, want dan zal Hij veel te veel vragen van Mij." Dit is niet waar, wees ervan overtuigd dat God nooit meer van ons zal vragen dan dat wij kunnen dragen.

    Nicky: Wat nog kunt u vertellen over het lijden?
    Maria: Vraag maar!

    Nicky: Met de kennis dat er vele soorten mensen bestaan en wat er uit onze ziel voortkomt, nooit mag worden onderschat, kunnen sommigen aan God vragen om meer te mogen lijden. Stelt u een gebed voor, voor diegenen die hiertoe de neiging hebben?
    Maria: Over het algemeen zeker niet. Mensen die in deze wereld leven en die anderen hebben waarvoor ze verantwoordelijk zijn, hoeven dit absoluut niet te doen, want hun lijden zal op de ene of andere manier toch komen. Gebeden voor extra lijden zou enkel moeten voorbehouden worden voor zij die een kloosterleven lijden, voor hen die enkel verantwoordelijk zijn voor zichzelf en die steeds hulp rondom zich hebben. Zij kunnen de wens hebben om dit te doen, maar anderen niet. In mijn geval heb ik er nooit om gevraagd maar ik laat alles wel gebeuren voor het welzijn van de Zielen in het Vagevuur. En ik heb niet voor een familie gekozen. Aldus kan ik mijn hele leven aan hen schenken. Ook hier is mijn geval verschillend van dat van de meeste andere mensen.

    Nicky: Of het nu gaat om de levenden of om de zielen, is er een bepaalde zonde voor dewelke u het meeste hoeft te lijden? En als dat het geval is, wat is dan deze zonde?
    Maria: Voor zowel onder de levenden als onder de zielen is dit zeker en vast de Communie in de hand.

    Nicky: Hebt u er ooit over nagedacht om er minder over te praten?
    Maria: Neen. Het is mijn Godgegeven plicht om de mensen te vertellen over het Vagevuur en het is eveneens mijn plicht om alles in volle waarheid mee te delen wat de Arme Zielen mij hebben verteld over de toestand van de Kerk. Hoe kan ik dingen weglaten, enkel om het mij meer aangenaam te maken als het over de toestand van de Kerk gaat. De Arme Zielen hebben mij verteld dat de huidige toestand de slechtste is die er ooit is geweest. Dan zou ik zeker geen ware vriendin van de zielen zijn.

    Recentelijk gebeurde het dat ik door een priester werd uitgenodigd om de parochie te spreken, maar ik mocht één onderwerp niet aanhalen. Toen ik hem vroeg wat dit onderwerp was, antwoordde hij: "Communie in de hand." Toen in daarop de zielen vroeg wat ik moest doen, vertelden zij mij: "Zonder de volle waarheid komt er ook geen lezing." Ik heb de priester hetzelfde gezegd.

    Op dezelfde wijze zal ik nooit toestaan dat enig boek of artikel wordt uitgegeven over mij als de uitgevers weigeren over het onderwerp van de Communie in de hand te schrijven.

    Nicky: Bij de verschijningen hier bij u thuis moet het zijn dat u veel brieven en vele, vele telefoonoproepen krijgt. Heb u ooit bijgehouden hoeveel brieven en hoeveel telefoonoproepen u gemiddeld krijgt elke dag?
    Maria: Neen, maar op een dag plaagde de postmeester mij omdat er 73 brieven waren voor mij. En de plaatselijke priester, Eerwaarde Heer Bischof, vermelde me onlangs dat de telefoonmaatschappij hem had verteld dan ik meer telefoons krijg dan het crisiscentrum in Feldkirch.

    Nicky: Buiten de postmeester, wie is er uw beste vriend op aarde, Maria? [lachend]
    Maria: O, dat is uiteraard mijn geestelijke begeleider.

    Nicky: En wie is uw tweede beste vriend op aarde?
    Maria: Iedereen die eerlijk is en de dingen zegt zoals ze zijn.

    Nicky: Maria, het spijt me heel erg, maar ik heb geen vragen meer te stellen. Ik dank God en dank u met geheel mijn hart om mij te toelating te hebben gegeven om u tijdens deze twee dagen te mogen lastig vallen. Maar voor ik wegga, kunt u mij nog een voorval vertellen waarbij de zielen iemand hebben geholpen en iets ongebruikelijks deden om hun grote nood te benadrukken?
    Maria: U hebt mij niet lastig gevallen. Het was een vreugde om zoveel weldoordachte vragen te mogen beantwoorden. Ook ik bedank God en dank u voor de Zielen. Laat mij een beetje nadenken over uw vraag: Heilige Geest, alstublieft, verlicht mij nu. O, hier waren we.

    Pas onlangs kwamen twee zussen uit een nabijgelegen stad om te vragen wat hun overleden vader nodig had om naar de Hemel te gaan. Zoals steeds noteerde ik graag zijn naam en geboortegegevens, alsmede de datum van zijn overlijden. Toen zei een van de zussen met een meedogenloze stem dat als het antwoord dat ik zou ontvangen iets zou met geld te doen hebben, zij er niet zou aan deelnemen. Ik vertelde hen dat dit hun zaak was en niet de mijne, maar als ze een antwoord wensten, ik uiteraard gelukkig zou zijn hen dit te kunnen mededelen. Daarop gingen ze naar huis.

    Een tweetal weken later kreeg ik een antwoord van een andere ziel. Ik liet het de zusters weten, zodat ze het antwoord konden ophalen. Zij kwamen en ik overhandigde hen het antwoord: hun vader had zeven Missen nodig om naar de Hemel te kunnen gaan. Na een beleefde dankzegging, gingen ze weg. Een tijd ging voorbij en een andere vrouw uit dezelfde stad kwam bij mij voor iets totaal anders, maar het was zo dat zij de buurvrouw was van de twee zusters. Nadat wij hadden besproken wat ze nodig had, vroeg ik gewoon hoe het met de twee zussen ging. Hierop antwoordde ze: "O, alles gaat heel goed met hen nu! Ik was bij hen toen ze spraken over uw brief waarin u hen vroeg waarom ze toestonden om hun goede vader nog langer te doen lijden. Zij waren verbaasd over wat zij te lezen kregen. Hoe was het in Hemelsnaam mogelijk dat u dit wist dat ze nog wat goed te maken hadden voor hun vader door zeven missen te laten opdragen?" Daarop gingen ze onmiddellijk naar de pastoor om het verzoek in te willigen.

    Hierop zei ik niets en de vrouw ging door. Maar ziet u, ik heb deze brief nooit geschreven.

    Nicky: Mijn God, hoe mooi!
    Maria: Ja, de Zielen zijn prachtig en ik smeek de mensen om voor hen te bidden. Ik beloof u dat het niet lang zal duren voor de zielen om in te springen en hun vrienden te helpen op een wijze die hen zal verbazen.

    Nicky: Is er iets tot besluit, dat u tot de wereld wenst te zeggen, Maria, als u er de kans toe kreeg?
    Maria: Enkel wat ik reeds eerder heb verteld. De Arme Zielen hebben mij verteld dat de Kerk zich in de slechtste toestand dan ooit in de geschiedenis bevindt. Maar ze hebben mij ook verteld dat alles veel beter zal worden en dat er vredevolle tijden in het vooruitzicht liggen. Daarvóór echter moet de grote storm komen en Onze Lieve Vrouw wenst dat we ons geen zorgen moeten maken, nadenken of er laster over te vertellen.

    God zorgt altijd voor Zijn kinderen. Deze grote storm zal de profetieën van La Salette inhouden die zeggen dat er iets over ons zal komen zoals nooit voorheen, en deze van Fatima, en ook de waarschuwing van Garabandal en de geheimen van de kinderen van Medjugorje.

    Tot slot geef ik u nog door wat Onze Lieve Vrouw, de Moeder van Jezus altijd hierover adviseert: Bid en vast op de aarde voor de vrede en breng Gods onmetelijke liefde en vergevingsgezindheid tot al uw broers en zussen, overal.

    Nicky: Het lijkt me dat er een enorm aantal mensen aan u vragen om voor hen te bidden, en als dit zo is, wat doet u allemaal voor hen? U kan niet voor iedereen een Rozenkrans opzeggen of een Mis laten opdragen. Bestaat er misschien een bijzonder gebed dat u bidt voor hen?
    Maria: Ja, dat is zo. De Zielen hebben mij voorgesteld om het volgende voor hen te bidden: "Eer, Lof, Dank en Aanbidding geschieden voor de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en in alle eeuwen der eeuwen. Amen."

    Nicky: En opnieuw Maria, wat precies hebt u zelf geleerd doorheen deze tientallen jaren van waarlijk buitengewone ervaringen?
    Maria: Ik heb geleerd om God lief te hebben, met geheel mijn kracht.

    Het lijden van Maria

    De enige persoon die ooit werd toegelaten tot Maria’s kamer tijdens haar mystieke lijden was haar vriend en spirituele begeleider van 1938 tot 1978, Vader Alfons Matt. En zo is het enkel in zijn woorden dat het kan worden omschreven, zoals in twee eerdere boeken over Maria Simma uit 1968:

    "Het lijden was in verhouding tot de zonden die dienden te worden hersteld."

    "Het was alsof haar ledematen werden uitgerekt. Met een grote macht drukte de Ziel zich tegen haar aan en het was alsof er vanuit alle richtingen dolken in haar lichaam werden gestoken, met alle kracht. Een andere keer was het alsof een afgestompt stuk ijzer in haar lichaam werd gedrukt en als het weerstand ondervond, vermenigvuldigde dit alles zich en ging dit over in elk gedeelte van haar lichaam."

    "Meer en meer zielen vragen om hulp. Het herstel voor abortus en zedeloosheid veroorzaakt hevige pijnen in de romp en een vreselijke misselijkheid."

    "Dan gebeurde het alsof ze uren tussen dikke blokken ijs lag, waarbij de koude tot in haar geraamte doordrong. Dit was voor het herstel van de onverschilligheid en de religieuze lauwheid."

    "Zelfs als het heel moeilijk was voor Maria, aanvaardde ze dit steeds vrijwillig. Soms was het zo erg dat ze dit enkel door bovennatuurlijke hulp kon overleven."

    Dit is een getuigenis van Vader Alfons Matt, haar geestelijke begeleider, uit 1968.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    27-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 27. Mariaverschijningen
    Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 27. Mariaverschijningen

    Nicky: Verschijnt de Moeder van Jezus werkelijk aan de mensen? U hebt Medjugorje nu reeds bij meerdere gelegenheden vermeld. Alstublieft, vertel mij hier meer over.
    Maria: Jazeker verschijnt Zij aan de mensen en het is vandaag dat ze in Medjugorje, Herzegovina aan een groep van jonge mensen verschijnt. Ik ben daar reeds drie maal geweest, maar ik hoefde er niet heen te gaan om uit te vinden of de verschijningen echt of vals waren. Spoedig nadat de verschijningen in 1981 begonnen, vroeg ik aan een Arme Ziel of ze echt waren, en het antwoord was bevestigend. Dit was ook zo voor Vader Gobbi, San Damiano, Kibeho en andere minder belangrijke verschijningen in de wereld.

    Weet u, met Medjugorje bestaat er één enkel groot gevaar en dat is indien de wereld deze niet zou willen kennen. Maar er zijn ook veel andere gevallen van boodschappen van "hierboven" waarover de Arme Zielen me hebben verteld er voorzichtig mee te zijn, of waarover ze gewoon zeggen dat ze vals zijn.

    Nicky: "Neen" is gemakkelijk te begrijpen. Kunt u mij zo’n geval of twee opsommen die vals zijn? En hoe vat u "voorzichtig" op?
    Maria: Ik wil geen namen noemen, maar ik weet van gevallen hier in Europa die volledig satanisch zijn. In het buurland Zwitserland zijn er zo twee gevallen, een in het Duitstalig gedeelte met een relatief klein aantal volgelingen en een in het Franstalig gedeelte met een groot aantal volgelingen over de hele wereld. Er geschiedt een heel verwarrende verschijning in Australië, een valse verschijning in Engeland, een valse verschijning in Zuid-Amerika en vele volledig duivelse verschijningen in de Verenigde Staten, maar, nogmaals, ook hier gebeuren er echte verschijningen. We moeten zoveel bidden voor al deze valse verschijningen!

    "Voorzichtig" kan om verschillende redenen zijn, maar het betekent dat er enige belemmering gebeurt of gebeurd is rond de betrokken persoon. En zo moeten we extra voorzichtig zijn. Dit kan het geval zijn als de persoon niet zoveel geeft om het spirituele of ook geen spirituele begeleider zoekt die goed het onderscheid kan maken. Als er enige theologische fouten zijn, mentale of lichamelijke hinder van vrijheid of veel moeite gedaan wordt om de aandacht er rond te trekken ... het is in deze gevallen dat we voorzichtig moeten zijn en onmiddellijk afhaken. Ook het nemen en aanvaarden van enig geld kan de mensen waarschuwen dat er iets gaande is. Een ander mogelijk teken is, wanneer de "ziener" zijn of haar eigen familie verwaarloost. Er zijn vele tekenen waar we moeten naar uitkijken.

    En vergeet alstublieft niet dat satan de waarheid kent en dit aanwendt om vele mensen beet te nemen. Wanneer ons wordt verteld om "voorzichtig" te zijn, dan is het beter om het hele geval onmiddellijk te negeren om zo het risico te vermijden om te worden misleid. satan kan alles vervalsen wat hij wenst, zelfs stigmata en allerlei genezingen. We moeten veel bidden voor de vele vervalsingen in de wereld vandaag en ook voor hen die een spiritueel leiderschap weigeren, geen testen willen ondergaan of totaal ongehoorzaam zijn aan de Kerk als het op deze aangelegenheden aankomt.

    Nicky: Als er een aanhanger van deze valse verschijningen tot u komt, geeft u daar dan uw mening over?
    Maria: De zielen hebben mij verteld dat, als het gebeurt dat een persoon het mij vraagt, ik deze moet zeggen dat over dit of dat verschijnsel de zielen "neen" hebben gezegd. En precies dat gebeurde er een aantal maanden geleden met de meer bekende Zwitserse "verschijning."

    Nicky: Om openhartig te zijn is het niet moeilijk voor mij om te weten naar wie u hier verwijst. Maar vertel mij, waarom doet een persoon zoiets, of wordt het onbewust gedaan door hen?
    Maria: Bewust of onbewust, maar waarschijnlijk omwille van sommige zwakheden van hen, waarschijnlijk hoogmoed. En satan laat het hen doen. En door haar optreden wordt het ook duidelijk dat ze allen wensen om verdeeldheid te zaaien en mensen weg te houden van Medjugorje. Mijn vriend-exorcist, naar wie ik eerder verwees, kon dit ook bevestigen.

    Nicky: Ik begrijp dat u geen namen wenst te noemen van levende mensen die anderen op deze wijze misleiden, maar zou u ons een naam kunnen vertellen van een overleden persoon van wie de zielen u hebben verteld er "voorzichtig" mee te zijn?
    Maria: De Arme Zielen vertelden mij "voorzichtig" toen ik vroeg naar Maria Voltarta’s boeken. Maar hier kan het gebeurd zijn dan er dingen zijn gebeurd na haar overlijden. Opnieuw, satan ligt steeds dichtbij op de loer om verwarring te brengen en zo betekent "voorzichtig" hier dat de mensen zich geen zorgen hoeven te maken over Maria Voltarta zelf.

    Nicky: Heeft de Heilige Maagd Maria iets over de Arme Zielen gezegd via de zieners van Medjugorje?
    Maria: Ja, Zij heeft in Medjugorje diverse malen gesproken over het Vagevuur. De kinderen gaven vroeger reeds twee lange getuigenissen en een aantal kortere antwoorden over het Vagevuur en in 1986 en in 1987 was er een langere boodschap over dit onderwerp voor de hele wereld en in nog een ander werd de noodzaak van Missen voor hen vermeld.

    Nicky: En bevestigen deze boodschappen wat u zegt?
    Maria: Ja.

    Nicky: U zei eerder dat de zielen neigen samen te komen in gebedsvolle en heilige plaatsen. Weet u of er enige zielen zijn verschenen te Medjugorje?
    Maria: Ja, dat is het geval. Onze Lieve Vrouw heeft dat in een aantal visioenen voor de zieners bevestigd, maar de boodschappen waren enkel voor de aanverwanten bedoeld. Maar er is mij verteld over een visioen dat er geschiedde in een nabijgelegen restaurant, spoedig nadat Onze Lieve Vrouw begon te verschijnen in Medjugorje.

    In de volgende, grotere stad, waar de Communisten en de Politie waren [beiden probeerden uiteraard de dorpelingen uit Medjugorje uit te lachen en zelfs de stuipen op het lijf te jagen], is er vandaag nog een restaurant dat enkel door mensen uit de stad wordt bezocht. Alle tafels waren altijd bezet, behalve een tafel in het midden en een tafel aan de muurkant. Op een dag zat, tegen de middag het restaurant bijna vol en sommigen zegden erge dingen over zowel de verschijningen als de mensen uit Medjugorje dat uiteindelijk maar een goede vijf kilometer verderop ligt. Plots keken sommigen van hen op, toen ze de stem van een vrouw hoorden, die hen streng berispte voor het zeggen van dergelijke erge dingen over zulke heilige aangelegenheden. Zij zagen haar zitten aan een tafel in het midden van het restaurant, die meestal niet bezet was. Zij was zo’n dertig jaar, aantrekkelijk en goed gekleed. Niemand, zelfs niet de kelner, had haar zien binnenkomen. Er bevond zich zelfs geen glas op de tafel. Toen de man hoorden dat ze werden uitgescholden, werden ze al vlug stilletjes. De volgende keer als ze opkeken, was de tafel leeg. Niemand had haar het restaurant zien binnenkomen of verlaten. Dit verhaal heeft zich heel vlug verspreid over de hele stad. Hoogstwaarschijnlijk was dit een ziel die door Onze Lieve Vrouw werd gezonden om de zaak weer recht te trekken. Ja, het is waar dat de zielen zichzelf meer dan gebruikelijk manifesteren rond heilige gebeurtenissen.

    Nicky: Eerder heeft u gesproken over de waarschuwing van Garabandal. Kunt u mij vertellen over Garabandal en de waarschuwing? En bent u daar ook geweest?
    Maria: Ja, ik ben daar verscheidene malen op bedevaart geweest. Garabandal is een bergdorp in Spanje waar Onze Lieve Vrouw verscheen aan een aantal kinderen in de jaren ’60. Onze Lieve Vrouw gaf er een boodschap over de waarschuwing die voornamelijk het volgende inhoudt: Een ogenblik zal komen dat iedereen op aarde de staat van de eigen ziel zal zien en dat er velen, omwille van de hevige emoties die dat zal teweegbrengen, wanneer ze het zullen zien, hiervan zullen sterven. Het is hetzelfde wat er iedereen overkomt tijdens het overlijdensproces, maar dan zal het bij iedereen tegelijkertijd gebeuren. "Van waaruit Hij zal komen om te oordelen over de levenden en de doden."

    Nicky: Moeten we angstig zijn voor dergelijke waarschuwingen?
    Maria: Enkel als we ver van God zijn en vol van zonde zijn, hebben we redenen om dit te vrezen. Als we voortdurend proberen om bij Hem te zijn, dan hoeven wij in het geheel niets te vrezen of eenvoudig gezegd: zij die bidden zullen veilig zijn. En ook komt Gods genade steeds voor Zijn oordeel.

    Een goede vergelijking voor dit is een waarschuwing langs de kant van de weg. Het feit dat we het teken zien en lezen betekent niet dat we reeds zijn uitgeweken voor het gevaar waar het bord ons voor waarschuwt. Met een kinderlijk vertrouwen in onze liefhebbende God, zijn we steeds en zullen we steeds in de veiligste handen zijn.

    Nicky: Hoe nog zou God ons tijdens de komende jaren kunnen waarschuwen?
    Maria: Hij waarschuwt ons zowel door natuurlijke rampen als door rampen waar de mensen de oorzaak van zijn en hier zijn aardbevingen, massale sterfte en ziekten, waarvan AIDS niet de laatste is, inbegrepen. Niemand kan ontkennen dat deze gebeuren. Zij gebeuren zelfs met een verbazingwekkende regelmatigheid, maar opnieuw, waar de minsten van ons op zijn voorbereid is een totale economische ineenstorting, en deze zal de hoogmoedigen en de machtigen letterlijk op de knieën krijgen.

    Nicky: Gisteren vertelde u mij dat er een laatste dag komt. Vertellen deze waarschuwingen ons misschien dat de laatste dag op handen is?
    Maria: Neen, dit hoeft helemaal niet het geval te zijn. Ik geloof dat God Zichzelf heel duidelijk zal tonen en dit heel, heel spoedig, omdat we ons zozeer van Hem verwijderd hebben en Hem vergeten zijn. Maar zeggen dat het einde van de wereld op handen is, is naar mijn oordeel, naar wat de Arme Zielen mij verteld hebben, verkeerd. Vergeet niet dat de Zielen mij ook hebben verteld dat spoedig de dingen weer beter zullen gaan, en niets daar rond houdt eveneens in dat er een laatste strijd en enig einde van de wereld op ons afkomt. Maar het zal wel een totale en enorme verandering zijn of men zou het als een zuivering kunnen noemen. Maar alstublieft, men mag ook niet vergeten dat Gods genade eveneens oneindig is.

    Nicky: Ik begrijp dat tijdens de begindagen van Fatima, de twee meisjes aan Onze Lieve Vrouw vroegen of ze naar de Hemel zouden gaan. Zij antwoordde "Ja." Toen stelden ze dezelfde vraag met betrekking tot Francisco, de kleine jongen die toen pas zeven jaar oud was. Hierop was Haar antwoord: "Enkel als hij vele Rozenkransen bidt." Maria, hoe kan dit waar zijn, als hij slechts zeven jaar oud is?
    Maria: Ja, dit kan waar zijn. Ziet u, dit is altijd afhankelijk aan wat de persoon is bijgebracht, zelfs als hij maar zeven jaar oud is. Met dit antwoord moeten wij ons voorstellen dat dit kind was bijgebracht om meer te bidden dan, laat ons zeggen, de kinderen van vandaag. En ik ben er zeker van dat, indien u dit moest gaan uitzoeken, dit ook het geval zou zijn. Dit aan de ongelovige kinderen van vandaag vragen zou ongevoelig zijn en Onze Lieve Vrouw is nooit ongevoelig. In Medjugorje vroeg Onze Lieve Vrouw aan de kinderen van in het begin, hoe en hoeveel ze baden en schikte Zij Haar verzoeken naar het antwoord dat zij gaven. Dit was het werk van Haar Moederlijke en liefdevolle Hart.

    Nicky: Ook in Fatima vroeg één van de kinderen aan Onze Lieve Vrouw waar een zestien jaar oud vriendinnetje van haar nu verbleef, die denk ik, kort daarvoor was overleden. Onze Lieve Vrouw antwoordde dat zij in het Vagevuur was en daar zou moeten verblijven tot het einde der tijden. Hoe kan een zestien jaar oud meisje zoveel hebben misdaan om dit verdienen?
    Maria: O ja, dat is gemakkelijk mogelijk. Zij kon misschien uiterst ongehoorzaam of onbuigzaam zijn en zo vele genaden hebben tegengehouden en dat kan genoeg zijn om dit te veroorzaken.

    Nicky: Sommige mensen stellen Medjugorje in vraag omdat de verschijningen nu reeds meer dan zeventien jaar duren. Vindt u dit een geldige reden om ons bezorgd over te maken?
    Maria: Neen, absoluut niet. De tijden zijn zo verschillend vandaag dan dat ze tijdens het tijdperk van Lourdes, La Salette of Fatima waren. Dit zijn nu de tijden die zijn voorspeld te Le Salette en Fatima, maar vele dingen die er werden gezegd zijn nooit degelijk gepubliceerd. Vandaag hebben de kinderen van Medjugorje deze voortdurende begeleiding nodig als beveiliging om niet te falen in de onmetelijke wereldse verleidingen van vandaag. Ook in Haar boodschappen ginds, zegt Onze Lieve Vrouw dat Zij na deze verschijningen, niet meer opnieuw op een dergelijke wijze zal verschijnen in de toekomst en ook dit onderwerp leidt tot twist. Vele dingen rond Medjugorje zijn nieuw, maar hoe durven wij Jezus’ toelating en wens om Zijn meest Heilige Moeder voor een dergelijke lange periode te laten verschijnen, uit te dagen? Kijk alleen maar eens naar de toestand waarin deze wereld zich bevindt. Het is onze plicht om zoveel hulp te verwelkomen als wij deze wereld en de mensheid niet willen vernietigen.

    Nicky: Zijn er zielen tot u gekomen die gesneuveld zijn in die verschrikkelijke oorlog in voormalig Joegoslavië? En zo ja, hebben zij iets gezegd over hun spijt dat zij niet geleefd hebben naar de boodschappen van Onze Lieve Vrouw, toen ze nog in leven waren?
    Maria: Ja, drie gesneuvelde Kroatische soldaten hebben mij bezocht en één van hen heeft bevestigd dat Medjugorje van God komt, maar dat is alles wat hij heeft gezegd.

    Nicky: Heeft Onze Lieve Vrouw van Medjugorje ooit gezegd dat de oorlog ginds deel uitmaakt van de waarschuwingen voor de wereld die aan de zieners zijn gegeven?
    Maria: De waarschuwingen zijn geheim, maar Vicka is daarover ondervraagd en haar antwoord was: "neen, de oorlog maakt geen deel uit van de waarschuwingen." Hier vroeg de persoon het volgende: "Als deze ongelofelijk verschrikkelijke oorlog geen deel uitmaakt van de waarschuwingen, hoe groot moeten de waarschuwingen dan wel niet zijn?" Hierop antwoordde Vicka: "U hebt zojuist uw eigen vraag beantwoord." En over hetzelfde onderwerp hebben twee anders ziensters, Marija en Mirjana ook geantwoord. Marija zei: "Deze oorlog is een kruis voor ons, Kroaten, en een waarschuwing voor jullie," terwijl Mirjana zei dat "alles wat we over de geheimen moeten weten zich in het Boek der Openbaringen bevindt."

    Toch moeten we ons nooit of nooit ongerust maken, want elke vrees komt van satan. Als we bewust met God trachten te leven, elke dag, dan zal Hij ons beschermen voor alles wat er voor ons ligt. Biddende mensen zullen veilig zijn, maar zij die niet bidden zullen afgesneden worden van elke bescherming en alles moeten ondergaan. Zo eenvoudig is het, en wij moeten op God en Zijn Moeder vertrouwen met het vertrouwen van kleine kinderen.

    Nicky: Het moet wel gevaarlijk geweest zijn om naar Medjugorje te reizen tijdens deze jaren.
    Maria: Ja; satan doet alles wat in zijn mogelijkheden ligt om ons niet aan Medjugorje te doen denken, maar, ondanks de verschrikkelijke, satanische oorlog, is Medjugorje nooit ontoegankelijk geweest. Als de mensen zich geroepen voelen om te gaan, moeten ze zich niet laten leiden door de verwarrende en oneerlijke pers. Ook mogen ze zich niet laten leiden door de verzekeringsmaatschappijen of verklaringen die gedaan zijn door hun regeringen. Zij moeten enkel vertrouwen op Onze Lieve Vrouw, Haar engelen en de Arme Zielen om hen te begeleiden in deze genadevolle bedevaart.

    Nicky: Anders dan de kennis dat Medjugorje een plaats is waar Maria dagelijks verschijnt, wat betekent Medjugorje voor u en wat zal deze plaats worden voor de mensen die daarheen gaan?
    Maria: De verschijningen van Maria vinden ginds plaats, zeggen de Arme Zielen. Ze zeggen niet dat ze denken dat ze ginds plaats vinden. Maar wat uw vraagt betreft, voorspel ik dit voor diegenen die naar ginds gaan: eerst en vooral is het een leerschool voor het gebed en als iemand daaraan ook maar een beetje deelneemt, verandert het spoedig in een school van liefde. Daar leidt Maria ons weg van de goddeloze en liefdeloze wereld in een allesomvattende wereld van God en liefde, zoals wij nooit eerder hebben beleefd.

    Nicky: Wat is de mening van de Paus over Medjugorje?
    Maria: Hij heeft dikwijls ten gunste van Medjugorje gesproken tijdens de afgelopen jaren, maar er zijn vele hooggeplaatsten in de Kerk die zijn uitspraken wensen verborgen te houden voor de gelovigen. Pas onlangs drukte hij zowel aan de regering als aan de kerkelijke leiders van Kroatië zijn wens uit om naar Medjugorje te gaan bij zijn volgende bezoek. Hij heeft ook diverse persoonlijke gesprekken gehad met een aantal zieners uit Medjugorje.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    26-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 26. Geld en werk
    Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 26. Geld en werk

    Nicky: In deze oorlog tussen armen en rijken is de beschikbaarheid van een job, of beter gezegd in deze tijden, het gebrek er aan, uiteraard het onderwerp van grote discussie. Laat mij u een aantal eenvoudige vragen stellen over werk en geld. Of wenst u eerst zelf iets te zeggen hierover?
    Maria: De grootste oorlog vandaag, ondergeschikt echter aan de oorlog tegen de onschuldige kinderen en de families, is deze tussen de armen en de rijken. De vrijzinnigen zitten achter de beweging om één wereldmunt en één wereldregering te scheppen, de zogenaamde Nieuwe Wereldorde en het Nieuwe Tijdperk en deze wereldorde zal al haar krachten aanwenden om de Kerk te vernietigen. Zelfs de gruwelijke oorlog in de Balkan is gefinancierd door de Vrijmetselaars, en het kan dan ook geen verrassing zijn dat Onze Lieve Vrouw verkoos om te verschijnen in het midden van een gebied waarvan tien jaar geleden niemand aan dacht dat het er tot een oorlog zou komen.

    De Wereldbank, De Verenigde Naties, De Europese Unie en het Internationale Rode Kruis zijn er allen mee verbonden en, ondanks alle tegenspraken op televisie, werken zij niet voor het welzijn in de wereld. Achter dit alles zit er een netwerk van banken die geleid worden door de Vrijmetselaars en een sliert overige geheime verenigingen, waarvan het grootste gedeelte van de bevolking zelfs niet het bestaan van kent. De hebzucht van de mensen en hun angst voor de armoede staat hen toe om satan de nodige fondsen te overhandigen die hij zal proberen aan te wenden om de Kerk en daardoor ook God te ontmantelen, maar hij zal hierin uiteindelijk falen. Het zal op dat precieze ogenblik zijn dat Onze Lieve Vrouw met Haar volgelingen zullen overwinnen, zelfs al zullen de dingen niet zo lijken tot het allerlaatste moment.

    Nicky: U hebt de hebzucht van het Westen bij diverse aangelegenheden vernoemd en u hebt eveneens gezegd dat de Heer hiervoor een ernstig herstel zal eisen. Volgt hieruit dan dat de centra van de hebzucht, waar deze banken het meest zijn gevestigd, meer zullen leiden dan gebieden waar nederigheid meer de levenswijze is?
    Maria: Ja, ik dank dat dit het geval zal zijn.

    Nicky: Raadt u deze mensen aan om deze steden te verlaten voor meer nederige omgevingen?
    Maria: Ik geef de mensen de raad om terug te keren tot God en het gebed en God wenst dat wij nederig zijn, zodat Hij ons kan helpen. Dan zal Hij hen, in hun gebeden, adviseren wat te doen.

    Nicky: Rijkeren hebben steeds de bedoeling om hun rijkdom nog doen toe te nemen. Men kan dit zien aan hun levensstijl. Dikwijls leeft men volgens het principe van enkel de rente uit te geven. Vandaag zijn er mensen die enkel leven van het handelen in diverse muntwaarden en andere vormen van transacties. Zijn deze levenswijzen of hun handelingen volgens de wil van God?
    Maria: Duidelijk niet! God wenst van de rijken dat ze van hun bezit delen voor de armen en goede daden doen voor hen en niet op hun rijkdom te blijven zitten. Beide groepen zullen zich danig moeten aanpassen in de komende jaren en we moeten bidden dat de Heilige Geest hen zo veel mogelijk verlicht.

    Nicky: En voor de mensen die reeds zien dat het geldssysteem van vandaag, niet van God komt ... wat zou u hen aanraden om met hun geld dat ze hebben bijeengestapeld te doen, als ze het wensen aan te wenden volgens Gods wil?
    Maria: Goede dingen te doen met het geld omdat het later zal verdwenen zijn en men er niets goed meer mee zal kunnen aanvangen.

    Nicky: Is het idee van de antichrist juist?
    Maria: Ik vrees van wel. Sommige andere zieners dan deze te Medjugorje zeggen dat de antichristus reeds leeft vandaag. Hij zal komen als een grote financiële tovenaar, een krachtig charisma bezitten en ook worden beschouwd als een grote genezer en iemand die mirakelen kan bewerkstelligen. Enorme aantallen mensen zullen voor hem vallen terwijl hij, in feite, de grootste openbaring van satan ooit zal zijn. De mensen zouden onophoudelijk moeten bidden om niet door satan en zijn onbegrensde begaafdheid door zichzelf te vermommen onder enig welke vorm die zijn arrogantie bevalt, te worden beetgenomen.

    Nicky: Wanneer men geld leent aan iemand, mag men dan intrest terugeisen bij de terugbetaling ervan?
    Maria: Volgens God niet. We zouden het uit naastenliefde moeten doen en niet om er onszelf rijker van te maken. We mogen enkel geld verdienen met ons eigen werk.

    Nicky: U zegt dat er een tijdperk van vrede afkomt, maar enkel wanneer er iets heel groots zal gebeuren om de mensheid te bekeren. Zal dit tijdperk van vrede ook een volledige herverdeling van de rijkdom inhouden?
    Maria: Jawel.

    Nicky: U zegt dat er samen met deze grote gebeurtenis een grote wereldwijde financiële ineenstorting zal gebeuren. Hoe is het gemakkelijker voor de mensen om zich voor te bereiden voor deze veranderingen waarvan, als ik u goed heb begrepen, u zegt dat deze immens zullen zijn?
    Maria: Ja, het zal enorm zijn! De mensen moeten vandaag terugkeren tot God en zichzelf volledig aan Hem geven! Als ze dat doen, zullen de veranderingen die voor allen op komst zijn, gemakkelijker te verduren zijn.

    Nicky: Hebt u reeds gehoord over de Kerkelijke Organisatie Opus Dei? Het grootste gedeelte van hun leden bestaat uit getrouwde mannen over vrouwen voor wie de heiliging van de plichten in het gezin voorop staat. En indien zo, weet u of het goed is en van God komt?
    Maria: Ja, ik ken de organisatie en ja, deze komt van God.

    Nicky: Als het een zonde is om intrest te vragen aan iemand, is het dan ook een zonde om iets te kopen, gewoonlijk grotere dingen, op intrest?
    Maria: Als men dit werkelijk nodig heeft is het geen zonde, maar de persoon die het geld uitleent moet ook de ware noodzaak ervan met liefde inzien, eerder dan zichzelf ermee te verrijken.

    Nicky: Onderricht de Kerk van vandaag ons over het juiste en het ethische gebruik van geld?
    Maria: Talloze Pauzen hebben sinds het ontstaan van de Kerk gesproken over de waarde van het werk en hebben het voortdurend gebruik van intrest veroordeeld. Veel te weinig wordt onderwezen over het aanwenden van geld en de huidige Heilige Vader zo een goed werk verrichten voor de wereld indien hij er een encycliek zou over schrijven.

    Nicky: En dan nog een laatste vraag over het werk. Helpen zielen u op enige wijze in uw eigen dagelijkse werk?
    Maria: Ja, dat doen ze, maar enkel als het werk betreft dat de zielen zelf aangaat. Als ik een bepaald stuk papier nodig heb, om er bijvoorbeeld een antwoord op te schrijven, dan zullen ze mij dit geven. Alles wat ik hoef te doen is een papier uit de stapel te nemen en het is elke keer het juiste papier, elke keer. En zo helpen ze mij en helpen ze elkaar, maar dat is alles.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    25-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 25. Huwelijk, familie en kinderen
    Nicky Eltz & Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 25. Huwelijk, familie en kinderen

    Nicky: Mag de partner, in een huwelijk waar de vrouw moet heel wat moet lijden door de man, of omgekeerd, de andere verlaten?
    Maria: Dat mogen ze, maar het is zeker beter van het niet te doen. Ze zouden het allemaal moeten opofferen. Maar de lijn moet enigszins getrokken worden waar lichamelijk lijden wordt toegebracht, omdat God zijn martelaren zoekt, niet wij.

    Nicky: Wat kan er op het geestelijke gebied geschieden tussen een paar dat gehuwd is voor de Kerk, dat niet gehuwd is voor de Kerk of in het geheel niet gehuwd is?
    Maria: Gods Zegen, de Huwelijksbeloften, die we uiteindelijk maken voor God, de Huwelijksmis en de steun van de familieleden zijn allen zo’n machtige beschermende genaden dat het gebrek aan één of verscheidene ervan de nodige sterkte een eenheid ernstig kan verzwakken. Als we God en de zegen van de Kerk inroepen, zullen de zaken zich veel beter ontplooien en zo is het zeker beter met deze dan zonder deze.

    Ik zie dat er gelijkaardige dingen gebeuren wanneer Arme Zielen mij komen bezoeken en onder de leven zouden we het bilocatie noemen. Of het gebeurt ook dat er een engel aan één van beiden verschijnt om aan de andere de boodschap over te brengen. Hij of zij zouden dan moeten horen en zien, of samen elkaar horen en zien en daarbij beschermende en begeleidende woorden krijgen. Dit gebeurt dikwijls en moet als een mooi geschenk gezien worden van God voor een heilig paar. Het zal zeker niet gebeuren wanneer mensen tezamen in zonde leven. In zo’n gevallen is er veel minder bescherming van buiten deze wereld. Ik zou hen waarschuwen van deze weg te willen afstappen en terug onder Gods bescherming te komen.

    Het is ook gebruikelijk dat een overleden partner dichtbij komt om de nog levende partner te begeleiden door het stervensproces. Wat een overweldigende vreugde moet dit voor beiden zijn om dit te kunnen ervaren. Oprechte, gevende en heilige liefde sterft, nooit. Nooit! Toch is dit enkel zo wanneer God het huwelijk heeft gezegend en hen steeds nabij is tijdens hun gebeden en tijdens hun daden van onbaatzuchtige liefde.

    Nicky: Wat hebben de Arme Zielen gezegd over de echtscheiding?
    Maria: Ze hebben gezegd dat dit een van de grootste zonden van allen is tegen God zelf. Het kwetst iedereen verschrikkelijk en, uiteraard, de onschuldigen het meest. Het is niets minder dan een geestelijke, emotionele en mentale moord die wordt begaan op Gods grootste geschenk aan ons, de mogelijkheid om deel uit te maken van de schepping van het leven en de kinderen te mogen opvoeden. Geen enkel kind uit een echtscheiding kan in de volheid groeien dat God er heeft voor gepland. Tijdens deze eeuw, miljoenen keer meer dan ooit ervoor, verscheurt satan de families en de schoot der vrouwen. Hij vergiftigt en snijdt de heilige banden die de families in Zijn plan houden, aan stukken en hij vergiftigd en snijdt de kinderen aan stukken die God hen heeft gegeven. Het is voor het herstel voor deze twee zonden dat de Arme Zielen zeggen dat God spoedig zal komen en de aarde zal verbrijzelen. En in landen als de Verenigde Staten, waar meer dan 50 procent van de huwelijk nu stuk lopen, zal God er heel spoedig voor zorgen dat dit ophoudt. Hij zal het opnemen voor de nederige, de onschuldige, de gebedsvolle en de liefhebbende mens en zal de anderen straffen voor de nooit ophoudende beledigingen tegen de liefde. De industrie, de organisaties, de beëdigden, de culten, de dokters en psychologen die liegen, verwarren en samenzweren, er voordeel uit halen, en hierdoor de waarheid vertekenen om deze aller verschrikkelijkste der oorlogen in stand te houden zullen spoedig Gods woede ervaren zoals het nog nooit tevoren is geschied. God, wees genadig voor hen die weten wat ze doen! En we hebben de plicht om de onwetenden in te lichten over wat ze doen.

    Nicky: Hebben de Arme Zielen u ooit iets verteld over de Kerkelijke ontbinding van huwelijken?
    Maria: Ja en ze hebben gezegd dat de Kerk die vandaag maar al te dikwijls verleend. Dergelijke zaken zouden diepgaander moeten worden onderzocht. Ik ben bevreesd dat het tot op een zekere graad inderdaad waar is dat zij die goede banden hebben of bekend staan voor hun schenkingen, gemakkelijker toegang hebben tot deze nietigverklaringen en zoiets past niet in Gods plan. Uiteraard zijn er gevallen waar onderdrukking, emotionele beperkingen en andere gevallen in plaats en tijd het huwelijk ongerechtvaardigd maken om ermee te beginnen, maar dit zijn ernstige zaken die zeer liefdevol en diepgaand moeten worden onderzocht.

    Nicky: Wat anders weet u dat de Arme Zielen tot hun familie wensen mede te delen?
    Maria: Ze kunnen een familielied vragen om iets goed te maken dat de ziel verkeerd of onrechtvaardig heeft verricht hier op aarde. En door deze aanwijzingen te volgen zullen de levenden de ziel op diens weg begeleiden. Zij kunnen hen waarschuwen tegen dit of dat of door dit en dat te vermijden. Zij beschermen hen, leiden hen en dragen liefde en bescherming over op verschillende wijzen.

    Nicky: Zijn er dingen die de zielen nooit zullen zeggen tegen hun familie?
    Maria: Ze zullen nooit negatieve dingen zeggen en zaken veroordelen. Het zal steeds positief, hulpvol, beschermend en aldus genezend zijn.

    Nicky: Worden families ook bezocht door overleden aanverwanten die verloren zijn, die naar de hel zijn gegaan, zonder dat de familie door hen wordt aangevallen of gekweld?
    Maria: Ja, er zijn er. Maar dan sommen ze uiteraard niet op wat er voor hen kan gedaan worden, omdat ze zich buiten alle hulp en genaden bevinden. In deze gevallen willen ze hen enkel op de hoogte brengen van hun eigen toestand en van het bestaan van de hel.

    Nicky: Hebben de Arme Zielen iets gezegd over de Vrouwenbeweging?
    Maria: Neen, niet in deze woorden behalve dat er zich geen vrouwen mogen rond het altaar bevinden. In de gewone wereld is het absoluut goed dat ze op gelijke hoogte met de man willen staan. Ze mogen hun eigen beroep hebben, maar enkel als de leden van de familie hierdoor niet worden veronachtzaamd. Ook hier begaan zowel mannen als vrouw grote zonden vandaag. Als ook maar de kinderen of één der partners worden veronachtzaamd, zal de andere er later veel moeten voor lijden. Dit is een ondubbelzinnige, ernstige zonde tegen te ongelijkheid.

    Nicky: Hebben de Arme Zielen ooit vernoemd waartoe de huidige maatschappij vandaag zo dikwijls is geneigd met de grootouders? Hier bedoel ik het plaatsen in rusthuizen, of de zogenaamde "verzorgingstehuizen," waar ze dikwijls als geringste en als een nummer worden behandeld en, erger nog, waar ze dikwijls kalmeringsmiddelen of andere middelen, die leiden tot de dood, krijgen toegediend?
    Maria: Niet in het bijzonder, maar hebben zonden van zulke grootsheid nog verdere toelichting nodig? Dit zijn ontzagwekkende zonden! Hoe dikwijls is het de grootvader niet die de gebeden leidt en hoe dikwijls overbruggen de generaties elkaar zo mooi omdat de grootouders er zijn om hun wijsheid te delen die ze hebben verworven door de jaren van ervaring? Hen uit het huis werpen is enkel het werk van satan.

    Nicky: Als een moeder haar kind geen borstvoeding geeft, of haar kind niet draagt, is dit dan een zonde?
    Maria: Als zij hiertoe lichamelijk bekwaam is en dit doet omwille van enige zelfzuchtige reden, dan is dit het geval. En het niet knuffelen en dragen ervan leidt later tot belemmering van groei en ontwikkeling en aldus is dit ook een zonde.

    Nicky: Is het beter om arm te zijn met vele kinderen dan rijk te zijn met enkel één of twee kinderen?
    Maria: We mogen nooit Gods plan verhinderen om ons kinderen te schenken. In Zijn Plan zal Hij altijd voor het nodige onderhoud voorzien voor hen. Ik ken veel gelukkiger mensen onder de armen dan onder de rijken, en ik ken heel wat mensen van beide categorieën. De rijkeren dragen veel meer de lasten van de zonden van hun voorouders. Ook meer rijkere mensen komen op dit gebied tot mij. En dit is niet omdat de armen mij niet kunnen bereiken. Ze komen ook.

    Nicky: Nochtans spreken de wereldleiders, zoals onlangs, tijdens de meeting in Cairo, over de ernstige bedreiging van overbevolking? Wat is uw antwoord hierop?
    Maria: Dat is zelfzuchtige misleidende onzin en opnieuw volledig in elkaar gezet door diezelfde banken! Van de ongeveer zes miljard inwoners vandaag, is het inderdaad zo dan er één derde van sterven, maar dit is enkel omwille van de hebzucht van een klein aantal. Er zijn statistieken die aantonen dat de wereld vijftig miljard mensen of meer kan voeden, indien de energie en het voedsel op een rechtvaardige manier zouden worden aangewend. De hebzucht van het Westen vertoornt God erg en Hij zal hier spoedig iets aan doen, daar ben ik zeker van. Ik weet dat Hij het zal doen.

    Wie is het wiens kinderen negentig maal meer verbruiken als een kind uit India? En wie is het die zo bezorgd is over de overbevolking? Het antwoord op beide van deze vragen is hetzelfde: het Westen met zijn banken. Hebzucht en de misleidende angst van armoede doen de mensen geloven in grote leugens en er hen naar handelen. Bovendien zeggen ze deze leugen door aan anderen.

    Nicky: Op welke leeftijd mag een moeder haar kinderen voor een poos achterlaten bij een niet-familielid?
    Maria: Dit hangt er uiteraard van af, wat de omstandigheden zijn, maar in regel is dit een zonde voor de leeftijd van vier jaar. De wonden die voor de leeftijd zijn aangebracht zijn het moeilijkste om helen omdat ze zo diep in het onderbewustzijn zitten.

    Nicky: Hebben de Zielen iets gezegd over lichamelijke straffen op kinderen?
    Maria: Ja, ze hebben dat gedaan en het is hierop dat ik ben aangevallen dat het Duitse blad "Der Spiegel," een aantal jaren geleden. Ze schreven dat ik voorstander was van het slaan van kinderen. Dat is een leugen. De Arme Zielen hebben gezegd dat een mep of een slag nodig en goed is wanneer het gaat om een heel onbuigzaam en ongehoorzaam kind. Een kleine mep doet geen kwaad en zal vlug vergeten worden in het bewustzijn, maar de gevolgen van de onbuigzaamheid zullen later voor een heel lange tijd worden herinnerd in het onderbewustzijn. Uiteraard mag dit enkel gebeuren wanneer de omstandigheden dit vereisen, maar als men het niet doet zal het te laat zijn wanneer het kind te oud is, en dan zullen de ouders eerder leiden onder de dwingelandij van hun kinderen. Een ouder kind die zich in het onderbewuste een mep herinnert heeft maar enkel een welbepaalde blik van de ouders nodig om juist te handelen. Vele ouders van vandaag weten maar al te best welke vruchten een te grote tolerantie oplevert. Lichamelijk en geestelijk geweld is een grote zonde tegen de liefde, maar voorzichtig beraamde discipline is iets dat God nodig acht wanneer dit nodig is.

    Nicky: Weegt eenzelfde zonde tegen een kind zwaarder dan tegen een volwassene?
    Maria: Jazeker, veel zwaarder. Zonden tegen een kind, zullen later door het kind als aanvaardbaar en normaal worden beschouwd, als ze niet vlug en voorzichtig worden hersteld. Dit is zo omdat de ouderlijk rol zo machtig en diep ingeworteld is. Een echtscheiding of een daad van geweld, oneerlijkheid, ontrouw, laster of wat dan ook, kan zo gemakkelijk een kettingreactie teweegbrengen op sommige van de telgen. Ouder zijn is zo veel ernstiger dan dat de huidige maatschappij ons tracht voor te houden. De mensen delegeren veel te gemakkelijk deze dingen aan zogenaamde beroepsmensen die niet de door God geschonken verbondenheid hebben zoals de ouders deze hebben, zelfs als de ouders een aantal fouten begaan, zoals mensen doen.

    Nicky: Brengen mentaal achtergestelde kinderen enige tijd door in het Vagevuur?
    Maria: Ja, maar uiteraard is dit herstel veel lichter dan dat van normale, gezonde kinderen. Het hangt er allemaal van af van wat een kind kan begrijpen.

    Nicky: Wat zijn de ergste zonden die kinderen kunnen begaan, laat ons zeggen, tussen de leeftijd van zes en twaalf?
    Maria: Ongehoorzaamheid en onwelluidendheid tegen de ouders zijn de twee grootste zonden.

    Nicky: Vele ouders zeggen vandaag dat Christelijke ouders veel te autoritair zijn met hun kinderen. Wat is uw antwoord op deze opmerking.
    Maria: Geen enkele ouder mag te autoritair zijn over zijn kinderen, want als ze dit doen, zullen ze spoedig hun gehoorzaamheid, genegenheid en steun verliezen. Er zijn veel ouders die te autoritair zijn met hun kinderen en die helemaal geen Christen zijn. Die opmerking is dus niet echt verdedigbaar. Christelijke ouders zouden veel meer gezaghebbend moeten zijn in plaats van autoritair. Bepaalde striktheden komen al vlug in het leven van een kind. De ouders die de waarheid kennen over God moeten hen later groot brengen met veel liefde. Steeds alles weerhouden door te zeggen "doe dit niet," of "doe dat niet" is in geen enkel geval Christelijk. De ouders zouden rechtlijnig het "doe wel" moeten benadrukken, het positieve, maar er eveneens onmiddellijk alle nodige uitleg bij verschaffen zodat het kind dit kan begrijpen. Vertel hen dat het goede tot hen komt met het positieve. De ouders zouden Gods Barmhartigheid moeten navolgen en altijd deze barmhartigheid en vriendelijkheid moeten tonen aan hun kinderen.

    Nicky: We weten dat zonder de plichten binnen de familie, de maatschappij helemaal geen kans maakt, maar waarom hebben we ook de plicht om anderen, buiten onze familie, te helpen?
    Maria: Het begrip familie is een betrekkelijk begrip. Ergens zijn we allen verbonden met elkaar, ongeacht wat wetenschappers ook anders mogen zeggen. We zijn één familie en enkel één familie.

    Over dit onderwerp vertelde mij een Arme Ziel dat iemand die niet zijn best doet voor de anderen, het leven niet waard is. In onze zoektocht naar Gods rechtvaardigheid, denk ik dat de zaken veel duidelijker worden wanneer we binnen een familie-eenheid kijken zoals we dit normaal definiëren. Wij zijn verantwoordelijk en bekwaam om onze overgrootouders te helpen zoals we voor de achterkleinkinderen moeten zorgen. Voor de eersten moeten we bidden en goede daden doen en de laatsten moeten we een vredevol, vruchtdragend, gezond en vreugdevol leven in geloof schenken.

    Nicky: Wat is uw antwoord op de welbedoelende Christelijke ouders die zeggen dat hun kinderen de toelating moet worden verleend om zelf hun godsdienst te kiezen, omdat dit hun recht is wanneer ze opgroeien?
    Maria: Deze laten eenvoudigweg satan toe om hen in een goddeloze maatschappij weg te leiden van de absolute waarheid over onze liefdevolle God. Welke liefdevolle ouder kan zijn kind laten kiezen tussen voedsel dat ondersteunt en geneest en voedsel dat langzaam iemand kan verzwakken, vergiftigen en zelfs doden? Welke ouder kan bij volle kennis zijn kind zonder liefde en warmte laten vertrekken? Ouders die dit zeggen en doen hebben nooit of nooit gebeden en hun eigen goedheid gevoed en in combinatie met deze, wordt God vergeten en wordt Hij dus heel erg gekwetst wanneer dit gebeurt.

    Nicky: U hebt reeds gezegd dat er zich kinderen in het Vagevuur bevinden. Zijn deze ook reeds aan u verschenen?
    Maria: Ja, er zijn ook reeds kinderen aan mij verschenen. Zelfs kinderen tot de leeftijd van vier jaar. Weet u, kinderen hebben een heel scherper geweten dat de meeste volwassenen. Van zodra het kind het verschil kent tussen slecht en goed, draagt het de verantwoordelijkheid ervoor. Dikwijls wordt onderwezen dat de scheidingslijn de leeftijd van het logisch nadenken is en dit is een heel sterke fout vanwege de verantwoordelijke volwassen in de omgeving van het kind. Ik ken het geval van een kind iets van ouder dan vier jaar dat aandrong op het biechten van een zonde. En het was heel duidelijk wat het had misdaan.

    Nicky: U blijkt ook een bijzondere liefde en zorg te hebben voor de kinderen van vandaag. Ik zeg dit omdat ik heb gehoord dat u de kleine kinderen hier in het dorp onderwijst.
    Maria: Ja, ik heb vele kinderen rond mij, nu reeds voor een hele lange tijd en ik leer hen de Catechismus.

    Nicky: Wat nog, als er iets is, hebben de Arme Zielen gezegd over wat moet en niet moet gebeuren in de scholen?
    Maria: Ze hebben opgesomd dat seksuele opvoeding niet tot de taak van het onderwijs behoort. Het is een zaak van de ouders om hierover te praten van zodra het kind hier vragen over stelt. Het kind zou verder onder hun begeleiding en zorg moeten blijven omdat kinderen de blijvende liefde enkel van hun ouders leren. Opnieuw is er vandaag veel te veel macht verleend aan de wereldse onderwijzers die geen zaken hebben met opvoeding als het aankomt op geestelijke aangelegenheden, waarvan liefde en seks een groot gedeelte uitmaken. Onderwijzers moeten hun handen afhouden van de heiligheid van de familieband.

    Op dit gebied brengt de televisie vandaag ook heel wat kwaad in de huiskamer. Het bestempelt de liefde als een of ander nuttig voorwerp om te consumeren en weg te gooien. Dit is een grote vertekening en aldus een grote zonde tegen de ware liefde, en daarom ook tegen God zelf!

    Nicky: Zijn er zielen aan u verschenen, die toen ze hier op aarde waren, seksuele afwijkingen begingen?
    Maria: Ja, en ze lijden heel veel.

    Nicky: Wat moeten ouders doen om het geweten van hun kinderen te vormen?
    Maria: Het goede voorbeeld geven is het belangrijkste. Maar ook door veel voor hen en met hen te bidden. Ook door hen vaak te zegenen. Ook dat is heel wat waard. En dan behoort een goede opvoeding vooraleer ze naar het lagere school gaan ook tot het belangrijkste. Jezus leerde ons de kinderen tot Hem te brengen en niet om de weg te versperren voor Hem.

    Nicky: U zegt dat sommige kinderen uit het Vagevuur u hebben bezocht. Kunt u mij over twee of drie zulke gevallen vertellen?
    Maria: Een elfjarig meisje kwam mij bezoeken en vertelde mij dat ze een kaars had uitgedoofd op een kerkhof en een beetje van het kaarsvet had genomen om ermee te spelen. Zij wist dat ze dat niet mocht doen en moest daarvoor een tijdje in het Vagevuur verblijven. Ze vroeg mij om twee gezegende kaarsen te doen branden en alle andere dingen te doen die nodig waren om haar te bevrijden.

    Dan kwam er een ander jong meisje naar mij toe omdat ze en haar tweelingzus poppen hadden gekregen met kaarten voor Kerstmis en hun moeder had hen gevraagd om er zorg voor te dragen. Het meisje dat tot mij kwam had als spoedig haar pop beschadigd en had deze, om niet te worden betrapt, in het geheim verwisseld met de pop van haar tweelingzus. Dit moest ze verder afregelen in het Vagevuur, maar uiteraard heb ik gebeden en haar op de weg geholpen.

    Dan is er een andere geval, maar hier valt meer uit te leren dan dat er zich louter kinderen in het Vagevuur bevinden. Er leefden twee families juist naast elkaar. De ene familie was rijk, de andere eerder arm. Op een dag ging het kleine kind naar haar moeder en vertelde haar dat ze al haar mooie klederen en speelgoed wou weggeven aan het arme kind daarnaast. De moeder was klaarblijkelijk verward en vroeg haar kind waarom ze dat wou doen. Haar antwoord was dat ze niet altijd naar ginds kon gaan om met het andere kind te spelen. Hierop antwoordde de moeder dat het andere kind altijd bij hen kon komen om te spelen. "Neen, neen," drong het meisje aan, "Ik moet het doen, ik wil het doen." De ouders probeerden alles wat ze konden, maar niets kon het kind op andere gedachten brengen. Uiteindelijk gaven de ouders toe: "Goed, ga en doe maar, maar verwacht niet van ons dat we al deze mooie dingen opnieuw zullen kopen. Dat zullen we niet doen." "Geen probleem," zei het meisje en deed precies wat haar voornemen was te doen.

    Twee dagen later rende ze uit de voordeur zonder te kijken en werd ze aangereden door een auto en overleed. De ouders kwamen in hun onmenselijk leed tot mij om te vragen waarom dit was gebeurd. Ik stemde ermee in om het aan de Arme Zielen te vragen en spoedig kreeg ik het volgende antwoord mee: "Hun lijden in het verliezen van hun meisje heeft gewaarborgd dat ze één van hun jongens niet zouden verliezen." Dit was dus een herstel voor iets was God zag komen. God is een heel liefdevolle God, want nu zullen beide kinderen spoedig bij Hem zijn en niet enkel één van hun kinderen.

    Nicky: Wat het meisje betreft die kaarsvet had gestolen op het Kerkhof, merkte ik op dat u werd gevraagd om twee gezegende kaarsen te doen branden voor die ene kaars die werd gedoofd. Is dit een voorbeeld van wat "bijkomend herstel" wordt genoemd?
    Maria: Precies, ja.

    Nicky: Eerder zei u dat kinderen nog steeds dicht bij God zijn en dit is, uiteraard, vanwege hun onschuld. Gebeurt het ook dat kinderen bijzondere genaden ontvangen omwille van hun goed gedrag dat hen is bijgebracht door het voorbeeld van hun ouders?
    Maria: O ja, en zelfs heel dikwijls. Ik weet van kinderen die elke dag naar de Mis wensten te gaan en kinderen die heel veel hielden van het horen van verhalen uit de Bijbel. Dit zijn bijzondere genaden. Sommige kunnen zelfs aanvankelijk als extreem worden beschouwd, maar de ouders mogen nooit tussenkomen bij zulke aangelegenheden en het contact tussen God en hun kinderen laten groeien, want dit ligt in Gods plan. Ik heb verhalen gehoord van kinderen die voor een langere periode op kiezel wensten te knielen en te bidden. De ouders zullen hiervoor echter lang moeten boeten wanneer ze zoiets willen tegenhouden. God spreekt heel duidelijk tot de kinderen omdat hun zielen, zoals men zou zeggen, veel zuiverder, helderder en onschuldiger zijn dan de onze.

    Nicky: Alstublieft, vertel mij over uw ervaring die u had tijdens uw kinderjaren wat u bijzonder gelukkig maakte en dat u voor een groot gedeelte heeft beïnvloed?
    Maria: Zeker een van mij gelukkigste momenten gebeurde toen ik vijftien haar oud was, in de jaren dertig of zoiets.

    Een van mijn broers en ik werkten op een boerderij in Beieren. Toen we om werk vroegen, had de boer ginds, ons zeer duidelijk beloofd dat we steeds op zondag zouden mogen naar de Heilige Mis gaan, maar het duurde niet lang voor ik doorhad dat deze belofte enkel gold voor mijn broer en niet voor mij. Dit was zo omdat de echtgenote van de boer elke zondagmorgen op een eigenaardige manier ziek was en aandrong dat ik thuis bij haar zou blijven, eerder van mij naar de kerk te laten gaan, met mijn broer. Toen kwam Pinksteren er aan en ik vroeg mij opnieuw af wat de boer zijn vrouw nu van plan was. Zelfs nog op zaterdagavond laat was ze nog steeds gezond en wel en zo hoopte ik met grote verwachtingen dat ik de volgende morgen naar de Heilige Mis zou kunnen gaan. Maar om negen uur die zondagmorgen werd zij opnieuw ziek, met een raadselachtige hoofdpijn of iets van die aard en ze vertelde mij onverbloemd dat ik opnieuw bij haar moest blijven omdat ik haar gewoon niet mocht alleen laten als ze ziek was! Ik was kapot! Tegen één uur in de namiddag was de hoofdpijn weg en zei ze dat ik mocht gaan. Ik rende buiten en speelde rond een onbewoond bijgebouw, met daarachter banken vanwaar men een heel mooi en vredevol zicht had. Toen weende ik in wanhoop omdat ik opnieuw de Mis, waar ik zo van hield, moest missen en dit juist op zo een voorname dag. Plotseling werd ik omringd door een wolk van witte duiven die allemaal rond mij kwamen vliegen en rondsprongen op de grond in het gras ... overal. In het gras, op mijn schoot, overal rondom mij.

    Nicky: U vernoemt een wolk, Maria. Hoeveel duiven waren het? Vijftig? Honderd?
    Maria: O, minstens honderd. Bij zo’n pracht heb ik hen zeker niet geteld, maar ze bevonden zich overal rondom mij en ze bleven daar tenminste een uur lang! Mijn tranen gingen vlug over in tranen van vreugde en ik werd door zo’n gelukzaligheid overspoeld dat al mijn zorgen verdwenen. Toen vlogen ze weg. Ik vertelde het verhaal aan mijn broer, maar wij vertelden het aan niemand anders. De daaropvolgende weken vroegen we de boeren uit de buurt of er witte duiven in de omgeving waren en het antwoord was steeds hetzelfde ... neen. Ik denk niet dat enige andere ervaring uit mijn kinderjaren mij zo heeft geraakt. Het was pure schoonheid.

    Nicky: Wow ... en ik bemerk dat dit u waarlijk heel diep raakte, maar sta me toe om te vervolgen. Is het waar dat veel van de aanvaarde Verschijningen met kinderen gebeurden?
    Maria: Ja, dat is zo! Kinderen staan zo open voor het bestaan van God en zijn hele Koninkrijk. Hun onschuld, hun natuurlijke nederigheid, hun afhankelijkheid, gevoeligheid en vertrouwen staat hen toe om dingen heel anders en op een meer verfijnde wijze te ervaren dan volwassenen. Wij moeten deze zuiverheid in hen bewaren en hen toelaten om kinderen te zijn zolang het mogelijk blijft. Als de wereld van vandaag hen in de schimpende, arrogante en ongelovige maatschappij werpt, verdwijnt veel van hun schoonheid en kan het nooit worden hersteld. Ik heb vele kinderen gekend die, bijvoorbeeld, engelen hebben gezien, en ik twijfel ook geen minuut aan hun verhaal. God geeft zo veel aan de kleinsten onder ons en dat is waarom Onze Lieve Vrouw in Medjugorje al haar boodschappen begint met "Lieve kinderen." Zij wil dat we klein en nederig van hart zijn zodat God ons meer genaden en geschenken kan geven.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    24-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 24. Begrafenissen en graven
    Nicky Eltz & Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 24. Begrafenissen en graven

    Nicky: Hebben de zielen u iets verteld over begrafenissen?
    Maria: Jazeker! De Arme Zielen verkiezen om een beetje bij hen thuis te mogen blijven en niet meteen naar het lijkenhuis te worden afgevoerd, omdat deze plaatsen hen geen gebeden opleveren. Zij hebben gebeden nodig terwijl ze nog thuis zijn en meestal wordt er niet gebeden wanneer ze zo vlug worden meegenomen. Zij zien hun eigen begrafenis, zoals ik gisteren reeds heb verteld. Zij kunnen ook zeggen wie er voor hen bidt of wie er enkel is voor het uiterlijk. Zij horen wat wij over hen vertellen. Tranen leveren hen niets op. Tranen zijn enkel nodig voor ons genezingsproces, maar niet voor dat van hen. Begrafenissen moeten eenvoudig blijven en met een liefde uit het hart worden bijgewoond.

    Nicky: Waar houden ze niet van, aan de begrafenissen vandaag?
    Maria: Zij houden er niet van dat er leugens over hen worden verteld, zelfs al is de waarheid niet altijd bekoorlijk. Loven moet eerlijk zijn als het in onze bedoeling ligt om hen te helpen op hun reis. De familie zou ook moeten op de hoogte zijn van hun zonden, zodat ze deze kunnen biechten en er in gebed tot Jezus voor bidden. En de zielen houden niet van opgeblazen begrafenissen.

    Zij houden ook niet van crematie en ze houden er ook niet van dat hun stoffelijke resten aan de wetenschap of ziekenhuizen worden gegeven of verkocht. Het verstrooien van de as vanuit een vliegtuig in de oceaan is belachelijk en doet absoluut geen goed. In feite kwetst het de zielen omdat de levenden hun zo veel gemakkelijker vergeten. Bij het graf kan men op regelmatige basis bidden en kleine, liefdevolle gebaren maken. De Kerk laat crematie enkel toe opdat er minder heiligschennis zou gebeuren. Dit was eerder een politieke beslissing dat een hulpvolle en heilige beslissing.

    Ze houden van niets dat niet gebedsvol is of dat hen in een verkeerd daglicht stelt. Hen gedenken voor Jezus is precies wat hen tezamen brengt. Het voor hen opnemen en het goed maken voor hen voor Jezus, dat is wat ze meer dan nodig hebben.

    Dit herinnert mij aan een ziel die ooit tot mij kwam tijdens de dag. Op een namiddag wandelde ik vanuit het bos naar huis en een heel oude vrouw bezocht mij. Mijn eerste gedachte was: "Wat ziet zij er oud uit!" Zij dwaalde rond mij en keek mij bedroefd en wat verloren aan. Ik groette haar en vroeg haar waarom ze zich daar zo alleen bevond en zei haar dat het reeds laat werd. Ze antwoordde: "niemand geeft om mij. Niemand neemt mij en ik moet op de straat slapen." Ik dacht daarop: "Ze is de pedalen wat kwijt." Ik dacht een seconde na en bood haar dan aan of met mij mee te gaan, want ik wist dat, wanneer ze een hinder zou zijn, ze daar niet lang zou blijven. "Ik zal u meenemen, maar mijn huis is klein. Het is alles wat ik heb, maar er staat een dak op en ik kan u te eten geven." Onmiddellijk vrolijkte zij op en zei: "Dat is alles wat ik nodig heb!" en zij verdween.

    Later heb ik vernomen dat zij op een bepaald ogenblik tijdens haar leven iemand de hulp had geweigerd die het echt nodig had en daarom moest zij nu in het Vagevuur verblijven tot een andere persoon haar mee binnen nam. Mijn aanbod was dus in feite het herstel van haar weigering. Herstel is altijd nodig en als wij het niet vrijwillig doen, dan zal God het voor ons doen.

    Nicky: Hebben de zielen andere dingen vernoemd bij Westerse rouwkamers, dat zij verkeerd vinden?
    Maria: Het veiligste bij het kiezen van rouwkamers is waar iemand gebedsvol kan verblijven in een christelijke Kerk. Dit verzekert dat er niets onheiligs zal geschieden aan de aardse overblijfselen van onze geliefden.

    Nicky: En hebben ze iets gezegd over het onderhouden en opsmukken van graven na de begrafenis?
    Maria: Ook dit is heel belangrijk. Het moet een nederige en liefdevolle plaats zijn en regelmatig zou er wijwater moeten besprenkeld worden over hun graf. Er zou steeds een gezegende kaars moeten branden. Van deze twee zaken houden de heilige zielen heel veel. Bezoeken aan het graf worden door hen waargenomen en deze bezoeken helpen hen veel meer vooruit dan dat we ons kunnen inbeelden.

    Vandaag zijn er sommige begraafplaatsen, waar omwille van het praktische, de herdenkingsplaats zich gewoon op de grond bevind zodat dat gras- en graafmachines er gewoon met gemak kunnen over rijden. Dit is vadsig en een respectloze houding vanwege de familie en daarom zullen deze zielen langer moeten lijden dan dat de familie zelf naar deze plaats zou gaan en er voor hun graven zou zorgen.

    Elk minste gebaar helpt hen en, als wederdienst, ook ons omdat ze het dan gemakkelijker voor ons zullen opnemen wanneer wij bescherming en begeleiding nodig hebben. Zelfs als wij onze vensters uit liefde voor hen kuisen, brengt dit hen zoveel goeds.

    Nicky: Hoe lang zouden we de graven moeten onderhouden?
    Maria: Hier opnieuw denk ik dat we dit gedurende minstens drie generaties zouden moeten doen. Ik zeg dit omdat de Bijbel ons vertelt dat de zonden van onze vaders ons blijven volgens gedurende drie of vier generaties. En zo hebben onze gebeden betrekking op meerdere generaties en niet louter voor diegene die we persoonlijk kenden. Het is goed dat de kinderen alles over hun grootouders en overgrootouders wordt bijgebracht, om hun interesse te behouden. Degelijke zaken schenken iedereen veel goeds. Het toont hen een weg en een eenheid. De huidige maatschappij wil hier allemaal niet meer van weten en het stoort de zielen erg wanneer hun familie enkel op zoek is naar het vergroten van hun vermogen en een steeds groter huis. Beseffen de mensen nog wel dat de mensen op een bepaald ogenblik terugkeren naar hun "huis." satan verdeelt hele families op alle mogelijke manieren, zowel in dezelfde generatie als tussen de overige generaties.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    23-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 23. Dood
    Nicky Eltz & Maria Simma: Get us out of here!! Hoofdstuk 23. Dood

    Nicky: U hebt zoveel gedaan voor de Arme Zielen dat u bij uw dood zeker naar de Hemel zal worden begeleid door vele duizenden zielen en niet zal moeten ...
    Maria: Neen! Ik kan me niet inbeelden naar de Hemel te gaan zonder herstel in het Vagevuur, omdat elke fout zich opstapelt. God heeft mij, door mijn contacten met de Arme Zielen, van zoveel dingen bewust gemaakt, dat mijn verantwoordelijkheid ook zoveel groter is. Het is in verhouding tot deze kennis dat we moeten lijden. Alhoewel ik niet ontken dat ik op een beetje hulp reken op dat gebied [lachend].

    Nicky: Wat gebeurt er met mensen die zelfmoord plegen? Bent u ooit door dergelijke zielen bezocht?
    Maria: Jawel en door vele zielen. Wat er met hen gebeurt hangt volledig af van de reden van hun zelfmoord. Vele mensen zijn tot mij gekomen om naar hen te vragen, maar tot op heden ken ik geen enkel geval van iemand die verloren was. In de grote meerderheid van de gevallen dragen anderen rondom hen de meeste verantwoordelijkheid door hen te belasteren of te pesten, of door te weigeren om hen te helpen, of hen in die richting duwden. Ook in deze gevallen dragen de anderen meer verantwoordelijkheid. Maar de zielen zelf hebben spijt over wat ze hebben gedaan. Ook ligt een ziekte dikwijls aan de basis. Een gezond persoon doet dit normaal niet.

    Nicky: Bent u door zielen bezocht die overleden zijn aan een overdosis drugs? Zijn zij verloren?
    Maria: Ik ben door sommige zielen bezocht, maar opnieuw hangt het er van af wat er met hen gebeurt. Aan harddrugs verslaafden kan maar weinig gedaan worden, tenzij God heel krachtig tussenkomt. In vele gevallen besluiten de dokters correct: "Het waren enkel de drugs." Maar zelfs in dit geval moeten ze heel wat lijden ondergaan. Harddrugs zijn zonder enige twijfel duivels en zo moeten ook hier de gebeden tegen deze demonen zeker worden meegerekend. Meer en meer van deze gevallen worden nu genezen zonder enige van de gekende ontwenningssymptomen, en als het gebeurt, zijn het steeds Onze Lieve Vrouw en de Heilige Michaël die hun soldaten sturen. Het zijn vooral de verdelers van dit gif die alles duur zullen moeten betalen tijdens de periode van hun boete en herstel, als ze al niet volledig verloren zijn.

    Nicky: Kunt u mij vertellen over een geval waar iemand was gered omwille van een sterke wending van het hart op het ogenblik van hun dood?
    Maria: Ja, ooit kwam er een man bij mij met twee namen om uit te vinden wat er met hen was gebeurd. Toen ik hen vroeg om mij te vertellen over hun beide levens, weigerde hij en zei hij dat hij ze enkel tot mij bracht om uit te zoeken of ik de waarheid vertelde. Ik ging akkoord en wachtte op een Arme Ziel om mij een antwoord te geven voor deze beide gevallen. Een maand of zowat later kwam hij terug om mij te vragen of ik de antwoorden reeds had ontvangen en ik zei ja. De man was in de diepste laag van het Vagevuur en kon hieruit nog niet worden bevrijd, terwijl de vrouw onmiddellijk naar de Hemel was gegaan zonder enig Vagevuur. Ik overhandigde hem het papier waarop ik alles neergeschreven had en hij was geschrokken. Daarop beschuldigde hij mij van bedrog. Ik vroeg hem waarom hij zoiets durfde te zeggen en vroeg hem of mij toch dingen te vertellen over deze twee mensen: een man en een vrouw.

    Volgens mijn gast was de man de meest vrome priester uit de hele omgeving. De priester was steeds een half uur vroeger in de kerk bij de Misvieringen en bleef ook langer dan de anderen. Hij ging maar verder met de priester op te hemelen, tot in het uiterste. Daarna vertelde hij mij dat de vrouw een heel gemeen leven had geleefd en hij somde vele van haar grootste zonden op om mij hiervan te overtuigen. Eenmaal hij met zijn verhaal klaar was, moet ik toegeven dat ik zelf een beetje onzeker was geworden, en stemde ik ermee in om de vraag opnieuw te stellen met de nodige uitleg. Ik dacht dat ik misschien de namen had verwisseld bij mijn antwoorden en hem zo in verwarring had gebracht. Zo wachtten wij beiden nog wat langer voor een tweede antwoord. Toen dit tweede antwoord kwam, was de uitkomst net hetzelfde. De man bevond zich in de diepste laag van het Vagevuur en de vrouw was onmiddellijk naar de Hemel gegaan!

    De uitleg was de volgende. De vrouw, die eerst stierf, verongelukte bij een treinongeval. Het was geen zelfmoord, maar ze moet zijn geslipt of gevallen. In het minieme ogenblik dat ze inzag dat haar dood onvermijdelijk was, zei ze tot God: "Het is goed dat u mij neemt, omdat ik tenminste niet langer bekwaam zal zijn om u te beledigen." Deze zin of gedachte alleen had alles uitgewist en zij ging naar de Hemel zonder Vagevuur. De priester anderzijds was geweest zoals de man had verteld, maar tegelijkertijd stopte hij nooit met deze te bekritiseren die nooit zo vroeg naar de Mis gingen als hemzelf en hij weigerde zelf om deze vrouw te begraven omwille van haar bijzonder slechte reputatie onder de parochianen. Zijn voortdurend bekritiseren en oordelen zoals dit ondermeer het geval was bij deze vrouw, bracht hem naar het laagste niveau van het Vagevuur. En zo mogen we nooit of nooit oordelen en raden naar iets omwille van dingen die we wisten over een bepaalde persoon. Mijn bezoeker erkende deze waarheden, verontschuldigde zich diep en ging tevreden met het nieuws naar huis, waar velen er op wachtten.

    Nicky: Bij het bijwonen van iemands dood, zijn er enige tekenen waaraan we kunnen weten dat deze persoon recht naar de Hemel is gegaan?
    Maria: Misschien, maar ook deze tekenen vertellen niet steeds het hele verhaal. Wat zeker is, dat, wanneer een persoon een uiterst angstige, verbolgen en soms gewelddadige dood sterft, het vrijwel zeker is dat ze veel zullen moeten lijden, als ze al niet volledig verloren zijn. Maar ook hier moeten we voorzichtig zijn, omdat zelfs grote Heiligen, zoals bijvoorbeeld Pater Pio, zelfs een vredevolle en zelfs vreugdevolle dood stierf, maar toch nog een korte tijd in het Vagevuur moest verblijven. Vredevolle overlijdens zijn mooi en leiden tot schoonheid, en vreselijke overlijdens zijn akelig en brengen veel lijden met zich mee, maar het is steeds riskant om hier te gaan gissen.

    Nicky: Geeft God op een bijzondere wijze een antwoord als een persoon zijn leven geeft voor een ander?
    Maria: De Arme Zielen hebben mij verteld dat sterven voor iemand anders, zowel in diens plaats als bij een reddingspoging, steeds een heilige dood is. Dit betekent dat zo’n daad veel wegwist dat anders nog zou moeten ingeboet worden.

    Een twintigtal jaren geleden kende ik een jongeman die niet echt de faam had erg vroom te zijn. Ik kende hem omdat zijn familie buren waren. Maar een heel sterke en goede karaktertrek die hij had was dat hij steeds aandrong om anderen te helpen. En toen, op een zekere strenge winterdag, hoorde hij schreeuwen om hulp buiten en rende hij naar buiten. Zijn moeder probeerde hem te overtuigen om te blijven, omdat hij het steeds was die de risico’s voor een ander nam. Deze keer wou ze dat iemand anders ter hulp snelde. Maar ze kon hem niet stoppen en hij spurtte naar de deur. Maar van zodra hij buiten was, kwam er een lawine van poedersneeuw naar beneden en sleurde hem mee. De volgende dag werd hij dood teruggevonden.

    Hierop zeiden de andere jongens: "zo’n dood wenste niemand hem."
    "Wat bedoelt u hier mee?" vroeg ik hen.
    "U bent niet op de hoogte van zijn volledige levensstijl."

    Ik antwoordde: "U mag nog zo bezorgd zijn als u wil, maar een sterven voor iemand anders sluit elke mogelijkheid uit dat hij verloren is, want het is altijd een heilige dood."

    Amper een paar dagen later, verscheen hij aan mij en zei dat hij slechts drie Missen nodig had om te worden bevrijd. Ik was nog steeds verbaasd en hij zei: "Ja, omdat ik geprobeerd heb om anderen te redden. God heeft voor de rest gezorgd." Waarop hij nog het volgende aan toevoegde: "Indien dit niet gebeurd was, zou ik nooit de kans meer hebben gehad om zo vreugdevol te mogen sterven."

    Nicky: Er moet dus een verschil zijn tussen iemand die sterft tijdens zijn of haar hulp voor anderen, of iemand die sterft uit onberadenheid.
    Maria: O ja! Als iemand sterft louter omwille van zichzelf bewust in een gevaarlijke toestand te begeven, betekent dit dat het zijn tijd nog niet was om te sterven. Maar als het ongeluk gebeurt zonder enige fout van de overledene, dan roept God deze steeds tot Hem. Indien echter de fout bij de persoon zelf ligt, is het de persoon zelf die aan de oorzaak ervan ligt.

    Ik heb weet van een jonge kerel die in Wenen verongelukte met zijn moto omwille van overdreven snelheid. Hij heeft mij later verteld dat, indien hij voorzichtiger was geweest, God hem nog dertig jaren op aarde zou hebben geschonken. Toen ik hem vroeg of hij reeds klaar was voor de eeuwigheid, zei hij van niet, maar dat God aan iedereen die hem niet ingrijpend minacht, steeds de kans zal geven om spijt te hebben over alles. En deze jongeman had spijt over alles.

    Nicky: Op het ogenblik van de dood, ziet de ziel dan duidelijk Gods licht in alle volheid?
    Maria: Neen, niet in alle volheid, maar genoeg voor de ziel om te wensen vooruit te gaan. De toepasselijke helderheid en volheid hangt af van de toestand van de ziel op dat ogenblik.

    Nicky: Als we bidden voor iemands vredevolle dood, bekomen we dan hiermee resultaat?
    Maria: Is God doof? Het helpt zelfs als de persoon die we in ons hart hebben een hele tijd geleden stierf. God en het gebed zijn niet beperkt, noch beïnvloed door de tijd. God was daar zowel vijftig jaar geleden, zoals hij er ook over vijftig jaar zal zijn. Hij zal voor ons precies evenveel doen als in ons vertrouwen op Hem om ons te helpen.

    Nicky: Maar als we nog kunnen bidden voor iemand die reeds een vredevolle dood is gestorven, betekent dat dan ook niet dat we mensen de hel kunnen besparen die reeds daar zijn?
    Maria: Neen. Verloren is verloren, maar de genaden van dergelijke gebeden zullen daar gebruikt worden voor hetzelfde doel, om iemand toe te laten een vredevolle dood te sterven.

    Nicky: Zal God iemand de hel besparen als Hij weet dat er in de toekomst voor deze persoon zal worden gebeden?
    Maria: Aangezien Gods liefde en bermhartigheid onbeperkt zijn, zie ik geen reden waarom Hij dat niet zou doen.

    Nicky: Hoe ernstig moeten we de verzoeken nemen van een stervende persoon?
    Maria: Er zijn drie omstandigheden waar we deze heel ernstig moeten nemen en onze uiterste best moeten doen opdat ze zouden geëerbiedigd en vervuld worden. En onder deze voorwaarden zou ik iemands laatste wensen heilig durven te noemen. Dat is omdat God de betrokkenen toelaat om tijdens het stervensproces de dingen volledig anders te zien dan toen ze nog in leven waren. Deze voorwaarden zijn:
    • De wens van de persoon kon duidelijk worden gehoord bij diens dood.
    • De wens is, objectief bekeken, niet slecht.
    • De persoon overleed in een betrekkelijke vrede.
    Als aan al deze voorwaarden is voldaan, moeten we zeker ingaan op de laatste wensen van deze persoon.

    Nicky: Is het niet uitvoeren van iemands laatste wensen en het beroven van een dode of diens erfenis erger dan het beroven van een levende?
    Maria: Ja. Gods bezwaar zal veel erger zijn, omdat de dode hieraan niet langer iets kan veranderen, als diens wensen niet correct worden uitgevoerd.

    Nicky: Als iemand weet dat hij niet lang meer zal te leven hebben, wat is dan het beste dat we kunnen doen om deze voor te bereiden?
    Maria: Door te bidden en zichzelf volledig aan God te schenken. Door zichzelf volledig open te stellen voor Zijn Goedheid en door uw vertrouwen volledig in Hem te stellen.

    Nicky: En hoe benadert men een stervende persoon het beste?
    Maria: Zonder twijfel door samen met de persoon te bidden en deze de volledige waarheid te vertellen. Vertel hen wat u weet over Gods Licht en vertel hen dat we nooit, nooit alleen worden gelaten. Stel met veel liefde een biecht voor, als dit nog niet is geschied. Bid samen met de Heilige Moeder en vraag Haar om haar kind te begeleiden op diens weg. Onze Moeder zal dit nooit afwijzen.

    Nicky: Is het waar dat iemand die heengaat de film van diens volledige leven ziet voorbijgaan?
    Maria: Ja, in een zekere zin. De beschrijvingen erover variëren slechts licht. Een Zwitserse man die ik kende en die hieraan maar weinig geloof hechtte en enkel dacht dat we deze dingen bedenken om goede levens te leiden, voelde zich erg ziek en viel in een coma van de angst die hij ervoer, maar stierf niet. Hij had niet geloofd in de eeuwigheid. Toen hij tot bewustzijn kwam, beschreef hij mij alles. Hij zag zichzelf zittend in een kamer en op de muur voor hem stond zijn hele leven beschreven tot in de kleinste details. Op dat ogenblik besefte hij dat er een eeuwigheid bestond en werd hij angstig. De muur verdween langzaam en daarachter bevond zich een onbeschrijfelijke pracht waar hij geen woorden voor had. Toen werd hij klaar wakker en veranderde daarna volledig zijn levensstijl.

    Ik denk dat het zeer wijs zou zijn dat mensen het stervensproces zouden bestuderen om te zien wat er gebeurt als de mensen worden geleid door de christelijke waarheid, juist voor het heengaan. Hoe dikwijls hebben we niet gehoord dat iemand op het allerlaatste moment nog katholiek is geworden? Hoe dikwijls hebben we niet gehoord van een Christen die ongelovig is geworden tijdens hun leven hier op aarde? Ik laat de vragen en antwoorden met betrekking tot dit, over aan u.

    De ontvangenis en de dood zijn de twee momenten uit ons leven dat Gods het dichtst bij ons is, en beiden worden zo weinig bestudeerd. Eerder dan de ontvangenis te misbruiken en te onderbreken voor immorele doelen als het beëindigen of van het leven, waarom bestuderen we deze momenten niet met liefde en stellen we ons niet beschermend op, zoals elk ander ogenblik van het leven? Als men dit zou doen zouden spoedig enorme waarheden aan het licht komen.

    Nicky: Over de film die bij de mensen hun dood wordt getoond, zegt u dat ze in alle duidelijkheid de goede daden, zowel als de zonden zien die ze tijdens hun leven hebben begaan. Zijn hier zonden inbegrepen die goed gebiecht zijn, de zonden waar men een oprecht spijt over heeft en met geheel het hart hebben hersteld? Ik vraag dit omdat er uiteraard wordt gezegd dat, wanneer wij te biechten gaan, Jezus de zonden voorgoed uitwist en dat dit betekent dat ze letterlijk niet meer bestaan, zodat satan er zelfs niet langer weet van heeft. Als Jezus deze werkelijk heeft uitgewist, hoe of eerder waarom worden de zonden ons opnieuw getoond bij onze dood?
    Maria: Eerst en vooral ziet niet iedereen zo een film, en dan, zelfs wanneer ze er een zien, moet het niet worden beschouwd als een aanval van satan. Als men volledig herstelde en gebiechte zonden ziet, dan doet God dit om ons zijn absolute gerechtigheid te tonen, en door de dingen van beide kanten te bekijken, wordt de ziel alles heel duidelijk en kan het zijn eigen niveau van het Vagevuur toewijzen.

    Nicky: Sommige mensen met deze kennis zeggen dat enkel zij die tijdens de laatste momenten geloven beter af zijn. Is dit zo?
    Maria: Ja, de graden van heiligheid komen in duizenden vormen [lachend]. Neen, ernstig nu: zij zijn zeker niet beter af, omdat ze zoveel kansen misten om goed te doen. Om deze reden zal hun plaats in de Hemel niet op hetzelfde niveau liggen als het niveau van anderen die gepoogd hebben om tijdens heel hun leven Gods wil na te leven.

    Nicky: Misschien bent u zich hier niet van bewust, maar tijdens de laatste jaren worden bijna-dood-ervaringen steeds beter onderzocht en wordt er meer dan ooit over geschreven. Een bepaald boek komt op dit ogenblik bij mij op. Mijn vraag nu, Maria, is: wanneer mensen die terugkeren naar het leven hun ervaringen beschrijven, zijn deze beschrijvingen dan altijd een geldig bewijs, 100% waar?
    Maria: Neen, zeker niet. Omdat ze niet dood waren. Ook hier moet men liefdevol blijven maar verstandig en heel voorzichtig. Sommige van de wijdverspreide beschrijven bevatten regelrechte leugens. Net zoals bij verschijningen, moeten liefdevolle, ervaren en gebedsvolle dokters en theologen die een goed onderscheid kunnen maken, deze ervaringen diep kunnen bewijzen. In gevallen waar niet-biddende ongelovige dokters de enige beoordelaars zijn, en op een zekere wijze deze mensen beïnvloeden, zullen er ongetwijfeld heel gemakkelijk leugens worden verspreid.

    Neem mijn eigen geval. Het is niet omdat een psycholoog met zekerheid beweert dat ik evenwichtig, eerlijk en niet mentaal ziek ben, dat dit voldoende is om te kunnen besluiten dat alles wat ik zeg de waarheid is. Deze andere ervaringen die niet zuiver bovennatuurlijk zijn moeten ook veel beter worden bewezen, zoals bij mij het geval was. Ook bij de kinderen van Medjugorje was dit het geval.

    Nicky: In het boek dat ik in mijn gedachten heb, en dat zopas goed onthaald werd in de Verenigde Staten, wordt er gezegd dat de zielen zelf kunnen kiezen in welk lichaam ze willen intreden. Om deze reden zou dit dan betekenen dat abortus, ondanks dat het tegen de natuur is, in werkelijkheid niet zo slecht is, omdat het eenvoudig betekent dat de ziel elders wenst te gaan. Wat zegt u hierover?
    Maria: Dit zijn gevaarlijke nonsens en men ziet er duidelijk de invloed van satan in! We moeten bidden dat deze persoon nederig genoeg zou zijn om zijn ervaringen te laten bewijzen, en niet louter en alleen door seculiere dokters en psychologen, maar eveneens door gebedsvolle en opmerkzame mensen die deskundigen zijn op het gebied van de Christelijke waarheden, voor ze verder doen met het verspreiden van satans leugens aan een groot aantal mensen. En mijn plichtsgevoel doet mij hieraan toevoegen dat deze persoon voor God verantwoording zal moeten afleggen voor elke abortus die zal worden uitgevoerd door zijn of haar advies.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    22-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 22. Ziekte
    Hoofdstuk 22. Ziekte

    Maria: Goedemorgen, kom binnen Nicky, ging alles goed in de kamer van het huis van Mevrouw Schwarzmann? Wij zijn al bijna gans ons leven bevriend en ze helpt mij dikwijls met de adressen op de omslagen en die dingen. Heeft ze gezegd hoe het met haar was?

    Nicky: De kamer was prachtig, Maria. Het ging allemaal veel vriendelijker dan in een hotel. Het was een goed idee om daarheen te gaan. Ze zei dat alles goed ging, maar dat ze voorzichtig moet zijn, omdat haar hart niet meer van de sterkste is. Maar ze leek mij gelukkig. Zo, laat ons doorgaan. Laat het ons hebben over lichamelijke ziekten en ongemakken. Maria, zijn er ooit zielen tot u gekomen van welke u weet dat deze op enige wijze lichamelijke moeilijkheden hebben ondervonden tijdens hun leven?
    Maria: Ja, vele. Toen ze aan mij verschenen waren ze er volledig van genezen. De rolstoelen waren weg. De misvormingen en littekens waren weg.

    Ooit echter kwam er een ziel tot mij met een groot gezwel, omdat de enige manier was opdat de familie mij zou geloven wanneer ik hen zou vertellen dat een aanverwant van hen aan mij was verschenen met deze en nog opdrachten voor hen. U ziet, ze vroegen mij hoe hij eruit zag en zo haalde ik het gezwel aan. Ze geloofden mij en luisterden naar de eisen.

    Ook herinner ik mij nu iemand die doofstom was tijdens zijn leven en die, uiteraard, volkomen normaal tot mij sprak wanneer hij aan mij verscheen. Hij was gelukkig omdat hij kon spreken tegen mij, maar ik heb nooit kunnen achterhalen waarom hij tijdens het leven niet kon spreken. Als zij in rolstoelen zaten tijdens het leven, dan zijn deze nu weg en ze kunnen ook volkomen normaal wandelen. Alle kleine, zowel als grote onvolmaaktheden zijn dan weg. Maar herinner u alstublieft, dat ik enkel diegenen zie uit de hogere niveaus van het Vagevuur. Ik zeg dit omdat anderen wel wonden en lijden gezien hebben bij de zielen, hoewel het niet dezelfde wonden zijn als deze tijdens hun leven. Dit zijn dan pijnen van de ziel en niet van het lichaam, omdat ze niet langer een aards lichaam hebben. Ik denk dat het dichtbij een priester is toen die tot mij kwam nadat hij mij gezegd had wat hij nodig had. Ik kreeg de mogelijkheid om hem te vragen waarom zijn rechterhand er zo zwart, vuil en pijnlijk uitzag. Zijn antwoord was: "Vertel aan alle priesters om de mensen, de huizen en de religieuze voorwerpen telkens te zegenen. Ik heb dat dikwijls niet gedaan en daarom moet ik nu lijden aan mijn rechterhand."

    Nicky: Is AIDS een straf van God.
    Maria: Jazeker, maar ik noem het liever een vergoeding voor de zedenloosheid van de mensen. Als de mensen zich gekwetst voelen, zeggen ze dat God geen liefdevolle God is, maar straf en herstel is zeer zeker liefdevol en als er onschuldigen moeten lijden van AIDS, dan is dit bijkomend en nodig herstel. Gods genade is oneindig, maar ook zijn rechtvaardigheid. Ik zou zeggen dat, indien we alles over Zijn Gerechtigheid nu zouden weten, zoals in de Hemel, dat er velen onder ons zouden sterven onder de druk van hun eigen zonden.

    Nicky: Denkt u dat ze een geneesmiddel zullen vinden voor AIDS?
    Maria: Er is reeds een geneesmiddel vandaag, maar omdat het geen geld opbrengt en omdat het ook niet geliefd is, zullen de mensen er langer blind voor blijven. Het geneesmiddel is Jezus en zijn Tien Geboden. Hij gaf ons deze geboden niet om ons in bedwang te houden, maar enkel om ons te beschermen, te sterken en te bevrijden.

    Nicky: Dat zou dan een voorkomend geneesmiddel zijn, maar wat over een herstellend geneesmiddel, een genezing nadat de ziekte is opgelopen?
    Maria: Ook dat is reeds gebeurd op plaatsen waar er veel gebeden wordt.

    Nicky: Waar?
    Maria: Ik heb ooit gehoord over een plaats in Italië, maar de naam ontsnapt mij nu, en ook in Medjugorje is het reeds gebeurd [zie interviews met Marija Pavlovic]. Het belangrijke is echter niet de juiste plaats, maar het aantal gebeden.

    Nicky: Als de mensen met grote lasten in zeer gebedsvolle plaatsen komen, en reeds verschillende dokters, psychiaters en priesters hebben geraadpleegd, maar hun toestand lijkt te verslechteren, eerder dan te verbeteren, kunnen de Arme Zielen op enige wijze hiervan de oorzaak zijn?
    Maria: Ja, dat kan het geval zijn, maar als dit het geval is, komt dit door zielen uit de diepere lagen van het Vagevuur. In deze gevallen kan een uitdrijver de overledene hiermee doen stoppen.

    Nicky: Maria, kunt u mij vertellen over een voorval waar onvergefelijkheid aan de basis van de ziekte lag?
    Maria: O, dat is dikwijls de oorzaak van een ziekte. Ja, ik herinner mij een geval uit Innsbruck, waar een jonge vrouw eenvoudig haar vader niet kon vergeven. Hier waren er de volgende omstandigheden. Toen haar vader nog leefde, schonk hij geen enkele vreugde aan zijn kinderen, en in haar geval kon hij niet akkoord gaan met een goede job voor haar. Het was een baan dat ook heel wat vorming inhield en door haar deze baan te verbieden moet zij verder door het leven zonder deftige scholing. Dit heeft zij hem nooit kunnen vergeven. Korte tijd nadat hij overleed, verscheen hij aan haar. Niet één keer, maar drie keer, en smeekte haar om hem te vergeven. Neen, ze bleef halsstarrig. Toen werd de vrouw ziek en tijdens deze ziekte kwam het plots in haar op dat ze hem niet kon vergeven. Daarop vergaf ze hem alles en heel oprecht, met geheel haar hart. De ziekte verliet daarop heel vlug haar lichaam.

    Ik kan mij niet precies meer herinneren over welke ziekte het ging, maar het werd haar duidelijk dat haar langdurige weigering om te vergeven aan de oorzaak van de ziekte lag. We kunnen de dingen niet altijd vergeven, maar we moeten ze vergeven. Grote lasten en onze lichamelijke beperkingen tijdens het leven zijn dikwijls het gevolg van onze blijvende onvergefelijkheid. Als we met dit alles tot God gaan, worden we zoveel vrijer en volmaakter. En met vergeving komt er ook een beter inzicht over wat er zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. Ook dit is een grote en belangrijke genade!

    Hier is nog een ander geval. Het betrof een lelijke schurftige huidziekte waar een vrouw reeds meer dan twintig jaren aan leed. De enige middelen waren zeer dure zalven om de uitslag te verminderen. Toen ging zij op bedevaart en ontmoette ginds een zeer ervaren en gebedsvol iemand die zich tijdens het middagmaal op een bepaalde dag tot haar en haar echtgenoot richtte en eenvoudigweg zei: "Laat ons gewoon aan Jezus vragen wat de oorzaak van de uitslag is aan uw handen en rechter onderbeen." Daarop kreeg hij een visioen waarin hij een vrouw waarnam die neerknielde op de grond met haar rechterknie en haar handen uitstrekte naar een meisje. Het meisje was dezelfde vrouw als kind, en de vrouw in het visioen was haar moeder. Die moeder had nooit haar kinderen geknuffeld, en vooral deze vrouw, die haar dit nu, als volwassen vrouw, eigenlijk nooit heeft kunnen vergeven. Toen alles was verklaard, richtte haar echtgenoot zich tot zijn vrouw en zei: "Dat is waar, dat is zo oprecht de waarheid. U hebt haar dit nooit kunnen vergeven." Met tranen in de ogen moest zij dit toegeven. Zij nam haar voornemens mee voor het gebed en tijdens de Mis en slechts twee tot drie dagen daarna verminderde de ziekte tot slechts een klein gedeelte van wat het was. Toen keerden ze naar huis terug, en de man die het visioen had gekregen heeft nooit gehoord of de ziekte al dan niet was verdwenen, maar de jeuk en het schurft verdwenen bijna volledig. Men mag ook geen volledige vergeving verlangen van de ene op de andere dag, maar Jezus toonde die avond duidelijk aan de drie aanwezigen waar de oorzaak kon worden gevonden.

    En zo manifesteerde de ziekte zich opnieuw op een dergelijke wijze dat een voorouder uit de stamboom het familielid alzo hieraan kon doen herinneren. Zo kon de ziel uit het Vagevuur zichzelf bekend maken en smeken om vergiffenis, want anders kon de ziel niet worden bevrijd. Nu ben ik zeker dat deze ziel, waarvan ik de naam nooit heb geweten, nu in de Hemel is en dat haar dochter nu verlost is van de ziekte die haar last bezorgde en haar gedurende tientallen jaren veel geld heeft gekost.

    Nicky: Maria, eerder hebt u aangehaald dat satan ziekten zendt over de mensen via heksen die contacten hebben met hen. Hoe kan iemand het onderscheid maken of de ziekte door een dergelijk persoon is veroorzaakt of door iets anders?
    Maria: Door met en voor de persoon te bidden. Als het van elders komt zal een uitdrijving- of bevrijdingsgebed niet het verwachte resultaat opleveren. Indien het echter van de demonen komt, zal dit wel het geval zijn. Deze demon zal zich echter eerst proberen te verbergen of terug te vechten, maar met een beetje volharding, zal deze uiteindelijk toch wel verdwijnen. En is de ziekenhuizen kan het begrip "virus" hiervoor een mogelijke waarschuwing zijn. Dit begrip wat dikwijls gebruikt door dokters wanneer zij op iets uitkomen dat ze niet kunnen verklaren. Zoek in dit geval een priester of een andere krachtige bemiddelaar tot hen en verzamel eveneens aanverwanten en vrienden om spoedig te bidden voor de tussenkomst van Onze Lieve Vrouw en het Heilige Aartsengel Michaël. De priester moet ook gewijd water en wijwater voor exorcisme bijhebben, of beter nog olie.

    Nicky: Kunt u ons een voorbeeld geven van één of twee ziekten waar satan aan de oorsprong ervan ligt?
    Maria: Voor het ogenblik denk ik aan drie gevallen. Eén was een longonsteking, de andere leukemie en de derde was een verschrikkelijk, maar gelukkig kortstondig geval van een zeer pijnlijke rugpijn.

    Over het laatste geval weet ik het meeste omdat het over een vriend van mij gaat die gedurende twee maanden vrijwilligerswerk deed bij een van de meest gerespecteerde priesters van Europa. Mijn vriend leed onder een licht verschoven zenuw tussen de derde en de vierde rugwervel. Eerst werd de pijn behandeld met injecties met een spierpijnverzachtend middel, maar het hielp niet en het pijn werd steeds erger. Ondertussen was de pijn zelfs onverdraaglijk geworden.

    Toen verdacht hij de demonen ervan hier achter te zitten en deed hij een beroep op twee priesters. De eerste kwam langs, maar twijfelde dat duivels hier achter zaten. Na een lang en een vruchteloos gesprek, stemde de priester er uiteindelijk toch mee in om ervoor te bidden. Op het ogenblik van zijn gebed stegen de pijn enorm en ging deze op- en afwaarts tussen zijn rechterschouder, arm en dij. Het was alsof men met een vork doorheen zijn spieren en gewrichten ging. De pijn ging op en neer terwijl de priester bad en dan na drie tot vier minuten trok de pijn weg. Mijn vriend verloor bijna het bewustzijn door de spasmen, het wenen en het uitschreeuwen van de pijn. Toen het voorbij was begon de priester te wenen en erkende hij uiteindelijk dat zijn verdachtmaking rond de demonen juist was. Daarna, zo’n zes uur later en na wat te hebben geslapen, kwam de tweede priester, voor wie hij werkte, ook langs en ook hij begon voor hem te bidden. Ook deze keer vocht de duivel terug, maar was de pijn maar één derde van ervoor om daarna volledig te verdwijnen. Alles bij elkaar was hij vijf dagen bedlegerig, maar de daaropvolgende morgen kon hij met zijn werk doorgaan zoals voorheen.

    Twee weken later kwam hij hier bij mij en vertelde alles aan mijn exorcist. Deze man bad het resterende overige gedeelte pijn weg en vond tevens uit dat de ziekte door iemand was gezonden uit het dorp van de eerste priester, maar mijn vriend kende deze persoon niet, maar het was genoeg om deze priester bijzonder kwaad te maken, omdat de andere priester zo'n trouwe en volhardende priester was.

    Nicky: Wist de onbekende persoon dan over deze zwakke schakel in de rug van uw vriend? De demonen, die onder de macht van deze arme persoon waren, wisten van deze zwakke schakel, maar als men eveneens overweegt hoe bekend de priester is, was uw vriend enorm blootgesteld aan een geestelijke strijd. Helpen gebeden voor genezing en verlossing van op afstand, als de persoon bijvoorbeeld nog niet open staat voor het gebed?
    Maria: Heel zeker, en veel te veel mensen, priesters inbegrepen, hun geloof is niet sterk genoeg om dit te aanvaarden en maken er dus geen gebruik van. In de Bijbel genas Jezus de dienaar van de centurion van op een afstand en toen zei Jezus: "U kunt gaan, daar u geloofde zal het geschieden." Jezus genas de dienaar door de kracht van het geloof van de centurion in Jezus, maar het was niet de centurion die de dienaar genas. Dit is dikwijls een bron van bezorgdheid voor de gelovigen die denken dat hun geloof niet sterk genoeg is. Jezus is nooit te zwak om te helpen, maar we moeten dikwijls wachten op Zijn plan, omdat het verschillend is van onze plannen.

    Maar bij dergelijke gevallen, wanneer de getroffene zich op een afstand bevindt, helpt het zeker om ook zoveel mogelijk informatie te hebben over de persoon en de ziekte om te bidden. Dikwijls moeten de duivelse invloeden specifiek worden genoemd alvorens ze verdwijnen, en om dit te doen moeten we veel bidden en ons huiswerk met volharding en ons vertrouwen op God zal ons brengen tot wat we nodig hebben.

    Nicky: Wanneer mensen met stoornissen tot u komen en u noteert de namen van hun overleden aanverwanten, bent u dan getuige van de vrede die over de persoon, de familie of het betrokken huis komt, nadat er Missen en gebeden zijn opgedragen?
    Maria: Ja, maar dit hangt bijna altijd af van het feit of ze verder contact blijven houden of niet. Vele mensen blijven gedurende een langere tijd contact houden, en alhoewel ik geen psychiater of dokter ben met alle namen op de tong, kan ik met zekerheid vertellen wanneer een kind met een stoornis vlug verandert in een gelukkig en vredevol kind en dat zonder enige behandeling of geneesmiddelen. Dat verschaft mij vreugde om te zien hoe vlug ze veranderen. Jezus en Maria sluiten niemand uit van hun Vrede en Vreugde.

    Nicky: Vele verschillende gebieden van de geneeskunde gebruiken hypnose als onderdeel van de behandeling om uit te vinden wat er in het verleden is gebeurd dat eventueel iets te maken kan hebben met de betrokken ziekte. Hebben de zielen ook iets verteld over hypnose?
    Maria: De zielen hebben gezegd dat hypnose gevaarlijk en een zonde is. Niemand mag spitten in het onderbewustzijn en wanneer ze het doen dan zijn de getuigenissen die we ervan horen sterk onbetrouwbaar.

    Sommige mensen die verkeerd geloven in reïncarnatie, baseren hun geloof of de resultaten van hypnose. Dat is al één geval waar een betrekkelijk kleine zonde tot veel verwarring leidt.

    Nicky: Wanneer mensen heel erg ziek zijn en heel erge pijnen lijden, wat is er dan door God toegelaten met betrekking tot wat de dokters mogen doen?
    Maria: Een ziel heeft mij ooit verteld dat hij een heel, heel veel moest lijden omdat hij naar een dokter geweest was die meewerkt aan euthanasie door de patiënten in te spuiten met middelen om het leven te verkorten om aldus het lijden gedaan te maken. Dokter mogen nooit patiënten doden, maar het is hen wel toegelaten om geneesmiddelen toe te dienen die de pijn verzachten. Enkel God schenkt en neemt het leven, zo niet is het een moord, net zoals alle andere moorden.

    Nicky: Wanneer een dokter het leven van een patiënt ontneemt, moet de ziel van de patiënt dan een resterende tijd dat deze anders had blijven leven op aarde, lijden het Vagevuur of moet de dokter zelf het lijden later ondergaan?
    Maria: De dokter zelf, en als hij niet verandert en dit stopt met de biecht, boete en herstel volgens zijn eigen overeenstemming, zo niet zullen zijn familie en de volgende generaties de gevolgen hiervan duur moeten betalen.

    Nicky: Lieve Hemel! Kent u gevallen waar de volgende generaties moesten lijden en hoe, op welke wijze moesten ze lijden?
    Maria: Ja, ik ken dergelijke gevallen. Een geval dat ik mij nu herinner gaat over een schoondochter van een dokter die regelmatig euthanasie pleegde op zijn patiënten. Zij heeft vele kinderen verloren, alhoewel zowel de moeder als de vader volledig gezond waren en de dokters voor een volkomen raadsel over de oorzaak van haar doodgeboren kinderen stonden. Het lijden dat het koppel in hun vroege jaren moest dragen was een gedeeltelijk herstel voor de euthanasie van die dokter. Dat is Gods gerechtigheid.

    Nicky: Betekent dit dat elke dokter, die meewerkt aan abortus, zijn familie daarna zal moeten lijden voor de kinderen die hij heeft gedood, en dit gedurende de tijd dat de kinderen normaal zouden hebben geleefd, zoals God hun leven had gepland?
    Maria: Ja, tenzij ze er onmiddellijk mee ophouden en het goedmaken, betekent het zeker dat!

    Nicky: Ik heb gehoord dat, vóór het uitbreken van de oorlog in Joegoslavië, de steden Sarajevo, Mostar en Vukovar eveneens de steden waren waar men het gemakkelijkst een abortus kon laten uitvoeren. Als het op Gods rechtvaardigheid aankomt, is dan het gevolg dat deze steden het meeste schade leden tijdens de oorlog?
    Maria: Zeer zeker. Waar men zich richt op zonden tegen het leven, zal God zijn Gerechtigheid schikken volgens een onvermijdelijk patroon. Laat dit een voorbeeld zijn voor de regeringen, gerechten en dokters uit het Oosten, zowel als het Westen!

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    21-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 21. Hel en satan
    Hoofdstuk 21. Hel en satan

    Nicky: Maria, waarom bestaat satan?
    Maria: God wou zijn engelen op de proef stellen en hierop antwoorden Lucifer en zijn volgelingen met overmoed: "Neen." Hij was de mooiste en meest intelligente van alle engelen en wou de dingen naar zijn hand zetten, niet naar Gods hand.

    Nicky: Bestaat de hel, zoals de oudere generatie erover spreekt, werkelijk?
    Maria: Ja.

    Nicky: Welke houding van het hart kan leiden tot het eeuwige verlies van onze ziel?
    Maria: De onbuigzaamheid, de arrogantie en de overmoed om de genade en de liefde in ons te aanvaarden en dit tot het allerlaatste moment. En hier bedoel ik niet enkel de liefde voor God, maar eveneens de liefde voor de medemens.

    Nicky: Wat zijn de gevolgen voor mensen die, zoals u zonet vertelde, deelnemen aan de occulte praktijken? Hoe streng is de straf die hen na de dood staat te wachten?
    Maria: Opnieuw hangt alles ervan af. Er is een groot verschil tussen hun werkelijk besef dat dit alles van satan afkomstig is, of hun naïviteit, onwetendheid of onvolwassenheid. Als zij dit bewust en met volle kennis van zaken beoefenen, zijn de gevolgen verschrikkelijk, maar als zij het enkel uit onwetendheid doen, zal God minder streng zijn. In ieder geval moet dit zo vlug mogelijk worden gebiecht en specifiek en bij naam worden genoemd. Hoe dieper de betrokkenheid was, hoe meer ervaren de priester moet zijn. Maar ik vrees ervoor dat dit fenomeen vandaag voor vele priesters onbekend is en sommige priesters zijn zelf betrokken bij het occulte. Vooral voor hen durf ik de gevolgen niet uit te spreken, omdat zij een veel grotere verantwoordelijkheid dragen.

    Nicky: En wat nog kan hij tegen u ondernemen?
    Maria: O, alles wat hij kan. Het is gebeurd dat ik naar een reeks gesprekken moest gaan bij 40 graden koorts, maar ik kon niet weten waar ik die kou kon hebben gevat. Ik sloeg er dus geen acht op en wanneer de gesprek begon, was de koorts verdwenen en voelde ik mij zo goed als altijd.

    Nicky: Hoe machtig is satan en tot op welke hoogte worden wij beschermd tegen hem door ons eigen goed gedrag en door onze Engelbewaarder?
    Maria: Die bescherming is heel sterk. Zonder deze bescherming zou satan ons heel vlug doden. Laat mij u vertellen over wat er gebeurde met een heel heilige priester in een klooster hier nabij, in Bludenz, en misschien zult u dit bijstand noemen van de zielen in het oplossen van een misdaad. Deze persoon was de oudste en ook de overste van het klooster. Hij bad zoveel en deed zoveel goed dat hij dikwijls het mikpunt van jaloezie was door de jongere en minder gebedsvolle priesters.

    Op een avond waren twee van de jongere mannen op weg naar hun kamer toen ze langs een van de hoofdgebouwen kwamen en licht zagen branden in de kelder. Omdat het reeds laat was, bracht het licht hen in de war en gingen ze kijken wie er zich bevond. Ze gingen de kelder binnen en tot hun gruwel troffen zij deze oude en heel geliefde priester dood aan. Hij was met een touw rond zijn nek vastgebonden aan de deurklink. Zijn benen waren uitgestrekt alsof hij neerzat, met maar een paar centimeters van de grond. De politie werd erbij gehaald en wekenlang werd het klooster binnenste buiten gekeerd. Heilige, zoals hij was, kon ook maar niemand zich inbeelden dat hij zelfmoord zou plegen. Alle overige priesters werden uiteraard ondervraagd omdat het algemeen geweten was dat er met hem de spot werd gedreven omwille van zijn nabijheid tot God in zijn voortdurend diep gebedsleven en onophoudelijke goede daden. Maar het lange onderzoek bracht geen opheldering en de hele streek bleef versteld achter.

    Toen bracht iemand het droevige verhaal tot mij en ik stemde ermee in om de Arme Zielen erover te ondervragen. Er kwam al spoedig een antwoord omdat er zo velen voor hem baden en omdat het hele klooster uiteraard in schrik leefde omwille van het gebeuren. Ik kreeg het volgende antwoord: "Onze Lieve Vrouw is aan hem verschenen en heeft hem gevraagd of hij satans mogelijkheid om hem te doden wou aanvaarden. Als hij dit zou aanvaarden, zou dit tot herstel van vele zielen dienen die zichzelf aan hem hadden verkocht. Dit had hij aanvaard."

    Met dit antwoord ging ik naar ginds naar het klooster waar iedereen, politie inbegrepen, tezamen werd geroepen. Voor iedereen las ik het antwoord luidop. In de stilte die hierop volgde, slaakte een priester achteraan een diepe zucht en ik vroeg hem wat er gebeurde. Hij kwam in tranen naar voor en nam een stuk papier uit zijn zak. Hij legde uit dat hij het in de zak van de priester had gevonden op de avond dat hij en de andere priester hem gevonden hadden. Hij vouwde het open en toonde het aan de hele kamer dat het in het handschrift van de oude priester was geschreven en las het daarop aan iedereen voor. Er stond geschreven: "Onze Lieve Vrouw is aan mij verschenen en heeft mij gevraagd om satans mogelijkheid om mij te doden te willen aanvaarden. Als ik dit zou doen, zou dit tot herstel leiden van vele zielen die zichzelf hadden verkocht aan satan. Ik heb het voorstel aanvaard."

    Nicky: En zo stemde hij er dus mee in om zijn leven te geven voor mensen die hij nooit had gekend en die betrokken waren geraakt bij occulte praktijken.
    Maria: Precies.

    Nicky: Wanneer is dit gebeurd en kunt u mij de naam van deze buitengewone priester vertellen?
    Maria: Jazeker. Dit gebeurde pas in de late jaren 80 en zijn naam was Vader Joseph Kalosans. Zo’n goede en moedige man is zeker en vast een heel machtige bemiddelaar voor ons.

    Nicky: Wat is het dat de mensen van vandaag aantrekt tot het occulte?
    Maria: Er is altijd wel schijnbaar een onschuldig iets dat de mensen aantrekt tot enige van deze bezigheden. Vooral de televisie is vandaag hiervoor verantwoordelijk. Het is het altaar in het centrum van 95 procent van de woonkamers geworden vandaag is de westerse huizen. Daar worden de kinderen onophoudelijk gebombardeerd met de verleidingen van het geld, het materialisme, seks, geweld en macht. En zo dikwijls worden tijdens deze programma’s occulte praktijken voorgesteld als een spelletje en onschuldig plezier met grote beloften eraan verbonden. Ook de muziek van vandaag is een middel om dit proces te doen starten.

    Nicky: Bezit u een televisie?
    Maria: Neen, die heb ik niet, ik wil er zelfs niet van dromen. Ik zie genoeg zaken zoals ze zijn [lachend]. En enig belangrijk nieuw verneem ik via de krant, radio, mijn vele gasten en mijn buren.

    Nicky: Is er enige zonde die Jezus niet vergeeft?
    Maria: Ja, er is er een en dat is laster tegen de Heilige Geest. Dat zal Hij nooit vergeven. Maar, uiteraard, betekent dit "neen" tegen Hem zeggen, "neen" zeggen tegen Zijn Licht, Liefde, Genade en Vergevingsgezindheid en dit herhaaldelijk tot op het einde. Met Gods onmetelijke Barmhartigheid kunnen mensen hier altijd uitkomen als ze het willen, maar ze moeten het willen. Niemand anders kan dit doen in hun plaats. Zij moeten de wil hebben. God zal nooit onze wil manipuleren. De Arme Zielen hebben mij verteld dat iedereen dezelfde mogelijkheid krijgt bij zijn dood om "ja" te zeggen wanneer het laatste ogenblik is aangebroken, of het nu gaat om een lange, langzame dood, of iemand die zich met een kogel door het hoofd schiet. Allemaal krijgen ze dezelfde twee tot drie minuten om "ja" te zeggen tegen God. En enkel wanneer zij de hele tijd door hun "neen" aanhouden zijn zij verloren en moeten ze voor eeuwig boeten in de hel. God zal ons niet dwingen om onze "neen" tegen Hem te veranderen en satan kan ons niet dwingen om onze "ja" te veranderen. Dit is een andere reden waarom we nooit iemand mogen beoordelen of ernaar raden waar ze terechtgekomen zijn. We zien nooit wat er precies gebeurd tussen God en de ziel tijdens deze ogenblikken, ook al kunnen we een ogenschijnlijke vrede waarnemen, of het gebrek eraan, op het sterfbed.

    Nu herinner ik mij plots een geval dat deze noodzakelijke behoedzaamheid aantoont.

    Ooit was er een kleine jongen die vreselijk werd misbruikt door een priester. Deze verschrikkelijk wonde was er de oorzaak van dat hij alle priesters en de Kerk verder vermeed. Velen rondom hem hebben heb geholpen om terug te keren bij het ouder worden, maar hij bleef ver weg en viel zelfs dikwijls de Kerk en alles wat er mee te maken had aan. Toen werd hij heel erg ziek en bleef hij de Kerk lasteren tot op het einde. Een zorgzame en gebedsvolle man die het hele verhaal kende bracht deze zaak tot bij Thérèse Neumann, die ook kon te weten komen waar zielen terechtkwamen.

    Toen zij het te weten kwam zei ze dat de jongen gered was, maar zich nog steeds in het Vagevuur bevond. Dit verraste de man die naar hem had gevraagd en vooral omdat de man gestorven was terwijl hij de Kerk tot op het einde bleef belasteren. De uitleg was de volgende. Alhoewel satan zijn weg tot de waarheid had versperd toen hij nog steeds een hoogst gevoelige en beïnvloedbare jongen was, had hij steeds in stilte zijn weg gezocht naar de ware God en omdat hij altijd deze nood in zijn hart had gehouden, had Gods genade hem tot Hem opgeheven. Opnieuw is dit een onmetelijk reusachtig bewijs van Gods Barmhartigheid en vertelt het ons dat we nooit besluiten mogen nemen, zelfs al hoorden we of zagen we dingen die in de andere richting wezen.

    Nicky: Maria, is er enige manier om te vertellen dat iemand verloren is? Zeggen de Arme Zielen wel of een ziel verloren is?
    Maria: Neen, dat zeggen ze nooit omdat ze zich enkel bewust zijn van wat er voor hen ligt. Maar gaan we terug naar het eerste gedeelte van uw vraag. Ja, iemand met veel ervaring en onderscheidingsvermogen kan tot dit besluit komen. Als een familie veel onenigheid en andere zware aanvallen krijgt te verwerken, en iemand kan dit herleiden tot een welbepaalde persoon, dan zou er een ernstig uitdrijvingsgebed moeten worden gebeden door een bevoegd en ervaren iemand. Iemand die zich in een staat van genade bevindt om dit zowel over de ziel als over deze die bijzondere aanvallen krijgt, uit te voeren. Als de vrede dan terugkeert, kunnen we, vrees ik, tot het besluit komen dat de eerdere ziel verloren is. Ik ken ook een man die de aanwezigheid kan voelen van zielen terwijl deze nog steeds in het Vagevuur zijn. Dus, hier ook, indien hij zegt dat een ziel niet ginds is en we daarenboven weten dat de familie blijkbaar verschrikkelijke aanvallen heeft te verwerken en dat, als gevolg hiervan, de familie is weggedreven van God, van de Kerk en elk gebed, kan hij zeggen of hun voorouder verloren is en aldus de machtigste van alle gebeden nodig zijn om de afstammelingen van deze greep te verlossen. Vrede en gebedsvolle levens zijn dikwijls tot deze families teruggekeerd nadat er zorg werd voor gedragen.

    Nicky: Wat kunt u mij vertellen over satans activiteiten vandaag?
    Maria: Nog nooit als tevoren is satan zo sterk en actief als vandaag.

    Nicky: Waarom denkt u dat dit het geval is?
    Maria: De twintigste eeuw kan met geen enkele andere worden vergeleken, wanneer het aankomt op afvalligheid, moord, hebzucht naar geld en macht, haat, onvergefelijkheid en het gebrek aan gebed. Dit was de eeuw van satan. Zijn hoge graad van activiteit is er ook omdat hij weet dat er een grote gebeurtenis in het verschiet ligt die de bekering van de mensheid zal inhouden. Hij weet dat zijn spelletjes spoedig danig zullen worden afgezwakt en daarom schreeuwt hij als nooit tevoren, alvorens te worden overwonnen.

    Nicky: Vertel mij, hoe kan God, en ook wij, gelukkig zijn in de Hemel wanneer zielen die ons zeer nabij waren, voor eeuwig verloren zijn in de hel?
    Maria: In de Hemel is alles, maar dan ook alles op God gericht, en zo’n dingen zijn ons niet langer nabij ginds. Alles in de Hemel is zuivere vreugde, zuivere verering en zuivere schoonheid. Er bestaat niets minder daar en zo’n verdriet, bezorgdheid of verlies heeft geen enkele ruimte daar. Gods aanwezigheid is zo sterk ginds, dat al het andere volledig achtergelaten en dergelijk verleden volledig weggesneden wordt.

    Nicky: Als zielen verloren gaan, wat gebeurt er dan met hun Engelbewaarders?
    Maria: Zij keren net, als de beschermengelen van de zielen in het Vagevuur, terug naar de Hemel, maar enkel op aanwijzen van God.

    Nicky: U hebt gezegd dat zowel de Hemel als het Vagevuur vele verschillende lagen hebben. Heeft de hel ook verschillende niveaus?
    Maria: Ja, het heeft een ontelbaar aantal niveaus en het ergste niveau bevindt zich op de bodem.

    Nicky: Maria, satan moet u zowat haten. Is dit het geval?
    Maria: Ik veronderstel van wel. Ik wordt zowat voortdurend aangevallen. Het ergste wat mij overkwam was het verlies van het vierhonderd jaar oude huis van mijn familie. Het ging in de vlammen op de tiende juni van 1986 en was zonder twijfel het werk van satan. Het gebeurde uit het niets. Ik bevond mij beneden om 12.30 uur omdat ze kippenvoer aan het leveren waren. Boven hoorde ik iemand stappen en springen. Tegen de tijd dat ik daar was, had de kamer reeds volop vuur gevat. De brandweer kwam, maar kon het vuur gewoonweg niet doven. De muren bleven overeind, maar al het overige was verloren. Enkel één kamer ging niet op in de brand en toen ik deze betrad waren de beste zaken, zoals het linnen en zo, ook verdwenen. Gestolen. De politie zag er geen graten in om alles terug te verkrijgen en de Arme Zielen vertelden mij om niet bezorgd te zijn en dat alles zou worden vervangen. En alles gebeurde ook zo. Ziet u, dit huis werd toen voor mij gebouwd, toen aanverwanten en vrienden een collecte hadden gehouden na de brand. Alles heb ik opnieuw gekregen. Een andere vrouw uit Italië, die ook de zielen waarneemt, is juist hetzelfde overkomen, met hetzelfde verlies, dezelfde beloften en dezelfde resultaten.

    Enkel later heb ik mij gerealiseerd dat ik er over gewaarschuwd ben geweest door mensen die mij hadden verteld dat mijn huis zou afbranden, en ook had een ziel mij zelfs verteld dat de oorzaak van de brand niet bij mij zou liggen, maar ik veronderstel dat ik er nog niet klaar genoeg voor was om dit onderscheid te kunnen maken en aldus de waarschuwing niet ernstig genoeg had genomen.

    Ja, satan is erg gefrustreerd door mij. Tijdens een uitdrijving, ik geloof dat ik in Frankfurt was, vroeg de aanwezige priester aan de stem die uit de mond van de man kwam: "Valt u ook Maria Simma uit Vorarlberg aan?" De stem antwoordde: "Neen, want als ik dat probeer, verlies ik te veel zielen."

    Nicky: Wat nog heeft hij u aangedaan?
    Maria: Wel ...

    Nicky: Wat is het, Maria?
    Maria: Er was een ernstig complot in de maak om mij te vermoorden.

    Nicky: Wat? Kunt u ons hierover meer vertellen?
    Maria: Een gespreksweekend werd voor mij gepland in Noord-Duitsland in de lente van 1974 en ik zou op vrijdag, zoals gebruikelijk, vertrekken. Maar enkele nachten daarvoor kwam een ziel mij bezoeken en zei eenvoudig: "Ga daar niet heen." Dit verbaasde me sterk omdat me jaren werd voorgehouden om elke uitnodiging te aanvaarden die ik ontving.

    Eerst dacht ik het er een treinstaking zou zijn of iets dergelijks, en zo luisterde ik naar de radio, maar neen, de treinen bleken normaal te rijden. Toen sprak ik met mijn priester, die me de raad gaf om te vertrouwen in wat de zielen mij vertelden omdat daar waarschijnlijk een goede reden voor was. Zo zond ik een brief per express naar de inrichters van de gespreksavonden en deelde hen eenvoudigweg mee dat de zielen mij hadden verteld om tijdens dat bepaalde weekend thuis te blijven.

    Twee dagen later kwam er een andere ziel en vertelde me dat er een moordplan werd beraamd. Het moest in Keulen zijn want de trein van hier in Bludenz naar Keulen is een slaaptrein en enkel daar zou ik heel laat ’s nachts kunnen overstappen. Ik herinnerde mij van daarvoor dat het treinstation in Keulen lange donkere gangen bevat, die ik moest doorgaan, en ik heb dit steeds gevaarlijk gevonden.

    Eerder had ik hen reeds een brief geschreven waarin stond welke trein ik zou nemen en om welk uur ik ginds zou aankomen. Die brief is echter nooit aangekomen en moet in verkeerde handen terechtgekomen zijn. Op de eerste gesprekavond kwam een ziel mij bezoeken en vertelde mij dat er drie personen bij het plan betrokken waren en dat ze er waren achter gekomen waarom ik alles had afgezegd.

    Ziet u, de gesprekken werden nooit afgelast, ik werd louter vervangen door audiocassettes opdat de mensen niet al te teleurgesteld zouden zijn. Alles ging dus door zoals eerder was gepland en de drie waren hoe dan ook naar de lezing gegaan en omwille hiervan hebben twee ervan zich bekeerd. Ik kwam er ook achter dat ze met succes eerdere moorden hadden gepleegd die nooit konden worden opgelost.

    Zijn deze zielen dus niet prachtig? Ze hebben een leven gered en bekeerden twee misleidde mensen zonder zelfs iemand bij naam te noemen, te beschuldigen of te veroordelen. Dat is onze christelijke plicht.

    Nicky: Als God moordenaars vergeeft, wat zijn dan de zonden waarvoor wij het meeste het Vagevuur verdienen?
    Maria: Alle zonden, behalve de lastering tegen de Heilige Geest, kunnen worden vergeven, maar de zonden waardoor wij het grootste lijden in het Vagevuur verdienen zijn over het algemeen de zonden tegen de liefde, zoals vijandigheid, blijvende koppigheid en echtscheidingen. Ook het gebrek aan het beleven van het geloof wanneer iemand eenvoudig weigert te geloven en hiertegen handelt. En dan is er ook de verdorvenheid en het zedenloze gedrag. In het verleden was het duidelijk het gebrek aan geloof dat het grootste lijden veroorzaakte in het Vagevuur, maar thans is dit veranderd in verdorvenheid en zedenloosheid.

    Nicky: Wanneer een huis zogezegd wordt gekweld door plaaggeesten, hoe kunnen we dan vlug achterhalen of het de Arme Zielen zijn of iets demonisch, satanisch?
    Maria: Als er op enige wijze kan worden achterhaald of het verband houdt met iemand die daar ooit heeft geleefd, dan is het een Arme Ziel die gebeden nodig heeft. Maar als het hoe dan ook onsmakelijk, gewelddadig, duister en zelfs stinkend is dan moet er een uitdrijvinggebed worden gebeden in en rond de plaats. In beide gevallen moet er gewijd water worden gesprenkeld om het kwade te verjagen. Als het dan nog blijft duren, dan is het ongetwijfeld een Arme Ziel die een Mis, gebeden en goede daden nodig heeft om hogerop te geraken en aldus de plaats te verlaten.

    Nicky: Krijgt satan de toelating om ons aan te vallen tijdens de momenten van ons overlijden?
    Maria: Ja, en bij gelegenheid doet Hij dat ook, maar wij ontvangen eveneens de genade om hieraan weerstand te bieden. Als iemand niet wenst dat hij binnendringt, dan kan satan niets doen.

    Nicky: Is hopeloosheid dan een zonde?
    Maria: Ja, dat kan het zijn, als iemand geen enkele hoop of vertrouwen heeft. Ziet u, God wenst ons steeds hoop te geven, het is gewoon aan ons om deze te aanvaarden.

    Nicky: Bij de aanvang van het gesprek vertelde u mij dat satan niet langer de zielen in de hogere niveaus van het Vagevuur kan aanvallen, maar in deze wereld worden zelfs de meest heiligen onder ons verleid en aangevallen door satan, zelfs tot op het moment van onze dood. Kun u dit verschil wat nader omschrijven?
    Maria: Eenmaal de vlekken van de zonde van de zielen in het Vagevuur worden overgenomen door het Licht omwille van hun lijden en onze goede daden voor hen, kan de duisternis niet langer terugkeren. Elke duisternis in het Vagevuur wordt steeds overwonnen door het licht terwijl, hier op aarde, het licht steeds kan worden gedoofd door de duisternis. De duivel maakt gebruik van de kleinste vlekken om ons terug tot de duisternis te leiden. De grootte van deze vlekken is afhankelijk van de genaden die ons worden verleend door God, en aan de Heiligen werden, uiteraard, grote genaden verleend.

    Nicky: satan blijkt dikwijls zo machtig te zijn dat mensen zich zouden afvragen welke verschillen er zijn tussen satan en God.
    Maria: Dat kan ik begrijpen. Ieder van ons kan op elk moment kiezen om een volgeling van satan te zijn of een volgeling van God. We moeten God in alles wat we doen aanroepen en bereiken. En we kunnen veel doen om onszelf te beveiligen tegen satans greep. Waar God onze gedachten kent, kent satan deze niet, behalve bij hen die hem gedachtig zijn. satan kan echter dieper binnendringen door onze woorden te horen en onze daden te zien en zo later onze zwakheden, die hij hierdoor heeft achterhaald, aan te vallen. Stilte kan nooit kwaad. Ons bewust blijven van onze zondigheid en hierdoor nederig en stil blijven is een van Gods grootste wensen. En het gebeurt dat we, in het leren van de macht van deze stilte, vlugger komen tot het luisteren naar God. Stilte, alleen met God, is op zichzelf alleen al een groot gebed.

    Enkel de biecht kan satan weerhouden van de kennis van onze zonden. Als iemand aan de gebeden deelneemt tijdens een exorcisme en ongebiechte zonden heeft, zullen de stemmen dikwijls de betrokken persoon beschuldigen van zonden die hij heeft begaan, waarbij satan het dan ook bij het rechte eind heeft, en dit tot verlegenheid van iedereen. Maar, als ze in een staat van genade zijn, kunnen de duivels niets inbrengen. En zo is het juist om te zeggen dat wij het zijn die satan elk recht verlenen. God is nederig, stil en vriendelijk terwijl satan hoogmoedig; luidruchtig en irriterend is. Herinner steeds dat wij naar Gods beeld zijn gemaakt en zo moeten wij bewust en voortdurend vechten om te zijn wat hij van ons verlangt om te zijn: met Hem.

    Een van de grootste leugens van de tijden waar wij nu in leven is dat satan niet bestaat. Er zijn zelfs priesters die dit vandaag beweren. Men zegt gewoonweg dat de bezetenheden uit de Bijbel vandaag worden erkend als lichamelijke of geestelijke ziekten ... en symptomen kunnen worden bestudeerd, geanalyseerd, opgevolgd en er wordt ook een benaming aan gegeven en "bingo!" het is niet langer het werk van de duivel. Hoe naïef, oppervlakkig, lichtvaardig, stompzinnig en arrogant zijn deze mensen! satan lacht zich gewoonweg een breuk en de ziekenhuizen kunnen amper de opvang aan. Breng heilige priesters en ervaren leken naar hen en kijkt naar het aantal gevallen dat zal afnemen van deze overbestudeerde verschijnselen. satan overwint nadat hij verdeeldheid heeft gebracht. God leidt ons in vrijheid naar vrede en naar de hemelse eenheid.

    Nicky: Waar in de westerse gemeenschap kan satan nog hevig aanvallen en dat relatief onbekend is onder ons?
    Maria: satan is overal vandaag: in de Kerk, in de wetten, in de geneeskunde, in de wetenschap, in de pers, in de kunst ... maar er is een welbepaald gebied waar hij de meeste tijd doorbrengt en dat is in de wereld van de banken. De hebzucht van het Westen heeft dit toegelaten en enkel God is nog sterk genoeg om dit te kunnen stoppen.

    Nicky: Eerder hebt u gezegd dat dieren ook onze gebeden nodig hebben. Kunt u mij vertellen welke dieren satan het meeste haat?
    Maria: Omdat hij sedert lang de beste vriend is van de mens, haat satan de honden het meest. Maar opnieuw, hij haat elk schepsel dat ons nauw aan het hart ligt. De duivel is zuivere haat en zal alles doen wat in zijn macht ligt om ons weg te houden van dingen die ons warmte, steun of bescherming brengen en dieren zijn wat dit betreft een groot geschenk door God, zowel als alle andere dingen.

    Nicky: Als satan zozeer onze gebeden haat, wat is dan, volgens uw mening, zijn meest gebruikelijke wijze, om de mensen weg te houden van het gebed?
    Maria: Ook voor dat gebruikt hij de trots van de mensen. Iemand die nooit gebeden heeft en daarom geen enkele kennis bezit over het gebed, zal zich beledigd voelen wanneer iemand tot hem zegt: ik zal voor u bidden. Ze worden misleid door het feit dat ze denken dat zij het bij het rechte eind hebben en daarom niemands gebeden nodig hebben. Dit is een list, een misleiding van de geest en een grote leugen. Er is geen enkele persoon op de wereld die geen dringende nood heeft aan de tussenkomst van anderen. Gebeden brengen God tot hen, zelfs al beseffen ze niet dat het gebeurt. De kracht van het gebed is ontzettend en gebed is het beste wat iemand kan doen voor een ander.

    Nicky: We zijn nu beiden moe, Maria. Is er iets waarmee ik u kan helpen? U weet dat ik met de auto ben.
    Maria: Ja, ook ik ben moe. Het zou goed zijn om een beetje naar buiten te gaan: het is zonnig, maar neen, ik denk dat ik nergens hulp bij nodig heb.

    Nicky: Bent u zeker? Geen winkel, geen postkantoor?
    Maria: Wel misschien. Ik heb iets dat moet worden teruggebracht naar de winkel. Het zou goed zijn als wij daarheen konden gaan.

    Nicky: Jazeker en ik laat deze dingen hier en we gaan morgen gewoon door.

    Als Maria haar zware jas aandoet, klopt mijn hart en mijn brein. Deze oude vrouw is beminnelijk. Zij is zo nederig, maar spreekt met een helderheid waartegen niets is in te brengen. Ze lijdt in stilte, maar is steeds vreugdevol en er is zelfs een levendige humor aanwezig in haar. Zijn neemt mij bij de arm en we dalen de trappen af.

    In de wagen lijkt ze zo klein en ze kan amper over het instrumentenbord kijken. Ze heeft stevig een doek om het hoofd en haar handen rusten vredevol op haar schoot. Zij lijkt zich blijkbaar goed thuis te voelen en volledig in vrede, alhoewel ik virtueel een volledige vreemde bentvoor haar. Wij rijden beneden voorbij de kerk en verder beneden de hoofdstraat bevindt zich een 150-tal meter verder de winkel. Terwijl we over de parking wandelen, voel ik mij een beetje onbeholpen, maar ik kan er niet aan weerstaan om elke stap van haar gade te slaan om te zien of ze met een onzichtbaar iemand praat of niet. Het schijnt niet te gebeuren, maar ze heeft wel jaren ervaring om het te verbergen, zoals ze het deed tijdens het bezoek van die Zuster. We wandelen verder in stilte. Met de plaatselijke bevolking in de winkel spreekt ze haar merkwaardig Voralbergs dialect. Niemand behandelt haar als iemand anders, maar als, wat ze zegt, waar is, dan moet zij zich dikwijls alleen voelen. Maar op geen enkel manier lijkt zij aandacht te vragen, verdacht, zenuwachtig, iets te bespieden iets af te dwingen, noch intolerant. Zij vraagt naar niets en geeft haar volledige leven. Mijn genegenheid en eerbied voor haar laat geen plaats voor enige twijfel in mij in haar oprechtheid, eerlijkheid en geloofwaardigheid. Het is zeer twijfelachtig of ik ooit een zuiverder persoon met Christelijke waarden heb ontmoet. Zij is zo een lief als een kind. Men zou haar zo willen knuffelen en "ontvoeren." Bij het verlaten van de winkel bedankt zij mij voor deze kleine dienst en ze is werkelijk gelukkig dat dit is afgehandeld. Ik rijd haar terug naar huis en we komen overeen om elkaar de volgende ochtend terug te zien. Ik laat haar uit mijn wagen en bij het naderen van haar deur roept zij mij voor de tweede keer na: "Vergelt’s Gott und bis morgen."

    We hebben opnieuw afspraak de volgende morgen om 9.30 uur. Ik rijd weg en vind onderdak in het huis van een vriendin van Maria, enkel honderden meters beneden de kerk.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)
    20-04-1976
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Get us out of here!! Hoofdstuk 20. Het occulte
    Hoofdstuk 20. Het occulte

    Nicky: Wat kunt u mij vertellen over het occulte?
    Maria: Het woord "occult" betekent verbergen of in duisternis en wordt gegeven aan alle bezigheden die, als dusdanig erkend of niet, als bedoeling hebben om satan te vereren. Vandaag zijn er veel te veel om er een degelijke lijst van te maken en elk gedeelte van de wereld kent aparte praktijken die uiteraard, volledig andere namen hebben. Maar satan is de expert in het vermommen.

    Maar wat het meest krachtige en vernietigende is vandaag, is het zuivere het primaire kwaad onder het ontelbaar aantal mensen die anderen verwensen, vervloeken en beheksen. Zwarte Magie in al haar vormen is vandaag, zoals nooit voorheen, algemeen overheersend.

    Nicky: Wat is de uitwerking op mensen die het doel zijn van dergelijke geestelijke aanvallen?
    Maria: Elke dergelijke aanval kan op zijn minst verwarring en angst teweegbrengen en dikwijls de persoon depressief, neerslachtig, angstig, verwarring, echtscheiding, haat en bezeten maken en zelf een angstaanjagende dood berokkenen indien zij niet heel goed worden beschermd door een goed leven, de engelen, zowel als door de Arme Zielen.

    Nicky: En voor de mensen die het occulte uitoefenen, wat is het gevolg voor hen als ze niet onmiddellijk hiermee ophouden?
    Maria: De gevolgen, bewust of niet, onwetend, actief of passief van alle occulte bezigheden zijn allemaal dezelfde en zullen eveneens overgaan op de volgende generaties. De gevolgen van deze zonde heeft een aaneenschakeling van dingen tot gevolg, tenzij de betrokken mensen onmiddellijk en blijvend Jezus aanroepen. Maria en de Heilige Aartsengel Michaël komen tussen en houden de aanvallen tegen, zodat ze uiteindelijk ophouden.

    Nicky: Wat moeten de mensen doen die aan deze praktijken ooit actief hebben meegewerkt en nu, naar aanleiding van wat u hebt gezegd, hiermee wensen te stoppen.
    Maria: Eerst en vooral moet men er onmiddellijk mee stoppen en ermee ophouden om die mensen nog te zien die u door deze gewoonten kent en doe het zonder anderen hiervan op de hoogte te brengen. Verbrand al het verzamelde materiaal die tot deze occulte zaken dienden. Verlaat alles in stilte en vind daarna de veiligheid onder de Christenen. Eenmaal u dit hebt gevonden, vind dan een goede en ervaren priester of leek die ervaring heeft met deze zaken. Alles in stilte verlaten is heel belangrijk, want als u het aan de anderen verkondigt, kan het nieuws van uw bekering onmiddellijk opklimmen tot de hoogste hiërarchie van elke occulte organisatie en eenmaal het nieuws zover geraakt, kunnen en zullen zij u aanvallen. In al deze organisaties bevinden er zich heksen en tovenaars die u kunnen en zullen aanvallen met de duivels onder hun controle.

    Nicky: Maria, dit klinkt extreem!
    Maria: satan is extreem en zal nooit stoppen met zij, die uit deze greep willen geraken, te kwetsen en te vernederen.

    Nicky: Kent u gevallen waar mensen die uit deze greep van slechte praktijken probeerden te raken, schade werd toegebracht omdat ze er niet stil rond bleven, zoals u aanraadt?
    Maria: Ja, ik ken zulke gevallen. Er werd mij een naam gegeven om uit te zoeken of deze persoon nog in leven was of hij vermoord werd. De antwoorden die ik ontving van de zielen was dat hij vermoord was omwille van zijn bekering. Ongelukkiglijk had hij niet naar de raad van de Christenen rondom hem geluisterd door niet terug te keren naar zijn vorige omgeving. Maar deze voelden op de een op andere wijze dat zijn afwezigheid veel te verbergen had en ze waren dan ook niet gelukkig met zijn plotse en diepe bekering. Het negeren van deze belangrijke raad heeft hij uiteindelijk met zijn leven moeten bekopen, maar ook in dit geval waren wij in de mogelijkheid om hem vlug te bevrijden en nu is hij in de hemel bij Jezus.

    Nicky: Hoe nog kunnen heksen of tovenaars ons kwaad aandoen?
    Maria: Op eindeloze manieren. Ze kunnen echtscheidingen veroorzaken, ziekte zenden over mensen, huizen doen afbranden, waarbij uiteraard niet het minste spoor wordt nagelaten. Zij kunnen de mensen ’s nachts aanvallen. Als er genoeg kracht achter zit, bij een heksensamenkomst bijvoorbeeld, kunnen ze gemakkelijk iemand vermoorden zonder zelfs hun huis te moeten verlaten. Zo werd een priester een tijdje geleden door hen vermoord en daarbovenop waren ze nog pervers genoeg om dit op Kerstavond te doen. Zij kunnen onze gesprekken van op een grote afstand afluisteren zonder enige mechaniek en ons later belasteren. Zij kunnen auto-ongelukken veroorzaken en nog meer. En ze kunnen dit alles doen van op afstand. Ja, alles wat ze nodig hebben is een naam, een adres, een foto of een stukje kledij van de persoon die betrokken was bij hun bezigheden. Maar nog moeten negatieve uitkomsten van zwarte magie steeds door God worden toegelaten. Goede Christenen hoeven zich geen zorgen te maken, want als ze nederig zijn, zich in een staat van genade en gebed bevinden dan is deze bescherming veel sterker dan wat de duivels ook maar kunnen aanrichten.

    Nicky: Bestaan er zwarte missen?
    Maria: Ja, en vandaag meer dan ooit tevoren in de geschiedenis. Hier is hier waar zij Jezus martelen door afgrijselijke dringen te doen met de Gewijde Hosties en onschuldige kinderen. Nieuwgeboren kindjes worden dan geboren zonder enige Geboortecertificaat zodat ze met hen kunnen doen wat ze wensen. Ze offeren ook maagden op, nemen deel aan orgieën, drinken bloed en doen aan kannibalisme om de beloofde macht te verkrijgen. Door niets is satan te stoppen. Vele van deze organisaties zullen de mensen, nadat deze een bepaald niveau hebben verkregen, vertellen dat ze nooit meer kunnen weggaan. Dit is een leugen. Men kan dit altijd. Jezus vergeeft zelfs mensen die ooit hebben deelgenomen aan zwarte missen.

    Nicky: Op welke dingen in de maatschappij leggen de heksen zich vooral toe?
    Maria: Dat hangt ervan af, maar heel dikwijls onder de kinderen op school. Ook in klinieken, waar bloed en medicijnen heel gemakkelijk te verkrijgen zijn. Ook binnen de kerk en gebedsgroepen veroorzaken zij tweedracht. En ook onder de politie en wettelijke overheden, zodat ze over ingewijden beschikken die de activiteiten van anderen kunnen nagaan. Zij zijn zeer goed georganiseerd en verbergen zich dikwijls, in elke laag van de maatschappij, achter gewone zakenkledij of uniformen. Zij zoeken allemaal zoveel mogelijk macht.

    Nicky: Als men een heks verdenkt, zijn er dan enige gewoonten waardoor men de echtheid hiervan kan achterhalen?
    Maria: Zij streven enkel naar aandacht en zullen alles doen om controle te krijgen over anderen. Het ontbreek hen dikwijls aan spontaniteit omdat al hun bewegingen om iemand te benadelen reeds zijn gepland en rondom kerken zullen zij een overdreven en aldus valse vroomheid hebben. Zij zullen bluffen over hun godsdienstige en spirituele kennis en mogelijkheden en dikwijls een valse naam gebruiken.

    Maar alstublieft, alstublieft, laat nooit uw verdachtmakingen merken en houdt deze volledig voor uzelf omdat u nooit zal weten of ze het zullen te weten komen. Bovendien als u uw verdachtmaking bekend maakt, kunnen de demonen hen hiervan op de hoogte brengen. Ga gewoon in stilte uw verdere gang en bid elke dag voor deze mensen. Enkel het gebed zal hen bevrijden, terwijl onze woorden over hen ons enkel schade kunnen toebrengen.

    Nicky: In de Verenigde Staten is er vandaag een debat aan de gang tussen, aan de ene kant, priesters en lekenraadgevers die zeggen dat satanische rituelen misbruik is en overal welig tiert, en anderen die zeggen dat deze verhalen pure verzinsels zijn die worden wijsgemaakt aan hoogste beïnvloedbare personen. Hebt u hierover iets te zeggen?
    Maria: satanisch misbruik op pasgeborenen of kinderen is absoluut verwoestend vandaag. Ik zou heel voorzichtig overwegen om deze te zeggen dat het gewoon iets dat ze zelf hebben uitgevonden. Waarom laten deze zich niet vertegenwoordigen door hen die er zelf bij betrokken zijn? Wat hebben zij erbij te winnen door dezen te ondersteunen die op zoveel mogelijk macht uitzijn en tegelijkertijd slachtoffers maken. Zij vertellen zo’n stommiteiten en leugens dat ze er wel iets moeten bij te winnen hebben.

    Nicky: Waarom verkiezen mensen om anderen kwaad te doen en meer en meer macht te verwerven?
    Maria: Het begint bijna door altijd zelf slachtoffer te zijn geweest en dan zoeken ze meer en meer vergelding door macht te verkrijgen over anderen. Zowel de wegen naar heiligheid als de hel zijn trage, maar standvastige vooruitgangen. Alle kinderen worden onschuldig geboren, maar niet alle kinderen worden in vrede en zonder misbruik geboren. De weg naar de hel begint reeds dikwijls nog vooraleer het kind is geboren. Als ouders vechten, aan de drugs zitten, het duistere vereren, maar gruwelfilms kijken, naast discotheken gaan of zelfs de hele dag en nacht voor de televisie hangen, ontvangen de ongeboren kinderen alles waar ze naar kijken en horen zij of nemen zij deel aan alles in hun onderbewustzijn en worden allen diep aangetast hierdoor.

    Het is geen "oude vrouwenpraat," dat zwangere vrouwen niet naar lelijke beelden mogen kijken. Tijdens de dagen toen dit nog gezegd werd, verwees men enkel naar lelijke schilderijen of foto’s. U kunt zich dus voorstellen wat het betekent als kleine kinderen vandaag uren aan een stuk worden blootgesteld aan gruwelbeelden! Zelfs mensen die zich hiervan niet bewust zijn zondigen verschrikkelijk tegen hun kinderen vandaag, zelfs nog voor ze geboren zijn.

    Nicky: U zegt dat het pasgeboren kind allemaal overneemt van zijn ouders, dus ook de vader?
    Maria: Natuurlijk! De moeder kan thuiszitten met de kleine embryo in haar lichaam, terwijl de vader aan het oorlogsfront zit aan de Perzische Golf en de kleine ervaart alles wat hij doet. Het lijden en het herstel voor deze oorlog is reeds thuis begonnen, vele kilometer veraf. Als de vader daarbij nog een heel erg zondigt, zoals het bezoeken van een andere vrouw buiten het huwelijk, tijdens deze negen maanden, zal het kind heel gemakkelijk en onderbewust wonden bekomen, wat bijvoorbeeld kan resulteren in weerstand tegenover het andere geslacht en dus homoseksualiteit. Dat is waarom er zoveel onder hen eerlijk zeggen dat ze gewoon zo geboren zijn. Hun angst, pijn, teleurstellingen en gebrek aan voldoening zijn vaak het resultaat van de zonden van hun ouders. En zo maakt satan de mensen ziek, en hun ziekten, hun wonden kunnen enkel worden genezen met veel gebed en in het bijzonder door de hulp van de Heilige Michaël die de sterkste van allen is om satans verleidingen te bekampen.

    Nicky: Is er ooit een ziel tot u gekomen die tijdens het leven had deelgenomen aan zwarte missen?
    Maria: Dat is nog niet gebeurd, maar veronderstel hiermee alstublieft niet dat zij ten allen tijde verloren zijn. Ikzelf heb mensen gekend die hebben deelgenomen aan zwarte missen, maar hiermee ophielden en hun leven volledig hebben veranderd. En dan zijn ze uiteraard niet verloren.

    Nicky: Zo bestaan er geen diepten waar Jezus ons niet kan uit weghalen?
    Maria: Juist. Als de mensen ook Hem willen, kan God altijd satan overwinnen. Het komt altijd op onze wens neer om goed te zijn en goede daden te doen tot zelfs in de laatste ogenblikken van ons leven. Gods genade is groot!

    Nicky: Maria, kunnen verloren zielen schade veroorzaken aan levende mensen?
    Maria: Ja, zij vallen de mensen op aarde aan en vooral binnen hun eigen familie. Veel daarvan geschiedt vandaag. Sommigen zeggen dat de hel bijna leeg is vandaag omdat satans leger overal in de wereld aanwezig is vandaag. Ik werk, ik bid en ga dikwijls op bedevaart met een uitdrijver die dikwijls bezeten zielen heeft bevrijd van de aanvallen van hun aanverwanten. Dit is een duidelijke verklaring voor misdadige families die zeker bestaan. Een verloren grootvader, met alle haat binnen hem die hij heeft opgebouwd, kan gemakkelijk zijn kleinkind in hetzelfde soort leven duwen. Enkel een sterke uitdrijver kan deze kettingreactie doen stoppen. De gevangenis zal er hen niet van weerhouden, noch de doodstraf. Integendeel, meer dan waarschijnlijk zal het ervoor zorgen dat de ketting langer om langer wordt.

    Nicky: Welke van alle occulte praktijken is het meest gevaarlijk voor de mens om er aan deel te nemen?
    Maria: De vrijzinnigheid. Het leidt heel gemakkelijk tot echtscheidingen en uiteindelijk tot zelfmoord, maar opnieuw andere duistere betrokkenheid heeft dit ook tot gevolg. Maar het enige doel van de vrijzinnigheid is de volledige vernietiging van de Kerk.

    De Arme Zielen hebben mij verteld dat onze laatste Paus, Paus Johannes Paulus I, vermoord werd en dat dit het werk was van de vrijzinnigen. En toen een Kardinaal, die een heel belangrijke plaats bezat, ook stierf, wou een geestelijk begaafde vrouw uit Carinthië ook voor hem bidden. Zij bad, maar werd weerhouden. Ze probeerde diverse malen, maar kon gewoon niet verder gaan. Op een dag verscheen die Kardinaal zelf aan haar in een vuurrode gloed en zei: "U kunt voor mij niet bidden omdat ik verloren ben omwille van mijn deelname aan de vrijmetselarij en ik heb Pausen op mijn geweten." Toen ging zij naar haar geestelijke begeleider die op zijn beurt tot mij kwam en eerst alles vertelde aan mij en daarna aan de hoogste instanties binnen het Vaticaan en de Kerk. Iemand onder hen, die dit toegaf, stond aan zijn doodsbed en was getuige van snijdende schreeuwen, en zei dat hij zo’n dood niet wou sterven. Onmiddellijk ging hij te biechten bij de Heilige Vader.

    Nicky: U zegt dus dat de vrijmetselarij Paus Johannes Paulus I heeft vermoord. Zijn er andere Pausen of hooggeplaatsten binnen de Kerk recentelijk vermoord?
    Maria: Ja.

    Nicky: En gelooft u deze vrouw uit Carinthië en haar geestelijke begeleider?
    Maria: Zonder enige twijfel.

    Nicky: Maria, kunt u mij vertellen, hoe u in de meeste gevallen met satan omgaat?
    Maria: Als hij blijft zeuren en meestal gebeurt dit met kleine dingen, dan doen ik gewoon het volgende: onlangs zat ik hier de Rozenkrans aan het bidden, maar om een of andere reden moest ik de kamer verlaten. Ik liet de Rozenkrans aan de stoel hangen en ging buiten. Toen ik slechts een aantal minuten later terugkwam, lag de Rozenkrans op tafel en hopeloos in knopen, die ik niet kon ontwarren. Ik zei dus onbuigzaam tot satan: "U ellendige idioot! Herstel deze Rozenkrans of ik ontneem u tien zielen!" Voor mijn ogen ontdeed de Rozenkrans zich van de knopen en kon ik mijn gebed vervolgen. Als er iets gebeurt waarvan ik denk dat satan ermee gemoeid is, dan beveel ik hem eenvoudig om weg te gaan in de naam van Jezus Christus, en hij zal dit altijd doen.

    Nicky: Kunt u aan iets anders denken dat onze bescherming tegen het kwade kan versterken deze dagen?
    Maria: Ja, de laatste decennia is de duiveluitdrijving verwaterd, of zelfs volledig uit het Sacrament van het Doopsel geweerd. Ook dat is een grote misvatting en laat de deur open voor het kwade om het kind gemakkelijk te beïnvloeden. Ook dit is iets waar de moderne tijden de priesters hebben doen dwalen. Het uitdrijvingsgebed moet blijven en volledig, om van volledige bescherming te kunnen genieten.

    Ook het gebed tot de Aartsengel Michaël, dat vroeger aan het einde van de Heilige Mis werd gebeden, moet worden in ere hersteld. Het gebrek er aan vandaag verzwakt eveneens dramatisch de bescherming van de mensen wanneer ze de kerk verlaten. Ik smeek de priesters om moedig te zijn en te vertrouwen op de Heilige Michaël en dit gebed opnieuw in te voeren tot bescherming van hun parochianen.

    Bron: Nicky Eltz

    Vertaling: Chris De Bodt

    » Reageer (0)

    Foto




    Weetjes over Medjugorje

    Geografie

    Kroatië

    Bosnië en Herzegovina

    Godsdienst

    Wetenschap

    Portret van de zieners

    Maria's uiterlijk

    De 5 pijlers van het geloof

    Vragen en antwoorden

    Standpunt van het Vaticaan

    Ratzinger bezocht ooit Medjugorje "incognito"

    1e onderzoekscommissie

    2e onderzoekscommissie

    3e onderzoekscommissie

    4e onderzoekscommissie

    De kwestie Herzegovina 1

    De kwestie Herzegovina 2

    De kwestie Herzegovina 3

    Profetieën nemen hun tijd

    Mirjana meer en meer op de voorgrond

    Bestemming van de ziel

    De Podbrdo [Verschijningsberg]

    De Krizevac [Kruisberg]

    Het Votiefkruis

    Parochiekerk Jacobus de Meerdere

    Uitbreiding biechtgelegenheid

    Kapel der Twee Harten

    Oasi delle Pace

    Verrezen Christus

    Cumunità Cenacolo

    Mother's Village

    Vr. Slavko Barbaric

    Vr. Jozo Zovko

    Vr. Pétar Ljubicic

    Ratko Perics toorn

    Heeft Zanic Medjugorje verraden?

    Vr. Amorthe betreurt apathie

    Siroki Brijeg

    Retraîtekasteel

    Zr. Emmanuel Maillard

    Ivans gebedsgroep

    Nedjo Brecic

    Christoph Schönborn

    St. Stephansdom, Wenen 2012

    Scalambra & Casale Monferetto

    Madonna van Civitavecchia

    Little Audrey Santo

    Maria's verjaardag

    Medjugorje en Moederdag

    De IIPG [1]

    De IIPG [2]

    De IIPG [3]

    De IIPG [4]

    De IIPG [5]

    De weide van Gumno

    De priester die verdween

    Nieuwe taksen op logies

    Mirakel van de Maan

    Documentaire 1983

    BBC Documentaire 2010

    Documentaire Mary TV

    The Miracle of Medjugorje


    Interviews Medjugorje

    Mirjana Dragicevic [2008]

    Mirjana Dragicevic [1998]

    Mirjana Dragicevic [1983]

    Mirjana Dragicevic [1989]

    Mirjana Dragicevic [1]

    Mirjana Dragicevic [2]

    Mirjana Dragicevic [2009]

    Vicka Ivankovic [2008]

    Vicka Ivankovic [1983]

    Vicka Ivankovic [2007]

    Vicka Ivankovic [1988]

    Vicka Ivankovic

    Ivan Dragicevic [2003]

    Ivan Dragicevic [2004]

    Ivan Dragicevic

    Ivanka Ivankovic [1983]

    Ivanka Ivankovic [1989]

    Ivanka Ivankovic

    Pétar Ljubicic [2004]

    Pétar Ljubicic [2006]

    Pétar Ljubicic [2008]

    Slavko Barbaric [1987]

    Gabriele Amorth [2002]

    Jakov Colo

    Jakov Colo

    Jakov Colo [2007]

    Marija Pavlovic [2008]

    Marija Pavlovic [1989]

    Marinko en Dragico Ivankovic [1983]

    Damir Coric [1983]

    Marica Kvesic [1983]

    John en Andja Setka [1983]

    Jelena Vasilj [2002]

    Jelena Vasilj en
    Marijana Vasilj [1]

    Jelena Vasilj en
    Marijana Vasilj [1]

    Zlatko Zudac [1999]

    Bisschop Hnilica [2004]





    Overige Weetjes

    Bestemming van de Ziel

    Theresia van Lisieux
    over het Vagevuur

    Maria Simma

    De invloedrijkste vrouw

    Engelen

    Twaalf stappen voor een gelukkig heengaan

    Twaalf fabels over het Katholieke geloof

    Pater Pio en Karol Woijtyla

    San Nicolàs de los Arroyos

    La Madonna del Ghisallo

    O.L.V. Van den Oudenberg

    Fatima:
    Reeds eeuwen Mirakels

    Jacinto Marto uit Fatima
    door Fr. Robert J. Fox

    Profetieën nemen hun tijd

    Jacinto Marto uit Fatima
    door Zr. Lucia Dos Santos

    Ingrid Betancourt

    Dikwijls gewichtige feiten
    nà verschijningen

    satans opzet

    De Graal van Valencia

    Notre-Dâme du Laus

    Kibeho, Rwanda

    Esther en Mordechai

    Monte Cassino

    Gods adres

    Jezus' geboortekerk [1]

    Jezus' geboortekerk [2]

    De Komeet Lulin

    De Komeet Elenin

    De Komeet Honda

    Samuel Alexander Armas

    De Geur van Regen

    Jaar van de Priesters

    Dr. Gloria Polo's terugkeer

    Ian McCormack: Een blik
    in de eeuwigheid

    Middel tegen komende pandemie

    Kim Phuc

    Michael Anderson

    Zeven kenmerken
    van een goede vader

    O.L.V. van Las Lajas

    Vaders Liefdesbrief

    O.L.V. van Ocatlàn

    Elena Desserich

    Rom Houben

    Overlijden Mari-Loli Mazon

    Advent

    Gered door een engel?

    Kerst in de loopgraven

    Mgr. Peter Savelbergh

    Ontdekking v/d sarcofaag v/d H. Philomena

    De Heilige Mis

    Petrus Lombardus

    Oscar, de kat

    Tieners, geef hen nooit op!

    Ontdekking te Nazareth

    Efeze: Maria's Huis

    Wonderdadige Medaille

    De rivier Kwai

    De Exodus

    Valentino Mora

    Het vijfde Maria Dogma

    Elizabeth Kindelmann

    H. Louis de Montfort

    H. Clelia Barbieri's
    miraculeuze stem

    Steven en Djaingo

    Het wonder van San José

    Aalst, België's 9/11

    Het getal 11

    Maria en het getal 101

    Sterven op 33

    Is dit St. Jozef's graf?

    Het Kerstverhaal
    en Koning Herodes

    De Kardinale Climax

    Winterzonnewende 2010

    En de maan werd rood

    Schoonheid van Wijwater

    De dag die ontbrak

    Het celibaat

    De vierde ruiter van de Apocalyps

    De maagdelijke geboorte

    Jordanië claimt oudste christelijke vondst

    Colton Burpo versus Stephen Hawking

    H. Gelaat van Manoppello

    Padre Pio: under investigation

    Grace

    Michael Browns retreat

    7 niveau's van het liegen

    De dood van Sint Jozef

    De dood van Maria

    Betekenis van Maria's naam

    Het Aramees in opmars

    De Bosnische pyramiden

    Brugge, het Jeruzalem van het Noorden

    Wonder te Skopje


    Diverse Profetieën
    Miscellanous Prophecies

    Profetieën nemen hun tijd

    Is dit de tijd waarover ze spraken?

    Garabandal [1961-65]

    Israël en Bijbelse Profetie

    Pinksterprofetieën 1975

    Quito [17de eeuw]

    Kenmerken v/d antichrist

    A.C. Emmerich [1]

    A.C. Emmerich [2]

    De Kremna Profetieën

    Hildegard van Bingen

    Belpasso [1986-88]

    2 Noorse profetieën

    La Salette [1846]

    Anna Maria Taigi

    Diversen

    Heilige Mechtildis

    Non van Tours

    Heilige Nilus

    Bernardine Von Busto

    Non van Bellay

    Kloosterling Hilarion

    Don Giovanni Bosco

    Elizabeth Canori Mora

    Judah Ben Samuel

    Jeanne Le Royer

    Giacchino di Fiore

    Bartholomeüs Holzhauser

    Madeleine Porsat

    De profeet Daniël

    Kibeho, Rwanda

    Ida Peerdeman

    H. Ireneüs van Lyon

    Methodius van Olympus

    H. Hippolytus van Rome

    Firmanus Lactantius

    De Berkenboomprofetieën

    Dr. Arnold Fruchtenbaum

    H. Ephraïm de Syriër

    H. Cesarius van Arles

    Columba van Ierland

    Elena Aiello

    Beda, de eerbiedwaardige

    Odilia van de Elzas

    Johannes Damascenus

    Adso, de Monnik

    Anselmus van Canterbury

    H. Vincent Ferrer

    Joachim van Fiore

    Johannes Friede

    Thomas van Aquino

    John of the Cleft Rock

    Franciscus van Paola

    H. Birgitta van Zweden

    Robertus Ballarminus

    Dionysus van Luxemburg




















    Het Laatste Geheim

    1. Een enorm mysterie

    2. Sterk en zedig

    3. Dagen van duisternis

    4. Moeder van de Heer

    5. Boven de zon

    6. Gog en Magog?

    7. Door de straten van de stad

    8. Vanop de hoogste bergen

    9. Kleine geheimen

    10. Klokslag twaalf

    11. Lichten, geluiden, graven

    12. De klokken luiden

    13. Donderslag in de verte

    14. Geheime aanwezigheid

    15. Vuurzuil

    16. Geheimen van de Rozenkrans

    17. Het voorteken

    18. De zeven

    19. Het voorgevoel

    20. Signalen en vloeken

    21. Afschuwelijke wonderen

    22. De kastijding

    23. Naschok

    24. Waar duivels beefden

    25. Geheime Martelaren

    26. Geheim van de gehoorzaamheid

    27. Geheim van het vertrouwen

    28. Ik wacht op u

    29. De geest van opstand

    30. Genade en rechtvaardigheid

    31. De Profetie

    32. Voorbij de grenzen
    van de kennis

    33. Geheimen in
    Amerika en Europa

    34. Geboren in de hel

    35. Cathérina's geheim

    36. Geleende tijd

    37. Ik zal uw Moeder zijn

    38. Het grote Teken

    39. Koningin van de Eeuwigheid











    Thomas à Kempis
    De navolging van Christus

    Boek 1.1

    Boek 1.2

    Boek 2

    Boek 3.1

    Boek 3.2

    Boek 3.3

    Boek 4.1

    Boek 4.2



    Novenen

    Maria Onbevlekte Ontvangenis

    OLV van Lourdes

    OLV Van Fatima

    OLV Van Banneux

    OLV van de Berg Carmel

    OLV Hemelvaart

    H. Maagd van de Wonderdadige Medaille

    Maria Lichtmis

    Don Bosco

    Maria Boodschap

    Sint Jozef

    Heilige Familie

    Goddelijke Barmhartigheid

    Heilige Geest

    Kindje Jezus

    Engelbewaarder

    Aartsengel Michaël

    Aartsengel Gabriël

    Franciscus van Assisi

    Antonius van Padua

    Pater Pio

    Heilige Benedictus

    Heilig Hart van Jezus

    Heilige Rita

    Sint Valentijn

    OLV van Altijddurende Bijstand

    Jean Marie Vianney

    Theresia van Lisieux

    Maria, die de knopen ontwart

    OLV van de Bezoeking

    Zielen in het Vagevuur

    Kracht van het Kruis
    tegen het kwade

    H. Gelaat van Jezus

    Hart van Jezus en Maria

    Kindje Jezus van Praag

    OLV van Genezing

    Miraculeuze Maagd

    Pater Damiaan

    Heilige Anna

    H. Maria Goretti

    Heilige Peregrinus

    Heilige Expeditus

    Sint Joris

    H. Margareta van Cordoba



    Films

    Padre Pio

    The Miracle of Our Lady of Fatima

    The 13th Day

    Het Lied van Bernadette

    One Night with the King

    Faustina

    Docu: Faustina Kowalska

    Docu: Mariaverschijningen

    Docu: OLV van Guadalupe

    Vincentius a Paolo

    Sint Paulus

    Sint Petrus

    Docu: Pater Damiaan

    Passion de Jeanne d'Arc

    Story of Father Damien

    Docu: Garabandal

    Exorcism of Emily Rose

    The Nativity Story

    Don Johannes Bosco

    The Passion of The Christ

    King David

    Romero

    Jean de Florette

    Manon des Sources

    Abraham

    Mozes

    Solomon

    Jacob

    Francesco

    A man for all seasons

    The Apocalypse

    Docu: H. Maria Goretti

    Docu: The birth of Israël

    Docu: The six-day war

    Docu: Ghosts of Rwanda

    Becket

    Gospel of Luke

    Gospel of Matthew

    Gospel of John

    Acts

    Unsolved mysteries

    Joseph

    Samson and Delilah

    H. Rita van Cascia

    Thérèse de Lisieux

    Isaak, Jacob & Esau

    Fray Martin de Porres

    Lourdes [2000]

    Clara & Francisco

    Maria Goretti

    Mother Theresa




    Astronomische verschijnselen