Alledaagse ontmoetingen met mensen door mijn beroep, gewezen tramchauffeur, nu begeleider op de bus en tram, geven aanleiding tot het schrijven van deze blog.
27-09-2008
Milk Inc- jeugd
Wanneer er wat te doen is in't Sportpaleis, zitten de bussen en trams op lijnen die, deze evenementenhal aandoen, proppensvol. Velen komen van verre en zijn redelijk onzeker. Anderen zijn misschien wat betere plantrekkers, of komen niet voor de eerste keer en weten dat ze tijdig kunnen zien, wanneer ze moeten afstappen. 't Is telkens weer een leuke bedoening. Een gezellige drukte. Oké, je staat wel effe dicht tegen mekaar geplakt, maar ach, mensen gaan uit, ze zijn dus proper gewassen en gestreken. Op zulke momenten, noch lijfgeurtjes, noch boze gezichten. Iedereen is natuurlijk goedgeluimd. Luchtige commentaren worden door de bus geslingerd in dialecten en talen uit zowat alle hoeken van ons kleine landje. Wanneer ik door de bus roep: 'Volgende halte, voor het Sportpaleis!!!', komt er een golf van beweging in het voertuig. Wanneer ze afstappen, maan ik hen toe, zich vooral goed te amuseren, waarvoor ik dan ook weer bedankt wordt.
Wanneer de Milk Inc show bijna is afgelopen, gaan er al jongeren huiswaarts. Ik vraag hen of ze zich goed hebben vermaakt en krijg een volmondig 'ja' als antwoord. Ze vinden het heus spijtig dat ze de laatste trein moeten halen en daardoor vroeger moesten vertrekken. Dat geldt voor jongeren uit de Vlaanders, dat geldt ook zo voor jongeren uit Luik. De Luikenaars zijn prachtige exemplaren. Ze spreken me aan in 't Engels. We geraken in gesprek, in't Engels dus, waarin eentje van hen me dus zegt dat ze van Luik komen. Wanneer ik de kerel feliciteer met z'n goede Engelse uitspraak, wat voor een franssprekende niet zo evident is, komt hij nog losser. Wordt het gesprek over de communautaire boeg gegooid. Het fijne is, dat Walen en Vlamingen veel beter overeenkomen, dan politici doen vermoeden. Ze zijn van Luik, niet uit het taalgrensgebied natuurlijk, misschien geeft dat ook wel wat. Enfin, we praten in het Engels, Frans en Nederlands en het gesprek verloopt aangenaam vlotjes. Misschien kan ik de volgende keer een taalkwisje organiseren tijdens het rijden... bedenk ik me vermakend.
De jeugd bedankt me voor het onderhoud bij het afstappen. De Vlaamse jeugd, groet me ook zeer beleefd. Ik dank hen voor mijn mooie werkavond...
O, wat zijn ze blij! O, wat zijn ze vrij! Ze bezochten eerder een museum. Zware kost, ook al doet men veel moeite om het voor kinderen zo luchtig mogelijk te houden. Voor een half uurke gaat het voor de meesten wel, maar dan begint het voor velen hé. Het is niet afwisselend genoeg, tenzij ze echt worden geëntertaint. 't Is maar normaal natuurlijk, voor kinderen van 8 à 9 jaar. Ze hebben zich dus hard genoeg ingespannen om braaf en aandachtig te zijn. En nu, is het dus zover, ze zijn blij en eventjes vrij.
We rijden met de bus voorbij een grote groep kinderen, spelend in de speeltuin. We staan voor het rode licht. We moeten even aanschuiven. We hebben dus tijd om te kijken. 'We', dat zijn wij dus, passagiers, chauffeur, begeleider. Iedereen z'n aandacht is min of meer bij hetzelfde... spelende kinderen.
Een groep jongetjes haalt het beste uit zichzelf met voetballen. De bal wordt wild in de hoogte getrapt, en schiet blijkbaar een denkbeeldig doel in, want de helft van hen, juicht uitbundig. Andere kinderen zien we schommelen, zo hoog ze kunnen. Waarschijnlijk zijn zij op weg naar de maan. Of gaan de kinderen daar nu niet meer naartoe? Moet het verder nu? De melkweg door, op zoek naar het beruchte 'zwarte gat'? De glijbaan is anders ook geliefd. Een stoere bink wil enkele meisjes tonen waartoe hij in staat is. Ze staan bewonderend, gibberend, toontjes hoog en laag te uiten en hij lacht stoer tevreden. Dan is er het... hoe heet zo'n ding ook? Een horizontaal klimtouw, waar je evenwichtskunstenaar moet zijn, om het over te steken. Ook daar zijn enkelen zich roepend en juichend door aan't proberen te bewegen, met haken en stoten. Dan is er nog de ...zandbak!!! Die grote zandbak, die al decennia- of eeuwenlang kindervriend. Fantasie wordt er gebotvierd. Zo ook creativiteit alom. Ze werken samen. Een stuk of zes, zeven meisjes en jongens. Regering kan er een voorbeeld aan nemen, zou ik durven stellen.
Heel even gooi ik een blik op de inzittenden van onze bus. Iedereen heeft een glimlachend gezicht. Kinderen kunnen dat tevoorschijn toveren, zonder het te beseffen, da's het bewijs. Het wordt groen. We rijden zachtjes verder. We slaan af. Daardoor rijden we rondom de speeltuin en kan ik nog eventjes kijken. Er staat een houten klimrek met schutsel. Daar zie ik, twee eenzame meisjes, rustig gezeten, leunend tegen dat schutsel, praten. Ernstig voor zo'n twee kleintjes. Maar vooral, afgezonderd...
Zondag, voor velen een vrije dag. Mooi weertje, da's lekker meegenomen op een vrije dag, denk ik de mensen toe. Zelf ben ik niet vrij. Ik werk en doe m'n ding op de bus, zoals het hoort. De sfeer is goed, best, gezellig. Het is niet té druk, maar nu ook weer niet echt kalm. Er zit dus redelijk wat volk op het voertuig, maar we staan niet bepaald op mekaars tenen te trappen.
Er stapt een jonge kerel met z'n vriendin op de bus. Ze hebben twee plakkaten van ongeveer 1,5 vierkante meter bij. Allebei zijn de grote platen met graffiti bespoten. Ze houden ze beiden vast, de platen tegen mekaar gedrukt, met de tekeningen aan de buitenkant. De ene hoek het meisje, de andere hoek, de jonge kerel. Wanneer ze hun plaatske gevonden hebben op de bus, kan ik het niet nalaten, bevestigend te zeggen: 'Dit is nu eens een keer echt Kunst Op De Bus!' ...vinden ze wel grappig.
Hij vertelt: 'Ik ben nog niet lang geleden beginnen werken en op dat bedrijf was het vandaag open familiedag. We zijn daar dus naartoe gegaan hé. Er was zo'n graffitikunstenaar en kijk, eentje heeft hij gemaakt voor ons en het andere hebben wij gemaakt.' Dat van de kunstenaar was zeker niet slecht. Het was in zwart grijs, sober, een voorstelling van dieren, mooi door mekaar, maar geen rommeltje. Het andere, was veel kleurrijker en hier en daar had de verf gelekt. Het was abstract, en ja hoor, het had wel iets. Ik vroeg hen wat ze ermee gingen doen. Toch wel bijhouden zeker hé. Ik stelde grappend voor om het eventueel in de living te hangen. Het meisje hapte gretig 'Ja!!!!' terwijl de jongen, ietwat nuchterder, 'er nog wel eens over zou nadenken'.
Eventjes later stapten ze af. Op weg naar huis met hun gewonnen kunst, zo fier als wat. Gelukkig was het mooi weer... Ikzelf hoop nu maar dat meer mensen die naar de kunstveiling zijn geweest ook de bus willen nemen naar huis. Zo kan iedereen eventjes meegenieten.
Ja... toegegeven, het is een rommelig boeltje. Krijg het maar verkocht, denk ik bij mezelf. Deze bepaalde lijn is in korte tijd, verschillende malen gedeeltelijk van traject veranderd. De juiste reden? Daar wordt veel over gezegd, maar niks officieels, dus weet ik het eigenlijk niet. 'k Weet natuurlijk wel wat anderen, zowel collega's als reizigers me vertellen. Daar moet ik een redelijke uitleg uit knijpen, want 'men' vraagt het me maar al te dikwijls. Waarom toch? Nu wéér veranderd? Voor hoe lang? Het was toch makkelijker zus of zo...? Maar waarom dan toch?
En dan... ga ik een beetje af hé. Dan... voel ik me niet echt gesteund. 't Is natuurlijk de bedoeling dat wij, begeleiders een antwoord kunnen geven, maar... Uiteindelijk worden wij redelijk laat op de hoogte gebracht van de wijziging van het traject, en al helemaal niet, over het waarom. Het gaat hier om een wijziging, niet door wegenwerken ofzo. Nee, een wijziging, omdat -denk ik- het traject maar steeds te kampen heeft met obstakels. Maar sinds de werken aan de Leien, is het traject al enkele keren veranderd. Mensen weten het niet meer nu. Nou, ze wisten het tevoren ook al niet meer. Telkens weer zijn er reizigers, die het afreageren tegen de chauffeur.
Die arme collega kan daar ook niks aan doen, noch veranderen. Die moet ook maar de opgelegde route volgen en liefst geen problemen maken hé... Mensen klagen dat de bus een halte heeft voor de deur. Mensen dienen klacht in omdat de bussen de straten doen daveren. Wat heus wel kan, als chauffeurs te snel rijden, geef ik grif toe. Auto's staan verkeerd geparkeerd, zodat bussen niet kunnen afdraaien. Noem maar op, het is een allegaartje aan redenen. Waarschijnlijk zoekt met naar de geschikte oplossing die zich maar niet aanbiedt. Maar tja, oplossingen komen niet vanzelf op een platteauke naar je toe gebracht. Daar moet je zelf wat creatief naar zoeken.
Als... als... mooi toch, maar, wel... àls ik iets zou kunnen inbrengen, zou ik een petitie uithangen en reizigers zelf een traject laten uistippen, daar, waar de problemen zich voordoen. De mensen er in betrekken om zo tot een eindresultaat te komen. Niemand geïteresseerd? zeg je? Haaaa... dàt geloof ik niet, want dan zou men niet het hoofd van de chauffeur zo op hol brengen. Te omslachtig? zeg je? Haaaa... dàt geloof ik ook niet, want kan het nog omslachtiger dan het nu bezig is? Elke paar maanden het traject aanpassen is ook niet de goede oplossing hé...
Dus... laat ze komen, die ideeën! Want... iedereen weet het toch beter, niet?
Acht uur des morgens. 't Is tijd om naar school te gaan, te rijden eventueel, met de bus of tram. Ouders gaan niet meer mee, als hun kinderen 10 jaar zijn. Nee, dan zijn ze groot genoeg om de stad alleen te doorkruisen, blijkbaar.
Op deze bus, sta ik. Eén van de velen, met schoolgaande jeugd, gemengd met mensen op weg naar het werk en toch, hier en daar een ouder die kleutertjes naar school begeleiden. 't Is best wel leuk hoor. Kinderen van ongeveer 14 à 15 jaar, die zich wereldkenners wanen, wijsheden hunnentwege te horen verkondigen aan hun maats. Ze vertellen honderduit hoe je een meisje kan veroveren. De meisjes daarentegen, verraden hun vriendinnetjes dan weer het omgekeerde en brengen mekaar ook op de hoogte over onderwijzend personeel en andere leerlingen hun 'slechte' kantjes...
Ik laat die conversaties, me zachtjes strelend, langs me heen waaien. Soms moet ik echt luisteren, gaat het niet anders, maar uit respect voor hen, die, hun ernstige bedenkingen openbaren tegen hun reisgezellen, ga ik dan toch maar wat verder staan. Zo versta ik niet alles meer en kan ik ook geen grimassen laten ontsnappen. Heel soms is het té verleidelijk en blijf ik staan. Heel soms word ik mee betrokken partij, omdat de jeugd ook mijn mening wil of een antwoordje. Heel soms, is het 'show' bij de jongens, een beetje haantjesgedrag tegenover een uniformke, zie je. Maar het is zo enorm echt en leuk.
Achteraan in de bus zitten twee jongens van een jaar of 10. Eén van hen zie ik schrijven. Daar ik niet kan zien waarop ie schrijft, begeef ik me naar achter. 'k Zet me bij hen en merk dat de jongen in kwestie, straf zit te schrijven. Hij ziet er nog zo onschuldig en braaf uit, je zou gaan smelten. Ik vraag niet waarom hij die kreeg, maar ik krijg wel het hele verhaal te horen. Hun (de beide jongens) besluit staat vast. Hij kan er niet aan doen. Maar hij legt er zich bij neer en schrijft, want gisteren had hij geen tijd, hij moest gaan sjotten en met mama naar de winkel en met vrienden 'gamen'. Het valt me op hoe mooi hij schrijft, zelfs tijdens het schokkend rijden van de bus. Natuurlijk zeg ik het hem hé.
Besluit: Straf schrijven is goed hoor. Zo oefen je je geschrift aardig. De jongen schrijft ijverig verder, zelfs wanneer ze beiden afstappen en te voet verder gaan, blijft hij gretig pennen.
Meester of juf, als je dit toevallig moest lezen... Hij doet toch wel z'n best een beetje hé...
Een dame met haar vierjarige dochtertje stappen op de bus. Ze zetten zich in mijn nabijheid. Ze spreken Spaans. De moeder legt haar hand op het voorhoofd van haar kind en merkt op dat de koorts is gezakt. Mijn Spaans uit een vorig leven is nog goed genoeg om hen te begrijpen. Het trekt dus m'n aandacht, want ik vind het alvast niet gewoon om met een ziek kind de bus op te stappen. Maar, bedenk ik me, misschien komen deze mensen van de dokter ofzo, en hebben ze geen auto. Je weet nooit hé...
Het kleine meisje en ik hebben oogcontact. Ik vraag haar of ze ziek is. Het is rustig op de bus. Ik kan best een gesprekje aangaan. De moeder, een beetje overdonderd omdat ik Spaans spreek, zegt dat het kleintje een keelontsteking heeft. Zo'n jonge kinderen moeten dikwijls al hoge koorts hebben, voor ze onderuit gaan. 'k Weet het wel, mijn zoontje had dat ook. Die bleef spelen toen ie de mazelen had. 39° koorts en hij at nog en speelde of het een lieve lust was... Ik vond het op zich vreselijk, omdat ik zo soms niet tijdig ingreep, daar ik niet snel genoeg besefte dat hij ziek was.
Het kleine meisje stelt me veel vragen, maar spreekt heel stilletjes. Misschien vanwege de keelpijn... Tot ze plots begint te braken. Mama neemt snel twee t-shirts uit een plastiek zakje en probeert de boel proper te houden. Ze kan er niet aan doen -dat kan je nooit, volgens mij- en ze heeft haar best gedaan de zetel proper te maken, maar...
Normaal gezien, moet ik de dame haar gegevens vragen, noteren. Maar ik kan het echt niet over m'n hart krijgen. Ik vraag de chauffeur of ie me de koker met zand, die op alle bussen -gevuld weliswaar- aanwezig zou moeten zijn, zou willen overhandigen. Hij geeft me de koker, die ik wil leegstrooien over de zetel om geurhinder te voorkomen en zo gaat er ook niemand op zitten... De koker is echter leeg. Daar staan we dan. Dame en kind zijn ondertussen afgestapt. De chauffeur roept dispatching op en hij zal binnen een uurtje een andere bus ter beschikking krijgen.
Ondertussen mag ik de wacht houden bij de vuile zetel. Ik zorg er voor dat niemand plaats neemt. Als ik de mensen vertel waarom ik ze daar niet laat zitten, zijn ze natuurlijk allemaal tevreden dat 'De Lijn' zo goed voor de passagiers zorgt.
Er is dichtbij een Marokkaanse passagier gaan zitten met z'n inkopen. Waaronder een zak munt. Zalig... die geur!!! Ik geniet, staande bij die vuile zetel, van de muntgeur, die zich in m'n neusgaten nestelt. Die ik niet meer wil lossen. Een hele tijd later, stapt mijn geurverspreider af. Spijtig... Ik zeg het hem ook. De kerel vindt het een leuk compliment en groet me lachend.
20 min. later, krijgen we onze andere, propere bus... Oeffff!!!
Een week al. Een hele week, is het school geweest. Ik had 'het geluk' de eerste schooldag vrij te zijn. Niet dat ik niet van schooljeugd hou. Trouwens, schooljeugd is jeugd hé... uitgaande van het feit dat iedereen naar school moet, uitzonderingen om uiteenlopende redenen, daar gelaten.
De tweede schooldag begon mijn werk op de bus maar vanaf 17.45u, dus na de school-huis-rush. Woensdag moest ik maar om 13.30u de bus op... ja, dus, ook weer nadat de schoolpoorten voor de meesten al gesloten waren. Woensdag namiddag heb ik meer sportieve jeugd ontmoet op de bus. Ouders die hun piepkleine voetballerkes begeleiden naar en van de sportvelden. Met shoe's op de bus, want douchen en omkleden is er niet altijd bij, blijkbaar. Ook spelers van oudere leeftijd, die alleen, of beter nog, met vrienden, na het voetbal, huiswaarts keerden. Maar zij waren moe en hielden het bij een rustig onderonsje met hun vrienden.
Mijn zonen hebben ook gevoetbald. Zij mochten niet naar huis van hun trainer als ze niet eerst gedoucht hadden. Hygiëne vond de man -terecht- zeer belangrijk. Tot mijn spijt, gaat het er niet zo aan toe in alle clubs. 'k Heb opgelet, de shoe's kleefden niet vol met modderklodders, anders had ik de jeugdige sportievelingen er beslist op gewezen.
Donderdag, was dus de eerste dag van dit schooljaar dat ik schooljeugd bij het naar huis gaan mocht begeleiden in de bus. Daar ik wist dat er deze week op verschillende plaatsen in de stad is gevochten of andere vormen van agressie zijn geweest, vreesde ik min of meer, voor onaangename toestanden af en toe. 'k Besef heus wel, dat jongeren graag grenzen aftasten. Dat ze zich graag laten gelden tegenover hun maatjes. Ze willen hun plaats veroveren en aanzien hebben bij eventuele nieuwe vrienden. Maar mijn lichte vrees was voor niks. Alles liep fantastisch goed. Hier en daar stond wel eens een mp-3 spelerke te hard. Maar na het vriendelijk vragen om het volume wat zachter te zetten, werd er steevast positief gereageerd.
Vrijdag, de ochtendspits. Van hetzelfde laken een broek. Geen problemen met schoolgaanders, niet in het minst. Ofwel, is het, omdat ze me reeds kennen, daar wij steeds dezelfde lijnen aandoen. Ofwel, heb ik gewoon geluk gehad. Ofwel, en dàt zou de leukste optie zijn, is de jeugd er heel snel, goed op vooruit gegaan. Dit is uiteraard algemeen bedoeld, want ik scheer heus niet iedereen over dezelfde kam hoor. De meerderheid gedraagt zich echt wel altijd zoals het hoort. Maar de eerste dagen schoolgaan, zonder begeleiding van volwassenen, geeft een vrijgevochten gevoel bij sommigen, dat gemakkelijk uit de hand loopt.
Een ongeval op de E17, schijnt er de oorzaak van te zijn. De binnenstad zit pottoe. Geen ontkomen is er aan. Iedereen ondervindt het. Je kan niet op een normale wijze de stad doorkruisen.
Wij, op de bus, schuiven dus braafkes mee langzaam aan richting groot kruispunt, waar we nog dichter op mekaar geplakt worden, of de loef worden afgestoken, door ongeduldige automobilisten. In de bus, kijken mensen al eens een keertje meer op hun horloge. Je hoort er al eens een zucht, maar eigenlijk valt het nog goed mee.
Er zit een moeder met kleine uk op de bus. Kleine uk, is het buggyzitten moe. Kleine uk, geeft te verstaan aan mama, dat ze er uit wil. Ze wil op de knopjes, de haltebelletjes drukken. Ze wil het mooie rode hamertje om de noodvenster mee door te kloppen. Ze wil rondlopen in de bus. Ze wil... ze wil... ze wil, al wat niet mogelijk is. Ze krijst met gezonde, goed gevulde, niet-rokerslongetjes om mama te overtuigen. Ach... het gaat nog, mama krijgt ukje nog stil door haar aandacht wat af te leiden. Echter niet voor lang. Ze zet opnieuw aan... neemt een flinke teug lucht binnen en laat haar krijsen weergalmen door de bus. Ik sta ondertussen even vooraan, dicht bij de chauffeur. Na een tijdje krijsen, kijk ik eens goed naar mama en ukje. Meer achteraan zitten nog passagiers. Allerhande nationaliteiten en kleuren mensen zitten op de bus. Nogal wat dames ook. Zij, besluiten om mama met ukje wat te helpen. Zij horen het krijsen niet zo graag en gaan dus wat sjussen en snoeten trekken en geluiden maken om ukje het zwijgen op te leggen.
Ik kijk, en geniet, van het samenzweerderige werk van alle vreemden onder en bij mekaar. Leuk is het te merken, dat gelijk in welke taal het gesus gebeurt, het kind het ook begrijpt. Mama, laat de anderen hun gangetje gaan. Ukje, is afgeleid en zwijgt... en zwijgt... en zwijgt, tot mama afstapt.
In stilte kruipen we langzaam verder het grote obstakekruispunt tegemoet...
Hoera!!! Driewerf hoeraaaaa!!! Aangekomen (niet in gewicht), goed op tijd, op het werk. Ga ik -zoals gewoonlijk- pollekes geven aan iedereen. Een gewoonte die bij ons heel normaal is en zeker geen kwaad kan. 'k Zie mijne baas, die we gemakkelijkheidshalve 'chef' noemen. Hem groet ik dus, net zoals ik met de anderen doe. Hij zegt dat 'k eens moet mee komen naar z'n kantoor.
Nieuwsgierig geworden, want er zit een toontje da'k niet vertrouw. Het kan ook aan m'n oren, of aan een waanidee liggen... Of... wordt ik op het matje geroepen voor iets dat ik mispeuterd heb? vraag ik me af in oogwenken... Braaf en gedwee als ik kan zijn als ik zin heb om dat te zijn, volg ik de brave man naar zijn kantoor.
Hij tovert een papier te voorschijn. 'Dàt... is voor jou'; zegt hij. Hij vertelt me dat het project waaraan we meewerken -nu nog met zes personen- verder wordt gezet. Ik mag het ondertekenen, wanneer ik zin heb om in deze functie te blijven. Haastig, zonder dralen, doe ik wat hij me vraagt. Het was een proefproject, het jaar is al een tijdje verstreken. Wij hadden al wel ronken gehoord en gelezen, maar officieel hadden we nog niks gehoord, noch gezien. Daar ik niet voor ongewenste verrassingen wil komen te staan, daar waar ik dat kan voorkomen, geloof ik pas wat, wanneer het me daadwerkelijk op een geoorloofde manier wordt gezegd of voorgeschoteld. De beste manier om teleurstellingen te voorkomen, denk ik maar zo.
Maar nu, moet ik niet bepaald spreken van een teleurstelling. Tevreden lach ik hem toe, nou, de chef dan. Ik ben een tevreden werknemer. Dat laat ik blijken in mijn commentaar én lach. Hij ziet zijn vermoeden bevestigd en is dus ook best tevreden.
Even later vat ik mijn werk aan. Wie kan er zich een betere start voor een werkdag inbeelden?
Wat een drukte toch... Het lijkt wel of alle 'buggymoeders' net deze bus willen nemen. Tot mijn spijt moet ik zelfs mensen met een kinderwagen weigeren. Je kan ze natuurlijk niet opstapelen.
Volgens het 'Lijnreglement' moeten die buggy's opgevouwen in tram of bus. Het moeilijke aan de situatie is dikwijls, dat je niet kan zeggen tegen een vrouw alleen met buggy dat ze de kleine er moet uit nemen, de buggy opvouwen en de boel ook effe dicht bij zich houden in het voertuig. 't Zou nogal een scheldpartij worden. Een vrouw die vindt dat ze toch nog mee kan, zeg ik (ze is immers niet alleen) dat ze wel degelijk nog mee kan, wanneer ze de kinderwagen toevouwt. Haar zoontje van ongeveer 11 jaar, helpt flink mee.
Een rit later, herhaalt de situatie zich. Weer herhaal ik de opvouwboodschap aan de moeder in kwestie. Ook zij heeft iemand bij die kan helpen. De buggy echter is zo'n vervelend model, dat ze haast niet toe krijgt. Wanneer het uiteindelijk toegevouwen is, is het toestel nog even ruim als wanneer het open staat. Ze blokkeert er de deur mee. Ze spreekt haast geen Nederlands. Wanneer ik haar vraag wat door te schuiven, antwoordt ze dat ze 'af moet'. Maar aan de halte gekomen, gaat de deur aan één kant niet open en moeten mensen om haar heen. Ik zeg haar dat ze uit de weg moet, desnoods eventjes afstappen om dan weer op te stappen. Wanneer mensen die van de bus willen, er niet af kunnen, zou er wel eens rel kunnen ontstaan hé. Toch moet ik nogal wat overredingskracht gebruiken, want ze vertrouwt het zaakje niet. Ze vermoed blijkbaar dat ik met de chauffeur samenzweer om mensen met buggy's uit de bus te weren. Nou... het is lichtelijk overdreven natuurlijk. Het gaat 'em gewoon om een schrik die mensen hebben om niet tijdig meer te kunnen opstappen. In haar geval, begrijp ik het, daar het andere kind, nog met de kleine op de schoot in de bus zit. Dus, laat ik duidelijk zichtbaar m'n voet op de drempel van de bus staan. Ze lucht wat op.
Wat later stapt een man op, die me vraagt wat eigenlijk m'n job is. Hij vraagt expliciet of ik mensen moet groeten? Lachen geblazen... da's echt wel een leutige opmerking. Hij legt me uit dat de dames die mijn job doen, heel sympathiek zijn. Ik bedankt hem, en zeg hem dat ik m'n collega zijn complimentje zal doorgeven. We zijn immers maar met twee dames.
Voldaan gniffelend, zet ik m'n dagje tussen buggy's vouwen, richtlijnen geven om buggy's en caddy's zo goed mogelijk uit de weg te zetten en halteplaatsen aangeven verder...
Maandagmorgen, tweede helft augustus... Spits... Daar gaan we. Regen wordt verwacht, die is er echter nog niet. Drukte daarentegen op sommige strategische plaatsen rondom de stad, is er zeker en vast. Verkeersdrukte dan hé.
Stillekes aan is het duidelijk. België is stilaan terug thuis uit vakantie. Voorbereidingen voor de schooljeugd worden getroffen. De tweede-zitters, zijn wellicht ook terug, om hun testen over te doen. 'We' geraken langzaamaan terug in de schooljaarroutine. Dàt is merkbaar aan de ochtendspits.
Er zitten maar een vijftal mensen op de bus. Maar we staan vast in het drukke verkeerspunt ten noorden van Antwerpen. 20 minuten aanschuiven voor een verkeerslicht is daar niet abnormaal, de laatste paar jaren. Auto's en vooral vrachtwagens, beletten het verkeer dat uit onze richting komt, door te laten. Telkens het rood wordt voor de andere richtingen, is er nog wel een camion of een paar personenwagens, die net het rode licht meepakken. Zij komen dan midden op het kruispunt te staan. Voor ons, staat ook een vrachtwagen en hij kan gewoon niet verder, zolang er een wagen op dat kruispunt staat.
Da's niet ongewoon. Da's schering en inslag. Het valt me op dat in de meeste auto's rondom ons, maar één persoon zit. Carpooling is nog echt niet in hoor. De vijf mensen op onze bus zuchten, kijken naar hun horloge, nemen hun gsm en bellen naar ik weet niet wie of waar. Ein-de-lijk... kunnen we dan toch verder. Wat later stapt er iemand af. Hij blaast met bolle wangen de ochtenddruk van z'n schouders en begint alweer te bellen... Ik beeld me in dat ie z'n baas belt, omdat ie z'n aansluiting gemist heeft. Weer eventjes verder stormen twee mensen zo snel mogelijk de bus af en zetten het direct op een lopen.
Weer... weer, is het bijna zo ver. De normale sleur.
Een pauze tussen twee diensten in, komt er aan. Normaal gezien, stap ik een halte verder af, da's dichter bij kantoor. Nu maak ik een uitzondering om nog even een broodje te halen. De honger moet ook gestild, hé.
Hartje druk Antwerpen, bij het centrale station. Hier wemelt het van mensensoorten in alle maten en gewichten. De meesten hebben een doel, zo lijkt het. Het voetpad is hier wat aan de smalle kant, in verhouding tot het grote aantal voetgangers. Fietsers zullen het geweten hebben. Het fietspad wordt immers ook door voetgangers in beslag genomen. Het wordt toegeëigend, zonder boe of bah. Er wordt niet omgekeken of er fietsers aankomen. Fietsbellen en -toeters klinken hier dan ook als een onsamenhangende symfonie langsheen de straat.
'k Sta voor het rood licht. Het goede voorbeeld gevend, in m'n uniform, blijf ik braaf wachten. Een man van Marokkaanse origine ('k schat hem rond de 40) spreekt me heel enthousiast aan. Hij steekt z'n hand uit, wil de mijne schudden. 'k Heb er nog nooit bij stil gestaan, maar het is een automatisme om dan ook je hand uit te steken. Ook al ken je de persoon niet. Ik reageer dus zoals het automatisme vraagt en geef hem een hand. Hij blijft en blijft maar schudden... Ondertussen krijg ik een regen, beter nog, een storm van lachjes en groeten en vragen in de vorm van: 'hoe is het met je? 't is lang geleden hé? Heb je gedaan met werken?' over me heen. Eerst wat overdonderd, nadien herpakkend en met vraagoogjes reagerend (ik krijg er namelijk geen woord tussen).
Het helpt, hij valt eventjes stil. M'n gezichtsuitdrukking heeft ook gesproken. Hij zegt dat wij mekaar kennen. Waarop ik opmerk, dat ik hem van gezicht wel ken, maar ik vraag me echt af... 'Van in de bus hé, van in de bus...' laat ie me weten, alsof ik alle gezichten die ik ooit ontmoette in de bus effe heel snel eens voor de geest zou willen halen. 'Haaa jaaaa, van in de bus': geef ik hem gelijk. Ik verontschuldig me, dat ik niet iedereen onthou, want ik zie toch zo veel mensen hé... Ook verontschuldig ik me dat ik verder moet, want anders te laat kom voor de volgende bus.
Hij lost eindelijk. Ik groet hem nog en ga verder, lachend, goedgehumeurd. Daar heeft hij zeker voor gezorgd. Het broodje goed humeur smaakt heerlijk!
Een drukke zondag. Stillekes aan wil de drukte nog wel toenemen. Tot de bus volzet is. Het is dus zondag, Antwerpen-zingt-dag. Van de randgemeenten, -of moet ik schrijven, randdistricten?- komen mensen afgezakt naar de gedempte Zuiderdokken. Daar waar hét te doen is. Het podium staat er al een dag. De geparkeerde auto's, zijn verwijderd. De dwanghekken opgesteld.
Velen beseffen dat ze hun wagen niet in de omgeving zullen kunnen kwijt geraken en opteerden dus voor het openbaar vervoer. Het is ook duidelijk dat de zangers in spe, niet gewend zijn, met de bus te rijden. Ze weten wel dat we in de buurt komen, maar niet waar ze moeten afstappen.
Heel af en toe is er iemand die het me durft te vragen. Maar ik heb het natuurlijk wel door. Mensen die willen gaan zingen herken ik zonder moeite. Ze hebben een bepaalde outfit, een bepaalde uitstraling én, zijn haast altijd in gezelschap. Wanneer we naderen, laat ik klaar en duidelijk, met een heldere stem, weten, dat ze de volgende halte kunnen afstappen voor het zangevenement.
Telkens weer, vraagt men me waar ze de bus terug kunnen nemen. Telkens weer vertel ik het hen. No problem, I repeat the whole thing over and over again. Telkens weer, wil men weten om hoe laat de laatste bus naar huis vertrekt. Daarop antwoord ik, dat aan de halteplaats een uurrooster hangt en ze daar de nodige informatie kunnen vinden. Plezier maken is één ding, maar men mag niet te lui worden hé... *knipoog*
Ik stop met werken om 21u. en vraag me af hoe druk het straks zal zijn. Die laatste bus naar huis, met zo'n paar honderden pasagiers, zou ik willen zien... Maar nee, ik blijf toch maar niet wachten...
Lekker weertje vandaag! Genieten is een must, in de mate van het mogelijke. Ik werk alleszins, maar klagen doe ik niet. Werken met mooi weer is best leuker dan onder een grijs wolkendek.
Mevrouw, wil ook genieten van het prachtige weer. Ze heeft besloten naar het Rivierenhof te trekken. Het provinciaals domein heeft nogal wat te bieden in de zomer. Er wordt een namiddag muziek gepresenteerd. Met dit mooie weer, kan dat alleen maar goed zijn. Dus, neemt ze de bus voor haar wandeling in het grote park. Ze besluit ook haar hondje mee te nemen. Een wandeling voor de vierpoter, kan helemaal geen kwaad. Hij (of is het een teefje...) gaat dus ook mee de bus op.
Tussen twee kinderwagens komt nu een hondenwagen te staan... Want, hondjelief heeft dan wel vier pootjes, 't wordt gespaard van slijtage. Mevrouw heeft een echte hondenwagen, waarvan ik op het eeste ogenblik denk dat het een buggy is. De twee moeders kijken argwanend naar de concurentie tussen hun voituren op de bus. Ik slik eventjes, heel stillekes. De hondenvoiture kan net tussen die twee andere. 'k Bedenk me; stel je voor dat er nu nog iemand met een baby of klein ukje in een wagen opstapt... wie gaat dan plaats maken voor wie?
Eigenlijk hoop ik eventjes, met een ondeugende, ondernemende geest dat het ook zal gebeuren. Maar nee, spijtig genoeg niet. Het wordt me niet gegund.
Toch vind ik het heus typerend hé... Naar 't park trekken met je hond, zodat ie daar kan rondlopen, ruimte heeft. Maar om er naartoe te gaan, dat diertje met een wagentje rijden... Twee of drie haltes met de bus... Wat nu ook weer niet echt ver is...
Wanneer we met de bus een halte naderen, staat er een dame die teken doet dat ze wil opstappen. Ook staat er nog een koppel op de rijweg, met hun rug naar de weg... ttz, ze staan naar een gevel te kijken, veronderstel ik. Niettegenstaande staan ze daar heel erg gevaarlijk. De chauffeur moet de bus op een deftige manier opzij kunnen zetten om halte te houden, vooraan de halteplaats. Het koppel ziet het echt niet en de chauffeur moet hen gevaarlijk dicht naderen.
Wanneer de bus stil staat, zeg ik m'n collega dat ik hen dat toch eventjes duidelijk wil maken. Hij gaat ermee akkoord en ik doe wat ik zei wat ik wil doen. Ze spreken Frans, dus moet ik het ook nog eventjes vertalen. Anders heeft het geen zin uiteraard.
Wanneer we verder willen rijden, valt m'n oog op datgene waarnaar het koppel was aan 't kijken. Ter hoogte van de halte is namelijk een gallerij. Men heeft een groot schilderij, redelijk ruw geschilderd met hevige kleuren, voor het raam gezet. Het doek is ongeveer een tweetal meter hoog. Het schilderij is een oude, naakte man. Een lelijke man, maar daarom is het schilderij niet lelijk. HIj stelt zichzelf tentoon op z'n best, in frontaanzicht. Ik maak m'n collega er attent op. Ook de passagiers kijken nu. 'k Zeg met een glimlach dat ik nu begrijp waarom ze zo sterk afgeleid waren dat ze de bus vergaten te ontwijken.
Iedereen reageert al lachend en geeft het nodige commentaar. De mensen steken mekaar een beetje aan en de sfeer in de bus scheert leuke hoge toppen. Dat we net nog geconfronteerd waren met een gevaarlijke situatie is ondertussen al lang vergeten. We rijden verder, maar antwoorden en conclusies worden nog straten ver meegesleurd en door de bus geslingerd.
Conclusie: een blote man zorgt voor een goed humeur...
Meneerke is niet meer van de jongste. Meneerke is niet meer van de fitste. Maar meneerke kan nog goed genoeg met de beentjes uit de voeten, om de bus te nemen naar waar ie ook maar moet.
Meneerke is op de bus. Meneerke is content. Maar, meneerke moet natuurlijk ook weer van die bus af. Hij vraagt vriendelijk aan de chauffeur of ie langs voren mag afstappen. Om eerlijk te zijn, is meneerke dus ook aardig, want lang niet iedereen is zo vriendelijk als hij.
De chauffeur vindt het best oké en laat het meneerke op een gemoedelijke toon weten. 'Tuurlijk datte, meneer... ' Aan de halte gekomen, schuifelt meneerke dus naar de voordeur. Het duurt effe, daar meneerke nog gezeten was en de knietjes wat stijf zijn. Maar het lukt langzaam aardig. De chauffeur houdt meneerke niet de hele tijd in't oog. Hij kijkt ondertussen ook in de spiegel of iedereen af en op is gestapt. Maar, hij hoort meneerke zeggen dat z'n broek afzakt. ... Z'n broek afzakt??? Heb ik goed gehoord? kraakt de hersenpan van de bestuurder... Hij kijkt om naar meneerke die nog voor de drempel van de bus staat... in de bus dus. Jaaaa, waarempel! Meneerke z'n broek hangt ter hoogte van de kuiten als een vod tussen z'n benen. De chauffeur heeft al veel gezien en gehoord op z'n bus, maar dit... is een primeur. Daar is hij niet zo op berekend, en om niet verkeerd te reageren, heeft hij iets meer tijd nodig om een welgevallend antwoord te geven. Maar het duurt net iets te lang... Voor hij iets kan zeggen, schuifelt meneerke met afgezakte broek verder de bus af.
Al schuifelend met de broek tussen de enkels, geraakt meneerke het voetpad over naar een gevel. Daar draait ie zich om, met z'n voorkant naar de bus. Hij bukt zich en trekt, zonder zich te storen aan de priemende ogen van een haast volle bus pasagiers, z'n broek op.
De chauffeur, overweldigd door wat hij ziet, vergeet verder te rijden en wacht tot meneerke z'n rug terug recht. Hij groet meneerke en met een bus lachende mensen, rijdt hij verder.
Meneerke, ook tevreden dat z'n broek zit waar ze hoort, slaagt z'n weg verder in, zonder al te veel te dralen.
Met de tram gebeurt het regelmatig. Met de bus kan je alternatieven zoeken, zoals ontwijken indien mogelijk, of een andere weg nemen, bijv. Als het met de bus voorvalt, is dat meestal in een smalle straat dus. 'k Heb het over 'vaststaan', niet meer verder kunnen, een obstakel (meestal een auto) in de weg. Een auto zonder chauffeur weliswaar.
We rijden en alles gaat goed. Iedereen tevreden, geen klachten, de boel draait zoals ie hoort te draaien met vier wielen. We rijden door een hele lange smalle straat, waar het steeds opletten is, geen slecht geparkeerde wagens, nog net te raken, of haastig overstekende mensen, die plots te voorschijn komen vanachter een geparkeerde wagen, over de voeten te rijden. Elke tram- en buschauffeur kent 'het' beslist.
Voor ons rijdt een vrachtwagen. Langzaam vorderend. Tot op een moment dat ie stopt. Zomaar... gedaan... Wij bevinden ons er vlak achter, mits enkele meters opening. Stoppen is dus de boodschap. We zien de chauffeur verschijnen, hij opent de laadklep. We doen teken dat hij hier niet op deze manier kan laden of lossen, want direct gaat er achter ons al iemand te toeteren. De chauffeur van de nederlandse vrachtwagen, doet teken, dat we over het voetpad kunnen verderrijden. Wij kijken verrast... over het voetpad? Die kerel heeft ze niet allemaal, of ziet die niet dat daar voetgangers lopen? Trouwens, met de bus over de stoep... tot tegen de huizen zouden we moeten... Hij is beslist niet goed wijs. 'k Vraag de chauffeur of ie me wil laten uitstappen om eventjes persoonlijk met de vrachtwagenbestuurder te bespreken. Kwestie van het beter in te pakken hé.
Deze man is niet te vermurwen. En ja, het gaat beslist lang duren. De eigenaar van de zaak komt er ook bij. De automobilisten achter ons gaan allemaal over het voetpad rijden. De situatie wordt gewoon gevaarlijk voor de voetgangers die zich helemaal tegen de gevels aandrukken voor deze gevaarlijke chauffeurs, waarvoor wachten nooit kan. De Nederlander zegt me, dat we gerust over de stoep kunnen rijden daar er geen politie is, dan kan het toch geen kwaad, nou? Waarop ik hem zeg, dat -als het dan toch geen kwaad kan- hij gerust zijn vrachtwagen op de stoep mag parkeren, zodat wij over de weg verder kunnen en of hij dat dan stante pede zou willen doen? De zaakvoerder vindt ons 'maar weer eens moeilijk doen zoals altijd bij De Lijn'.
Pasagiers worden ongeduldig en boos. Raar toch, dat wanneer zo'n situatie zich voordoet, de meesten kwaad worden op De Lijn en bijhorenden (wij dus, in dit geval), maar niet op de oorzaak van de obstructie. De chauffeur blijft in de bus zitten, terwijl ik de voetgangers help voorbij te geraken door de auto's te laten stoppen. Als ik dat niet doe, laten ze de voetgangers gewoon niet door. Eindelijk komt de politie er aan. Een man op de fiets. Hij maant de chauffeur aan om direct verder te rijden, leveren of niet, het kan op deze manier niet.
En wij kunnen na 20 minuten eindelijk onze weg verder zetten en telkens de langwachtenden die opstappen, een uitleg geven op hun vraag: Hoe komt het dat we zo lang hebben moeten wachten?
Grote broer stapt met vijfjarig klein broertje op de bus. Ze zijn heel rustig en beleefd. Ze zoeken een plaatske, zetten zich en praten haast niet. Het kleintje leunt af en toe tegen grote broer aan.
Er zitten nog wat mensen op de bus. Ik wissel van plaats. 'k Laat merken dat ik er ben, maar buiten wat informatie geven, heb ik haast niks te doen. Wanneer ik me dichtbij de broers plaats, krijg ik oogcontact met het kleintje. Ik lach hem toe. Rustig, want 'k heb al ondervonden dat sommige kinderen wat schrik hebben van mensen in uniform. Niet dat ons uniform zo schrikwekkend is, maar ouders durven ons wel eens als 'boe-mensen' betittelen.
Met kindjes hou ik dus wel enige afstand, tenzij ze zelf los komen. Een knipoogje, laat al veel merken. Wanneer een kleintje daar positief op reageert, komt de rest vanzelf. Wanneer het kind wil wegkruipen of het hoofdje omdraait, benader ik het zeker niet. Dit kindje, zit zo'n beetje tussen de twee in. Het kruipt niet weg, maar lacht heel kort heel schuchter. Dus ik vraag iets, waarop het zachtjes knikt. Grote broer, kijkt even naar het kleintje en zegt dan verontschuldigend, dat de kleine niet veel praat. Daarop geef ik grote broer een klein antwoordje. Hij zat naar z'n mp-3 speler te luisteren, ik wil hem ook niet gaan storen natuurlijk. Om één of andere reden is net door het contact met broerlief, het ijs voor het kleintje gebroken. Hij begint me een resum vragen te stellen over de bus, auto's en treinen. Hij wil weten of ik de baas van de bus ben. Of ik veel bussen heb. Waar de bussen vandaan komen. Hij vraagt, vertelt en stelt vast... aan één stuk door.
Plots doet hij z'n kleine kinderhandje open. Het is rijkelijk gevuld met vijf-centstukken. Ik schat dat er een tiental in zijn kleine handpalmke gestapeld zijn. Een volle pol dus. Hij wil me het geld geven. Hij reikt me z'n handje open aan, voorzichtig.
Ze zijn opgestapt met z'n vijven. 'k Denk dat ze familie zijn, maar echt weten doe ik dat niet natuurlijk. In elk geval, is er een moeder met dochter en haar vriend of man, en dan zijn er nog een jongen en meisje, die een andere huidskleur hebben, maar evengoed kunnen geadopteerd zijn. Ze gaan zeer familiair om met mekaar. Lawaai maken ze voor een volle bus. Niet constant, maar telkens één onder hen moet lachen, komt er eerst een gil vrij die qua decibels mag tellen. Op deze lijn zijn pasagiers dat wel gewoon, maar toch hou ik liever de boel in de gaten.
De conversatie gebeurt vooral door de dochter, de anderen luisteren. Zij is de toonaangever, de tateraar, de blaaskaak, voor zover ik mag oordelen. Haar statements zijn zo ondermaats, dat ik maar beter de andere kant opkijk. Zo'n goed acteur ben ik niet, men zou wel eens uitdrukkingen kunnen aflezen van m'n gezicht.
Ze heeft het vooral over de politie. Die hebben 'het' gedaan. Ze geeft af op hun uniformen, hun bijhorende accesoires, met dan vooral hun knuppels. Daar heeft ze wel andere dingen mee voor, zo te horen. De eenacter geeft weer wat zij zoal kunnen doen met hun knuppeltjes... Herhalen doe ik het niet. Het zou nog niet half zo platvloers overkomen als de manier waarop zij het verwoordt. Maar... zowat de hele bus heeft mee mogen, of beter, moeten genieten. En dàt... noem ik verdraagzaamheid. Ik heb momenteel nog niet ingegrepen omdat ik denk: ach, ze doen niets verkeerd, als ik nu vraag om wat stiller te praten ofzo, gooi ik olie op een vuur... Maar beter afwachten dus.
Tijdens het afwachten, stappen controleurs op de bus. Een groep van vijf. Zij doen hun ding op zeer correcte wijze. Ik ken hen alle vijf natuurlijk, het zijn mijn maten. Maar op de bus, blijft alles officieel. Ik knik hen enkel toe, en zij doen hun job. De entertainster van laag allooi en haar vriend hebben geen vervoersbewijs. Nou, begint het nog maar. Ik dacht dat ze tevoren lawaai maakte, nee dus... dat doet ze nu. Roepen en tieren want ze wilde net een ticket kopen en die 'smeerlappen' laten het niet toe. Ze wenst hen naar de hel. Haar dag is helemaal naar de kloten. Bij De Lijn zijn 't allemaal klootzakken, enz. enz.
De controleploeg is niet uit het lood geslagen. Dàt krijgen ze regelmatig te horen van reizigers die betrapt worden. Zij zijn de incasseurs van scheldnamen, zo lijkt het, soms bijna zoveel als de controles die ze uitvoeren. Het lukt hen, de dame in kwestie wat te kalmeren. De familie moet van de bus, ze zijn aan hun bestemming. Daar de andere pasagiers allemaal in orde zijn, heeft de familie chanse, want ze kunnen afstappen. De controleurs stappen mee af om samen de papieren verder in orde te maken op straat.
Bij het verder rijden, zien we dat de fraudeurster op de stoep is gaan zitten. Zwartrijden mag... verantwoordelijkheid dragen is niet voor haar, wel voor een ander.
Kindjes, piepjong, klein, middenmaat, groter, groot... Allemaal komen ze wel op het openbaar vervoer. Met ouders, grootouders, tantes en nonkels, of andere babysitters... of, eventueel alleen.
Sommigen zijn verlegen. Anderen praatvaakjes, lekker ongegeneerd. Weer anderen testen de begeleidende volwassenen uit en proberen het varkentje uit te hangen. Dat hoort erbij, bij kindjes. Wanneer de b.v's (begeleidende volwassenen dus) wat gemakzuchtig zijn, kunnen sommige kleine varkentjes hun heerlijke gangetje gaan.
Maar...
Niet op de bus waar IK begeleid. In zo'n geval neem ik het heft in handen, ten spijt van diegene die hen begeleidt.
Zo kan een tante de vijf kindjes niet aan, waarmee ze 'ergens' heen gaat. Ze roepen, springen, gaan tekeer als uitgelaten wildebrassen. Eigenlijk doen ze helemaal niks verkeerd hoor. Ze zijn opgewonden, meer niet. Maar wij, Europeanen, of moet ik zeggen, Westeuropeanen, zittend op de bus, verdragen dat niet zo goed. Er wordt al snel gedraaid met de ogen, gezucht, ge't-t-t-t-dt'. Dus voor een pasagier zich gaat moeien, sta ik bij het groepje lawaaimakers. De tante zegt hen dat ik politie ben en wil de kinderen zo een beetje bang maken. Ik zet het een klein beetje recht, wanneer ze me vragen of ik politie ben. Misschien kennen ze hun tante al heel goed en weten ze dat zij wel eens wil overdrijven. Ik antwoord dus maar, dat ik buspolitie ben. Ik laat m'n notitieboekje zien en vertel hen dat ik daarin alle namen van stoute kindjes noteer...
Ze stellen me vragen over vanalles en nog wat. Ze vertellen honderduit over vanalles en nog wat. Heerlijk is het om zo met kinderen om te gaan. Hun manier van redeneren is zo basic logisch en rechtuit, dat ik er enkel maar van kan genieten. Wanneer ik hen vraag wat stiller te zijn en hen uitleg dat ik anders hoofdpijn zou kunnen krijgen, zijn ze heel gewillig.
De tante heeft het makkelijk. Ondertussen is een kennis opgestapt. Zij hebben een gezellig onderonsje, terwijl de busbegeleider babysit speelt...
Ik ben annemie
Ik ben een vrouw en woon in Antwerpen () en mijn beroep is tramchauffeur/begeleider De Lijn Antwerpen.
Ik ben geboren op 16/07/1958 en ben nu dus 67 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: muziek: wat gitaar betokkelen - lezen - leven!!!.