Alledaagse ontmoetingen met mensen door mijn beroep, gewezen tramchauffeur, nu begeleider op de bus en tram, geven aanleiding tot het schrijven van deze blog.
27-03-2010
klachten
Het laat het merendeel van de collega's niet onberoerd... Het Artikel... 30 klachten dagelijks over de chauffeurs van De Lijn. Enige dagen geleden stond het in één of andere krant, naderhand vond ik het terug in verschillende virtuele krantjes. Er wordt op gereageerd met zowel akkoord, als helemaal niet akkoord. Maw, het maakt wat los. Niet enkel bij de chauffeurs, maar ook bij de gebruikers. Nogal wat collega's kunnen zich haast niet inbeelden dat dit zo is, niettegenstaande weten we allemaal dat er soms dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Toch... dagelijks minstens 30 maal, want wees eerlijk, niet iedereen dient een klacht in. Tja, denk ik dan, er zijn ook mensen die klagen over vanalles en nog wat. Maar, het is erg veel.
Gisteren begon ik m'n dagje maar net. We rijden tijdens het spitsuur door een zeer drukke buurt, al jaren redenen voor tandengeknars van zowel bus- als autobestuurders. De Heilige Drievuldigheid (Stad, Politie, Lijn) ondernemen niks, enfin, zo komt het over hé. Misschien bakkeleiën ze al lang over de oplossing en komen ze maar niet overeen over het hoe en wat, maar een resultaat blijft achterwege. We doen er met de bus langer dan een half uur over (wat geen uitzondering is) om een halve km af te leggen. De mensen die op deze bus zitten zuchten niet eens meer. Ze weten dat dit een regelmaat is, maar hopen toch telkens, dat het vandaag es niet zo zal zijn. Na een poos, merk ik dat er al twee bussen van dezelfde lijn, kort achter de onze rijden en ik merk dit op aan de chauffeur. Een brave kerel, die echt z'n best doet, maar geen wonderen kan verrichten en schoon moet blijven aansluiten in de rij, die telkens enkele cm vordert om dan weer stil te vallen. Ik vraag hem om op te roepen, want hij moest al gedraaid zijn aan z'n eindpunt om alweer de andere kant op te rijden. Dit, terwijl hij onder normale omstandigheden nog langer dan een kwartier moet rijden om aan z'n eindhalte te komen. Hij roept op en men antwoordt dat hij op een bepaald punt z'n passagiers moet laten overstappen op de bus die achter hem rijdt. Wanneer we aan dat punt komen, licht ik de reizigers in en een dame schreeuwt me de huid vol. " 't Is altijd 't zelfde met De Lijn!!! Jullie kunnen nu echt nooit eens iets tot een goed eind brengen, altijd miserie!!! In't vervolg ga ik met de auto!!! Nu ben ik m'n aansluiting kwijt!!!" Ik antwoord dat de bus waar we op over stappen vlak achter ons is, dat we niet moeten wachten. Ik raad haar aan, om te kijken zodat ze de bus ziet, want het is echt wel zo. Maar nee, ze wil natuurlijk niet omkijken, ze wil boos zijn. Een andere dame valt haar in de rede dat de file de oorzaak is en niet de chauffeur, daar valt niks aan te veranderen. Ik laat haar stuiven, want blijkbaar doet ze dat graag. Ze is niet bereid naar argumenten te luisteren. Wanneer ze eindelijk stil valt, zeg ik haar, dat ze gerust mag blijven zitten en dan maar weer naar centrum stad mag meerijden... Ze zegt niks meer en stapt af, maar neemt de aansluitende bus niet.
Er is een koppeltje, dat we regelmatig ontmoeten tijdens hun uitstapjes. Waar ze wonen, weet ik niet, maar het zal wel niet ver van centrum Antwerpen zijn. Ze zijn al jaren gepensioneerd, maar allebei nog in goeden doen. Met z'n beidjes houden ze volgens mij al jaren een onderlinge competitie in humor. Telkens weer, gaat hij ons nors groetend voorbij. Zij komt hem dan vergoelijken. Dan komen de grapjes over zichzelve. Je kent het wel hé, een Marokkaan die marokkanenmoppen vertelt, een dikkerd die grapt over dikkerds... zij grapt over hen beidjes. Haar man moet het altijd ontgelden in die mopjes. Toch, is ze verstokt aan hem. Ze zijn als het ware met mekaar vergroeid, samen één. Echt, heel mooi om te zien. Hij gaat altijd een stukje verder wachten en speelt met z'n kapotte tandenprothese. Waarschijnlijk is hij vermagerd, want de boventanden dansen rond in z'n mond, terwijl hij steeds met lippen of tong tegen de tanden drukt.
Er komt een kind voorbij, al huppelend, maar iets te ver van z'n ouders. Die manen het jongetje aan om niet te ver weg te lopen. Wanneer het kereltje de ouwe man passeert, buigt ie plots voorover en zegt: 'Boe!!!' Het klein ventje schrikt, stopt en kijkt hem angstig twijfelend aan. De ouders, komen bij hem en lachen zich haast een breuk, maar zijn weer dicht bij hun kind. Wij hebben uiteraard ook genoeg pret. Het kind niettegenstaande, vraagt zich duidelijk af, waarom hier een lachsalvo klinkt. De ouwe man... blijft stuurs kijken en zegt verder geen woord. Telkens weer, wanneer we hem zien, doet hij nors, maar is het als grap bedoeld. Hij verpinkt niet, daagt uit en geniet.
Wanneer hij op de tram stapt, nog redelijk kwiek, neemt ie plaats naast een jongetje van een jaar of 8. Zijn moeder zet zich dan maar op een stoeltje apart, heel dichtbij. Ouwtje 's vrouw, zet zich op een enkel stoeltje voor hem. Ze draait zich om en vraagt het kereltje of hij niet liever naast z'n moeder zit, waarop de kleine -dapper, maar een beetje onzeker- 'nee' knikt. Dus, blijft de uitdager naast het kereltje zitten natuurlijk. Hij zegt hem: 'Wees maar braaf of ik trek aan je oren!' Het jonge ventje verroert geen vin. Z'n moeder reageert niet, ze begrijpt dat ie grapt, of, durft gewoonweg niet te reageren, wie weet. Wanneer moeder haar zoontje roept om af te stappen, komt het kleine ventje recht en moet hij de ouwe man voorlangs passeren. De grapjas doet of ie aan de jongen z'n oren gaat trekken, maar grijpt er natuurlijk naast. Het kleine manneke haast zich van de tram en wij lachen stiekem. De oude grapjas kijkt stuurs voor zich uit, net of er niks aan de hand is. Z'n vrouw maant hem niet, ze vindt het gewoon.
Wanneer we aan de voorlaatste halte van ons trammeke komen, gelegen aan een kruispunt, centrum van de stad, zien we dat er een opstropping is. Een buschauffeur heeft problemen en geraakt niet teruggedraaid in één van de smalle straatjes. Het is geen Lijn- maar een toeristenbus. Hoe hij op deze manier op dit kruispuntje met de Korte Nieuwstraat en Sudermanstraat verzeild is geraakt, weten we niet. Ik besluit alleszins om direct te gaan kijken of we kunnen helpen om deze verkeersknoop op te lossen. We kunnen de politie verwittigen, maar dan gaat het misschien nog effe duren. Wij zijn absoluut niet bevoegd om het verkeer te regelen en dat is ook niet onze bedoeling. Toch, als we een chauffeur effe kunnen helpen en een automobilist teken geven, lief, om wat uit te wijken of -aub- af te draaien, kunnen we op z'n minst proberen de boel opgelost te krijgen. M'n collega van blog 'Busje 33' is de gedupeerde tramchauffeur, met wie we meereden. Hij lijkt tevreden met ons engagement. Het duurt wel een tiental minuten, maar iedereen is welwillend en reageert op ons aanwijzen. Op de duur, besluit de toeristenbuschauffeur -die maar niet afgedraaid geraakt- om in spookrichting te rijden. Anders geraakt ie er niet uit. Ik laat de automobilisten een stukje van de straat vrijmaken en weer werkt iedereen begrijpend mee. De man geraakt eindelijk met een reuzegrote overtreding uit de penarie. Gelukkig maar is er geen politie in zicht, want ik vrees dat ik het anders mag uitleggen, hoewel dit zeker niet mijn initiatief is. Opgelucht bedankt de man ons en rijdt weg. Wanneer iedereen en eindelijk dus ook m'n collega verder kan, kan ik het echt niet laten om nog even overdreven triomfantelijk m'n armen lachend in de lucht te steken.
Wanneer ik om 13u moet beginnen, hoor ik op weg naar 't werk dat er in de ochtendspits, of beter, net er voor, een tram is ontspoord. Net dààr, waar alle buitenrijders van de loods Hoboken, rijden. Gelukkig geen gewonden, maar een chaos van jewelste. Ik kan me immers makkelijk inbeelden, dat zij die buiten reden, een heel stuk achterwaarts hebben moeten bollen, om dan op een groot kruispunt alle nodige manoeuvers te moeten uitvoeren, om eindelijk de juiste richting uit te geraken. In Antwerpen rijden geen trams met aan weerskanten een chauffeurscabine... Er werd natuurlijk wel een pendelbus ingelegd. Er stonden perrons vol mensen te wachten om op het werk en/of school te geraken. Het duurt lang alvorens alles weer normaal kan rijden in de stad. Op de plaats van het onheil moeten eerst nog de nodige reparaties uitgevoerd worden, wat op zich al heel wat tijd in beslag neemt. Toch mogen we enorm opgelucht zijn, dat er geen gewonden vielen. Da's het goede nieuws.
De dag nadien, begin ik om 11u. Van bij de start, loopt er al van alles mis, omdat men in de Carnotstraat, hartje Antwerpen dus, asfalt is aan 't leggen. Met dit karwei is men gestart tijdens de ochtendspits, waardoor de al rijdende trams een hoop vertraging oplopen en de buitenrijders daardoor helemaal verkeerd komen te zitten. Voor passagiers maakt het niet uit, maar toch... Soms moet men langer dan een half uur wachten en soms rijden drie trams van dezelfde lijn, achter mekaar. Het lukt maar niet goed al die voertuigen correct te laten rijden. Daarbij komt, dat de schooluitstappen duidelijk in opmars zijn. Een privébus, of een aangevraagde bus van De Lijn, zijn voor de scholen dikwijls te duur. Daarom opteren deze voor het openbaar vervoer. Maar, met een groep kinderen van 30 of 50 lawaaierige exemplaartjes, stapt men niet zomaar een klein pcc-ke op, want, uiteraard zit er nog volk op die voertuigen. De chaos telt dus. Wanneer we zo'n groep zien staan op een perron, blijven we daar toezicht houden. De leerkrachten danken ons voor de hulp in info, want ze wachten al een half uur. Ze moesten een tram laten rijden, omdat ze'r niet met z'n allen op konden. Wanneer er nog eentje aan komt, volzet, merken we, dat de chauffeur een verkorte rit doet en de hele tram laat leeg lopen, op hetzelfde perron. Wat een massa volk. En... haast niemand kan lachen... helaas... Er moet nog zeker 10 minuten gewacht worden wanneer een gekoppeld stel komt aangereden en een groot deel van de kinderen ook kan opstappen. Helaas niet iedereen, maar, m'n compagnon en ik splitsen en nemen elk een groep voor onze rekening. Wanneer ze eindelijk opstappen, zijn de kinderen zo uitgelaten, dat ik m'n stem moet verheffen om hen tot stilte aan te manen. Passagiers hun rust wordt verstoord en laten hun gramschap blijken.
Zo blijft de dag verlopen met een drukte van belang. We merken verschillende schoolgroepen op, en, het mag gezegd, de ene groep is een stuk rustiger dan de andere. Vandaag heb ik het niet gedaan, maar wanneer ik merk, dat leerkrachten hun kinderen echt in de hand hebben en alles vlotjes en naar behoren verloopt op bus of tram, geef ik hen met plezier complimentjes. En, ze appreciëren het erg, merkte ik. Maar vandaag niet, het is een georganiseerde chaos, zo noemt m'n collega het. Nou, de organisatie hier achter is wat mij betreft een beetje zoek, maar chaos is het zeker! We slagen er ons door, met wat humor en zo min mogelijk tanden geknars.
Wanneer op een gelede bus, een oude dame met haar voeten, op de bank mee rijdt, besluit ik om ook haar hierover aan te spreken. Eerst overweeg ik: ach, een oude dame... enz. Maar ik besluit: als de volgende halte een jonge kerel van 15 dichtbij plaats neemt en ook z'n voeten op de bank legt, kan ik geen onderscheid maken. Het besluit: Ik spreek haar vriendelijk aan hierover. Ze reageert een beetje verwonderd, maar haalt direct haar voeten van die zetel, zonder preutelen. Maar, ze is op weg met meneer Grompot, ofte Grumpy Old Man... O, jee, wat ben ik toch slecht. Tegen mensen van 80jaar durf ik wel, maar de jeugd laat ik ongemoeid, enz enz. Ik merk op dat op voeten geen ouderdom staat en die op bus of tram, nooit op de zetel horen. Niettegenstaande bedank ik mevrouw voor haar positieve reactie. Grumpy Old Man, laat ik knorrend achter. Ach, als ie over mij grolt, doet ie het niet over een ander, denk ik maar hé... Ook dàt hoort er bij...
Ook één van de werkmannen die het asfalt leggen, maakt zich boos op een tramchauffeur omdat ie blijkbaar te dicht komt met z'n voertuig... denk ik. Iedereen heeft z'n gerief uit de weg genomen en is veilig opzij gaan staan, maar hij had nog geen zin. Daarom rijdt de chauffeur al wat dichter. Tja, soms moet je echt wel effe laten voelen, dat je verder moet, of men laat je lang wachten hé. Uiteraard, stopt de tramchauffeur op een nog veilige afstand, maar de man is boos en doet teken aan de chauffeur dat ie van lotje getikt is. Vinger tegen het hoofd en nadien vuist omhoog. Wat hij roept, horen we niet, maar misschien is dat wel goed... De tramchauffeur zegt sarcastisch tegen me: 'Ik denk dat ie boos is, omdat ik niet verder reed...'
Vandaag hoorde ik dat een collega van me thuis zit met een beschadigde knie, na een fysieke agressie tijdens het werk. Ik hoop van harte dat het niet te erg is en hij snel weer aan de slag kan. Voor zover ik weet, is dit de eerste keer dat één van m'n collega's in Antwerpen hiermee geconfronteerd wordt. 'k Sta er natuurlijk wel bij stil dat zoiets kan gebeuren, maar tijdens het werk zelf denk ik daar nooit aan. Wanneer ik het gevoel zou hebben dat ik iemand niet kan benaderen, doe ik dat ook niet. Is zijn of haar houding niet acceptabel, vraag ik versterking van onze controleurs. Toch, het kan soms mislopen, kan m'n collega getuigen...
Vandaag hadden we nochtans niets dan, of, toch vele opgewekte mensen om ons heen. In het centrum van de stad, was een dame die we dit al meermaals hebben zien doen, haar dagelijkse klus aan 't klaren. Toen we de halte aan haar voordeur voorbij gleden, was ze weer ijverig in de weer om de stoep over zowat gans de halte te keren. Sigarettenpeuken, papiertjes, blikjes en verpakkingen allerhande, keert ze dagelijks netjes weg. Elke dag, weer opnieuw. Ik moet eerlijk zijn, ik zou het niet kunnen opbrengen. Zij wel. Een tijdje geleden stonden we daar de tram op te wachten toen ze buiten kwam voor de poetsbeurt. Ik keek haar na, maar zweeg, want ik wilde haar niet in een negatieve bui brengen. Toen ze klaar was, of toch bijna, bedankte ik haar in naam van De Lijn. Ik liet haar weten dat dit een heel erg mooi en geduldig gebaar van harentwege is. Toen zei ze, dat het toch niet door de beugel kan, om dit allemaal te laten liggen. Het zou toch echt geen zicht zijn, moest ze het niet telkens verwijderen. Nu blijft het tenminste toch een beetje deftig voor haar deur. Ze klaagde niet, ze zeurde niet, ze was niet boos, nee, ze deed dit gewoon omdat het nodig is. Dat vind ik prachtig! Van zulke mensen leer ik nog steeds. Toen we vandaag voorbij gleden, zag ze ons niet, ze deed wat ze nodig vond dat ze moest doen. En nee, ze is geen 20 of 30... ze is volgens mij ouder dan 70.
Deze dame verdient een boeket bloemen, vind ik!!!
Drie meisjes van een jaar of 14, zitten op de bus richting centrum stad. Ze maken een plezier van jewelste. De radio op, ze gillen en praten erg luid. Ze doen hun typische bakvissenstrijd om aandacht. Spijtig natuurlijk dat ze zich op deze manier negatief profileren naar de mensen om hen heen. Deze mensen genieten niet bepaald, merk ik. Ik begeef me naar de drie en begroet hen: 'Goeiemiddag dames... ' En ja, hoor, ik krijg hun aandacht. Twee van hen hebben hun voeten op de bank tegenover hen. Eentje van de twee doet -wanneer ze me ziet- direct haar voeten van de bank, dus zeg ik: 'Jij bent echt lief, want je doet net wat ik je vragen wilde. Dank je hoor.' Ik geef hen geen kans om iets te zeggen en ga verder tegen nr 2: 'Als jij het voorbeeld van je vriendin volgt, ben jij net zo lief als zij.' Verwonderd doet ze wat aarzelend haar voeten van de zetel. Ik glimlach hen vriendelijk toe en ga nog verder: ' En als jij nou die radio nog even wilt afzetten, tot je afstapt, dan vind ik jou nog lieferderderderder...' En... de radio gaat uit. Ik bedank hen voor hun goodwill en ik trek me even terug. Ik blijf echter in de buurt. Onderling gaan ze verder met het gekwetter, maar de hoge tonen zijn er zowat uit. Het is veel rustiger nu achteraan in de bus. De andere mensen blijven me in 't oog houden, blijkbaar nieuwsgierig naar wat ik nog ga uitvoeren... Maar ik negeer hen, alles is oké nu, dus ben ik tevreden. Aan de eerstvolgende halte stappen enkele mensen af en komt een zetel vrij, net voor de bakvisjes. Ik zet me er heel rustig op neer. Ik versta elk woord, ik hoor elke zucht van hen, maar zit ontspannen. Het dametje met de radio, daagt me uit. Ze zegt dat ze de muziek weer gaat opzetten. Ik reageer niet, en ze herhaalt het heerlijk luid. Dus draai ik me half om en zeg heel rustig: 'Hmmm... wacht nog even tot je afstapt hé...' Daarop vuurt ze een hoop vragen; 'Waarom mag dat niet? Ga je een boete geven? En als ik dat toch doe?' enz... Dus, leg ik haar uit dat wanneer zij dat mag, iedereen het mag en er zit veel volk op de bus. Dat gaat dus niet hé... Ik speel het spelletje gewoon mee. Ondertussen zet ze die radio niet op en maken ze geen lawaai of doen ze niks verkeerd. Afleidingsmanoeuver noem ik dat. Wanneer we aan de eindhalte komen, wens ik hen nog een fijne namiddag toe. Ze reageren enthousiast genoeg en groeten me. Naderhand komt een man zich beklagen over de drie dames, want hij was al van plaats veranderd omdat ze zoveel tumult maakten. Ze hebben bijna een uur samen op die bus gezeten. Ik toon ook begrip voor de man, want ik begrijp zijn situatie. Nog twee andere mensen maken me duidelijk dat ze blij zijn aan het eindpunt te zijn om dezelfde reden. Het lucht me dus op, dat we deze bus namen en ik zo toch het laatste stukje van deze mensen hun trip wat heb kunnen veraangenamen...
Nietegenstaande zijn deze meisjes absoluut geen slechte wichten hoor. Ze hebben wel nog begeleiding nodig, da's duidelijk. Hopelijk krijgen ze die ook van thuis uit...
Een bejaarde man valt omdat z'n voet tussen het perron en de bus terecht komt. Hij valt lelijk, net voor m'n neus. Ik help hem dus direct recht en sta versteld van het truukje dat ik daarvoor weet toe te passen. Waarschijnlijk opgepikt in het ziekenhuis of rvt waar ik wel eens een bezoekje breng. Hij is enorm gegeneerd, z'n vrouw is enorm bezorgd. Hij wil alleszins niet toegeven aan pijn of enige vorm van bekommernis van wie dan ook, maar ik merk wel dat hij erg is geschrokken. Ik wijs hem er op dat we papieren voor de verzekering kunnen geven als hij pijn heeft en denkt voor verzorging naar de dokter te moeten. Hij wijst het af. Dan kan ik hem toch overtuigen zijn gegevens te noteren voor alle zekerheid, zodat wanneer hij morgenvroeg met pijn opstaat, we het nodige kunnen ondernemen. Wanneer we afstappen wensen we hem het beste toe en later op kantoor, noteren we het gebeurde.
Zo kan ik over vandaag nog meer toestandjes schrijven, maar het wordt gewoonweg teveel... Misschien schrijf ik morgen nog wel verder.
Vandaag is het erg rustig. Een lijn waar het meestal erg rumoerig is, treft me met stilte. Ik heb echt niet veel werk. M'n collega daarentegen staat nogal wat mensen te woord. Een deel daarvan kent hij persoonlijk. 't Lijkt wel of hij heeft een ontmoetingsdag georganiseerd. Toch, op een gegeven moment, wanneer iemand die hij kent, mee opstapt en ze rustig aan't praten zijn, loopt de volgende halte, het voertuig helemaal vol. Het is een onverwachte overrompeling, niet gewoon op dit uur. Waarschijnlijk is dit voertuig wat aan de late kant. Nochtans, niemand klaagt over lang wachten. Maar goed, ik ga het de mensen niet vragen en maak beslist geen slapende honden wakker. Ik vind m'n collega niet meer terug, hij is waarschijnlijk verzwolgen door de massa. Nou, ik maak me beslist niet ongerust hoor, het is zo'n beetje als de naald in de hooiberg... En, inderdaad, wanneer enkele haltes later, veel mensen afstappen, komt daar plots 'kiekeboe' een schimp van m'n kompaan te voorschijn.
Wat later, wanneer we afstappen, word ik aangeklampt door een groep duitstalige mensen. Men vraagt me of ik Duits versta, waarop ik antwoord met 'ein wenig', want mijn Duits reikt echt niet verder dan m'n elleboog. Niettegenstaande valt het best mee, het te begrijpen, zo ver liggen onze talen nu ook weer niet uit mekaar. Dus, deze mensen vragen me waar ze bus 417 kunnen nemen. Oei, om dàt in 't Duits gezegd te krijgen, moet ik eerst toch effe oefenen hoor. Ik neem dus dezelfde diplomatische weg die zij namen om mij aan te spreken en vraag hen, of ze Nederlands verstaan? Eerst kijkt de man die me aansprak raar en reageert niet. Ik herhaal dus, traag gesproken m'n vraag, en de anderen beamen dat ze me begrijpen. Daarop geef ik m'n uitleg, traag gesproken en met gebaren, rechtdoor of linksaf. Ik wil namelijk helemaal geen Pfaffduits gaan spreken hé, 't moet ergens op trekken als een mens iets zegt. Maar het gesprek vlot eigenlijk best, er zijn wat dit onderwerp betreft geen problemen. Ze begrijpen me zelfs wanneer we het over de omleiding van deze bus hebben. Ze nemen afscheid met een zwaaihandje en een lieve knik alvorens hun weg verder te zetten. 'k Vind het best gezellig wanneer er verschillende talen worden gesproken, het maakt een stad meer levend. Zo gebeurt het regelmatig dat arabischsprekenden als tolk fungeren. Zoals toen een dame haar portefeuille werd gestolen en zij wel Nederlands sprak, maar de man die getuigde deed dat niet. Die man vertelde haar alles in 't Arabisch en ik moest telkens vragen wat hij had gezegd. Ze bleek het -wellicht aangedaan door het gebeurde- te vergeten dat ik, Belgische zijnde, geen Arabisch spreek... Af en toe, wanneer het echt rustig is, hou ik me 'r stiekem mee bezig er proberen achter te komen welke taal ik mensen onderling hoor spreken. 'k Moet eerlijk toegeven dat het me heel dikwijls niet lukt. 'k Ga het ook niet vragen hé. Zomaar iemand in de rede vallen, zou wel erg onbeleefd zijn, stel je voor... Zulke vragen stel ik enkel wanneer er reeds contact is en naargelang de omstandigheden. En soms... blijf ik met een hoofd vol vraagtekens in het ongewisse...
Iene miene musje, we rijden met ons busje Iene miene vlam, we rijden met de tram
We laten onze auto thuis want houden niet van rijgeruis We wachten liever lekker lang in't bushokje, en zijn niet bang Om vrees'lijk laat te komen
Want 't maakt niet uit hoe je 't beziet wanneer j' op tijd vertrekt en niet minuutsgewijs gemeten, want dan kan je 't wel vergeten De stress gaat aan je vreten
en je oren zullen stomen.
Iene miene vlammeke, we rijden met ons trammeke Iene miene mus, we rijden met de bus!
Vrijdag en zaterdag zijn zowat de dagen dat we de meeste toeristen mogen 'vervoeren', wat we dan ook doen in de beide betekenissen van dit woord. Niet dat we 'r iets speciaals voor doen, helemaal niet, we zijn gewoon wie we zijn hé. 't Zijn de toeristen die zich laten leiden en indrukken op doen, hopelijk meer positieve dan negatieve...
Vooral Nederlanders komen voor een weekeindje. 't Is niet te ver en we verstaan mekaar, nietwaar... Makkelijk dus! Toch heb ik regelmatig pret met de innerlijke verschillen met onze noorderburen. Ze zijn meer uitgelaten, maar meestal overschrijden ze niet de grenzen van het toelaatbare. Hun verbale voorsprong, want laat me eerlijk wezen, die is er wel degelijk, vind ik telkens weer zeer aangenaam. Dat, merkt men zelfs aan 'allochtone' Nederlanders, die Antwerpen aandoen. Zij spreken dikwijls vlotter en duidelijker nederlands dan mensen van vreemde origine dat hier doen...
Natuurlijk besef ik wel, dat toeristen niet gestresseerd door onze stad sjezen, zij moeten niet op een bepaald uur op hun afspraak zijn. Als er dus iets mis loopt met het openbaar vervoer, dan hebben ze enkel wat vertraging, maar met wat hulp komen ze'r wel. Die hulp, zijn wij dan dikwijls. Zowel de chauffeurs als wij, begeleiders op de voertuigen. We vertellen hen wat en hoe het goedkoopste tarief te genieten en hoe het best op hun bestemming en weer terug naar het hotel te geraken. Zo goed als altijd, wordt dit in dank afgenomen en krijgen we een lach, een groet en een dankjewel tot besluit. Wanneer de info in het hotel het een beetje laat afweten omdat ze volgens mij, de website van http://www.delijn.be niet voldoende raadplegen, vangen wij hen op om toch maar in één of ander koopjescentrum te geraken. Soms zijn ze al een 2-tal uren onderweg en van het kastje naar de muur gestuurd. Dan halen ze hun infofolder boven en dan blijkt ie o zo verkeerd te zijn... Mijn excuus is dan dat onze stad een werf is. Op verschillende plaatsen is men straten aan het herleggen. Ik hoop dan dat ze beslist nog eens wederkeren wanneer alles af zal zijn. Maar wanneer dat ooit zal zijn...? vraag ik me af... niet luidop. Toch eindigen we onze conversatie meestal op luchtige wijze, met een lach. Nederlanders zijn daar blijkbaar makkelijke mensen in. Of, is het zo wanneer ze er een dag of twee op uit trekken? Wie zal het zeggen, ik geniet er toch maar van...
Spanjaarden komen ook meer en meer naar onze stad. Hoe lang die blijven, weet ik niet, dat vraag ik hen niet natuurlijk. Het is wel geweten dat ze vooral komen om Brugge, dé Vlaemsche stad bij uitstek, te zien. Het is dus eigenlijk een eer, dat ze ook onze koekenstad meepikken. Wanneer er foto's moeten worden genomen, stel ik al makkelijk voor om hen samen vast te leggen. Ze willen een foto'tje op de tram gekiekt. Wanneer ze me de vraag horen stellen zijn ze geflatteerd, dat ook hier spaans wordt gesproken. Ze profiteren ervan om één en ander over de stad te vragen, daar het in hun moedertaal kan en ze dat moeilijke engels even opzij mogen schuiven. En ik... ach, ik onderhoud zo het spaans dat ik anders misschien nog zal vergeten...
Ja... het is nog koud, maar de toeristen zijn al terug op komst.
Ik ben annemie
Ik ben een vrouw en woon in Antwerpen () en mijn beroep is tramchauffeur/begeleider De Lijn Antwerpen.
Ik ben geboren op 16/07/1958 en ben nu dus 67 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: muziek: wat gitaar betokkelen - lezen - leven!!!.