De calvarietocht van het Joggerke.
Ik moet alweer de snelheid laten zakken voor opkomende buikkrampen, het zal niet lang duren voor de volgende saniataire stop. Stilletjes aan geraak ik einde raad kilometer 30 in (2:11:34), gelukkig staan Carine, Peggy, Albert, Paul, Christelle, En alle andere supporters aan te moedigen, de bondscoach loopt het korte stukje dat toegelaten is tijdens de bevoorrading mee. Probeert zoveel mogelijk goede raad mee te geven, blijven eten en drinken, als de krampen weg zijn proberen versnellen. Het hoofd recht houden, en niet meer aan de eintijd denken, maar zoveel mogelijk leren in mijn debuut en niet opgeven. Ook de vrijwilligers en de begeleiders, doen meer dan hun duit in het zakje, en proberen alles in goede banen te leiden. Kilometer 33 (2:29:39) En mijn derde sanitaire stop, een van vijf minuten, de twijfels om het tot een goed einde te brengen nemen toe. Gelukkig valt de grootste pijn weg na deze enorme ontlasting, en kan ik het tempo weer eens optrekken naar 13 km/uur. Het 36 kilometerpunt (2:43:06) hoewel de maag serieus pijn doet laait de hoop even op, zolang die krampen maar wegblijven. Eten en drinken blijf ik tegen beter weten in doen, de maag is lam gelegd door de imodium, maar we blijven hopen.
Kilometer 39 (2:57:56), ik lig dus al ruim 3500 meter achter op het geplande schema, dat ik al een poosje laten varen heb. Toch blijf het wat door het hoofd spoken, maar ik pijs me gelukkig dat ik weer 13 km/uur haal, en blijf focussen. De marathon en einde van de tweede ronde kom ik door in 3:10:46, officieel een 2 minuten later, de garmin heeft 42.780 aan. Ik beslis nog een ronde te lopen en te zien wat het heeft, men mag niet elk jaar voor de nationale kleuren lopen. Kilometer 45 (3:26:30) met de laatste kilometer nog een sanitaire stop na nog zwaardere krampen, die alsmaar langer duren. Het begint een echte calvarie-tocht te worden, ik moet het verstand op nul zetten en de pijn verbijten, overleven in een woord. De coach Ivan spreekt me moed in en probeert zoveel mogelijk goede raad mee te geven, alles buiten opgeven bedenk ik. Iets later hoor ik dat een van onze speerpunten opgegeven heeft, Marc Papanikitas, de reden weet ik niet, ik leef mee. Marc doet er alles aan, hij is een supertalent, toch lijkt het de laatste drie jaar mentaal moeilijk, de knop om te draaien als het minder gaat. Ik hoop van harte dat Marc deze nieuwe tegenslag te boven komt, en dat hij kan genieten van het lopen, zonder het moeten presteren.
Kilometer 50 (3:58:19) uiteindelijk nog een redelijke tijd, als je een vlak schema aan zou kunnen houden, maar dat is niet het geval. De entourage van de nationale ploeg en de supporters doen me de pijn verbijten, hoewel ik zeker weet dat dit een ongezonde situatie is. Ondertussen met twee imodiums, en nog altijd regelmatig zware buikkrampen, zuigen de energie uit mijn lijf, ik verkramp volledig. Wat doet een atleet doorgaan, wetende dat hij een risico neemt op uitdroging, niet wetende of hij zal kunnen finishen. Hopen dat de mensen hem zeggen stop ermee, maar diep in het binnenste zelf niet willen opgeven, doorgaan tegen beter weten in. Kilometer 60 in (4:56:27) de sanitaire stops volgen elkaar sneller op, het is niet altijd prijs, hoewel het gevoel er is te moeten plassen, lukt het niet, de eerste tekenen van uitdroging, ook de uitgedroogde mond en verzuurde adem laten weinigs goed voorspellen. Ondertussen zijn er nog twee ploegmakkers uit de wedstrijd moeten stappen, Lucien Taelman en Walter Bouwen. Toch waag ik het er op om nog een rondje te lopen, en drink zoveel ik kan binnen houden, ik waag nog een laatste poging om te versnellen, en begin zowaar de ene atleet na de andere te passeren, ik word euforisch en blijf doortrekken, kilometer 75 in (6:14:20) nog 25 te gaan.
Ik word bevoorrechte getuige van het gevecht voor de podium plaatsen, de Japanner Miyazato heeft amper 20 seconden voorsprong. De tweede is een Zweed, Jonas Buud, en lijkt me iets frisser te zitten, maar schijn bedriegt en Yasukazu Miyazato loopt verder uit. De derde is de uittredende wereldkampioen Giorgio Calcaterra, ik kan je verzekeren ook die mannen voelen de pijn, dat zie je. Het euforisch moment is bijna over, de krampen komen weer op, ik vind niet direkt een plaats om mijn behoefte te doen. Mijn tempo zakt en de atleten die ik het laaste half uur voorbij ben gegaan lopen me weer voorbij, zeer frustrerend. De verlossing komt bij een kleine boomgaard, maar het komt in drie keren en ik ben door de voorraad wc-papier heen. Nog maar eens red de natuur een mens uit nood, maar ik ben mentaal volledig gekraakt, kilometer 90 in (7:57:55). Ondertussen is het dageraad de vogels beginnen te kwetteren de hanen te kraaien, het is zalig rustig, en pijnlijk tegelijk. De atleten passeren me mondjesmaat, en we hebben de kracht niet meer elkaar te groeten laat staan aan te moedigen. Alles in mijn lichaam doet pijn, ik voel de volledige leegte en toch beweeg ik nog voorwaarts, wat me drijft, de finish.
Toch zijn er nog atleten die me passeren in stijl, loopsters die kunnen doseren, de heerlijke geur van versgebakken brood. De verwarring in het hoofd, het feit dat ik niet heb opgegeven, de prachtige ochtendgloren, de overwonnen pijn, alles drijft me voor uit. Mijn forerunner heeft 100 kilometer aan maar ik ben nog 2 kilometer van de aankomst, de zoveelste hevige buikkramp steekt de kop op. Mijn plan om in stijl te finishen, valt daarmlee in duigen, ik kan niet meer versnellen, de cafe's zijn dicht, ik kan niet naar de w.c. Het word hoog tijd te finishen, de druk word zeer hoog, aan de finish stta Jan Vandendriessche, Ivan Hostens en Andre Mingneau. Ze hebben nog een laatste aanmoedeging in huis, maar de gelukkigste van alleman is mijn vrouw Carine, zeis fier dat ik het gehaald heb. De eerste vraag die ik stel waar zijn de dichtst bijzijnde toiletten, en ik kom nog net op tijd, of was het net te laat?
|