We vertrekken rond 08:00 richting Woensdrecht, het is maar minder dan 50 minuten rijden, een korte trip dus. De rit loopt voorspoedig en we kunnen alles op het gemakje doen, ook naar het gemak gaan, en nummer afhalen. Een praatje doen met een paar gekende gezichten, er zijn er niet teveel, want deze wedstrijd zit niet in de M-U Cup. Paul Van Hiel komen we tegen, die is bezig aan een come-back maar start met twijfels, hij heeft wat last van de knie. Ook een van de topfavorieten vandaag, Philip Vermoens 12de in Antwerpen dit jaar is van de partij en te sterk voor mij. De plaatselijke grote favoriet zou ook een paar minuten te sterk voor me zijn, toch met mijn huidige vorm. Over het parkoer lopen ook verhalen zo zou het na kilometer 27 superzwaar worden, en ook de rest is niet van de poes. Ik beslis dus niet te hard van stapel lopen, en een wat tijd te nemen om in het ritme te komen, de wedstrijd word op gang geschoten. De twee topfavorieten gaan er meteen vandoor, en er zijn nog twee atleten voor mij, maar dat duurt niet lang na 3 km lig ik in derde positie. Ik heb geen al te goede dag, dus besluit ik dan al om voor de derde plaats te gaan en mij niet te hard te forceren. Een ding is zeker deze marathon word een zware bedoening, het gaat op en af er zit weinig vlak in, en nu is alles nog redelijk beloopbaar. Na vijf kilometer (0:19:40) dus zeker niet te snel, lijk ik al op mijn adem te trappen, de twee koplopers lopen goed 120 meter voor mij uit. Het golvend parkoer heeft mooie vergezichten, maar de toconditie is er niet en de topdag al helemaal niet, dus word het zwaar. Er staat ook heel weinig volk langs de kant, iets wat we niet echt gewend zijn in Nederland, waar we meestal goed aangmoedigd worden. Na tien kilometer (0:40:08) hang ik al 150 meter achter de twee koplopers en volgt de vierde op 120 meter, de focus ligt op de derde plaats. Ik probeer een goed ritme aan te houden, maar tussen de open glooiende velden is er ook nog een redelijke strakke wind. De meer beschutte gebieden als de stukken bos zijn de hellingen dan weer iets langer, echt in het ritme komen en blijven is er niet bij. Op de langere open stroken zie ik de koplopers lopen, kilometer 15 (1:00:23), we zijn rond kilometer 14 de finish gepasseerd. Daarvoor was er een van de steilste en langste klimmen in het parkoer, iets korter dan de hoge mouw, maar even steil en aan een stuk door. Ik heb zeker nog eens 100 meter meer achterstand opgelopen op de koplopers, maar mijn voorsprong op de vierde blijft hetzelfde. Voor kilometer 20 (1:21:19) krijgen we een lang stuk aan 3 à 4 procent met een lange uitloper, het blijft even wachten op de afdaling. Die bestaat dan nog uit kasseien, en je vol uit naar benenden smijten is er niet bij, de voetpezen laten zich gevoelen, maar het gaat nog. Na 15 kilometer heb ik mijn druivesuiker kwijtgespeeld gewoon weggespoeld door het water dat ik over mijn hoofd kap. Zo warm als gisteren is het niet maar het is laf door een hogere vochtigheidsgraad, het parkoer ligt hier en daar ook redelijk vettig. Kilometer 25 (1:42:35) ik lig al ruim drie minuten achter op de koploper en heb zelf een voorsprong van 200 meter op de vierde. Het zwaartepunt van het parkoer zit er aan te komen, langs een militair domein, begint een twee kilometer lange tobogan op en af. Toch is het hoogteverschil amper drie meter, maar het is een single-track die de pezen danig op de proef steld, ik zie serieus af. Naast de omheining op amper drie meter ligt een baan met vernieuwde asfalt, mentaal moeilijk, maar het is tenslotte een natuurmarathon. De rechterheup en hamstring zijn serieus aan het protesteren, en het zwaarste komt er aan, weg draaien van het militair domein de heide in. Een paar zandheuvels op en af, ik loop als een eend om boven te geraken, en dit op anderhalf been, het rechterbeen op halve kracht. Kilometer dertig (2:04:15) een kleine verpozing op het asfalt en een vlakker stuk 1500 meter om te bekomen en tempo te houden. Na de zware heuvelende zandstrook in de heide zie ik een van de twee koplopers langs de kant staan, een kwetsuur denk ik, ik loop nu 2de. Vanaf nu gaat het afwisselend door heide en bos, maar altijd door los zand, het is van links naar rechts laveren voor een iets steverige strook. In het bos zak je niet zo diep weg als in de heide, kilometer 35 (2:26:56), ondanks het halflamme rechterbeen kan ik nog onder de drie uur. Als ik onder de 4:40/km blijf zit een tweede plek er zeker nog in, het gaat nochtans niet slecht, alleen dat rechterbeen wil niet mee. Dus de focus op de tweede plaats en onder de drie uur finishen zonder teveel forceren, kilometer 40 (2:48:44) en nog voldoende voorsprong. In de laatste 2200 meter zit er maar 500 meter onverhard,en een steil stukje, dat moet dus zeker lukken, genieten ondanks de last. De laatste 200 meter zijn nog zwaar met een u-bocht zes treden en een finish vals pat op een oneffen weide,ik finish als 2de in 2:57:36. Tevreden ondanks ik een minder goede tweede helft, maar op dit parkoer is deze tijd geen schande, de zwaarste marathon voor mij, ooit.
Het duurt even voor het pijnlijk voos gevoel uit het rechterbeen verdwijnd, maar na een half uur begint het sterk te verbeteren. Ik kan dus vlot het podium beklimmen en een extra medaille in ontvangst nemen, dat is een povere prijs zeker in een Nederlandse wedstrijd. Deze wedstrijd blijft desondanks een aanrader voor wie graag een zwaardere natuurmarathon wil lopen.
|