Alledaagse ontmoetingen met mensen door mijn beroep, gewezen tramchauffeur, nu begeleider op de bus en tram, geven aanleiding tot het schrijven van deze blog.
08-11-2008
dank u, verkeerspolitie
Zij hebben het dubbel en dik verdiend, dus zet ik het hier graag in opvallende koeien van letters. De verkeerspolitie heeft verdomd knap werk verricht, na de evenenmenten 'Night of the Proms' en 'Natalia met haar blitse tour'. Het mag niet, het moet gezegd en geschreven.
Enkele weken terug, toen Milc Inc. hadden opgetreden in het Sportpaleis, had men met kegelkes -ge weet wel, die kleine oranje verkeersophouderkes- het verkeer tegen gehouden. De auto's die van de parking moesten, kregen zo vrij spel en konden zeer vlotjes weg geraken. Toen stelde ik me de vraag, hoe het zit met het manoeuvers uitvoeren? Het doorlopend verkeer moest dus stoppen om auto's van hun parkeerplaats te laten rijden... Toen liepen we met de bus 20 minuten vertraging op. Mensen die nog een aansluiting wilden, waren die kwijt. Wij waren immers de laatste bus, die richting Antwerpen Centraal reed. Ik zelf, mocht te voet naar huis, als ik die vriendelijke controleur niet had opgemerkt, die me halverwege heeft gebracht. Van daaruit moest ik echter wél te voet naar huis. Dàt... nee, vind ik helemaal niet normaal.
Mensen die dan toch met de wagen naar zo'n evenement gaan, mogen beslist het geduld oefenen om het gewone vervoer eerst z'n gang te laten gaan. Is het te druk? Ga dan eerst nog iets drinken, liefst geen alcoholhoudende drank asjeblieft. Maar na een uurke is dat probleem opgelost en kan je vlotjes weg. Je bent met de wagen, je hebt geen aansluiting nodig. Je geraakt thuis.
Gisteren echter, had de politie het heel veel beter aangepakt. Waavoor ik -en geloof me, niet ik alleen- hen loof! De baan werd afgezet, wagens mochten niet door. Alle bussen die mensen moesten ophalen, waren in convooi, onder begeleiding van de politie geparkeerd op het rechter baanvak. Het linkse vak, was voor ons, het openbaar vervoer. Het liep lekker vlotjes. We liepen niks vertraging op. De verantwoordelijken, druk in de weer met radio's en/of walkie talkies, namen zelfs de tijd ons te groeten. En, waarschijnlijk, na een half uurke ofzo, zullen de passagiers van de geparkeerde bussen ook wel allemaal terecht gekomen zijn. Zo konden dan naderhand de gewone wagens ook weer door.
Inzicht, overzicht, doorzicht... dank u, knappe gasten bij de politie!!!
Gedaan met werken. 'k Ga naar huis. Deze keer, neem ik eens niet de tram. 'k Zal de bus een keertje nemen, besluit ik. Toevallig, ken ik de chauffeur. Nou, toevallig... 't is te zeggen... ik ken hem door m'n job natuurlijk, dus zo toevallig is dat natuurlijk niet. Enfin, ik groet hem, blijf eventjes staan voor een klein praatje en ga dan zitten, blij dat die benen ook hun verdiende rust krijgen.
Ik neem m'n tijdschrift. 't Is als heilig voor me. Als ik dat niet van A tot Z kan uitlezen, mis ik iets fundamenteels in m'n leventje. Ik sleur het steeds mee om te lezen op dode momenten. Nu is het voor mij zo'n moment. Ik hoor nog wel iets van wat rondom me gaande is, maar ik sta er helemaal niet bij stil. Mensen praten, lachen, reageren... het hangt in de lucht, maar het dringt niet door. Geluiden die 'normaal' zijn, worden door mijn grijze massa direct geklasseerd. Geluiden die als 'abnormaal' worden opgevangen door oren, worden via kanaaltjes doorgeseind, en als 'alarm' weergegeven in mijn harde schijf, of iets in dien aard. Enfin, het komt er op neer, dat er iets gaande is wat m'n aandacht toch trekt.
De bus waar ik op zit, is een nieuw model citaro. Geen technische uitleg verder, sorry voor de kenners, maar mijn excuus is: 'k ben een vrouw... *knipoog* (waarmee ik niet ga beweren dat er geen vrouwen zouden zijn, die geen technisch hoog niveau kunnen halen, ik weet echt wel beter)
Ik kijk om, want zit vooraan in de bus. De camera, halverwege de bus, in het plafond bevestigd, is naar beneden getotterd. Hoe en waarom is mij een vraag. Maar een reiziger heeft de eer, het ding tegen z'n hoofd gekregen te hebben, en houdt het wat ongemakkelijk vast. Hij (de reiziger) is nog in goeie staat, geen bulten of blutsen dus. Wat de camera betreft, is de bedrading nog bevestigd, dus die camera kan niet naar de chauffeur gebracht worden. Die hangt te zwalpen en zwiepen op rugleuninghoogte tussen de zetels, als de brave man hem los laat.
Ik ga naar achter. Neem de camera over van deze kerel en probeer hem terug te ...foefelen, op z'n plaats. Uiteraard met het daarbij horende commentaar, én glimlach. Daar hangt ie, haveloos klaar om terug naar beneden te vallen. Ik breng m'n collega chauffeur op de hoogte. Hij op zijn beurt, brengt dispatching op de hoogte. Zij op hun beurt, de technieker die de boel mag komen arrangeren, wanneer de chauffeur aan de eindhalte is. Met dat blijde nieuws, mag ik (bijna mijn afstaphalte voorbij gereden, door al het gedoe) afstappen, dicht bij huis.
Zaterdag, feestdag (alhoewel niks te vieren, want het is Allerheiligen) én late shift. De Kreuners treden op in de Lotto arena én 't is ook Night of the Proms in 't Sportpaleis. We weten dus wat te doen. Noem het een geluk voor hen die niet zo van de drukte houden, maar het regent tijdens het uur der aanvang onzer dienst. Ik begin dus niet te werken in een grote drukte, zoals het zaterdag wel eens kan. Nee, doordat alle winkels gesloten zijn, én het weer dat wat tegen zit, loopt de boel rustig.
Tot mijn verbazing, moet ik ook niet echt mee rijden met een bus die langs het Sportpaleis rijdt (wat dikwijls wél zo is, tijdens concerten). Langs de andere kant, op de lijn waarop ik de avond begin, valt steeds wel wat te beleven. Slecht geparkeerde auto's, zodat de chauffeur met veel moeite kan passeren. Mensen van allerhande nationaliteiten nemen deze bus. Een heerlijk allegaartje van mensen, talen en gewoontes, rijdend door enge straten in Antwerpen, ja, het heeft wel wat.
Het tweede deel van de avond, wordt van me verwacht dat ik mee in de metro aan het Sportpaleis ga helpen om na afloop van de concerten, de mensen vlotjes te laten instappen, in tram 3 of 6. Hiermee zijn controleurs belast. Dit werk heb ik nog nooit gedaan, dus vraag ik eerst aan m'n collega controleurs wat er nu juist van me verlangd wordt. Opletten dus, dat mensen -wanneer het perron te vol loopt- niet te dicht bij de kant komen (voorbij de gele waarschuwingslijn dus) voor de veiligheid. Opletten dat, wanneer het perron te vol loopt, er geen mensen meer de roltrap naar het perron nemen. Ze moeten dan boven tegen gehouden worden. Opletten dat er niet wordt geduwd. En... uiteraard altijd opletten dat er geen dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen.
Er staat op een gegeven moment heel veel volk op het perron. Enkelen hebben het belist niet bij appelsap gehouden deze avond, maar het kan er heus mee door. Een leukerd probeert, nu iedereen toch maar staat te wachten op de tram, een Mexicanwave in te zetten. Hij roept luidkeels: Heeeeyyyy Oooooohhhh! Waarop z'n vrienden hun armen de lucht inzwieren. Dat herhaalt hij, en hij heeft er beslist de stem voor. Hij overstemt gewoonweg alle geroezemoes en ander lawaai op het grote perron. Iedereen z'n aandacht is getrokken. Je doet het maar hé. Maar er zijn maar enkelen die willen meedoen... spijtig. Na een reeks pogingen, geeft de arme sloeber het op... met zwaaien, niet met opmerkingen door de lucht te laten weerklinken. Het gaat van: As ge dan toch ni mee doe... got dan mor allemol nor hoas! Maar, met een lach, en ja, iedereen lacht weliswaar.
Wanneer de tram komt na een tiental minuutjes, gaat het voor iedereen rustig aan richting deuren. De sfeermaker komt achteraan, want stond haast helemaal achteraan op het perron met z'n vrienden. Ze hebben duidelijk gedronken. Wanneer hij langs mij komt, zegt hij me, dat die man achter hem niet mee op het voertuig mag. Waarop ik antwoord: maar jawel, van mij mag hij mee. De man achter hem, neemt me vast en geeft me drie kussen...
De pret kan niet op. Zo gaat het nog enkele uurtjes door. De avond gaat razendsnel voorbij. Wanneer de laatsten eindelijk met de laatste tram letterlijk en figuurlijk, vertrokken zijn, kan de hele ploeg huiswaarts keren. Enkelen gaan nog de metro sluiten. Ik moet niet mee, want die laatste tram, rijdt voor mij de verkeerde richting uit. Ik, heb geen vervoer meer naar huis. Een controleur, die z'n wagen (van De Lijn weliswaar hé) buiten heeft staan, brengt me dus naar huis. Voor m'n deur wordt ik afgezet.
'k Moet dan wel heel dikwijls werken, wanneer anderen vrij zijn, maar gohhhh... dit is toch echt leuk!
Een vroege shift tijdens schoolvakantie, zorgen ervoor dat de dag zeer rustig verloopt. Maar tegen rustig heb ik hoegenaamd niks. Het is een welkome afwisseling van het tegenovergestelde... uiteraard...
Sommige mensen vragen me of ik ziek of op vakantie ben geweest. Leutig wel, zoals ons kleine team begeleiders wordt herkend. In tegenovergestelde richting werkt dat ook. 'k Vind het best aardig nogal wat mensen met regelmaat terug te zien. Een dame, die ik een tijdje niet gezien had, stapte op en wenste me goedgeluimd een goeie morgen. Ze was naar de markt geweest, profiterend van het open weer vandaag. Naderhand stortte ze haar hart uit. Haar man is kortelings gestorven na een harde, pijnlijke strijd tegen kanker. Voor hem, was z'n dood een verlossing, voor haar een kwelling. Ze moet het allemaal kwijt. Ik luister en ben op dat moment heel blij, dat het zo rustig is op de bus. Zoniet, kan ik haar niet die aandacht geven, dat luisterende oor en begrip tonen, zoals ik het nu wel kan. Ook dàt hoort erbij. Wanneer ze een tijdje later afstapt, glimlacht ze weer. Ze worstelt een moeilijke periode door.
Er stappen toeristen op de bus. Meneer vraagt wat aan de chauffeur met een kaart in de handen. Het duurt even, ik hou het in 't oog. Tenslotte gaat deze familie zitten. Ik sla hen gade, omdat ik vermoed dat ze nog vragen zullen stellen, of op z'n minst, een vragende blik werpen. Ik hoor hen Spaans spreken onderling. De vader kijkt me aan, daarom vraag ik hen in't Spaans vanwaar ze komen. Na hun verwondering te hebben laten merken, antwoorden ze 'Madrid'. Aaaahhhh... Madrid!!! Ik merk op dat ze van de ene mooie stad naar de andere komen, met een glimlach uiteraard. Tja, ik laat me de typische chauvnistische houding die men verwacht van een Antwerpenaar, even goed ontvallen. Stiekem hou ik af en toe wel es een klagenzang, maar niet tegen toeristen hé... Zij... zij willen naar het museum van schone kunsten (moet dit persé met hoofdletters? nee toch...) Ik leg hen uit waar ze best afstappen en hoe ze verder moeten gaan. Na nog een grap en een lach, stappen deze Spanjaarden van de bus met m'n wensen die er, wie weet, wel voor zorgen dat ze morgen met veel plezier nog eens het openbaar vervoer nemen naar één van die vele mooie plaatskes in onze stad.
Wanneer m'n werkdagje er op zit, wil ik tram 11 nemen naar huis. Ik wacht op het perron op het Astridplein. Alleen tussen anderen. Ik zeg niks. Ik sta. Ik wacht. Net als de meesten. Er komt een koppel voorbij gestapt. Ze zijn in gesprek, maar ik schenk er geen aandacht aan. Net op het moment dat ze me passeren, haalt de vrouw plots uit naar me. Ze noemt me een 'smerig lijnwijf met uniformke', wie denken wij van de lijn wel dat we zijn? enz enz... De man houdt haar tegen. Mijn reactie is eerst verwondering, dan reageer ik door haar een goeie middag verder toe te wensen (uiteraard sarcastisch bedoeld) De mensen rondom mij trekken allemaal een verwonderd gezicht, daar er helemaal geen aanleiding was voor het voorval. Toch bedenk ik me naderhand, dat ik geluk had. Voor hetzelfde geld had ik haar van m'n lijf moeten schudden, wie weet.
De reden waarom, daar zoek ik naar. Men zegt me, dat het komt door het vallen van de bladeren. Daar geloof ik niks van. De sleur zit er waarschijnlijk terug wat in en dat besef speelt misschien een rol. Die sleur (alle dagen naar werk of school, steeds maar weer datzelfde) begint men gewaar te worden rond deze tijd, omdat men nu een tweetal maanden terug z'n gewone gangetje, verplicht, gaat. Ik vraag me af, of het dàt niet zo'n beetje is, bij vele mensen. Redelijk snel op de tenen getrapt, maken nogal wat mensen van een mug een olifant. Zo loopt het al makkelijker uit op agressie, wanneer dan iemand anders net verkeerd reageert.
Het staat vast. Het is zeer duidelijk merkbaar dat iedereen precies op de puntjes van z'n tenen loopt. Agressiegevallen worden gemeld met regelmaat, deze dagen. Nogal wat op één dag. Het effect is, dat ook bij de betrokken diensten, de mensen wat over hun toeren geraken natuurlijk. Er over schrijven is één ding. Er over praten een ander. Maar er de hele dag mee geconfronteerd worden, gaat in je kleren zitten.
Gelukkig kunnen de meeste collega's (als het niet al te erg uit de hand is gelopen) een passende schouder vinden onderling. Een luisterend oor, vol begrip, doet wonderen en geeft een mens terug de nodige kracht verder te zetten. Soms, moet een collega er even tussenuit. De boel terug rechttrekken tussen de twee oortjes of zelfs enkele dagen fysiek herstellen, thuis. Dàt... vind ik telkens zo erg. Da's telkens een littekentje voor deze persoon... Het vallen van de bladeren... nee hoor, niks van. De herfst is een mooi jaargetijde, eentje met zachte, warme kleurtjes. Ga maar eens wandelen in één of ander park nu, je zal het voelen, je komt beslist tot rust.
Wat mij betreft is het zelfs een goei remedie tegen die agressie...
Ze komen er aan. Twee klasjes onder begeleiding van hun leerkracht. Ze worden gebracht met de bus, die wordt bestuurd door een controleur. Eigenlijk is er niet veel speciaals aan, maar zij... vinden het lekker spannend en vooral leuk. Collega controleur is met de auto voor de bus gereden en ik nam het openbaar vervoer om er te geraken. Ik sta ze op te wachten, temidden van m'n vroegere collega's, tramchauffeurs, in de tramstelplaats.
Kids... geroezemoezelig stappen ze uit. Rondkijkend, kwebbelend, giechelend. Twaalf is de gemiddelde leeftijd. De twee leerkrachten maken hen duidelijk dat ze aandachtig moeten zijn en samen blijven. Samen gaan we de loods, de stelplaats dus, binnen. Er staan nog enkele tramvoertuigen opgesteld. Terwijl de controleurs de kinderen wijzen op het gevaar van de tram in het verkeer en trouwens ook in de loods (techniekers moeten soms de trams verzetten), ga ik informeren bij de verantwoordelijke, welk voertuig tot onze beschikking staat. Wanneer we eerst rond de tram zijn gestapt en ik de kinderen ondertussen gewezen heb op enkele zaken, die los en vast hangen aan het voertuig, mogen ze opstappen.
Enkelen kunnen het juichen niet onderdrukken. Ze luisteren eventjes aandachtig naar wat de controleur hen te vertellen heeft. Het gaat over de gedragsregels, over boetes, over veiligheid, over het juiste gebruik van het trammeubilair (allerhande knopjes) enz... Het geroezemoes neemt toe. Lang luisteren wordt moeilijk. Ik neem plaats op de chauffeurstoel. Ik neem de intercomhoorn. Daarmee kan de tramchauffeur (wattman/vrouw heette dat vroeger) de reizigers informeren als dat nodig is. Door die hoorn, zeg ik klaar en duidelijk, dat ze aandachtig moeten luisteren naar de controleur, die zo zijn best doet om hun vragen te beantwoorden. Het wordt terug stil. Ze zitten even versteld te kijken, terwijl ik merk dat de leerkrachten dit bepaald wel een leuk idee vonden.
En dan... dan is het eindelijk zo ver. We gaan rijden. We gaan niet op straat rijden, nee, we blijven wel degelijk in de loods. We doen een rondje. Ik verwittig de kinderen dat ze goed tegen de rugleuning van hun zetel moeten zitten en zich schrap zetten. We nemen een aanloop en dan... ga ik in de noodremming. We remmen zo hard het maar kan. Sinksenfoor op de tram!!! Gejuich!!! Geroep!!! Getier!!! Dàt... vinden ze zalig. Even later roepen ze in koor: Nog een keer, nog een keer... Het was afgesproken, ik zou het tweemaal doen. Dus nog een keertje. De meisjes gillen al voor ik in de remming ga. Ze gillen omdat ze denken dat het zo hoort. Ze krijgen er niet genoeg van. Maar tweemaal is genoeg. Ze moeten weer tijdig in school zijn. Ik moet tijdig op kantoor zijn, om andere, grotere schoolkinderen te vergezellen op weg van school naar huis.
Ze zijn met een hoop. De oudste is een jaar of dertien. Ze zien bruin. Ze praten anders. Geen Nederlands, alhoewel er hier en daar een woordje tussenzit. Ze roepen. Ze lachen luid. Ze spelevechten met mekaar. Ze lopen. Ze springen. Ze zwieren aan de palen.
In de bus.
Andere reizigers, zitten argwanend, bewegingsloos... te kijken, af te wachten. Ik merk het. Bied de chauffeur aan om mee te rijden ipv de bus te nemen, die ik eigenlijk moet nemen. De chauffeur bedankt me hartelijk. Ik... ik doe gewoon m'n job...
Tussen de jonge mannekes word ik mikpunt. Ach, mikpunt, het klinkt alsof het erg is. Dat is het helemaal niet. Ik leid hen af. Ik maan hen op vriendelijke, maar dringende toon aan. Ook het waarom leg ik uit. Ze luisteren aandachtig. De grapjas van de groep, flapt er wat uit, waardoor ze weer met z'n allen gaan gillen. Ik blijf rustig en antwoord de grapjas, glimlachend. Onze vriendschap is wederkerig. De jongens hebben wel degelijk respect voor me. Ze dagen wat uit, maar gaan niet te ver. Toch blijf ik bij hen, want ik weet dat, zou gauw ik m'n aandacht verslap, ze direct weer zullen 'storen'.
De andere reizigers houden me in't oog. Ze weten het niet goed... ben ik nu één van hen? of sympathiseer ik met die jongeren? Ik zie de vraagtekens boven hun hoofd. Maar... de jongeren zijn veel rustiger nu.
Na een tijdje stappen ze af. Ze zwaaien me uit. Die lieve schatten van kinderen.
Al wat ze nodig hebben is een beetje aandacht. En ik denk bij mezelf, 'leuke job heb ik toch'...
De chauffeur bedankt me weer. Hij kon nu ook zijn job zonder stress en dus normaal doen.
Wanneer er wat te doen is in't Sportpaleis, zitten de bussen en trams op lijnen die, deze evenementenhal aandoen, proppensvol. Velen komen van verre en zijn redelijk onzeker. Anderen zijn misschien wat betere plantrekkers, of komen niet voor de eerste keer en weten dat ze tijdig kunnen zien, wanneer ze moeten afstappen. 't Is telkens weer een leuke bedoening. Een gezellige drukte. Oké, je staat wel effe dicht tegen mekaar geplakt, maar ach, mensen gaan uit, ze zijn dus proper gewassen en gestreken. Op zulke momenten, noch lijfgeurtjes, noch boze gezichten. Iedereen is natuurlijk goedgeluimd. Luchtige commentaren worden door de bus geslingerd in dialecten en talen uit zowat alle hoeken van ons kleine landje. Wanneer ik door de bus roep: 'Volgende halte, voor het Sportpaleis!!!', komt er een golf van beweging in het voertuig. Wanneer ze afstappen, maan ik hen toe, zich vooral goed te amuseren, waarvoor ik dan ook weer bedankt wordt.
Wanneer de Milk Inc show bijna is afgelopen, gaan er al jongeren huiswaarts. Ik vraag hen of ze zich goed hebben vermaakt en krijg een volmondig 'ja' als antwoord. Ze vinden het heus spijtig dat ze de laatste trein moeten halen en daardoor vroeger moesten vertrekken. Dat geldt voor jongeren uit de Vlaanders, dat geldt ook zo voor jongeren uit Luik. De Luikenaars zijn prachtige exemplaren. Ze spreken me aan in 't Engels. We geraken in gesprek, in't Engels dus, waarin eentje van hen me dus zegt dat ze van Luik komen. Wanneer ik de kerel feliciteer met z'n goede Engelse uitspraak, wat voor een franssprekende niet zo evident is, komt hij nog losser. Wordt het gesprek over de communautaire boeg gegooid. Het fijne is, dat Walen en Vlamingen veel beter overeenkomen, dan politici doen vermoeden. Ze zijn van Luik, niet uit het taalgrensgebied natuurlijk, misschien geeft dat ook wel wat. Enfin, we praten in het Engels, Frans en Nederlands en het gesprek verloopt aangenaam vlotjes. Misschien kan ik de volgende keer een taalkwisje organiseren tijdens het rijden... bedenk ik me vermakend.
De jeugd bedankt me voor het onderhoud bij het afstappen. De Vlaamse jeugd, groet me ook zeer beleefd. Ik dank hen voor mijn mooie werkavond...
O, wat zijn ze blij! O, wat zijn ze vrij! Ze bezochten eerder een museum. Zware kost, ook al doet men veel moeite om het voor kinderen zo luchtig mogelijk te houden. Voor een half uurke gaat het voor de meesten wel, maar dan begint het voor velen hé. Het is niet afwisselend genoeg, tenzij ze echt worden geëntertaint. 't Is maar normaal natuurlijk, voor kinderen van 8 à 9 jaar. Ze hebben zich dus hard genoeg ingespannen om braaf en aandachtig te zijn. En nu, is het dus zover, ze zijn blij en eventjes vrij.
We rijden met de bus voorbij een grote groep kinderen, spelend in de speeltuin. We staan voor het rode licht. We moeten even aanschuiven. We hebben dus tijd om te kijken. 'We', dat zijn wij dus, passagiers, chauffeur, begeleider. Iedereen z'n aandacht is min of meer bij hetzelfde... spelende kinderen.
Een groep jongetjes haalt het beste uit zichzelf met voetballen. De bal wordt wild in de hoogte getrapt, en schiet blijkbaar een denkbeeldig doel in, want de helft van hen, juicht uitbundig. Andere kinderen zien we schommelen, zo hoog ze kunnen. Waarschijnlijk zijn zij op weg naar de maan. Of gaan de kinderen daar nu niet meer naartoe? Moet het verder nu? De melkweg door, op zoek naar het beruchte 'zwarte gat'? De glijbaan is anders ook geliefd. Een stoere bink wil enkele meisjes tonen waartoe hij in staat is. Ze staan bewonderend, gibberend, toontjes hoog en laag te uiten en hij lacht stoer tevreden. Dan is er het... hoe heet zo'n ding ook? Een horizontaal klimtouw, waar je evenwichtskunstenaar moet zijn, om het over te steken. Ook daar zijn enkelen zich roepend en juichend door aan't proberen te bewegen, met haken en stoten. Dan is er nog de ...zandbak!!! Die grote zandbak, die al decennia- of eeuwenlang kindervriend. Fantasie wordt er gebotvierd. Zo ook creativiteit alom. Ze werken samen. Een stuk of zes, zeven meisjes en jongens. Regering kan er een voorbeeld aan nemen, zou ik durven stellen.
Heel even gooi ik een blik op de inzittenden van onze bus. Iedereen heeft een glimlachend gezicht. Kinderen kunnen dat tevoorschijn toveren, zonder het te beseffen, da's het bewijs. Het wordt groen. We rijden zachtjes verder. We slaan af. Daardoor rijden we rondom de speeltuin en kan ik nog eventjes kijken. Er staat een houten klimrek met schutsel. Daar zie ik, twee eenzame meisjes, rustig gezeten, leunend tegen dat schutsel, praten. Ernstig voor zo'n twee kleintjes. Maar vooral, afgezonderd...
Zondag, voor velen een vrije dag. Mooi weertje, da's lekker meegenomen op een vrije dag, denk ik de mensen toe. Zelf ben ik niet vrij. Ik werk en doe m'n ding op de bus, zoals het hoort. De sfeer is goed, best, gezellig. Het is niet té druk, maar nu ook weer niet echt kalm. Er zit dus redelijk wat volk op het voertuig, maar we staan niet bepaald op mekaars tenen te trappen.
Er stapt een jonge kerel met z'n vriendin op de bus. Ze hebben twee plakkaten van ongeveer 1,5 vierkante meter bij. Allebei zijn de grote platen met graffiti bespoten. Ze houden ze beiden vast, de platen tegen mekaar gedrukt, met de tekeningen aan de buitenkant. De ene hoek het meisje, de andere hoek, de jonge kerel. Wanneer ze hun plaatske gevonden hebben op de bus, kan ik het niet nalaten, bevestigend te zeggen: 'Dit is nu eens een keer echt Kunst Op De Bus!' ...vinden ze wel grappig.
Hij vertelt: 'Ik ben nog niet lang geleden beginnen werken en op dat bedrijf was het vandaag open familiedag. We zijn daar dus naartoe gegaan hé. Er was zo'n graffitikunstenaar en kijk, eentje heeft hij gemaakt voor ons en het andere hebben wij gemaakt.' Dat van de kunstenaar was zeker niet slecht. Het was in zwart grijs, sober, een voorstelling van dieren, mooi door mekaar, maar geen rommeltje. Het andere, was veel kleurrijker en hier en daar had de verf gelekt. Het was abstract, en ja hoor, het had wel iets. Ik vroeg hen wat ze ermee gingen doen. Toch wel bijhouden zeker hé. Ik stelde grappend voor om het eventueel in de living te hangen. Het meisje hapte gretig 'Ja!!!!' terwijl de jongen, ietwat nuchterder, 'er nog wel eens over zou nadenken'.
Eventjes later stapten ze af. Op weg naar huis met hun gewonnen kunst, zo fier als wat. Gelukkig was het mooi weer... Ikzelf hoop nu maar dat meer mensen die naar de kunstveiling zijn geweest ook de bus willen nemen naar huis. Zo kan iedereen eventjes meegenieten.
Ja... toegegeven, het is een rommelig boeltje. Krijg het maar verkocht, denk ik bij mezelf. Deze bepaalde lijn is in korte tijd, verschillende malen gedeeltelijk van traject veranderd. De juiste reden? Daar wordt veel over gezegd, maar niks officieels, dus weet ik het eigenlijk niet. 'k Weet natuurlijk wel wat anderen, zowel collega's als reizigers me vertellen. Daar moet ik een redelijke uitleg uit knijpen, want 'men' vraagt het me maar al te dikwijls. Waarom toch? Nu wéér veranderd? Voor hoe lang? Het was toch makkelijker zus of zo...? Maar waarom dan toch?
En dan... ga ik een beetje af hé. Dan... voel ik me niet echt gesteund. 't Is natuurlijk de bedoeling dat wij, begeleiders een antwoord kunnen geven, maar... Uiteindelijk worden wij redelijk laat op de hoogte gebracht van de wijziging van het traject, en al helemaal niet, over het waarom. Het gaat hier om een wijziging, niet door wegenwerken ofzo. Nee, een wijziging, omdat -denk ik- het traject maar steeds te kampen heeft met obstakels. Maar sinds de werken aan de Leien, is het traject al enkele keren veranderd. Mensen weten het niet meer nu. Nou, ze wisten het tevoren ook al niet meer. Telkens weer zijn er reizigers, die het afreageren tegen de chauffeur.
Die arme collega kan daar ook niks aan doen, noch veranderen. Die moet ook maar de opgelegde route volgen en liefst geen problemen maken hé... Mensen klagen dat de bus een halte heeft voor de deur. Mensen dienen klacht in omdat de bussen de straten doen daveren. Wat heus wel kan, als chauffeurs te snel rijden, geef ik grif toe. Auto's staan verkeerd geparkeerd, zodat bussen niet kunnen afdraaien. Noem maar op, het is een allegaartje aan redenen. Waarschijnlijk zoekt met naar de geschikte oplossing die zich maar niet aanbiedt. Maar tja, oplossingen komen niet vanzelf op een platteauke naar je toe gebracht. Daar moet je zelf wat creatief naar zoeken.
Als... als... mooi toch, maar, wel... àls ik iets zou kunnen inbrengen, zou ik een petitie uithangen en reizigers zelf een traject laten uistippen, daar, waar de problemen zich voordoen. De mensen er in betrekken om zo tot een eindresultaat te komen. Niemand geïteresseerd? zeg je? Haaaa... dàt geloof ik niet, want dan zou men niet het hoofd van de chauffeur zo op hol brengen. Te omslachtig? zeg je? Haaaa... dàt geloof ik ook niet, want kan het nog omslachtiger dan het nu bezig is? Elke paar maanden het traject aanpassen is ook niet de goede oplossing hé...
Dus... laat ze komen, die ideeën! Want... iedereen weet het toch beter, niet?
Acht uur des morgens. 't Is tijd om naar school te gaan, te rijden eventueel, met de bus of tram. Ouders gaan niet meer mee, als hun kinderen 10 jaar zijn. Nee, dan zijn ze groot genoeg om de stad alleen te doorkruisen, blijkbaar.
Op deze bus, sta ik. Eén van de velen, met schoolgaande jeugd, gemengd met mensen op weg naar het werk en toch, hier en daar een ouder die kleutertjes naar school begeleiden. 't Is best wel leuk hoor. Kinderen van ongeveer 14 à 15 jaar, die zich wereldkenners wanen, wijsheden hunnentwege te horen verkondigen aan hun maats. Ze vertellen honderduit hoe je een meisje kan veroveren. De meisjes daarentegen, verraden hun vriendinnetjes dan weer het omgekeerde en brengen mekaar ook op de hoogte over onderwijzend personeel en andere leerlingen hun 'slechte' kantjes...
Ik laat die conversaties, me zachtjes strelend, langs me heen waaien. Soms moet ik echt luisteren, gaat het niet anders, maar uit respect voor hen, die, hun ernstige bedenkingen openbaren tegen hun reisgezellen, ga ik dan toch maar wat verder staan. Zo versta ik niet alles meer en kan ik ook geen grimassen laten ontsnappen. Heel soms is het té verleidelijk en blijf ik staan. Heel soms word ik mee betrokken partij, omdat de jeugd ook mijn mening wil of een antwoordje. Heel soms, is het 'show' bij de jongens, een beetje haantjesgedrag tegenover een uniformke, zie je. Maar het is zo enorm echt en leuk.
Achteraan in de bus zitten twee jongens van een jaar of 10. Eén van hen zie ik schrijven. Daar ik niet kan zien waarop ie schrijft, begeef ik me naar achter. 'k Zet me bij hen en merk dat de jongen in kwestie, straf zit te schrijven. Hij ziet er nog zo onschuldig en braaf uit, je zou gaan smelten. Ik vraag niet waarom hij die kreeg, maar ik krijg wel het hele verhaal te horen. Hun (de beide jongens) besluit staat vast. Hij kan er niet aan doen. Maar hij legt er zich bij neer en schrijft, want gisteren had hij geen tijd, hij moest gaan sjotten en met mama naar de winkel en met vrienden 'gamen'. Het valt me op hoe mooi hij schrijft, zelfs tijdens het schokkend rijden van de bus. Natuurlijk zeg ik het hem hé.
Besluit: Straf schrijven is goed hoor. Zo oefen je je geschrift aardig. De jongen schrijft ijverig verder, zelfs wanneer ze beiden afstappen en te voet verder gaan, blijft hij gretig pennen.
Meester of juf, als je dit toevallig moest lezen... Hij doet toch wel z'n best een beetje hé...
Een dame met haar vierjarige dochtertje stappen op de bus. Ze zetten zich in mijn nabijheid. Ze spreken Spaans. De moeder legt haar hand op het voorhoofd van haar kind en merkt op dat de koorts is gezakt. Mijn Spaans uit een vorig leven is nog goed genoeg om hen te begrijpen. Het trekt dus m'n aandacht, want ik vind het alvast niet gewoon om met een ziek kind de bus op te stappen. Maar, bedenk ik me, misschien komen deze mensen van de dokter ofzo, en hebben ze geen auto. Je weet nooit hé...
Het kleine meisje en ik hebben oogcontact. Ik vraag haar of ze ziek is. Het is rustig op de bus. Ik kan best een gesprekje aangaan. De moeder, een beetje overdonderd omdat ik Spaans spreek, zegt dat het kleintje een keelontsteking heeft. Zo'n jonge kinderen moeten dikwijls al hoge koorts hebben, voor ze onderuit gaan. 'k Weet het wel, mijn zoontje had dat ook. Die bleef spelen toen ie de mazelen had. 39° koorts en hij at nog en speelde of het een lieve lust was... Ik vond het op zich vreselijk, omdat ik zo soms niet tijdig ingreep, daar ik niet snel genoeg besefte dat hij ziek was.
Het kleine meisje stelt me veel vragen, maar spreekt heel stilletjes. Misschien vanwege de keelpijn... Tot ze plots begint te braken. Mama neemt snel twee t-shirts uit een plastiek zakje en probeert de boel proper te houden. Ze kan er niet aan doen -dat kan je nooit, volgens mij- en ze heeft haar best gedaan de zetel proper te maken, maar...
Normaal gezien, moet ik de dame haar gegevens vragen, noteren. Maar ik kan het echt niet over m'n hart krijgen. Ik vraag de chauffeur of ie me de koker met zand, die op alle bussen -gevuld weliswaar- aanwezig zou moeten zijn, zou willen overhandigen. Hij geeft me de koker, die ik wil leegstrooien over de zetel om geurhinder te voorkomen en zo gaat er ook niemand op zitten... De koker is echter leeg. Daar staan we dan. Dame en kind zijn ondertussen afgestapt. De chauffeur roept dispatching op en hij zal binnen een uurtje een andere bus ter beschikking krijgen.
Ondertussen mag ik de wacht houden bij de vuile zetel. Ik zorg er voor dat niemand plaats neemt. Als ik de mensen vertel waarom ik ze daar niet laat zitten, zijn ze natuurlijk allemaal tevreden dat 'De Lijn' zo goed voor de passagiers zorgt.
Er is dichtbij een Marokkaanse passagier gaan zitten met z'n inkopen. Waaronder een zak munt. Zalig... die geur!!! Ik geniet, staande bij die vuile zetel, van de muntgeur, die zich in m'n neusgaten nestelt. Die ik niet meer wil lossen. Een hele tijd later, stapt mijn geurverspreider af. Spijtig... Ik zeg het hem ook. De kerel vindt het een leuk compliment en groet me lachend.
20 min. later, krijgen we onze andere, propere bus... Oeffff!!!
Een week al. Een hele week, is het school geweest. Ik had 'het geluk' de eerste schooldag vrij te zijn. Niet dat ik niet van schooljeugd hou. Trouwens, schooljeugd is jeugd hé... uitgaande van het feit dat iedereen naar school moet, uitzonderingen om uiteenlopende redenen, daar gelaten.
De tweede schooldag begon mijn werk op de bus maar vanaf 17.45u, dus na de school-huis-rush. Woensdag moest ik maar om 13.30u de bus op... ja, dus, ook weer nadat de schoolpoorten voor de meesten al gesloten waren. Woensdag namiddag heb ik meer sportieve jeugd ontmoet op de bus. Ouders die hun piepkleine voetballerkes begeleiden naar en van de sportvelden. Met shoe's op de bus, want douchen en omkleden is er niet altijd bij, blijkbaar. Ook spelers van oudere leeftijd, die alleen, of beter nog, met vrienden, na het voetbal, huiswaarts keerden. Maar zij waren moe en hielden het bij een rustig onderonsje met hun vrienden.
Mijn zonen hebben ook gevoetbald. Zij mochten niet naar huis van hun trainer als ze niet eerst gedoucht hadden. Hygiëne vond de man -terecht- zeer belangrijk. Tot mijn spijt, gaat het er niet zo aan toe in alle clubs. 'k Heb opgelet, de shoe's kleefden niet vol met modderklodders, anders had ik de jeugdige sportievelingen er beslist op gewezen.
Donderdag, was dus de eerste dag van dit schooljaar dat ik schooljeugd bij het naar huis gaan mocht begeleiden in de bus. Daar ik wist dat er deze week op verschillende plaatsen in de stad is gevochten of andere vormen van agressie zijn geweest, vreesde ik min of meer, voor onaangename toestanden af en toe. 'k Besef heus wel, dat jongeren graag grenzen aftasten. Dat ze zich graag laten gelden tegenover hun maatjes. Ze willen hun plaats veroveren en aanzien hebben bij eventuele nieuwe vrienden. Maar mijn lichte vrees was voor niks. Alles liep fantastisch goed. Hier en daar stond wel eens een mp-3 spelerke te hard. Maar na het vriendelijk vragen om het volume wat zachter te zetten, werd er steevast positief gereageerd.
Vrijdag, de ochtendspits. Van hetzelfde laken een broek. Geen problemen met schoolgaanders, niet in het minst. Ofwel, is het, omdat ze me reeds kennen, daar wij steeds dezelfde lijnen aandoen. Ofwel, heb ik gewoon geluk gehad. Ofwel, en dàt zou de leukste optie zijn, is de jeugd er heel snel, goed op vooruit gegaan. Dit is uiteraard algemeen bedoeld, want ik scheer heus niet iedereen over dezelfde kam hoor. De meerderheid gedraagt zich echt wel altijd zoals het hoort. Maar de eerste dagen schoolgaan, zonder begeleiding van volwassenen, geeft een vrijgevochten gevoel bij sommigen, dat gemakkelijk uit de hand loopt.
Een ongeval op de E17, schijnt er de oorzaak van te zijn. De binnenstad zit pottoe. Geen ontkomen is er aan. Iedereen ondervindt het. Je kan niet op een normale wijze de stad doorkruisen.
Wij, op de bus, schuiven dus braafkes mee langzaam aan richting groot kruispunt, waar we nog dichter op mekaar geplakt worden, of de loef worden afgestoken, door ongeduldige automobilisten. In de bus, kijken mensen al eens een keertje meer op hun horloge. Je hoort er al eens een zucht, maar eigenlijk valt het nog goed mee.
Er zit een moeder met kleine uk op de bus. Kleine uk, is het buggyzitten moe. Kleine uk, geeft te verstaan aan mama, dat ze er uit wil. Ze wil op de knopjes, de haltebelletjes drukken. Ze wil het mooie rode hamertje om de noodvenster mee door te kloppen. Ze wil rondlopen in de bus. Ze wil... ze wil... ze wil, al wat niet mogelijk is. Ze krijst met gezonde, goed gevulde, niet-rokerslongetjes om mama te overtuigen. Ach... het gaat nog, mama krijgt ukje nog stil door haar aandacht wat af te leiden. Echter niet voor lang. Ze zet opnieuw aan... neemt een flinke teug lucht binnen en laat haar krijsen weergalmen door de bus. Ik sta ondertussen even vooraan, dicht bij de chauffeur. Na een tijdje krijsen, kijk ik eens goed naar mama en ukje. Meer achteraan zitten nog passagiers. Allerhande nationaliteiten en kleuren mensen zitten op de bus. Nogal wat dames ook. Zij, besluiten om mama met ukje wat te helpen. Zij horen het krijsen niet zo graag en gaan dus wat sjussen en snoeten trekken en geluiden maken om ukje het zwijgen op te leggen.
Ik kijk, en geniet, van het samenzweerderige werk van alle vreemden onder en bij mekaar. Leuk is het te merken, dat gelijk in welke taal het gesus gebeurt, het kind het ook begrijpt. Mama, laat de anderen hun gangetje gaan. Ukje, is afgeleid en zwijgt... en zwijgt... en zwijgt, tot mama afstapt.
In stilte kruipen we langzaam verder het grote obstakekruispunt tegemoet...
Hoera!!! Driewerf hoeraaaaa!!! Aangekomen (niet in gewicht), goed op tijd, op het werk. Ga ik -zoals gewoonlijk- pollekes geven aan iedereen. Een gewoonte die bij ons heel normaal is en zeker geen kwaad kan. 'k Zie mijne baas, die we gemakkelijkheidshalve 'chef' noemen. Hem groet ik dus, net zoals ik met de anderen doe. Hij zegt dat 'k eens moet mee komen naar z'n kantoor.
Nieuwsgierig geworden, want er zit een toontje da'k niet vertrouw. Het kan ook aan m'n oren, of aan een waanidee liggen... Of... wordt ik op het matje geroepen voor iets dat ik mispeuterd heb? vraag ik me af in oogwenken... Braaf en gedwee als ik kan zijn als ik zin heb om dat te zijn, volg ik de brave man naar zijn kantoor.
Hij tovert een papier te voorschijn. 'Dàt... is voor jou'; zegt hij. Hij vertelt me dat het project waaraan we meewerken -nu nog met zes personen- verder wordt gezet. Ik mag het ondertekenen, wanneer ik zin heb om in deze functie te blijven. Haastig, zonder dralen, doe ik wat hij me vraagt. Het was een proefproject, het jaar is al een tijdje verstreken. Wij hadden al wel ronken gehoord en gelezen, maar officieel hadden we nog niks gehoord, noch gezien. Daar ik niet voor ongewenste verrassingen wil komen te staan, daar waar ik dat kan voorkomen, geloof ik pas wat, wanneer het me daadwerkelijk op een geoorloofde manier wordt gezegd of voorgeschoteld. De beste manier om teleurstellingen te voorkomen, denk ik maar zo.
Maar nu, moet ik niet bepaald spreken van een teleurstelling. Tevreden lach ik hem toe, nou, de chef dan. Ik ben een tevreden werknemer. Dat laat ik blijken in mijn commentaar én lach. Hij ziet zijn vermoeden bevestigd en is dus ook best tevreden.
Even later vat ik mijn werk aan. Wie kan er zich een betere start voor een werkdag inbeelden?
Wat een drukte toch... Het lijkt wel of alle 'buggymoeders' net deze bus willen nemen. Tot mijn spijt moet ik zelfs mensen met een kinderwagen weigeren. Je kan ze natuurlijk niet opstapelen.
Volgens het 'Lijnreglement' moeten die buggy's opgevouwen in tram of bus. Het moeilijke aan de situatie is dikwijls, dat je niet kan zeggen tegen een vrouw alleen met buggy dat ze de kleine er moet uit nemen, de buggy opvouwen en de boel ook effe dicht bij zich houden in het voertuig. 't Zou nogal een scheldpartij worden. Een vrouw die vindt dat ze toch nog mee kan, zeg ik (ze is immers niet alleen) dat ze wel degelijk nog mee kan, wanneer ze de kinderwagen toevouwt. Haar zoontje van ongeveer 11 jaar, helpt flink mee.
Een rit later, herhaalt de situatie zich. Weer herhaal ik de opvouwboodschap aan de moeder in kwestie. Ook zij heeft iemand bij die kan helpen. De buggy echter is zo'n vervelend model, dat ze haast niet toe krijgt. Wanneer het uiteindelijk toegevouwen is, is het toestel nog even ruim als wanneer het open staat. Ze blokkeert er de deur mee. Ze spreekt haast geen Nederlands. Wanneer ik haar vraag wat door te schuiven, antwoordt ze dat ze 'af moet'. Maar aan de halte gekomen, gaat de deur aan één kant niet open en moeten mensen om haar heen. Ik zeg haar dat ze uit de weg moet, desnoods eventjes afstappen om dan weer op te stappen. Wanneer mensen die van de bus willen, er niet af kunnen, zou er wel eens rel kunnen ontstaan hé. Toch moet ik nogal wat overredingskracht gebruiken, want ze vertrouwt het zaakje niet. Ze vermoed blijkbaar dat ik met de chauffeur samenzweer om mensen met buggy's uit de bus te weren. Nou... het is lichtelijk overdreven natuurlijk. Het gaat 'em gewoon om een schrik die mensen hebben om niet tijdig meer te kunnen opstappen. In haar geval, begrijp ik het, daar het andere kind, nog met de kleine op de schoot in de bus zit. Dus, laat ik duidelijk zichtbaar m'n voet op de drempel van de bus staan. Ze lucht wat op.
Wat later stapt een man op, die me vraagt wat eigenlijk m'n job is. Hij vraagt expliciet of ik mensen moet groeten? Lachen geblazen... da's echt wel een leutige opmerking. Hij legt me uit dat de dames die mijn job doen, heel sympathiek zijn. Ik bedankt hem, en zeg hem dat ik m'n collega zijn complimentje zal doorgeven. We zijn immers maar met twee dames.
Voldaan gniffelend, zet ik m'n dagje tussen buggy's vouwen, richtlijnen geven om buggy's en caddy's zo goed mogelijk uit de weg te zetten en halteplaatsen aangeven verder...
Maandagmorgen, tweede helft augustus... Spits... Daar gaan we. Regen wordt verwacht, die is er echter nog niet. Drukte daarentegen op sommige strategische plaatsen rondom de stad, is er zeker en vast. Verkeersdrukte dan hé.
Stillekes aan is het duidelijk. België is stilaan terug thuis uit vakantie. Voorbereidingen voor de schooljeugd worden getroffen. De tweede-zitters, zijn wellicht ook terug, om hun testen over te doen. 'We' geraken langzaamaan terug in de schooljaarroutine. Dàt is merkbaar aan de ochtendspits.
Er zitten maar een vijftal mensen op de bus. Maar we staan vast in het drukke verkeerspunt ten noorden van Antwerpen. 20 minuten aanschuiven voor een verkeerslicht is daar niet abnormaal, de laatste paar jaren. Auto's en vooral vrachtwagens, beletten het verkeer dat uit onze richting komt, door te laten. Telkens het rood wordt voor de andere richtingen, is er nog wel een camion of een paar personenwagens, die net het rode licht meepakken. Zij komen dan midden op het kruispunt te staan. Voor ons, staat ook een vrachtwagen en hij kan gewoon niet verder, zolang er een wagen op dat kruispunt staat.
Da's niet ongewoon. Da's schering en inslag. Het valt me op dat in de meeste auto's rondom ons, maar één persoon zit. Carpooling is nog echt niet in hoor. De vijf mensen op onze bus zuchten, kijken naar hun horloge, nemen hun gsm en bellen naar ik weet niet wie of waar. Ein-de-lijk... kunnen we dan toch verder. Wat later stapt er iemand af. Hij blaast met bolle wangen de ochtenddruk van z'n schouders en begint alweer te bellen... Ik beeld me in dat ie z'n baas belt, omdat ie z'n aansluiting gemist heeft. Weer eventjes verder stormen twee mensen zo snel mogelijk de bus af en zetten het direct op een lopen.
Weer... weer, is het bijna zo ver. De normale sleur.
Een pauze tussen twee diensten in, komt er aan. Normaal gezien, stap ik een halte verder af, da's dichter bij kantoor. Nu maak ik een uitzondering om nog even een broodje te halen. De honger moet ook gestild, hé.
Hartje druk Antwerpen, bij het centrale station. Hier wemelt het van mensensoorten in alle maten en gewichten. De meesten hebben een doel, zo lijkt het. Het voetpad is hier wat aan de smalle kant, in verhouding tot het grote aantal voetgangers. Fietsers zullen het geweten hebben. Het fietspad wordt immers ook door voetgangers in beslag genomen. Het wordt toegeëigend, zonder boe of bah. Er wordt niet omgekeken of er fietsers aankomen. Fietsbellen en -toeters klinken hier dan ook als een onsamenhangende symfonie langsheen de straat.
'k Sta voor het rood licht. Het goede voorbeeld gevend, in m'n uniform, blijf ik braaf wachten. Een man van Marokkaanse origine ('k schat hem rond de 40) spreekt me heel enthousiast aan. Hij steekt z'n hand uit, wil de mijne schudden. 'k Heb er nog nooit bij stil gestaan, maar het is een automatisme om dan ook je hand uit te steken. Ook al ken je de persoon niet. Ik reageer dus zoals het automatisme vraagt en geef hem een hand. Hij blijft en blijft maar schudden... Ondertussen krijg ik een regen, beter nog, een storm van lachjes en groeten en vragen in de vorm van: 'hoe is het met je? 't is lang geleden hé? Heb je gedaan met werken?' over me heen. Eerst wat overdonderd, nadien herpakkend en met vraagoogjes reagerend (ik krijg er namelijk geen woord tussen).
Het helpt, hij valt eventjes stil. M'n gezichtsuitdrukking heeft ook gesproken. Hij zegt dat wij mekaar kennen. Waarop ik opmerk, dat ik hem van gezicht wel ken, maar ik vraag me echt af... 'Van in de bus hé, van in de bus...' laat ie me weten, alsof ik alle gezichten die ik ooit ontmoette in de bus effe heel snel eens voor de geest zou willen halen. 'Haaa jaaaa, van in de bus': geef ik hem gelijk. Ik verontschuldig me, dat ik niet iedereen onthou, want ik zie toch zo veel mensen hé... Ook verontschuldig ik me dat ik verder moet, want anders te laat kom voor de volgende bus.
Hij lost eindelijk. Ik groet hem nog en ga verder, lachend, goedgehumeurd. Daar heeft hij zeker voor gezorgd. Het broodje goed humeur smaakt heerlijk!
Ik ben annemie
Ik ben een vrouw en woon in Antwerpen () en mijn beroep is tramchauffeur/begeleider De Lijn Antwerpen.
Ik ben geboren op 16/07/1958 en ben nu dus 67 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: muziek: wat gitaar betokkelen - lezen - leven!!!.