Alledaagse ontmoetingen met mensen door mijn beroep, gewezen tramchauffeur, nu begeleider op de bus en tram, geven aanleiding tot het schrijven van deze blog.
11-06-2009
tussen de lijnen
Vandaag kreeg ik ons nog nieuwe magazine 'TUSSEN DE LIJNEN'. Een leuk gepresenteerd blad, over mobiliteit, collega's op het werk zowel als collega's over hun hobby. Reportages over gepasseerde evenementen, komen op een aangename manier aan bod. Kortom, het is een blad dat collega's aanzet tot lezen over mekaar, en over het werk op een ontspannen wijze. Mét mekaar worden die schrijfsels wel eens aangehaald op het werk. Yep, je komt als collega's een beetje dichter bij mekaar, door dit blad. Het hoeft niet persé technisch uiteengezet te zijn, althans voor mij toch niet, om toch artikels neer te zetten die je job aangaan. 'Eindelijk...' wordt wel eens gezucht: '... gaat het eens over mensen onder mekaar.'
Neem gerust van me aan, dat de werking van het openbaar vervoer in de mate van het mogelijke, uit m'n hoofd wordt gebannen op m'n vrije dagen. Ik geef ook toe, dat ik absoluut geen moeite doe, collega's te ontmoeten tijdens die vrije dagen, net omdat m'n werk m'n privéleven niet moet overheersen. Deze twee hou ik graag gescheiden. 't Zou wellicht anders zijn, moest m'n echtgenoot ook bij De Lijn werken, wat ie dus niet doet. Maar steeds weer, wanneer ik gebruik maak van tram of bus, kom ik met annekdotes thuis. Mijn man verwoordt dit steeds met een sarcastisch: 'Een ticket zou veel duurder moeten zijn, je krijgt steeds een prachtig theaterstuk!' Dat ik volmondig beaam, bij wijze van spreken natuurlijk. Er kan nog veel veranderd worden wat ons OV betreft. Tijdens mijn reis naar Amerika onlangs, zag ik een andere, makkelijkere, alleszins te overwegen manier van werken. Maar ik besef tegelijkertijd ook wel, dat het gras aan de andere kant van de heuvel... of, kritiek van aan de zijlijn...
Niettegenstaande, rij ik ter-stede-mijn, haast niet meer met de wagen. Ik probeer overal te geraken met tram of bus, wat in het Antwerpse best haalbaar is. Zo kan ik me ook beter inleven in de plaats van de passagier. Want, laat ons eerlijk zijn, het ìs niet hetzelfde, gebruik maken van het OV, of zelf bus of tram besturen. Zo moest ik eens lopen om de bus te halen, tijdens het uitvoeren van m'n job. Ik haalde ze ook en stapte dus op. Een dame zei me toen: '' 't Doet goed te zien, dat jullie ook eens moeten lopen om de bus te halen.' Waarop ik haar antwoordde dat ook wij tijdig aan de halte moeten wezen om de bus te halen. Waarmee ik maar bedoel, dat dingen interpretteren zoals een ander het doet, niet altijd vanzelfsprekend is. Het is makkelijker de 'andere' te begrijpen, als je zelf ook regelmatig in de rol van 'de andere' zit.
Ik kan enkel maar vaststellen dat ik geniet van m'n job, tussen mensen op bus of tram meerijden. Dezelfde menselijke factor komt ook aan bod in 'TUSSEN DE LIJNEN'. Best aangenaam collega's op deze wijze te ontmoeten... Lezen dus maar!
Examentijd. De jeugd is helemaal niet voltallig aanwezig zoals gewoonlijk, op de bus. In elk geval, niet op deze lijn. Niettegenstaande is de bus op een bepaald moment goed gevuld, maar het blijft zeer rustig.
Wie wel voor meerdere confrontaties zorgt, tegen mijn verwachtingen in, zijn dronkaards. Verschillende malen, stappen er op, in verschillende maten en gewichten. Eén man, begint al dansend te schuifelen met z'n voeten. Hij ruikt naar drank, precies of hij nam een bierbad. Hij bazelt een verhaal over 'haar' en 'verlatingsangst'. Hij vertelt op luide toon, makkelijk te verstaan tot achteraan in de bus, dat hij is aan't koken en terwijl de potten op het vuur staan, hij er even uit trekt. Hij maakt een vergelijking met tv-kok Piet Huyzentruyt, waarover ik eigenlijk niet meer weet dan z'n naam, en de meer-dan-voldoende-kennis bezit, dat hij van nogal wat tv-kijkers het hart heeft gestolen. Ik zwijg dus wijs om deze reden én om de uitbundige dronkaard niet verder aan te moedigen tot een overdaad van aankondigingen. Hij spreekt namelijk ook met heel z'n lichaam. De man is bijzonder expressief, wat me het vermoeden geeft, dat ie even snel boos als blij is. Voorzichtigheid geboden dus. Hij blijft in m'n omgeving hangen. In het gewone leven, ontwijk ik zo'n situaties, maar hier en nu is het beter zo. Nu heb ik de situatie beter in de hand.
Hij blijft niet lang op de bus. Nog voor hij afstapt, of huppelt, beter gezegd, geeft hij nog een flinke kreet, waardoor sommige mensen raar opkijken. Verder wordt de boel door iedereen genegeerd, en da's maar goed ook. Eens de man over het voetpad z'n wankele weg verder zoekt, zie ik enkele mensen zuchtend even met hun ogen draaien of een grimas ten beste geven. Iedereen opgelucht dus.
Enkele ritten later, stap ik uit aan een halte waar het wel eens druk is. Vandaag en vooral, dit bepaald moment is dat niet anders. Ik stap dus uit, om ervoor te zorgen dat de mensen eerst afgestapt geraken, alvorens anderen met pak en zak en kinderwagen de weg versperren tijdens het opstappen. Het is even een kleine chaos op zo'n moment. Dus dirigeer ik vocaal, met m'n voet op de deurdrempel. Een gewoonte die ik ondertussen heb aangekweekt en die het best doet... normaal gezien. M'n collega, die de dienst samen met me doet, is op de bus, kijkt toe en ondertussen in de bus mensen helpend om plaats te maken voor de drie kinderwagens waarmee men op de bus wil. Gedeeltelijk gelukt, zijn de kinderwagens op de bus. Nu is het de beurt aan drie resterende mensen plus ikzelf, om op te stappen, zo gauw de dame uit het deurgat verdwijnt om ons plaats te geven. M'n voet staat nog steeds op de drempel, volgens aloude gewoonte. Plots sluit de deur, m'n voet wegduwend. Ik schrik eventjes en trek als reactie m'n voet weg. De deur tegenhouden mag niet, dus geef ik het goede voorbeeld en doe dat ook niet. Kloppen op de ramen om toch maar de aandacht te trekken, is ook niet bepaald wat je voorbeeldig gedrag kan noemen. Dat laat ik dus ook maar. De chauffeur heeft het echter, buiten mijn verwachting om, niet door. Hij vertrekt. Er zit niks anders op dan... achter te blijven. Ik zie nog het verwarde gezicht van m'n kompaan. Ik zie hem de chauffeur toeroepen, maar gas wordt gegeven. Dus maak ik er het beste van en wuif de mensen in de bus toe, terwijl ik hen zie wegsnorren, ons met vier achterlatend aan de halte.
De drie mannen die nog op de bus wilden, blijven versteld en vooral zeer humeurig achter met mij. Ze zijn boos, erg verontwaardigd, en ik... ik begrijp hen uiteraard. Het is mijn taak te sussen in de eerste plaats. Dat negatieve gevoel te verminderen, is waarvoor ik eerst wil zorgen. Ik kan toch niks ondernemen. 'k Kan moeilijk achter de bus aan gaan lopen. Er zit niks anders op dan te wachten op de volgende bus, of als alternatief een andere lijn te nemen en eerst een eindje te stappen. Dat alternatief zit er voor mij niet in, daar ik m'n maat terug moet vinden. Maar da's absoluut geen probleem. Het lukt me de mensen te kalmeren en beloof hen hierover een verslag uit te brengen. Ze vinden dat ik dit zeker moet melden. Ik geef hen vooral gelijk in hun misnoegdheid en daardoor voelen ze zich begrepen. Ze zien immers dat het mij, iemand in dat Lijnuniform ook overkomt. Ze moeten het dus niet als een persoonlijke aanval begrijpen.
Gelukkig moeten we niet lang wachten op de volgende bus, en daar is veel meer plaats. Dat helpt ook nog als susser, gelukkig. Ik vertel m'n nieuwe collega-chauffeur het verhaal in grote lijnen. Ik verwacht aan de volgende halte m'n kompaan te zien, die wel zal afgestapt zijn. En zo is het ook. Die vertelt me dat de chauffeur tegen iemand vooraan in de bus bezig was en misschien daarom mij, ons, niet gezien heeft. We besluiten om ervoor te zorgen dat we hem terug vinden. Zo kan ik hem daarover even spreken, hoop ik, zodat deze situatie kan opghelderd worden. Het opstappen was immers volop aan de gang, terwijl de deuren sloten.
Het lukt ons makkelijk de andere bus weer te onderscheppen. De chauffeur verontschuldigt zich en wil me met hand en tand duidelijk maken dat dit echt niet met opzet was, wat ik maar al te graag geloof. Ik heb meermaals met hem meegereden en nooit iets dergelijks voor gehad. Hij laat normaal gezien iedereen rustig opstappen... Hij had een lastige persoon vooraan en was in discusie. Daardoor heeft hij niet met volle aandacht in z'n spiegel gekeken. De bomen op die halte zorgen volgens hem ook voor zichthinder.
En dat... is allemaal genoteerd... Ik ga dus wat meer eten, zodat men mij in de toekomst van achter die bomen ziet uitkomen...
Sinds enkele dagen heb ik een compagnon. Heel prettig natuurlijk, vooral dan, omdat hij een prachtkerel is. Het is duidelijk merkbaar aan de mensen. Men knikt hem vriendelijk toe, hij glimlacht. Hij heeft een warme uitstraling. Een echt geschikte kerel voor deze job, als je't mij vraagt... Voorlopig gaan we samen de baan op, wat niet altijd zo zal zijn. Maar om 'er in' te komen, gaat hij een tijdje met me mee. Zo hoop ik maar dat ik het goede voorbeeld ben.
Vandaag was het rustig tijdens onze dienst. Door de hevige regenbui, bleven de mensen binnen, veronderstel ik. De laatste rit, zagen we echt niet veel mensen. Toch speelde één tiepetje het klaar om ons een ferme lachbui te bezorgen...
Een nog redelijk jonge man, stapt de bus op. Zonder boe of ba, gaat hij snel naar achteren. Tussen de zetels blijft ie plots staan en neemt z'n gsm. Hij begint ijverig de toetsen in te drukken, maar staat nogal onvast op z'n benen. Het wankelen moeten we niet toeschrijven aan de chauffeur z'n rijgedrag, maar aan de man z'n drinkgedrag, vrees ik. M'n kompaan en ik kijken mekaar heel eventjes aan en vestigen onze blik dan weer op de gsm-gebruiker. Hij bekijkt me en drukt weer hevig op de toetsen. Ik zeg niks, ik wacht af, maar blijf hem aankijken. Want verwacht iets, dit is duidelijk, er gaat wat komen. De man zegt luid; - Wadisdieje nummer na oek wér? - Welk nummer meneer? vraag ik braaf. Ik heb een vermoeden welk nummer hij wil, maar voor alle zekerheid... - 4884? of 8448? Antwoordt hij kort en bondig. Ik neem een kaartje waarop het nummer, om met de gsm een ticket te bestellen, staat, uit m'n zak en geef het hem. Hij mag het gerust houden. Het is dus 4884, voor alle duidelijkheid. - Joa, seggg, 'kmoestekik gon zitte ééé. Kgonnekik dr dus nor toe en ast er dan oep neir komt, moettek ni blaaive. Kundegaae volge? Ikke nie se... Ze moeste me ni emme! Ondertussen heeft hij gebeld voor een halte, stopt de bus aan een halte en wankelt hij. Ik moet hem tegenhouden of wordt onder z'n gewicht haast bedolven. Wankelend stapt hij af.
Een dame meer vooraan in de bus, heeft dit ook gade geslaan, kijkt ons zuchtend aan. M'n maat en ik schieten in de lach, de dame doet mee. Dat was een kort en bondige maar prettige onderbreking. Uiteindelijk heeft de man niet betaald voor z'n rit, wat we zagen aankomen van verre. Of het verhaal waar is, weten we niet. Maar moest het zo zijn, vragen wij ons beslist niet af, waarom de man niet moest 'zitten' op deze stemdag... knikken we al lachend naar mekaar toe.
't Is mooi weer! Dat zorgt voor meer uitgelaten mensen. Iedereen is beter geluimd. Nogal wat meisjes en vrouwen, kleden zich luchtiger dan eerder, wat heel wat jongens en mannen begeert. De pubers houden de hormonen niet altijd onder de nodige controle, wat zich wel eens uit in haantjesgedrag. Wanneer jonge gastjes zich ten beste geven, kijken volwassenen onbegrijpend toe, vrijwel nooit denkend, dat zij waarschijnlijk zelf ook ooit zo onnozel gedaan hebben.
Op onze bus, zit ook zo'n groepje jonge kereltjes. De oudste is zeker niet ouder dan 14jaar, schat ik. Ze hebben geen school, hebben zich wat opgesmukt. Zwart blinkende haren gesteven met gel. Hemd net een ietsje wijder open, zodat de jonge deernen hun nog onvolwassen en prachtige borstspieren in wording kunnen bewonderen. De ene wil nog net iets beter presteren dan z'n maat. Als je een documentaire zou willen maken, zijn zij de perfecte clichéhaantjes, om niet te zeggen, haast karikaturen.
Ze gedragen zich echter wel. Ze gibberen wat onderling, maar trekken zelfs de aandacht niet té erg op zich. Storen doen ze zeker niet. Wanneer ik aan een bushalte afstap, vooraan omdat ik altijd m'n collega nog effe een fijne dag toewens, stappen zij ook af, via de middendeur. Ze staan met z'n vijven naar een raam, nogal vulgaire bewegingen te maken. Ik kan niet zien naar wie, maar ik vermoed naar een meisje. Er is namelijk een jongen, die -hoe zal ik het noemen?- ... al tongent geilt... Je kent het wel hé. Die tongbewegingen waarvan zo'n manneke denkt, dat meisjes er 'hot' van worden. Nu zijn er verschillende mogelijkheden, ofwel ben ik te preuts, ofwel gewoon niet mee met de tijd, ofwel simpelweg te streng... In alle geval heb ik nooit van dat soort attitudes gehouden. Trouwens het valt me op, dat meisjes zoiets niet doen. Het is meer iets van jongens. Enkele buitenbeentjes in de showbizwereld, buiten beschouwing gelaten, die tijdens een optreden, min of meer opgepept, het publiek proberen op te dwepen.
Ik moet de groep jongens passeren, terwijl die jongen daar zo stoer met z'n tong staat te draaien en de anderen het heupwiegend grappig vinden. Het flitst door m'n hoofd. "Ik kan hier toch niet simpelweg negerend voorbij gaan." 'k Heb gelijk compassie met het meisje in de bus waarnaar deze rekels dit gedrag vertonen. Dus zeg ik, terwijl ik nader: 'Wa's dat nu? Is er iets? Wat doe je daar nu toch?' op vriendelijke toon, natuurlijk. Waarop hun aandacht voor het meisje direct verzwakt. Ze kunnen natuurlijk niet direct volgen. Dus herhaal ik nog eens met de vraag of er iets is. Ik opper dat ze misschien wat vergeten waren in de bus, langs m'n neus weg. Daarop zegt één onder hen: 'Nee, maar we zijn een meisje aan't verleiden.' - Hmmmm... dat doe je dan wel heel verkeerd... - Verkeerd? Huh? Waarom? - Wel, jongens, zo verleid je meisjes niet, je bereikt op deze manier, net het tegenovergestelde. Je moet dat anders aanpakken. Het lukt, ze volgen me, en zijn geïnteresseerd hoe je dat dan wel doet en vragen het me. - Als er iemand het kan weten, dan zal het wel een meisje of een vrouw zijn hé. Laat ik hen nog wijs weten. Ze eten uit m'n hand op dat moment. Maar ik ben me ervan bewust, dit zijn jongens met een achtergrond die wellicht totaal anders is, dan jongens die in onze westeuropese cultuur worden opgevoed. Dus ben ik ook wel op m'n hoede voor onverwachte reacties, positief zowel als negatief. Ik ken hen tenslotte niet. Enkelen onder hen gaan door met vragen, het wordt natuurlijk een spelletje. De bus is vertrokken, en ik ben ondertussen op weg naar de halte waar ik een ander voertuig ga nemen. Zij blijven me volgen. Tot het grootste lummeltje onder hen z'n hand op m'n schouder legt, mij omarmend. Streng zeg ik hen, dat je vooral meisjes niet moet aanraken als ze je niet kennen. Benadrukkend, kijk ik de durver aan: 'Ook vrouwen niet!' klinkt het. De arm verdwijnt onmiddellijk.
De durfal weet zich eventjes geen houding te geven, maar de anderen lijken het niet eens te merken. Een momentje later splitsen onze wegen zich.
Met een lach en een zwaai steken ze de straat door het rode licht over. Ik roep hen na, dat ze toch maar beter uitkijken, want vanuit het hospitaal kunnen ze ook geen meiden versieren.
En weg zijn ze... hun zoektocht gaat verder, terwijl ik terugkeer naar kantoor.
Ik ben annemie
Ik ben een vrouw en woon in Antwerpen () en mijn beroep is tramchauffeur/begeleider De Lijn Antwerpen.
Ik ben geboren op 16/07/1958 en ben nu dus 67 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: muziek: wat gitaar betokkelen - lezen - leven!!!.