Iemand die onwrikbaar aan een
ingenomen standpunt vasthoudt, noem je eigengereid. Wanneer dat vasthouden
zonder enige reden gebeurt, terwijl iedereen er de onzin van inziet, noem je
iemand eigenwijs. En wanneer dat vasthouden leidt tot een absurd recalcitrant gedrag,
noem je die iemand balorig. Zich
verzetten, de kont tegen de krib gooien, niet willen toegeven dat je opvatting
er volkomen naast zit. Niet luisteren naar rede, iemand beledigen of hard
beginnen te schelden omdat je niet wilt toegeven dat je ongelijk hebt: allemaal
vormen van balorigheid. Sommige kinderen voelen zich vergeten en miskend en worden
balorig omdat ze willen opvallen of hoognodig behoefte hebben aan aandacht.
Anderen worden uit verveling balorig. Er is niets positiefs aan balorig, zou
je kunnen zeggen, behalve dat het een mooi oud-nederlands woord is. Je moet het alleen nooit met dubbel l schrijven. Want daar
wordt iedere neerlandicus balorig van.
Op zulke ogenblikken is
internet een fantastische vraagbaak. Wie wil leert alles over de herkomst van het
woord en de verschillende betekenissen. Zo vertelt iemand mij dat balorig
afstamt van bal-horig dat
oorspronkelijk slechthorend betekent.
En dan in de betekenis van niet naar goede raad willen horen. (Niet te
verwarren met lichte of ernstige vormen van doofheid.) Op mijn tegenvraag of
het dan eigenlijk niet beter mal-horig
zou moeten zijn, heb ik tot op de dag van vandaag nog geen antwoord gekregen.
In ieder geval weet ik nu dat
balorig familie is van baldadig (slechte daden doen) en balsturig (moeilijk te besturen zijn). Interessant,
zeg! Ik leer ook passende synoniemen: dwars,
koppig, onwillig, tegendraads of weerspannig. Maar die leer ik niet echt,
want die wist ik al.
Onlangs schreef iemand een mooi
verhaal over spijbelen. Ik herkende er heel veel in van mezelf. Bij mij was
spijbelen een vorm van balorigheid. Bijvoorbeeld in de eerste jaren van de
kweekschool waar ik mij bijna doodverveelde. Daarom trok ik herhaaldelijk samen
met mijn vriend Willy H. op de zaterdagmorgen het vrije veld in, terwijl wij
geacht werden het leslokaal op de school met een bezoek te vereren. In dat
vrije veld lagen wij dan een half uurtje in de zon of speelden op onze
blokfluiten het onvermijdelijke duet van De twee Vinken om vervolgens al
lanterfantend twee uur te doen over de weg naar huis. Tot de directeur thuis
een keer opbelde en aan mijn vader vroeg of deze wist waar zijn zoon uithing.
Terwijl ik het zelf was die de telefoon opnam.
Dat durf je niet! zeiden
mijn klasgenoten. In de kast kruipen en daar een heel lesuur doorbrengen. En
dan nog wel bij de zeer gevreesde leraar Nederlands K. Zoiets moet je nooit
tegen een balorig iemand zeggen. Daarop kroop ik dus in de kast om te merken
hoe kwaad leraar K. werd, die in de gaten kreeg dat er iets in de klas speelde
waar hij geen vat op had. Maar wanneer u denkt dat ik, na afloop van de les
toen leraar K. met ingehouden woede het leslokaal had verlaten, triomferend uit
de kast kroop, hebt u het mis. Bleek en timide dacht ik met terugwerkende
kracht na over de risicos en de mogelijke gevolgen (bijv. van school gestuurd
worden). Gelooft u mij, van balorigheid is nog nooit iemand wijzer en
gelukkiger geworden.
Met de jaren neemt de
balorigheid af, constateer ik bij mezelf. De gesjeesde (prachtig woord!) gammastudent zou weer kunnen beweren dat er een,
zij het negatieve, (cor)relatie bestaat tussen de mate van balorigheid en de
leeftijd. Hoe meer jaren achter de rug, hoe minder balorig. Mijn grootste balorigheid heb ik
achter mij gelaten, behalve als u aan mijn stokpaardjes komt. Dan ben ik als
vanouds niet voor rede vatbaar.
Post Scriptum: Achter de
stressfree UNIX bal, hieronder, die nog net zijn oren vrijlaat, verbergt zich
ons aller vriend Olivier B. Bommel. Kapitein Walrus himself houdt een oogje in het zeil. Een klein beetje balorigheid
kunnen wij Heer Bommel niet ontzeggen, zal zijn jonge vriend moeten toegeven.
(Met dank aan de Haarlemse
Teylers Ollie B. Bommel & Tom Poes poster, 1996)

|