Inhoud blog
  • Overlijden Robert De Telder
  • Corona
  • Chronologische schema's - afbeeldingen - vanaf de Grote Vloed tot de Spraakverwarring
  • Joeja
  • De eerste drieduizend jaar, hoofdstuk 1
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    06-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kronieken van de koningen van Israël

    Kronieken van de koningen van Israël’, staat ter eventuele aanschaffing op het internet.

    Hierna enkele gegevens:

    Formaat A5 (148mm x 210mm), papier crème papier (romandruk), binding paperback, aantal pagina's 175, boekdikte 15mm, verkoopprijs: EUR 16,50, ISBN 9789402169430

    Trefwoorden: oudheidgeschiedenis, Assyriologie, Israël, tienstammenrijk, Bijbel.

     

     

    Beschrijving:

    'Kronieken van de koningen van Israël’ brengt de geschiedenis van het oude Israël, het zogenaamde tienstammenrijk door middel van een nieuwe chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren. Naar het boek der ‘Kronieken der koningen van Israël’ wordt in de Bijbelboeken 1 en 2 Koningen telkens aan het einde van een behandelde kroniek van een koning van Israël verwezen. Het is een boek dat over de eeuwen heen verloren ging wat door elke liefhebber van Bijbelse- en wereldgeschiedenis als spijtig bevonden wordt. De geschiedenis van de koningen van Israël halen we vandaag uit de historische boeken van de Bijbel, de Psalmen, uit de werken van de oudheidhistoricus Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. De auteur geeft in het bijzonder aandacht aan de Assyriologie en de link tussen beide koningslijsten: de Bijbelse koningslijst van het tienstammenrijk en de Assyrische koningslijst. De koningen van Assyrië die in de Bijbel vermeldt worden werden op de tijdsbalk verankerd met de chronologische gegevens die de Bijbel doorgeeft.

     

     

    Het boek sluit af met een hoofdstuk naar het toekomstig herstel van Israël in het oude land der vaderen waarbij in het bijzonder de stam Zebulon in verleden, heden en toekomst besproken wordt.

    De auteur Robert De Telder is een autodidact die naar de geest van de hervormer Maarten Luther: sola fide - sola gratia - sola scriptura, de Schriften onderzoekt. Hij is een revisionist van de geschiedenis van de oudheid waarbij vooral de gevestigde Egyptologie en Assyriologie aangepakt worden.

    Bestellen kan uitsluitend via de volgende link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=typedsearch

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    P.S. Een recensie

    Dit boek gaat over het tienstammenrijk van Jerobeam tot Hosea. Bij elk hoofdstuk staat op 'millimeterpapier' duidelijk de Bijbelse tijdlijn: de tijdlijn van de koningen van Juda en daaronder de koningen van Israël (het tienstammenrijk). Bovenaan staat ook nog de telling van de sabbatsjaren en de jubeljaren.

    Ik begon te lezen met de gedachte een echt studieboek voor me te hebben. Dat is het ook, maar Robert de Telder heeft het zo goed leesbaar en boeiend geschreven, dat het heel makkelijk leest. En ook duidelijk. Zo wordt bijvoorbeeld elke persoon of situatie die je tegenkomt, tegelijk even kort verduidelijkt, zodat je beter gaat begrijpen wie de personen zijn en wat alles betekent in zijn verband, zodat je de draad vasthoudt.

    De schrijver geeft veel toegevoegde informatie. Dat is niet alleen veel 'technisch' feitenmateriaal, maar ook veel verhalende informatie waardoor de Bijbelverhalen gaan leven in het geheel van de geschiedenis van Israël. Dat is dus niet alleen het tienstammenrijk, maar ook de samenhang met het koninkrijk Juda, en tevens de samenhang met de geschiedenis van de omringende volken, en hoe dit past in de gevestigde Assyriologie en Egyptologie.

    Tenslotte zijn er nog twee hoofdstukken die aandacht geven aan de verloren tien stammen. We krijgen vooral veel Bijbelse gegevens die een goed beeld geven van waar ze terecht gekomen zijn. En vervolgens wordt ook het profetische herstel van Israël besproken.

    Samenvattend: het boek is goed te gebruiken naast de Bijbel als je in de boeken 1 en 2 Koningen leest. De tijdlijn en andere illustraties verduidelijken de Bijbeltekst op een prettige manier. Het is een boek dat de Schrift serieus neemt en dat iedere bijbellezer zou moeten lezen.

    Harry Sleijster

    06-02-2018 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Essarhaddon ‘s veldtocht naar Egypte en de vermelding van een meganatuurcatastrofe van kosmische oorsprong.

    We vervolgen deze week met ons thema van de cyclus van meganatuurcatastrofes die planeet aarde van de vierentwintigste tot de zevende eeuw v. Chr. teisterden. Het artikel van verleden week handelde over de beschreven ramp in het voorjaar van 722 v. Chr. Nu blijkt dat 54 jaar en zes maanden later de wereld opnieuw getuige van een kosmisch fenomeen was. De annalen van de Assyrische koning Essarhaddon hebben hier een verwijzing naar.

    De Assyrische koning Essarhaddon had al eerder mijn aandacht op dit blog in een artikel van 20.06.2016: de zoon van de Assyriër Sanherib: Essarhaddon. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1466373600&stopdatum=1466978400

     

    Naast het belangrijke feit dat in de Bijbel naar Essarhaddon als koning van Assyrië verwezen wordt gaf ik in het artikel vooral aandacht aan de veldtocht van Essarhaddon naar Egypte in diens tiende regeringsjaar in 671 v. Chr. Ik wees in het artikel naar de identificatie van de Egyptische stad Khepru-re of Sethosburg met de Assyrische naam Ishrupri.

    De Assyrische naam van de stad Ishrupri was vanuit Egyptische bronnen onbekend tot de Duitse Oriëntalist Albrecht Alt (1883/1956) haar identificeerde met de stad van Sethos, farao Seti of met zijn Egyptische naam Wesher-khepru-re van de negentiende dynastie. Het Assyrische Ishupri betekent ‘burcht van Sethos’ of burcht van Khepru-re. Voor de gevestigde Egyptologie ontstond er onmiddellijk een anomalie aangezien er ongeveer zes eeuwen tijdsverschil zitten tussen Sethos en Essarhaddon. Waarom zou Essarhaddon naar de stad van een heerser verwijzen die volgens hun gefabriceerde tijdsconstructie ruim zes eeuwen eerder heerste?

     

     

    In het licht van de herziening van de geschiedenis van de oudheid die sinds Velikovsky in een stroomversnelling geraakt is zit er slechts één generatie verschil tussen Sethos en Essarhaddon en bestaat er geen anomalie meer. Het is de logica zelve dat de Assyrische kroniekschrijver naar de stad van Sethos verwees wanneer hij de marsroute van het leger van Essarhaddon naar Egypte beschreef. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 366-373. De identificatie van Ishupri met Sethosburg behandel ik in TIJD en TIJDEN in het hoofdstuk: blz. 375-384. Hier identificeer ik bovendien het Bijbelse Tachpanhes van de profeet Jeremia met de stad Daphnai in de Noordoostelijke Nijldelta. Ook postuleer ik dat de tot nu toe niet gevonden hoofdstad Saïs één en dezelfde was als het in de Bijbel beschreven Tachpanhes. De Bijbelse plaatsnaam Tachpanhes zou namelijk ook kunnen staan voor het Egyptische ‘Te-haph’ ne-hes’ wat ‘huis van de Nubiër’ betekend. Dit is een puzzelstukje dat exact past in het plaatje bij de strijd van Essarhaddon tegen de Nubiër of Ethiopiër Tirhaka in de Noordoostelijke Nijldelta. De conclusie is dat de stad met de Assyrische benaming Ishupri dezelfde plaats is als het Bijbelse Tachpanhes dat voor het Egyptische Te-haph’ne-hes staat en ook dezelfde plaats als Daphnai is. Een hedendaags voorbeeld voor deze spraakverwarring is de Belgisch-Waalse stad Liège in noordoost België die in het Nederlands de naam Luik heeft en door de Duitsers Lüttich genoemd wordt. Een ander voorbeeld is de Duitse stad Aachen (in dezelfde regio) die in het Nederlands met Aken aangeduid wordt en in het Frans met Aix-la-Chapelle.

    Na de onderwerping van Egypte stelde Essarhaddon vazallen over het land aan die voor hem het land schatplichtig maakte. De belangrijkste vazal en farao van Essarhaddon was: Horemheb. Hier volg ik echter een eigen variant los van Velikovsky die Horemheb door de Assyriër Sanherib liet benoemen. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 357-359, werk ik dit uit. Ook in mijn boek De Zonaanbidder, 2016, blz. 85 haal ik summier Horemheb aan.

     

    De bedoeling van het artikel van deze week is aandacht te geven aan de verwijzing van Essarhaddon in zijn bewaarde annalen naar een storm-demon die hem vooraf naar Egypte ging. Ik meen dat de verwijzing van Essarhaddon van een storm-demon naar een kosmisch fenomeen verwijst dat past in de cyclus van meganatuurcatastrofes die planeet aarde van de vierentwintigste tot de achtste eeuw voor Christus plaagden. Zie het artikel op dit blog van 13.03.2017, de zondvloed van Deucalion, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489359600&stopdatum=1489964400

    Hierna het betreffende gedeelte uit de bewaarde annalen van Essarhaddon dat over de storm-demon handelt.

    The king, whose sovereignty the lord of lords, Marduk, has exalted, far above that of the kings of the four quarters, who has brought all the lands in submission under his feet who has exacted tribute and tax from them. (He is) conqueror of his foes, destroyer of his enemies; (He is) the king whose walk is a storm, and whose deeds a raging wolf. Before him is a storm-demon, behind him a cloudburst. The onset of his battle is mighty. He is a consuming flame, a fire that does not go out. (He is) the son of Sennacherib, king of the universe, king of Assyria, son of Sargon, king of the universe, king of Assyria, viceroy of Babylon, king of Sumer and Akkad. (He is of) the eternal seed of priesthood, of Bel-bani, son of Adasi, who established the kingdom of Assyria, who at the command of A¹¹ur, Shamash, Nabu, and Marduk, the great gods, his lords, overthrew the servitude of the city of A¹¹ur.

    (Adapted from Luckenbill 2:224-27, Luckenbill, Daniel David. Ancient Records of Assyria and Babylonia. Vol. 2: From Sargon to the End. Chicago: University of Chicago Press, 1927.)

     

     

    Het bijgevoegde schema toont de regeerperiode van Essarhaddon en vermeldt de Assyrische invasie van Egypte in zijn tiende regeringsjaar 671 v. Chr. Zijn zoon Assurbanipal zat toen al als co-regent op de troon. De regeerperiode van Assurbanipal heb ik op de tijdsbalk verankerd met zijn twintigste regeringsjaar in het jaar 652/651 v. Chr., het geboortejaar namelijk van Adda-Guppi, die stierf in het negende regeringsjaar van koning Nabonidus van Babylon en dit volgens de bekende Harran-inscriptie. Op basis van deze verankering valt zijn eerste regeringsjaar in het jaar maart 671/februari 670 v. Chr. En aangezien we weten dat zijn vader Essarhaddon in de maand november van 669 v. Chr. stierf, maakt dat Assurbanipal drie jaar als co-regent de troon met zijn vader deelde. Het co-regentschap van Assurbanipal met zijn vader Essarhaddon in 671 v. Chr. is niet onlogisch wanneer we bedenken dat in dat jaar Essarhaddon zijn offensief tegen Egypte ondernam en dat het aanstellen van een co-regent als reden voor het veilig stellen van de monarchie gebeurde (zie De Assyriologie herzien, 2012, blz. 102-103).

     

    De vermelding van een storm-demon door Essarhaddon die hem naar Egypte voorafging past in de cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong die volgens de theorie van de vierentwintigste tot de zevende eeuw v. Chr. planeet aarde teisterden.

    Het werk van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, ‘The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes’, heeft al langer mijn aandacht op dit blog. Deze geleerden leveren een schema met een cyclus van catastrofes van 2484 v. Chr. tot 701 v. Chr. Zij identificeren zeven rampen van kosmische oorsprong die planeet aarde in de oudheid teisterden. De meganatuurcatastrofe-cyclus is volgens Patten nauwkeurig te berekenen tot 54 jaar en zes maanden met iedere keer een planetaire interactie in de maand maart, het Romeinse Tubilustrium en de daaropvolgende catastrofe 54 jaar en zes maanden later in oktober, het Romeinse Armilustrium. Het was volgens hen de planeet Mars die in die tijd de aarde in haar omloop rond de zon periodiek verstoorde.

    Het jaar 701 v. Chr. is hun vertrekpunt op de tijdsbalk en ankerpunt vanaf waar zij in de tijd terugrekenen. Dit noodlottige jaartal 701 v. Chr. als ankerpunt op de tijdsbalk hebben zij van de geleerde Edwin R. Thiele. Thiele die op basis van de Assyrische koningslijst het jaartal 701 v. Chr. voor het veertiende regeringsjaar van Hizkia, uitdokterde. Zie het artikel op dit blog van 30.11.2017: De knieval van de geleerde Edwin R. Thiele, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1511737200&stopdatum=1512342000

     

    Als een gevolg van het hanteren van de chronologie van Thiele voor de regeerperioden van de koningen van Israël en Juda zit de geleerde Donald W. Patten en zijn medewerkers met hun cycluslijst van rampen er enkele jaren naast en dienen zij regelmatig met ‘circa ’s’ voor het dateren meganatuurcatastrofes, te werken.

    Wanneer men echter het cyclusmodel van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch en Loren C. Steinhauer, binnen de nieuwe chronologie van de sabbat- en jubeljaren hanteert zijn de resultaten nochtans verbluffend.

    Een voorbeeld is het bekende jaartal 776 v. Chr. met de instelling van de Olympische Spelen door de Grieken als dank naar hun goden toe, toen een verwachte ramp werd afgewend. Het is een ankerjaar waar we met zekerheid de cyclus van rampen mee kunnen linken. Heel de wereld van de oudheid hield tegen het jaar 776 v. Chr. de adem in voor de aangekondigde ramp die planeet aarde dan opnieuw zou treffen. Zie het artikel op dit blog van 17.11.2017: De moeder van alle verwoestingen, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1510527600&stopdatum=1511132400

    Wanneer men vanaf het jaartal 776 v. Chr. in oktober 54 jaar en zes maanden op de tijdsbalk naar voor rekent arriveert men in de maand maart van het jaar 722 v. Chr. Het verkregen jaartal maart 722 v. Chr. is hier opmerkelijk omdat dit jaar volgens de Bijbelse chronologie in het voorjaar de dood zag van koning Achaz, de vader van Hizkia, met een historische vermelding van een kosmisch fenomeen. Een Joodse legende verhaalt namelijk dat op de dag dat koning Achaz stierf er slechts gedurende twee uur daglicht was (Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Volume IV, Bible Times and Characters. From Joshua to Esther). De oorzaak ligt volgens de catastrofetheorie bij een storing van planeet aarde in haar omwenteling om de zon.

    Wanneer men van maart 722 v. Chr. opnieuw met een schijf van 54 jaar en zes maanden op de tijdsbalk naar voor rekent arriveert men in oktober van het 667 v. Chr. Dit jaartal is slechts één jaar verwijderd van het invasiejaar van Assurbanipal, de zoon van Essarhaddon die in 668 v. Chr. Egypte binnenrukte en slechts drie jaar na de invasie van Egypte door Essarhaddon in 671 v. Chr.

    Het zou echter kunnen dat er zich een afwijking in de cyclus van meganatuurcatastrofes heeft voorgedaan. De onderzoekers Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, in hun boek: The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes, hielden rekening met afwijkingen.

    Het zou echter ook mogelijk zijn dat de annalen van Essarhaddon niet nauwkeurig zijn, en dan wordt het jaartal 667 v. Chr. een eventueel nieuw ankerpunt op de tijdsbalk.

    Hierna enkele citaten van de zijde van de Assyriologie over de regeerperiode van Essarhaddon en Assurbanipal:

    “The sources for the reign of Esarhaddon are difficult to date and are not reliable with regard to 15 details of campaigns and to their chronology. There are considerable differences in the recorded order of events between the Esarhaddon and the Babylonian chronicles and Esarhaddon’s prisms. Eph’al has questioned the reliability of the Esarhaddon and Babylonian Chronicles. Etcetera…

    “However, Cf. H. Tadmor, “An Assyrian Victory Chant and Related Matters”, in: G. Frame (ed.), From the Upper Sea to the Lower Sea: Studies on the History of Assyria and Babylonia in Honour of A. K. Grayson (Leiden, 2004) 269-272. Tadmor postulates that Esarhaddon’s Annals were ideologically edited and thus are less valid for chronological reconstruction than the Esarhaddon and the Babylonian chronicles. However, note that some events in the Chronicles were also wrongly placed. Tadmor, “Autobiographical Apology”, 272. Cf. J. A. Spalinger, “Esarhaddon and Egypt: An Analysis of the First Invasion”

     

    Met absolute zekerheid is het ditmaal niet mogelijk het kosmisch fenomeen uit de Assyrische annalen te dateren. Ik postuleer dat het jaar 667 v. Chr. het rampjaar was. Volgens de wetenschappers Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, in hun boek: The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes, was het jaar 701 v. Chr. het laatst getuige van een meganatuurcatastrofe. Ik meen dat men vanuit Assyrische bron een extra interval aan de cyclus kan toevoegen van rampen.

    Vanuit mijn persoonlijke opleiding kan ik hier echter moeilijk over oordelen en blijft het voor mij een vraag wanneer juist planeet aarde en haar zonnestelsel tot rust kwam en het exacte klokwerk, dat we vandaag van alle planeten waarnemen, een aanvang nam. Het is vooral via mijn interesse voor chronologie dat de cyclus van catastrofes van kosmische oorsprong al lange tijd mijn aandacht heeft aangezien het past in de in de Bijbel beschreven rampen in de oudheid.

    De moderne wetenschap kosmologie wijst de theorie van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer die gebaseerd is op mythologische bronnen en de Bijbel, af. Hun geavanceerde computersystemen zijn alle geprogrammeerd op basis van de uniformiteittheorie: de aarde is nooit in haar baan om de zon verstoord en ons zonnestelsel loopt sinds mensengeheugenis als een klokwerk.

     

     

    Het laatste boek: Mankind in Amnesia, 1982, dat de controversiële onderzoeker Dr. Immanuël Velikovsky (1895/1979) schreef was gewijd aan dit door de moderne kosmologie afwijzen van de nochtans historisch gedateerde meganatuurcatastrofes dat hij catalogeerde onder een ‘collectief geheugenverlies’ van de moderne wetenschap. Velikovsky omschreef het als het volgt: De herinnering aan catastrofes werd uitgewist, niet door gebrek aan geschreven overleveringen, maar door een kenmerkend proces, dat later gehele naties, tezamen met hun geletterden, in deze overleveringen allegorieën of vergelijkingen deed zien, terwijl in werkelijkheid kosmische natuurverstoringen daarin heel duidelijk stonden beschreven.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    02-02-2018 om 08:20 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Libische farao Osorkon II van dynastie XXII en een genoteerde meganatuurcatastrofe in Egypte

    In het artikel van 17.11.2017 op dit blog: De Moeder van alle verwoestingen, gaf ik in het bijzonder aandacht aan de meganatuurcatastrofe die de aarde trof in het jaar 776 v. Chr. Het was de catastrofe waar de profeet Jesaja zijn bediening mee inluidde en door hem in al haar gruwel beschreven. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1510527600&stopdatum=1511132400

     

    De ramp die de wereld in oktober van het jaar 776 v. Chr. trof maakte deel uit van een aangetoonde cyclus van rampen met intervallen van meestal 54 jaar en zes maanden. De duur van de intervallen tussen de rampen in heb ik van de studie van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, ‘The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes’ overgenomen. Zij identificeren zeven meganatuurcatastrofes  van kosmische oorsprong die planeet aarde in de oudheid teisterden. Hun ankerpunt op de tijdsbalk met het jaar 701 v. Chr. dat via Edwin R. Thiele bekomen werd heb ik losgelaten en gekozen voor 776 v. Chr. Wanneer men het cyclusmodel van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch en Loren C. Steinhauer, met rampen alle 54 jaar en zes maanden binnen de nieuwe chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren, hanteert zijn de resultaten verbluffend accuraat en dient er wat jaartallen betreft, niet met circa ’s gewerkt te worden.

    Zo een voorbeeld gaf ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2014, blz. 193-195, waar ik aantoonde dat de cyclus van rampen met intervallen van 54 jaar en zes maanden onder andere exact past tussen oktober 1443 v. Chr. met de slag bij Gibeon in het eerste jaar van de inname van het Beloofde Land Kanaän onder leiding van Jozua met het bekende fenomeen rond de zon en vallende stenen die vanuit de ruimte de Kanaänieten troffen, en het laatste jaar van de regeerperiode van David in 1007 v. Chr. met eveneens de beschrijving van een kosmisch fenomeen over Jeruzalem (1 Kronieken 21:16 en 2 Samuel 24:16-17).

    Nog een voorbeeld van het verbluffend accurate was dat exact 54 jaar en zes maanden na oktober 776 v. Chr. in het voorjaar van 722 v. Chr. planeet aarde opnieuw een meganatuurcatastrofe onderging. Op basis van vooral een Joodse legende toonde ik de datering van de ramp aan. Het was op het moment van de dood en begrafenis van koning Achaz van Juda in 722 v. Chr. (nieuwe chronologie) dat er zich kosmische fenomenen voordeden.

    “While the northern kingdom was rapidly descending into the pit of destruction, a mighty upward impulse was given to Judah, both spiritually and materially, by its king Hezekiah. In his infancy the king had been destined as a sacrifice to Moloch. His mother had saved him from death only by rubbing him with the blood of a salamander, which made him fire-proof. In every respect he was the opposite of his father. As the latter is counted among the worst of sinners, so Hezekiah is counted among the most pious of Israel. His first act as king is evidence that he held the honor of God to be his chief concern, important beyond all else. He refused to accord his father regal obsequies; his remains were buried as though he had been poor and of plebeian rank. Impious as he was, Ahaz deserved nothing more dignified. God had Himself made it known to Hezekiah, by a sign, that his father was to have no consideration paid him. On the day of the dead king's funeral daylight lasted but two hours, and his body had to be interred when the earth was enveloped in darkness.”

    (Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Volume IV, Bible Times and Characters. From Joshua to Esther, IX).

     

     

    In Egypte hebben we tijdens deze periode ook een melding van een buitengewoon natuurfenomeen. Het is Dr. Immanuel Velikovsky die in zijn boek ‘Werelden in botsing, 1971, Deel II, Mars, eerste hoofdstuk, blz. 249, daar melding over maakt.

    Van het derde regeringsjaar van de Libische farao Osorkon II is er een bericht bewaard gebleven dat toen het tempelcomplex te Karnak onder water stond. Dat het geen gewone overstroming was maakt Velikovsky duidelijk vanuit zijn opzoekwerk. Zijn eerst vermelde bron is de egyptoloog Breasted, Records of Egypt, IV, par. 742-743. Maar daarenboven verwijst hij naar het onderzoek van de geleerde J. Vandier, La Famine dans l’ Egypte ancienne (1936), blz. 123, ‘Het water bracht het land terug in dezelfde toestand als toen het nog door het oerwater der schepping was bedekt’.

    Deze beschrijving en de verwijzing naar de toestand in Egypte na de ramp als ten tijde van het zogenaamde ‘oerwater’ vanuit hun mythologie, geeft een beeld van een meganatuurcatastrofe die hoogstwaarschijnlijk ook een kosmische oorsprong had.

     

     

    Hierna het bewaard gebleven gefragmenteerde bericht over de gebeurtenissen ten tijde van het derde jaar van Osorkon II:

    “Osorkon II derde jaar, de eerste maand van het tweede seizoen, op de twaalfde dag ‘kwam’, volgens een beschadigde inscriptie, ‘de vloed op in dit gehele land… dit land was in zijn macht als de zee; er was geen dijk van het volk om zijn woestheid te weerstaan. Alle mensen waren daarop als vogels….de storm….hangende….als de hemelen. Alle tempels van Thebe waren gelijk moerassen.”

     

    De orthodoxe Egyptologie heeft de tweeëntwintigste dynastie op de tijdsbalk in tiende en negende eeuw voor Christus geplaatst en dit vooral door hun foutieve identificatie van farao Sjosjenq I met de Bijbelse farao Sisak als tijdgenoot van Salomo en Rehabeam. In een eerder artikel op dit blog van 20.03.2017 heb ik dit al eens besproken: De Bijbelse farao Sisak, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489964400&stopdatum=1490569200 en scrol naar beneden.

     

    De Libische tweeëntwintigste dynastie hoort op de tijdsbalk thuis in de achtste en zevende eeuw v. Chr. De veldtocht van Sjosjenq I leidde hem naar het gebied van het tienstammenrijk en niet naar Juda. In Jeruzalem heeft deze farao nooit een voet gezet. De verankering van de tweeëntwintigste dynastie op de tijdsbalk heb ik in mijn boek: De zonaanbidder. Achnaton, de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, appendix 3, uiteengezet. De Libiërs hadden een bijzondere relatie met het tienstammenrijk Israël.

    Te Samaria werd door archeologen in het koninklijk paleis een albasten vaas gevonden met daarop de naam van Osorkon II. Het commentaar van de orthodoxe egyptologie op deze vondst is dat het vermoedelijk om een geschenk aan koning Achab gaat en dat hier uit opgemaakt kan worden dat Osorkon vriendschappelijke contacten met het koninkrijk Israël onderhield. Dit is uiteraard honderd procent gissen want de veronderstelde relatie tussen Osorkon en Achab wordt door geen enkel ander bewijsdocument ondersteund.

    In het gereviseerde model is Osorkon II een tijdgenoot van Achaz en Hizkia in Juda en van Hosea in Israël. Volgens het variant van Velikovsky kan een bepaalde Osorkon met farao So van de Bijbel geïdentificeerd. Zie recent het artikel van 13.10.2017 op dit blog: Wie was de Bijbelse farao met de Hebreeuwse naam ‘So’ ten tijde van de val van Samaria in 717 v. Chr.? Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1507500000&stopdatum=1508104800

    Farao So is de Bijbelse koning van Egypte op wie de laatste koning van het tienstammenrijk Hosea zijn vertrouwen stelde en als een gevolg daarvan de woede van de Assyriërs over zich haalde. De schatplichtige Hosea stopte namelijk met het betalen van belastingen aan Assyrië. De vondst van de albasten vaas in het koninklijk paleis te Samaria kan vanuit het variant van Velikovsky beter verklaard worden.

    Het is een van de vele puzzelstukjes die in het plaatje van de gereviseerde geschiedenis van de oudheid past.

     

     

    In mijn hierboven geciteerde boek: De zonaanbidder - Achnaton, de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, beschrijf ik de Libiërs als een soort aanvalshonden van de farao’s Amonhotep III en IV die volgens mijn revisie in de achtste en zevende eeuw v. Chr. op de tijdsbalk van de geschiedenis thuishoren. Farao Sjosjenq I bijvoorbeeld wordt vanuit oud-Egyptische bron beschreven als de opperbevelhebber van alle Egyptische legers! In de Thebaanse verslagen heet hij ‘Grote leider van de Mesjwesj’, die oorspronkelijk uit Libische stammen gerekruteerd waren als een interne politiemacht. (Kroniek van de farao ‘s, Peter A. Clayton, de derde tussentijd).

    In de achtste eeuw v. Chr. was de Nijldelta een lapdeken van dynastieën of huizen, allen onderdanig aan de farao ’s van de Aton of zon. De Libiërs zaten in de noordoostelijke Delta met als hoofdstad Boebastis. Hun migratie gaat terug tot de regeerperiode van farao Thothmosis IV, de vader van Amonhotep III, die hen toelating gaf zich daar onder zijn supervisie te vestigen.

    De drieëntwintigste dynastie had haar residentie in Taremoe, beter bekend onder de Griekse naam Leontopolis. In 722 v. Chr. had farao Zet daar de scepter overgenomen. Hij is volgens de studie van Dr. Donovan Courville te identificeren met farao Setnakht van de twintigste dynastie en was een overgangsfiguur tussen beide dynastieën. Zie het artikel op dit blog van 08.12.2017, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1512342000&stopdatum=1512946800

    De vierentwintigste dynastie had haar hoofdplaats in de Nijldelta te Saïs (Tachpanhes). In 722 v. Chr. zetelde farao Bokchoris daar. Hij zou datzelfde jaar toen de beschreven ramp Egypte trof door de binnentrekkende Nubiërs van de vijfentwintigste dynastie onder leiding van farao Sjabaka op een brandstapel terechtgesteld worden. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 301-306 behandel ik deze epoque.

     

     

    De Nubiërs zouden zich daarop in de noordoosteljke Nijldelta vestigen met als hoofdplaats het Bijbelse Tachpanhes dat ik eerder identificeerde met de plaats Dafne of Daphnai. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 375-384: De identificatie van Ishupri met Sethosburg, identificeer ik het Bijbelse Tachpanhes van de profeet Jeremia met de stad Daphnai in de Noordoostelijke Nijldelta. Ook stelde ik dat de tot nu toe niet met zekerheid gevonden hoofdstad Saïs één en dezelfde was als het in de Bijbel beschreven Tachpanhes. De Bijbelse plaatsnaam Tachpanhes zou namelijk ook kunnen staan voor het Egyptische ‘Te-haph’ ne-hes’ wat ‘huis van de Nubiër’ betekend. Dit laatste is dan weer een puzzelstukje dat in het gereviseerde plaatje van de geschiedenis van de oudheid past.

     

    Volgens mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid betekende de ramp die Egypte in 722 v. Chr. overkwam het einde van de regeerperiode van de ketterfarao Amonhotep IV/Achnaton/Anysis. Als een gevolg van de meganatuurcatastrofe en de Nubische invasie werd de nieuwe hoofdstad Achetaton/Anysis na slechts zeventien jaar gebruik opgegeven en vluchte Achnaton alias de Anysis van Herodotos alias Oedipus van de Griekse legende naar een moerasgebied waar hij geruime tijd zou verblijven. Deze reconstructie vindt u in mijn eerder geciteerde boek: De zonaanbidder, 2016, hoofdstuk Anysis: de blinde farao uit de stad Anysis, blz. 55-64 en hoofdstuk Oedipus en Achnaton, blz. 77-88.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    26-01-2018 om 07:46 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het veertiende historische jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr.

    Deze week vervolgen we onze reeks over de historische jubeljaren. Het laatste artikel op dit blog betreffende de historische jubeljaren dateert van 14.12.2017 met aandacht voor het dertiende historische jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Amazia van Juda. Een jubeljaar dat tijdens de regeerperiode van Amazia waarschijnlijk niet nageleefd werd. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3042543

    Het Bijbelse Jubeljaar was een belangrijk onderdeel uit de wet van Mozes (Leviticus 25) van 1483 v. Chr. betreffende het beheer en het eigendomsrecht over het Beloofde Land, het land Kanaän dat ze veertig jaar later in 1443 v. Chr. zouden binnentrekken. Het doel van het jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijke individueel verlies van land en rijkdom in het negenenveertigste jaar van de sabbatjaarcyclus te herstellen, en aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke.

    Hierna een nogmaals een opsomming van de jubeljaren uit het werk van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V., die we al behandeld hebben. Er waren dertig jubeljaren vanaf 1395/1394 v. Chr. met de eerste viering tot 27/28 AD, het jaar dat Jezus zich te Nazareth als Messias bekendmaakte en het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep.

    Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.: intocht Kanaän o.l.v. Jozua.

    Aantal en jaartallen v. Chr.:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    1.       1395/1394 Richter Othniël            geen

    2.      1346/1345          Richter Ehud               Ruth 6:6

    3.      1297/1296 Ehud & Samgar           geen

    4.      1248/1247 Debora en Gideon        geen

    5.      1199/1198  Richter Thola               geen

    6.      1150/1149  Richter Eli                   geen

    7.      1101/1100  Richter Samuël            geen

    8.      1052/1051 Samuël & Saul             geen

    9.      1003/1002 Salomo                        geen

    10.    954/953   Rehabeam                             geen

    11.     905/904   Josafat                          geen

    12.     856/855   Joas                              geen

    13.     807/806   Amazia                         geen

    14.    758/757  Uzzia                           geen

     

    Koning Uzzia alias Azaria heeft recent op dit blog al heel wat aandacht gekregen. In het artikel van 08.12.2017 identificeerde ik hem met de Aziaat Arsu van het bekende Egyptische Harris-papyrus. Een buitenlandse krijgsheer die van ongeveer 790 tot 748 v. Chr. over de Nijldelta de scepter zwaaide. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1512342000&stopdatum=1512946800

     

     

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 279/287, behandel ik de chronologische plaatsing van Uzzia/Azaria op de tijdsbalk. Op het bijgevoegde tijdschema met dit artikel merken we onderaan de regeringsjaren van Uzzia/Azaria. Bovenaan het tijdschema is de sabbatjaarcyclus met een blauwe tijdsbalk aangebracht.

    De tijdsbalken geven ook mijn revisie van de oudheidgeschiedenis van Egypte en Assyrië weer.

    In het jaar 782 v. Chr. meen ik dat de start van een ‘damnatio memoriae’ voor Assyrië aangetoond kan worden. Na de dood van de Assyrische koning Assur Nerari V plaats ik de legendarische Sardanapallos op de troon van Assyrië en vervolgens de Bijbels-Assyrische koning Jareb. In mijn boek ‘de Assyriologie herzien’ van 2012 verklaar ik een en ander. Daarnaast vul ik nog regelmatig gegevens via mijn blog aan de revisie van de Assyriologie toe. Zoals onder andere het artikel van 16.01.2017: De Assyrische koning Jareb uit de achtste eeuw v. Chr. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1484521200&stopdatum=1485126000

     

     

    Maar onze aandacht gaat met dit artikel in de eerste plaats om de historische jubeljaren. Het volgende tijdschema toont het vervolg van de sabbatjaarcyclus via de blauwe tijdsbalk bovenaan het tijdschema. Er zaten iedere keer zeven tijdschijven van zeven jaar tussen de jubeljaren in. Onderaan het schema vervolgen we de lange regeerperiode van koning Uzzia van Juda.

    In het jaar 776 v. Chr. plaatsen we de bijzondere aardbeving ten tijde van Uzzia die in de Bijbel aandacht krijgt. Recent bracht ik op 17.11.2017 een artikel op dit blog over ‘de Moeder van alle verwoestingen’ zoals ik de meganatuurcatastrofe ten tijde van Uzzia beschreef. Zie link:

    http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1510527600&stopdatum=1511132400

     

     

    Het veertiende historische jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr. viel in het vijfenveertigste regeringsjaar van koning Uzzia van Juda. De Bijbel zwijgt over een eventueel zich houden aan het Jubeljaargebod door koning Uzzia. Op het tijdschema merken we dat tijdens deze periode de zoon van Uzzia: Jotham, co-regent met zijn vader was die sinds 776 v. Chr. met melaatsheid getroffen was en in quarantaine geplaatst. Over Jotham staat er in de Bijbel geschreven dat hij recht was in de ogen des HEEREN:

    2 Koningen 15:32 In het tweede jaar van Pekah, den zoon van Remalia, den koning van Israël, werd Jotham koning, de zoon van Uzzia, den koning van Juda. 33 Vijf en twintig jaren was hij oud, als hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, de dochter van Zadok. 34 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN; naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, deed hij. (Statenvertaling)

     

    We mogen aannemen dat ten tijde van de regeerperiode van Uzzia/Jotham het sabbatjaar- en jubeljaargebod gehouden werd.

    Het veertiende jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr. was een historisch jubeljaar op basis van de schakel dat het is in de lange ketting van de dertig jubeljaren die er waren vanaf het eerste jubeljaar na de intocht in het Beloofde Land Kanaän en het openbaar worden van Jezus van Nazareth als de Messias in de synagoge van zijn thuisstad zoals door de evangelist Lucas (4:19) gebracht. Het te volgen artikel over de jubeljaren zal het vijftiende jubeljaar van oktober 709/september 708 v. Chr. behandelen. Een jubeljaar dat ten tijde van de regeerperiode van koning Hizkia viel en vanuit de Bijbel met het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia verbonden wordt en een navigatiepunt in de tijd terug op de tijdsbalk is. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de sabbat- en jubeljaren in deze artikelenreeks gebracht historisch verifieerbare jubeljaren zijn op basis van chronologische gegevens uit de Bijbel, uit de werken van Flavius Josephus en uit de apocriefe boeken 1 Makkabeeën. Het is een jubeljaarkalender die op de tijdsbalk door elf historische verwijzingen bevestigd wordt.

    Uiteindelijk zal de reeks over de historische jubeljaren ons leiden naar een alsnog toekomstig jubeljaar met het herstel van alle dingen zoals beloofd in het Profetische Woord van de Bijbel.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    19-01-2018 om 06:48 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De chronologie van het Johannes-evangelie

    Met het artikel op dit blog van 24.11.2017 bracht ik de geschiedenis van het eerste wonder van Jezus Christus volgens het evangelie van Johannes (2:1-25) en gaf hierbij vooral aandacht aan de chronologie van het verhaal. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3038075

    Het Pascha dat in Johannes hoofdstuk 2:13 vermeld wordt dateerde ik volgens de westerse jaartelling in de maand april van het jaar 27 AD. Zesenveertig jaar eerder was volgens Johannes hoofdstuk 2:20 de herbouw van de Tempel te Jeruzalem onder leiding van Herodes de Grote begonnen. Op de tijdsbalk was dit het jaar 20 v. Chr. Een jaartal dat we kunnen berekenen op basis van de chronologie die de oudheidhistoricus Flavius Josephus (Ant.Bk.XV, xi.1) in zijn studie doorgeeft. De chronologie van de regeerperiode van Herodes de Grote is op de tijdsbalk verankerd via vijf historische navigatiepunten en ligt wetenschappelijk vast. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 437-442.

    De evangelist Johannes geeft in totaal vier Pesachfeesten op voor de periode van het openbaar optreden van Jezus Christus. Het eerste Pesachfeest wordt vermeld in het hoofdstuk over het wonder te Kana waar de Heer Jezus Christus water in wijn veranderde. De openbare bediening van Jezus was toen al zes maanden eerder van start gegaan. Ter verduidelijking heb ik nieuwe tijdschema ’s op een grotere schaal gemaakt. De bijgevoegde tijdstabel van het artikel van 24.11.2017 was samengesteld op basis van twee centimeter per jaar op millimeterpapier met de focus op het dertigste jubeljaar van oktober 27/ september 28 AD.

     

     

    Het nieuw samengestelde tijdschema heeft nu twaalf centimeter voor één jaar en is aanschouwelijk duidelijker. Met groene tijdsbalken is op het schema de sabbatjaar- en jubeljaarcyclus afgebeeld. Het dertigste Jubeljaar van september 27 AD tot oktober 28 AD zit op de tijdsbalk verankerd op basis van de studie van de achttiende-eeuwse wetenschapper William Whiston (1667/1752). Whiston was een Engelse wiskundige, historicus en theoloog. Hij is vooral bekend door zijn vertaling van de werken van Flavius Josephus uit het Grieks naar de Engelse taal: JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M., In een appendix van het lijvige boek vindt men Whiston ‘s Dissertation V, met zijn opgave van de jubeljaren in het oude Israël. Vanaf het jubeljaar toen Jezus Zich als de Christus aan de Joden bekendmaakte heb ik dertig jubeljaren teruggerekend ter verkrijging van het eerste jubeljaar in 1395/1394 v. Chr., negenenveertig jaar na de inname van Kanaän door de Israëlieten in 1443 v. Chr. De exodus uit Egypte dateren we in 1483 v. Chr. in de vijftiende eeuw v. Chr. Dit jaar zal het 3500 jaar geleden zijn dat de Exodus op een vrijdag plaatsvond.

    Het bijzondere aan Whiston ’s opgave is zijn opmerking dat de historische sabbatjaren ononderbroken in de tijd in een cyclus van april tot maart doorliepen. In het negenenveertigste jaar van de zeven maal zeven jaarcyclus begon in oktober het jubeljaar dat tot september van het jaar daarop liep, waar intussen het eerste jaar van een nieuwe sabbatjaarcyclus al in april aangevangen was.

    In zijn vermelde ‘dissertatie V’ geeft Whiston ter wetenschappelijke bevestiging van zijn bevinding tien historische verwijzingen naar het houden van sabbat- en jubeljaren door het oude Israël vanuit de Bijbel, de werken van Flavius Josephus en vanuit de apocriefe boeken van Makkabeeën. Deze verwijzingen vormen als het ware schakels van een chronologische ketting waarmee men op de tijdsbalk naar het verleden toe kan navigeren. Zijn schikking van de jubeljaren op de tijdsbalk liggen op deze manier wetenschappelijk vast verankerd. Aan deze lijst van tien historische verwijzingen voegde ik nog een jaartal toe dat ik bij het uittekenen op millimeter papier ontdekt had: het achttiende jubeljaar van 562/561 v. Chr. toen in het eerste regeringsjaar van de Babylonische koning Evil Merodach deze heerser koning Jojachin van Juda uit zijn gevangenis in Babylon verloste in het zevenendertigste jaar van diens ballingschap (2 Koningen 25:27). Het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin viel in okt562/sep561 v. Chr. Evil Merodach nam de scepter op 11 januari 561 v. Chr. van zijn vader Nebukadnezar over. En in februari/maart, de twaalfde maand (Adar), van het jaar 561 v. Chr. werd Jojachin uit zijn gevangenis verlost. Het feit dat de vrijlating van Jojachin door de nieuwe koning van Babylon Evil Merodach in een Jubeljaar geschiedde, is heel opmerkelijk. De vrijlating van Jojachin was een vingerwijzing Gods voor het volk van Israël in Babylonische ballingschap. Zij waren namelijk in ballingschap als straf voor het zeventig maal niet houden van de sabbatjaren in het verleden. Gedurende de periode van de Babylonische Ballingschap had het land Israël rust en werden de zeventig keer vergoed, dat zij in hun lange geschiedenis, sinds het in bezit nemen van het land Kanaän in 1443 v. Chr., het sabbatgebod negeerden. Een wet die leerde dat elk zevende jaar het land niet bewerkt mocht worden (Leviticus 25:1-5). Zie ook het artikel van 18.12.2017 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1513551600&stopdatum=1514156400

    Dit even ter inleiding alvorens we de gebeurtenissen die de evangelist Johannes verhaalt op de tijdsbalk onderbrengen.

     

    Johannes begint zijn evangelie met vooreerst alle aandacht voor het Woord God ‘s dat mens geworden is in de persoon van Jezus Christus:

    1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. (NBG Vertaling 1951)

    Vervolgens gaat Johannes in vers zes naar het historisch verifieerbare optreden van Johannes de Doper als de getuige, als de aankondiger van de nakende openbaring van de Messias of Christus. De evangelist Lucas voegt hier aan toe dat dit geschiedde in het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was (Lucas 3:1-2). Op mijn bijgevoegde tijdsbalk heb ik het vijftiende regeringsjaar van Tiberius met een gele balk aangebracht van oktober 26 AD tot september 27 AD. Het vijftiende regeringsjaar van Tiberius van 26/27 AD is gerekend vanaf 12 AD toen Tiberius als ‘co-princeps’ van keizer Augustus over het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk benoemd werd. Deze aanstelling als co-regent vinden we in Romeinse bronnen terug: SUETONIUS, Tib. Vita, 21 a.u.c.765.

     

    Op mijn tijdsbalk merken we dat het optreden van Johannes de Doper gevolgd door het openbaar worden van Jezus als de Christus (1:29) in de helft van het zesde jaar voorafgaand aan het zevende sabbatjaar begon. Het zesde jaar in de sabbatjaarcyclus was een jaar van dubbele zegening over het land ter overbrugging van het sabbatjaar (wanneer er niet gezaaid mocht worden) en in dit geval ook van het jubeljaar dat zou volgen. De geestelijke betekenis van het begin van het optreden van Jezus Christus in het jaar van de dubbele zegening is zondermeer duidelijk. De gebeurtenissen die Johannes vermeldt heb ik in met een blauwe tijdsbalk aangebracht. De eerste fase van beschreven gebeurtenissen loopt van Johannes 1:19 tot en met 2:25. Het was tijdens deze periode dat Jezus zijn eerste teken of wonder deed te Kana in Galilea, en in Johannes 2:13 het eerste Pesachfeest van in totaal vier pelgrim-feesten vermeld wordt.

    De tweede blauwe fase-balk geeft de periode aan vanaf Pesach in april 27 AD tot het feest der Joden (5:1). Ik neem aan dat dit feest het Loofhuttenfeest was dat dat jaar van vier tot tien oktober gehouden werd.

    De evangelist Lucas plaatst naar mijn mening de Heer Jezus daarvoor in Nazareth met Jom Kippoer waar Hij op 29 september 27 AD het aangename jaar des HEREN aankondigde. In een nog te volgen artikel op dit blog wil ik de chronologie van Lucas en Matteüs eveneens op mijn tijdsbalk onderbrengen.

    Als inleiding kan ik al doorgeven dat de Bergrede van Matteüs hoofdstuk 5 tot en met 7 op de tijdsbalk aan het begin van het dertigste jubeljaar te plaatsen is. De Bergrede was de grondwet van het Koninkrijk der hemelen dat Messias Jezus aan de Joden aanbood. Ook de roeping en de uitzending van de apostelen volgens het Matteüs-evangelie hoofdstuk 10 is aan het begin van het Jubeljaar op de tijdsbalk te plaatsen. Een heel jaar lang van september 27 AD tot oktober 28 AD zou aan de Joden het Koninkrijk der hemelen aangeboden worden.

    Johannes 1:11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; 13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn. (NBG Vertaling 1951)

    Hij kwam tot het zijne en de zijnen hebben Hem niet aangenomen, werd een feit aan het einde van het Jubeljaar in oktober 28 AD. Twee blauwe tijdsbalken heb ik op mijn schema aangebracht. De eerste periode loopt tot het tweede Pesach-feest van april 28 AD dat in Johannes 6:4 vermeld wordt. De tweede blauwe tijdsbalk loopt van het tweede Pesach-feest tot aan het einde van het Jubeljaar. In Johannes 6:4-66 wordt deze tijdsperiode beschreven. De laatste zin van Johannes 6:66 luidt “Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.” Opmerkelijk vind ik dat de hoofdstukken en verzen-getallen die later aan de Bijbel werden toegevoegd, toevallig (?) uitkomen op 6:66 wat de afwijzing van Jezus als de Christus betreft.

    De gelijkenissen van Matteüs hoofdstuk 13 laat ik na het jubeljaar op de tijdsbalk aanvangen. De Joodse generatie van toen had Jezus als Messias afgewezen en werd nu alleen nog door Hem in gelijkenissen toegesproken waarbij alleen de discipelen van Jezus Christus de verklaring te verstaan krijgen. Zijn blik is vanaf nu op Jeruzalem gericht waar Hij met Pesach 30 AD als het Lam van God (Johannes 1:29) Zichzelf voor de wereld zal geven. De belofte van de Verlosser (Genesis 3:15) en de wederoprichting van alle dingen (Handelingen 3:19-21) was nabijgekomen.

     

     

    Het tweede samengestelde tijdsschema leidt ons via het derde Pesachfeest van april 29 AD naar het vierde en laatste Pesach-feest van april 30 AD waar de Heiland Jezus Christus met Goede Vrijdag Zijn leven zal geven voor de zonden van de wereld. Op de derde dag stond Hij op uit de dood met veertig dagen later Zijn Hemelvaart. Het slot van het Johannesevangelie is alleszeggend:

    Johannes 21:24 Dit is de discipel, die van deze dingen getuigt en die deze beschreven heeft en wij weten, dat zijn getuigenis waar is. 25 Er zijn echter nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft; indien deze één voor één beschreven werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschreven werden, niet kunnen bevatten. (NBG Vertaling)

     

    Maar het artikel gaat in de eerste plaats nu om chronologie. Johannes geeft in zijn evangelie nog enkele belangrijke historische gebeurtenissen die chronologisch op de tijdsbalk aangebracht kunnen worden.

    Zo merken we op het schema het derde Pesachfeest van april 29 AD dat in Johannes hoofdstuk 6:4 vermeld wordt. Het Loofhuttenfeest dat in Johannes 7:2-3 vermeld wordt plaatsen we in oktober van 29 AD. Vervolgens maakt Johannes melding van het Vernieuwingsfeest (Joh. 10:22-23) te Jeruzalem in de winter van 29 AD waar Jezus aanwezig was. Een Joods feest dat wij ook kennen als Chanoeka. Daarna verlaat Jezus Jeruzalem en keert terug naar de overzijde van de Jordaan naar de plaats waar Johannes de Doper het eerst optrad. Het volgende hoofdstuk 11 tot en met het laatste hoofdstuk handelt over de gebeurtenissen van af Chanoeka in december 29 AD tot Pesach april 30 AD wanneer de Heiland met Goede Vrijdag naar Zijn Woord Zich als het Lam God ’s voor de zonden van de wereld zou geven.

    Johannes 3:14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, 15 opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. 19 Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. 20 Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; 21 maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn. (NBG Vertaling 1951)

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    12-01-2018 om 06:48 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De era van Salomo en de archeologie

    Wat volgt is mijn eerste artikel voor het nieuwe jaar 2018. Een jaar van enkele belangrijke historische gebeurtenissen die we dit jaar bij leven en welzijn zullen gedenken. Zo zal het met Pesach 2018 exact 3500 geleden zijn dat de Exodus uit Egypte plaatsvond. In mei van dit jaar zal de moderne staat Israël zijn zeventigjarig bestaan vieren en in november van dit jaar hoopt de auteur van dit blog de voleinding van zijn zeventigste levensjaar te bereiken. Ik heb het altijd als bijzonder ervaren in hetzelfde jaar geboren te zijn als de moderne staat Israël in het oude land der vaderen in 1948. Het ontstaan van een nationale staat Israël is namelijk de inleiding tot een serie van toekomstige gebeurtenissen die zullen leiden naar de Apocalyps of Openbaring van Jezus Christus.

    Het jaar 1948 was ook het jaar dat in België de vrouwen eindelijk het stemrecht(plicht) kregen en het land een volwaardige democratie werd.

    Ik wens al mijn lezers een gelukkig en voorspoedig Nieuw Jaar 2018 AD toe.

    “De HERE zegene u en behoede u in 2018;

    de HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig in 2018;

    de HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede in 2018.”

    (naar Numeri 6:24-27)

     

    Met het artikel van 26.12.2017 gaven we aandacht aan de era van Salomo en diens chronologische plaats op de tijdsbalk. Het artikel begon met de vondst te Megiddo van een afbeelding van een koning op een bewaard gebleven deel van een stoel. Het ivoren artefact wordt in het Rockefeller Museum in Israël bewaard en gedateerd in het Laat Brons Tijdperk. Volgens de herziene chronologie van de geschiedenis van de oudheid is dit het tijdperk van David en Salomo.

    Wanneer ik met het onderzoek van anderen bezig ben en dit in mijn eigen variant tracht in te passen, gebeurt het wel eens dat ik tot nieuwe inzichten kom. Zo trof mij de gelijkenis van het ‘hoofd van Poent’, die Velikovsky als een landvoogd van Salomo te Eloth identificeert, met de eerder beschreven afbeelding op het ivoren paneel van Salomo.

     

     

    Wanneer men beide hoofden in close up bekijkt valt onmiddellijk op dat het hoofd van de hoofdman van Poent op het tempelreliëf van Hatshepsoet te Deïr El Bahri en het hoofd op het ivoren paneel van Megiddo, sterk op elkaar lijken. De hoofdbedekking van beide figuren is dezelfde; een nauwsluitende kap met de oren vrij, zelfs de inkepingen in de kap vindt men op beide afbeeldingen terug. Daarnaast hebben beide figuren dezelfde neus, oren en baard, zelfs de wenkbrauwen zijn identiek afgebeeld. Men zou nu kunnen opmerken dat misschien alle Kanaänieten of Aziaten door de Egyptenaren op deze wijze afgebeeld werden. Maar dit klopt niet. We hebben namelijk een overvloed aan Egyptische muurreliëfs met afbeeldingen van Aziatische ambassadeurs e.a. waaruit blijkt dat de Egyptische kunstenaars wel degelijk onderscheid maakten tussen de verschillenden rassen en types van mensen uit Klein-Azië met wie ze in contact kwamen. De afgebeelde hoofdman van Poent is zondermeer een Semiet (iets dat de orthodoxe Egyptologie overigens verbaasd).

     

     

    De vraag die ik mij stel is; wie is dan werkelijk P’-r’-hw (Paroeah of Perehoe) waarnaar het reliëf van Hatshepsoet verwijst? Is hij de landvoogd van Ezeon-Geber zoals Velikovsky beweerd of zou hij Salomo kunnen zijn? Velikovsky deed in zijn studie ‘Eeuwen in chaos’ grote moeite om Paroeah als landvoogd van Salomo te Eloth te plaatsen.

    1 Koningen 4:7 En Salomo had over geheel Israël twaalf landvoogden, die de koning en zijn huis van voedsel moesten voorzien; één maand per jaar rustte op ieder de plicht om te leveren. 8 En dit zijn hun namen: Ben-Chur op het gebergte van Efraïm; 9 Ben-Deker in Makas, Saälbim, Bet-Semes en Elon-Bet-Chanan; 10 Ben-Chesed in Arubbot, hij had Soko en het gehele land Chefer; 11 Ben-Abinadab: de gehele heuvelstreek van Dor; Salomo’s dochter Tafat had hij tot vrouw; 12 Baäna, de zoon van Achilud: Taänak, Megiddo en geheel Bet-Sean, dat naast Saretan is, beneden Jizreël, van Bet-San tot Abel-Mechola, tot aan gene zijde van Jokmeam; 13 Ben-Geber te Ramot in Gilead; hij had de dorpen van Jaïr, de zoon van Manasse, in Gilead, hij had de streek van Argob in Basan, zestig grote steden met muren en koperen grendels; 14 Achinadab, de zoon van Iddo, te Machanaïm; 15 Achimaäs in Naftali; ook hij had een dochter van Salomo, Basemat, tot vrouw genomen; 16 Baäna, de zoon van Chusai, in Aser en Alot; 17 Josafat, de zoon van Paruach, in Issakar; 18 Simi, de zoon van Ela, in Benjamin; 19 Geber, de zoon van Uri, in het land Gilead, het land van Sichon, de koning der Amorieten, en van Og, de koning van Basan, en wel als enige landvoogd in dit land. 20 Juda en Israël waren talrijk als het zand aan de zee in menigte; zij aten en dronken en waren blijde. (NBG Vertaling 1951)

     

    Commentaar van Velikovsky: ‘het lijkt dat het laatste woord van 1 Koningen 4:17 tot het volgende vers behoort en het laatste woord van 4:17 tot het daaropvolgende. De tekst zou dan luiden: ‘…en in Aloth Josafat, de zoon van Paruah’. In dit geval bleef de zoon landvoogd waar zijn vader in dezelfde functie had gediend, want Aloth en Eloth zijn hetzelfde’.

    Indien de afgebeelde Paroeah als de hoofdman van het land Poent Salomo zou zijn, hoeft het toegevoegde commentaar van Velikovsky niet en laten we de punten en komma’s van de vertaalde Bijbeltekst verder met rust. De vraagtekens blijven uiteraard. Maar zou het werkelijk zo ongewoon geweest zijn voor Salomo, om de koningin van Scheba persoonlijk aan de kust te verwelkomen? De Bijbel (2 Kronieken 8:17) leert in ieder geval dat hij naar Ezeon-Geber en naar Eloth aan zee ging, om zijn vloot daar uit te rusten. Wie was dan werkelijk P’-r’-hw? Let wel op: de ontbrekende klinkers zijn later door onderzoekers toegevoegd. Ik neem voorzichtig aan dat ‘het hoofd van Poent’ op Salomo zou kunnen slaan. Absolute bewijzen heb ik niet.

    Wel is duidelijk dat te Deïr El Bahri op de tempelreliëfs van Hatsjepsoet een Semiet afgebeeld staat en dat deze haast een exacte kopie is van de afgebeelde figuur op een ivoren paneel uit Megiddo gedateerd uit het Laat Brons. Of hoe boeiend de studie van het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid wel is.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    04-01-2018 om 10:29 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Salomo-tijdperk en de archeologie

    In het Rockefeller Museum in Israël bevindt zich onder vele andere artefacten een ivoren paneel, vermoedelijk een onderdeel van een stoel-arm, met de voorstelling erop van een koning op een sfinxentroon met voor hem zijn koningin en hofhouding. De vondst werd te Megiddo gedaan en het artefact gedateerd in het Laat Brons Tijdperk.

     

     

    Het is de verdienste van David Rohl (A Test of Time, 1995, Chapter 8, The Age of Solomon) dit artefact met de era van Salomo verbonden te hebben. De orthodoxie heeft daarentegen gemeend het tijdperk van Salomo in het IJzertijdperk te moeten onderbrengen en dit als gevolg van hun volgen van de dateringsmethode van de Egyptologie en hun foutieve Sothis-kalender. Men zit namelijk door de veronderstelling van het gebruik van een Sothis-kalender in het oude Egypte er tot zes à zeven eeuwen op de tijdsbalk fout. De Salomo-era hoort thuis in het Laat Brons. Wanneer men in Israël in deze aardlagen op zoek naar Salomo ’s bouwwerken gaat komt er veel meer tevoorschijn dan wanneer gezocht in het IJzertijdperk. In feite is er in het IJzertijdperk niets of weinig van Salomo ’s bouwactiviteiten te vinden en vandaar de stelling van veel wetenschappers dat de beschrijving in de Bijbel van Salomo ’s koninkrijk sterk overdreven is.

     

     

    Het is de gereviseerde chronologie van de oudheid die de aardlagen in Israël correct dateert en het Laat Brons LB II a-tijdperk ten tijde van Salomo plaatst. Op deze manier hebben we in de getoonde afbeelding hoogstwaarschijnlijk een afbeelding van Salomo op zijn troon.

    David Rohl beschrijft in zijn eerder geciteerde werk in detail de afbeelding van Salomo op zijn troon met voor hem zijn Egyptische bruid. Wat op de afbeelding verder opvalt is de troon geflankeerd met twee leeuwen met mensenhoofden; de Egyptische Sfinx. De Bijbel (1 Koningen 10:18) verwijst naar zulk een troon. Rondom de troon zien we ook drie duiven afgebeeld, wat naar de vredevorst verwijst. Duiven zijn blijkbaar altijd een symbool van vrede geweestHet is een van de vele goudklompjes die men in de studie van David Rohl kan vinden.

    David Rohl ’s revisie van de geschiedenis van de oudheid laat de eerdere bevindingen van Velikovsky in verband met de bijzondere link tussen de achttiende dynastie farao ’s van Egypte en Israël echter los. In het variant van Velikovsky zijn de farao ‘s Hatsjepsoet en Thothmosis III tijdgenoten van Salomo.

    Velikovsky leverde naar mijn mening het onomstotelijke bewijs dat de tempelschatten uit de tempel van Jeruzalem op een tempelmuur van farao Thothmosis III te Karnak in Egypte staan afgebeeld. Thothmosis III is de Bijbelse farao Sisak. Zie o.a. het artikel op dit blog van 20.03.2017: de Bijbelse farao Sisak. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489964400&stopdatum=1490569200 en scrol naar beneden.

     

    De (vrouwelijke) farao die voor Thothmosis III regeerde was Hatsjepsoet die Velikovsky identificeerde met de Bijbelse koningin van Scheba. De goed gedocumenteerde reis van Hatsjepsoet naar het land Poent leidde haar naar het Israël van Salomo. Te Deïr El Bahri in Egypte staat op een tempelmuur de reis naar het land Poent/Israël gedetailleerd weergegeven. Zelfs de naam van de landvoogd van Poent: Paroeah (1 Koningen 4:17), staat volgens Velikovsky in de Bijbel.

     

     

    Flavius Josephus (Joodse oudheden Boek VIII, vi,5) identificeerde de koningin van Scheba als afkomstig uit Egypte. Verder geeft het Nieuwe Testament het antwoord waar Scheba gezocht moet worden. In de evangeliën noemt Jezus de koningin van Scheba: de koningin van het zuiden. Het Bijbelse zuiden blijkt bij de profeet Daniël (11:40-42) Egypte te zijn. De reis naar Poent of Israël vondt plaats in het negende regeringsjaar van Hatsjepsoet, op mijn tijdsbalk 977 v. Chr. Opvallend vind ik ook het feit dat het negende regeringsjaar van Hatsjepsoet met haar reis naar Poent, gelijk valt met het dertigste regeringsjaar van Salomo. Hoewel de Bijbel met geen woord over het dertigste jaar van Salomo als zijnde iets bijzonder rept, is het mogelijk dat Salomo naar Egyptisch gebruik een Heb-Sed festival vierde en Hatsjepsoet alias de koningin van Scheba naar deze viering kwam. Het negende regeringsjaar van Hatsjepsoet in 977 v. Chr. is het resultaat van het verankeren van Thothmosis III’ vijfentwintigste regeringsjaar met het vijfde regeringsjaar van Rehabeam in 961 v. Chr. Het jaar van de invasie van farao Sisak alias Thothmosis III in Juda.

    Met Egypte was Salomo al eerder geallieerd. Salomo had zich namelijk verzwagerd met de farao door een dochter van hem tot vrouw te nemen (1 Koningen 9:16). Dat Egypte een militaire bondgenoot was, zien we door de inname van Gezer in Kanaän door de legers van Farao, waarna farao deze stad als bruidsschat aan Salomo ’s vrouw schonk. In mijn variant is deze farao: Thothmosis I.

     

     

    Hatsjepsoet was de oudste dochter van Thothmosis I en halfzuster van de jonge Thothmosis III. Hatsjepsoet, of de Griekse naam Amesses bij Josephus, regeerde 21 jaar en 9 maanden. Zij heerste aanvankelijk als coregent met Thothmosis II en na diens dood als voogd van de jonge Thothmosis III en dit vanaf 986 v. Chr. In het tweede regeringsjaar van Thothmosis III trok Hatsjepsoet alle regeringsbevoegdheden naar zich toe en regeerde als vrouwelijke farao over Egypte. Het bondgenootschap met Israël dat al een aanvang genomen had onder farao Ahmose en bevestigd door Thothmosis I, de schoonvader van Salomo, werd door Hatsjepsoet verder versterkt. De bekroning was haar reis naar het land Poent, naar Salomo. Dr.I. Velikovsky gaat in zijn studie uitvoerig op alle details van de reis in. Te Eilath in Israël aan de Golf van Akaba stond Paroeah met zijn hofhouding Hatsjesoet op te wachten. Zie het artikel van 02.01.2017 op dit blog: het Suez-kanaal van de oudheid, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1483311600&stopdatum=1483916400

     

     

    De aankomst te Poent staat gedetailleerd in reliëfafbeeldingen weergegeven op haar tempelmuren te Deïr El Bahri in Egypte. Hatsjepsoet vervulde zo het Schriftwoord over haar, dat over Salomo opgeschreven staat:

    1 Koningen 4:34 En uit alle volken kwamen er om de wijsheid van Salomo te horen, van al de koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden.

     

    Het is de logica zelve dat Egypte als grootste buurland van Israël op de roep van Salomo afkwam. De Joodse historicus Flavius Josephus schreef dat het de koningin van Egypte en Ethiopië was, die Salomo bezocht (Joodse Oudheden Boek VIII, vi. 5).

    Bijbelvorsers die de conventionele (chronologisch-foutieve) Egyptologie volgen, zien het verband met Egypte niet en zoeken de Bijbelse koningin van Scheba elders op de kaart. De Egyptische dynastieën zoals ze door de orthodoxe Egyptologie op de tijdsbalk verankerd werden kenden geen vrouwelijke farao of koningin ten tijde van Salomo rond circa 1000 v. Chr. Vandaar de reden om aan het Arabische schiereiland de voorkeur te geven als de plaats vanwaar de koningen van Scheba kwam. Zij zien een lange stoet met kamelen vanuit Jemen naar Jeruzalem trekken. Deze theorie herleidt Salomo samen met het dateren van Salomo in het IJzertijdperk tot niet meer dan een bedoeïenenstamhoofd, wat te betreuren is en geen recht aan de Bijbel doet. Het Israël van David en Salomo was naast Egypte een grootmacht in de regio toen.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    26-12-2017 om 09:55 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Bijbel-historische boek 2 Koningen en de archeologie

    In 597 v. Chr. voerde Nebukadnezar de koning van Juda Jojachin weg naar Babylon en zette hem daar gevangen. Over deze in de Bijbel beschreven geschiedenis heeft de archeologie een vondst gedaan.

     

     

    2 Koningen 24:11 Zelfs kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, tegen de stad, als zijn knechten die belegerden. 12 Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot den koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijner regering. 13 En hij bracht van daar uit al de schatten van het huis des HEEREN, en de schatten van het huis des konings; en hij hieuw alle gouden vaten af, die Salomo, de koning van Israël, in den tempel des HEEREN gemaakt had, gelijk als de HEERE gesproken had. 14 En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands. 15 Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 16 En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; dezen bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel. (Statenvertaling)

     

     

    Van de gevangenzetting in Babylon en Jojachin ’s levensonderhoud daar heeft de archeologie een bewijsstuk gevonden. Robert Johann Koldewey (1855/1925) was de Duitse archeoloog die tijdens de vorige eeuwwisseling te Babylon de vondst deed. In Berlijn in het Pergamon-Museum heeft men dit bijzonder Babylonisch Spijkerschrifttafeltje ontcijferd. Het document heeft het over een overzicht van leveranties van levensmiddelen zoals olie en andere producten aan de gevangengenomen koning Ja’-u-kin of Jojachin van Juda. De Babylonische kleitabletten met betrekking tot Jojachin dragen bovendien als jaartal het dertiende regeringsjaar van Nebukadnezar wat de datering mogelijk maakt. Aan het einde van de regeerperiode van Nebukadnezar verloste de nieuwe heerser Ewil-Merodak, de koning van Juda uit zijn gevangenis en lezen we het volgende commentaar in de Bijbel:

    2 Koningen 25:27 Het geschiedde daarna in het zeven en dertigste jaar der wegvoering van Jojachin, den koning van Juda, in de twaalfde maand, op den zeven en twintigsten der maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het jaar, als hij koning werd, het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief. 28 En hij sprak vriendelijk met hem, en stelde zijn stoel boven den stoel der koningen, die bij hem te Babel waren. 29 En hij veranderde de klederen zijner gevangenis, en hij at geduriglijk brood voor zijn aangezicht, al de dagen zijns levens. 30 En aangaande zijn tering, een gedurige tering werd hem van den koning gegeven, elk dagelijks bestemde deel op zijn dag, al de dagen zijns levens. (Statenvertaling)

     

    Het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin viel in oktober 562/september 561 v.Chr. Het was bovendien een jubeljaar, (JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M. Appendix Dissertation V) het achttiende sinds de eerste viering negenenveertig jaar na de inname van Kanaän onder leiding van Jozua in 1443 v. Chr., veertig jaar na de exodus in 1483 v. Chr.

     

    Het zevenendertigste ballingsjaar van Jojachin viel gelijk met een regeringswissel in Babylon: na de dood van Nebukadnezar nam Evil Merodach volgens de Ptolemeüs-canon de scepter op 11 januari 561 v. Chr. van zijn vader over. In februari/maart, de twaalfde maand (Adar), van het jaar 561 v. Chr. werd Jojachin uit zijn gevangenis verlost. Over de chronologische bruikbaarheid van de Ptolemeüs-canon schreef ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 482-494, een appendix.

     

     

    De vrijlating van Jojachin door de Babylonische koning Evil Merodach in een Jubeljaar was een teken Gods voor het volk van Israël in Babylonische ballingschap. De zeventigjarige ballingschap was een periode dat het ontvolkte land Juda zijn sabbatrust vergoed kreeg. De Israëlieten hadden zelden het Jubeljaargebod gehouden en van de honderdtwintig sabbatjaren die er waren tussen de inname van het Beloofde Land Kanaän en het begin van de ballingschap hadden zij zeventig maal het sabbatjaargebod genegeerd.

     

    Het is geen toeval dat het achttiende jubeljaar van oktober 562/september 561 v. Chr. gelijk viel met het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda en zijn vrijlating. Het is bovendien een bevestiging dat de rangschikking van de jubeljaren volgens de achttiende-eeuwse wetenschapper William Whiston correct is. En als kers op de taart hebben we de archeologie die vanuit Babylonische bron met de Bijbel overeenstemt.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

     

    18-12-2017 om 08:44 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het dertiende historische jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr.

    Deze week vervolgen we onze reeks over de historische jubeljaren. Het laatste artikel op dit blog betreffende de historische jubeljaren dateert van 27.10.2017 met aandacht voor het twaalfde historische jubeljaar van oktober 856/september 855 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Joas van Juda. Een jubeljaar dat ten tijde van de regeerperiode van Joas waarschijnlijk niet nageleefd werd. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3032193

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren uit het werk van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V., die we al behandeld hebben. Er waren dertig jubeljaren vanaf 1395/1394 v. Chr. tot september 27 AD/oktober 28 AD, het jaar dat Jezus zich te Nazareth als Messias bekendmaakte en ‘het jaar van het welbehagen des HEEREN’ uitriep. De Heiland deed dit aan de hand van het voorlezen van het profetisch Bijbelgedeelte van de profeet Jesaja in diens eenenzestigste hoofdstuk:

    Jesaja 61 1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; 2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, …

     

    Met Jom Kippoer op 29 september van het jaar 27 AD werd op de jubeljaarkalender het dertigste jubeljaar, sinds de instelling ervan in de vijftiende eeuw voor Christus na de exodus gevolgd door de inname van het Beloofde Land Kanaän, afgekondigd. Het is een kalender die op wetenschappelijke basis via elf historische verwijzingen het jaar 27/28 AD als het dertigste Jubelwaar aanduidt. In het recente verleden hadden zogenaamde alternatieve kalenders de aandacht en dit meestal op basis van een foutieve verwachting vanuit de eschatologie dat de wederkomst van Christus rond de periode van de bloed-manen van de jaren 2014/2015 zou plaatsvinden. Ik heb tijdens deze periode van (uiteindelijk) algemene verwarring de lendenen van mijn verstand (1 Petrus 1:13) omgord gehouden en altijd aan de ‘historische’ sabbat- en jubeljaren vastgehouden.

    Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr. bij de intocht van Kanaän o.l.v. Jozua. Aantal en jaartallen v. Chr.:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    1.       1395/1394 Richter Othniël            geen

    2.      1346/1345          Richter Ehud               Ruth 6:6

    3.      1297/1296 Ehud & Samgar           geen

    4.      1248/1247 Debora en Gideon        geen

    5.      1199/1198  Richter Thola               geen

    6.      1150/1149  Richter Eli                   geen

    7.      1101/1100  Richter Samuël            geen

    8.      1052/1051 Samuël & Saul             geen

    9.      1003/1002 Salomo                        geen

    10.    954/953   Rehabeam                             geen

    11.     905/904   Josafat                          geen

    12.     856/855   Joas                              geen

    13.    807/806 Amazia                       geen

     

     

    Het historische dertiende jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr. viel ten tijde van de regeerperiode van koning Amazia van Juda, maar vooraleer we via onze vertrouwde tijdsschema ’s op de tijdsbalk daar arriveren volgt op de bijgevoegde tijdsschema ’s nog de lange veertigjarige regeerperiode van Joas, de vader van Amazia. De tijdsschema ‘s zijn op millimeterpapier samengesteld met telkens veertien jaar per schema. De jaartallen bovenaan de tijdsbalk zijn op de westerse jaartelling gebaseerd onderverdeeld in vier vakken van elk drie maanden van januari tot december. De Bijbelse sabbatjaren staan daaronder in een blauwe balk vermeld van april tot maart. Het Jubeljaar zag zijn start in oktober van de negenenveertigste sabbatjaarcyclus en liep verder tot september van het volgende jaar waar inmiddels in april een nieuwe sabbatjaarcyclus van start was gegaan. Op het hierboven getoonde schema zien we de eerste en tweede sabbatjaarcyclus afgebeeld.

     

     

    Het volgende schema toont bovenaan met een blauwe balk de derde en vierde sabbatjaarcyclus met in 830 v. Chr. het einde van de regeerperiode van Joas, die opgevolgd wordt door zijn zoon Amazia.

    Het voorjaar van 830 v. Chr. zag vermoedelijk kosmische fenomenen aan de hemel in lijn met de catastrofetheorie via een cyclus van meganatuurcatastrofes met intervallen van 54 jaar en zes maanden. Zie recent het artikel op dit blog van 17.11.2017: de Moeder van alle verwoestingen, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3036463

    Het is opmerkelijk dat het jaartal 830 v. Chr. gekenmerkt is door het einde van de regeerperiode van Joas in Juda en van koning Joahaz in het tienstammenrijk. Opmerkelijk is ook dat Jerobeam II van Israël een jaar later in 829 v. Chr. als co-regent in het tienstammenrijk geïnstalleerd werd.

    In mijn nieuw boek: ‘Kronieken van de koningen van Israël’ geef ik bijzonder aandacht aan deze periode in de geschiedenis van het tienstammenrijk. Zie link voor eventuele aanschaf van het boek: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

     

    Het hierboven afgebeelde schema toont de vijfde en zesde sabbatjaarcyclus ten tijde van koning Amazia van Juda. De chronologie van de regeerperiode van Amazia heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 265-269, behandelt. Over Amazia staat er geschreven dat hij recht deed in de ogen des HEEREN:

    2 Koningen 14:1 In het tweede jaar van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van Israël, werd Amazia koning, de zoon van Joas, den koning van Juda. 2 Vijf en twintig jaren was hij oud, toen hij koning werd, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan van Jeruzalem. 3 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, nochtans niet als zijn vader David; hij deed naar alles, wat zijn vader Joas gedaan had. 4 Alleenlijk werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten. (Statenvertaling)

    De Bijbel zwijgt over een eventueel naleven van het jubeljaar-gebod ten tijde van de regeerperiode van Amazia. Het dertiende jubeljaar viel op ons schema in het vijfentwintigste regeringsjaar van Amazia.

     

     

    Het dertiende jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr. was een historisch jubeljaar op basis van de schakel dat het is in de lange ketting van de dertig jubeljaren die er waren vanaf het eerste jubeljaar na de intocht in het Beloofde Land Kanaän en het openbaar worden van Jezus van Nazareth als de Messias in de synagoge van zijn thuisstad zoals door de evangelist Lucas (4:19) gebracht.

    Het nog te behandelen vijftiende jubeljaar van oktober 709/september 708 v. Chr. op dit blog was een historisch voor honderd percent verifieerbaar jubeljaar ten tijde van koning Hizkia en is een van de vele navigatiepunten op de tijdsbalk dat onze ordening van de sabbat- en jubeljaren bevestigd. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de sabbat- en jubeljaren in deze artikelenreeks gebracht historisch verifieerbare jubeljaren zijn op basis van chronologische gegevens uit de Bijbel en uit de werken van Flavius Josephus. Het is een jubeljaarkalender die op de tijdsbalk door elf historische verwijzingen bevestigd wordt.

    Uiteindelijk zal onze reeks over de historische jubeljaren ons leiden naar een alsnog toekomstig jubeljaar met het herstel van alle dingen zoals beloofd in het Profetische Woord van de Bijbel.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).



    14-12-2017 om 08:32 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Azaria de koning van Juda, heerser over Klein-Azië en Egypte in de achtste eeuw v. Chr.

    2 Koningen 15:1 In het zevenentwintigste jaar van Jerobeam, de koning van Israël, werd Azarja koning, de zoon van Amasja, de koning van Juda. 2 Hij was zestien jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde tweeënvijftig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jekolja; zij was uit Jeruzalem. 3 Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader Amasja gedaan had. 4 Alleen verdwenen de hoogten niet; nog steeds slachtte en offerde het volk op de hoogten. 5 De HERE sloeg de koning, zodat hij melaats was tot de dag van zijn dood, en hij woonde in een afgezonderd huis, terwijl Jotam, de zoon des konings, het paleis beheerde en het volk des lands bestuurde. 6 Het overige van de geschiedenis van Azarja, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken der koningen van Juda? 7 Azarja ging bij zijn vaderen te ruste en men begroef hem bij zijn vaderen in de stad Davids; zijn zoon Jotam werd koning in zijn plaats.

     

    De chronologie van de regeerperiode van Azarja of Uzzia heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 279-484, uiteengezet. Op de tijdsbalk heeft Azaria de regeerperiode van het najaar 803 v. Chr. tot het najaar van 750 v. Chr. Zijn ziekte en quarantaine plaatsen we vanaf oktober 776 v. Chr. Hij had dan zesentwintig jaar gezond en voorspoedig als alleenheerser geregeerd. Daarna werd zijn zoon Jotham co-regent tot aan zijn dood in quarantaine. Het Bijbelboek 2 Kronieken verwijst naar Azarja of Azaria met de naam Uzzia.

    2 Kronieken 26:1 Toen nam het ganse volk van Juda Uzzia (die nu zestien jaren oud was), en maakte hem koning in de plaats van zijn vader Amazia. 2 Dezelve bouwde Eloth, en bracht ze weder aan Juda, nadat de koning met zijn vaderen ontslapen was. 3 Zestien jaren was Uzzia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde twee en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jecholia, van Jeruzalem. 4 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Amazia gedaan had. 5 Want hij begaf zich om God te zoeken, in de dagen van Zacharia, die verstandig was in de gezichten Gods; in de dagen nu, dat hij den HEERE zocht, maakte hem God voorspoedig. 6 Want hij toog uit, en krijgde tegen de Filistijnen, en brak den muur van Gath, en den muur van Jabne, en den muur van Asdod; daartoe bouwde hij steden in Asdod, en onder de Filistijnen. 7 En God hielp hem tegen de Filistijnen, en tegen de Arabieren, die te Gur-baal woonden, en tegen de Meunieten. 8 En de Ammonieten gaven Uzzia geschenken; en zijn naam ging tot den ingang van Egypte, want hij sterkte zich ten hoogste. 9 Daartoe bouwde Uzzia torens te Jeruzalem, aan de Hoekpoort en aan de Dalpoort, en aan de hoeken; en hij sterkte ze. 10 Hij bouwde ook torens in de woestijn, en hieuw vele putten uit, overmits hij veel vee had, beide in de laagten en in de effene velden; akkerlieden en wijngaardeniers op de bergen en op de vruchtbare velden; want hij was een liefhebber van den land bouw.

     

     

    Tijdens zijn voorspoedige en gezonde levensperiode rees Uzzia/Azaria tot grote hoogten. Het Schriftwoord zegt dat hij oorlog voerde tegen de Filistijnen, hun burchten afbrak en aldaar nieuwe steden oprichtte. Ook de Arabieren (vers zeven) krijgen naast de Meünieten een vermelding. Ook wordt vermeld dat de Ammonieten schatplichtig aan Uzzia werden. De Meünieten zouden dezelfde zijn als de Maonieten in Richteren 10:12. Zij woonden in het gebied van Maon zuidoostelijk van het bekende Petra in het gebergte van Seïr, het gebied van Edom. Door zowel de kuststreek van Filistea als het gebergte van Seïr in de woestijn te bezetten beheerste Azarja alias Uzzia volledig de toegang tot Egypte. Zijn naam ging dan ook volgens het Bijbelcitaat tot aan de ingang van Egypte, zoals er in vers acht staat geschreven.

    2 Kronieken 26:11 Verder had Uzzia een heirkracht van geoefenden ten oorlog, uittrekkende ten heire bij benden, naar het getal hunner monstering, daar de hand van Jeiel, den schrijver, en Mahaseja, den ambtman; onder de hand van Hananja, een van de vorsten des konings. 12 Het gehele getal van de hoofden der vaderen, der strijdbare helden, was twee duizend en zeshonderd. 13 En onder hun hand was een krijgsheir van driehonderd zeven duizend en vijfhonderd, die met strijdbare kracht zich ten oorlog oefenden, om den koning tegen den vijand te helpen. 14 En Uzzia bereidde voor hen, voor het ganse heir, schilden, en spiesen, en helmen, en pantsieren, en bogen, zelfs tot de slingerstenen toe. 15 Hij maakte ook te Jeruzalem kunstige werken, bedenking van kunstige werkmeesters, dat zij op de torens en op de hoeken zijn zouden, om met pijlen en met grote stenen, te schieten; zo ging zijn naam tot verre toe uit, want hij werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was. (Statenvertaling)

     

    Het Schriftwoord vervolgd met de beschrijving van de omvang van het leger van Uzzia met aandacht voor hun bijzondere uitrusting. Kunstig nieuw ontworpen militaire afweerwapens worden beschreven om pijlen en grote stenen af te schieten. Ware wonderwapens voor die tijd die maakten dat Azaria met ontzag door vriend en vijand bejegend werd. Ik stel me de vraag of de Assyriërs enkele decennia later deze wapens kopieerden?

     

    In Israël zat tot 776 v. Chr. Jerobeam II op de troon die volgens het Schriftwoord (2 Koningen 14:28) Damascus en Hamath controleerde. De beide vorsten beheersten samen het gebied waar David en Salomo hun scepter over zwaaiden.

    Toen Assyrië onder de leiding van Tiglath Pileser III opnieuw buiten zijn grenzen trad verwijst de Assyrische koning in zijn bewaard gebleven (gefragmenteerde) annalen naar koning Azaria van Juda. De Assyriër Tiglath Pileser beschrijft Azaria hier als de leider van een Klein-Aziatische coalitie van koningen tegen Assyrië.

    “In the course of my campaign, I received the tribute of the kings of the seacoast… Azariah of Judah, like… Azariah, the land of Judah… without number, reaching high to heaven and exceedingly great on earth… … which had gone over to Azariah and had strengthened him… like stumps… exceedingly difficult… was barred and was high… were situated… his egress… I had them bring… I surrounded his garrisoned towns and against… I caused them to carry and… his great… like pots I smashed… rider… Azariah… my royal palace… in…tribute like that of the Assyrians I laid upon them… and the city of Kullani… at his invitation… …. 19 districts of Hamath, together with the cities of their environs, which lie on the shore of the sea of the setting sun, which had gone over to Azariah, in revolt and contempt of Assyria, I brought within the border of Assyria. My officials I set over them as governors. 30.300 people I carried off from their cities and placed them in the province of the city of Ku-. 1.223 people I settled in the province of the land of Ulluba.”

     

    De gevestigde Assyriologie heeft op basis van haar Eponiemlijsten voor Tiglath Pileser III een regeertijd van het jaar 745 tot het jaar 727 v. Chr. uitgedokterd wat echter niet past met de Bijbels-chronologische gegevens over koning Azaria van Juda met de jaren 803/750 v. Chr. Voor mij is het duidelijk dat de chronologische constructie van de Assyriologie voor deze tijdsperiode onverzoenbaar met de Bijbels-chronologische gegevens is. De conclusie is dat er hiaten in de Eponiemlijsten voorkomen en dat de lijst aldus geen opeenvolging van koningen en gebeurtenissen voorstelt. Zie o.a. het recente artikel van 01.12.2017 over de knieval van de geleerde Edwin R. Thiele, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3039886

    We moeten bovendien aannemen dat de verwijzing naar Azarja van Juda als de leider van een Klein-Aziatische coalitie door Tiglath Pileser III, in de periode van 803 tot 776 v. Chr. op de tijdsbalk te plaatsen is, tijdens zijn gezonde periode. Dit vereist een drastische herziening van de schikking van de regeerperioden van de koningen Pul, Tiglath Pileser III, Salmaneser V, Sargon II en Sanherib op de tijdsbalk. Een herziening die op dit blog regelmatig aandacht krijgt. Zie het recente artikel over de profeet Jona te Nineveh van 14.07.2017, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1499637600&stopdatum=1500242400

     

    Het is dezelfde periode ongeveer dat Uzzia/Azarja ook Egypte onder zijn controle had (De Zonaanbidder, 2016, blz. 36-39). Mijn geciteerde boek laat ik in de inleiding aanvangen in het jaar 800 v. Chr. met de meganatuurcatastrofe waar de Hebreeuwse profeet Amos het begin van zijn bediening mee aanduidt. Het is de periode van de belegering van Troje van 800 tot 790 v. Chr., volgens mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid. Egypte werd toen sinds de dagen van koning Asa van Juda door de Ethiopiërs of Nubiërs overheerst. De legendarische Memnon zat in 800 v. Chr. op de troon in Egypte. Toen deze besloot Priamos van Troje tegen de Grieken te hulp te snellen marcheerde Memnon met zijn leger langs de kustroute door Klein-Azië naar Troje. Het gebied van Azaria/Uzzia liet hij met rust aangezien de Bijbel hierover zwijgt. Van het slagveld rondom Troje is Memnon niet teruggekeerd aangezien hij in die strijd door Achilles gedood werd. In Egypte nam farao Thothmosis IV de gelegenheid te baat om het Nubische juk af te werpen. Volgens mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid kreeg hij hierbij hulp van koning Azaria van Juda. Ik postuleer dat Azaria van ongeveer 790 v. Chr. tot 748 v. Chr. in Egypte een Judese legermacht gestationeerd had en een geallieerde van Thothmosis IV was. De luitenant-generaal van het Egyptische leger was een Israëliet met de naam Joeja die ook nog onder de opvolger van Thothmosis IV: Amonhotep III, zijn functie verder uitoefende. De Nijldelta was in deze periode van lappendeken van de verschillende Egyptische dynastieën of huizen die ieder over hun deel van Egypte heersten. Zo heb ik in mijn reconstructie van de geschiedenis van de oudheid het zesde regeringsjaar van farao Petubast van de drieëntwintigste dynastie met het twintigste regeringsjaar van koning Azaria van Juda verbonden. Het resultaat is dat Petubast ten tijde van de eerste Olympische Spelen in 776 v. Chr. farao is. Het is Africanus, één van de kopieerders van Manetho, die meedeelt dat Petubast ten tijde van de Olympische Spelen farao was. Een puzzelstuk dat hier in het plaatje past. De opvolgers van Petubast die veertig jaar regeerde, zijn Osorcho met acht jaar, Psammus met tien jaar en farao Zet (die alleen door Africanus vermeldt wordt) met eenendertig jaar. Volgens het studiewerk van de geleerde (B. Th., B.A., M.A., Ph. D.) Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, 1971, Volume 1, page 303-308) regeerde Zet contemporain met al zijn voorgangers en was hij identiek met farao Sethnakht van de twintigste dynastie. In mijn artikel op dit blog van 13.10.2017 over de Bijbelse farao So ten tijde van de belegering van Samaria in 720/717 v. Chr., vermelde ik een mogelijk verband tussen So, Sethnakht en de Sethoos van Herodotos, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1507500000&stopdatum=1508104800

    Het geciteerde artikel laat de Libiërs rond deze tijd ook hun plaats in het lappendeken Nijldelta innemen.

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, volgde ik het studiewerk van Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, Chapter XVIII) en identificeerde Sethnakht met farao Zet van de drieëntwintigste dynastie. Sethnakht was volgens Courville een overgangsfiguur tussen de twee dynastieën. De orthodoxe Egyptologie heeft niet veel informatie over deze koning en veel over zijn afkomst en leven wordt gespeculeerd.

    De ‘Sethoos’ van Herodotos wordt opgevolgd door twaalf koningen die ieder voor een tijd over een gebied van Egypte heersten. Later zou één van hen: farao Psammetichos, de alleenheerschappij overnemen (Herodotos Boek 2:147).

    Naar farao Sethnakht als de grondvester van de twintigste dynastie wordt in ‘The Great Harris Papyrus’, verwezen. Het bekende papyrus bevindt zich in het British Museum. Zie link:

    https://www.britishmuseum.org/research/collection_online/collection_object_details.aspx?objectId=114374&partId=1

     

    Het Papyrus beschrijft de chaotische toestand waar Egypte in verzeild was geraakt en waar farao Sethnakht een einde aan wist te maken. Hierna het relevante gedeelte voor ons artikel op het Papyrus:

    "The land of Egypt was overthrown from without, and every man was thrown out of his right; they had no "chief mouth" for many years formerly until other times. The land of Egypt was in the hands of chiefs and of rulers of towns; one slew his neighbour, great and small. Other times having come after it, with empty years, Arsu ('a self-made man'), a certain (KHARU) Syrian was with them as chief (WR). He set plundering their (i.e., the people's) possessions. They made gods like men, and no offerings were presented in the temples. "But when the gods inclined themselves to peace, to set the land in its rights according to its accustomed manner, they established their son, who came forth from their limbs, to be ruler, LPH, of every land, upon their great throne, Userkhaure-setepenre-meryamun, LPH, the son of Re, Setnakht-merire-meryamun, LPH. He was Khepri-Set, when he is enraged; he set in order the entire land which had been rebellious; he slew the rebels who were in the land of Egypt; he cleansed the great throne of Egypt; he was ruler of the Two Lands, on the throne of Atum. He gave ready faces to those who had been turned away. Every man knew his brother who had been walled in. He established the temples in possession of divine offerings, to offer to the gods according to their customary stipulations."

     

    Dat de Bijbelse koning Azaria/Uzzia met de Aziaat Arsu van het Harris-Papyrus geïdentificeerd kon worden kwam voor mij het eerst aan het licht toen ik het boek ‘Die Sumerer gab es nicht’, 1988, van Gunnar Heinsohn, las. In de jaren tachtig was ik voor mijn broodwinning regelmatig in Rotterdam waar ik o.a. probeerde mijn zeecontainers van de hand te doen. ’s Middags reed ik dan dikwijls naar Barendrecht waar de heer F. Kerkhof woonde, alwaar ik mijn schoofzak met meegebrachte boterhammen at. Voor koffie zorgde de heer Kerkhof. Tegelijkertijd had ik dan boeiende gesprekken met een autodidact die Meneer F. Kerkhof was op gebied van de herziening van de geschiedenis van de oudheid en voor wie ik grote bewondering had. Hij was o.a. een van de oprichters van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort. Op een middag had hij het boek van Gunnar Heinsohn voor me klaarliggen. Toen ik het boek had doorgenomen schrok ik wel van de drastische revisie die Heinsohn doorvoerde. De titel van het boek sprak al voor zichzelf. Voor de heer Kerkhof was dit geen hinderpaal en wilde de man voor een lezing naar Nederland uitnodigen. ‘Je mag van deze wetenschappers geen schrik hebben’ zei hij. Zij brengen ook dikwijls nuttige bruikbare informatie aan het licht.

    Volgens Heinsohn (blz. 175-182) lag het machtscentrum van de Aziaat Arsu/Azaria nabij Tanis. Voor Heinsohn was er slechts één kandidaat ter identificatie van de verder onbekende Arsu in Egypte en dat was Azaria van Juda. Te Tell el Daba in Egypte werd door Oostenrijkse archeologen een stad bloot gelegd met een heel duidelijk Aziatische achtergrond. Gunnar Heinsohn stelt dat de blootgelegde straat grafische laag ‘F’ in tegenstelling met de orthodoxe dateringsmethode, rond 750/720 v. Chr. gedateerd dient te worden en met de era van Arsu/Azaria te identificeren is.

     

     

    In de genoemde straat grafische laag met de restanten van een Aziatische nederzetting zijn ook de restanten van een beeld en een tempel van een hoogwaardigheidsbekleder tevoorschijn gekomen, een beeld dat duidelijk Syrisch-Aziatische trekken heeft. Het bijzondere kapsel komt normaal in Egypte niet voor. Indien Heinsohn gelijk heeft zijn we hier in bezit van een (beschadigde) afbeelding van koning Azaria/Uzzia die voor een hele tijd de Nijldelta zonder ontzag voor de Egyptische goden, overheerst heeft. Een mummie van de hoogwaardigheidsbekleder is niet gevonden, wat past in het Bijbelverhaal waar we leren dat Azaria/Uzzia te Jeruzalem tot aan zijn dood in Quarantaine geplaats werd nadat hij met melaatsheid getroffen werd.

     

     

    © Israël-museum. Grafzerk met inscriptie van Koning Uzzia. De inscriptie luidt: “naar hier werden de beenderen gebracht van Uzarja koning van Juda. Open dit niet”.

     

    De uiteindelijke aftocht van het leger van Arsu/Azaria uit Egypte is eenvoudiger op de tijdsbalk onder te brengen. In het werk van Flavius Josephus, de Joodse historicus uit de eerste eeuw van de westerse tijdrekening, gaat deze fel te keer tegen de Griek Apion die verkondigde dat de exodus van Israëlieten onder Mozes ten tijde van de zevende olympiade geschiedde. Een andere oudheid historicus Lysimaechis verkondigde dan weer tot ergernis van Josephus dat de exodus tijdens het bewind en farao Bocchoris plaatsvond. Voor mij is het duidelijk dat deze oudheidhistorici het over het terugtrekken van het Judeese leger van Arzu/Azaria hadden en niet over de exodus onder Mozes. Het zijn allemaal puzzelstukken die alleen in het historische plaatje van de achtste eeuw v. Chr. passen:

    Lysimaehus says it was under king Bocchoris, that is, one thousand seven hundred years ago; Molo and some others determined it as every one pleased: but this Apion of ours, as deserving to be believed before them, hath determined it exactly to have been in the seventh olympiad, and the first year of that olympiad; the very same year in which he says that Carthage was built by the Phoenicians.

    (Flavius Josephus, against Apion Book II, 2.)

     

    De conclusie is dat de vermelding van de zevende Olympiade in 748 v. Chr. het tijdstip was van de aftocht van het leger van Arsu/Aziria/Uzzia uit Egypte.

    Het was dezelfde periode dat ook farao Bocchoris van de vierentwintigste dynastie over zijn lapje grond in de Nijldelta bewind uitoefende. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 301-306. Een lappendeken van elkaar rivaliserende huizen of dynastieën tot het jaar 748 v. Chr. onderdanig aan de Aziaat Arsu alias Azaria, zoals hij in het Harris-Papyrus beschreven staat. Daarna begon voor Egypte de era van farao Zet alias Sethnakht alias Sethoos gevolgd door de Ramessieden. Zij traden in het gereviseerde model van de geschiedenis van het oude Egypte samen met de Libiërs als de aanvalshonden van de achttiende dynastie onder Amonhotep III en IV op.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    08-12-2017 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kronieken van de koningen van Israël
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mijn nieuw boek: ‘Kronieken van de koningen van Israël’, is vanaf heden op het internet beschikbaar.

    Hierna enkele gegevens:

    Formaat A5 (148mm x 210mm), papier crème papier (romandruk), binding paperback, aantal pagina's 175, boekdikte 15mm, verkoopprijs: EUR 16,50, ISBN 9789402169430

    Trefwoorden: oudheidgeschiedenis, Assyriologie, Israël, tienstammenrijk, Bijbel.

     

    %%%FOTO1%%%

     

    Beschrijving:

    'Kronieken van de koningen van Israël’ brengt de geschiedenis van het oude Israël, het zogenaamde tienstammenrijk door middel van een nieuwe chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren. Naar het boek der ‘Kronieken der koningen van Israël’ wordt in de Bijbelboeken 1 en 2 Koningen telkens aan het einde van een behandelde kroniek van een koning van Israël verwezen. Het is een boek dat over de eeuwen heen verloren ging wat door elke liefhebber van Bijbelse- en wereldgeschiedenis als spijtig bevonden wordt. De geschiedenis van de koningen van Israël halen we vandaag uit de historische boeken van de Bijbel, de Psalmen, uit de werken van de oudheidhistoricus Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. De auteur geeft in het bijzonder aandacht aan de Assyriologie en de link tussen beide koningslijsten: de Bijbelse koningslijst van het tienstammenrijk en de Assyrische koningslijst. De koningen van Assyrië die in de Bijbel vermeldt worden werden op de tijdsbalk verankerd met de chronologische gegevens die de Bijbel doorgeeft. Het boek sluit af met een hoofdstuk naar het toekomstig herstel van Israël in het oude land der vaderen waarbij in het bijzonder de stam Zebulon in verleden, heden en toekomst besproken wordt.

    De auteur Robert De Telder is een autodidact die naar de geest van de hervormer Maarten Luther: sola fide - sola gratia - sola scriptura, de Schriften onderzoekt. Hij is een revisionist van de geschiedenis van de oudheid waarbij vooral de gevestigde Egyptologie en Assyriologie aangepakt worden.

    Bestellen kan uitsluitend via de volgende link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=typedsearch

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    06-12-2017 om 10:58 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De knieval van de godgeleerde Edwin R. Thiele

    2 Koningen 18:9 Het geschiedde nu in het vierde jaar van den koning Hizkia (hetwelk was het zevende jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van Israël) dat Salmaneser, de koning van Assyrië, opkwam tegen Samaria, en haar belegerde. 10 En zij namen haar in ten einde van drie jaren, in het zesde jaar van Hizkia; het was het negende jaar van Hosea, den koning van Israël, als Samaria ingenomen werd. 11 En de koning van Assyrië voerde Israël weg naar Assyrië, en deed hen leiden in Halah, en in Habor, bij de rivier Gozan, en in de steden der Meden. 12 Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan.

    13 Maar in het veertiende jaar van den koning Hizkia kwam Sanherib, de koning van Assyrië, op tegen alle vaste steden van Juda, en nam ze in. (Statenvertaling)

     

    Het hierboven geciteerde Bijbelcitaat leert dat de val van Samaria en de wegvoering van de tien stammen van Israël in Assyrische ballingschap in het zesde regeringsjaar van koning Hizkia van Juda geschiedde wat gelijk was aan het negende regeringsjaar van koning Hosea van Israël. De Assyrische overweldiger van Samaria wordt bij naam genoemd: Salmaneser (V). Acht jaar later in het veertiende regeringsjaar van Hizkia vermeldt de Bijbel de Assyriër Sanherib die tegen de steden van Juda optrok.

     

    Wanneer men dit Schriftwoord herleest blijft er naar mijn mening geen stof tot eventuele chronologische discussie over. Het Bijbelgedeelte 2 Koningen 18:9-13 geeft duidelijk de onderlinge chronologie aan van de koningen van Juda en Israël en geeft de naam op van de Assyrische heerser die Samaria innam en de naam van de Assyrische heerser die later tegen de steden van Juda optrok. Nochtans werd dit duidelijk Schriftgedeelte door de geleerde Edwin R. Thiele in zijn boek: ‘The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings’, 1951, afgewezen omdat het chronologisch niet paste in de Assyrische koningslijstconstructie. Thiele schreef zelfs dat het Bijbelcitaat van 2 Koningen 18 fout was en kunstmatig aan de Bijbel toegevoegd. Zijn knieval naar de Assyriologie toe. Volgens de Assyriologie zitten er 21 jaar tussen de val van Samaria en de belegering van Jeruzalem door Sanherib. In de Bijbel daarentegen zijn het slechts acht jaar!

    De keuze van de titel voor zijn boek heb ik altijd als ongelukkig beschouwd. Wat is er zo mysterieus aan de regeerperioden van de Bijbelse koningen? Eens men begrijpt dat het afgescheurde tienstammenrijk er een afwijkende kalender op ging nahouden ten opzichte van het koninkrijk Juda valt er al een grote schijnbare moeilijkheid tot het uittekenen van de regeerperioden op een tijdsbalk weg. Het koninkrijk Juda rekende namelijk het nieuwe jaar vanaf de maand Tisjri of september/oktober waar tegenover het tienstammenrijk het nieuwe jaar in de maand nisan of maart/april liet aanvangen. Daarnaast kenden beide koninkrijken regelmatig de zogenaamde troonsbestijgingsjaren waarbij het eerste regeringsjaar van een bepaalde koning niet altijd als zijn eerste jaar gezien werd maar als zijn kroningsjaar. Dit is overigens een observatie die Thiele maakte en zijn verdienste is. Waarom dan de regeerperioden van de koningen van Juda en Israël mysterieus noemen?

    De reden was de Assyriologie die als wetenschap in de twintigste eeuw een Assyrische koningslijst met datering aanbood die voor Thiele en vele anderen meer gezag had dan de Bijbels-chronologische gegevens. Het was voor Thiele onmogelijk om de gegevens van 2 Koningen 18:9-13 te verzoenen met de Assyrische gegevens betreffende de koningen Sargon II en Sanherib. Volgens de Assyriologie was het Sargon II die volgens hun uitgedokterde jaartal in 722 v. Chr. Samaria innam en de tien stammen van Israël in ballingschap wegvoerde. Dat Sargon II na de dood van Salmaneser V de Assyrische geschiedenisannalen gemanipuleerd en vervalst heeft kwam niet in hun gedachten noch werd in vraag gesteld.

    Volgens de Bijbelse chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren werd Samaria in het voorjaar van 717 v. Chr. door de Assyrische koning Salmaneser V ingenomen. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 312-320. Een verschil van vijf jaar op de tijdsbalk met 722 v. Chr. Het veertiende regeringsjaar van Hizkia zit op de tijdsbalk op basis van de sabbat- en jubeljaartelling met het jaar oktober 710/september 709 v. Chr. verankerd, wat een verschil van acht jaar geeft met Sanherib in het jaar 701 v. Chr. op basis van de Eponiemlijsten.

    Het grote struikelblok is dat volgens de gangbare interpretatie van de eponiemlijsten er eenentwintig jaar zit tussen Sargon II en de val van Samaria en Sanherib met de belegering van Jeruzalem. Volgens het Bijbelgedeelte 2 Koningen 18:9-13 zit er slechts acht jaar tussen beide historische gebeurtenissen.

    Wanneer men uitgaat van de betrouwbaarheid van de Bijbel en op basis daarvan de aangeboden Assyrisch- chronologische gegevens afwijst blijft als enige oplossing het aanpassen van de datering van de Assyriologie door middel van het aanvaarden dat de regeerperioden van Salmaneser V, Sargon II en Sanherib elkaar overlapten. De conclusie is dan ook dat de Eponiemlijsten hiaten bevatten en geen opeenvolging van jaarlijkse gebeurtenissen voorstellen.

     

    ²

     

    De Assyrische koningslijst is chronologisch samengesteld op basis van de zogenaamde Eponiemlijsten. Een eponiem wordt verondersteld een Assyrische ambtenaar geweest te zijn waarnaar een nieuw jaar in Assyrië genoemd werd. De Eponiemlijsten gaan volgens de Assyriologie over de periode van het jaar 892 tot het jaar 648 v. Chr., een belangrijke periode ook in de geschiedenis van de Bijbelse koningen van Israël en Juda. Via het eponiem van Bur Sagale werd de lijst verankerd met het jaar 763 v. Chr. en een genoteerde zonsverduistering over Nineveh. Het is de genoteerde zonsverduistering die chronologisch op de tijdsbalk verankerd kon worden dat de aangeboden Assyrische koningslijst zo gezaghebbend maakt. Het zwakke in de Assyrische koningslijst is en blijft echter dat men er gewoonweg vanuit gaat dat de lijst van koningsnamen volledig is en het voor een Assyrioloog ondenkbaar is dat er namen in de koningslijst zouden ontbreken. Daarenboven neemt men aan dat de Assyrische koningen geen overlappingen hadden wat regeerperioden met elkaar betreft.

    Dat er namen van Assyrische koningen in de lijst ontbreken kan zondermeer vanuit de Bijbel en andere bronnen aangetoond worden. Een voorbeeld is de koning van Assyrië die zich op de prediking van de profeet Jona tot de God van Israël voor uitkomst keerde en de Bijbels-Assyrische koning met de Hebreeuwse naam Jareb die in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoort. Wat de overlappingen van Assyrische regeerperioden betreft zijn er in de Bijbel aanwijzingen ten tijde van Achaz en Hizkia dat er co-regentschappen onder de koningen van Assyrië waren. Ten tijde van de Assyrische belegering van Jeruzalem in het veertiende jaar van Hizkia is er bijvoorbeeld een Bijbelse verwijzing (2 Kronieken 32:1-4 ) naar meer dan één Assyrische koningen die de troon met elkaar deelden. Zie ook: ‘De Assyriologie herzien, 2012, blz. 91’. Met andere woorden: de Assyriër Sanherib die trachtte Jeruzalem in te nemen deelde volgens de Bijbel de troon van Assur als co-regent met een andere koning. Zie het artikel van 06.06.2016 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1465164000&stopdatum=1465768800

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, zie link: volgt in week 49 op 6 december!

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    02-12-2017 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het evangelie volgens Johannes en chronologie

    Johannes 2:1 En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar; 2 en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd. 3 En toen er gebrek aan wijn kwam, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. 4 En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn ure is nog niet gekomen. 5 Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat! 6 Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. 7 Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand. 8 En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het. 9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden wasen hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het – riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zeide tot hem: 10 Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard.

    11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem. 12 Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm, Hij, zijn moeder en zijn broeders en zijn discipelen, en zij bleven daar niet vele dagen.

    13 En het Pascha der Joden was nabij en Jezus ging op naar Jeruzalem. 14 En Hij vond in de tempel de verkopers van runderen en schapen en duiven, en de wisselaars, die daar zaten. 15 En Hij maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen; en het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en hun tafels keerde Hij om. 16 En tot de duivenverkopers zeide Hij: Neemt dit alles hier vandaan, maakt het huis mijns Vaders niet tot een verkoophuis. 17 En zijn discipelen herinnerden zich, dat er geschreven is: De ijver voor uw huis zal Mij verteren. 18 De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Welk teken toont Gij ons, dat Gij dit moogt doen? 19 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. 20 De Joden dan zeiden: Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen? 21 Maar Hij sprak van de tempel zijns lichaams. 22 Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had. 23 En terwijl Hij te Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed; 24 maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende 25 en omdat het voor Hem niet nodig was, dat iemand van de mens getuigde; want Hij wist zelf, wat in de mens was. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    Een door archeologen in Jeruzalem in 1930 van de vorige eeuw opgegraven stenen watervat. Het zijn zulke watervaten die in het Johannes-evangelie beschreven staan en gebruikt werden voor de reinigingsrituelen van de Joden. Eén metreet was gelijk aan vandaag ongeveer 39.5 liter.

     

    De evangelist Johannes brengt in zijn tweede hoofdstuk de bekende geschiedenis van het eerste wonder van Jezus Christus aan het begin van zijn bediening en geeft tegelijkertijd enkele chronologische navigatiepunten waarmee we deze geschiedenis op de tijdsbalk kunnen onderbrengen. Het wonder van het veranderen van water in wijn op de bruiloft te Kana geschiedde kort voor het eerste Pesach-feest (2:13) van de driejarige openbare bediening van Jezus Christus. De evangelist vermeldt bovendien dat dit eerste Pesachfeest te dateren is in het (2:20) zesenveertigste jaar sinds de herbouw van de Tempel te Jeruzalem door Herodes de Grote. Op de tijdsbalk is dit het jaar 20 v. Chr. Dit ankerpunt levert de oudheidhistoricus Flavius Josephus (Ant.Bk.XV,xi.1) die leert dat Herodes aan de herbouw van de Tempel te Jeruzalem in zijn achttiende regeringsjaar begon:

    “1. AND now Herod, in the eighteenth year of his reign, and after the acts already mentioned, undertook a very great work, that is, to build of himself the temple of God, and make it larger in compass, and to raise it to a most magnificent altitude, as esteeming it to be the most glorious of all his actions, as it really was, to bring it to perfection; and that this would be sufficient for an everlasting memorial of him; …. etcetera

     

    De chronologie van de regeerperiode van Herodes de Grote heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 437-442, behandelt. Zie ook het relevante artikel op dit blog van 14.04.2017: Goede Vrijdag 7 april 30 AD, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1491775200&stopdatum=1492380000

    Het eerste Pesachfeest van Jezus’ bediening dateren we in het voorjaar van 27 AD wat aansluit bij het dertigste Jubeljaar dat in het najaar van 27 AD begon. De verschillende chronologische navigatiepunten die de Bijbel aanreikt samen met de historische gegevens van Flavius Josephus bevestigen de juistheid van William Whiston ’s sabbatjaar en jubeljaartelling met het dertigste jubeljaar in oktober 27/ september 28 AD.

    Het eerste wonder van Jezus Christus kunnen we aan de hand van de hiervoor vermelde chronologische ankerpunten dateren in het voorjaar van 27 AD. Het wonder van het water dat in wijn veranderd werd spreekt tot de verbeelding. De leider van het feest die van het water proefde dat wijn geworden was had geen idee van de oorsprong van deze wijn. De man moet nochtans een connaisseur geweest zijn. Zijn commentaar tegen de bruidegom was dat men normaal eerst aan de gasten de betere wijn serveert en daarna pas de minder goede. Hij dacht dat de bruidegom de betere wijn tot het laatst bewaard had. Ik ben persoonlijk benieuwd naar deze wijn die ik meen in de alsnog toekomstige Opstanding in de stad Gods zijnde ook te mogen proeven (Lucas 22:15-16). Dit laatste zal dan mijn deel zijn op basis van mijn geloof en pure genade van Godswege zonder enige verdienste van mezelf (Efeze 2:8-10). Daarbij bedenk ik dat ook mijn geloof uiteindelijk een gave Gods is.

     

     

    De geschiedenis die de evangelist Johannes brengt met het wonder van het water dat in wijn veranderd werd, als eerste wonder van Jezus Christus, sluit tegelijkertijd alle fabels uit over wonderen die Jezus als kind volbracht zou hebben.

    Twee soera's van de Koran bijvoorbeeld vermelden eveneens wonderen van Jezus, zij het zonder chronologie of commentaar. Het gaat om Soera 3:49 en 5:110, waar verteld wordt dat Isa, zoon van Marjam (Jezus, zoon van Maria) levende vogels van klei maakt, de blinde en melaatse geneest en de doden opwekt. Volgens Wikipedia is dit verhaal vermoedelijk ontleend aan het apocriefe kindheidsevangelie van Thomas.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    24-11-2017 om 10:19 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De moeder van alle verwoestingen

    Jesaja 1: 1 Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda. 2 Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde! want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd; maar zij hebben tegen Mij overtreden. 3 Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet. 4 Wee het zondige volk, het volk van zware ongerechtigheid, het zaad der boosdoeners, de verdervende kinderen! Zij hebben den HEERE verlaten, zij hebben den Heilige Israëls gelasterd, zij hebben zich vervreemd, wijkende achterwaarts. 5 Waartoe zoudt gij meer geslagen worden? Gij zoudt des afvals des te meer maken; het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat. 6 Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht. 7 Uw aardrijk is een verwoesting, uw steden zijn met het vuur verbrand; uw land verteren de vreemden in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting is er, als een omkering door de vreemden. 8 En de dochter van Sion is overgebleven als een hutje in den wijngaard, als een nachthutje in den komkommerhof, als een belegerde stad. 9 Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden. (Statenvertaling)

     

     

    Toen de bekende Oudtestamentische profeet Jesaja zijn bediening begon was het gebied van Israël net door een meganatuurcatastrofe getroffen. De hierboven geciteerde verzen geven een beschrijving van het land dat als omgekeerd beschreven wordt met alom verbrande steden. De dodentol aan mensenlevens moet enorm geweest zijn want de overlevenden worden als een overblijfsel beschreven. De verwoesting was haast gelijk aan de bekende historische verwoesting van de steden Sodom en Gomorra in oktober 1889 v. Chr.

    De beschrijving van de verwoesting van het land door de profeet Jesaja was zo desastreus dat de profeet Zacharia er later naar verwijst wanneer deze de komst van de HEERE God op de Olijfberg te Jeruzalem beschrijft.

    Zacharia 14:1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem! 2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden. 3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. 4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. 5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! 6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. 7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. (Statenvertaling)

     

    De profetie van het Bijbelboek Zacharia hoofdstuk 14 is uitgebreider en gaat tot en met vers eenentwintig. Ik wens echter in het bijzonder de aandacht te vestigen op vers vijf waar de profeet de omvang van de aardbeving ten tijde van koning Uzzia beschrijft. De profeet onderlijnt hier het destructieve karakter van de apocalyptische meganatuurcatastrofe wanneer Jesaja zijn bediening als profeet van de HEERE aanving.

     

     

    Het dateren van de meganatuurcatastrofe in het jaar dat Jesaja zijn bediening begon doen we met de hulp van de historische Bijbelboeken en de Joodse historicus uit de eerste eeuw van onze tijdrekening: Flavius Josephus.

    De regeerperiode van koning Uzzia heb ik in mijn werk TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: De kroniek van koning Uzzia van Juda: blz. 279, uitgewerkt en op de tijdsbalk verankerd met de jaren: 803/750 v. Chr.

    De Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus reikt het ankerjaar aan tot het exact dateren van het begin van de bediening van Jesaja als profeet. Ook hij beschrijft hoe het land Juda door een aardbeving getroffen werd op het moment dat koning Uzzia/Azaria zich met Jom Kippoer de rol van hogepriester toe eigende:

    In the meantime a great earthquake shook the ground and a rent was made in the temple, and the bright rays of the sun shone through it, and fell upon the king's face, insomuch that the leprosy seized upon him immediately. And before the city, at a place called Eroge, half the mountain broke off from the rest on the west, and rolled itself four furlongs, and stood still at the east mountain, till the roads, as well as the king's gardens, were spoiled by the obstruction. Now, as soon as the priests saw that the king's face was infected with the leprosy, they told him of the calamity he was under, and commanded that he should go out of the city as a polluted person. Hereupon he was so confounded at the sad distemper, and sensible that he was not at liberty to contradict, that he did as he was commanded, and underwent this miserable and terrible punishment for an intention beyond what befitted a man to have, and for that impiety against God which was implied therein. So he abode out of the city for some time, and lived a private life, while his son Jotham took the government; after which he died with grief and anxiety at what had happened to him, when he had lived sixty- eight years, and reigned of them fifty-two; and was buried by himself in his own gardens.

    (Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek IX,x.4)

     

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, De archeologische site in Egypte te Tell el Daba, blz. 285, beschrijf ik hoe Uzzia hoogstwaarschijnlijk geïdentificeerd kan worden met de Aziatische veldheer Arsu die volgens het Egyptische Harris-papyrus voor een tijd Egypte overheerst heeft.

    Het begin van de regeerperiode van Uzzia betekende aanvankelijk een tijd van welvaart voor Juda en heel de regio.

    2 Kronieken 26:6 Want hij toog uit, en krijgde tegen de Filistijnen, en brak den muur van Gath, en den muur van Jabne, en den muur van Asdod; daartoe bouwde hij steden in Asdod, en onder de Filistijnen. 7 En God hielp hem tegen de Filistijnen, en tegen de Arabieren, die te Gur-baal woonden, en tegen de Meunieten. 8 En de Ammonieten gaven Uzzia geschenken; en zijn naam ging tot den ingang van Egypte, want hij sterkte zich ten hoogste. (Statenvertaling)

     

    Maar aan dit alles kwam een einde in oktober van het jaar 776 v. Chr. wanneer een hoogmoedige koning Uzzia met Jom Kippoer meende niet alleen als koning maar ook als hogepriester te kunnen optreden. Het resultaat was dat hij met melaatsheid geslagen werd en de volgende vijfentwintig jaar tot aan zijn dood in quarantaine geplaatst.

    2 Kronieken 26:16 Maar als hij sterk geworden was, verhief zich zijn hart tot verdervens toe, en hij overtrad tegen den HEERE, zijn God; want hij ging in den tempel des HEEREN, om te roken op het reukaltaar. 17 Doch Azaria, de priester, ging hem na, en met hem des HEEREN priesters, tachtig kloeke mannen. 18 En zij wederstonden den koning Uzzia, en zeiden tot hem: Het komt u niet toe, Uzzia, den HEERE te roken, maar den priesteren, Aärons zonen, die geheiligd zijn, om te roken; ga uit het heiligdom, want gij hebt overtreden, en het zal u niet tot eer zijn van den HEERE God. 19 Toen werd Uzzia toornig, en het reukwerk was in zijn hand, om te roken; als hij nu toornig werd tegen de priesteren, rees de melaatsheid op aan zijn voorhoofd, voor het aangezicht der priesteren in het huis des HEEREN, van boven het reukaltaar. 20 Alstoen zag de hoofdpriester Azaria op hem, en al de priesteren en ziet, hij was melaats aan zijn voorhoofd, en zij stieten hem met der haast van daar, ja hij zelf werd ook gedreven uit te gaan, omdat de HEERE hem geplaagd had. 21 Alzo was de koning Uzzia melaats tot aan den dag zijns doods; en melaats zijnde, woonde hij in een afgezonderd huis, want hij was van het huis des HEEREN afgesneden; Jotham nu, zijn zoon, was over het huis des konings, richtende het volk des lands. 22 Het overige nu der geschiedenissen van Uzzia, de eerste en de laatste, heeft de profeet Jesaja, de zoon van Amos, beschreven. 23 En Uzzia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem bij zijn vaderen, in het veld van de begrafenis, die van de koningen was; want zij zeiden: hij is melaats; en zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats. (Statenvertaling)

     

    Het laatste vers van het hiervoor geciteerde hoofdstuk maakt duidelijk dat koning Uzzia in quarantaine geplaatst werd en dat zijn zoon in zijn plaats het land bestuurde. Een jaartal geeft de Kroniekschrijver niet op, maar zowel THE LEGENDS OF THE JEWS gecompileerd door Louis Ginzberg als de SEDER OLAM vermelden een periode van vijfentwintig jaar dat de zoon van Uzzia: Jotham, als co-regent optrad.

    Het historisch laatste regeringsjaar van Uzzia op de tijdsbalk was het jaar okt751/sep750 v. Chr. Wanneer we vanaf dit jaartal vijfentwintig jaar terugrekenen arriveren we in de maand oktober van het jaar 776 v. Chr.

    Het jaar 776 v. Chr. is niet toevallig het jaartal van de instelling van de Olympische Spelen door de Grieken, als dank naar hun goden toe voor de afgewende meganatuurcatastrofe. Ook over Nineveh werd in 776 v. Chr. een verwoesting afgewend. Het was hetzelfde jaar dat de profeet Jona naar Nineveh gezonden werd ter aankondiging van de nakende verwoesting. Het is geen toeval dat we Bijbels-chronologisch naar hetzelfde jaartal geloodst worden voor de datering van de aardbeving van Uzzia en het begin van de bediening van de profeet Jesaja. De combinatie van de hiervoor aangehaalde chronologische bronnen leveren allen het jaar 776 v. Chr. voor de grote aardbeving ten tijde van de regeerperiode van Uzzia en het jaar van het begin van het optreden van de profeet Jesaja, op.

     

    In de reconstructie die de geleerde Edwin R. Thiele (1895/1986) maakte van de chronologie van de koningen van Juda en Israël gaat het verband met het jaar van de aardbeving ten tijde van Uzzia en het jaar 776 v. Chr. verloren of wordt het niet gezien. Zie het artikel op dit blog van 06.02.2017: De Assyriologie, Thiele en het noodlottige jaartal 930 v. Chr., zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1486335600&stopdatum=1486940400

     

    Ook de revisionistische onderzoeker van het eerste uur Dr. Immanuël Velikovsky (1895/1979), Werelden in botsing, 1950, hanteerde de conventionele datering van de regeerperiode van de koning Uzzia (Werelden in botsing, 1971, eerste hoofdstuk, het jaar -747) en mist zo enkele verbanden op de tijdsbalk. Dit zijn echter schoonheidsfoutjes die niet aan de pioniersarbeid van Velikovsky afdoen. Velikovsky ziet namelijk de grote natuurramp ten tijde van koning Uzzia als een scheidslijn tussen twee tijdsperioden. Als een gevolg van de meganatuurcatastrofe werd in het Midden-Oosten in 747 v. Chr. een nieuwe kalender ingevoerd. Dat jaar was het begin van de era van Nabonassar, een tot dan toe onbekende koning van Babylon. Volgens Velikovsky werden de Olympiaden die in 776 v. Chr. van start gingen door een of andere kosmische gebeurtenis ingeluid. In het tweede hoofdstuk van zijn boek ‘Werelden in botsing’ maakt hij de link met de planeet Mars en de Romeinse mythologie. De Romeinse maand maart was aan de planeet Mars gewijd die volgens de Romeinse mythologie verondersteld werd als god, de vader van Romulus, de stichter van Rome te zijn.

    De stichting van Rome in 753 v. Chr. vond plaats in een tijd, niet ver verwijderd van ‘de grote verwoesting’ of zoals de titel van mijn artikel luidt: ‘de moeder van alle verwoestingen’, die de profeet Jesaja in 776 v. Chr. beschreef. Volgens een Romeinse overlevering zouden de ontvangenis van Romulus door zijn moeder, de stichting van Rome en de dood van Romulus hebben plaatsgevonden in jaren van grote natuurberoeringen die gepaard gingen met verschijnselen aan de hemel en storingen in de beweging van de zon.

     

    Mijn boek ‘De Zonaanbidder – Achnaton, de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, begin ik met een inleiding in het jaar 800 v. Chr. met als onderwerp een meganatuurcatastrofe van kosmische oorsprong. Het is de in de Bijbel beschreven aardbeving waar de profeet Amos het begin van zijn optreden met verbindt. Het beleg van Troje heb ik gedateerd van 800 tot 790 v. Chr. Het is dezelfde periode waar ook de legendarische Memnon op het slagveld bij Troje aan zijn einde kwam en in Egypte farao Thothmosis IV de gelegenheid te baat nam het Ethiopische juk af te schudden en de macht te grijpen. Ook in dit boek verwijs ik naar het werk van Velikovsky 'Werelden in botsing, derde hoofdstuk: wanneer werd de Ilias geschreven?, naar de Ilias, de geschiedenis van de belegering van Troje. De Griekse goden Athene en Ares waren volgens Velikovsky de planeten Venus en Mars, die toen de baan van de aarde om de zon verstoorden, en interacties met elkaar hadden. Velikovsky citeert heel wat stukken uit de Ilias, als aanwijzingen voor de juistheid van zijn kosmische catastrofetheorie. Hij maakt duidelijk dat er zich boven het slagveld te Troje een kosmisch gebeuren afspeelde, met dramatische gevolgen voor de aarde.

    Indien mijn historische reconstructie correct is ontvluchte de legendarische/historische Aeneas in 790 v. Chr. het brandende Troje en begon dat jaar aan zijn lange zwerftocht naar Rome via Dido in Carthago.

     

    De getoonde tijdschijf van 54 jaar en zes maanden op het bijgevoegde schema tussen meganatuurcatastrofes in, heb ik van de studie van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, ‘The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes’. Zij identificeren zeven rampen van kosmische oorsprong die planeet aarde in de oudheid teisterden. Zij hebben echter ook gebruik gemaakt van de gefabriceerde jaartallen van de geleerde Edwin R. Thiele en missen als een gevolg enkele verbanden zoals het jaar 776 v. Chr. voor de aardbeving van Uzzia. Wanneer men echter het cyclusmodel van Donald W. Patten, Ronald R. Hatch en Loren C. Steinhauer, met rampen alle 54 jaar en zes maanden binnen de nieuwe chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren, hanteert zijn de resultaten verbluffend.

    Zoals eerder opgemerkt is de meganatuurcatastrofe-cyclus volgens Patten nauwkeurig te berekenen tot 54 jaar en zes maanden met iedere keer een planetaire interactie in de maand maart, het Romeinse Tubilustrium en de daaropvolgende catastrofe 54 jaar en zes maanden later in oktober, het Romeinse Armilustrium. Het was volgens hen de planeet Mars die in die tijd de aarde in haar omloop rond de zon periodiek verstoorde.

    Wanneer men vanaf het jaartal 776 v. Chr. in oktober 54 jaar en zes maanden op de tijdsbalk naar voor en naar achter rekent arriveert men in de jaren maart 830 en maart 722 v. Chr.

    Het verkregen jaartal 722 v. Chr. is hier opmerkelijk omdat dit jaar volgens de Bijbelse chronologie op basis van de sabbat- en jubeljaarrekening, in het voorjaar de dood zag van koning Achaz, de vader van Hizkia, met een vermelding van een kosmisch fenomeen. Een Joodse legende verhaalt namelijk dat op de dag dat koning Achaz stierf er slechts gedurende twee uur daglicht was (Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Volume IV, Bible Times and Characters. From Joshua to Esther). De oorzaak ligt volgens de catastrofetheorie bij een storing van planeet aarde in haar omwenteling om de zon.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    17-11-2017 om 09:33 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De datering van het Egyptische Oude Rijk aan de hand van de Bijbelboeken Genesis en Exodus

    De benaming: het Egyptische Oude Rijk, is een geschiedkundige indeling volgens de gevestigde wetenschap: Egyptologie. De dynastieën van de oudheidhistoricus Manetho: III, IV, V en VI worden hier ondergebracht. Op de tijdsbalk plaatst de orthodoxe egyptologie de farao ’s van deze dynastieën tussen 2686 en 2181 v. Chr. en dit volgens de theorie dat er in het oude Egypte een dubbele kalender gebruikt werd: de zogenaamde Sothis-kalender. Zie recent het artikel op dit blog van 18.08.2017, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1502661600&stopdatum=1503266400

    De foutieve datering van het Egyptische Oude Rijk op de tijdsbalk maakt dat elk mogelijk verband met de Bijbel en de aartsvaders zoek is. Volgens de Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus was het bijvoorbeeld Abram/Abraham die aan de Egyptenaren de kennis van de astronomie en andere wetenschappen doorgaf, wat een heel ander licht op de ontstaansgeschiedenis van het oude Egypte werpt.

    Joodse Oudheden, Boek 1, hoofdstuk VIII.

    2. For whereas the Egyptians were formerly addicted to different customs, and despised one another's sacred and accustomed rites, and were very angry one with another on that account, Abram conferred with each of them, and, confuting the reasonings they made use of, every one for their own practices, demonstrated that such reasonings were vain and void of truth: whereupon he was admired by them in those conferences as a very wise man, and one of great sagacity, when he discoursed on any subject he undertook; and this not only in understanding it, but in persuading other men also to assent to him. He communicated to them arithmetic, and delivered to them the science of astronomy; for before Abram came into Egypt they were unacquainted with those parts of learning; for that science came from the Chaldeans into Egypt, and from thence to the Greeks also. (link: http://sacred-texts.com/jud/josephus/ant-1.htm)

     

    Abram was dan ook geen in lompen geklede nomade (zoals Hollywood e.a. bronnen hem al eens afbeelden) maar een prins in zijn tijd die aan de hoven van de nieuw ontstane koninkrijken ontvangen werd. Later zou de zoon van Jakob: Jozef, onderkoning van Egypte zijn en vonden de twaalf stammen van Israël/Jakob asiel in Egypte ten tijde van een zevenjarige hongersnood. Later zouden de Israëlieten in Egypte verdrukt worden toen een farao van een geheel nieuwe dynastie de macht overnam. De tijdens de verdrukking geboren Mozes zou door de dochter van de farao van de verdrukking geadopteerd worden en daarop veertig jaar aan het hof van farao verblijven. Daarna volgde na heel wat perikelen de vlucht van Mozes naar het land Midian voor een periode van ook veertig jaar. Naar het einde toe van de tweede veertigjarige periode kwam het bericht dat de farao van de verdrukking in Egypte overleden was. De farao van de verdrukking regeerde Bijbels gezien voor een periode van meer dan tachtig jaar.

     

     

    De Bijbel reikt drie ankerpunten aan waarmee farao ’s van het Oude Rijk op de tijdsbalk geplaatst kunnen worden. Het Oude Rijk verhuist hierbij op de tijdsbalk naar de periode van 1739 v. Chr. tot 1483 v. Chr. of een verschil van 947 jaar met de orthodoxe constructie.

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 107-111, heb ik farao Pepi II van de zesde dynastie als de farao van de verdrukking in Egypte geïdentificeerd (Exodus 1:1-11).

    De aanleiding tot de identificatie was de lange regeerperiode van farao Pepi II van negenennegentig jaar. De enige lange regeerperiode van alle farao ’s van Egypte dat overeenkomt met de Bijbelse chronologische gegevens waarbij de farao van de verdrukking minstens twee tijdsschijven van veertig jaar op de troon zat.

    Voor diegenen die zouden twijfelen aan de hoge ouderdom van Pepi II; ook de andere beschikbare Egyptische bronnen vermelden een regeerperiode van ‘plus’ negentig jaar. De Turijnkoningslijst bijvoorbeeld die meestal in afwijking van Manetho kleinere getallen voor regeerperioden opgeeft, geeft ditmaal voor Pepi II ook negentig plus jaar op. Zelfs de orthodoxe Egyptoloog J. H. Breasted zag geen reden om aan dit hoge getal te twijfelen.

    Pepi II is zonder twijfel de farao van de verdrukking van de Israëlieten in Egypte. Manetho bericht dat hij als zesjarige de troon besteeg en negenennegentig jaar regeerde. Hij stierf een korte tijd voor de uittocht van de Israëlieten. Een exodus die we op de tijdsbalk plaatsen in het jaar 1483 v. Chr.

     

     

    De Bijbel leert ook dat met het opkomen van de farao van de verdrukking een nieuwe dynastie of huis aan de macht was.

    Exodus 1:1 Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis. 2 Ruben, Simeon, Levi, en Juda; 3 Issaschar, Zebulon, en Benjamin; 4 Dan en Nafthali, Gad en Aser. 5 Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte. 6 Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht, 7 Zo werden de kinderen Israëls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd. 8 Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had; 9 Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij. 10 Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke. 11 En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raamses. (Statenvertaling)

     

    Het Griekse Nieuwe Testament maakt nog duidelijker dat een volledig nieuwe dynastie was aangetreden. In het Bijbelboek Handelingen hoofdstuk 7 lezen we het verhaal van Stefanus die voor het Sanhedrin heel beknopt maar duidelijk de geschiedenis van Israël bracht. Stefanus zei het volgende over de farao van de verdrukking: “Doch naarmate de tijd der belofte, waarmede God Zich aan Abraham verbonden had, naderde, vermeerderde het volk en vermenigvuldigde zich in Egypte, totdat er over Egypte een andere koning aan het bewind kwam, die Jozef niet gekend had. Deze nam list te baat tegenover ons geslacht en handelde slecht met de vaderen, en liet hen hun zuigelingen te vondeling leggen, opdat het volk zich niet zou voortplanten.”

     

    In de Griekse taal staat er het woord ‘HETEROS’ voor wat ‘een andere’ betekent. ‘HETEROS’ staat voor ‘een gans andere’ in plaats van het normale Griekse woord ‘ALLOS’ wat gewoon anders betekent binnen een zelfde soort. Het gebruik van het Griekse ‘HETEROS’ maakt duidelijk dat een farao van een nieuw huis of dynastie de macht overnam. Of hoe een beetje Bijbelstudie van de grondtekst heel wat licht op de Egyptologie kan werpen. De conclusie moet zijn dat de dynastieën van Manetho van het Oude Rijk niet achter elkaar geheerst hebben maar elkaar dikwijls overlapten waarbij de zesde dynastie een nieuwkomer was.

     

     

    De volgende verankering van een Egyptische farao van het Oude Rijk op basis van de Bijbelse chronologie is die van farao Zoser van de derde dynastie van Manetho.

    In mijn werk TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 61-71, heb ik de farao die Jozef als onderkoning had geïdentificeerd met farao Zoser van de derde dynastie. Uit de tijd van de Ptolemeeërs is er een rotsinscriptie bewaard gebleven met de vermelding van een zevenjarige hongersnood die Egypte ten tijde van farao Zoser getroffen heeft. Ook hier zoals bij de hoge leeftijd van de farao van de verdrukking is de vermelding over een hongersnood die bovendien exact zeven jaar duurde geen toeval maar een aangereikt ankerpunt op de tijdsbalk waarmee we een regeerperiode van een farao kunnen vastpinnen. Het was in het achttiende regeringsjaar van farao Zoser dat de hongersnood van zeven jaar voorbij was. De overige farao ’s volgend op Zoser heb ik op de tijdsbalk ingevuld. Het is geen toeval dat de farao die de Israëlieten asiel verleende ook uit het zogenaamde Oude Rijk stamde.

     

    Als derde farao heb ik Oenas van de vijfde dynastie op basis van Bijbelse chronologie op de tijdsbalk verankerd. De vijfde dynastie had mijn aandacht in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 104-106. De laatste farao van dynastie V: Oenas, heb ik op de tijdsbalk verankerd met de tien plagen gevolgd door de exodus van Israël uit Egypte. Van de regeerperiode van Oenas is er een bericht bewaard gebleven over een hongersnood die Egypte toen trof. De vermelding van een hongersnood was heel ongewoon voor het anders vruchtbare Egypte en er zijn over een periode van ruim tweeduizend jaar slechts enkele verwijzingen naar een hongersnood. De hongersnood van de periode van Oenas past hier in het Bijbelrelaas van het boek Exodus met de tien plagen, die Egypte voor de Exodus troffen. De uittocht van de Israëlieten betekende in de gereviseerde chronologie het einde van het Oude Rijk van Egypte en dus ook van de vijfde dynastie.

     

    De orthodoxe egyptologie gaat er van uit dat de dynastieën die Manetho opgeeft in opeenvolging over Egypte geheerst hebben. Zij laten bijvoorbeeld de vijfde dynastie opgevolgd worden door de zesde dynastie alhoewel hier weinig of geen aanknooppunten over bewaard zijn gebleven. Er zijn orthodoxe Egyptologen zoals Sir Alan Gardiner die dit ook toegeven:

    It is unknown why Teti (Dynasty VI) should have been regarded as the inaugurator of a new dynasty, but it is about this time that we first become fully aware of the momentous change that had come about in the character of the Egyptian realm. Past and gone was the extreme centralization of the previous periods….

    Sir Alan Gardiner, Egypt of the Pharaohs, 1961, Book II, The Old Kingdom, page 91

     

    In hetzelfde hoofdstuk vestigt Alan Gardiner de aandacht op het feit dat de bekende en alom wat chronologie betreft, gerespecteerde faraolijst: de Turijn-canon, farao Oenas als laatste op een lijst van de farao ’s vanaf de eerste farao Menes, opgeeft. Wat er volgens hem op wijst dat een bepaalde belangrijke periode in de geschiedenis van Egypte met Oenas afgesloten werd.

    After Unis the Turin Canon inserted a total of all the years from the accession of Menes down to that reign; the number is unfortunately lost, but the entry serves a useful purpose by showing that a great period was thought of as terminating here.

    Sir Alan Gardiner, Egypt of the Pharaohs, 1961, Book II, The Old Kingdom, page 91

     

    De gegevens die van Manetho via zijn kopieerders bewaard bleven spreken elkaar tegen wat aantal en regeerduur van de verschillende farao ’s van de vijfde dynastie betreft. De kroniekschrijver Africanus, een van de kopieerders van Manetho, vermeldt negen farao’s voor de vijfde dynastie met een totaal van 248 jaar. De andere kopieerder van Manetho echter: Eusebius, vermeldt eenendertig faraonamen, maar verward heel duidelijk de farao’s van de vijfde dynastie met die van de zesde dynastie. De bekende Abydos-koningslijst geeft in afwijking van Manetho faraonamen voor de vijfde dynastie op, zij het zonder de regeerduur te vermelden. De gefragmenteerde Turijnlijst heeft dan weer negen koningen waarbij de derde naam in de lijst als gevolg van zware beschadigingen aan het papyrusdocument verloren ging.

    De archeologie komt te hulp in het reconstrueren van de regeerperioden van de respectievelijke farao ‘s. In het British Museum is een grote kalkstenen schijndeur uit het graf van de edelman Ptahsjepses te Sakkara, tentoongesteld.

     

     

    Deze edelman beschrijft in een inscriptie op de deur hoe hij tot zijn dood onder zeven farao’s leefde. Twee farao’s van de lijst werden geïdentificeerd als zijnde van de vierde dynastie van Manetho en vijf farao’s zijn van de vijfde dynastie. Er bestond aldus interactie tussen beide dynastieën die blijkbaar voor een periode gezamenlijk over hun deel van Egypte heersten.

    De Britse egyptoloog Sir Alan Gardiner verwijst in zijn studie: Egypt of the Pharaohs, 1961, hoofdstuk IV, naar graftempels van de vijfde en de zesde dynastie en toont aan dat de weergegeven reliëfs soms identiek met elkaar zijn en volgens hem van elkaar gekopieerd. Zo schrijft hij dat de tombe van Farao Sahoe-ra van de vijfde dynastie een muurreliëf heeft met een scène van krijgsgevangen Libische stamhoofden samen met buitgemaakt vee. Dit blijkt een identieke scene te zijn met de gegevens gevonden in de dodentempel van Pepi II van de zesde dynastie. Zelfs de opgegeven aantallen van krijgsgevangenen en vee kloppen nauwkeurig. Voor de orthodoxe Egyptologie is dit een anomalie. Volgens mijn reconstructie is er echter geen sprake van plagiaat maar waren de farao’s Sahoe-ra (1536/1529 v. Chr.) en Pepi II (1586/1487 v. Chr.) tijdgenoten van elkaar, met Sahoe-ra ondergeschikt aan Pepi II.

    Wat de rangschikking van de farao ’s van de vijfde dynastie op de tijdsbalk betreft heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, als ankerpunt het jaartal van de exodus genomen: 1483 v. Chr. en van dit ankerjaar in de tijd teruggewerkt tot aan de regeerperiode van farao Menkaura van de vierde dynastie, waar ik de verbinding met de vijfde dynastie maakte. De regeerperiode van farao Oenas loopt aldus van het ankerjaar 1483 v. Chr. tot 1513 v. Chr. met een regeerperiode van dertig jaar, die de Turijnkoningslijst opgeeft. Zoals eerder vermeld is er uit de tijd van de regeerperiode van farao Oenas is een vermelding bewaard gebleven over een hongersnood die Egypte toen getroffen heeft.

     

     

    De tien plagen betekenden voor Egypte een economische ramp zonder weerga en de vernietiging van het leger van farao in de Rode Zee daaropvolgend betekende dat het land openlag voor de invasie van de Amoe /Hyksos /Amalekieten.

    Een tot dan toe ononderbroken lijn van farao ’s vanaf Menes tot op Oenas was aan haar einde gekomen. Vreemde heersers zouden daarop voor een lange periode de heerschappij over Egypte overnemen. Zie ook mijn boek: EXODUS, 2016, blz. 107-124

    De enige intentie van de Egyptische oudheidhistoricus Manetho in de derde eeuw voor Christus ten tijde van het Griekse bewind over Egypte, was om zijn tijdgenoten en collega-historici aan te tonen dat de Egyptische geschiedenis de oudste van heel de wereld was. Hierbij manipuleerde hij zijn faraolijsten waaruit moest blijken dat zij in opeenvolging geregeerd hadden en elkaar niet overlapten wat in werkelijkheid dikwijls het geval was.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    09-11-2017 om 08:03 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mogelijke oorsprong van Halloween
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wanneer men op het internet naar de oorsprong van het inmiddels ook in België bekende Halloweenfeest onderzoek doet dan blijkt de oorsprong bij de Kelten te liggen en moeten we enkele duizenden jaren terug de geschiedenis in tot voor de tijd dat het christendom zich in onze lage landen bij de zee kon vestigen. Over de Kelten is niet veel geweten, zij waren de inwoners van onze gewesten voor de Germaanse volksverhuizingen van de vierde eeuw na Christus. Vlamingen, Brabanders en Limburgers stammen af van de Germaanse Salische Franken die zich vanaf 370 na Christus in Laag-België vestigden. In Groot Brittannië en Ierland waar zich vooral de Germaanse stammen Angelen en Saksen vestigden is het Keltische element wat ras en gebruiken betreft niet volledig verdwenen. Halloween is dan ook een feest dat vooral in deze landen bewaard bleef en vandaar met de immigratie van grote groepen mensen uit de Britse eilanden ook in Noord-Amerika terecht kwam. Het lijkt dan ook een protestants feest te zijn maar is het niet echt. De oorsprong zou volgens sommige bronnen een oogstfeest van de Kelten geweest zijn dat gevierd werd rond 31 oktober en 1 november.

    Toen de door het Romeinse Rijk tot staatsgodsdienst gepromoveerde Roomse Kerk ook Noordwest Europa inpalmde en alle heidendom verbood nam zij het Keltische oogstfeest over en maakte er een algemene dodenherdenking van: het bekende allerheiligen en allerzielen.

    Op de Britse eilanden bleef het oorspronkelijke gebruik van Halloween beter bewaard. De Kelten geloofden dat op die dag de geesten van de overledenen van het voorbije jaar terugkwamen ter inbezitneming van de levenden. Ter afwering van deze zogenaamde boze geesten droegen de Kelten maskers.

    Tot hier in het kort wat men algemeen over de oorsprong van het Halloweenfeest op het internet vindt.

     

    De vermoedelijke oorsprong van Halloween met in het bijzonder de dodenherdenking gaat terug tot de achtste eeuw v. Chr. en eerder toen planeet aarde met intervallen van 54 jaar en zes maanden door een cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong getroffen werd.

    In vorige afleveringen op dit blog bracht ik de cyclus van meganatuurcatastrofes van de wetenschappers Patten, Hatch en Steinhauer (The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes, 1973) onder de aandacht. Het is met de cyclus van deze rampen die afwisselend in de maanden maart en oktober planeet aarde teisterden dat Halloween en de dodenherdenking met het massaal begraven van de slachtoffers in de maand november zijn oorsprong heeft. Ook de afbeeldingen van heksen op bezemstelen die door de lucht vliegen vinden hier vermoedelijk hun oorsprong. Wanneer planeet aarde in haar baan om de zon door een interactie met andere planeten en hemellichamen geschud werd en als een gevolg ruimteafval de dampkring binnendrong zal dit door de Kelten verklaard zijn door middel van geesten en heksen op bezemstelen.

    Het meest recente artikel op dit blog betreffende de cyclus van oudheidnatuurcatastrofes dateert van 21.07.2017. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1500242400&stopdatum=1500847200

     

    Zie ook het artikel op dit blog van 18.10.2016: voorjaar 1049 v. Chr.: de verdrijving van de Hyksos/Amalekieten uit Egypte en de notering van een meganatuurcatastrofe. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1476655200&stopdatum=1477260000

     

    Wat als een paal boven water staat is dat de achtste eeuw v. Chr. en het begin van de zevende eeuw v. Chr. een periode van een planeet aarde in beroering was. Voor de oude Kelten en andere volken van die tijd betekende het iedere keer een ondergang van hun wereld met ontelbaar veel slachtoffers en het daarna massaal verwijderen van de stoffelijke resten van de slachtoffers. Volgens de catastrofetheorie kwam het zonnestelsel rond 668 v. Chr. tot rust en namen de legendes hun aanvang.

     

    Het laatste boek (Mankind in Amnesia, 1982) dat de controversiële onderzoeker Dr. Immanuël Velikovsky (1895/1979) schreef was gewijd aan het verdringen van de historische meganatuurcatastrofes dat hij catologeerde onder een ‘collectief geheugenverlies’ van de moderne mensheid. Velikovsky omschreef het als het volgt: De herinnering aan catastrofes werd uitgewist, niet door gebrek aan geschreven overleveringen, maar door een kenmerkend proces, dat later gehele naties, tezamen met hun geletterden, in deze overleveringen allegorieën of vergelijkingen deed zien, terwijl in werkelijkheid kosmische natuurverstoringen daarin heel duidelijk stonden beschreven.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009: dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar.

    01-11-2017 om 08:38 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het twaalfde historische jubeljaar van oktober 856/september 855 v. Chr.

    We vervolgen deze week onze reeks over de historische jubeljaren. Het laatste artikel op dit blog betreffende de historische jubeljaren dateert van 06.10.2017 met aandacht voor het elfde historische jubeljaar van oktober 905/september 904 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Josafat van Juda. Een jubeljaar dat hoogstwaarschijnlijk ten tijde van de regeerperiode van Josafat nageleefd werd. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3026048

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren uit het werk van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V., die we al behandeld hebben. Er waren dertig jubeljaren vanaf 1395/1394 v. Chr. tot 27/28 AD, het jaar dat Jezus zich te Nazareth als Messias bekendmaakte en het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep.

    Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr. intocht Kanaän o.l.v. Jozua.

    Aantal en jaartallen v. Chr.:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    1.       1395/1394 Richter Othniël            geen

    2.      1346/1345          Richter Ehud               Ruth 6:6

    3.      1297/1296 Ehud & Samgar           geen

    4.      1248/1247 Debora en Gideon        geen

    5.      1199/1198  Richter Thola               geen

    6.      1150/1149  Richter Eli                   geen

    7.      1101/1100  Richter Samuël            geen

    8.      1052/1051 Samuël & Saul             geen

    9.      1003/1002 Salomo                        geen

    10.    954/953   Rehabeam                             geen

    11.     905/904   Josafat                          geen

    12.    856/855  Joas                             geen

     

    In het vorige artikel over de jubeljaren hebben we gezien dat het jubeljaar dat gelijk viel met het eerste regeringsjaar van Josafat, door de in de Bijbel beschreven godvruchtige koning hoogstwaarschijnlijk gehouden werd.

     

     

    Het Bijbelse Jubeljaar was een belangrijk onderdeel uit de wet van Mozes van 1483 v. Chr. betreffende het beheer en het eigendomsrecht over het Beloofde Land, het land Kanaän dat ze veertig jaar later in 1443 v. Chr. zouden binnentrekken. Het doel van het jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijke individueel verlies van land en rijkdom in het negenenveertigste jaar van de sabbatjaarcyclus te herstellen, en aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke Leviticus 25:1-55. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Naomi in het Bijbelboek Ruth dat we op dit blog met het artikel van 24.04.2017 behandelden. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1492984800&stopdatum=1493589600

     

     

    Op het bijgevoegde schema merken we dat Josafat vijfentwintig jaar regeerde waarna zijn zoon Joram de alleenheerschappij overnam. Joram regeerde namelijk al een hele tijd in co-regentschap met zijn vader. Hij was de eerste keer als co-regent aangesteld in 889 v. Chr. voorafgaand aan de slag bij Ramoth-Gilead in 888 v. Chr. Een conflict met Aram/Syrië dat Josafat in bondgenootschap met Achab van Israël was aangegaan. Dit was een wijze beslissing van Josafat want zijn bondgenoot Achab van Israël bijvoorbeeld sneuvelde in deze slag tegen de Arameeërs.

    De complexe chronologie voor de tijdsperiode heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 237-241, behandelt.

    De bijgevoegde tijdsschema ‘s zijn op millimeterpapier uitgewerkt met telkens veertien jaar per vel. De jaartallen bovenaan de tijdsbalk zijn op de westerse jaartelling gebaseerd onderverdeeld in vier vakken van elk drie maanden van januari tot december. De Bijbelse sabbatjaren staan daaronder in een blauwe balk vermeld van april tot maart en de jubeljaren van oktober tot september. Het Jubeljaar zag zijn start in oktober van de negenenveertigste sabbatjaarcyclus en liep verder tot september van het volgende jaar waar inmiddels in april een nieuwe sabbatjaarcyclus van start was gegaan. Op het hierboven getoonde schema zien we de tweede, derde en vierde sabbatjaarcyclus afgebeeld.

     

    Op het hierboven getoonde schema merken we ook een vermelding naar de slag bij Karkar. Deze oorlog staat niet in de Bijbel vermeld maar kennen we vanuit een Assyrische bron. Te Karkar streden de Assyriërs onder leiding van Salmaneser III tegen een coalitie van Klein-Aziatische koningen, waaronder Achab van Israël. In mijn nieuw boek: ‘Kronieken der koningen van Israël’, dat in het najaar gepubliceerd zal worden, geef ik heel wat aandacht aan deze periode in de geschiedenis van het tienstammenrijk. Vooral de link met de Assyrische koningslijst wordt uitgediept en gereviseerd aan de chronologische gegevens die de Bijbel verstrekt. De datering van de slag bij Karkar wordt hierbij gereviseerd naar het jaar 889 v. Chr. in plaats van het orthodoxe jaartal 853 v. Chr.

     

     

    Het volgende schema toont de vijfde en zesde sabbatjaarcyclus tijdens een zeer bewogen periode in de geschiedenis van het koninkrijk Juda. Joram, de zoon van Josafat, stierf in 876 v. Chr. en werd opgevolgd door een van zijn jongere zonen: Ahazia.

    2 Kronieken 22:1 En de inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn kleinsten zoon, koning in zijn plaats; want een bende, die met de Arabieren in het leger gekomen was, had al de eersten gedood. Ahazia dan, de zoon van Joram, de koning van Juda, regeerde. 2 Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde een jaar te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Athalia, een dochter van Omri. 3 Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab; want zijn moeder was zijn raadgeefster, om goddelooslijk te handelen.4 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk het huis van Achab; want zij waren zijn raadgevers, na den dood zijns vaders, hem ten verderve. (Statenvertaling)

     

    Ahazia regeerde slechts een jaar en kwam aan zijn einde door de hand van Jehu van Israël op dezelfde dag dat deze Joram, de zoon van Achab doodde in het voorjaar van 875 v. Chr. Deze geschiedenis en chronologie heb ik in TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 251-256, uiteengezet.

    Bij de dood van Ahazia door de hand van Jehu deed zijn moeder die een dochter van Omri was, een poging tot uitroeiing van het nakomelingschap van David en hiermee de geslachtslijn waaruit de Messisas, de beloofde Losser die alles herstellen zou, geboren zou worden.

    2 Koningen 11:1 Toen nu Athalia, de moeder van Ahazia, zag, dat haar zoon dood was, zo maakte zij zich op, en bracht al het koninklijke zaad om. 2 Maar Joseba, de dochter van den koning Joram, de zuster van Ahazia, nam Joas, den zoon van Ahazia, en stal hem uit het midden van des konings zonen, die gedood werden, zettende hem en zijn voedster in een slaapkamer; en zij verborgen hem voor Athalia, dat hij niet gedood werd. 3 En hij was met haar verstoken in het huis des HEEREN zes jaren; en Athalia regeerde over het land. (Statenvertaling)

     

    Zes jaar zou de koninginmoeder Athalia over het land Juda heersen terwijl de kleine Joas samen met zijn tante verborgen zat in een vertrek in de Tempel van Salomo. In het zevende jaar (2 Koningen 11:4-21) werd de jonge Joas door de priester Jojada, ondersteund door de hoofdmannen van het leger, tevoorschijn gebracht en Athalia gedood waarna Joas tot koning over Juda gezalfd werd.

    2 Kronieken 23:1 Doch in het zevende jaar versterkte zich Jojada, en nam de oversten der honderden, Azarja, den zoon van Jeroham en Ismaël, den zoon van Johanan, en Azarja, den zoon van Obed, en Maaseja, den zoon van Adaja, en Elisafat, den zoon van Zichri, met zich in een verbond. 2 Die togen om in Juda, en vergaderden de Levieten uit alle steden van Juda, en de hoofden der vaderen van Israël, en zij kwamen naar Jeruzalem. 3 En die ganse gemeente maakte een verbond in het huis Gods, met den koning; en hij zeide tot hen: Ziet, de zoon des konings zal koning zijn, gelijk als de HEERE van de zonen van David gesproken heeft. (Statenvertaling)

     

    De geslachtslijn van de koningen Juda vinden we ook in het evangelie naar Matteüs terug waar deze de geslachtslijn van Maria, de moeder van Jezus Christus. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, appendix 1: het geslachtsregister van Jezus Christus.

    Met de actie van Athalia tot uitroeiing van de geslachtslijn van David zien we de tegenstander aan het werk die sinds Genesis er alles aan doet om Gods heilsplan te dwarsbomen. Dit heilsplan begon met de belofte in Genesis (3:15) over het zaad van de vrouw, de losser die de schepping van de dood zou verlossen, de kop van de slang vermorzelen en alles herstellen. Het zijn de jubeljaren die ons naar de toekomst toe naar dit beloofde herstel zullen leiden.

    In het laatste boek van de Bijbel Openbaring hoofdstuk 12 zien we het einde van de tegenstander beschreven worden met een opsomming van alle namen waaronder hij sinds Genesis berucht was (12:9): de grote draak, de oude slang, duivel en/of Satan.

     

     

    Op onze bijgevoegde tijdsbalk merken we dat het twaalfde jubeljaar van oktober 856 v. Chr. tot september 855 v. Chr. gelijk liep met het vijftiende regeringsjaar van Joas. De Bijbel zwijgt over een eventueel naleven van het sabbat-  en jubeljaar gebod? We mogen echter terecht twijfelen of het jubeljaar in het vijftiende regeringsjaar van Joas gehouden werd? Er staat namelijk geschreven dat Joas na de dood van de profeet Jojada de wet des HEEREN verliet.

    2 Kronieken 24:15 En Jojada werd oud en zat van dagen, en stierf; hij was honderd en dertig jaren oud, toen hij stierf. 16 En zij begroeven hem in de stad Davids, bij de koningen; want hij had goed gedaan in Israël, beide aan God en zijn huize. 17 Maar na den dood van Jojada kwamen de vorsten van Juda, en bogen zich neder voor den koning; toen hoorde de koning naar hen. 18 Zo verlieten zij het huis des HEEREN, des Gods hunner vaderen, en dienden de bossen en de afgoden; toen was een grote toornigheid over Juda en Jeruzalem, om deze hun schuld. 19 Doch Hij zond profeten onder hen, om hen tot den HEERE te doen wederkeren; die betuigden tegen hen, maar zij neigden de oren niet. 20 En de Geest Gods toog Zacharia aan, den zoon van Jojada, den priester, die boven het volk stond, en hij zeide tot hen: Zo zegt God: Waarom overtreedt gij de geboden des HEEREN? Daarom zult gij niet voorspoedig zijn; dewijl gij den HEERE verlaten hebt, zo zal Hij u verlaten. 21 En zij maakten een verbintenis tegen hem, en stenigden hem met stenen door het gebod des konings, in het voorhof van het huis des HEEREN. 22 Zo gedacht de koning Joas niet der weldadigheid, die zijn vader Jojada aan hem gedaan had, maar doodde zijn zoon; dewelke, als hij stierf, zeide: De HEERE zal het zien en zoeken! (Statenvertaling)

     

    We weten niet wanneer chronologisch gezien de dood van Jojada plaatsvond en als een gevolg is het invullen van het jaar van de afval van Joas op de tijdsbalk onmogelijk. Met het twaalfde jubeljaar bereikte Joas de volwassen leeftijd van eenentwintig jaar en was verantwoordelijk voor zijn daden.

     

    Op het bijgevoegde schema zien we in het najaar van 860 v. Chr. een verticale rode lijn afgebeeld met de vermelding van de stichting van Carthago dat jaar. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 257-263, schreef ik een hoofdstuk over de datering van de stichting van Carthago op basis van de Bijbelse sabbat- en jubeljaartelling.

    Het is de oudheidhistoricus Flavius Josephus, Against Apion, Book I. 17-18, die in zijn geschiedschrijving de sleutel aanreikt ter berekening van de stichting van Carthago. Josephus wijst op de chronologische link die er bestaat tussen de bouw van de Tempel te Jeruzalem en de stichting uiteindelijk van Carthago. Er zaten namelijk exact honderddrieënveertig jaar en acht maanden tussen het twaalfde regeringsjaar van de Fenicische koning Hiram en het begin van de bouw van de Tempel te Jeruzalem tot aan het zevende regeringsjaar van Pygmalion.

    De regeerperiode van Salomo is verankerd met de jaren 1007/967 v. Chr. en dit op basis van de sabbat- en jubeljaartelling volgens William Whiston. Mijn jaartal voor de dood van Salomo in 967 v. Chr. wijkt met zesendertig jaar af van het tegenwoordig gangbare jaartal 931 v. Chr. De Tempelbouw te Jeruzalem ving aan in het vierde regeringsjaar van Salomo in april 1003 v. Chr. en in oktober van het jaar 996 v. Chr., zeven jaar later, was de Tempel afgewerkt.

     

     

    Het twaalfde regeringsjaar van Hiram op de tijdsbalk verankerd met het vierde regeringsjaar van Salomo, is gelijk aan april 1003/maart 1002 v. Chr. Vanaf dit jaartal gerekend arriveren we in het jaar 860 v. Chr. voor het zevende regeringsjaar van de Fenicische koning Pygmalion. Het is in dat jaar dat de zuster van Pygmalion: Dido, uit Tyrus moest vluchtten en datzelfde jaar nog Carthago stichtte. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, toon ik aan dat het jaar 860 v. Chr. getuige van een meganatuurcatastrofe was, wat de revisie van de geschiedenis van de oudheid zo boeiend maakt. Het zijn iedere keer puzzelstukjes die men kan samenvoegen zodat het plaatje duidelijker wordt². Zo een belangrijk puzzelstukje is het samenkomen van schijnbare toevalligheden zoals bijvoorbeeld de meganatuurcatastrofe van kosmische oorsprong in het jaar 860 v. Chr. Dat jaar met de catastrofe werd de oorzaak dat sommige Tyriërs naar nieuwe vestigingsplaatsen op zoek gingen. Wanneer men de aangepaste chronologie van Edwin R. Thiele in verband met de regeerperiode van Salomo hanteert mist men dit verband.

     

    Het twaalfde jubeljaar van oktober 856/september 855 v. Chr. was een historisch jubeljaar op basis van de schakel dat het is in de lange ketting van de dertig jubeljaren die er waren vanaf het openbaar worden van Jezus van Nazareth als de Messias in de synagoge van zijn thuisstad zoals door de evangelist Lucas (4:19) gebracht, en vervolgens terug de tijd in vanaf oktober 27/september 28 AD tot het eerste jubeljaar van oktober 1395/september 1394 v. Chr., vijftig jaar na de intocht in het Beloofde Land onder leiding van Jozua.

     

    Uiteindelijk zal onze reeks over de historische jubeljaren ons leiden naar een alsnog toekomstig jubeljaar met het herstel van alle dingen zoals beloofd in het Profetische Woord van de Bijbel.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    27-10-2017 om 13:10 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dunkirk, 1940

    ‘Dunkirk’ is een oorlogsfilm van de producer en regisseur Christopher Nolan (°1970-) die dit jaar in de bioscopen getoond werd. De film verhaalt ‘operatie Dynamo’, de reddingsactie van de Britse marine en luchtmacht voor hun door de Duitsers ingesloten troepen in Noord-Frankrijk.

    Ik heb de film deze maand gezien en maak van mijn historische (oudheid) blog gebruik om enkele van mijn indrukken in de vorm van een film-beoordeling aan mijn lezers door te geven.

    Duinkerken in 1940 is weliswaar geen oudheidgeschiedenis maar ligt toch al zevenenzeventig jaar achter ons en de generatie van achttienjarigen toen, zijn door de dood ingehaald. De geschiedenis van de uitredding van het grootste deel van het Britse expeditieleger in 1940 was bepalend voor de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog die in september 1939 als een Europese oorlog tussen Groot Brittannië geallieerd met Frankrijk tegen Nazi-Duitsland begonnen was. De aanleiding was de onoplosbaarheid van het Pools-Duitse geschil omtrent de vrijhaven Danzig en de Poolse corridor door voormalig Duits gebied naar de Baltische Zee geweest. Hitler-Duitsland eiste in de zomer van 1939 de terugkeer van de vrijstad Danzig naar het Reich en de toelating van Polen tot het aanleggen van een extra autobaan en spoorlijn vanuit het Reich naar het sinds 1919 via het opgelegde vredesverdrag van Versailles, afgescheurde Oost-Pruisen. Een jaar eerder in de zomer van 1938 was er de crisis rond Tsjecho-Slowakije geweest dat aanvankelijk weigerde zijn Duitstalige gebieden aan het Reich af te staan. In de lente van 1938 was Oostenrijk bij Duitsland ingelijfd, de zogenaamde ‘anschluss’ en het was voor Hitler-Duitsland de logica zelve dat ook de overige Duitstalige gebieden in de sinds 1919 geschapen randstaten (na de ontmanteling van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie) zoals Tsjecho-Slowakije, deze gebieden zouden afstaan. Door bemiddeling van vooral Chamberlain, de premier van Groot-Brittannië toen, was een conflict afgewend en werden de Tsjechen aangemaand tot het opgeven van alle verzet en ging het zogenaamde Sudetenland met zijn Duits-Oostenrijkse bevolking zonder strijd naar Groot-Duitsland. Toen de rest van de meer-volkerenstaat Tsjecho-Slowakije daarop binnen zes maanden desintegreerde als een gevolg in de eerste plaats door de afscheuring van de Slowaken van de Tsjechen-staat op 14 maart 1939, gevolgd door de Hongaren en de Polen die ook hun deel van de Tsjechen-staat opeisten, hield Chamberlain-Engeland, Hitler-Duitsland hiervoor verantwoordelijk. Een direct resultaat was een Britse garantie aan Polen in het voorjaar van 1939. Dit land was namelijk het volgende doel van Hitler-Duitsland tot rechtzetting van het in 1919 te Versailles opgelegde vredesverdrag.

     

     

    Kaart uit een Belgische schoolatlas van april 1939. Men merkt dat de algemene verwachting was dat Duitsland het uiteindelijk toegestaan zou worden alle verloren gebieden in het oosten ten gevolge van het vredesverdrag van Versailles in 1919 opnieuw te verkrijgen.

     

    Duitsland werd in 1919 als enige schuldige voor het uitbreken van de Grote Oorlog in 1914 veroordeeld en verplicht tot herstelbetalingen aan de overwinnaars, daarnaast werd aan de nieuw opgerichte staat Polen een transithaven aan de Baltische Zee geschonken met een Poolse corridor door Duits land naar de zee. In het westen ging het Duitstalige Elzas-Lotharingen terug naar Frankrijk en verkreeg België het Duitstalige gebied van Eupen-Malmedy-Sankt Vith. Het was de tijd van het landjepik. In het noorden ging een gedeelte van Sleeswijk-Holstein met haar Deense inwoners terug naar Denemarken. Het Duitse koloniale rijk in Afrika en Azië werd onder de overwinnaars verdeeld waarbij Engeland de vetste delen toegewezen kreeg. Ook de Belgen kregen een stukje van Duits Oost-Afrika in de vorm van het mandaatgebied Roeanda-Oeroendi. De Belgen hadden dan weliswaar tijdens de eerste wereldoorlog Tabora, de hoofdstad van Duits Oost-Afrika veroverd, maar ook zij werden door de Engelsen en Fransen te Versailles in 1919 gedicteerd betreffende wat kon en niet kon. De Britten pikten Duits Oost-Afrika: Tanganyika, in en de Belgen kregen slechts twee kruimeltjes van de grote taart.

    Ik schrijf deze inleiding ter aantoning van de schuld die de overwinnaars van november 1918 dragen in verband met het uitbreken van een tweede wereldoorlog slechts twintig jaar later. Engeland dat zich in mei 1940 in Vlaanderen militair verpletterd zag droeg in wezen medeschuld aan het tweede conflict met Duitsland als een gevolg van hun behandeling van een verslagen vijand in 1918/1919.

    In november 1918 was er in het oorlog moede Keizerrijk Duitsland revolutie uitgebroken en werd er om een wapenstilstand met de geallieerden verzocht op basis van een te onderhandelen vredesverdrag. Dat vredesverdrag is er in juni 1919 gekomen echter niet op basis van onderhandelingen maar als een dictaat van de overwinnaars. De Engelse blokkade van de Duitse zeehavens werd in november 1918 ook niet opgegeven maar doorgezet tot de zomer van 1919 met als resultaat honderdduizenden hongerdoden in het algemeen verzwakte Duitsland. De Duitse delegatie in Versailles in 1919 mocht niets onderhandelen maar kreeg integendeel een ultimatum voorgeschoteld waarbij zij het vredesdictaat konden tekenen of de volledige bezetting van Duitsland door de geallieerden verkiezen. Zij tekenden het document waarbij belangrijke delen van hun territorium met bevolking naar vreemde overheersing ging en hun koloniaal rijk voor hen volledig verloren ging. Bovendien aanvaarden zij de schuldige voor het uitbreken van de grote oorlog geweest te zijn met de verantwoordelijkheid tot het betalen van buitenproportionele herstelbetalingen aan de overwinnaars die zichzelf tot slachtoffer declareerden. De jonge Duitse republiek die na het vertrek van de keizer uitgeroepen was had geen schijn van kans zich als volwaardige democratie te ontwikkelen noch te handhaven. De straten werden in de jaren twintig van de twintigste eeuw beheerst door de met elkaar rivaliserende communisten en nationaalsocialisten, twee extreme antidemocratische bewegingen die elkaar naar het leven stonden. De Duitse communisten werden gedirigeerd vanuit Moskou-Rusland.

    Het tsaristische Rusland was in 1917 met de novemberrevolutie (oktober volgens de juliaanse kalender) door de communisten onder leiding van Lenin neergeslagen en deze hadden daarop een vredesverdrag met het Keizerrijk Duitsland gesloten. Nadat de communisten via een bloedige burgeroorlog orde op zaken in Rusland gebracht hadden maakten dezen zich op om daarna de rest van de wereld met hun communistische boodschap te veroveren. De Komintern of communistische internationale was door Lenin in maart 1919 te Moskou opgericht met het doel van het oprichten van communistische partijen in de landen van het westen. Hun doel was over de gehele wereld een internationale proletarische revolutie te bewerken ter vestiging van de dictatuur van het proletariaat. De leiding van dit alles geschiedde sinds 1922 vanuit Moskou met de nieuwe dictator Stalin aan het hoofd. Het geïndustrialiseerde Duitsland was voor hen een belangrijk doel van waaruit zij hoopten de rest van Europa te kunnen onderwerpen.

    Voor de westerse grootmachten van 1919 was Sovjet-Rusland sindsdien een bedreiging en werd het land als een paria behandeld. Zij waren niet uitgenodigd in Versailles.

    Het Tsaristische Rusland was een van de medeschuldigen voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog in de zomer van 1914. Het was de mobilisatie van het Russische leger geweest dat de dominostenen in beweging bracht. De grote oorlog die in 1914 uitbrak kwam ook zo maar niet uit de lucht vallen maar was al jaren daarvoor gepland en voorbereid. Er waren vier hoofdschuldigen voor het conflict: Frankrijk, Rusland, Engeland en Duitsland. In deze volgorde maar alle vier gelijk wat hun verantwoordelijkheid betreft. Vooreerst Frankrijk dat sinds de oorlog van 1870 aan de terugwinning van Elzas Lotharingen werkte door middel van nieuwe bondgenootschappen aangezien het te zwak was om Duitsland alleen aan te pakken. Hun eerste bondgenoot was Rusland waar de tsaar droomde van een Groot-Slavisch Rijk met Rusland als leider. Rusland ’s doel was hier de neerwerping en ontmanteling van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie met vele Slavische volken binnen haar grenzen zoals Tsjechen, Slowaken, Polen, Oekraiëners, Roethenen, Kroaten, Slovenen en Serviërs. Oostenrijk-Hongarije was echter een bondgenoot van het Keizerrijk Duitsland en kon aldus niet aangepakt worden zonder met Duitsland in conflict te geraken. Hier raakten de belangen van Rusland en Frankrijk elkaar met Duitsland als een gemeenschappelijke hinderpaal die verwijderd moest worden. Voor Frankrijk was dit de voorwaarde tot het verkrijgen van Elzas Lotharingen en voor Rusland de voorwaarde tot aanhechting van de Oostenrijks-Slavische gebieden bij hun Rijk.

    Deze coalitievorming tegen Duitsland werd echt gevaarlijk toen Engeland aan het begin van de twintigste eeuw besloot om een verbond met Frankrijk te sluiten, gericht tegen Duitsland. Zij hadden hun zinnen op het koloniaal rijk van de jonge Duitse staat gezet en begeerden de wereldwijde Duitse export van goederen te vervangen door Britse producten. ‘Made in Germany’ was een van de redenen voor het uitbreken van de grote oorlog in 1914. Het was sinds 1904 wachten op de juiste gelegenheid om de militaire machinerie in beweging te zetten. Deze gelegenheid deed zich voor toen de Oostenrijkse kroonprins en diens echtgenote in juni 1914 door een Servische terrorist in Sarajevo in de Oostenrijkse (Slavische) provincie Bosnië-Herzegovina vermoord werden. Oostenrijk legde de schuld voor het moordcomplot bij het naburig Servië dat echter door Rusland gesteund werd. De opgestelde dominostenen begonnen te wankelen en de eerste dominosteen viel toen Rusland besloot te mobiliseren tegen Duitsland, de beschermer van Oostenrijk-Hongarije. Binnen de maand stond Europa in brand. Duitsland was de vierde medeschuldige voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Uiteraard wist Duitsland via zijn kanalen van de geheime diplomatie tussen Frankrijk en Rusland tegen hen gericht en hadden zij zich militair voorbereid tot het neutraliseren van de dreiging. Een oorlog op twee fronten tegelijkertijd werd terecht als zeer moeilijk betracht en daarom was het plan voorzien om vooreerst in het Westen Frankrijk te verslaan door middel van een oprukken door het neutrale België heen in een omsingelingsslag voor het Franse leger dat tegenover Elzas en Lotharingen ontplooid was. Na het verslaan van het Franse leger zou het Russische leger aan de oostelijke grens aangepakt worden en verslagen. De bedoeling was om een vergroot Duits bastion tegen het oosten op te richten. Toen men vernam dat Engeland de Frans-Russische as vervoegd had zag Duitsland als enige tegenmaatregel de uitbreiding van haar zeevloot in de Noordzee. Een actie die Engeland nog meer reden gaf ter uitschakeling van de Duitse militaire macht. Hun bedoeling was om de Duitse eenheidstaat door de legendarische Bismarck opgericht te herleiden tot de oorspronkelijke staat van de verschillende vorstendommen.

    De Belgische koning Albert I werd door de Duitse Keizer benaderd voor toelating van het doortrekken van het Duitse leger op weg naar Frankrijk met als beloning voor België de terugkeer van de verloren provinciën aan Frankrijk: Frans-Vlaanderen, Artesië en Picardië. De Belgische koning, de Saksen-Coburger Albert I, mocht dan wel van Duitse afstamming zijn grondwettelijk was hij op dit domein ondergeschikt aan de regering. België was in 1914 een Franstalige unitaire staat met een Nederlandstalige meerderheid die monddood was en haar rechten miste. Moest er in 1914 een federale staat België bestaan hebben zoals we die vandaag kennen dan had er vermoedelijk in de kamer een fiks debat plaatsgevonden over het voorstel van de Duitse keizer. De mogelijke uitkomst van zulk een hypothetisch debat vandaag voorspellen is onmogelijk.

    De kanonnen van Augustus deden in 1914 hun werk en de verschillende nationale legers kwamen in beweging voor een frisse vrolijke oorlog waar iedereen van dacht dat het met Kerstfeest 1914 allemaal voorbij zou zijn. Het resultaat was uiteindelijk een bloedbad dat meer dan vier jaar zou aanhouden en zou resulteren in een verscheurd Europa met fascisten en communisten in vele landen als nieuwe realiteit.

    Hoewel het historisch vandaag geduid kan worden dat er vier schuldigen waren en niet alleen Duitsland werd dit laatste land in 1919 als de enige schuldige gebrandmerkt en gestraft. Engeland en Frankrijk kwamen uiteindelijk verzwakt uit dit conflict en waren in 1938 niet in staat het nieuwe nationaalsocialistische Duitsland aan te kunnen. Daar komt bij dat de Britse regeringen voor dat Chamberlain het roer overnam in Sovjet-Rusland een groter gevaar zagen dan in Nazi-Duitsland. De invoering van de dienstplicht en uitbreiding van het Duitse leger in 1935 werd aanvaard, alsook de militarisering van het Rijnland door Duitsland in 1936. Het vlootverdrag tussen Baldwin-Engeland en Hitler-Duitsland waarbij Duitsland toegestaan werd zijn vloot tot de sterkte van een derde van de Britse vloot uit te breiden was getekend met in het achterhoofd de dreiging van Stalin-Rusland dat zijn leger en marine alsmaar uitbreidde tot een niveau dat gelijk was aan de sterkte van alle legers wereldwijd samen. Het is geweten dat Baldwin-Engeland die zich in Spaanse burgeroorlog van 1936-1939 neutraal opstelde, de fascist Franco verkoos boven een mogelijke Bolsjewistische overwinning in Spanje. Te laat besefte men dat in Duitsland sinds 1933 een psychopathische dictator aan de macht was die zijn eigen programma zoals uiteengezet in zijn boek ‘Mein Kampf’ aan het uitvoeren was. Men had in de jaren twintig de jonge Duitse republiek als volwaardig moeten behandelen en het vredesverdrag van 1919 herzien. In 1933 was het voor dit mogelijk scenario te laat.

    De Britten begonnen pas echt aan hun herbewapening na de München-akkoorden van 1938 en vertrouwden op het Franse leger toen zij op 3 september 1939, drie dagen na de Duitse invasie van Polen, Duitsland de oorlog verklaarden. Buiten het doorvoeren van een maritieme blokkade en het trachten te betrekken van zoveel mogelijk neutrale landen bij het conflict, hadden zij geen plan voor het voeren van hun oorlog. Daarbij komt dat Nazi-Duitsland een pakt gesloten had met Stalin-Rusland, een land dat hun van alle grondstoffen nodig voor het voeren van een oorlog voorzag. De zeeblokkade mocht dan weliswaar werken maar was een lachertje als een gevolg van de Russische leveringen aan Duitsland. Als een gevolg van dit bijzondere pakt tussen Russen en Duitsers was Duitsland bovendien in staat om in de lente van 1940 al zijn divisies, zijn gehele leger in het westen te ontplooien. Het restant-Polen en Tsjechië werden door politie-eenheden en gewapende arbeidsmannen (O. T.) in bedwang gehouden.

    Ik schrijf deze inleiding tot het beter begrijpen van de toestand op 10 mei 1940 toen de Duitse legers hun offensief tegen het westen begonnen.

     

    De film ‘Dunkirk’ brengt zulk een inleiding niet en plaatst de kijker ineens voor de omsingelde geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Er wordt een aantal van 400.000 soldaten vermeldt die dienen geëvacueerd te worden, wat onmiddellijk vragen oproept. Het Britse expeditieleger in Frankrijk bestond uit slechts tien divisies met in totaal iets meer dan 200.000 man, de helft van het getal dat de filmmaker opgeeft. De overige zijn dan Fransen en Belgen hoewel dat niet vermeld wordt en het vermoeden laat dat Britten bedoeld zijn. Als de sfeerfilm van Nolan begint zien we een kleine groep Britse soldaten Duinkerken binnentrekken waar zij echter onmiddellijk door zowel Franse als Duitse soldaten onder vuur worden genomen.

     

     

    Tegelijkertijd dwarrelen flyers uit de lucht op de soldaten neer. De flyer toont een kaart met de frontlijn van 24 mei 1940 en de boodschap dat de geallieerde legers omsingeld zijn en beter hun wapens kunnen neerleggen. De film is nog geen tien minuten bezig of de eerste schoonheidsfouten doen zich al voor. Op 24 mei stonden de Duitsers namelijk nog niet in de straten van Duinkerken maar ruim daarbuiten zoals de kaart overigens laat zien. Op 24 mei was ook het Belgische leger nog niet uitgeschakeld maar woedde de slag aan de Leie met een betreurenswaardige hoge tol aan mensenlevens aan Belgische zijde. De Belgen komen nochtans in de film niet aan bod. Het kleine neutrale België had op 10 mei 1940 een leger van 600.000 man gemobiliseerd dit in contrast met de Britten die sinds hun oorlogsverklaring van 3 september 1939 slechts iets meer dan 200.000 man in Frankrijk gestationeerd hadden. Maar zoals eerder opgemerkt vertrouwden zij op het Franse leger. Tot hier even mijn eerste indruk van de film die vooral sinds ik de trailer bekeken had wel wilde zien. De trailer toont al iets van de audiovisuele kracht van de film met speciale effecten die alleen met de huidige computertechnologie mogelijk zijn.

    Nolan toont het Duinkerkenepos van 1940 vanuit drie invalshoeken: land, zee en lucht. De verschillende personages in de film worden niet geïntroduceerd maar men zit meteen middenin de gefilmde chaos van Duinkerken zonder enige verhaalstructuur.

    Dat hij slechts een patrouille van drie Spitfires toont die over het kanaal opereren ter bescherming van de geallieerde schepen ervaarde ik teleurstellend als historisch niet correct. De RAF Royal Air Force had namelijk zestien eskaders jagers over het kanaal ingezet of ongeveer 250 vliegtuigen waarvan er een honderdtal verloren gingen. De Duitsers verloren ruim honderddertig vliegtuigen gedurende de geallieerde evacuatie. Hoewel de film ‘Dunkirk’ prachtige animatiebeelden van drie ingezette Spitfires weergeeft geeft dit niet een correct beeld weer van de armada van vliegtuigen die dagelijks over het kanaal en boven de stranden strijd voerden. Ook aan Duitse zijde toont Nolan in de film een eenzame Heinkel-111 bommenwerper die een schip in het vizier neemt en daarop door de Spitfires onderschept wordt. Het is een prachtige historisch correcte animatie van Heinkel ‘s en Stuka ’s maar ik had meer vliegtuigen in de lucht afgebeeld.

     

     

    © Hans-Adolf Jacobsen, Dünkirchen, 1958

     

    Hierboven ziet u een situatiekaart van het frontverloop op 24 mei 1940. Rechtsboven op de kaart ziet men de opstelling van het Belgische leger aan de Leie. Op de rechtervleugel van het Belgische leger zitten de Britten opnieuw in hun stellingen aan de Frans-Belgische grens, vanwaar ze op 10 mei 1940 naar de Dijle-stelling in België waren vertrokken. Na de Duitse doorbraak bij Sedan op 14 mei 1940 waar een geheel Frans leger op de loop ging, trokken de Britten zich volgens plan samen met het Belgische leger terug op de Schelde en daarna als een gevolg van de gelukte Duitse doorbraak naar het kanaal, trokken zij zich verder terug op hun oorspronkelijke stellingen aan de grens. Buiten achterhoedegevechten heeft het Britse leger in mei 1940 nooit een echte veldslag dienen uit te vechten. Op de kaart ziet men ook duidelijk dat indien de Duitsers een wig tussen de Britten en het Belgische leger hadden kunnen drijven, de Britten gelegerd aan de Frans-Belgische grens, Duinkerken nooit hadden kunnen bereiken. Het is de slag aan de Leie en het volhouden van de Belgen tot de avond van 27 mei dat de Britten redde. Dit heeft nooit in de geschiedschrijving over de tweede wereldoorlog die overigens door Anglo-Amerikanen gedomineerd wordt, veel aandacht gekregen. In de film van Nolan ook al helemaal niet.

    Een volgende vaststelling die ik in de loop van de film deed is dat nooit of nergens iemand van hoog tot laag de naam ‘God’ in de mond neemt. Vandaag in de derde generatie van de ontkerkelijking in Europa heel normaal maar niet in 1940. Een tijd terug las ik in de krant dat de Belgen vandaag de koelste godsdienstminnaars in Europa zijn. Ik neem aan dat de situatie in Engeland vandaag iets beter is.

    Wanneer men echter een historische film maakt zoals die van Nolan over Dunkirk 1940, dient het historische kader te kloppen. En dat correcte historische kader was dat God en religie een onlosmakelijk deel van de Britse cultuur was. Het land was samen met zijn Dominions en Commonwealth het grootste protestantse land ter wereld met bovendien koning Georges VI als hoofd van de Engelse kerk, de C.O.E. Church of Engeland.

    Op zondag 26 mei 1940 riep koning Georges VI de Britten tot een ‘National Day of Prayer’ op dat door miljoenen Britten over heel het eiland werd opgevolgd. Zie link: https://www.youtube.com/watch?v=1zbUqeYnyxw

    Men besefte op 26 mei dat het noodlot toesloeg en dat menselijk gezien de kans groot was dat het Britse expeditieleger zou ondergaan met alle gevolgen van dien. Het wonderlijke is dat het zeewater in het kanaal daarop extreem kalm werd, iets dat in geen dertig jaar was voorgekomen en dan nog gedurende tien dagen, de periode van de inscheping vanaf de stranden bij Duinkerken. De inscheping vanaf de stranden met kleine boten was alleen mogelijk omdat de zee zo vlak als een spiegel was met haast geen deining. De dag na de inschepingen beukten de golven opnieuw tegen de stranden aan.

    De film van Nolan laat hier niets van zien. Integendeel de opnamen tonen de moeilijkheid van het inschepen in sloepen bij gewone deining toen de film gedraaid werd. Ik nodig mijn lezers uit om op het internet enkele documentaires over het Dunkirk-epos op te zoeken en in het bijzonder op de wonderlijke kalme zee te letten. Zie o.a. de link: https://www.youtube.com/watch?v=PGjGdksK37Y

    De inscheping vanaf de stranden maakte het mogelijk uiteindelijk ruim 335.000 soldaten (geen 400.000) in te schepen waarvan ongeveer 200.000 Britten en 135.000 Fransen.

    Toen alles voorbij was werd op zondag 9 juni 1940 in alle kerken in Groot-Brittannië een ‘Day of National Thanksgiving’ gehouden. Dit laatste nogmaals ter illustratie dat God en religie geen dode letter in het Engeland van 1940 waren.

    Ik heb in 2007 een boek over de tweede wereldoorlog gepubliceerd waar ik in het bijzonder metahistorische accenten trachtte te leggen. Hierna een citaat uit mijn boek dat betrekking op het wonder van Duinkerken heeft:

     

     

    Citaat: HET WONDER VAN DUINKERKEN.

    De manier waarop de Britten 338.000 geallieerde soldaten vanuit Duinkerken konden redden kan als een wonder omschreven worden. Menselijk kunnen speelde zeker een rol en de prestaties van de Royal Navy en de RAF die boven de stranden een ware luchtslag uitvochten waren mee bepalend. Maar het feit dat het Kanaal zelf opmerkelijk rustig was en dat Hitler op 24 mei zijn 'Panzers' tot staan had gebracht, waren feiten waarop het Britse opperbevel geen invloed had. Voor wie geestelijke ogen en oren heeft is de hand Gods in dit gebeuren zichtbaar. Een armada van schepen aller aard bracht met achterlating van hun materieel, het leger veilig naar Engeland. Deze geslaagde terugtocht gaf Engeland gelegenheid om de strijd verder te zetten en was een garantie op hoop voor bezet Europa. We moeten bedenken dat indien het Britse expeditieleger zou zijn vernietigd Engeland evenals Frankrijk om een wapenstilstand had moeten verzoeken. Bij de aanvang van mijn werk heb ik kritiek geleverd op Engeland, vanwege het feit dat het met Frankrijk een bepaalde politiek tegen het Duitsland van 1918 heeft gevoerd dat het zaad van de Tweede Wereldbrand in zich droeg. Door de uithongering en vernedering van het Duitse volk na 1918 hebben Engeland en Frankrijk een pad gelegd voor de duistere machten die bezit hebben genomen van de Duitse ziel. Wanneer nu echter in 1940 het nationaalsocialistische Duitsland zijn 'Nieuwe Orde' opdringt aan Europa zodat Engeland alleen overblijft om weerstand te bieden tegen dit goddeloze systeem dan dwingt deze realiteit ons tot sympathie voor Engeland. In Engeland is nu een regering van nationale eenheid aan de macht met Winston Churchill als eerste minister en bezield om de strijd verder te zetten.

    De nationaalsocialistische leer is een ideologie die bezit wilde nemen van de hele mens ook van zijn denken. Het facet dat na de Tweede Wereldoorlog vooral belicht werd is de rassenleer. Dominerend in de nationaalsocialistische leer is het antisemitisme en de superioriteit van de Germaanse mens. De rassenleer was niet exclusief nationaalsocialistisch maar vindt men al terug bij Nietsche en andere denkers uit de negentiende eeuw. Door de slechte leefomstandigheden in Duitsland na 1918 en in de jaren twintig vinden de nazi's in het Duitse volk een voedingsbodem om hun waanideeën aan de man te brengen. Duitsland diende machtiger te worden. Het diende als 'Herrenvolk' Europa te regeren. Het nationaalsocialisme legde de nadruk op 'het volk', het eiste een onvoorwaardelijk opgaan van het individu in de gemeenschap en de gehoorzaamheid aan één leider: " Führer befehl, wir folgen"! Een andere slagzin was: “Du bist nichts, Dein Volk ist alles”. De Joden werden aangewezen als de schuldigen voor alle tegenslag van het Duitse volk en daarom vervolgd. Uiteindelijk was een 'Endlösung' voorzien, waarbij door genocide 4.851.200 Europese Joden enkel en alleen al in de vernietigingskampen Auschwitz, Chelmno, Belzec, Sobibor, Maidanek en Treblinka, vergast en gecremeerd zijn geworden. Daarbij komen nog de ontelbare honderdduizenden die in westelijk Rusland in 1941 al bij het oprukken van de Wehrmacht ter plaatse van kant werden gemaakt. Het totaal moet ongeveer liggen bij zes miljoen Joden, allen slachtoffer van deze rassenleer. Dat deze leer demonisch geïnspireerd was is duidelijk en het is opmerkelijk dat het 'protestantse' Engeland, als volk de geestelijke kracht heeft om de 'Nieuwe Orde' te weerstaan. Zo werd het zelfs de enig resterende macht in Europa om het joods-christelijke cultuurgoed te bewaren.

    DE ROL VAN ENGELAND IN HET LOT VAN EUROPA

    ‘God zond de wind’, luidde de historische uitspraak over het wonder van de vernietiging van de Spaanse armada in 1588. ‘God verbood de wind te waaien’, zou de uitspraak kunnen zijn over het wonder van de redding uit Duinkerken in 1940... Het hierna volgende citaat gaat over dit wonder: “Want als gedurende deze dagen de wind was opgestoken zou een complete zeeramp het gevolg zijn geweest. Het inladen van de soldaten op de stranden zou trouwens praktisch ondoenlijk zijn geweest. Maar de zee was en bleef kalm en spiegelglad, een week lang. Dat was ongewoon in het Kanaal. Een dag na afloop van de operatie stak de wind op en beukten hoge golven de verlaten stranden.”

    De laatste vierhonderd jaar is het handelen van Groot-Brittannië als protestantse natie dikwijls bepalend geweest voor het verdere bestaan van een vrij Europa. De eerste bedreiging was die van Philips II van Spanje die Europa wilde verenigen en de contrareformatie met haar absolutisme grondvesten. De enige gevaarlijke tegenstander was Engeland. In de zestiende eeuw was alleen Noordwest-Europa namelijk redelijk veilig overgebleven doch verdeeld. Duitsland bijvoorbeeld bestond als eenheidsstaat nog niet maar was samengesteld uit tientallen vorstendommen. Noord-Nederland had zich weliswaar boven de grote rivieren tegen de opdringende Spanjaarden kunnen handhaven maar dit alles zou voor Philips II gevallen zijn bij een geslaagde landing in Engeland. Daarom geloof ik ook dat God verantwoordelijk is voor de vernietiging van de Spaanse Armada op weg naar Engeland in 1588. Een volgende antichrist die zich aandiende was Napoleon die in de achttiende eeuw Europa wilde verenigen en zijn nieuwe orde vestigen. Ook toen was het alleen Engeland dat deze dictator weerstond en garant stond voor een nieuw en vrij Europa. De Conventie van Wenen volgend op de slag bij Waterloo in 1815 zag de langst durende vrede die West-Europa ooit kende. Tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914/1918 was het Engeland ’s alliantie met Frankrijk en Rusland dat het tij voor Frankrijk deed keren. Het verloop van de geschiedenis kennen we. In 1940 stond Engeland weer alleen tegen de zoveelste dictator die zich op het continent aandiende. Ditmaal echter was het een tot de tanden toe bewapende despoot die erop uit was zijn duizendjarig rijk te vestigen. Engeland had militair onvoorbereid, deze man de oorlog verklaard en zag zich nu haast totaal verpletterd. Het kleine Britse expeditieleger van slechts 200.000 man was na amper tien dagen strijd omsingeld in Vlaanderen en Noord-Frankrijk met slechts één uitweg: de zee. Het is hier dat ik meen dat de HERE God weer heeft ingegrepen. Net zoals bij de vernietiging van de Spaanse Armada gebruikte Hij de natuurelementen. Alleen met dit verschil dat de zee nu kalm bleef wat de inscheping vanaf de stranden bij Duinkerken mogelijk maakte. Wanneer men enkele degelijke werken over de Tweede Wereldoorlog naslaat, dan blijkt dat er inderdaad iets ongewoons met de zee gaande was tussen 21 en 31 mei 1940. Mijn eerste citaat was dat van L. J. Hartog uit zijn boek ‘en morgen de hele wereld. Deze onderzoeker stelt dat de zee een week lang kalm en spiegelglad was en dat één dag na afloop van de evacuatie van het Britse leger de wind opstak en hoge golven op de verlaten stranden beukten. Dat er iets met de zee aan de hand was vinden we in verschillende studies terug. Het hierna volgende citaat spreekt boekdelen: “De zee is wonderbaarlijk kalm; bij de minste achter-vloed zou het gebruik van de stranden onmogelijk zijn, wat tot gevolg zou hebben dat het effect van de evacuatie tot de helft zou worden teruggebracht"

    Een ander wonder waren de 'toevalligheden' van het weer dat dikwijls in het nadeel van de ‘Luftwaffe’ werkte. Vermoedelijk had Göring de evacuatie niet kunnen verhinderen maar hij had veel meer schade kunnen toebrengen. Telkens waren er wolken, regen en mist, op voor de ‘Luftwaffe’ ongelukkige momenten. Er vonden zware luchtaanvallen plaats op 27 en 28 mei, en op 1 juni. Telkens was er de volgende dag een mistlaag die de Duitsers verhinderde om de resultaten van hun bombardementen te evalueren. Positief voor de Duitse Luftwaffe was het feit dat zij zelden de dichtbevolkte stranden met mitrailleurvuur bestookte. Ook werden er nooit fragmentatiebommen gebruikt die een verschrikkelijke tol aan levens op de stranden geëist zouden hebben. Vreemd is dat de Luftwaffe tijdens deze periode, Dover en andere ontschepinghavens niet aanviel. Duizenden geallieerde soldaten meer zouden gesneuveld zijn. We moeten bedenken dat indien het Britse Expeditieleger zou zijn vernietigd Engeland vermoedelijk net zoals Frankrijk, een wapenstilstand met Nazi-Duitsland had moeten sluiten. Zeker met betere voorwaarden dan deze die Frankrijk accepteerde, maar het had in ieder geval geresulteerd in een Nazi-Duitse heerschappij van het Europese continent. Dit is een variant dat zich in deze tijdsperiode had kunnen voordoen. Italië was aldus ook buiten de oorlog gebleven. Er zou geen oorlog in de Balkan of de Middellandse Zee hebben plaatsgevonden en Duitsland zou er vermoedelijk in 1941 in geslaagd zijn het Rode Leger te vernietigen. Het resultaat zou vermoedelijk een nazificering van het hele continent geweest zijn met alle gevolgen van dien. Dit alles werd vermeden door de redding van het Britse leger van de stranden bij Duinkerken. Dit is een hypothese en moet als een variant beschouwd worden. Ik besef dat we in een postchristelijk tijdperk leven en dat mijn betoog over een Goddelijke tussenkomst over het slagveld rondom Duinkerken en vooral over de zee voor vele van mijn lezers als wereldvreemd moet overkomen. Dit ongeloof neemt echter de realiteit niet weg van die andere dimensie en van de geestelijke machten die hun strijd om planeet aarde voeren. De strijd van duisternis tegen Licht is naar mijn mening voor wie wil zien waar te nemen. Einde citaat.

     

     

    © De Fabribeckers, de veldtocht van het Belgische Leger in 1940, 1966

    Het laatste schip dat Duinkerken verliet was de Belgische trawler A5 van het Marinekorps in de nacht van 2 op 3 juni 1940 met 240 Franse soldaten en hun officieren aan boord.

    De evacuatievloot bestond volgens Churchill uit 693 Britse en 168 geallieerde vaartuigen aller aard, hoewel deze cijfers tussen de verschillende auteurs afwijken. De vermelde geallieerde vaartuigen waren vooral Nederlandse en Belgische schuiten.

     

    Hierna een boekbeoordeling van de hand van Jan van Barneveld:

    De Vlaamse auteur Robert de Telder heeft een bijzondere belangstelling voor geschiedenis. Bijbelse geschiedenis in zijn boeken ‘Van Noach tot Christus’ en ‘Kroniek van het oude Israël’. Wereldgeschiedenis van de oudheid in Kronos, waarin hij de chronologie van de oudheid aan een kritisch onderzoek onderwerpt. Zijn vlijtig verzamelen en onderzoeken van feiten en gegevens, gebeurtenissen en ontwikkelingen heeft hij in bovengenoemde boeken voor ons ten nutte willen maken. De Tweede Wereldoorlog door het oog van een Belg is een interessant historisch document. Drie zaken spelen door het hele boek heen. De persoonlijke ervaringen van zijn vader, die een deel van de oorlog als dwangarbeider in Duitsland doorbracht. Wat de Holocaust en de demonie van Hitler en ook Stalin betreft probeert de schrijver metahistorische accenten te leggen. Hij legt ook een vinger bij de zegen en de vloek (Gen. 12:3) over Europese landen die samenhangt met hun behandeling van het Joodse volk. In zijn uitvoerige literatuurlijst treffen we dan ook het beroemde boek aan van Normann Grubb: Op de bres, het leven van Rees Howells. De hoofdmoot van dit boek is de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. De ontwikkelingen van de oorlog in landen als Frankrijk, Denemarken, Noorwegen, Nederland, Oost Europese landen en vooral België komen ter sprake. De Duitse opmars, het doorzettingsvermogen van Churchill (zijn boek De Tweede Wereldoorlog is een belangrijke bron voor De Telders boek), het 'halt!' van Stalingrad, de opmars van de geallieerden, alles komt uitvoerig toegelicht met kaarten en foto's ter sprake. Door een gedetailleerde inhoudsopgave is het goed mogelijk om het boek ook als naslagwerk te gebruiken. Een paar gevoelige onderwerpen die ter sprake komen en waarbij de 'neutrale Belg' zijn menig niet verdoezelt, zijn de rol van de Rooms katholieke kerk, van paus Pius XII en het onbarmhartige en onnodige plat bombarderen van Duitsland door de geallieerden (terwijl de spoorlijnen naar Auschwitz Birkenau intact bleven, JvB). Ik werd tijdens het lezen wel wat overweldigd door de grote hoeveelheid feiten die in een enorm tempo op me afkwamen. Maar ja, zo ging het in Tweede Wereldoorlog.

    Jan van Barneveld

     

    Hierna een opgave van boeken die ik raadpleegde tot het schrijven van mijn filmbeoordeling:

    Winston Churchill, DE TWEEDE WERELDOORLOG, 1948

    Hans-Adolf Jacobsen, Dünkirchen, 1958

    De Fabribeckers, de veldtocht van het Belgische Leger in 1940, 1966

    Raymond Cartier, DE TWEEDE WERELDOORLOG, 1968

    STANDAARD, GESCHIEDENIS VAN DE TWEEDE WERELDOORLOG, 1977

    Norman Grubb, OP DE BRES, HET LEVEN VAN REES HOWELLS, 1980

    L. J. Hartog, EN MORGEN DE HELE WERELD, 1985

    J. Cleeremans, LEOPOLD III IN HET JAAR 40, 1986

    Roger Keyes, LEOPOLD III – deel 1 & 2, 1986

    John Lukacs, DE KRACHTMETING, 1992

    Guido Knopp, Hitler – Eine Bilanz, 1995

    Edward Radzinsky, STALIN, 1996

    J. H. J. Andriessen, DE ANDERE WAARHEID, 1998

    John Lukacs, HITLER EN DE GESCHIEDENIS, 1999

    Gerd Schultze-Rhonhof, Der Krieg, der viele Väter hatte, 2003

    John Lukacs, Vijf dagen in Londen, 2005

    Viktor Suworow, Dmitrij Chmelnizki, Ueberfall auf Europa, 2009

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    20-10-2017 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wie was de Bijbelse farao met de Hebreeuwse naam ‘So’ ten tijde van de val van Samaria in 717 v. Chr.?

    2 Koningen 17:1 In het twaalfde jaar van Achaz, den koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël te Samaria, en regeerde negen jaren. 2 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; evenwel niet, als de koningen van Israël, die voor hem geweest waren. 3 Tegen hem toog op Salmaneser, koning van Assyrië; en Hosea werd zijn knecht, dat hij hem een geschenk gaf. 4 Maar de koning van Assyrië bevond een verbintenis in Hosea, dat hij tot So, den koning van Egypte, boden gezonden had, en het geschenk aan den koning van Assyrië niet als te voren van jaar tot jaar opbracht; zo besloot hem de koning van Assyrië, en bond hem in het gevangenhuis. 5 Want de koning van Assyrië toog op in het ganse land; ja, hij kwam op naar Samaria, en hij belegerde haar drie jaren. 6 In het negende jaar van Hosea, nam de koning van Assyrië Samaria in, en voerde Israël weg in Assyrië, en deed ze wonen in Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden der Meden. (Statenvertaling)

     

    De Hebreeuwse naam ‘So’ komt niet in de gekende Egyptische koningslijsten voor en dus bestaat de taak er in deze Bijbelse koning over Egypte met een Egyptische naam te identificeren. Farao So heerste volgens de Bijbel over Egypte tijdens de belegering van Samaria door de Assyriërs van 720 tot 717 v. Chr.

    De Statenbijbel en de Engelstalige King James Bijbel hebben beide de naam So onvertaald gehandhaafd. Zo ook de NBG en NBV vertalingen. Ook de Joodse historicus Flavius Josephus (Joodse Oudheden, Bk IX, xiv) uit de eerste eeuw van de westerse tijdrekening, vermeld de naam So als koning van Egypte ten tijde van de val van Samaria.

    De Septuagintbijbel LXX echter, de Griekse vertaling van het Oude Testament daterend uit de derde eeuw voor Christus en tot stand gekomen in Alexandrië in Egypte, heeft het Hebreeuwse So als ‘Segor’ neergezet. Maar ook deze naam vinden we niet terug in de ons bekende Egyptische koningslijsten. De betekenis van de naam Segor is ‘standvastigheid’ of ‘sterkte’ wat misschien een hint inhoudt naar een mogelijke identificatie.

    SEPTUAGINT, IV Kings, Chapter 17

    1 In the twelfth year of Achaz king of Juda began Osee the son of Ela to reign in Samaria over Israel nine years. 2 And he did evil in the eyes of the Lord, only not as the kings of Israel that were before him. 3 Against him came up Salamanassar king of the Assyrians; and Osee became his servant, and rendered him tribute. 4 And the king of the Assyrians found iniquity in Osee, in that he sent messengers to Segor king of Egypt, and brought not a tribute to the king of the Assyrians in that year: and the king of the Assyrians besieged him, and bound him in the prison-house. 5 And the king of the Assyrians went up against all the land, and went up to Samaria, and besieged it for three years. (LXX)

     

    Maar laat ons eerst de tijdsconstructie schilderen waar de hiervoor beschreven geschiedenis in moet passen. De val van Samaria dateer ik in 717 v. Chr. en dit in afwijking van het gangbare jaartal 722 v. Chr. Dit laatste jaartal is foutief gebaseerd op de verankering van de Bijbelse koningslijst met de van Assyrische koningslijst door de geleerde Edwin R. Thiele. Zie mijn boek De Assyriologie herzien, 2012. De gevestigde Assyriologie gaat er bovendien van uit dat Sargon II de veroveraar van Samaria was en verantwoordelijk voor de wegvoering van de tien stammen in ballingschap. De Bijbel stelt echter duidelijk dat het de Assyrische koning Salmaneser V was die Samaria innam. Salmaneser was de zoon en opvolger van Tiglath Pileser III, Assyrische koningen die tijdens hun regeerperiode expansionistisch buiten hun gebied traden en een gesel voor de buurlanden werden. Het zijn ook namen van koningen die voor deze periode bij name in de Bijbel terug te vinden zijn.

    Egypte was tijdens deze periode geen grootmacht meer en bovendien was de Nijldelta verdeeld over verschillende huizen of dynastieën. De profeet Jesaja bijvoorbeeld die optrad tijdens deze epoque beschrijft Egypte aldus:

    Jesaja 30:1 Wee den kinderen, die afvallen, spreekt de HEERE, om een raadslag te maken, maar niet uit Mij, en om zich met een bedekking te bedekken, maar niet uit Mijn Geest, om zonde tot zonde te doen; 2 Die gaan, om af te trekken in Egypte, en vragen Mijn mond niet; om zich te sterken met de macht van Farao, en om hun toevlucht te nemen onder de schaduw van Egypte. 3 Want de sterkte van Farao zal ulieden tot schaamte zijn, en die toevlucht onder de schaduw van Egypte tot schande. 4 Wanneer zijn vorsten zullen geweest zijn tot Zoan, en zijn gezanten zullen gekomen zijn tot nabij Chanes; 5 Hij zal hen allen beschaamd maken door een volk, dat hun geen nut kan doen, noch tot hulp, noch tot voordeel, maar tot schande en ook tot smaadheid zijn zal. 6 De last der beesten, van het zuiden, naar het land des angstes, en der benauwdheid, van waar de sterke leeuw en de oude leeuw is, de basilisk en de vurige vliegende draak; hun goederen zullen zij voeren op den rug der veulens, en hun schatten op de bulten der kemelen, tot het volk, dat hun geen nut zal doen. 7 Want Egypte zal ijdellijk en te vergeefs helpen; daarom heb Ik hierover geroepen; Stilzitten zal hun sterkte zijn. (Statenvertaling)

     

    Het Bijbelboek Jesaja 30:4 spreekt over de vorsten (in het meervoud) van Egypte die te Zoan verblijven en er wordt verwezen naar de residentie Chanes waar gezanten arriveren. Beide Egyptische hoofdplaatsen heb ik eerder geïdentificeerd met het Egyptische Tanis dat voor het Hebreeuwse Zoan staat en de plaats Chanes is identiek met het Egyptische ‘Te-haph’ne-hes’ wat ‘residentie van de Nubiër’ betekende. De Nijldelta was ten tijde van de profeet Jesaja als een lappendeken met verschillende huizen of dynastieën die ieder over hun gebied van Egypte als vazallen heersten. Hun leenheer was Amonhotep IV die volgens mijn revisie in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoort. Zie mijn boek: De zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016.

    De tweeëntwintigste Libische dynastie had haar hoofdplaats in Tanis, het Bijbelse Zoan, samen met een afsplitsing van de drieëntwintigste dynastie. In Memfis, het Bijbelse Nof, zat de vierentwintigste dynastie tezamen met vertegenwoordigers van de achttiende dynastie. Deze laatsten hadden naast Thebe ook in Memfis een residentie. En te Chanes was de vijfentwintigste dynastie vertegenwoordigd met een Ethiopiër of Nubiër op de troon. De Libiërs en de Ethiopiërs heb ik mijn studie beschreven als een soort politiehonden die door Amonhotep III en Achnaton gebruikt werden ter handhaving van hun macht, zowel binnen als buiten de grenzen van Egypte. Dit is het ook het plaatje dat de profeet Jesaja in zijn negentiende hoofdstuk over Egypte neerzette. Egypte zou na een opstand van stad tegen en stad en koninkrijk tegen koninkrijk overgegeven worden in de macht van een hardvochtig en gestreng heer. Deze dwingeland identificeerde ik met de godsdienstige fanaticus Amonhotep IV of Achnaton. Deze farao verplaatste zijn hoofdstad van Thebe naar een nieuw gebouwde stad met de naam Achet-Aton. Voor zijn gebieden in Klein-Azië had hij minder interesse die dan ook een voor een verloren gingen.

    Het is uit de rij van de hiervoor opgegeven dynastieën dat farao So geselecteerd dient te worden. Voorwaar geen eenvoudige opdracht.

    Wie was farao So? Een Ethiopiër? Een Libiër? Een autochtone Egyptenaar?

     

    Herodotus (Boek 2, 137) heeft het meerdere malen over een Ethiopische koning met de naam Sabakoos, die het zowel Psammetichos als zijn voorganger Anysis moeilijk maakte gedurende een periode van vijftig jaar. Diodorus van Sicilië, een historicus uit de eerste eeuw voor Christus, schrijft in zijn historisch werk dat in totaal vier Ethiopische farao’s over Egypte geheerst hebben en dit gedurende een periode van 36 jaar, hoewel hij schrijft dat dit heersen met intervallen gebeurde.

    In 709 v. Chr. vond tijdens de belegering van Jeruzalem door het Assyrische leger, de slag van Elteke plaats tussen het leger van Egypte en dat van Assyrië aan de grens met Egypte. De Bijbel noemt Tirhaka bij naam als de koning van Ethiopië die in bondgenootschap met Hizkia tegen de Assyriërs optrok maar geen uitredding bracht. Tirhaka is zodoende als farao van Ethiopië met het veertiende regeringsjaar van Hizkia verbonden. Tirhaka regeerde in co-regentschap met de Ethiopiërs Sjabaka en Sjebitkoe. De Kawa-stele maakt dit duidelijk. Deze inscriptie leert dat het zesde jaar van Tirhaka gelijk was aan het vijftiende jaar van Sjabaka en het derde jaar van Sjebitkoe. De voorganger van Sjabaka was Pianchi die in zijn eenentwintigste regeringsjaar een invasie vanuit Nubië naar de Nijldelta leidde. Op de tijdsbalk plaatsen we farao Sjabaka ten tijde van de val van Samaria. Was hij de Bijbelse So? Of was het Pianchi zijn voorganger?

    Volgens het werk van Dr. Immanuël Velikovsky was de Bijbelse So een Sosenk of een Osorkon van de Libische tweeëntwintigste dynastie de meest geschikte kandidaat. Velikovsky plaatste de tweeëntwintigste dynastie in de achtste en zevende eeuw v. Chr. op de tijdsbalk en brak terecht met de orthodoxe identificatie van Sheshonk of Sjosjenq I met de Bijbelse farao Sisak die in het vijfde regeringsjaar van Rehabeam Juda binnenviel en de Tempel te Jeruzalem plunderde.

    De bekende wetenschapper Isaac Newton die een revisionist van de geschiedenis van de oudheid was, schreef ook zijn mening over farao So neer. Volgens Newton was de Ethiopiër Sabakoos of Sabacon die Herodotos beschreef de Bijbelse farao So. En mogelijk schrijft Newton, was Sabacon identiek met Sethon of Sethoos. Hierna het betreffende gedeelte dat ik van het internet plukte:

    In the Dynasties of Manetho; Sevechus is made the successor of Sabacon, being his son; and perhaps he is the Sethon of Herodotus, who became Priest of Vulcan, and neglected military discipline: for Sabacon is that So or Sua with whom Hoshea King of Israel conspired against the Assyrians, in the fourth year of Hezekiah, Anno Nabonass. 24. Herodotus tells us twice or thrice, that Sabacon after a long Reign of fifty years relinquished Egypt voluntarily, and that Anysis who fled from him, returned and Reigned again in the lower Egypt after him, or rather with him: and that Sethon Reigned after Sabacon, and went to Pelusium against the army of Sennacherib, and was relieved with a great multitude of mice, which eat the bow-strings of the Assyrians; in memory of which the statue of Sethon, seen by Herodotus, [339] was made with a Mouse in its hand. A Mouse was the Egyptian symbol of destruction, and the Mouse in the hand of Sethon signifies only that he overcame the Assyrians with a great destruction. The Scriptures inform us, that when Sennacherib invaded Judæa and besieged Lachish and Libnah, which was in the 14th year of Hezekiah, Anno Nabonass. 34. the King of Judah trusted upon Pharaoh King of Egypt, that is upon Sethon, and that Tirhakah King of Ethiopia came out also to fight against Sennacherib, 2 King. xviii. 21. & xix. 9. which makes it probable, that when Sennacherib heard of the Kings of Egypt and Ethiopia coming against him, he went from Libnah towards Pelusium to oppose them, and was there surprised and set upon in the night by them both, and routed with as great a slaughter as if the bow-strings of the Assyrians had been eaten by mice. Some think that the Assyrians were smitten by lightning, or by a fiery wind which sometimes comes from the southern parts of Chaldæa. After this victory Tirhakah succeeding Sethon, carried his arms westward through Libya and Afric to the mouth of the Straits: but Herodotus tells us, that the Priests of Egypt reckoned Sethon the last King of Egypt, who Reigned before the division of Egypt into twelve contemporary Kingdoms, and by consequence before the invasion of Egypt by the Assyrians.

    (THE CHRONOLOGY OF ANCIENT KINGDOMS AMENDED. A SHORT CHRONICLE from the First Memory of Things in Europe, to the Conquest of Persia by Alexander the Great, by Sir ISAAC NEWTON, London, MDCCXXVIII, 1728 AD)

     

    Het boeiende aan de studie van Newton is dat deze onderzoeker in de achttiende eeuw uitsluitend werkte met het historische materiaal dat toen voorhanden was via de Bijbel, Flavius Josephus, Herodotos, Diodorus en vele andere historici. Het archeologische terrein in Egypte lag toen nog braak en zou pas voor het Westen toegankelijk worden na de campagne van Napoleon in Egypte in de negentiende eeuw. Maar de eerder vermelde oudheidhistorici had Newton door en door in de grondtekst bestudeerd en toen al had hij een revisie van de Egyptische geschiedenis neergepend waar heden heel wat bruikbare puzzelstukjes in gevonden kunnen worden.

    Met dit artikel wil ik echter verder aandacht geven aan farao Sethoos van de historicus Herodotos. De naam Sethoos is een Griekse naamversie van een Egyptische farao. Herodotos schrijft dat farao Sethoos een tijdgenoot van de Assyriër Sanherib was. En van Sanherib weten we dat deze de zoon en troonopvolger van Sargon II, de usurpator was. Sanherib staat ook in de Bijbel vermeld met zijn belegering van Jeruzalem in het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia van Juda zijnde 709 v. Chr. Dit jaartal is slechts acht jaar verwijderd van de val van Samaria in 717 v. Chr.

    Herodotos Boek 2,

    141. After him there came to the throne the priest of Hephaistos, whose name was Sethos. This man, they said, neglected and held in no regard the warrior class of the Egyptians, considering that he would have no need of them; and besides other slights which he put upon them, he also took from them the yokes of corn-land which had been given to them as a special gift in the reigns of the former kings, twelve yokes to each man. After this, Sanacharib king of the Arabians and of the Assyrians marched a great host against Egypt. Then the warriors of the Egyptians refused to come to the rescue, and the priest, being driven into a strait, entered into the sanctuary of the temple and bewailed to the image of the god the danger which was impending over him; and as he was thus lamenting, sleep came upon him, and it seemed to him in his vision that the god came and stood by him and encouraged him, saying that he should suffer no evil if he went forth to meet the army of the Arabians; for he himself would send him helpers. Trusting in these things seen in sleep, he took with him, they said, those of the Egyptians who were willing to follow him, and encamped in Pelusion, for by this way the invasion came: and not one of the warrior class followed him, but shop-keepers and artisans and men of the market. Then after they came, there swarmed by night upon their enemies mice of the fields, and ate up their quivers and their bows, and moreover the handles of their shields, so that on the next day they fled, and being without defence of arms great numbers fell. And at the present time this king stands in the temple of Hephaistos in stone, holding upon his hand a mouse, and by letters inscribed he says these words: "Let him who looks upon me learn to fear the gods."

     

    Herodotos beschrijft Sethoos als de opperpriester van Hefaistos en maakt hem een tijdgenoot van Sanherib van Assyrië, tegen wie hij ook moest strijden. De strijd vond plaats bij Peloesion, de gangbare toegang tot Egypte in het noorden langs de kustroute, en Herodotus verhaalt hoe de Assyriërs moesten vluchten vanwege een muizenplaag die het Assyrische leger teisterde.

    De conclusie is dat meerdere Egyptische legers en legerbevelhebbers aan de beschreven strijd deelgenomen te hebben. We hebben Tirhaka met een legertroep en we hebben Sethoos met een legertroep die geallieerd een Assyrische invasie een halt toeroepen. Twee aanvoerders; wat verwijst naar de vorsten van Zoan van de profeet Jesaja in de Bijbel.

    Maar wie was Sethos? Met welke farao moet hij geïdentificeerd worden?

     

     

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, identificeerde ik hem met farao Zet van de drieëntwintigste dynastie. Volgens het studiewerk van Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, Chapter XVIII) was de laatste farao van dynastie XXIII met de naam Zet gelijk aan de ‘Sethnakht’ de grondvester van de twintigste dynastie. Sethnakht was volgens Courville een overgangsfiguur tussen de twee dynastieën. De orthodoxe Egyptologie heeft niet veel informatie over deze koning en veel over zijn afkomst en leven wordt gespeculeerd.

    De ‘Sethoos’ van Herodotos wordt opgevolgd door twaalf koningen die ieder voor een tijd over een gebied van Egypte heersten. Later zou één van hen: farao Psammetichos, de alleenheerschappij overnemen.

    Herodotos Boek 2:

    147. but I will now recount that which other nations also tell, and the Egyptians in agreement with the others, of that which happened in this land: and there will be added to this also something of that which I have myself seen.

    Being set free after the reign of the priest of Hephaistos, the Egyptians, since they could not live any time without a king, set up over them twelve kings, having divided all Egypt into twelve parts. These made intermarriages with one another and reigned, making agreement that they would not put down one another by force, nor seek to get an advantage over one another, but would live in perfect friendship: and the reason why they made these agreements, guarding them very strongly from violation, was this, namely that an oracle had been given to them at first when they began to exercise their rule, that he of them who should pour a libation with a bronze cup in the temple of Hephaistos, should be king of all Egypt (for they used to assemble together in all the temples). …

     

    151. Now the twelve kings continued to rule justly, but in course of time it happened thus:--After sacrifice in the temple of Hephaistos they were about to make libation on the last day of the feast, and the chief-priest, in bringing out for them the golden cups with which they had been wont to pour libations, missed his reckoning and brought eleven only for the twelve kings. Then that one of them who was standing last in order, namely Psammetichos, since he had no cup took off from his head his helmet, which was of bronze, and having held it out to receive the wine he proceeded to make libation: likewise all the other kings were wont to wear helmets and they happened to have them then. Now Psammetichos held out his helmet with no treacherous meaning; but they taking note of that which had been done by Psammetichos and of the oracle, namely how it had been declared to them that whosoever of them should make libation with a bronze cup should be sole king of Egypt, recollecting, I say, the saying of the Oracle, they did not indeed deem it right to slay Psammetichos, since they found by examination that he had not done it with any forethought, but they determined to strip him of almost all his power and to drive him away into the fen-country, and that from the fen- country he should not hold any dealings with the rest of Egypt.

     

    152. This Psammetichos had formerly been a fugitive from the Ethiopian Sabacos who had killed his father Necos, from him, I say, he had then been a fugitive in Syria; and when the Ethiopian had departed in consequence of the vision of the dream, the Egyptians who were of the district of Saïs brought him back to his own country. …

     

    De identificatie van de Sethoos van Herodotos met Sethnakht de grondvester van de twintigste dynastie ligt voor de hand wanneer we in de twaalf koningen van Herodotos als opvolgers van Sethos, de Ramessieden willen herkennen. De tien Ramessieden die samen met Necho en Psammetichos de twaalf koningen van Herodotos maken. Het is een passend puzzelstuk dat men via deze identificatie kan invoegen.

     

    De vraag naar wie exact farao So van de Bijbel was blijft nog onbeantwoord, maar farao Sethnakht alias Sethoos is naar mijn mening de meest logische kandidaat. We moeten ook bedenken dat de Egyptische farao’s meerdere namen hadden met buiten Egypte dikwijls andere namen. De farao’s Amonhotep III en Amonhotep IV bijvoorbeeld werden in Klein-Azië in het Akkadisch aangesproken als Nimmoeria en Nafoeria. Het is alzo niet ongewoon dat in Israël een farao met de naam So bekend was.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    13-10-2017 om 09:56 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het elfde historische jubeljaar van oktober 905/september 904 v. Chr.

    We vervolgen deze week onze reeks over de historische jubeljaren. Het laatste artikel op dit blog betreffende de historische jubeljaren dateert van 15.09.2017 met aandacht voor het tiende historische jubeljaar van oktober 954/september 953 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Rehabeam van Juda. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3019971

     

    We zetten onze studiereis in de tijd langs de inmiddels vertrouwde tijdsbalken verder. De tijdsbalken zijn op millimeterpapier uitgewerkt met telkens veertien jaar per vel. De jaartallen bovenaan de tijdsbalk zijn op de westerse jaartelling gebaseerd met de geboorte van Jezus Christus, onderverdeeld in vier vakken van elk drie maanden van januari tot december. De sabbatjaren staan daaronder in een blauwe balk vermeld van april tot maart en de jubeljaren van oktober tot september. Het Jubeljaar zag zijn start in oktober van de negenenveertigste sabbatjaarcyclus en liep verder tot september van het volgende jaar waar inmiddels in april een nieuwe sabbatjaarcyclus van start was gegaan. Dit volgens de manier van tellen door William Whiston.

    Hierna een opsomming van de jubeljaren uit het werk van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V., die we al behandeld hebben. Er waren dertig jubeljaren vanaf 1395/1394 v. Chr. tot 27/28 AD, het jaar dat Jezus zich te Nazareth als Messias bekendmaakte en het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep.

    Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr. intocht Kanaän o.l.v. Jozua.

    Aantal en jaartallen v. Chr.:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    1.       1395/1394 Richter Othniël            geen

    2.      1346/1345          Richter Ehud               Ruth 6:6

    3.      1297/1296 Ehud & Samgar           geen

    4.      1248/1247 Debora en Gideon        geen

    5.      1199/1198  Richter Thola               geen

    6.      1150/1149  Richter Eli                   geen

    7.      1101/1100  Richter Samuël            geen

    8.      1052/1051 Samuël & Saul             geen

    9.      1003/1002 Salomo                        geen

    10.    954/953   Rehabeam                             geen

    11.     905/904 Josafat                       geen

     

    In het vorige artikel over de jubeljaren hebben we gezien dat ten tijde van Rehabeam, de zoon van Salomo bij de Ammonietische Naäma, het tiende jubeljaar hoogstwaarschijnlijk niet gehouden werd (1 Koningen 14:21-22). Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 211-215. Het begin van de ongerechtigheid van Israël nam in 983 v. Chr. een aanvang bij de huwelijksvoltrekking van Salomo met Naäma. Tien van de twaalf stammen van Israël zouden zich kort na de troonsbestijging van Rehabeam afscheuren. Zij volgden Jerobeam die op een woord des HEEREN van de profeet de leiding over tien stammen opnam.

     

    Het Bijbelse Jubeljaar was een belangrijk onderdeel uit de wet van Mozes van 1483 v. Chr. betreffende het beheer en het eigendomsrecht over het Beloofde Land, het land Kanaän dat ze veertig jaar later in 1443 v. Chr. zouden binnentrekken. Het doel van het jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijke individueel verlies van land en rijkdom in het negenenveertigste jaar van de sabbatjaarcyclus te herstellen, en aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke Leviticus 25:1-55. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Naomi in het Bijbelboek Ruth. Het sabbat-en het jubeljaargebod van Leviticus hoofdstuk 25 leert ook duidelijk dat de sabbatjaar- en jubeljaartelling een aanvang nam bij de inbezitneming van het land Kanaän door de Israëlieten.

    Leviticus 25:1 En de HERE sprak tot Mozes op de berg Sinai: 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer gij in het land komt, dat Ik u geef, dan zal het land rusten, een sabbat voor de HERE.

     

    Israël heeft in zijn lange geschiedenis zelden het jubeljaargebod gehouden. Volgens mij zonder twijfel als reden van winstbejag door de machthebbers. De wortel van alle kwaad is de geldzucht leert de Bijbel (1 Timoteüs 6:10). Van de in totaal honderdtwintig sabbatjaren vanaf het eerste sabbatjaar van apr1437/mrt1436 v. Chr. gerekend, tot en met het sabbatjaar van apr604/mrt603 v. Chr., hebben zij slechts met intervallen vijftig keer het sabbatjaargebod gehouden. Na het zeventig keer negeren van het sabbatjaargebod volgde de Babylonische ballingschap. Een ballingschap die exact zeventig jaar duurde ter vergoeding voor het (ontvolkte) land dat toen zijn sabbatrust kreeg.

     

     

    Bij de dood van Rehabeam in 949 v. Chr. werd deze opgevolgd door zijn zoon Abiam die voor een korte tijd regeerde. Daarna zie we op het bijgevoegde schema dat Asa, de zoon van Abiam, de scepter van Juda overnam. Hetzelfde schema toont in het voorjaar van 941 v. Chr. een verticale lijn dat een meganatuurcatastrofe weergeeft die dat jaar vooral Egypte trof. Het was de zogenaamde zondvloed van Deucalion die ik meen te kunnen dateren. Zie het artikel van 13.03.2017 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489359600&stopdatum=1489964400

    In vorige afleveringen gaf ik aandacht aan de cyclus van meganatuurcatastrofes van de wetenschappers Patten, Hatch en Steinhauer (The Long Day of Joshua and Six Other Catastrophes, 1973) onder de aandacht. Het is in de cyclus van deze rampen, dat de beschreven zondvloed van Deucalion geplaatst moet worden. In een cyclus van 54 jaar en zes maanden werd planeet aarde in de oudheid vanaf de vierentwintigste eeuw tot aan de achtste eeuw v. Chr. getroffen. Daarna kwam volgens de theorie ons zonnestelsel tot rust.

     

     

    Het volgende schema toont de lange regeerperiode van Asa via de derde, vierde en vijfde sabbatjaarcyclus. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 225-228 heb ik de chronologie van de koningen van Israël en Juda voor deze periode uitgewerkt. Chronologie is de ruggengraat van alle geschiedschrijving. De definitie van chronologie is de volgende: volgorde van tijdstippen waarop gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. 

    Het Nederlandse woord ‘chronologie’ komt uit het Griekse: K R O N O L O G I A. ‘Kronos’ betekent tijd en ‘legein’ betekent ‘zeggen’ of ‘vertellen’. ‘Kronos’ en ‘Kronologie’ nemen in de Bijbel een belangrijke plaats in wat logisch is aangezien de Bijbel ook een historisch boek is.

     

    Het vijftiende regeringsjaar van Asa was getuige van een Ethiopisch-Nubische invasie van Juda die Asa kon afslagen. Het gevolg van de Nubische invasie was een breuk in de Egyptische achttiende dynastie vanaf Amonhotep II tot Thothmosis IV. Het Nubische miljoenenleger van Zera was namelijk doorheen Egypte naar Klein-Azië opgerukt. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 229-232. Dat er een Nubische tussenperiode in de achttiende dynastie zat, heb ik in mijn boek ‘De Zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, aangetoond.

     

     

    Aan de lange regeerperiode van Asa kwam een einde in 906 v. Chr., waarna hij opgevolgd werd door zijn zoon Josafat. De blauwe balk toont de vijfde, zesde en zevende sabbatjaarcyclus die ons via het volgende schema naar het elfde jubeljaar leidt.

    Op het bijgevoegde schema merken we verder in het tienstammenrijk de regeerperiode van Omri en de bouw van Samaria door hem in 914 v. Chr. In mijn nieuw boek: ‘Kronieken der koningen van Israël’, dat in het najaar gepubliceerd zal worden, geef ik heel wat aandacht aan deze periode in de geschiedenis van het tienstammenrijk. Vooral de link met de Assyrische koningslijst wordt uitgediept en gereviseerd aan de chronologische gegevens die de Bijbel verstrekt. De Assyriërs verwijzen in hun annalen naar de dynastie van Omri en Achab.

     

     

    Het bijgevoegde schema toont via een blauwe verticale balk het historische elfde jubeljaar sinds de instelling ervan door Mozes. Het is niet toevallig dat het eerste regeringsjaar van Josafat gelijk valt met het elfde jubeljaar. Over Josafat vinden we veel positiefs geschreven in de Bijbel.

    1 Koningen 22:41 Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israël. 42 Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi. 43 En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN. 44 Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten. 45 En Josafat maakte vrede met den koning van Israël. 46 Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? 47 Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren. 48 Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings. 49 En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-geber. 50 Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet. 51 En Josafat ontsliep met zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats. (Statenvertaling)

     

    Er staat in vers 43 van het hiervoor vermelde Bijbelcitaat dat Josafat ‘wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN’. We kunnen aannemen dat alhoewel de Bijbel niet specifiek naar het houden van het jubeljaar verwijst, dit bijzonder jaar door Josafat toch gehouden werd. Het hierna volgende citaat uit het Bijbelboek 2 Kronieken leert dat Josafat leraren naar de steden van Juda uitzond die het volk onderrichten in de Wet des HEEREN.

    2 Kronieken 17:1 En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israël. 2 En hij leide krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en leide bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraïm, die zijn vader Asa ingenomen had. 3 En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baäls niet. 4 Maar hij zocht den God zijns vaders, en wandelde in Zijn geboden, en niet naar het doen van Israël. 5 En de HEERE bevestigde het koninkrijk in zijn hand, en gans Juda gaf Josafat geschenken; en hij had rijkdom en eer in menigte. 6 En zijn hart verhief zich in de wegen des HEEREN; en hij nam verder de hoogten en de bossen uit Juda weg. 7 In het derde jaar nu zijner regering zond hij tot zijn vorsten, tot Ben-chail, en tot Obadja, en tot Zecharja, en tot Nathaneel, en tot Michaja, opdat men zou leren in de steden van Juda. 8 En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asaël, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-adonia, de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram. 9 En zij leerden in Juda, en het wetboek des HEEREN was bij hen; en zij gingen rondom in alle steden van Juda, en leerden onder het volk. 10 En een verschrikking des HEEREN werd over alle koninkrijken der landen, die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat. 11 En van de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken met het opgelegde geld; ook brachten hem de Arabieren klein vee, zeven duizend en zevenhonderd rammen, en zeven duizend en zevenhonderd bokken. 12 Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot; daartoe bouwde hij in Juda burchten en schatsteden. 13 En hij had veel werks in de steden van Juda, en krijgslieden, kloeke helden in Jeruzalem. 14 Dit nu is hun telling, naar de huizen hunner vaderen. In Juda waren oversten der duizenden: Adna de overste, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden. 15 Naast hem nu was de overste Johanan; en met hem waren tweehonderd en tachtig duizend; 16 Naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden. 17 En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren. 18 En naast hem was Jozabad; en met hem waren honderd en tachtig duizend, ten krijge toegerust. 19 Dezen waren in den dienst des konings; behalve degenen, die de koning in de vaste steden door gans Juda gezet had. (Statenvertaling)

     

    Vers vier van het hierboven vermelde Bijbelcitaat verwijst naar het tienstammenrijk: Israël, dat halsstarrig zijn weg los van de HEERE God verder volgde.

    De chronologie van de regeerperiode van Josafat en zijn tijdgenoten in het tienstammenrijk heb ik in TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: kroniek van koning Josafat van Juda, blz. 237-241, uiteengezet.

     

    Het elfde jubeljaar van oktober 905/september 904 v. Chr. was een historisch jubeljaar op basis van de dertig jubeljaren die er waren vanaf het openbaar worden van Jezus van Nazareth als de Messias in de synagoge van zijn thuisstad zoals door de evangelist Lucas (4:19) gebracht, en vervolgens terug de tijd in vanaf oktober 27/september 28 AD tot het eerste jubeljaar van oktober 1395/september 1394 v. Chr. Het historisch verifieerbare vijftiende jubeljaar van 709/708 v. Chr. met het veertiende regeringsjaar van Hizkia (Jesaja 37:30) en het achttiende jubeljaar van 562/561 v. Chr. (2 Koningen 25-27) met de vrijlating van Jojachin in dien zevenendertigste ballingsjaar, zijn de belangrijkste navigatiepunten op de tijdsbalk, die onze reis in de tijd terug als correct zijnde bevestigen. Hierna een opgave van de jubeljaren volgend op het elfde jubeljaar:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    12.     856/855   Joas                              geen

    13.     807/806   Amazia                         geen

    14.     758/757    Uzzia                             geen

    15.     709/708   jaar 14 Hizkia               Jesaja 37:30

    16.     660/659   Manasse                       geen

    17.     611/610    Josia - Val Nineveh      Nahum 1:15

    18.     562/561    jaar 37 Jojachin           2 Koningen 25:27

    19.     513/512    Haggaï                          geen

    20.    464/463   Ezra                              geen

    21.      415/414    Nehemia                       geen

    22.     366/365   Perzische periode        geen

    23.     317/316    Griekse periode            geen

    24.     268/267   Griekse periode            geen

    25.     219/218    Griekse periode            geen

    26.     170/169    Griekse periode            geen

    27.     121/120    Makkabeeën                 geen

    28.      72/71       Makkabeeën                 geen

    29.      23/22      Hongersnood               Flavius Josephus

    30.    27/28 AD          Messias Jezus              Lucas 4:19

     

    Het jaar oktober 27/september 28 AD was heilshistorisch gezien het jaar van het openbaar worden van Messias Jezus aan Israël. Paulus noemt het in zijn brief aan de Galaten: ‘de volheid des tijds’.

    Galaten 4:4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; 5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. 6 En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! 7 Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus. (Statenvertaling)

     

     

    De evangelist Lucas brengt in zijn vierde hoofdstuk (4:16-21) de geschiedenis van de Heer Jezus Christus die op de sabbatdag in de synagoge te Nazareth voor de daar verzamelde Joden zich bekend maakt als de Gezalfde of de Christus. Hij deed dit door in het Bijbelboek Jesaja dat Hem aangereikt werd, de plaats op te zoeken waar geschreven staat:

    Jesaja 61:1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; 2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, ……

     

    In het midden van de zin van vers twee stopte hij echter met voorlezen, gaf de boekrol terug aan de dienaar en verklaarde aan de gemeente dat dit Schriftwoord nu voor hun oren vervuld was. Het resultaat was dat Hij door de aanwezige Joden afgewezen werd en uit de synagoge geworpen (Lucas 4:28-30).

     

    Het blijft boeiend om het Schriftgedeelte van de profeet Jesaja in zijn geheel te lezen. Vers twee vervolgd namelijk met de vermelding van een dag der wraak ter troosting van alle treurigen Sions. Hierna het betreffende Schriftgedeelte dat in wezen het toekomstige herstel van Israël in het land der vaderen leert bij de wederkomst van de Messias:

    Jesaja 2:2 …… en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; 3 Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde. 4 En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht. 5 En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. 6 Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen. 7 Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben. 8 Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken. 9 En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft. 10 Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap. 11 Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken. (Statenvertaling)

     

    Uiteindelijk zal onze reeks over de historische jubeljaren ons leiden naar een alsnog toekomstig jubeljaar met het herstel van alle dingen zoals beloofd in het Profetische Woord van de Bijbel.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    06-10-2017 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 02/11-08/11 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 08/06-14/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 31/12-06/01 2019
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 19/08-25/08 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 01/01-07/01 2018
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!