Inhoud blog
  • Overlijden Robert De Telder
  • Corona
  • Chronologische schema's - afbeeldingen - vanaf de Grote Vloed tot de Spraakverwarring
  • Joeja
  • De eerste drieduizend jaar, hoofdstuk 1
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    01-06-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Toen kwam Amalek...

    Met ons artikel van 25-05-2015 op dit blog over de beschrijving van de route van de Exodus uit Egypte, vervolgen we nu waar we geëindigd waren: aan de oostelijke oever van de Schelfzee, namelijk. Het is de morgen van de zevende dag van de Pesachweek: donderdag, 21 Nisan, wanneer de Israëlieten een blik werpen op de andere oever, op het verslagen leger van farao.

     

    Exodus 14:29 Maar de kinderen Israëls gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. 30 Alzo verloste de HEERE Israël aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israël zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee. 31 Ook zag Israël de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht. (Statenvertaling)

     

     

    We hebben in het vorige artikel gezien dat de redding van farao’s wraak volgens het Bijbelboek Exodus 14:2, geschiedde bij de plaats Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baäl-zefon. En we hebben aangetoond dat ‘Baäl-zefon’ voor ‘heer’ of ‘berg’ van het noorden staat, en dat deze op de kaart van heden te plaatsen is aan het noordoosten van de Golf van Akaba. Het is van hier uit dat de reis nog dezelfde dag, verder ging.

     

    Numeri 33:8 En zij verreisden van Hachiroth, en gingen over, door het midden van de zee, naar de woestijn, en zij gingen drie dagreizen in de woestijn Etham, en legerden zich in Mara.

     

    Exodus 15:22 Hierna deed Mozes de Israëlieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water. 23 Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara. 24 Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken? 25 Hij dan riep tot den HEERE; en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve, 26 En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!

     

    Het is vanaf Etam aan de Schelfzee dat de reis naar de berg Gods werd verdergezet. De eerste woestijn waar de Israëlieten door moesten, gaven ze de naam: de woestijn van Shur en/of Etham. Het is dezelfde regio waar koning Saul met zijn leger vijfhonderd jaar later langs trok in zijn strijd tegen Amalek. Saul trok toen vanuit Telaïm nabij Jericho de Jordaan over en vervolgens langs de zogenaamde koninklijke weg naar het zuiden, in de richting van Petra waar in de nabijheid de stad van Amalek lag. Zie het artikel van 04-05-2015 op dit blog ‘waar lag de stad van Amalek’,  met link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1430690400&stopdatum=1431295200 en scrol naar beneden.

     

    De woestijn van Shur is te plaatsen aan de beide zijden van de hedendaagse golf van Akaba. De naam Shur staat voor ‘muur’ wat verwijst naar de bergketen aan beide zijden van de golf (zie satellietfoto).

     

    Het is de verdienste van Howard Blum met zijn studie ‘The Gold of Exodus – the discovery of the most sacred place on earth, 1998’, dat we de plaats ‘Mara’ op de landkaart van heden kunnen plaatsen. Howard Blum en zijn medewerkers hebben ter plaatse op het terrein, in het noordwesten van Saoedi Arabië in het oude gebied van Midian, de berg Gods met de berg Jabal al Lawz geïdentificeerd. En in dezelfde streek vonden zij aanwijzingen ter identificatie van Mara en Elim.

     

    De betekenis van ‘Mara’ is bitter, en het is deze plaatsnaam die de Israëlieten volgens vers 23 aan de plaats gaven. Net zoals in het vorig artikel met de plaatsnamen Sukkot en Pi-hachiroth, zijn het namen die de Israëlieten zelf, aan hun pleisterplaatsen op weg naar de berg Gods, gaven. Het Hebreeuwse Mara wordt door Howard Blum geïdentificeerd met de hedendaagse plaats al-Bad, in Saoedi Arabië.

     

    Vanaf Pi-hachiroth tegenover Baäl-Zefon deden zij er drie dagen (donderdag/vrijdag en zaterdag) over om Mara te bereiken. Aan de afgelegde afstand is het duidelijk dat zij na de vernietiging van farao en zijn leger, het kalmer aan konden doen en bij het vallen van de zon konden rusten. Alhoewel zij nu geplaagd werden door watergebrek in de woestijn van Shur.

     

     

    Daarna ging de tocht verder naar het nabijgelegen Elim. Deze laatste plaats werd ook door Howard Blum op de landkaart geplaatst.

     

    Exodus 15:27 Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.

     

    Numeri 33:9 En zij verreisden van Mara, en kwamen te Elim; in Elim nu waren twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich aldaar.

     

    We moeten bedenken dat van nu af aan, de Israëlieten in voor Mozes vertrouwd gebied terechtkwamen. Het was hetzelfde gebied waar Mozes gedurende veertig jaar de schapen van zijn gastheer Jethro weidde. In datzelfde gebied, leert Josephus, lag de berg Gods of Sinaï en vond het wonder van de brandende, maar niet verterende braamstruik plaats, en kreeg Mozes daar van God het bevel Zijn volk uit Egypte te leiden. Flavius Josephus maakt verder in zijn historisch werk (Joodse Oudheden, Boek 2, xi.1) duidelijk dat Midian aan de Rode Zee ligt en hij noemde de plaats waar Mozes na een tocht door de woestijn terecht kwam: Madiane. Deze plaats kan men op een hedendaagse landkaart van het Arabische schiereiland, nog altijd terugvinden onder de naam Modiana.

     

     

    Na hun verblijf te Elim verplaatsen de Israëlieten zich richting Schelfzee en sloegen hun tenten op in de woestijn Sin. Het is een plaats tussen Elim en de berg Sinaï. Op de satellietfoto is de afgelegde etappe goed te volgen.

     

    Exodus 16:1 Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israëls in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinaï, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.

     

    Naast de beschrijving van de ligging van de woestijn Sin tussen Elim en Sinaï, geeft het Bijbelboek Exodus aan waar juist op de kalender we beland zijn: aan de vijftiende dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.

     

    Wanneer we de eerste maand nisan aan een maand van dertig dagen rekenen. Dan zijn het van vrijdag, de vijftiende nisan tot de vijftiende dag van de tweede maand Ijar: dertig dagen. De dertigste dag was dan een zondag, volgens de westerse kalender.

     

    Numeri 33:10 En zij verreisden van Elim, en legerden zich aan de Schelfzee. 11 En zij verreisden van de Schelfzee, en legerden zich in de woestijn Sin. 12 En zij verreisden uit de woestijn Sin, en zij legerden zich in Dofka. 13 En zij verreisden van Dofka, en legerden zich in Aluz.

     

    Exodus 16:1 Toen zij van Elim opgebroken waren, kwam de gehele vergadering der Israëlieten in de woestijn Sin, die tussen Elim en de Sinai ligt, op de vijftiende dag van de tweede maand sedert hun uittocht uit het land Egypte. (NBG Vertaling 1951)

     

    Uit Egypte had men heel wat proviand meegenomen (Exodus 12:34). Dertig dagen later echter was dit zo goed als opgebruikt. Op de vijftiende dag van de tweede maand dag begon men aan de laatste deegwaren die meegenomen waren. Tegelijkertijd focuste het volk echter op ‘de wildernis’ waar ze gearriveerd waren, en niet op de eerdere wonderbare redding aan de Schelfzee met de vernietiging van farao’s leger, en klaagde Mozes nogmaals aan, ditmaal voor hun aanstaande doem van de honger.

     

    Exodus 16:2 En in die woestijn morde de gehele vergadering der Israëlieten tegen Mozes en Aäron; 3 en de Israëlieten zeiden tot hen: Och, dat wij door de hand des HEREN in het land Egypte gestorven waren, toen wij bij de vleespotten zaten en volop brood aten; want gij hebt ons in deze woestijn geleid om deze gehele gemeente van honger te doen omkomen.

    4 Toen zeide de HERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet. 5 En als zij op de zesde dag bereiden wat zij hebben binnengebracht, dan zal dit dubbel zoveel zijn als wat zij op de andere dagen verzamelen.

    6 Daarop zeiden Mozes en Aäron tot alle Israëlieten: Vanavond zult gij weten, dat de HERE u uit het land Egypte heeft geleid. 7 En morgenochtend zult gij de heerlijkheid des HEREN zien, omdat Hij uw gemor tegen de HERE gehoord heeft. Want wat zijn wij, dat gij tegen ons mort? 8 En Mozes zeide: Als de HERE u in de avond vlees te eten geeft en in de morgen volop brood, omdat de HERE het gemor waarmede gij tegen Hem gemord hebt, gehoord heeft – wat zijn wij? Niet tegen ons was uw gemor, maar tegen de HERE.

    9 En Mozes zeide tot Aäron: Zeg tot de gehele vergadering der Israëlieten: nadert voor het aangezicht des HEREN: want Hij heeft uw gemor gehoord. 10 Terwijl nu Aäron sprak tot de gehele vergadering der Israëlieten, richtten zij hun blik naar de woestijn – en zie, de heerlijkheid des HEREN verscheen in een wolk.

    11 Toen sprak de HERE tot Mozes en zeide: 12 Ik heb het gemor der Israëlieten gehoord; zeg tot hen: in de avondschemering zult gij vlees eten en in de morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik, de HERE, uw God ben.

    13 En des avonds kwamen kwakkels opzetten en overdekten de legerplaats; en des morgens was er een dauwlaag rondom de legerplaats. 14 Toen de dauwlaag opgetrokken was, zie, daar lag over de woestijn iets fijns, iets schilferachtigs, fijn als rijm op de aarde. 15 Toen de Israëlieten het zagen, zeiden zij tot elkander: Wat is dit? Want zij wisten niet, wat het was. Maar Mozes zeide tot hen: Dit is het brood dat de HERE u tot spijze gegeven heeft. 16 Dit is wat de HERE geboden heeft: verzamelt ervan naar ieders behoefte; ieder van u kan voor zijn tentgenoten een gomer per hoofd nemen, naar gelang van het zielental.

    17 De Israëlieten nu deden zo en verzamelden het, de een meer en de ander minder. 18 Toen zij het in een gomer maten, had hij die meer verzameld had, niet te veel en hij die minder verzameld had, kwam niet te kort. Ieder had naar zijn behoefte verzameld.

    19 En Mozes zeide tot hen: Niemand late ervan over tot de morgen. 20 Maar sommigen luisterden niet naar Mozes en lieten ervan over tot de morgen, maar toen was het bedorven van de wormen en stonk. En Mozes werd toornig op hen.

    21 Zij nu verzamelden het elke morgen ieder naar zijn behoefte; maar als de zon heet werd, smolt het. 22 En op de zesde dag verzamelden zij tweemaal zoveel brood, twee gomer voor ieder; en al de vorsten der vergadering kwamen het Mozes berichten. 23 Toen zeide hij tot hen: Dit is wat de HERE gezegd heeft: een rustdag, een heilige sabbat is het morgen voor de HERE; bakt wat gij bakken wilt en kookt wat gij koken wilt; laat al wat overblijft liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. 24 Zij lieten het dan tot de volgende morgen liggen, zoals Mozes bevolen had; toen stonk het niet, en er waren geen maden in.

    25 Voorts zeide Mozes: Eet dit vandaag, want heden is het sabbat voor de HERE, vandaag zult gij het niet vinden op het veld. 26 Zes dagen zult gij het verzamelen, maar op de zevende dag is het sabbat; dan is het er niet. 27 Toen er dan ook van het volk op de zevende dag heengingen om wat te verzamelen, vonden zij het niet. 28 Daarom zeide de HERE tot Mozes: Hoelang weigert gij mijn geboden en wetten te onderhouden? 29 Bedenkt, dat de HERE u de sabbat gegeven heeft; daarom geeft Hij u op de zesde dag brood voor twee dagen. Ieder moet op zijn plaats blijven; niemand mag zijn plaats op de zevende dag verlaten. 30 Toen rustte het volk op de zevende dag. 31 Het huis Israëls noemde het: manna; en het was wit als korianderzaad en de smaak ervan was als die van een honigkoek. 32 Mozes zeide: Dit is wat de HERE geboden heeft: vul er een gomer mee, om het voor de toekomende geslachten te bewaren, opdat zij het brood zien, dat Ik u in de woestijn te eten heb gegeven, toen Ik u uit het land Egypte leidde. 33 Daarom zeide Mozes tot Aäron: Neem een kruik, doe daarin een volle gomer manna en leg dit voor het aangezicht des HEREN, om het voor de toekomende geslachten te bewaren. 34 Zoals de HERE Mozes geboden had, legde Aäron het vóór de Getuigenis ter bewaring. 35 De Israëlieten nu hebben veertig jaar het manna gegeten, totdat zij kwamen in bewoond land; het manna hebben zij gegeten, totdat zij kwamen aan de grens van het land Kanaän.

     

    Het antwoord van de HERE God op de bede van Mozes om voedsel is, het afleiden van trekvogels, de zogenaamde kwakkels over de woestijn van Sin en de daaropvolgende morgen, het manna. Tegen de avond van de dertigste dag sinds de exodus, aten de Israëlieten kwakkels samen met hun laatste deegwaren uit Egypte meegenomen, en de volgende morgen lag er manna, brood van de HERE God, op de grond voor het rapen. Veertig jaar lang zouden zij in de wildernis, op dit brood overleven.

     

    De pleisterplaats vooraleer Refidim (NBG) of Rafidim (SV) bereikt werd heet in het Bijbelboek Exodus; de woestijn Sin, en deze woestijn wordt in het Bijbelboek Numeri aangeduid met Aluz. Het is te Aluz dat de Israëlieten voor de eerste keer een sabbat houden, zoals we in Exodus 16:30 gelezen hebben. Op de kalender zijn we nu zaterdag de eenentwintigste dag van de tweede maand Ijar. De volgende dag zouden ze volgens de Joodse overlevering, hun tocht verderzetten.

     

    Numeri 33:14 En zij verreisden van Aluz, en legerden zich in Rafidim; doch daar was geen water voor het volk, om te drinken. 15 En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinaï.

     

    Exodus 17:1 Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israëls, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken. 2 Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE? 3 Toen nu het volk aldaar dorstte naar water, zo murmureerde het volk tegen Mozes, en het zeide: Waartoe hebt gij ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat gij mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deedt sterven? 4 Zo riep Mozes tot den HEERE, zeggende: Wat zal ik dit volk doen? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigen. 5 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen. 6 Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël. 7 En hij noemde den naam dier plaats Massa en Meriba, om den twist der kinderen Israëls, en omdat zij den HEERE verzocht hadden, zeggende: Is de HEERE in het midden van ons, of niet?

     

     

    Exodus 17:8 Toen kwam Amalek en streed tegen Israël in Rafidim. 9 Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn. 10 Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aäron en Hur klommen op de hoogte des heuvels. 11 En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israël de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste. 12 Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aäron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, de ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging. 13 Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards. 14 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel. 15 En Mozes bouwde een altaar; en hij noemde deszelfs naam: De HEERE is mijn Banier! 16 En hij zeide: Dewijl de hand op den troon des HEEREN is, zo zal de oorlog des HEEREN tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht!

     

     

    De strijd tegen Amalek, die naar de woestijn van Sin waren afgezakt, dateren we alzo in de tweede helft van de tweede maand sinds de Exodus uit Egypte. Met het oprukken van Amalek tegen Israël was er uiteraard veel meer aan de hand. Het ging namelijk om de heerschappij over de oude wereld.

    Het gaat hier overigens niet alleen om wereldgeschiedenis, maar ook om heilsgeschiedenis; de geschiedenis van de ‘verlossing’. Een geschiedenis die begint in het Bijbelboek Genesis met de belofte van een verlosser die de dood, die sinds de eerste rebellie in de wereld is gekomen, zou overwinnen. Het is de belofte van het herstel van alle dingen (Genesis 3:15). Het volk der Israëlieten vervult hier een sleutelrol. Uit hen zal de beloofde ‘verlosser’, Jezus Christus, voortkomen. In Egypte zijn de Israëlieten tot een volk, tot een natie uitgegroeid en zijn ze nu op weg naar de berg Gods waar hun de Tien Woorden van God overhandigd zullen worden. Het is de grondwet voor het Beloofde Land dat ze daarna zouden gaan innemen. Daar zouden zij tot een licht van de volken zijn, zodat het Heil tot aan de einde der aarde zou reiken (Jesaja 49:6). Het is anders gelopen, en bijna tweeduizend jaar geleden nu, met de eerste komst van de Messias, uitgesteld (Handelingen 1:6-8). Dat was toen nog niet geopenbaard en de tegenstander deed er alles aan om de Israëlieten uit te roeien. Eerst in Egypte via de geplande genocide van farao, daarna bij de achtervolging in de woestijn door farao en zijn leger, en in de tweede maand na de exodus door de hand van Amalek, de eerste der volken nu.

     

    Het is alleen het revisionisme van de wereldgeschiedenis van de oudheid dat het grotere kader levert waarin de strijd tegen Amalek zin krijgt.

    We zijn in de tweede maand na de exodus en we kunnen ons voorstellen dat na de Pesachweek, men vanuit Egypte scouts heeft uitgestuurd ter verkenning van wat er aan de Schelfzee gebeurd is. Farao en zijn leger waren namelijk niet teruggekeerd. En farao had het gehele leger, al de strijdwagens van Egypte, zeshonderd in totaal staat er in het Bijbelboek Exodus 14:7 geschreven, laten uitrukken, tezamen met alle hoofdlieden, de volledige generale staf. Het land Egypte was bovendien als een gevolg van de tien plagen geruïneerd. Bovendien was de troonopvolger, de eerstgeborene van farao in de Pesachnacht door de verderfengel omgebracht. Dit was een debacle zonder weerga voor Egypte.

     

    Het was tegen dit Egypte in chaos, dat Amalek ook oprukte en het overrompelde. Het is Dr. Immanuël Velikovsky (1895/1979) die in zijn revisie van de geschiedenis van de oudheid, de Bijbelse Amalekieten met de Hyksos en/of Amoe uit Egyptische bron identificeerde (Eeuwen in Chaos, 1952, hoofdstuk II). Op het bijgevoegde schema ziet men de reconstructie die Velikovsky van de Egyptische geschiedenis via Bijbelse ankerpunten, maakte. Het Oude Rijk en het Midden-rijk kwamen gezamenlijk als een gevolg van de exodus in de vijftiende eeuw v. Chr., aan hun einde. Daarna volgt de Hyksos-periode voor Egypte die vijf eeuwen over Egypte heersen. Daarna volgt het Nieuwe Rijk wiens eerste farao’s tijdgenoten van Saul en David waren.

     

     

    De beschrijving door Manetho van de verovering van Egypte door de Hyksos is via Flavius Josephus, de Joodse historicus uit de eerste eeuw van de westerse jaartelling, bewaard gebleven. Hierna het betreffende citaat:

     

    F. Josephus Against Apion Bk. I, 14.

    I shall begin with the writings of the Egyptians; not indeed of those that have written in the Egyptian language, which it is impossible for me to do. But Manetho was a man who was by birth an Egyptian, yet had he made himself master of the Greek learning, as is very evident; for he wrote the history of his own country in the Greek tongue, by translating it, as he saith himself, out of their sacred records; he also finds great fault with Herodotus for his ignorance and false relations of Egyptian affairs. Now this Manetho, in the second book of his Egyptian History, writes concerning us in the following manner. I will set down his very words, as if I were to bring the very man himself into a court for a witness:

    "There was a king of ours whose name was Timaus. Under him it came to pass, I know not how, that God was averse to us, and there came, after a surprising manner, men of ignoble birth out of the eastern parts, and had boldness enough to make an expedition into our country, and with ease subdued it by force, yet without our hazarding a battle with them. So when they had gotten those that governed us under their power, they afterwards burnt down our cities, and demolished the temples of the gods, and used all the inhabitants after a most barbarous manner; nay, some they slew, and led their children and their wives into slavery. At length they made one of themselves king, whose name was Salatis; he also lived at Memphis, and made both the upper and lower regions pay tribute, and left garrisons in places that were the most proper for them. He chiefly aimed to secure the eastern parts, as fore-seeing that the Assyrians, who had then the greatest power, would be desirous of that kingdom, and invade them; and as he found in the Saite Nomos, [Sethroite,] a city very proper for this purpose, and which lay upon the Bubastic channel, but with regard to a certain theologic notion was called Avaris, this he rebuilt, and made very strong by the walls he built about it, and by a most numerous garrison of two hundred and forty thousand armed men whom he put into it to keep it. Thither Salatis came in summer time, partly to gather his corn, and pay his soldiers their wages, and partly to exercise his armed men, and thereby to terrify foreigners. When this man had reigned thirteen years, after him reigned another, whose name was Beon, for forty-four years; after him reigned another, called Apachnas, thirty-six years and seven months; after him Apophis reigned sixty-one years, and then Janins fifty years and one month; after all these reigned Assis forty-nine years and two months. And these six were the first rulers among them, who were all along making war with the Egyptians, and were very desirous gradually to destroy them to the very roots. This whole nation was styled HYCSOS, that is, Shepherd-kings: for the first syllable HYC, according to the sacred dialect, denotes a king, as is SOS a shepherd; but this according to the ordinary dialect; and of these is compounded HYCSOS: but some say that these people were Arabians." Now in another copy it is said that this word does not denote Kings, but, on the contrary, denotes Captive Shepherds, and this on account of the particle HYC; for that HYC, with the aspiration, in the Egyptian tongue again denotes Shepherds, and that expressly also; and this to me seems the more probable opinion, and more agreeable to ancient history. [But Manetho goes on]: "These people, whom we have before named kings, and called shepherds also, and their descendants," as he says, "kept possession of Egypt five hundred and eleven years." ….

     

    De details van de verovering van Egypte door de Hyksos beschreven door de Egyptische geschiedschrijver Manetho passen volledig binnen het Bijbelse kader met de geschiedenis van de Exodus en de vernietiging van het Egyptisch leger in de Rode Zee. Manetho beschrijft de invallers als komende uit het oosten en hij vertelt erbij hoe zij eenvoudig er in slaagden Egypte te onderwerpen. Van de kant van de Egyptenaren werd er namelijk geen verzet geboden noch slag geleverd, schrijft hij. Deze berichtgeving krijgt alleen zin wanneer we beseffen dat het Egyptische leger verdwenen was. De naam van de farao onder wie dit geschiedde, was Timaus, wat een Griekse versie van een faraonaam is. Timaus is hier de opvolger van de farao van de exodus die met zijn leger in de Schelfzee omkwam, en voor korte tijd daarna op de troon van Egypte zat.

     

     

    In mijn uitgave TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: de geschiedenis van de geschiedenis, blz. 27, ( zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579)

    toon ik aan dat de Sothis-kalender van de Egyptologie foute ankerpunten op de tijdsbalk levert. De Sothis-kalender is door het revisionisme van de geschiedenis onderuit gehaald en wordt er sindsdien gewerkt aan een opnieuw invullen van de Egyptische dynastieën op de tijdsbalk. Waar de meeste onderzoekers het over eens zijn is dat de Bijbelse Amalekieten identiek zijn met de Hyksos uit Egyptische bron, en verantwoordelijk voor de (gereviseerde) eerste tussenperiode in de geschiedenis van het oude Egypte.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    01-06-2015 om 10:41 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 02/11-08/11 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 08/06-14/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 31/12-06/01 2019
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 19/08-25/08 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 01/01-07/01 2018
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!