een verhaal van wachten op het onmogelijke... Omdat niemand me kan verbieden te dromen.
05-12-2015
opposites attract
Hoe zie jij 'ons' tegenwoordig? Oh ja, ik ben geleerd... ik zal die vraag niet stellen via chat hoor. Want je wil over gevoelens enkel "live" praten. Enkele dagen geleden was ik bij jou, maar dan praatten we over alles behalve gevoelens...
Ik moet steeds weer denken aan 'les non-dits'. Zelfs de ruzie van vorig weekend... ik probeerde een beetje afgelopen week, maar er is niets uitgesproken. En het feit dat ik niet aandrong, zoals anders, is veelzeggend. Ik geef het op. Dàt is de enige conclusie die ik kan trekken.
Er komt een moment in ieders leven dat je niet meer zal veranderen. Dat geldt net zo goed voor jou als voor mij. Ik ben wie ik ben: georganiseerd, planmatig, behoefte aan controle. Jij bent wie jij bent: impulsief, reactief, levend van dag tot dag.
De spreekwoorden zijn volledig contradictorisch: "opposites attract" versus "soort zoekt soort". En beiden zijn op hun manier de waarheid: we trekken elkaar aan, als de twee polen van een magneet. Zoals de polen van een magneet is de één zinloos zonder de ander. Maar in ons dagelijkse leven hebben we een partner die zoals ons is: jij hebt Haar, net zoals jij gedesorganiseerd, uitstellend, "we zien wel". En ik heb hem: georganiseerd, ondernemend, pragmatisch.
Zou ik kunnen leven in jouw chaos? Of zou ik jou in mijn stramien proberen te laten passen, en je zo volledig wegjagen?
Hoe dan ook, zoals het er nu uitziet, ga ik er nooit achter kunnen komen. Er is al lang geen sprake meer van "ooit"...
Het is goed zo. Nog zo'n cliché: "it's better to have loved and lost, than to never have loved"
het proces lijkt onstuibaar...ik merk dat ik steeds meer afstand neem, elke dag meer dan de dag voordien... ik lees over je problemen, en vraag me af hoeveel van mijn reactie nog vanuit gevoel komt. Ik reageer zoal ik denk dat je van me verwacht... en je merkt het niet eens op.
Ik laat me niet meer kennen. Elke ochtend stuur ik je een "gdmxxx". Zonder op een direct antwoord te wachten. Ik merk het wel, als je antwoordt. Wat een verschil met voordien... toen mijn gsm wel aan mij geplakt leek. Ik kon, wilde niets missen. Keek uit naar jouw "gdmxxx". Nu maakt het me zelfs niet meer zoveel uit wat je terugstuurt, lijkt me. Ik zie het wel komen...
Voor jou een rustpunt? Voor mij een pagina die ik omsla...
Is dit nu die "evolutie" waar je de mond vol van had? Deze afstandelijkheid? Deze koele kouding? Had je dit voor ogen, toen je zei dat we meer in de realiteit moesten zijn?
Ik kijk naar je. En ik besef nog steeds: ik wil enkel jou. Maar niet meer tegen elke prijs.
Want natuurlijk ging ik bij je langs... Je wist immers dat ik in de buurt zou zijn, ik had het allemaal toch al gepland.
Excuus om in jouw stad te komen (iets bij een vriendin langsbrengen): check.
Excuus om bij jou langs te komen (iets terugbrengen): check.
Excuus om jou te zien, zonder Haar (overdag want moet tijdig thuis zijn voor de kids): check.
Je wist dit alles. En toch kon je niet die vraag stellen: "spring je even binnen als je in de buurt bent?"
Dus stond ik, "onverwacht", voor je deur. Je zag me stoppen voor het huis, en je opende de deur al... gezicht op onweer. Want je dacht ongetwijfeld weer dat ik boos aankwam, om àlles terug te brengen, zoals ik op zeker moment aangaf zondag, je verwijten beu.
Ik liet me niet kennen. Stapte vrolijk binnen, had ook niet àlles bij, enkel hetgeen echt al terug kon gebracht worden. Geen kans om me iets te verwijten. Zelfs niet het feit dat ik langskwam... want je gaf het grif toe toen ik het zelf aanhaalde: als ik niét was langsgekomen, zou je boos geweest zijn. Maar je zou het me niet zelf gevraagd hebben.
Wat je niet lijkt in te zien: ik slaag erin om de "verstandigste" te zijn, omdat het me steeds minder kan schelen. Ik slaag erin om bij jou langs te komen, zonder enige verwachting, omdat je steeds meer een vriend wordt.
Is mijn liefde voor jou over? Neen. Maar ik berg ze weg, heel erg diep. Zo diep dat je ze niet meer zal kunnen vinden op een gegeven moment. En dan zal het te laat zijn om ze terug boven te halen, vrees ik. Dan is alles een herinnering, en schiet enkel nog de vriendschap over.
dit is een uitputtingsslag... de afgelopen 48 uur bestonden uit verwijten, kinderachtige reacties, steken onder water... en met élk van die opmerkingen voelde ik mezelf meer wegdrijven van jou.
Morgen is de enige kans om elkaar te zien deze week. Dat wéét je. En toch belet je trots je om me voor te stellen langs te komen. Afgelopen zomer zei ik dat ik geen afspraken meer zou plannen, dat het aan jou zou zijn om gelegenheden te zoeken en te grijpen. Desondanks bleef ik momenten voorstellen... Maar nu stop ik daarmee.
Het resultaat is er: morgen is er niets voorzien om elkaar te zien. Wat het morgen oplevert aan gesprekken, zie ik wel weer.
Ik verwacht me aan een "geen zin om me te zien duidelijk". Ik zou er bijna een weddenschap op durven inzetten.
Loslaten... je verweet het me al in het begin. Maar nu is het zo ver... stilaan laat ik je los. Een toekomst met jou liet ik al een hele tijd geleden los. Maar nu laat ik ook het heden los. Laat ik jou los.
ruzie, steeds weer. We halen geen 24 uur zonder dat er een conflict optreedt.
Je verwijt me allerlei, ik kan gewoon niet goed doen. Doe ik A, had het B moeten zijn. Doe ik daarna B, dan was A wat jij verwachtte. De regels veranderen steeds weer...
Durf ik daar iets uit te concluderen, dan hoor ik "denk maar wat jij wil". Maar als jij conclusies trekt, zijn ze de absolute waarheid.
Kinderachtige reacties.... zandbak-gedrag... creche-ruzies... We zijn twee volwassenen, die samen iets begonnen. Het verhaal begon zo mooi, te mooi om waar te zijn. Twee mensen die elkaar vonden, eindelijk... die een gevoel van herkenning hadden, van "dit moest zo zijn". Een sterk gevoel van verbondenheid.
Wat schiet daarvan over? Niets, absoluut niets. Of weer zo'n leugen, omdat ik probeer om duidelijkheid te scheppen, neem ik te sterke positie in. De lust schiet over, het verlangen. Als ik je zie, smelt ik.
Drie keer probeerde ik hier een einde aan te maken. Drie keer zou scheepsrecht moeten zijn. En drie keer zei je de juiste dingen. Waarom? Moet ik dan concluderen dat het je enkel om "goede sex" draait? Zou dit zo banaal geworden kunnen zijn?
Misschien is dàt het zwaarste. Niet het afscheid van jou, maar het afscheid van een droom, een mooi verhaal, ons verhaal.
Misschien treur ik niet om jou, maar om hetgeen we waren.
ik kan je geen liefdesbrief schrijven. Ik kan je schrijven dat ik van je hou, dat ik denk dat ik van je hou, dat ik denk dat ik van je hou als ik tenminste begrijp wat wordt bedoeld met: ik hou van jou.
Omgekeerd is makkelijker. Soms hou ik niet van jou. Daarover bestaat geen twijfel. Maar ook dit niet-houden van is niet eenduidig. Soms is het haat. Voel ik een kille koude woede voor je. Bedenk ik pijnlijke martelingen. Om je te straffen omdat je niet genoeg van me houdt. Omdat je weet dat ik van je houd. Omdat je weet hoe weerloos ik ben, en hoe machtig jij.
Maar wees niet te overmoedig. Misschien hou ik wel minder van jou dan je denkt. Misschien voel ik soms zelfs geen kille koude woede voor jou. Alleen maar onverschilligheid. O hallo en hoe maak je het? Ja, mooi weer vandaag, nee, ik ben niet vrij vanavond, ja een andere keer misschien, we zien wel. Zou dat niet heerlijk zijn? Ik zou vrij zijn. Jij zou mij niet meer raken. Jij zou gewoon een ander zijn.
O die ziekelijke manie om de geliefde aan jezelf gelijk te maken! Duizend strafregels zou ik moeten schrijven: hij is een ander, hij is een ander, hij is een ander... Wil ik dan dat jij mij bent? Een stuk van mij bent? Dat jij en ik hetzelfde zijn? En voel ik soms koude kille woede omdat jij -schijnbaar toch- zo moeiteloos een ander bent, jezelf blijft en bent, je gang gaat? Benijd ik je de omlijnde, afgemeten ruimte die liefde in jouw leven inneemt? Af en toe ben ik er en hou je van me en daarna zijn er weer andere dingen? Of is dat niet zo?
Toch hou ik minder van je dan je denkt. Vroeger dacht ik: ik wil de lucht ademen die hij ademt. Ik wil alleen nog hem. Alles wat ik doe, is voor hem gedaan. Ik wil roerloos bij hem waken, bij hem wachten tot hij me ziet, me wil. Nu kan ik dagen en dagen zonder jou. Hij komt wel, denk ik. Hij belt wel. Dus als ik je zou schrijven: ik ben het liefst van al bij jou, ik verlang alleen naar jou, dan is dat niet altijd waar. Daar sta je van te kijken, niet?
Ik kan nu ook bij je zijn, zonder je aan te raken. Ik sleur je bij voorbeeld niet naar ons bed, wat ik nochtans het liefst zou doen. Ik zeg niet wat ik de hele tijd denk. Laten we naast elkaar gaan liggen. Ik wil je voelen, strelen, zoenen, leg je op me, leg je onder me, lik me. Ik luister. Ik glimlach. Ik wacht tot jij je hand over mijn arm laat glijden, je noemt het "à fleur de peau" omdat je niet mijn huid aanraakt, enkel de haartjes erop.
Mijn geduld wort beloond. Het is of er een rechtstreekse verbinding ontstaat tussen jouw hand, de haartjes op mijn huid, en mijn geslacht. Ik wil je meer dan ooit, en het liefst nu meteen, maar ik zeg het niet. Schaamteloos kijk ik je aan, hoop dat je de geilheid in mijn ogen zal lezen en niet kunnen weerstaan, dat je zal zeggen: kom.
Is dat liefde? Na zoveel jaren? Ik weet het niet. Maar ik weet dat ik je telkens opnieuw niet kan weerstaan, je telkens opnieuw dwing mij niet te weerstaan. Ik kan van je weggaan. Ik kan je niet schrijven, niet bellen, maar als ik weer voor je sta, lees je het in mijn ogen en dwing ik je het te zien, te zeggen: kom.
Je bent gekomen. Hier aan tafel zat je tegenover me, at de maaltijd die ik speciaal voor jou bereidde. Zo moe van je week, en toch kwam je. Ik twijfelde, want sinds gisterenavond verliep het contact weeral moeizaam. Vandaag hoorde ik je amper. Geen berichtje dat je onderweg was naar mij.
Na het eten zaten we in de zetel. Voor het eerst sneed jij het onderwerp aan "wat was dat nu allemaal vannacht?"
Je streelde mijn rug. En wat ik mezelf bezworen had dat ik niet zou doen, zei ik toch: "ik wil je". Kort maar intens. En dan zeg je het: "ik houd van je. Heb je me goed gehoord? Ik houd van jou"
Deze tekst van Kristien Hemmerchts schoot weer door mijn hoofd. Want al houd ik van jou, soms houd ik niet van jou. Soms zou ik willlen dat ik niet van je houd. Soms zou ik willen dat ik het kon, niet van je houden.
Maar wanneer jij zo dicht bent, zo dicht als een man maar bij een vrouw kàn zijn... dan weet ik het weer. Ik ben van jou. Of ik het nu wil of niet, ik ben van jou. Ondanks mijn strijd, mijn pogingen me los te maken... ik ben van jou.
je vraag blijft door mijn hoofd spoken.... Wat wil het zeggen dat je hier nog bent? Dat je me nog niet uit je leven gooide? (zoals je volgens Haar doet als iemand je gekwetst heeft, genadeloos). Wat brengt jou steeds weer terug?
Ik wil geloven dat het liefde is. Ik wil geloven dat het om mij gaat. Om jouw gevoelens voor mij.
Maar ik vrees zo dat het om lust gaat. Dat ik inderdaad jouw leven vervolledig, op sexueel vlak. Maar voor al de rest kan je bij Haar terecht. Want waarom blijf je anders bij Haar? Wat houdt jou in die relatie?
Zo kom ik bij mijn volgende vraag... wat houdt mij in mijn relatie? Gemakzucht: ongetwijfeld. Ik heb, dankzij hem, een fijn leven. Financieel, maar ook praktisch. Zijn aandeel in het huishouden maakt dat ik kan leven zoals ik leef: voluit, voor mijn werk, mijn hobbies, het forum dat ik beheer. Hij is mijn thuisbasis, mijn stabiliteit. Hij zorgt ervoor dat de kinderen niets tekort komen, ondanks een afwezige mama. Dankzij hem zullen mijn kinderen toch een fijne en stabiele jeugd gehad hebben. We bouwen een goede financiële basis voor hen uit. Investeren verstandig, om hen een goede start te kunnen geven.
Maar is dàt liefde? Dit gezapige leventje? Ik besef sinds lang dat ik rationeel koos voor een "goede" partner. Mijn keuze is en blijft een goede. Maar ook een rationele. En moest ik jou niet tegengekomen zijn, ik was er tevreden mee gebleven. Met jou leerde ik andere gevoelens kennen...
Maar ik leg me erbij neer. Jij zal nooit de mijne zijn. Moet ik mezelf dan nog langer kwellen met die confrontatie, steeds weer het wondje openkrabben? Of moet ik me tevreden stellen met een fijne vriendschap? In het besef dat jij altijd en eeuwig die persoon zal blijven "that got away"...
slaan en zalven.... zo kan ik onze relatie het best omschrijven. Sinds dag 1 zitten we vast in dat schema.
Ik of all people zou moeten weten hoe slopend, hoe destructief zo'n relatie is. Ik maakte het al eerder mee, lang geleden. Toen vertrok hij... had genoeg van mij. Ik was mezelf kwijt geraakt in die relatie, had me overaangepast ten gevolge van die vorm van communicatie. En toen verloor hij zijn interesse. Was de liefde op.
slaan en zalven... ik herkende het vrij snel. Maar die jaren van vroeger maakten me niets wijzer, en weer trap ik erin. Ik slaag er niet in om uit dat schema te stappen. Nochtans past het niet bij mij. Moest mijn omgeving weten dat ik weer in zo'n relatie zit, ze zouden me voor gek verklaren. Ik legde het al open op tafel. Je gaf zelfs toe dat we erin zitten, herkende het schema uit vorige relaties.
De afgelopen 36 uur waren weer conflictueel. Boze woorden, steeds extremer. Ik laat me ook niet meer onbetuigd, dat besef ik maar al te goed. Om nog iéts van emotie op te roepen, word ik steeds extremer in mijn uitspraken. Het lukt me: je wordt boos. Maar boos is beter dan onverschillig. Tijdelijk...
En als de storm weer is gaan liggen, gaan we weer over tot de orde van de dag. Alsof er niets gebeurde, praat je over allerlei dagdagelijke dingen.
Je vroeg me "wat toont het jou dat ik hier nog steeds ben?" Goede vraag...