In mama's keuken staat er al jaren een klein beeldje van Boeddha. En al evenveel jaren keek ik uit naar een beeldje dat mij zou raken. Tientallen moet ik er ondertussen in mijn handen gehad hebben. Maar altijd was er iets dat me weerhield. Nochtans mocht het in even welke gedaante van hem zijn. Als lachende Boeddha, gekruiste benen, een ronde buik en een al even rond en lachend gezicht. Of de prinselijke versie; een lange slanke man, eveneens met gekruiste benen, de handpalmen tegen elkaar voor de borst. De ogen gesloten. Sacraal. Zo ook het Boeddhahoofd dat al die maanden S. vergezelde in haar strijd. En daar, zittend naast haar benen, aan de ene kant haar hoofd, aan de andere kant het hoofd van Boeddha ging mijn zoektocht naar hem door me heen. Alsook nu het beeld van haar laatste dagen. Van haar lichaam zonder leven. Misschien dat dat het was dat me overtuigde in een winkeltje in Corsica. Deze was het. Deze boeddha wil ik in mijn huis. Bij deze afbeelding is het dat ik een bloem wil zetten, een kaarsje branden. Deze Boeddha is mijn manier om haar leven en dood een plaats te geven. En Piet zal niet goed begrepen hebben waarom deze houtsnede absoluut vandaag al moest opgehangen worden. En ik ook niet. Tot de telefoon ging en mama me vertelde dat papa erg ziek is. Twee kaarsjes branden er nu. Het leven. Boeddha zal werk hebben.
Lucas heeft een C-attest. Een welverdiend. Je weet wel ; zo van 'wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten en de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is en je oogst wat je zaait en zelfkennis is het begin van alle wijsheid' enzovoortenzovoort.
Vorige week vrijdag, de laatste schooldag voor Lucas, twee examens op één ochtend en een smsje om 09.45 : 'vakantie!!!'. Ik ga op mijn handen zitten en slik de woorden 'Had je niet beter iets langer aan je examens gewerkt? Even herlezen?' in. Die woorden kunnen wel wachten tot deze namiddag. Die avond komen vriendjes sinds kleutertijd langs en of ze mogen blijven slapen? De tijd wordt gamend gevuld, elk op hun eigen laptop, een kamer bruisend van aankomend testosteron. Ik steek mijn hoofd binnen even voor middernacht. Gaan jullie afsluiten jongens? Nog even, nog heel even mama. Als ik 's ochtends vroeg opsta zijn de heren al weer aan het gamen. De kledij nog aan, de bedden onbeslapen, de gezichten vrolijk en blij, twaalf blikjes energiedrank op de vensterbank. Twaalf. Binnengesmokkeld met de pijama en tandenborstel. Eén blikje het equivalent van vier koppen koffie. Het is goed voor één keer heren. En : liever hier dan op café. Maar lap me dat geen tweede keer. Don't you dare!
Nu gaat ook drinken moeizaam. We maken het ziekbed op en gaan de zachtste molton van de wasdraad halen. De handen van haar mama strijkend over het laken. Meer handen in huis dan gewoonlijk. Meer leven. Haar mama, haar man, zijn ouders. Het tasje met frambozerode lingerie naast me op de zetel als ik naar huis rijd. Een dier- en bijgevolg mensvriendelijk gekweekte kip, groenten en bruine rijst. Ontbijtgranen, koekjes en flessen water om vrijdag mee te nemen op vakantie. Lijden versus Leven. Het zou niet mogen zijn.
Feest op school en traditiegetrouw krijg ik de rondleidingen van nieuwe geïnteresseerde ouders in mijn schoot geschoven. Of dat een goede zaak is valt over te discussiëren, maar dat terzijde blijft het me bij elke nieuwe ontmoeting verbazen. Hoe je buik je dingen zegt, je voelsprieten zich niet laten afleiden, je intuïtie spreekt. Alsook het engeltje op mijn linkerschouder, het duiveltje op mijn rechter. En hoe aanwezig dat alles is. Herkenning las ik ooit. Herkenning van jezelf of van iemand die je lief of nabij is in de ander tijdens de eerste drie seconde van de ontmoeting. Dàt maakt dat het in relatie gaan met de ander sprankelt van eenvoud en natuurlijkheid of stroef en stram verloopt. En benieuwd ben ik dan altijd. Nieuwsgierig of het eerste beeld dat ik van iemand krijg bevestigd wordt in de jaren nadien. Of niet.
Het regent buiten en mama en ik spelen Rummicub. Papa komt af en toe eens langs en nestelt zich uiteindelijk met een boek in de zetel. En al kan ik me niet herinneren hem ooit met een leesboek in zijn handen gezien te hebben, papa leest voortdurend. Stapels informatieve boeken en tijdschriften over natuur en wetenschap, artikels, kranten, een hele leestafel vol. En overal aantekeningen in : onderstreepte woorden, dubbelonderstreepte woorden, verwijzingen, opzoekingen, vraagtekens, uitroeptekens, verklaringen. Nu heeft hij echter een lijvig donkerbruin boek in handen. 'Moeke, wat is papa aan het lezen?' 'Het Oude Testament' 'Het Oude Testament???' 'Ja, papa heeft dat gekocht op de uitverkoop van oude boeken in de bibliotheek' zegt mama grinnikend, 'en we hadden er al twee of drie!' Haha, mijn papa; dè vrije geest en godsdienstketter eerste klas. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk!
Vriendschap. En wat vriendschap is. En wie je vrienden zijn. En wat maakt dat iemand een kennis of een vriend is. Of een èchte vriend is. Eentje van het soort dat enkel kan geschreven en beschreven worden met een accent grave erop. Een letterlijk en figuurlijk zwaar accent, een wereld van verschil. Eentje van het kaliber op je handen te tellen in je leven. En lang dacht ik dat de ander dat bepaalde. Dat de ander diegene is die bepaalt of en hoeveel je van jezelf kan tonen. Maar anders denk ik daar nu over. Wij zijn zelf diegene die de beslissing nemen. Wij kiezen zelf aan wie we ons tonen en aan wie niet. Wij kiezen zelf of we vertrouwen. Het vertrouwen dat wat de ander ook te zien of te horen krijgt, ook al staat het lijnrecht tegenover zijn waarden, hij niet de intentie heeft jou daarop af te rekenen. Dat vertrouwen, dat machtig en krachtig gegeven. Noodzakelijk om ons te kunnen openen en tonen: onze schelp openen, onze pantsers breken, ons kwetsbaar opstellen. Ongeacht of de ander daar evenveel zal van houden als van onze buitenste lagen die iedereen te zien krijgt. Misschien is het die kwetsbaarheid die vriendschap zijn waarde geeft. Die bepaalt of iemand een vriend is. Niet het gegeven hoe vaak of hoeveel je met de ander deelt. Wel het gegeven of er een platform van vertrouwen en bereidheid je te tonen is. Kwetsbaarheid als mooiste kado. Aan jezelf. Aan de ander.
Elk jaar weer opnieuw in de lente voel ik een zachte en geduldige, maar zekere verwachting borrelen in me. Verlangen. Naar het zien van het eerste Fluitekruid in de berm, een geur die ik uit duizend zou herkennen. Naar de eerste blaadjes groen aan de beuk of in onze beukenhaag, van het mooiste lichtfelgroen dat ik ken. En naar mijn hart dat daarbij opveert. Elk jaar weer opnieuw.
Time it was and what a time it was, it was a time of innocence, a time of confidences long ago, it must be, I have a photograph preserve your memories they're all that's left you.
Piet is vijftig geworden en dat willen we vieren! Met vele opmerkingen dat hij er nog zo jong uitziet, een buik heeft als een sportieve twintiger, een grote 50-ballon en een feest. Waar ik deze foto kon trekken. De mannelijke lijn Claeyskes en hun kroongetallen : Remi 10, Ben 20, Piet 50 en oom Chris 80! Lang zullen ze leven!
Veel ben ik in mijn jeugd verhuisd. Veel te veel. Tijdens mijn kleuterjaren woonden we in Limburg. Beelden van een zwaluwnest aan de voordeur, coloradokevers plukken van een aardappelveld en in een brandende ton gooien, het wouldbewoodstockfestival in de weiden tegenover ons huis en de lange kettingen met kleine pareltjes die grote meisjes aan me gaven, een snede brood met platte kaas, mijn naam met fruitsiroop erop geschreven en fietsen door bloeiende boomgaarden. En graag wou ik dat ook met mijn kinderen doen. Al werd het om organisatorische redenen een wandeling.
Mama, Brad Pitt, bestaat dat? vraagt Helena. Ja, ... die bestaat. En is dat een mooien? Een mooie ... een mooie man bedoel je? Goh, da's te zien wat je mooi vindt. Wie zegt dat misschien? 'Hallo K3'. In 'Hallo K3' zeggen ze dat.
'Hallo K3' met de meisjes van K3 is zo grappig dat het vast en zeker door het meest aantal leden van ons gezin bekeken wordt. Zèlf door Remi. En dat wil iets zeggen.
Mama wou graag schilderen, want daar had ze al vaak aan gedacht en nog nooit gedaan. Zo kwam het dat op deze mooie maandagmiddag we ons rond de tuintafel schaarden en schilderden. Drie generaties vrouwen, drie totaal verschillende schilderijtjes. Stil-leven.
Graag wou ik deze middag gaan kijken naar twee pasgeboren zusjes in de kraamkliniek. Zo bijzonder is het om van peuters die in onze klas terecht komen me te herinneren toen de mama of papa vertelden dat ze zwanger waren van hen, geboren waren, hen gezien te hebben als pasgeborene. En toen ik in blijde verwachting van de parkeerplaats naar de ingang ging liep er voor mij een groepje mensen. Een oudere mevrouw ondersteund door een man en een jongeman. Twee andere jongens ernaast die een tas en een valies droegen, de leeftijd van lagere schoolkinderen. Doordat het wandelpad smal was en de mevrouw erg moeizaam stapte bleef ik achter hen en gingen mijn gedachte naar het verhaal van deze mensen. Zou de oudere mevrouw zelf opgenomen worden? Misschien was het haar echtgenoot die ze kwamen bezoeken? Waar vrij snel een antwoord op kwam toen ik met een zacht en open hart wegging na het zien van de twee zusjes. En de uitgang niet uit kon gaan zonder het groepje van daarnet te storen dat afscheid nam van een duidelijk zwaar zieke mevrouw in een rolstoel met baxter. Het was net hetzelfde beeld van een uur eerder. Het groepje stapte stilzwijgend en star voor zich kijkend door. Op één verschil na. Het kleinste jongentje dat zich tot op het einde van het wandelpad om de zoveel meter omdraaide en zwaaide naar zijn mama in de rolstoel. Ik wenste dat ik de oudere mevrouw kon voorbij stappen, het wandelpad kon verlaten of oplossen in het niets, zo ongepast en storend in het afscheid en de afstand tussen de mama en haar zoon voelde ik me.
Zoals vaak ga ik in het weekend naar mijn ouders. En zo ging ik ook gisterennamiddag met Helena en Remi richting Snellegem. En zo belandden we in het Mascobos in Zerkegem, een klein recent bos opgericht door Natuurpunt. En zo belandden we er op een bankje in de stralende zon. En zo deed oma haar armen rond opa en Helena en begon uit volle borst 'Vrolijke vrienden' te zingen. En zo is weer bevestigd dat we een familie zijn met een hoek af. Oma for president!
Blauwe ogen. Iedereen in onze familie heeft blauwe ogen. Behalve de echtgenoot van mijn oudste zus. Deze lieve oom speelt kraan met de kinderen en heeft zachte bruine ogen. Maar nu heeft Lucas een vriendinnetje. Sinds twee dagen. En toen Remi me vroeg hoe ze eruit ziet en ik antwoordde dat ik haar een mooi meisje vind, met bruin haar en bruine ogen riep hij uit: 'Eindelijk weer iemand met bruine ogen in de familie!' Nu; alles begint met het begin, maar laat ons hopen dat Lucas wat meer watertjes verkent eer hij scheep gaat varen!