Het universum, dat niet enkel maar uit sterren en maan en planeten, bloemen, gras en bomen bestaat, maar ook uit andere mensen, heeft geen voorwaarden voor jouw bestaan tot ontwikkeling gebracht, heeft geen plaats voor jou ingeruimd, en als de liefde de poorten niet wijd zal doen openzwaaien, dan zal of kan geen enkele andere macht dat doen. (James Baldwin, Niet door water maar door vuur, 1963)
Verontschuldiging
Ik heb geen hart; het is een vogelnest.
Het is gemaakt van mossen, pluis en veren
en de aorta is met schors begroeid.
Mijn vreugde, in het voorjaar, was geen liefde
maar een uitbundig, overmatig tjilpen
van jonge vogels.
Mijn genegenheid was niet voor jou
maar voor je kussen, waarmee ik hen voedde,
voor je woorden, die zij hongerig en haastig vingen
met korte wiekslagen, de eerste ontrouw.
Nu is het herfst. Ik kan niet bij je blijven.
Het hart is leeg en nog van zang verward
kunnen wij brieven naar het zuiden schrijven;
jij om mij, ik om mijn vogelhart.
Ankie Peypers (1928-2008)
uit: Letters van een naam (1985)
Ik weet dat de liefde is als een spaarbekken : als je een bres laat ontstaan waardoor een straaltje water kan ontsnappen, zal binnen de kortste kerende dijk het begeven en komt er een moment waarop niemand nog in staat is de kracht van de waterstroom te beheersen.
Ik pluk de chrysanten op de oostelijke haag. Ik kijk in de verte in de zuidelijke bergen. Hoe mooi is het in de bergen. Bij het vallen van de avond. Een vlucht vogels keert terug. Daarin schuilt een werkelijke gedachte. Maar wanneer ik haar wil uitspreken vind ik de woorden niet.
Tao Yuanming 365 na Ch.
F: Fijn dat je kon komen. M: U belde. Links of rechts mevrouw?
F: Pardon? M: Als we bij het kruispunt zijn, wilt u dan links of rechts afslaan? F: Wat doe jij als je een moeilijke beslissing moet nemen? M: Volgens mij bestaat dat niet. Als je een muntje opgooit, weet je op welke kant je wilt dat het landt. Links of rechts mevrouw?
Nu de voorjaars- en lentebloeiers uitgebloeid zijn, de witte stippen in de bermen en boskanten vervangen zijn door roze, lila en felgele dotten, nu ruikt de lente heerlijker dan ooit. De struiken en bomen, enkel voor een attente kijker bloeiend en zo, zo intens geurend. Fietsend, wandelend, van geur naar geur. De rooswitte roosjes die papa me ooit gaf in de tuin. In bed met een boek van Toon Tellegen, deze ochtend geruild op een geefplein. Zomaar een pagina openslaand, verwachtingen scheppend.
Mijn pols nog ruikend naar rozenwater en zon, wind en water. Restanten van een feestje in de zeilclub aan het Galgenweel, waar mijn bompa, papa en zus beurtelings lid waren.
Uit Toon Tellegen : Daar zijn woorden voor, pag 80 :
Maar hij vergat haar te kussen en toen hij het kasteel verliet was het stil achter hem. De lucht was grijs, de rozenhagen hoog en stijf, er scharrelden wat mussen rond, maar hij had haast, wist niet waarom.
En toen iemand hem staande hield en vroeg of het al donker was wist hij ook dat niet en zei dat het waarschijnlijk nog licht was en dat hij het zelden mis had en reed toen door.
Thuisgekomen werd hij bestormd: En?Heb je haar gekust?
Ach, zei hij, dàt ben ik vergeten, sloeg zich voor zijn hoofd.
Maar toen hij terugkwam, spoorslags, was het kasteel verdwenen, of was er nooit geweest, en hij kwam niemand tegen, de geur van rozen was hij kwijt.
De Nachtegaal zegt hij. Neenee, de zanglijster zegt zij. De Merel denk ik. Niets zingt zo mooi als het mannetje Merel, hoog op de nok van het dak, de schoorsteen, de boom.
The only obsession everyone wants: 'love.' People think that in falling in love they make themselves whole? The Platonic union of souls? I think otherwise. I think you're whole before you begin. And the love fractures you. You're whole, and then you're cracked open.
Uit kijk ik altijd; naar de maanden april en mei. Verlangen naar het sleedoorngangetje naast de Schelde en het gevoel dat het in me teweegbrengt. Verlangen, zinderen, leven, stromen, licht, hoop, blijde verwachting. De belofte van lente, van langere warmere dagen. Van de merel die je wakker zingt. Om dan, maar enkele weken later, over te gaan in helder groene borders met bruidswit. Daslook, Look zonder look, Grote Muur, Meidoornbloesems en Fluitekruid. Mijn lievelingsbloem naar waar ik, eens de jaarwende voorbij is, reikhalzend en de dagen aftellend naar uitkijk. Dit is geluk voor mij vandaag: kijken naar mijn voeten met de bandjes van mijn wandelsandalen bleek afgetekend erop door de vele uren wandelen in de natuur. Kijkend naar het Fluitekruid, ruikend aan de Meidoorn, luisterend naar de vogels. Wandelend alleen of met mensen die deze liefde graag met me delen. Lente.
Sexualiteit en meer bepaald de link naar de psyche en sociale gegevens errond hebben me altijd geinteresseert. Ietwat smalend werd er vroeger over een vriend van de familie die op latere leeftijd Sexuologie studeerde gesproken. Ietwat zekerder hoor ik nu een stem in mezelf die dat eigenlijk ook nog wel zou willen doen. Een van de vele dingen. Tot dat moment zijn het boeken, artikels, die me zoethouden. En zo kwam ik terecht bij een stelling die in een zin zoveel samennam : 'hij/zij masturbeerde met mijn lichaam'. Waarbij niet het werken naar een orgasme toe het bepalend gegeven was, maar de liefde- en de zielloosheid in het toewerken naar. Sprekend verwoord vond ik die zin. De essentie van de zelfbevrediging, het zelfstandig zorgen voor uw orgasme, schrijnend mooi verpakt in wat een liefdesspel net zo onevenaarbaar bijzonder maakt : versmelting. Waarbij de persoon die masturbeert met het lichaam van de ander de beperkende gedachtengang heeft dat enkel de lichaamssappen kunnen versmelten. En is het niet de symbiose waar elk levend wezen naar streeft? In een poging even te ontsnappen aan wat al even sprekend existentiele eenzaamheid genoemd wordt?
Ze zeggen dat alles uit zaad bestaat en de wereld één grote moestuin is
dat niet altijd alles met elkaar te maken heeft maar we graag bruggen bouwen.
Als ik bedenk dat moeders ooit ook dochters waren die iemand nodig hadden
om de overkant te bereiken werd ik bang voor de mijne omdat ik haar alleen ken
van de jaren waarin ik zelf nog wist wie ik was en welke rol ik moest spelen, kinderen
zijn van oorsprong wetenschappers. Alleen op mijn verjaardag nam ze mij op schoot
vertelde dat er een plantje in haar was geplant, dat vader de walnotenboom omhakte
om een stoel bij te maken. Soms droomde ik dat de aarde in water veranderde
mijn moeder eindelijk eens gewoon thee ging zetten, de bank bewonen en dat
we het dan zouden hebben over bruggen die altijd tussen twee kanten in hingen
geen begin of einde hadden maar één ding was zeker: ze hadden een reden
om te blijven. Met een bolle buik van het potaarde eten, zei ze onder kaarsjes
uitblazen dat ik nooit zomaar van iemands draagkracht mocht uitgaan, dat zaad bij
de kieming altijd een moeder nodig had, daarna snel groot worden zodat vader
niet alle bomen hoefde te kappen.
Marieke Rijneveld
'Ik heb ergens gelezen dat de verkeerde trein je soms naar het juiste station brengt. We zien wel.'
Uit : De Lunchbox.
Een prachtige indiase film over aandacht hebben voor elkaar.
Of niet.