thuishaven
We zijn de 35de week van 2025
Zoeken in blog

Inhoud blog
  • K3
  • Kathleen Aerts
  • Elke Taelman
  • Beatrice Egli
  • Elke Taelman
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rustig genieten van gedichten, liedjesteksten, muziek, vertellingen, prenten en foto's.
    Welkom in mijn thuishaven. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
    30-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kinder-idylle. Soera Rana

    Zwart waren haar stralende ogen, haar lokken zwart,

    wild zwierend om de bruingebloosde wang,

    wanneer bij het spel de morgenfrisse lippen,

    gelijk een bloem om het parelend hart ontplooid,

    zo tartend krullen kon. "Kom mee, kom mee",

    en ik schoot haar door de gaarde na. Waarheen?

    Verdwenen was ze, of neen, de smalle sloot

    vereiste nauw een sprong. Gewis, hier liet

    de haagdoorn een opening. Zie daarginds,

    glipte iets de zee van het ruisend graanveld in.

    Daar fladdert in de verte een rode slip,

    schalk wenkend uit der halmen deinend goud.

    Ha, vind ik u dan hier, klein heksje? Stil,

    gedoken aan de holle greppelkant,

    trok ze in der haast de zwellende aren neer,

    en maakte, soms eens omzien met een lach,

    begeerlijk de weke korrels prijs,

    tot halm bij halm, noch flus verleidelijk zwaar,

    en onder het gewicht van de edele vrucht gekromd,

    in ijdele fierheid thans het hoofd opstak.


    "Gestolen wateren zijn zoet". Ik gleed

    in dartele moedwil aan haar zijde neer,

    en roofde van haar roof. Als het klateren zacht

    van de duinbeek, klonk het murmelen van haar stem,

    half door de vrees des wachters van het veld

    gedempt, daar voor de leus haar vlugge hand,

    de buit te beveiligen zocht. De vette kluit,

    zond geuren op door smachtend gras en mos.

    En stoeiens moe lag ik dromend uitgestrekt,

    en snoof in volle teug weer de koelte op,

    met prikkelend zout gekruid: de wind der zee.

    En ik droomde van de zee, wijl het sluimerig oog,

    van korenbloem en klaproos het rood en blauw,

    in het wemelend blond zag wiegen, als ter sluik

    van tikjes zon gekust. De leeuwerik zong

    in het peilloos, peilloos meer van licht omhoog,

    blijde als de stem van de hoop, die het jonge hart,

    van ver het lokkend lied van de toekomst zingt.


    1884







    30-11-2013, 07:19 Geschreven door André  


    29-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tweede gebed. Soera Rana

    O, ik vergeet u, ik verlaat u te allen tijden,

    ja, u, mijn God. Gij strooide zilvervuur

    van sterren, op uw kleed van klaar azuur.

    Gij liet de zon in uw vingers glijden,


    Gij bouwde om mij, arme, een blanke muur

    van eindeloze genade, schoon haar ontwijdden

    mijn zonden als scharlaken, schoon geen lijden

    te stalen scheen, de onmacht van de natuur.


    Wanneer loofde u mijn zang, zijn uw geboden

    de veilige weg die vast mijn voet betreedt?

    Ik sidder voor uw zwaard, dat mij kan doden.


    Uw schrikbare heerlijkheid, uw sterrenkleed,

    uw troon, waarvoor valt het rijk der valse goden,

    maar toch, ik kom tot u, die alles weet.


    (Aan de dichteres Hélène Swarth)






    29-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    28-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gebed. Soera Rana

    O God, voor wie ik knielde in het stof, het behaagt u

    mij aan te nemen voor uw rechter stoel,

    ondanks een hart, voor zovele weldaden koel.

    In ootmoed kom ik tot u, Vader, en ik vraag u:


    doordring mij van uw vlammend, rein gevoel,

    ontferm u, ontferm u over mij. Ik beklaag u

    mijn ontrouw, gij getrouwe; ja ik verlaag nu

    uw eer, uw heilige naam, uw liefdedoel.


    O God van het licht, ik heb immer trouw bevonden,

    uw liefde, al deinsde ik angstig voor uw roe,

    rechtvaardig straffend alle zonden.


    Ach, telkens weer zalft gij de wonden toe,

    van die daar ligt in ketenen gebonden,

    barmhartige God, genezend nimmer moe.


    1903









    28-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    27-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De amandeltak. Soera Rana

    Vol liederen waren de bomen,

    de lucht van geuren zwaar,

    de blijde zonnestralen,

    omschenen haar goudblond haar.


    Een bloeiend amandeltakje,

    hoe kleurde dat wit bij dat rood,

    liet hij spelen om voorhoofd en wangen,

    om het halsje en haar flonkerende boot.


    Als nimmer nog zag hij haar blozen,

    die zalige morgenstond,

    hij zocht een blik van haar ogen,

    hij kuste de lachende mond.


    De zonnestralen omschijnen,

    aan het venster haar doods gelaat,

    omschijnen haar grijzende lokken,

    en somber weduwengewaad.


    Zij staart naar buiten, en hoort niet

    der vogelen lustig geschal,

    zij ziet niet de kleurenschakeringen,

    de bloemen zonder tal.


    Zij ziet, met stille gebeden,

    een glimlach en een traan,

    het dartel bloesemtwijgje,

    voorlang tot stof vergaan.








    27-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    26-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sleutelbloem 2. Soera Rana

    Lieflijke bloem,
    Primula Veris,
    vriendelijke, ik noem u,
    bloem van het geloof.

    IJlings, op het eerste
    wenken van de hemel,
    snelt gij hem tegen,
    opent uw kelken.

    Zie het is lente,
    sluipende nachtvorst,
    killige nevelen,
    mogen haar sluieren.

    Toch gij gelooft het,
    dat de gewenste
    Goddelijke lente herleeft,
    opent uw kelken.

    Ach, maar daar dringt u,
    loerend de nachtvorst,
    dodelijk in het hart,
    laat het verwelken.

    Maar de gelovige
    ziel van de bloem,
    gaat niet verloren.











    26-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    25-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sleutelbloem 1. Soera Rana

    Lieflijke bloem,
    zijt gij zo vroeg reeds,
    wedergekomen?
    Welkom, ik groet u,
    Primula Veris.

    Zachter dan alle
    bloemen der weide
    hebt gij gesluimerd,
    lieflijke bloem,
    Primula Veris.

    Gij alleen hoorde,
    het eerste, zoet lokkende,
    levensverwekkende
    lentegefluister,
    Primula Veris.

    Mij ook in het hart,
    bloeide voorlang,
    schoner dan alle
    bloemen der liefde,
    Primula Veris.

    Soera Rana  is geboren te Java in 1845 en overleden in 1920.
    Zijn echte naam is C. Terburgh. Hij schrijft ook onder pseudoniemen Isaac Esser jr. en W.R. van Groenendael.


    25-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    24-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Twee liedjes. G.H. Priem

    Twee liedjes.

    I.

    De blanke bloem, geboren

    In 't witte morgenlicht,

    Sluit bij het dagvergloren

    De blaren dicht.

    Maar 't gouden hart blijft gloeien

    In de ambergele kluis,

    Die lauwe geure' omvloeien

    En nachtgeruisch.

    Zóó is mijn ziel een bloeme,

    Wier fulpen urn omvat

    Wat menschentong niet roeme:

    Haar zonneschat.

    II.

    Ik sta en tast in 't duister,

    Ik sta en tast rondom,

    Toch is verborgen luister

    Alom.

    Ik sta en hoor in 't duister,

    Maar zwijgen is rondom,

    Toch is een vreemd gefluister

    Alom.

    Ik sta en wacht in 't duister,

    Mijn lippen blijven stom....

    God, wat geheim omruischt er

    Me alom?

    24-11-2013, 05:55 Geschreven door André  


    23-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Meiliedje. G.H. Priem

    Als weer de lauwe windekes

    Gaan spelen op de fluit,

    Dan roepen al de kindekes

    De Mei tot koning uit.

    De Meie, de Meie,

    De wereld is de bruid!

    Ze kransen en ze kronen er

    Zijn jongen blonden kop,

    En trekken hem al jolende

    Den hoogsten heuvel op.

    De Meie, de Meie,

    En dansen om den top.

    Dan klappen ze in de handekens

    En zingen blij een lied:

    De Mei is koning in het land

    En schooner is er niet.

    De Meie, de Meie,

    Die glimlacht als hij 't ziet.

    Zijn droomblauwe oogen tintelen,

    Zijn glimlach is zoo zoet,

    Er sparkelt uit zijn blonde haar

    Een glans als zonnegloed.

    De Meie, de Meie,

    Die maakt de wereld goed.

    23-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    22-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liedjes. G.H. Priem

    I.

    Als rinkelgetrommel van tamboerijn

    En geklepper van castagnetten,

    Zoo zal nu dit simpele liedje zijn

    Om danspasjes bij te zetten.

    Voetje hier, voetje daar, draai nu rond, zie zoo,

    Met sleepjes en stapjes en draaitjes,

    Twee naar links, twee naar rechts, nu gekeerd heel vlug,

    En terug weer met kleine zwaaitjes!

    In mijn hoofd zat dit wijsje en 't moest er uit,

    Als een vogeltje, dat wou vliegen.....

    O, wat een plezier, dat ik daarop nu

    Jou lichaampje-lief zie wiegen!

    Als rinkelgetrommel van tamboerijn

    En geklepper van castagnetten,

    Zoo moest er dit simpele liedje zijn

    Om danspasjes bij te zetten.

    II.

    Zooals een lichtje schemert,

    Goud-bevend in den nacht,

    Zoo neuriet door mijn leven

    Een liedje, teer en zacht.

    Een liedje van verlangen,

    Een liedjen als een droom,

    Die huivert bij 't ontwaken

    En vlucht met bleeken schroom.

    Een liedje als menschen-weenen,

    Violen-fluisterklacht......

    Wilt g'ook dat liedje zingen,

    O liefste, zing het zacht!

    22-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    21-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vogelliedje naar de oude trant. G.H. Priem

    Vogeltje, stipje in de lucht, zo klein,
    zoudt gij mijn eigen beeld niet zijn?
    hoog omhoog, waar de wolken gaan,
    laat gij uw klapperende wiekjes slaan,
    twettert en twinkelt ge uw zilveren lied,
    en de mensen omlaag, die horen u niet.

    Zijt gij bekoort door uw eigen zang?
    Twettert gij daarom zo luid en lang?
    Strooit ge daarom op het windje uit,
    zonnige sterretjes goudgeluid?
    Stil als een scheepje op het water zacht,
    wiegt ge u een wijl op uw donzen schacht.

    Torens en huizen en mensen zijn,
    zo ver en zo laag en zo klein, zo klein,
    het werelds geluid dringt maar flauw, heel flauw,
    door tot u, zanger van het hemelsblauw,
    smarten en vreugden, en wat daar is,
    blijft voor uw ogen geheimenis.

    Slechts om u heen, in de zonneschijn,
    leven en zweven uw liedjes fijn,
    drijven ze als vlokjes zilverschuim,
    op de deinende golfjes van het hemelruim,
    dobberen ze weg, waar de wind ze leidt,
    door de blauwe ruimten van oneindigheid.

    Maar van enkel zonneschijn leeft gij niet,
    en uw hongerig maagje, dat vult geen lied,
    vogeltje, stipje in de lucht zo klein,
    zoudt gij mijn eigen beeld niet zijn?












    21-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    20-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liedje naar de oude trant. G.H. Priem

    In het oosten rees de maan,
    stak er al de sterretjes aan,
    deed ze lustig branden,
    het blikkerde en flikkerde overal,
    op de heuvels, in het dal,
    en over de stille landen.

    Jubelend steeg het gewiekt geluid,
    nachtegaals trompetje uit,
    en het windje stroomde,
    zacht langs bladerkroon en tak,
    van het groene loverdak,
    waar Lizette droomde.

    Het schone blonde kind daar lei,
    dicht met de oogjes allebei,
    en de lipjes open,
    door de takken kwam het licht,
    over haren en gezicht,
    sluiksgewijs gekropen.

    Was ik, Lizette lief, de maan,
    ik raakte kind, uw hartje aan,
    deed van liefde het branden,
    en mijn bleke zonnepracht,
    spreidde ik om uw schouders zacht,
    met mijn leliehanden.

    1895



    20-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    19-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van een meisje. G.H. Priem

    Ik zag haar over de leuning leggen,
    Ik zag ze, maar hoe ze wel was kan ik niet zeggen,
    ze was zo mooi, zo mooi in de zon,
    die om haar danste, en toen ze begon
    te lachen, heel even, met fijne geluidjes,
    te lachen, te lachen, zo lief en zo guitjes,
    toen wou ik wel wezen de warme zon,
    die haar met zijn warmte omvatten kon.

    Heel omvatten met bevende armen,
    in flikkerlichten om haar hoofdje zwarmen,
    kussen haar ogen en zijdig haar,
    was ik, was ik, de zon toch maar,
    ik zou haar over de leuning leggen,
    maar de zon kon ik niet zijn, en ik wist niet te zeggen,
    wat ik wel zijn wou, neen, zon ook niet,
    zon niet en maan niet en warmte niet.

    Ik wou het hekje niet zijn, waar ze over lei,
    haar mond niet, haar hals niet, haar harenzij,
    wilde ik niet wezen, ik moest haar zien,
    zien en horen en voelen, en
    in en om haar en bij haar zijn,
    als op de bloemen de zonneschijn,
    ik zag haar over de leuning leggen,
    wat ik wou wezen kon ik niet zeggen.

    Ik zag haar over de leuning leggen,
    wat ik haar zeggen wou kon ik niet zeggen,
    woordjes wou ik hebben van goud,
    spreken dat vond ik veel te koud,
    woordjes van goud die ik kon zingen,
    zo zacht dat ze haast in de lucht vergingen,
    woordjes als vlammetjes om je aan te branden,
    rood in het midden en goud om de randen.

    Maar een stem, och een stem, is zo een nuchter geluid,
    en de wind die blaast de woordjes uit,
    ik zag haar over de leuning leggen,
    wat ik haar zeggen wou, kon ik niet zeggen,
    ik zag haar over de leuning leggen,
    ik zag haar gezichtje in het water leggen,
    stil in een spiegel van enkel goud,
    geurtjes asemde het groene hout,
    kleurtjes lachte de bonte wei.

    Toen met haar voetjes allebei,
    schoof ze van het plankje en wipte omlaag,
    in de mollige waterlaag,
    het water dat spatte met kleine vonkjes,
    het meisje dat lachte met kleine lonkjes,
    liep door het water met zacht geplas,
    of ik dat simpele water was,
    en toen ze weer aan de oever stond,
    was ik weer liever de groene grond.

    Meisje, o meisje, je weet het niet,
    liefde is verlangen en geeft verdriet.






    19-11-2013, 08:55 Geschreven door André  


    18-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liedje voor Rosinde. G.H. Priem

    Blonde Rosinde, ziet ge niet
    hoe de zon haar pijltjes schiet,
    door de groene linde?

    Geloof me, het is op jou gemunt,
    zonnetje, zonnetje, och, je kunt
    toch haar hart niet vinden.

    Ik heb er al jaren naar gezocht,
    heel wat uurtjes doorgebrocht,
    onder de groene linde.

    Als er de maan scheen bleek en koud,
    Als er de zon scheen warm en goud,
    droomde ik er van Rosinde.

    Kapelletjes stoeien om het huis,
    het windje zingt met zacht gesuis,
    door de groene linde.

    Alles is zon en alles is geur,
    Alles is klank en alles is kleur,
    om het nestje van Rosinde.

    Haar venstertje is dat kleine daar,
    hoe vrolijk grijpen de takken er naar,
    de takken van de oude linde.

    De bladeren kijken de kamer in het rond,
    o blaadjes, blaadjes, of gij daar vond,
    een hartje dat mij beminde.

    1891
    G.H. Priem 1865-1933 Amersfoort




    18-11-2013, 08:01 Geschreven door André  


    17-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Steden in oude prenten 1
    Mechelen, Brussel, Scherpenheuvel en Roeselare uit grootmoeders tijd. Zo schoon.















    17-11-2013, 20:36 Geschreven door André  


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Avondstond 2. Marie Metz-Koning

    Gebogen met op mijn schouders een drukkend juk,
    weet ik de lege vrees van elk geluk,
    wat zal mijn hand nog bloemen breken gaan?
    wat heb ik met mijn eigen vreugd gedaan?
    aan ieder einder, heimelijk, lacht de dood,
    toch kleurt de lucht van late liefde rood,
    toch trilt het licht van de Avondster zo vroom,
    als wist zij nog mijn eerste liefdedroom.

    Toch ligt de wereld vol verlangen uit,
    als wachtte mij een blijde liefdebruid,
    toch streelt de wind mij als een liefdehand,
    en geurt de vlierboom aan de waterkant,
    en witte vlinders, die hun minnaars zijn,
    drinken de liefde als zoete honingwijn,
    en een gesuizel in de lovers spreekt,
    of in een zacht erbarmen alles breekt.

    En in de tranen die ik zwijgend schrei,
    gaat alles, waar ik langs ga, mij voorbij,
    zoekende handen zijn de bladeren thans,
    rondom mijn lokken ligt een sterrenkrans,
    en wat de mensenliefde mij niet biedt,
    breng ik de mensen in mijn eenzaam lied,
    de bleke weemoed die ik heb verstaan,
    de lach van ouderen die al sterven gaan.

    De blik van kinderen naar mij opgericht,
    een lief en niet begrijpend vrouwgezicht,
    in mannen wat van schuwe eerbiedigheid,
    één enkele ziel die als de mijne strijdt,
    en dat mij eigen liefde, godengroot,
    en het vreemde leven, dat overwinnend vlood,
    en het hijgend stijgen in mijn eigen pijn,
    om eindelijk bij God, een mens te zijn.







    17-11-2013, 08:43 Geschreven door André  


    16-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Avondstond 1. Marie Metz-Koning 1921
    De blanke peinzing rijst ten hemel op,
    een vogel fluit in iedere boomtop,
    mijn voeten moede, door de velden fluisteren,
    wat schoon is zal nu hoorloos verduisteren,
    ik weet het niet, waarom mijn hoofd gebogen,
    nog luistert naar een kleine liefdelogen,
    ik weet het niet, waarom mijn ogen gaan,
    waar ik een woord van weemoed heb verstaan.

    Koel is de wind, mijn denkend voorhoofd over,
    Koel is de nacht, in het zwart gebrande lover,
    en in mijn borst mijn ganse leven schreit,
    om één dag van eeuwige eenzaamheid,
    Wie was er, die mijn trouwe handen nam?
    Wie was er, die ten troost bezijde mij kwam?
    Had ik een moeder? Was mijn vader mijn?
    Zouden mijn broeders wel mijn broeders zijn?

    Mijn zusters ogen logen wat ik zocht,
    Mijn liefste vlood waar ik om liefde vocht,
    de avond is koel rondom mijn eenzaam hoofd,
    ik heb vergeefs de dag te schoon geloofd,
    en waar mijn zekere blikken angstig gaan,
    zie ik het hoge schoon ter dode gaan,
    bij bange lichten uit de huizenramen,
    hokken de anderen in hun armoede samen.

    En ik alleen, een ongekende God,
    voel soms alleen ergernis en spot,
    de heide wijkt thans naar de eindeloze nacht,
    de nachtegaal vergaat in eigen klacht,
    de weide ligt in nevels weggewist,
    de dag heeft in zichzelve zich vergist,
    mijn trotse hoofd, in koele en moede pijn,
    weet maar alleen van eeuwig eenzaam zijn.




    16-11-2013, 07:47 Geschreven door André  


    15-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Troostgezegden. Johan Huijts

    1.
    Wanneer het nacht gaat worden, goedenacht,
    de dag heeft ons zijn rijke vreugd gegeven,
    welke herinnering dit late leven,
    en deze eenzame het leed verzacht.

    Wij hebben ons te vaak samen gedacht,
    in één gedachte bij elkaar verbleven,
    dan dat wij voor dit afscheid zouden beven,
    bang voor de eenzaamheid van deze nacht.

    Goedenacht: wij gaan tezamen dezelfde wegen,
    al schijnen wij in deze donkerte alleen,
    en wordt er van ons beide nu gezwegen,
    al gaan wij stil en voor ons zelve heen.

    Goedenacht: wij gingen dikwijls zo verlegen,
    terwijl wij geen woord te zeggen wisten geen...  

    2.
    Wij hebben ons in stilte uitgesproken,
    als wij geen woord meer wisten, en het woord
    dat wij samen laatst hebben gebroken,
    nu aan deze zelfde stilte toebehoort.

    En heeft zich toegevouwen en geloken,
    is haar geluid in dit geluidloze oord,
    en tussen haar bladen weggedoken,
    haar zeggen en haar zachte zin verloor 't.

    En nu ons lijfs nabij-zijn ons ontgaat,
    zich in deze donkerte nu af gaat keren,
    en nu de nacht haar ogen-thuis verlaat.

    Ik weet dat gij nog altijd naast mij gaat,
    en tot mijn ogenverlangen weer zult keren,
    wanneer de eerste vogel morgen slaat.

    1908











    15-11-2013, 07:51 Geschreven door André  


    14-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De dood van een kind. Johan Huijts

    Haar riep het koele licht al vroeg naar buiten,
    zij maakte in het huis maar klein gerucht,
    van stamelwoordjes, lachjes en een zucht,
    van zaligheden die zij niet kon uiten.

    Het licht scheen bij haar in achter de ruiten,
    het glanzend raam, het veilige gehucht
    van haar oogopslag, waarin de lucht
    gespiegeld lag, in droomver opensluiten.

    Daarom is zij gegaan: zij kon niet blijven,
    binnen de veiligheden van ons hart,
    uit levens weifeling is zij ontward,
    wel wetende van statiger verblijven.

    Een stil vertoef voor hen die zonder smart,
    en achteloos voorbij dit leven drijven.

    1922

    14-11-2013, 07:42 Geschreven door André  


    13-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedenken. Johan Huijts

    Over het bezige van mijn handen,
    is weer de nacht gevallen: na en ver
    is mij de zekerheid van één ster.

    Leeg en bevreemdend zijn de lage landen,
    waarheen de oude weemoed mij verbande,
    geen lamp bleef branden in een klein venster,
    van veiligheid en hoop, en geen genster,
    glimt in het begeven van deze duistere wanden.

    Een ster: nu ben ik naar het licht gered,
    van mijner dromen glinsterend vermoeden,
    een glanzende rivier die is gebed,
    in banen van het smartelijkst verbloeden.

    In vage donkerten het blinkend wed
    van wateren, inzichtige en goede.

    1921




    13-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    12-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onafwenbaar. Johan Huijts

    Ziet, ziet dit wisselend spel van komen en gaan,
    dit spelen met het doen en de gedachten,
    een strak verscheiden en een aarzelend wachten,
    in wijd verlangen voor u openstaan.

    Verschuilen willen wij ons achter waan,
    en wij willen van elkander wegtrachten,
    wij willen enkel gaan door verre nachten,
    tussen de bomen door van een sombere laan.

    Maar daar is deemstering in het verschiet,
    van ogen die dit van elkaar niet dogen,
    en komen naar elkander toegetogen,
    om saam te zijn in dit en elk verdriet.

    O ziet hoe zij zich tot elkander bogen,
    en hen de schaduw van de nacht verliet.

    1919

    12-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    11-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herfst. Johan Huijts

    Verwondering die ons wilde nederslaan,
    werd dan in stille weemoed overwonnen,
    over dichtbije droefheid ver hier vandaan,
    is in een glimlach haar opgang teer begonnen.

    Waar hebben wij dit voor het eerst verstaan,
    en ons in die gedachte ingesponnen,
    die ons met deernis langs onszelf doet gaan,
    met peinzende handen en nu zo bezonnen?

    Stil nu mijn hart, de trage bladerval
    omzoomt met geen geluid de dood der bomen,
    die in de lente luid ontwaken zal.

    Nu stil, want stilte om droefheid is het overal,
    de dood wordt toegedekt met stille dromen,
    tussen de bomen als in een laag dal.

    1919
    Johan Huijts Rotterdam 1897-1995



    11-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    10-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Muitende aarde. Carl Scharten

    1.Muitende aarde.

    Een gele walm welt door de grijze holte
    van de miststraat,
    huizenblokken, bonken hun brokken gestolte
    lava op, in de machteloze volte
    van de bleke hemelen, een oude twist gaat
    scheuren de aarde en de hemelen.
    Stomgeslagen,
    staat dit stil helse ogenblik te wemelen,
    te zwijmelen, de doffe, gele, gele hemelen
    kunnen niet smelten, kunnen niet doorvlagen,
    met kokend, wit fel vloeibaar licht de torenende
    bouwselen klomp.

    2.Verhelderende pijn.

    Er schommelt een bonk van lood, omvacht,
    door de benen wanden
    van mijn holle schedel, wanneer stil, dan wacht
    die, maar buigend, bukkend, dan rolt die zacht
    bonzende aan de randen.
    Mijn weten wordt als een schemerzee,
    waarop dobbert donker
    een logger, maar hoog erboven zwenkt mee,
    een licht in top, met het dompend wee,
    hel denkgeflonker.

    1901





    10-11-2013, 12:33 Geschreven door André  


    09-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mist. Carl Scharten

    De mist is, is...ik voel hem
    rauw in mijn longen neernijpen,
    met versmorend grijs grijpen
    mijn ogenlichten, ik voel zijn klem
    om mij, in mij, de mist neemt mij,
    ik ben gevangen, ik ken hem niet,
    ik voel hem niet met mijn handen, ziet
    zijn zwaaien zover hij wil, om mij.

    God, niet te hebben wat mij houdt gevangen,
    dat  kan ik niet, geef mij o
    ooggloeiingen, dat mijn ogen zo
    branden dat ik ziende word, prangen
    mijn handen dat ik voelende word, ik wil alleen
    de mist één ogenblik, met mijn handen,
    mijn krampvaste handen, de mist ombanden,
    en persen het op mijn borst, van mij alleen.

    1901


    09-11-2013, 07:48 Geschreven door André  


    08-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Holland. Carl Scharten

    Het witte huis lag achter ons, en latende bezijden
    de omschutte moestuin met het koetshuis, doolden wij de
    bossige dreven in van het verlaten buiten,
    een tuinman stond er, die zijn hark stilhield en het fluiten
    staakte, dan harkte weer, het was stil, de lege lanen
    stonden vol zon, een schone dag nog, toch, te tanen
    begon het gebladerte, herfst was het, de kastanjes lieten
    door het dunne bladerdak droefgulden licht vervlieten.

    De goudgele herfstlaan uit, waar alreeds de gevallen
    bladeren ruisvloeren waren om onze voeten, hallen
    fluwelig zonnegroen gaan glanzend voor ons open,
    de zomer is niet dood, zijn licht komt nog gelopen
    door het gloeiend lindeblad van het zonnigste smaragd,
    schemerend over onze hoofden in zijn doorzichtige pracht,
    zo staan wij in het lichtprieel onder de groene bogen. 

    De zuivere lucht is zwaar van aardgeur, en onze ogen
    zijn zoel gestild met het groene licht, dan, waar wij schrijden
    naar een zilverige opening in het geboomte, komt tot ons glijden
    nog zuiverder lichternis, die onze ogen baadt
    in frisser vloeden licht, zie hoe daar opengaat
    de stammenrij, en het glanzend mos daartussen ligt.

    Lichtende blaren heft een struik onder ons gezicht,
    Lichtende blaren doet het geboomte over ons vonken,
    en uit dat bloeiende groenportaal onze ogen blonken,
    verrukkelijk lag de stroom, de zilvergrijze vloed,
    van het blauwe boomverschiet, uit tot voor onze voet,
    en vlietend verder weer, tot waar een ophaalbrug
    zijn gele balkenstelsel gebroken vond terug,
    en donkerder in het kabbelend water, en een toren
    uit dorpse gevelrij zijn leien spits kwam boren.

    O rustig Holland dat aan onze verrukte ogen,
    van het dromend licht der groene bomenlaan betogen,
    zijn stille kleur ontsluit, en fris ze wakker wast,
    met het zacht zilvergeglans van het water dat er plast,
    zachtjes onder ons, dan rimpelend verstuift,
    wijl de koelte dat over de natte vlakte aanwuift,
    langs het blote voorhoofd strookt, O Holland, wil in dromen
    vaak met uw zuiverheid onze ogen kussen komen.



    08-11-2013, 00:00 Geschreven door André  


    07-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Parijse avondstraat. Carl Scharten

    In het stille schemeruur, als onder water
    beschreed ik de grond van een diepe straatgeul,
    hoog aan de lucht glom het laatste lichtgesmeul,
    fjordsteile wallen had de avondstraat er,
    die klommen somber aan de hemelspleet,
    donkerst de laagte in, geen winkel plofte
    vol gaslicht nog, glimmerende ruiten doften,
    een laatste glimp langs het gladde asfalt gleed.

    Zwoel was het in de lucht, ik scheen de slepen
    mijn lome benen tegen vloeistof op,
    die nauwde het ademen, tot met hoevenklop
    voorop, onhoorbaar één van die wondere schepen
    aanvoer, een omnibus, kajuit beneden
    had al zijn raampjes leeg, maar van het dek
    kwam van twee rustige mensen een luid gesprek
    gesprenkeld in de stilte, voortgegleden
    is weer die boot, geen voor doorruist de vaart,
    die golfloos mijn verdronken lijf omklammend,
    volstaat en stinkt, en mijn leden verlammend,
    geen nieuwe luchtheid aanbrengt op haar zwaart.

    1903

    07-11-2013, 08:55 Geschreven door André  


    06-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maartavond. Carl Scharten

    Hoe heerlijk is de langere dag,
    het latere avonduur,
    dat het nog licht is, koel wel mag
    het zijn, de zoete duur
    van de daguren maakt de lente toch,
    lenteschijn in de lucht,
    in het park staan de kastanjes nog
    wel zwart, maar hoe geducht,
    van sappige kracht pronken er al,
    de barstige knoppen op,
    het is stevige vreugde, dra zullen er tal
    van bloeisels dansen tot de top.

    Wat glooien in de schemerstond,
    zachtgroen de grasgazons,
    hoe druppelt deze treurboom rond,
    het sneeuwbloemig katjesdons,
    een krokusbed doet tippelen,
    over de zwarte aard,
    het dicht geel gekelkte, er hippelen
    de mussen door, wipstaart
    zit in een jonge haag al groen,
    klein Jantje, winterkoning,
    wat wil dat ritselend trippen doen?
    het is zijn groene kroning.

    Maar weliger nog is menig struikje,
    vol frutselend geblaarte,
    zo mals en fris gebloeid..., zeg ruik je
    het groen, de vochtige aarde?
    En hoor, hoor, door de stilte fluit,
    een zoete orgeling,
    wellend in juberlborrelen uit,
    wijd door de schemering,
    zie ginder, in die zwarte boom,
    stil op de hoogste tak,
    zit zwart de vogel in die droom,
    van vreugde onder het wijde hemeldak.

    Zijn zoete gorgel kropt vooruit,
    zijn fluitend snepje spert,
    hij zingt de avond in, hij fluit
    naar het stille avondrood, dat uit-
    bleekt over de grijze tuinenverte.








    06-11-2013, 07:57 Geschreven door André  


    05-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sneeuwavond. Carl Scharten

    In de witte winterkamer,
    wijlt heldere schemering
    van sneeuw, die buiten ging
    maakten de straat eenzamer
    en inniger, door bleke
    gordijnen dringt die blanke
    stilte van wit, de klanken
    zijn klein en klaar van spreken,
    als bloemen zonder steel,
    zo eenzaam in de lucht,
    wijl het gaande voetgerucht,
    stilt in witte sneeuwdeel.

    In het witte, sneeuwige licht,
    schemerig door de kamer,
    fluistert een zoet gestamer,
    zoel langs mijn aangezicht.

    Mijn vrouw, wat is er blank
    een jubeling in ons,
    wij kinderen, die dat dons
    zo minnen, die zo rank
    de jeugd jubelen voelen,
    in dit zuivere sneeuwlicht,
    de schemering verdicht,
    maar blankheid blijft, door koele
    en blanke winternacht,
    dromen er bloemen wit
    en geel, geurend. Ik zit
    met jou stil in de nacht.


    05-11-2013, 07:51 Geschreven door André  


    04-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De vorst. Carl Scharten

    Over grijze straatvloeren,
    woei de felle wind, en wij hadden kou,
    wij warme dieren, voeren
    dwars door hem heen, hij wou
    te ijl, wij heel dicht bijeen, en zo
    leek hij te spannen, maar wij spanden.

    Het was een schone tocht, zo
    te lopen als trompetters met koude handen,
    het was een fiere tocht, wij wilden
    bergen opgaan, maar waar anderen faalden,
    waren wij toch bergwillenden, hoe kil de
    ijswind ons joeg, wij keerden niet noch draalden.

    Het was een prachtige tocht, en zegevierend
    kwamen wij thuis, Germaanse vorsten,
    strak lachte ik je toe, het koude harnas bestierend,
    maar hoe zoelde die koelte, als jouw mond open kierend,
    en ving in vocht witte warmte mijn koele dorsten.

    1903
    Carl Scharten  Middelburg 1878- Florence 1950

    04-11-2013, 08:55 Geschreven door André  


    03-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gent in oude prenten 2

    Afbeeldingen uit grootmoeders tijd. Zo schoon.

















    03-11-2013, 20:33 Geschreven door André  


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Droom. Marie Metz-Koning
    Loom door de open vensters zwevend,
    fijn haar grijs gewaad doorwevend,
    van het vochtig manelicht,
    noodlot op het blind gezicht,
    glimlach om de moede mond,
    lange lokken los en blond,
    slepend in haar bleek gewaad,
    komt de blonde droom, en staat
    bij de sponde.

    Donkere wonde
    woelt zij om in het rustend hart,
    bloed geronnen, donker zwart,
    het ongeweten,
    het reeds vergeten,
    het weer gewekte,
    het pas ontdekte,
    het nooit gegrepen,
    het niet begrepen,
    lach die wil sterven  gaan,
    vreugden die derven gaan.

    De droom heeft haar ogen nu open gericht,
    diep als de dood op het mensengezicht,
    bang als een prooi,
    stil in een kooi,
    heftige huivering,
    krimpen in luistering,
    loom heeft de droom nu haar handen geleid,
    over de lokken als vlokken verspreid,
    loom op het voorhoofd dat rusteloos wendt,
    loom op de ziel die zichzelve niet kent.

    Huiverende sluier slaat,
    over het mensengelaat,
    angstig verweren,
    wringen en keren,
    droom spreidt haar handen uit,
    waar zich een wonde ontsluit,
    wonde van donker bloed,
    die nog genezen moet.

    Doordiep haar ogen,
    dieper gebogen,
    mond op de mensenmond,
    blond in haar lokkenblond,
    nimmer te weren,
    nimmer te keren,
    droom zonder medelij,
    die maar zichzelve zei,
    zonder begrijpen,
    zonder te rijpen.

    Grauwgrijze dodenwade,
    bode van Gods genade,
    het slepend kleed bijeen,
    zweeft zij door het venster heen,
    zweeft zij de luchten uit,
    zonder één zuchtgeluid,
    zweeft zij de huizen in,
    weeft zij het leefbegin.

    Allen omspant zij,
    Alles verbant zij,
    grijs, in een ruisloze sluier van zij,
    zweeft zij de wakende zielen voorbij,
    bleek als een nevel waar maanlicht in trilt,
    sluipt zij in de huizen van luisterende stilt.

    1921







    03-11-2013, 07:56 Geschreven door André  


    02-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Morgenstond. Marie Metz-Koning

    De dag is stil ten horizon gerezen,
    De dag zal schoon en trots van afkomst wezen,
    als iedere dag die door mijn leven gaat,
    ik ken mijzelf en het gouden zongelaat,
    mijn eenzaamheid en de eenzaamheid van het al,
    dat, naar zichzelf verlangend, wezen zal
    van eeuwige eenzaamheid, een god gelijk,
    vol trots van eenzaamheid in het eigen rijk.

    Ik voel de boeien van mijn leven breken,
    mijn stem van liefde zal van liefde spreken,
    mijn handen zullen het eeuwig offer geven,
    en de eeuwige kelk in eeuwige hand geheven,
    drink ik de zon mijn eeuwige heildronk toe,
    en wie daar weent, bedorven, droef of moe,
    zal op mijn wenk de eeuwige hemel schouwen,
    waar eeuwige sterren, eeuwige woorden bouwen.

    Ik ken alleen de lach die niet vergaat,
    de lach die afglanst van het zongelaat,
    de lach die God lacht over alles heen,
    en licht is in de tranen die ik ween,
    ik weet de wereld in de glans van het goede,
    de eeuwige bronnen, waar de nimmer moede,
    zijn geest aan laaft in eeuwig rijke jeugd.

    Ik weet de mensen blinken in stille vreugd,
    dat wat zij zelf niet kennen en niet weten,
    dat wat zij in blinde mensenwaan vergeten,
    ik weet mijn eigen lokken blond van de zon,
    en in mijzelf de blonde zonnebron,
    wijd in mijn ogen is iedere liefde onthuld,
    wijd in mijn borst vergiffenis voor schuld.

    En als daar zangen van mijn lippen stromen,
    dan zijn het woorden die van goden komen,
    ik groet u zon, gij koning van onze aarde,
    die wat daar schoon is in een godlach baarde,
    wijd zijn mijn armen en mijn ogen wijd,
    danken de morgen en zijn heerlijkheid.

    1921






    02-11-2013, 07:45 Geschreven door André  


    01-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liefde 2. Marie Metz-Koning

    En in de vrouwenogen het wonder lichtte,
    En in de mannenogen het wonder zwichtte,
    een blauwe vonk van overwonnen vuur,
    hel van de toren sloeg het roepend uur,
    de blauwe dag was als een vlam geworden,
    om de al te grote hitte er enkelen morden,
    maar zij die minden wisten maar alleen,
    hun heimelijk denken naar elkander heen.

    En al de garven die daar ruisend vielen,
    deden als knieën in aanbiddend knielen,
    en iedere band, de schoven rond gebonden,
    wou als een ring der vrouwen trouw verkonden,
    daar was een zonzoening langs de hoofden,
    die niets dan liefde en lief geluk beloofde,
    en telkens stal een stille blik de ander,
    van twee die wisten enkel maar elkander.

    Zo weefde het leven het wonder in de borst,
    die nog niet spreken, enkel hopen dorst,
    en hoger klom de zon op het blonde veld,
    een koning die een liefdessprookje vertelt,
    en ziet gebeuren in zijn koningsogen,
    het wonder van het hoogste mededogen,
    en moe in het mateloos geven van zijn licht,
    was achter het donkere bos de zon gezwicht.

    Een rood wolkenbed was uitgespreid,
    de moede held werd er in neergeleid,
    en uit de populieren riep een koel geluid,
    één enkele vogel die er 's avonds fluit,
    en lachend en in woordeloze gang,
    gingen de mannen en vrouwen, lang
    tot bij het dorp, waar elk zijn woning had.

    Wat kinderen speelden blij  bezij het pad,
    en riepen jokkend hier en daar een groet,
    rood rees het licht in laatste overmoed,
    en spreidde een waaier langs de hemel uit,
    de bomen ruisten suizelend geluid,
    sonore klanken trilden van de toren,
    en in hun klank werd de avondster geboren.

    En het roezig haar zich strijkend van het gelaat,
    voor het kleine spiegeltje een meisje staat,
    een onbekende lach op haar gezicht,
    haar eigen ogen op haar zelf gericht,
    wat het toch zijn zou dat hij haar verkoos,
    en dat zij hem nu liefhad voor altoos,
    en langs het venster zong de wind gezangen,
    van eerste liefde en allerliefst verlangen

    1920


    01-11-2013, 09:04 Geschreven door André  


    Videoweerbericht
    De plaatselijke tijd in Brussel:
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek



    Blog als favoriet !

    Startpagina !

    Mijn favorieten
  • Venster op de wereld
  • Restaurantgids
  • boeken
  • Wikipedia
  • Nieuwe encyclopedie
  • Vertalingen
  • Synoniemen
  • Onze Taal
  • Wetenschappen

  • Zoeken met Google



    Archief per maand
  • 03-2024
  • 02-2024
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs