 |
We zijn de 35de week van 2025
|
 |
|
 |
Rustig genieten van gedichten, liedjesteksten, muziek, vertellingen, prenten en foto's. |
Welkom in mijn thuishaven. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. |
 |
09-02-2016 |
Excelsior 1. Willem Gijssels |
De hemel blikte dreigend neer,
bezwangerd droeg hij droevig weer,
en neveldampen dwaalden rond,
de enge benarde grijze grond,
terwijl een teder jongeling,
met onverschrokken schreden ging,
een woord ontsnapte zijne mond,
gelijk een zucht zo zonderling:
Excelsior.
Zo zwaar en zwart het duister viel,
zo zeer beklemde zijne ziel,
hij droeg een lamp, hij droeg een staf,
hetgeen hem de Meester mede gaf,
hij ging en het was bij elke tred,
alsof hem kracht werd bijgezet,
hij ging en keerde nimmer laf,
gedreven door een diep gebed:
Excelsior.
Plots barstte de orkaan loeiend los,
wildstormend boven het beukenbos,
daar was de jongen in gegaan,
en keek het heilig wonder aan,
het scheen, dat elke bliksemschicht,
hem sprak van het voorgeziene licht,
en verder trok hij op de baan,
den blik naar het vlammen woord gericht:
Excelsior.
Excelsior betekent "hoger op"
09-02-2016, 09:44
Geschreven door André 
|
|
 |
08-02-2016 |
Boosheid. Willem Gijssels |
Het is gedaan met groot geluk
uit liefde's kelk te drinken,
vermorzeld zag ik stuk na stuk
in 's levens vloed verzinken.
Nu heeft de boosheid mijn ziel
met webben overweven,
wanneer haar het enig doel ontviel,
de bron van haar leven.
Hij, die de bron heeft verwoest
kan ik geen vijand heten;
maar waarom het mij gebeuren moest,
waarom? dat wilde ik weten.
Schep moed mijn hart, ge zult een weg
naar beter vreugde banen,
verdrijf der boosheid laf beleg,
geen liefde zonder tranen.
08-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
07-02-2016 |
Doe stil voort 3. Willem Gijssels |
Gij denker, in wiens brein gedachten krachtig woelen,
verhef uw stem, luid als louter zieleklank,
verdrijf de nuchtere vrees, elk droevig voorgevoelen,
de waan vermorzelend op der waarheid martelbank.
Gij dromer, wie ge zijt met scheppend geestvermogen,
bewerk de barre grond tot uw gedacht gedijt,
bewerk, al bleef het ook bij een onvruchtbaar pogen,
al viel het nietig neer in woeste stormenstrijd.
O denker, poog de vloed te stremmen noch te smachten,
gelijk de zaaier: zaai, ge kent de toekomst niet,
er groeien uit elk woord vernieuwde levenskrachten,
terwijl een nieuwer licht door Gods geheimen schiet.
En bleef het zonder vrucht, verstoten, onbegrepen,
of sloegen stormen neer het reeds gedijde woord,
de vreugde zult ge toch zieltogend medeslepen,
te hebben het woord gezaaid, en daarom: doe stil voort.
07-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
06-02-2016 |
Doe stil voort 2. Willem Gijssels |
De boer hij slingert door de grond de stalen kouter,
bespiedt begerig ginds de kromgebukte meid,
mij schijnen beide beelden, offeraars, ten outer
van eigen levensvreugd voor anderer zaligheid.
Hij smijt met forse zwaai het zaad in de akkervoren,
terwijl hij in de boezem ruwe liefde spijst
voor het meisje wier gestalte spookt in het avondgloren,
hij zaait, toch weet niet eens of ooit een halmken rijst.
Hij weet het niet, zal eens de liefdewelle vlieten,
wordt eens zijn hartgebons, zijn heimelijk lied gehoord,
zal uit het bezaaide veld een zee van halmen schieten?
De boer hij weet het niet, en daarom doet hij voort.
06-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
05-02-2016 |
Doe stil voort 1. Willem Gijssels |
De volle halmen hellen moede, ruisen, beven,
ze zingen mee de zang, het plechtig avondkoor,
de boer die heeft een tijdelijk ander leven,
wanneer hij vrijend slentert langs het karrespoor.
Hij ziet het onheil niet in het wolkenheir verborgen,
zolang hij met ruwe greep het liefje driftig knelt,
hij ziet de storm niet, die zijn halmen, morgen,
de halmen, vrucht van zweet en zwoegen, nedervelt.
De twijfel is uit het hart, de last uit het lijf gevlogen,
de neiging doet er nieuwe krachten in ontstaan,
en toch de liefde heeft verraderlijk gelogen,
slechts ijle schimmen zijn het die langs de akker gaan.
Slechts ijdele schimmen, morgen zal de waarheid stijgen
uit puinen van het hart, uit puinen van het oord,
hij kent het noodlot niet daar hart en halmen zwijgen,
hij voelt zich liefdesterk en daarom doet hij voort.
05-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
04-02-2016 |
De toren 2. Willem Gijssels |
Door de groene weiden, langs de blonde Scheld,
overal waar uw bronzen klokken
wederklinken, heeft de vreugde mij vergezeld
overal, en waarheid heeft ze mij verteld
bij het geklingel uwer bronzen klokken.
Toren zoete zanger, eens hebt gij gespeeld,
lustig spel met uw bronzen klokken,
ik was bedrukt, mij tergde menig lijdensbeeld,
waarom hebt gij dan mijn droefheid niet gedeeld
in het geklingel uwer bronzen klokken?
Ik heb het u vergeven, hamer nu maar voort,
martel dapper uwe bronzen klokken,
breng herinneringen, wek vergeten woord,
ik heb mijn eigen vreugd, mijn eigen leed gehoord
in het geklingel uwer bronzen klokken.
04-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
03-02-2016 |
De toren 1. Willem Gijssels |
Toren, wien geen leeftijd de kop verwart,
eeuwen zongen uw bronzen klokken,
een zee van harmonieën in mijn hart
ruist en bruist er mijn vreugde, mijn smart,
bij het geklingel uwer bronzen klokken.
Vaardig, zo gelijk een wachter trots en trouw,
tronend fier uw bronzen klokken,
neemt ge rustig het Denderdal in ogenschouw,
delend liefdevol en feestgetij en rouw,
in het geklingel uwer bronzen klokken.
Alles hebt gij afgeluisterd met geduld,
dit getuigen uw bronzen klokken
met de stemmen uit het verleden nog vervuld,
en wie weet, een blijde toekomst wordt onthuld,
door het geklingel uwer bronzen klokken.
Menig kunstenaar, die het land tot roem verstrekt,
hoorde het lied van uw bronzen klokken,
rusten velen reeds met lof en dank bedekt,
anderen komen moedig aan, fris opgewekt
door het geklingel uwer bronzen klokken.
03-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
02-02-2016 |
Thames. Willem Gijssels |
De klokken van Sint-Paul's en Westminster abdij
slaan over in een tweestrijd tot krakelen,
of zingen weer bedaard één machtige melodij
eendrachtig als een reidans van gespelen.
De Thames rolt haar brede baren ongestuim,
alsof de klanken haar onstellen deden,
die bonzen op en tuimelen door het hoge ruim
tot in de stroom, en sterven daar beneden.
De meeuwen wanen zich in zee, in wijde vlucht,
zij gunnen hun wieken geen verpozen,
verschijnen en verdwijnen in de nevellucht,
de droeve geest van zoveel vreugdelozen.
Eens zag ik u, geworsteld uit de nevelpoel,
o Thames, in een droom van licht verdwalen;
dan was aan uwen bontgekeiden zoom, gewoel
van jeugd en leven en van zonnestralen.
Dan wist ik u te midden mijn geluk geleid,
geluk zo zeker, slechts een vroom betrachten;
thans als ik u herdenk, is het met de bitterheid
mij ver te voelen van mijn droomgedachten.
02-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
01-02-2016 |
In het woud. Willem Gijssels |
De morgen doet het woud
uit zijn slaap verrijzen,
in grijze nevelwieg
hangt het lover nog te bijzen.
Daar klinkt een rieten stem
alsof er bij ontrolde
het herderstafereel
uit Tristan en Isolde.
De zanger ongezien
blijft in de mist bedolven,
wie hoort zijn melodie
op het morgenwindje golven?
De werker snelt voorbij
hem wachten radertuigen,
die eens de laatste lucht
nog uit zijn boezem zuigen.
De rijke draaft voorbij
omringd van amazonen,
het paardgetrappel breekt
de vlucht der rieten tonen.
De boer en hoort het niet,
het is hem van gener waarde;
hij trekt naar het dauwend veld
gaan wroetelen in de aarde.
Wie hoort zijn melodie
zoet helmen door de bomen?
Gij zijt het dichterziel,
verliefd tot hier gekomen.
Gij hoort een eigen lied
uw scheppend rijk ontvlieën,
dat zo oneindig is
als het rijk der melodieën.
01-02-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
31-01-2016 |
Na de regen. Willem Gijssels |
Het zal uit zijn met de regenvlaag,
haar wrok is uitgeworsteld,
gebroken ligt de wolkenlaag,
met rode schijn doorborsteld.
De zon drijft de laag uiteen,
alvorens neer te duiken,
om nog een weinig het wolkgeween
te domen doen en smuiken.
Het mocht uit zijn: het lang bedropen land
ligt walgens zat gezopen;
de muggen moeten het weten, want
ze zwermen nu met hopen.
De spinnekop verlengt de draen,
van haar spinnewebben;
ze toont genoeg dat wij voortaan
schoon weder zullen hebben.
31-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
30-01-2016 |
Avond. Willem Gijssels |
Het avondt. Op de stove
het eten en er rond
wat drogend lijnwaad walmend,
de kinderen en de hond.
Een roker, die de dampen
met blauwe wolk beleidt,
een vrouw, nooit verlettend,
dat nu een poosje breit.
Stil in een hoek gekropen
het goedig spinnewiel,
als vierpoot die verouderd
in ongenade viel.
De roker schijnt te zoeken
wat hij vertellen zou,
en zwijgt, en schuifelt olijk
een dampring in de schouw.
Steeds grauwer wordt de schaduw,
wijl het stoveken laaielicht,
dan komt de vrede binnen
en doet het deurtje dicht.
30-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
29-01-2016 |
Regenvlaag. Willem Gijssels |
De regenvlaag, een schouwspel van
mij ongekende vreemdte,
draagt mijn gedacht, drijft uit mijn hoofd
een ongezonde leemte.
Hoor het ruisen van een groot geweld,
gesleerd tot uit de hallen
der wolken waar een dolle wind
de dans zich laat gevallen.
Wat moeten hemel aarde lucht,
een tal gedrochten dragen,
die de oudste vaderen dichten deden,
het wonderboek der sagen.
Walkuren stormen op de vloer,
der grauwe wolkenrotsen,
en reuzen steigeren naar omhoog
om het Walhalla neer te botsen.
Hoor het ruisen en het zwaar getik
der droppels op de ruiten,
het is binnen beter zeg ik, mens,
een hondenweer is het buiten.
29-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
28-01-2016 |
Verloren tijd. Willem Gijssels |
De klokken slagen langzaam uit
het hoeveelste levensuur,
ze komen om mijn zielsbesluit
en sterven op den duur.
Al mijn wensen gaan er ook
in onverschilligheid,
verloren lijk de regensmook
zich in de wind verspreidt.
Nu is het ijdel in mijn hart,
geen wanhoop geen vreugd;
slechts ouderdom die u benart
o moedeloze jeugd.
Of gij het nimmer u belijdt
en weet dat gij vergeet,
blijf daar nu in verloren tijd
vergeten wat ge weet.
28-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
27-01-2016 |
De regen. Willem Gijssels |
De regen drevelt evenwijdig
schuin-rechts lijnen door de lucht
tot op de bodem: spettert nijdig
en roffelt met gelijk gerucht.
Wat moet de vensterruit verduren,
waardoor mijn ogen moedeloos zien
verzuipen al de zonnige uren
van heel de zomernoen, misschien.
De schermen gaan, als vleermuis-wieken
gespannen, langs de dode straat;
terwijl de regen het snerpend lieken
van weemoed om de mensen slaat.
Wat heb ik nu te doen, te denken?
Wat moet ge gramme regenvrouw
met uw tranen de aarde drenken;
kom, kijk ereis uit het wolkgevouw.
Hoe gaarne zou ik u vertellen,
hoe zonderling uw lieken doet,
om droomkastelen neer te vellen,
gebouwd bij jongen zonnegloed.
27-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
26-01-2016 |
Rust. Willem Gijssels |
Laat nu de kalme rust
uw harte dragen,
na het stormen van daar straks
der wilde vlagen.
Zo het landschap, ligt de lucht
zacht onbewogen,
een tinteling voor half-
geloken ogen.
Begraven moet ge uw wil
in zoet verpozen,
de laatste wens van al
de vreugdelozen.
En als de nacht de rust
en u zal dekken,
hoor dan in u de stem
der wanhoop wekken.
26-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
25-01-2016 |
Winterstilte. Willem Gijssels |
Beneden onder eenen spree,
een witte wollen wolk,
de winterwereld wel gedekt
zorgt dat er niets zijn sluimer wekt
noch vogels noch vee noch volk.
En boven in die ene zee
van sterren ongeteld,
in blauwe diepten uitgespreid,
verwijdend nog de oneindigheid
van hemel en van veld.
Daartussen is de stille vree
een derde oneindigheid,
waarin mijn hart nu onbewust
gedragen, zich de stille rust
der eeuwen voorbereidt.
25-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
24-01-2016 |
Sneeuwvlokjes. Willem Gijssels |
De sneeuwvlokjes vallen,
waar is mijn genucht?
Een handje vol aarde,
een huifje vol lucht,
een heldere hemel,
en ik ware gerust.
De sneeuwvlokjes vallen,
thans ware het mij lust,
door hoop mijnen zinnen,
met daden bevrucht.
Mijn hart in gezangen
gewiegd en gekust.
De sneeuwvlokjes vallen.
24-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
23-01-2016 |
De sneeuwstorm 2. Willem Gijssels |
Het is leutig, maar de tijd
brengt het stormen tot bedaren;
een pluimpje hier en daar
komt aarzelend neergevaren
en het is gedaan.
Het zuiver wit verblindt
van de ongschonden lagen,
gepleisterd hoog en laag;
het is of wij alles zagen
met wol belaan.
Is het rustig overal,
het zal morgen herbeginnen
zo stellen keer op keer
zich mijn kalme zinnen
aan stormen bloot.
Gedoefeld en gedoekt
is het leven nu. Het leven,
het is eerder storm en strijd;
waarom naar stilte streven?
alles is nu dood.
23-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
22-01-2016 |
De sneeuwstorm 1. Willem Gijssels |
De lucht is zwart bevolkt
van vlokken; bij myriaden,
myriaden vallen zij
al stuivende lijk zaden
met kracht gestort.
De stenen van de straat,
de tichels van de daken,
zijn eerst gedekt met een
gewafeld ammelaken,
dat witter wordt.
De vlokken vallen zeer,
zij buitelen neer bij benden,
zodanig dat men nooit
zou denken: kan het enden
zulk een geweld?
En alles doezelt weg
in een verward gewemel
van stoeiend pluimenspel,
dat stuivend aarde en hemel
ineen versmelt.
(myriade betekent ontelbaar)
22-01-2016, 17:02
Geschreven door André 
|
|
 |
21-01-2016 |
De oude wilgetronk 2. Willem Gijssels |
Het water dat
in het goed seizoen
hem gaarne zag
en streelde.
De spiegel van
zijn zomerbeeld
in overvloed
van weelde.
Ligt toegevloerd:
zijn guitig spel
in zonneschijn
is henen.
De wintervorst
kwam taal en tong
met eenen wrong
verstenen.
Het water werd
opeens verrast
toen takken het nog
getaakten.
Het was vruchteloos
het gevang ontvlucht,
waarin ze vast
geraakten.
Daar staat de tronk,
aan het water
toch immer
trouw gebleven.
Standvastig bij
een laatste zoen
in het water
versteven.
21-01-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
|
 |
|