 |
We zijn de 35de week van 2025
|
 |
|
 |
Rustig genieten van gedichten, liedjesteksten, muziek, vertellingen, prenten en foto's. |
Welkom in mijn thuishaven. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. |
 |
25-07-2016 |
September. Felix Rutten |
Nu pronkt de wei met nieuwe bloei vermooid,
de herfstbloei van het rood gerijpte fruit
blinkt tussen het geel getinte lover uit
zo feestelijk blijde, als stierf zijn glorie nooit.
Maar het schoonste wordt alras kwajongensbuit
en het onvolkomen, om het even, afgegooid,
straks ligt de hele schat in het gras verstrooid,
de koeien snuffelen het op met grage snuit.
De wijnstok siddert, wijl hij het roepen hoort
des plukkers, die zijn lange ladderen zet,
en bergt de volle tros, die donker gloort
in het trieste, dichtgetreste, bladerenbed.
Wijl flox en dahlia, laatste harer soort,
op het stervend blozen van de wingerd let.
25-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
24-07-2016 |
Juni. felix Rutten |
De donkere gloed der rozen, zwaar en loom,
brandt koortsig tussen het groen dat zwijgend smacht
wijl donkere vijver in verliefde droom
haar blos weerspiegelend stil geheimvol lacht.
De lucht is lauw bedwelmd van graanaroom,
en het ruist onrustig-bang door de arenvracht,
vaal hangt en schemerend langs de kimmezoom
der onweervolle wolken vreemde pracht.
Geen mens op het veld, het blanke landhuis dat
met glazige ogen uitziet in de stilt
zwijgt als beangstigd. Plots bruist over het pad
de korenzee die zwelt, een windvlaag wild
doorwoelt ze en zwenkt door het waaiend park, en vat
de blinden aan, dat heel de villa rilt.
24-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
23-07-2016 |
Fingals grot. Felix Rutten |
Een tempel van glazuur en blauw basalt
in het hart der rotsen gesneden door de zee
waar het lied dat van uw luit en lippen glee
al nog betoverend onverstoorbaar schalt.
En weent in zacht geklaag en heldenwee
en kwijnt van liefde in zoet geluid en valt
in brede jubel uit, wijl het donderen bralt
der golven, juichend met uw hymnen mee.
Is heldenzanger Fingal uw gewijd
om tot eeuwige dag met de echo van uw lied
de roem uw naam den volkeren te bewaren.
En, waakzaam wachter, dat dien geen ontwijd,
ligt eindeloos voor het eeuwenhecht graniet
de trotse leeuwenwacht der Noordzeebaren.
23-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
22-07-2016 |
Aan de verre 4. Felix Rutten |
En heel de nacht was in mijn stille cel
de blanke glorie van de zomermaan
die op mijn leger neerlag, licht en hel,
als blanke pas gevallen bloesemblaan.
En heel de nacht door staarde ik zwijgend vroom
uw blanke beeltenis tegen, vredelicht,
en heel de nacht door was mijn stille droom
een blanke extase, een maagdelijk minnedicht.
Maar bij het ontwaken stierf gelijk weer al die pracht
gelijk een lied dat wegwaait op de wind,
de wielewaal zocht met een luide klacht
naar het wederwoord dat hij niet wedervindt.
22-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
21-07-2016 |
Aan de verre 3. Felix Rutten |
Uw schone stem zong door mijn stille droom,
uw klare lach klonk door mijn kille huis,
en het was als wederkerend lenteruis,
als lang vergeten frisse mei-aroom.
Geheel uw zachte doen was als een lied,
de zon zonk luisterstil in het avondrood,
en schuchter zweeg de merel die pas nog floot,
gij waart er gij, en anders wist ik niet.
Toen ging jij heen met de ondergaande dag,
bleek zeeg de weemoed neer ter schemering,
maar lang bleef om mij een lichte gloriekring,
uw zangerige stem en klare lach.
21-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
20-07-2016 |
Aan de verre 2. Felix Rutten |
Zijt gij dan werkelijk heen? Zo eenzaam brandt
de roodgekapte lamp, in het gouden licht
mijn boek vergeten en versmeten, dicht,
het is al stil ik ver van u in het vreemde land.
Ik zie u, ja ik hoor uw lach, uw spraak
en het zoete woord, dat gij me fluisterend zei,
toen ge in mijn hand uw bevend handje lei,
dat gouden woord zo vaak herhaald, zo vaak.
Uw blonde goudbeschenen lokken zie ik,
uw ogen blauw, mijn zijt ge, mijn alleen,
ik heb u lief, en zijt gij werkelijk heen?
Door het lamplicht zwoel trekt verre droommuziek.
20-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
19-07-2016 |
Aan de verre 1. Felix Rutten |
Nu wij gescheiden zijn, gij en ik,
tussen ons beide breidt zich wijd de heide,
geen toren speurt meer aan de kim mijn blik
en voor hoelang nu, voor hoe lang gescheiden?
De zon gaat onder waar uw woon verdween
en blaast de lucht vol purperrode gloren,
en heel de heide en het al staart zwijgend heen
naar het westen waar zij het lieve licht verloren.
De vlammenrode lucht, de rosse hei,
wier tinten zacht in dromend paars verkeren,
zijn een weemoedig wazige mijmerij
van droef vaarwel en wenend zielsbegeren.
19-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
18-07-2016 |
Wij zaten zwijgend. Felix Rutten |
Wij zaten zwijgend starend op de zee,
die kwam van verre vrolijk aangevlogen,
wij zaten zonder vreugde en zonder wee,
naar het zwellend ruisen luisterend gebogen.
Maar toen zij plots met schelpenvolle vloed
en luid gejuich de stranden overviel,
werd zij heel stille, bleef voor onze voet
staan luisteren naar de stemmen onzer ziel.
En met een klacht van eindeloos verdriet
stierf het zeegeruis weg in geheimen tover,
wij zaten stil maar liefdes hoge lied
zon ziel tot ziel en het gleed de golven over.
18-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
03-07-2016 |
Pastorale. Felix Rutten |
Rood lag de zon in geel oranje en goud,
dat voren groef in de grauwe avondmist,
blauwgrijs een waas als schemerend amethyst,
viel over het veld en het verre vale woud.
De weg gleed met twee rijen bomen, door
de stilte, al smaller op door het avonddoom
en met een ver lied daalde uit de avondgloor
een herder laat, een lang vergeten droom.
Hij dreef der heerde witte wemeling mij
te moet en lachte, en zette in het gras zich neer,
en alles hoorde naar zijn melodij,
wit-vredig in der hemelen schmermeer.
Toen wist ik weer op eenmaal als ontwaakt
dat gij zaat naast mij, een glans op uw gelaat, en
dat gij uit de avondglorie tot mij spraakt
het andante-zacht der Beethoven-Sonate.
03-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
02-07-2016 |
Muziek. Felix Rutten |
De gouden stilte van zonsondergang
hangt vredig teer in de onbewolkte lucht
en het wijd vertrek, waar zwijgend elk gerucht
te luisteren zit naar klavecimbel-zang.
Van de aard vervreemd, verzonken in genucht,
speelt hij onbegrepen er eenzaam uren lang,
en het wordt de vink in het kooitje wonder-bang,
als het lied door het open raam is heengevlucht.
Nu ligt zijn hand stil op de toetsen neer,
de bonte zwerm der schuchtere melodieën
verschemert in de gouden atmosfeer.
Van achter diep geplooide draperieën,
blijft lang nog dromend ongemerkt, van veer,
de blondlokkige zon hem stil bespieën.
02-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
01-07-2016 |
Poëzie. Felix Rutten |
Een diepe struik vol geuren van seringen
weeft om zijn hoofd een blanke bloesemwade
en bergt hem in zijn bloeiende genade
die eenzaam stil zijn ziel zoekt uit te zingen.
Ginds staat een fonkelende fontein te springen,
trots slaan de rozen het spel der stralen gade,
een zwevende muziek kwam ongestade
vol vreemde aandoening in zijn oren dringen.
En op die klanken drijven zijn gedachten,
zacht zegen de ogen in ontroering dicht,
en het werd een onuitsprekelijk wee verlangen.
Zo zwevend teer, zo rein en zilverzacht,
rees voor zijn ziel licht schemerend een gedicht,
ver met de wind verwazen zacht zijn zangen.
01-07-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
30-06-2016 |
Aan zee. Felix Rutten |
De hemel welfde weelde-wemelend blauw,
wijd-klarend boven het blinkend vlak der wateren,
gelijk een reuzige zeeschelp, vol van het klateren
en het klagen van de vloed, die vlieden wou.
De golven steigeren, statige, schuimbehaarde;
en donker-rijzend rent de trotse jacht
fel, wild en fier vooruit, maar trotser kracht
ontkracht de dolle vaart dier volbloedpaarden.
En nimmer staakt de zee dat zinloos streven,
zij klimt en klaagt en keert weer waar zij ging,
als mensenzielen die nooit rust beving,
nooit vragensmoede van verlangen leven.
O dat mijn hart toch eindelijk rusten wou
en dat mijn ogen boven het woeden der baren
heel stil en rustig enkel konden staren
naar het wijde-wemelend hemelblauw.
30-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
29-06-2016 |
Veldkruis. Felix Rutten |
De zomer spant een parasol
van vlinderend loof en vogelen vol
wijd schaduwend over het kruis, in het land
bij het kruis der wegen vroom geplant.
Hoe het ruist van roggehalmen om
de droeve Lijder, roerloos stom.
Hoe het blij van bloemen, waar ge al schouwt,
in het gelend goud der velden blauwt,
en rood van kollen fel doorgloeid,
al waar het uit Christi bloed gebloeid.
Het al leeft en lacht in het zomergoud,
bleek hangt de Dode aan het dorre hout.
29-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
28-06-2016 |
Lisbloem. Felix Rutten |
O lisbloem, geel op het blauwe schild
des waters, die niet elders wilt
in klaverveld of weilandgroen
te pronk staan als uw zusters doen.
Gedost in gelig goudgewaad,
geharnast in felle haat,
in het scherpgepunt geblaart gezet,
als waren het zwaarden wel gewet.
Uw jonge knop, nog niet ontvouwt,
gelijk een lans gespiest met goud.
Een gele fakkelvlam gelijk,
staat de open bloem in het vochtig rijk
des vijvers, wel een vlammenvlag,
fel geel te gloeien heel de dag,
en hatelijk brandt ze in de atmosfeer
die blauw omhoog en blauw omneer
en blauw alom van zonlicht loom
u insluit als een vrededroom.
Is straks de lichtdag uitgebloeid,
verschrompeld hangt uw pracht verschroeid,
uw haat verteerd, uw trots verzengd,
zo gaat het wie de liefde krenkt.
28-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
27-06-2016 |
Zomeravond. Felix Rutten |
In de zomeravond als de blauwe dag
in de eerste sluimering nog zijn lichtende ogen
niet gans geloken houdt, met glans bevlogen
en blonde droom en vredig lichte lach.
Staat stil de nacht van ver en ingetogen
al weifelend of zij wie daar slapend lag
in onbezorgde weelde neergebogen,
zij donkere schaduwrijk, wel naderen mag.
En bloemgelijk gaan in haar wijde handen
schuchter de sterren open: langzaam schrijdt
de nacht nu de trans in het ronde.
En schaduw legerend in de tenten van de
slaapmoede dag, in droom verzonken, spreidt
zij sterren neer als bloemen op zijn sponde.
27-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
26-06-2016 |
Béatrice. Felix Rutten |
Gij zijt het heilig vuur,
dat door de gulden hallen van mijn zang
in wondervolle duur
brandt, en blijft gloeien na mijn leven lang.
De mensen vragen, waar
dit lied klaart voor hun oog en brandt en gloeit
in vlammen wonderbaar,
naar uw gelaat, dat in het verborgen bloeit.
Ach neen, wat deert hen schoon
en min, gelijk de hemel hoog en rein,
gij draagt des zangers kroon
wel ongezien in mijner zangen schijn.
O witte duif, waarom
mijn liederen zweven in mijn mystieken ring,
wat deert het, wijl alom
uw droom en donker licht zal zijn, wijl ik zing.
26-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
25-06-2016 |
Wintermorgen. Felix Rutten |
Het klare hanekraaien rekt zich
helmend door de heldere morgen:
rijp-beladen bosjes borgen
morgenglans, en alles dekt zich,
twijg en halm, overal
met een tinteling van kristal.
Blauwig stijgt, uit rood gedaakte
diep gedoken hut in het blauw
het rookgeringel van de schouw,
waar het leven ook ontwaakte,
door de star-bevroren dag
lacht de zon haar zuivere lach.
Zal ik klagen om mijn zorgen,
al het geboomte rijst en strekt zich,
het klare hanekraaien rekt zich
helmend door de heldere morgen,
voort, gedachte, zie niet om,
jonge dag, wees wellekom.
25-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
24-06-2016 |
Winternacht. Felix Rutten |
Alles wit in neveldos,
sneeuw zo rein en ongeschonden,
aarde waak, de rouw der stonden
deinst en laat u los.
Manelicht de lucht bestrijkt:
zeilen, wit en wijd gespannen,
alle donkerte is gebannen,
alle wanhoop wijkt.
Zeilen in de nacht ontplooid,
blank van maneschijn geweven,
alle duisternis van leven
24-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
23-06-2016 |
Herfstdraden. Felix Rutten |
De lucht is zo blij om mijn hoofd
en het ijl doorzilverde blauw,
dat de herfstoverdonsde landouw
nog dagen van schoonheid belooft.
En ik laat mijn dromen gaan
in de wind als een waaiend blad
en ik vraag niet waarom en niet wat,
maar geniet mijn prachtig bestaan.
Mijn diepste vreugd vier ik uit,
eenzaam in zonnige rust
en belonk met minaarslust
mijner ziele heimelijk geluid.
Zij spint haar muziek tot een rag
van zilver uit, draad aan draad,
dat dromende zweven gaat
door de heldere, heerlijke dag.
23-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
22-06-2016 |
Laatste zomerdag 3. Felix Rutten |
Ik strek der open handen schaal
begerig u te moet,
dat me eens uw heil nog overstraal
en stroomt in mijn gemoed.
Ik zwelg u met mijn ogen op
en drink u met mijn ziel,
of blind-bedwelmend, drop voor drop,
er gouden regen viel.
Een zee van goud, van licht, van lust,
besloten in een droom,
en ik slaap, den winter onbewust,
tot weer de zomer koom(t).
22-06-2016, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
|
 |
|