|
Mijn ziel is een vlakte hoog in de venen
waar de winden joelen, de wolken wenen
hun groot grijs leed in regens zwaar,
veel schuimende beken storten daar
dof-loeiend naar het dal, diep groen en goud.
In mystiek zwijgen welft er een woud
in wijd-zwarte krans om een duister moeras,
een eenzame vogel wiekt loom langs de plas
en stoort soms de stilte met weemoedige roep
als in de nacht-zee de zang op een visserssloep.
Wat malve bloemen, lis en kruid
om een glas-klaar ven, geen levend geluid,
de stilte droomt wijd, bron-koel en sereen
over woud en hoogland, mos en steen.
Tot de bleek-gulden lijn van het verste verschiet
waar de dag door de sneeuwige nevelen giet
zijn zonnige, zijdige, blauw-blanke lach
die soms hel in het ven hij herboren zag.
04-11-2016, 00:00
Geschreven door André 
|