Paus Benedictus XVI bezocht zaterdagmiddag het populaire Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela. Daarmee gaat een oude droom van de paus in vervulling. Benedictus XVI bezoekt de stad in het Noord-Spaanse Galicië naar aanleiding van het Heilig Jacobusjaar. Zon Anno Santo vindt plaats telkens de feestdag van St.-Jacobus (25 juli) op een zondag valt. Volgens de overlevering landde Jacobus in Spanje. Go Santiago
Zijn beenderen worden tot op vandaag bewaard in de monumentale kathedraal. Het St.-Jacobsjaar werd voor het eerst uitgeroepen in 1122 door de toenmalige paus Calixtus II. Het is dus ouder dan het heilig Jaar van Rome. Pelgrims op weg naar Santiago zijn herkenbaar aan de Sint-Jacobsschelp. Bedevaarders die ofwel 100 kilometer wandelen of 200 kilometer fietsen ontvangen een officieel certificaat. De meeste pelgrims lopen alleen de vereiste honderd kilometer.
Vorig jaar legden meer dan 140.000 pelgrims de Jacobusweg naar Santiago af. Dit jaar wordt wellicht voor het eerst de kaap van 200.000 (erkende) pelgrims overschreden. De toeloop is ook economisch een meevaller, want de pelgrims zorgen voor 880 miljoen aan inkomsten.
De paus legde de bedevaartweg niet persoonlijk af, maar voltrekt wel enkele rituelen die daarmee verbonden zijn. Zo wandelde hij door de heilige poort, die bij het begin van het Anno Santo geopend werd. Benedictus XVI bezocht in de kathedraal tevens het graf van de heilige apostel Jacobus de Meerdere. Hij bad in de crypte bij zijn graf en omarmde het beeld. De eucharistie met de paus van zaterdagmiddag (om 16.30 uur) gebeurde gedeeltelijk in het Galicisch, de taal van de autonome regio Galicië.
Paus Benedictus reisde dezelfde dag nog door naar Barcelona, waar hij het Spaanse koningspaar ontmoet en zondagmorgen de kerk van de Sagrada Familia van de architect Antonio Gaudi (1852-1926) zal inhuldigen. (Kerknet)