|
Allerheiligen
Uit de hemel blad'ren die vallen, als droeve tranen van allen
die treuren, het hart zo gekrenkt, van wie de geliefde Doden herdenkt...
Met liefde een anjer, chrysant, winterviooltjes langs grafzerk geplant,
in aarde, 0 wonder, die ruikt naar het leven terwijl hier Het Eind geldt als enig gegeven ...
Een steen of een urne, de wind of de zee; namen voorgoed wie ons lief blijft dan mee; in harten
geschreven, verguld door de tijd; herinnering, teder, wil niemand ooit kwijt...
Dag Vader, dag Moeder, dag broer en schoonzus;
hiernederwaarts hebt gij uw sporen verdiend.
In Hemel hierboven; geef ons uw zegen;
wij blijven u tot aan ons' dood steeds genegen.
|